Ga naar Home (NL)

 INDEX

Home (NL)

Zoekmachine

Nieuwe artikelen

Bijgewerkte artikelen

Nostradamus

Onderzoeksresultaten

Analyse kwatrijnen

Tweede Wereldoorlog

Discussieplatform

Publicaties

Lezing

Interviews / recensies

Frans onderzoek

Web links

Vragen / opmerkingen

Gratis nieuwsbrief

 Privacybeleid

Redactioneel

top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "Tweede wereldoorlog"
De profetieën van Nostradamus - Nederlandsche vertaling, voorafgegaan door een levensschets en een inleiding, en van aanteekeningen voorzien door Mr. Dr. W.L. Vreede
(mr. dr. H. Houwens Post alias mr. dr. W.L. Vreede, Den Haag, 1941)
- T.W.M. van Berkel -

Index TWEEDE WERELDOORLOG

English version

 
Carolus Verhulst
Carolus Verhulst (ca. 1982)

Carolus Verhulst, de oprichter van uitgeverij Servire
In 1921 richtte de toen 21-jarige Carolus Verhulst (1900-1985) in Den Haag boekhandel en uitgeverij Servire op. In de naam Servire lag de drijfveer van Verhulst verscholen om met zijn uitgeverij dienstbaar te zijn aan de mensheid.[1] Rond 1928 trad hij in het huwelijk met Elisabeth Duif (1901-1971) met wie hij tot aan haar overlijden leiding gaf aan de uitgeverij.
Verhulst wilde een uitgeverij exploiteren die publicaties verzorgde op esoterisch en levensbeschouwelijk gebied. De tijd leende zich daar echter niet voor, zodat zijn fonds een meer algemeen karakter had met publicaties op velerlei gebied: esoterie, geschiedenis, kunst, levensbeschouwing, natuur, Nederlands-Oost-Indië, reizen en romans. 
Verhulst was een overtuigd pacifist. Hij was in het begin van de jaren '20 één van de eersten in Nederland die dienst weigerden, wat hem op gevangenisstraf kwam te staan. In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog gaf hij ook idealistische en pacifistische literatuur uit en pamfletten. 
De uitgave kort voor mei 1940 van A.M. Meerloo's Homo militans - de psychologie van oorlog, ziekte en vrede in de mens, waarin het nationaal-socialisme scherp werd veroordeeld, bracht Verhulst in conflict met de Duitse bezetter. Hij kreeg een publicatieverbod opgelegd en werd ook een keer met de dood bedreigd. Met hulp van anderen lukte het hem aan papier te komen en te publiceren, vaak met pseudoniem van auteurs en vertalers als veiligheidsmaatregel.

Logo NV Servire
Logo NV Servire

Na de oorlog zette Verhulst uitgeverij Servire voort. Vanaf 1967 was de uitgeverij gevestigd in Wassenaar aan de Zijdeweg 5a. In de loop van 1976 beëindigde Verhulst zijn werkzaamheden bij uitgeverij Servire. In november van dat jaar richtte hij de esoterische en levensbeschouwelijke uitgeverij Mirananda op, die sinds 2004 de naam Synthese draagt. De naam Mirananda, een samentrekking van Mira en Ananda, betekent: de gelukzaligheid van de liefde, en zegt iets over de drijfveren van Verhulst.
Uitgeverij Servire bleef nog lange tijd zelfstandig voortbestaan. In 1981 werd Felix Erkelens directeur. Onder zijn leiding ging Servire zich geheel toeleggen op de uitgifte van esoterische literatuur. In april 1999 kwam uitgeverij Servire onder Veen uitgevers, Utrecht.

 

