
Carolus Verhulst (ca.
1982) |
Carolus Verhulst, de
oprichter van uitgeverij Servire
In 1921 richtte de toen 21-jarige Carolus Verhulst (1900-1985) in Den
Haag boekhandel en uitgeverij Servire op. In de naam Servire lag de
drijfveer van Verhulst verscholen om met zijn uitgeverij dienstbaar te
zijn aan de mensheid.[1] Rond 1928 trad
hij in het huwelijk met Elisabeth Duif (1901-1971)
met wie hij tot aan haar overlijden leiding gaf aan de
uitgeverij.
Verhulst wilde een uitgeverij exploiteren die publicaties
verzorgde op esoterisch en levensbeschouwelijk gebied. De tijd leende zich
daar echter niet voor, zodat zijn fonds een meer algemeen
karakter had met publicaties op velerlei gebied: esoterie, geschiedenis, kunst,
levensbeschouwing, natuur, Nederlands-Oost-Indië, reizen en romans.
Verhulst was een overtuigd pacifist. Hij was in het begin van de jaren '20 één van de eersten in
Nederland die dienst weigerden, wat hem op gevangenisstraf kwam te
staan. In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog gaf hij ook idealistische en pacifistische literatuur
uit en pamfletten.
De uitgave kort voor mei 1940 van A.M. Meerloo's Homo militans - de psychologie van oorlog, ziekte en vrede in de
mens, waarin het nationaal-socialisme scherp werd veroordeeld, bracht Verhulst in
conflict met de Duitse bezetter. Hij kreeg een publicatieverbod opgelegd
en werd ook een keer met de dood bedreigd. Met hulp van anderen lukte het
hem aan papier te komen en te publiceren, vaak met pseudoniem van
auteurs en vertalers als veiligheidsmaatregel.
|

Logo NV Servire
|
Na de oorlog zette Verhulst uitgeverij Servire voort. Vanaf 1967 was de uitgeverij gevestigd in
Wassenaar aan de Zijdeweg 5a. In
de loop van 1976 beëindigde
Verhulst zijn werkzaamheden bij uitgeverij
Servire. In november van dat jaar richtte hij de esoterische en levensbeschouwelijke uitgeverij
Mirananda op, die sinds 2004 de naam Synthese draagt. De naam
Mirananda, een samentrekking van Mira en Ananda, betekent:
de gelukzaligheid van de liefde, en zegt iets over de drijfveren van
Verhulst.
Uitgeverij Servire bleef nog lange tijd zelfstandig voortbestaan. In
1981 werd Felix Erkelens directeur. Onder zijn leiding ging Servire zich
geheel toeleggen op de uitgifte van esoterische literatuur. In april
1999 kwam uitgeverij Servire onder Veen uitgevers, Utrecht.
|

vertaling-Vreede-1941
Servire, 1941
|
Hendrik
Houwens Post alias mr. dr. W.L. Vreede
In 1941 bracht uitgeverij
Servire de eerste, volledige, Nederlandstalige editie van de Centuriën
op de
markt,
getiteld De profetieën van Nostradamus; op deze website
aangeduid als "de vertaling-Vreede-1941". De verkoopprijs was f
2,90.
De uitgave van De profetieën van Nostradamus vond plaats onder
moeilijke omstandigheden.
Verhulst was in conflict geraakt met de Duitse bezetter en de situatie
in Nederland verscherpte zich. De vertaler van de Centuriën, mr.
dr. Hendrik Houwens Post, gebruikte evenals andere auteurs en
vertalers wier werk door Servire werd uitgegeven, een pseudoniem: mr. dr.
W.L. Vreede.
Houwens Post (Surakarta, 18 september 1904 - Utrecht, 1 september 1986) woonde en
studeerde in Nederland van 1911
tot 1934. In die periode reisde hij
in de zomer meestal naar Frankrijk. In maart 1929 behaalde Houwens Post het doctoraal in Romanistiek (Frans, Italiaans en vulgair
Latijn). Daarna was hij een aantal jaren werkzaam als leraar Frans.
In 1932 voltooide hij in het kader van zijn studie Romanistiek
zijn proefschrift.
Begin 1934 vertrok Houwens Post naar Nederlands-Oost-Indië,
waar hij in Surabaya ruim een jaar werkzaam was als leraar Frans. In 1936 keerde
hij terug naar Nederland om Indisch Recht te
studeren aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. In juli 1940 behaalde hij
de meestertitel.