Vreede 1941
vertaling-Vreede-1941
Servire, 1941

Hendrik Houwens Post alias mr. dr. W.L. Vreede
In 1941 bracht uitgeverij Servire de eerste, volledige, Nederlandstalige editie van de Centuriën op de markt, getiteld De profetieën van Nostradamus; op deze website aangeduid als "de vertaling-Vreede-1941". De verkoopprijs was f 2,90.
De uitgave van De profetieën van Nostradamus vond plaats onder moeilijke omstandigheden. Verhulst was in conflict geraakt met de Duitse bezetter en de situatie in Nederland verscherpte zich. De vertaler van de Centuriën, mr. dr. Hendrik Houwens Post, gebruikte evenals andere auteurs en vertalers wier werk door Servire werd uitgegeven, een pseudoniem: mr. dr. W.L. Vreede. 
Houwens Post (Surakarta, 18 september 1904 - Utrecht, 1 september 1986) woonde en studeerde in Nederland van 1911 tot 1934. In die periode reisde hij in de zomer meestal naar Frankrijk. In maart 1929 behaalde Houwens Post het doctoraal in Romanistiek (Frans, Italiaans en vulgair Latijn). Daarna was hij een aantal jaren werkzaam als leraar Frans. In 1932 voltooide hij in het kader van zijn studie Romanistiek zijn proefschrift. 
Begin 1934 vertrok Houwens Post naar Nederlands-Oost-Indië, waar hij in Surabaya ruim een jaar werkzaam was als leraar Frans. In 1936 keerde hij terug naar Nederland om Indisch Recht te studeren aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. In juli 1940 behaalde hij de meestertitel. 
Vanwege de oorlog kon Houwens Post niet terugkeren naar Nederlands-Oost-Indië. Van december 1940 tot juli 1956 was hij leraar Frans aan het Gemeentelijk Gymnasium in Breda; daarna was hij tot 1974 Bijzonder Hoogleraar in de Portugese Taal en Portugese en Braziliaanse Letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Zijn interesse in Portugees dateerde al uit 1921; vanaf 1938 bestudeerde hij Portugese taal en literatuur.[2]

 

De vertaling-Vreede-1941
De vertaling-Vreede-1941 bestaat uit 205 pagina's en is als volgt samengesteld:

  • Levensschets (door Houwens Post).

  • Inleiding tot de Profetieën (door Houwens Post).

  • De Brief aan César.

  • De kwatrijnen 01-01 t/m 06-100.

  • Een niet-genummerde "waarschuwing tegen domme critici".

  • De kwatrijnen 07-01 t/m 07-44.

  • De Brief aan Henri II.

  • De kwatrijnen 08-01 t/m 08-100. 

  • Aantekeningen (de Franse brontekst van 29 kwatrijnen waarbij Houwens Post tijdens het vertalen op onoverkomelijke moeilijkheden stuitte).

 

Uitgeverij Schors, Amsterdam, en de vertaling-Vreede-1941

logo uitgeverij Schors
logo uitgeverij Schors

Volgens vroegere medewerkers van uitgeverij Servire is de vertaling-Vreede-1941 in de periode 1941-1945 niet herdrukt en na 1945 niet opnieuw door Servire op de markt gebracht. Tot 1979 verscheen deze vertaling ook niet bij andere uitgevers. Eind jaren '70 gaf Verhulst aan Nico Schors, directeur van uitgeverij Schors in Amsterdam, toestemming om de vertaling-Vreede-1941 te gebruiken.

 

Schors 1982
vertaling-Vreede-1941
Schors, 1982

Vandervoort 1998
Vandervoort-1998

Uitgeverij Schors heeft de vertaling-Vreede-1941 van 1979 tot 1997 talloze malen in facsimile herdrukt (enkele jaren in ingebonden uitvoering, daarna als paperback) onder dezelfde titel als in 1941: De profetieën van Nostradamus. Op de voorplaat was een horoscoopfiguur afgebeeld, berekend voor de Zonsverduistering die op 11 augustus 1999 om 11:17 Greenwich Mean Time zou plaatsvinden. In de figuur waren Zon, Maan, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto afgebeeld. De posities van de cuspen waren berekend met het Placidus-huizensysteem. In de eerste druk van de heruitgave van de vertaling-Vreede-1941 was onder de horoscoopfiguur de naam van de uitgeverij gedrukt. In latere drukken was de naam van de uitgeverij vervangen door de vertaling die Houwens Post had gemaakt van kwatrijn 10-72, het kwatrijn dat volgens sommige Centurie-onderzoekers voorspellingen bevatte, gebaseerd op de Zonsverduistering van 11 augustus 1999.
In 1998 bracht uitgeverij Schors Nostradamus - de grootste ziener aller tijden - een introductie tot zijn leven, werk en profetieën op de markt, geschreven door Jan Vandervoort. Vandervoort heeft de vertaling-Vreede-1941 taalkundig herzien volgens de moderne Nederlandse spellings- en grammaticaregels, een biografie geschreven en voorspellingen beschreven die volgens hem zijn uitgekomen, misbruikt of op soms lachwekkende wijze geïnterpreteerd. Onderzoek naar de werkwijze van Vandervoort heeft uitgewezen dat in het hoofdstuk Wonderbaarlijke interpretaties en "uitgekomen" voorspellingen veel materiaal is verwerkt uit het hoofdstuk Verleden, heden en toekomst op wonderbaarlijke wijze voorspeld door den Franschman Michel Nostradamus in zijn "Les vrayes Centuries et Prophéties" in de nationaal-socialistische publicatie Hoe zal deze oorlog eindigen?...[3]
Vandaag de dag zijn de vertaling-Vreede-1941 en de facsimile-uitgaven ervan alleen tweedehands verkrijgbaar. Zij maken deel uit van de collectie van sommige Nederlandse universiteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het boek van Vandervoort is nog steeds in de handel.