Vanwege de oorlog kon Houwens Post niet terugkeren naar
Nederlands-Oost-Indië. Van december 1940 tot juli 1956 was hij leraar
Frans aan het Gemeentelijk Gymnasium in Breda; daarna was hij tot 1974
Bijzonder Hoogleraar in de Portugese Taal en Portugese en Braziliaanse
Letterkunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Zijn interesse in
Portugees dateerde al uit 1921; vanaf 1938 bestudeerde hij
Portugese taal en literatuur.[2]
|
De
vertaling-Vreede-1941
De vertaling-Vreede-1941
bestaat uit 205 pagina's en is als volgt samengesteld:
-
Levensschets
(door Houwens Post).
-
Inleiding
tot de Profetieën (door Houwens Post).
-
De Brief aan César.
-
De kwatrijnen
01-01 t/m 06-100.
-
Een niet-genummerde "waarschuwing tegen domme
critici".
-
De kwatrijnen 07-01 t/m
07-44.
-
De Brief aan Henri II.
-
De kwatrijnen 08-01 t/m 08-100.
-
Aantekeningen
(de Franse brontekst van 29 kwatrijnen waarbij Houwens Post tijdens het
vertalen op onoverkomelijke moeilijkheden stuitte).
Uitgeverij
Schors, Amsterdam, en de vertaling-Vreede-1941
|

logo
uitgeverij Schors
|
Volgens vroegere medewerkers van
uitgeverij Servire is de vertaling-Vreede-1941 in de periode
1941-1945 niet herdrukt en na 1945 niet opnieuw door
Servire op de markt gebracht. Tot 1979 verscheen deze vertaling ook niet bij
andere uitgevers. Eind jaren '70
gaf Verhulst aan Nico Schors, directeur van uitgeverij
Schors in Amsterdam, toestemming om de vertaling-Vreede-1941 te gebruiken.
|
|

vertaling-Vreede-1941
Schors, 1982
|

Vandervoort-1998
|
Uitgeverij
Schors
heeft de vertaling-Vreede-1941 van 1979
tot 1997 talloze
malen in facsimile herdrukt (enkele jaren in ingebonden uitvoering, daarna als
paperback) onder dezelfde titel als in 1941: De profetieën van
Nostradamus. Op
de voorplaat was een horoscoopfiguur
afgebeeld, berekend voor
de Zonsverduistering die op 11 augustus 1999 om 11:17 Greenwich Mean
Time zou plaatsvinden. In de figuur waren Zon, Maan,
Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto afgebeeld. De posities van de cuspen waren
berekend met het Placidus-huizensysteem. In de eerste druk van de
heruitgave van de vertaling-Vreede-1941 was onder de horoscoopfiguur
de naam van de uitgeverij gedrukt. In latere drukken was de naam van
de uitgeverij vervangen door de vertaling die Houwens Post had
gemaakt van kwatrijn 10-72, het kwatrijn dat volgens sommige Centurie-onderzoekers
voorspellingen bevatte, gebaseerd op de Zonsverduistering van 11
augustus 1999.
In 1998 bracht uitgeverij
Schors Nostradamus - de grootste ziener aller tijden
- een introductie tot zijn leven, werk en profetieën op de markt,
geschreven door Jan Vandervoort. Vandervoort heeft de
vertaling-Vreede-1941 taalkundig herzien volgens de moderne Nederlandse
spellings- en grammaticaregels, een biografie geschreven
en voorspellingen beschreven die volgens hem zijn uitgekomen, misbruikt of
op soms lachwekkende wijze geïnterpreteerd. Onderzoek naar de werkwijze
van Vandervoort heeft uitgewezen dat in het hoofdstuk Wonderbaarlijke
interpretaties en "uitgekomen" voorspellingen veel materiaal
is verwerkt uit het hoofdstuk Verleden, heden en toekomst op
wonderbaarlijke wijze voorspeld door den Franschman Michel
Nostradamus in zijn "Les vrayes Centuries et Prophéties"
in de nationaal-socialistische publicatie
Hoe zal deze oorlog eindigen?...[3]
Vandaag de dag zijn de vertaling-Vreede-1941 en de facsimile-uitgaven ervan alleen tweedehands verkrijgbaar.
Zij maken deel uit van de collectie van sommige Nederlandse
universiteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.