 

Bronteksten en illustraties
In het hoofdstuk Inleiding tot de Profetieën schrijft Houwens Post dat zijn vertaling een volledige, Nederlandse weergave is, in dezelfde volgorde, van de editie-Lyon-1558, die het Voorwoord aan César bevat, de Centuriën 01 t/m 07, de Brief aan Henri II en de Centuriën 08 t/m 10.[4] Uitgeverij Schors heeft dit overgenomen op de achterkant van de facsimile-uitgave en heeft het ook vermeld in de online-beschrijving van de inhoud van het boek van Vandervoort en in de beschrijving van de inhoud van het boek van Vandervoort op de achterkant.
Van de oorspronkelijke edities van de Centuriën is de editie-Lyon-1558 nooit boven water gekomen. Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en de Bijbel, heeft uitgewezen dat Houwens Post andere bronteksten heeft gebruikt. De brontekst van de kwatrijnen is de fotokopie die de Fransman P.V. Piobb in 1927 heeft gemaakt van de editie-Amsterdam-1668, getiteld Texte intégral de Nostradamus - Réproduction agrandie en phototypie de l'édition d'Amsterdam, 1668, précédée de la Lettre à César, son fils, d'après l'édition de Lyon, 1558. Uit de Inleiding tot de Profetieën blijkt dat Houwens Post de kopie-Piobb-1927 heeft gekend. 
Het onderzoek heeft verder uitgewezen dat Houwens Post voor de vertaling van het Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II niet alleen de kopie-Piobb-1927 heeft gebruikt, maar ook de Duitse vertaling van deze stukken van dr. Christian Wöllner, gepubliceerd in Das Mysterium des Nostradamus (Leipzig, 1926).[5]
In de vertaling-Vreede-1941 staat geen parallelle Franse brontekst. In de Inleiding tot de Profetieën staat van zes kwatrijnen de Franse brontekst; in de Aantekeningen staat de Franse brontekst van 29 kwatrijnen die Houwens Post niet volledig in het Nederlands kon vertalen.

In de vertaling-Vreede-1941 staan zwart/wit reproducties van de titelpagina van de editie-Amsterdam-1668 en van een pagina uit die editie, waarop de laatste twee regels staan van kwatrijn 01-54, de kwatrijnen 01-55 t/m 01-61 en de eerste twee regels van kwatrijn 01-62. Deze pagina's zijn ook afgebeeld in Piobb's Le Secret de Nostradamus et de ses célèbres prophéties du xvie siècle (Parijs, 1927).

In de vertaling-Vreede-1941 is een gravure van Nostradamus afgebeeld, vervaardigd door Jean Sauvé, met als onderschrift:

Dieu se sert icy de ma bouche
Pour t'anoncer la verité.
Si ma prediction te touche
Rends grace a sa Divinité.

Volgens de Levensschets is deze gravure ontleend aan de editie-Amsterdam-1668.[6] Deze gravure kwam echter voor het eerst in Balthasar Guynauds La Concordance des propheties de Nostradamus avec l’histoire depuis Henry II jusqu’a Louis le GrandLa Vie et l'Apologie de cet Auteur. Ensemble quelques essais d'explications sur plusieurs de ses autres Prédictions, tant sur le present que sur l'avenir (Parijs, 1693, 1709 en 1712). In de ochtendeditie van het Haagse dagblad Het Vaderland van 29 augustus 1937 is deze gravure gebruikt ter illustratie van het artikel Toekomst-komkommers - Voorspellen van de toekomst voorziet in een behoefte aan orde, geschreven door Menno ter Braak. In de editie-Amsterdam-1668 is een ander portret afgebeeld. 

Het doel van de vertaling-Vreede-1941
Volgens de Nederlandse journalist Adriaan van Dis heeft Houwens Post de Centuriën vertaald om tegengas te geven aan nationaal-socialistische commentaren op de Centuriën die in Duitsland circuleerden.[7] Deze opmerking kan niet in verband worden gebracht met de opmerking op pagina 11 in de INLEIDING TOT DE PROFETIEËN dat bij menigeen de fotokopie van de editie-Amsterdam-1668 in huis is gekomen en vanwege het bevatten van zowel de authentieke teksten van de Centuriën als de niet-authentieke, tot verkeerde gevolgtrekkingen kan leiden. Houwens Post verwijst met deze opmerking naar Nederland, niet naar Duitsland. 
In directe zin verwijst de "fotokopie van de editie-Amsterdam-1668" naar de kopie-Piobb-1927, maar in indirecte zin kan het een verwijzing zijn naar Hoe zal deze oorlog eindigen?, de Nederlandse versie van een nationaal-socialistische brochure, geschreven in november - december 1939, in april 1940 door uitgeverij W.J. Ort in Den Haag in omloop gebracht in een oplage van 5000 exemplaren. Op pagina 41 van Hoe zal deze oorlog eindigen? staat dat de (Franstalige, TvB) citaten afkomstig zijn uit de uitgave der "Editions ADYAR - 4. Square Rapp Paris (VIIe)" - ("Texte intégral) de Nostradamus - Reproduction agrandie en phototypie de l'édition d'Amsterdam, 1668" i.e. de kopie-Piobb-1927.
Het perkamentachtig kader op de titelpagina van Hoe zal deze oorlog eindigen? met daarin de titel LES VRAYES CENTURIES ET PROPHETIES is ontleend aan de voorplaat van de editie-Amsterdam-1668 cq. de kopie-Piobb-1927. Dit kader is ook gebruikt op de omslag van de vertaling-Vreede-1941, met daarin de titel DE PROFETIEËN VAN NOSTRADAMUS. Op de omslag van Hoe zal deze oorlog eindigen? is de titel in rood gedrukt. De titel van de vertaling-Vreede-1941 is eveneens in rood gedrukt. 
Dit alles in aanmerking nemend, is het in mijn ogen waarschijnlijk dat Houwens Post met zijn vertaling van de Centuriën tegengas heeft willen geven aan Hoe zal deze oorlog eindigen? en dat het ontwerp van de omslag van de vertaling-Vreede-1941 is geïnspireerd door de omslag en titelpagina van Hoe zal deze oorlog eindigen?

 

Omslag editie-Amsterdam-1668 Titelpagina "Pasteur" (1940) Omslag "Pasteur" (1940) Omslag vertaling-Vreede-1941
Omslag editie-Amsterdam-1668 Titelpagina "Pasteur" (1940) Omslag "Pasteur" (1940) Omslag vertaling-Vreede-1941

De motieven van Houwens Post om tegengas te geven aan nationaal-socialistische Nostradamus-commentaren i.c. Hoe zal deze oorlog eindigen?, kunnen zijn voortgevloeid uit zijn belangstelling voor de Centuriën, ervaringen met "het paranormale" en het pan-europeanisme dat hij voorstond. 
Uit de Inleiding tot de Profetieën blijkt dat Houwens Post veel belangstelling had voor de Centuriën. Hij beschrijft diverse onderzoeken van de Centuriën, waaronder die van Piobb en De Fontbrune. Houwens Post kent aan de Centuriën een voorspellende waarde toe, getuige zijn koppeling van kwatrijn 01-03 aan de Franse Revolutie, kwatrijn 08-57 aan Napoleon Bonaparte en kwatrijn 08-76 aan Oliver Cromwell.[8]
Noch uit de biografie over Houwens Post die is gepubliceerd, noch uit zijn Inleiding tot de Profetieën blijkt dat hij affiniteit had met astrologie of profetie. In zijn biografie staat een visioenservaring beschreven. In de periode 1934-1936, tijdens een bezoek aan de Borobodur in Jogyakarta, zou Boeddha hem in een visioen de opdracht hebben gegeven een "Eurosattva" te worden, een profeet van het Europeanisme. Nog in 1974 schreef hij in een Franstalig manuscript: Être Européen est désormais une religion, une fois religieuse, car tout Européen y aspire sans même s'en rendre compte consciement. Het Europa dat Houwens Post voor ogen had, verschilde van het Groot-Duitsland dat de nazi's voor ogen stond. Dit verschil in ideeën zou voor Houwens Post aanleiding kunnen zijn geweest de Centuriën te vertalen.
Houwens Post zou ook een ervaring hebben opgedaan met betrekking tot reïncarnatie. In 1939, toen hij voor het eerst Lissabon bezocht, zou hij tot de overtuiging zijn gekomen in een vorig leven Portugees te zijn geweest. Hij herkende er 16e-eeuwse kerken en paleizen, wist er de weg en hoefde het Portugees niet te leren, maar het zich slechts te herinneren. Zijn interesse voor Europa en Portugal kregen een gemeenschappelijke basis in de Kelten, die in het voor-Christelijk Europa hun Druïdische cultuur over het gehele Europese continent hadden verspreid. Dit alles culmineerde in het zich exegeet voelen van de 16e-eeuwse Portugese dichter Luïs Vaz de Camoes, in wie hij een geestverwant had herkend. In 1942-1944 schreef Houwens Post een boek over Camoes. Daarvóór vertaalde hij de Centuriën
De Centuriën sluiten in taalkundig opzicht aan bij Houwens Posts studies van Frans en Portugees. Oude aardrijkskundige benamingen als Pannonië, Illyrië en Norica werden ook gebruikt in de Keltische tijd, waarin hij zich verdiepte.