Het boek van
Vandervoort is nog
steeds in de handel.
|
Bronteksten en
illustraties
In het hoofdstuk Inleiding tot de Profetieën schrijft Houwens Post dat zijn vertaling een volledige, Nederlandse weergave is,
in dezelfde volgorde, van de editie-Lyon-1558, die het Voorwoord aan
César bevat, de Centuriën 01 t/m 07, de
Brief aan Henri II en de Centuriën 08 t/m 10.[4]
Uitgeverij Schors heeft dit overgenomen op de achterkant van de facsimile-uitgave en
heeft het ook vermeld in de online-beschrijving van de inhoud van het boek van
Vandervoort en in de beschrijving van de inhoud van het boek van
Vandervoort op de achterkant.
Van de oorspronkelijke edities van de Centuriën is de
editie-Lyon-1558 nooit boven water gekomen. Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan
Nostradamus, astrologie en
de Bijbel, heeft uitgewezen dat Houwens Post andere bronteksten heeft
gebruikt. De brontekst van de kwatrijnen is
de fotokopie die de Fransman P.V. Piobb in 1927 heeft
gemaakt van de editie-Amsterdam-1668, getiteld Texte
intégral de Nostradamus - Réproduction agrandie en phototypie de l'édition
d'Amsterdam, 1668, précédée de la Lettre à César, son fils, d'après
l'édition de Lyon, 1558. Uit de Inleiding tot de
Profetieën blijkt dat Houwens Post de kopie-Piobb-1927 heeft
gekend.
Het onderzoek heeft verder uitgewezen dat Houwens Post voor de vertaling
van het Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II niet alleen de kopie-Piobb-1927
heeft gebruikt, maar ook de Duitse vertaling
van deze stukken van dr. Christian Wöllner, gepubliceerd in Das
Mysterium des Nostradamus (Leipzig, 1926).[5]
In de vertaling-Vreede-1941 staat geen parallelle Franse brontekst. In
de Inleiding tot de Profetieën staat van zes kwatrijnen de
Franse brontekst; in de Aantekeningen staat de Franse
brontekst van 29 kwatrijnen die Houwens Post niet volledig in het
Nederlands kon vertalen. In
de vertaling-Vreede-1941 staan zwart/wit reproducties van de
titelpagina van de editie-Amsterdam-1668 en van een pagina uit die
editie, waarop de laatste twee regels staan van kwatrijn 01-54, de
kwatrijnen 01-55 t/m 01-61 en de eerste twee regels van kwatrijn 01-62.
Deze pagina's zijn ook afgebeeld in Piobb's Le
Secret de Nostradamus et de ses célèbres prophéties du xvie siècle
(Parijs, 1927).
In de vertaling-Vreede-1941 is een
gravure van Nostradamus afgebeeld, vervaardigd door Jean Sauvé, met als onderschrift:
Dieu
se sert icy de ma bouche
Pour t'anoncer la verité.
Si ma prediction te touche
Rends grace a sa Divinité. Volgens
de Levensschets is deze gravure ontleend aan de
editie-Amsterdam-1668.[6]
Deze gravure kwam echter voor het eerst in Balthasar
Guynauds La
Concordance des propheties de Nostradamus avec l’histoire depuis Henry
II jusqu’a Louis le Grand – La Vie et l'Apologie de cet
Auteur. Ensemble quelques essais d'explications sur plusieurs de ses
autres Prédictions, tant sur le present que sur l'avenir (Parijs,
1693, 1709 en 1712). In de ochtendeditie van het Haagse
dagblad Het Vaderland van 29 augustus 1937 is deze gravure
gebruikt ter illustratie van het artikel Toekomst-komkommers -
Voorspellen van de toekomst voorziet in een behoefte aan orde,
geschreven door Menno ter Braak. In de editie-Amsterdam-1668 is een ander portret
afgebeeld.
Het
doel
van de vertaling-Vreede-1941
Volgens de Nederlandse journalist Adriaan van Dis heeft Houwens Post de Centuriën vertaald
om tegengas te geven aan nationaal-socialistische commentaren op de Centuriën
die
in Duitsland circuleerden.[7]
Deze opmerking kan niet in verband worden gebracht met de opmerking op
pagina 11 in de INLEIDING TOT DE PROFETIEËN dat bij menigeen de
fotokopie van de editie-Amsterdam-1668 in huis is gekomen en vanwege het
bevatten van zowel de authentieke teksten van de Centuriën als
de niet-authentieke, tot verkeerde gevolgtrekkingen kan leiden. Houwens
Post verwijst met deze opmerking naar Nederland, niet naar Duitsland.