 

Verhulde kritiek op nationaal-socialistische commentaren op de Centuriën
Houwens Post heeft de voorspellingen in de Centuriën niet voorzien van commentaar. Hij is ook niet ingegaan op de omstandigheden waarin Nederland cq. Europa in 1940-41 verkeerde. 
Houwens Post geeft geen gerichte kritiek op nationaal-socialistische commentaren op de Centuriën en noemt ze niet met naam en toenaam. Tijdens de literatuurstudie die aan dit artikel ten grondslag ligt, is niet duidelijk geworden welke nationaal-socialistische commentaren Houwens Post heeft gelezen. Hij levert zijn kritiek op deze commentaren tussen de regels door, bijvoorbeeld als hij de vraag stelt "Is het niet altijd zo geweest dat men zich geen flauwe voorstelling kan maken van hetgeen de toekomstige samenleving te zien zal geven?" Zijn antwoord blijkt uit de bespreking van kwatrijn 01-47, een kwatrijn dat door sommige commentatoren is gekoppeld aan het falen van de in 1920 opgerichte Volkenbond:

Algemeen wordt tegenwoordig aangenomen, dat Nostradamus hiermede den Volkenbond op het oog had. Men raadplege de vertaling verderop. Voor ons-menschen van dezen tijd is het inderdaad niet zoo'n kunststuk om tot die conclusie te komen. Hoe zou echter een commentaarschrijver uit b.v. 1780 op het idée moeten komen, dat er na 1918 een Volkenbond zou ontstaan, die zijn zetel in Genève zou krijgen en die in gebreke zou blijven,op de wijze zooals Nostradamus dat aangeeft, het gestelde doel te bereiken? Hij noemt geen jaartal en ook het begrip "Volkenbond" komt in het vers niet voor.  
Dezelfde moeilijkheid geldt voor ons met betrekking tot de verzen, die op de toekomst slaan. Het jaar 3797 ligt nog verbazend ver weg; wie weet, halen de menschen, die dan leven, minachtend hun schouders op voor de vliegmachine!
[9]

Het antwoord van Houwens Post komt erop neer dat nakaarten relatief eenvoudig is, maar dat uitleggen van de kwatrijnen met het oog op de toekomst tot niets leidt vanwege de uiterst summiere aanwijzingen. Dat gold niet alleen in 1780 voor 1920, het jaar waarin de Volkenbond werd opgericht, het geldt ook voor zijn tijd, 1940-41 en dus ook voor het toekomstbeeld dat in nationaal-socialistische commentaren op de Centuriën is geschetst. De opmerking van Houwens Post dat mensen die anno 3797 leven, misschien minachtend hun schouders ophalen voor de vliegmachine, kan verband houden met de opmerking in Hoe zal deze oorlog eindigen?... dat Nostradamus de Montgolfière (luchtballon), de duikboot en het zware geschut uit de Eerste Wereldoorlog in zijn visioenen heeft gezien en in de kwatrijnen heeft beschreven, evenals het luchtschip (de zeppelin) en het vliegtuig.[10]
In de Inleiding tot de Profetieën bespreekt Houwens Post drie groepen onderzoekers: één, waartoe Piobb behoort, die zich baseert op wiskunde en omlooptijden van planeten; één, waartoe De Fontbrune behoort, die zich baseert op taalkunde en symboliek en één die zich baseert op de hypothese van een Latijnse grondtekst van de kwatrijnen. Piobb probeert de kwatrijnen niet alleen langs wiskundige weg te doorgronden, maar ook langs de weg van de herleiding van een Latijnse grondtekst. Houwens Post meent dat de groep die zich baseert op taal en symboliek, het bij het rechte eind heeft. Volgens hem heeft De Fontbrune de theorieën op het gebied van taal en symboliek het beste uitgewerkt. Toch is er volgens Houwens Post niemand volledig in geslaagd een volledige schifting tot stand te brengen, op grond waarvan de kwatrijnen die reeds vervuld zijn, apart kunnen worden gezet. Hij constateert eveneens dat men altijd naar zich toe wil interpreteren en dat de commentaarschrijvers vaak dezelfde verzen gebruiken, in de overtuiging daarin iets van hun tijd te zien. Hij waarschuwt zijn lezers niet in dezelfde fout te vervallen. Opnieuw levert hij in bedekte termen kritiek op nationaal-socialistische Nostradamus-commentaren.

 

Kwatrijn 03-58

 

Kwatrijn 03-58

Brontekst (facsimile-Chomarat-2000)
Aupres du Rin des montaignes Noriques,
Naistra vn grand de gens trop tard venue:
Qui defendra Saurome & Pannoniques,
Qu'on ne sçaura qu'il sera deuenu.

Vertaling-Vreede-1941, p.73
Dicht bij de Rijn in de Norische bergen
Zal een groote geboren worden uit menschen, die te laat gekomen zijn.
Hij zal Saargebied en Pannonië verdedigen,
Zoodat men niet zal weten, wat er van hem zal zijn geworden.


In kwatrijn 03-58 in de vertaling-Vreede-1941 staat een opmerkelijke vertalingsfout. De brontekst van de derde regel van dit kwatrijn luidt: qui defendra Saurome & Pannonie (vert.: die Sarmatië en Pannonië zal verdedigen). Volgens Winkler is Saurome een benaming van het gebied tussen de Weichsel en de Wolga; volgens Leoni is dit een oude benaming voor Litouwen.[11] Pannonië is een vroegere benaming voor Hongarije. In de vertaling-Vreede-1941 is het woord Saurome vertaald in  Saargebied.[12] Het Saargebied, een gebied ten zuidoosten van Luxemburg, stond na de Eerste Wereldoorlog tot 1935 onder bestuur van de Volkenbond en werd na een referendum teruggegeven aan Duitsland.
Houwens Post heeft de vierde regel vertaald in "Zoodat men niet zal weten, wat er van hem zal zijn geworden". Het lijkt alsof hij in zijn vertaling van de derde en vierde regel van kwatrijn 03-58 heeft willen zinspelen op de opkomst van Hitler en diens uiteindelijke ondergang.

 

De Meern, 16 oktober 2005
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op
3 februari 2008

 

Noten

  1. De informatie over uitgeverij Servire en de heer Verhulst, oprichter en directeur, is afkomstig van de heer F. Erkelens en mevrouw M. Plettenburg, vroegere medewerkers van uitgeverij Servire, en uit Tony van Verre ontmoet Carolus Verhulst - een radicale bruggenbouwer (Wassenaar, 1982). [tekst]

  2. Zie ook het artikel: Informatie over prof. dr. mr. H. Houwens Post alias mr. dr. W.L. Vreede.  [tekst]

  3. Van Berkel: Nostradamus - De grootste ziener aller tijden (J. Vandervoort, NL, 1998). [tekst]

  4. Vreede, p.10. [tekst]

  5. Vreede, p.11 en 14; Van Berkel: De vertaling-Vreede-1941 en de editie-Lyon-1558. [tekst]

  6. Vreede, p.7. [tekst]

  7. Van Dis: Nostradamus, een profeet voor duistere tijden, in NRC Handelsblad, 19 februari 1982. [tekst]

  8. Vreede, p.10-19. [tekst]

  9. Vreede, p.13-14. [tekst]

  10. "Pasteur", p.30. [tekst]

  11. Winkler (1939), p.38; Leoni, p.611. [tekst]

  12. Vreede, p.73. [tekst]

 

 
top
© 2002 - 2008 T.W.M. van Berkel
alle rechten voorbehouden /  all rights reserved

top