In directe zin verwijst de "fotokopie van de
editie-Amsterdam-1668" naar de kopie-Piobb-1927, maar in indirecte
zin kan het een verwijzing zijn naar Hoe zal deze oorlog eindigen?,
de Nederlandse versie van een nationaal-socialistische brochure,
geschreven in november - december 1939, in april 1940 door uitgeverij
W.J. Ort in Den Haag in omloop gebracht in een oplage van 5000
exemplaren. Op pagina 41 van Hoe zal deze oorlog eindigen? staat
dat de (Franstalige, TvB) citaten afkomstig zijn uit de uitgave der
"Editions ADYAR - 4. Square Rapp Paris (VIIe)" - ("Texte
intégral) de Nostradamus - Reproduction agrandie en phototypie de l'édition
d'Amsterdam, 1668" i.e. de kopie-Piobb-1927.
Het perkamentachtig
kader op de
titelpagina van Hoe zal deze oorlog eindigen? met daarin de titel
LES VRAYES CENTURIES ET PROPHETIES is ontleend aan de voorplaat van de editie-Amsterdam-1668
cq.
de kopie-Piobb-1927. Dit kader is ook gebruikt op de omslag van de
vertaling-Vreede-1941, met daarin de titel DE PROFETIEËN VAN
NOSTRADAMUS. Op de omslag van Hoe zal deze oorlog eindigen?
is de titel in rood gedrukt. De titel van de vertaling-Vreede-1941 is
eveneens in rood gedrukt.
Dit alles in aanmerking nemend, is het in mijn ogen waarschijnlijk dat Houwens Post met
zijn vertaling van de Centuriën tegengas heeft willen geven aan Hoe zal deze oorlog eindigen?
en dat het ontwerp van de omslag van de vertaling-Vreede-1941
is geïnspireerd door de omslag en titelpagina van Hoe zal deze oorlog eindigen?.
 |
 |
 |
 |
| Omslag
editie-Amsterdam-1668 |
Titelpagina
"Pasteur" (1940) |
Omslag
"Pasteur" (1940) |
Omslag
vertaling-Vreede-1941 |
De
motieven van Houwens Post om tegengas te geven aan
nationaal-socialistische Nostradamus-commentaren i.c. Hoe zal deze
oorlog eindigen?, kunnen zijn
voortgevloeid uit zijn belangstelling voor de Centuriën,
ervaringen met "het paranormale" en het pan-europeanisme dat hij voorstond.
Uit de Inleiding tot de Profetieën blijkt dat
Houwens Post veel belangstelling had voor de Centuriën. Hij
beschrijft diverse onderzoeken van de Centuriën, waaronder die
van Piobb en De Fontbrune. Houwens Post kent aan de Centuriën een voorspellende waarde toe, getuige zijn koppeling van kwatrijn 01-03
aan de Franse Revolutie, kwatrijn 08-57 aan Napoleon Bonaparte en
kwatrijn 08-76 aan Oliver Cromwell.[8]
Noch uit de biografie over Houwens Post die is gepubliceerd, noch uit
zijn Inleiding tot de Profetieën blijkt dat hij
affiniteit had met astrologie of profetie. In zijn biografie staat een
visioenservaring beschreven. In de periode 1934-1936, tijdens een bezoek
aan de Borobodur in Jogyakarta, zou Boeddha hem in een
visioen de opdracht hebben gegeven een "Eurosattva"
te worden, een profeet van het Europeanisme. Nog in 1974 schreef hij in
een Franstalig manuscript: Être Européen est désormais une
religion, une fois religieuse, car tout Européen y aspire sans même
s'en rendre compte consciement. Het Europa dat Houwens Post voor ogen
had, verschilde van het Groot-Duitsland dat de nazi's voor ogen stond. Dit verschil in ideeën
zou voor Houwens Post aanleiding kunnen zijn geweest de Centuriën
te vertalen.
Houwens Post zou ook een ervaring hebben opgedaan met betrekking tot
reïncarnatie. In 1939, toen hij voor het eerst Lissabon bezocht, zou
hij tot
de overtuiging zijn gekomen in een vorig leven Portugees te zijn geweest.
Hij herkende er 16e-eeuwse kerken en paleizen, wist er de weg en hoefde
het Portugees niet te leren, maar het zich slechts te herinneren. Zijn
interesse voor Europa en Portugal kregen een gemeenschappelijke basis in de Kelten, die in het voor-Christelijk Europa hun Druïdische
cultuur over het gehele Europese continent hadden verspreid. Dit alles
culmineerde in het zich exegeet voelen van de 16e-eeuwse Portugese dichter
Luïs Vaz de Camoes, in wie hij een geestverwant had herkend. In 1942-1944
schreef Houwens Post een boek over Camoes. Daarvóór vertaalde hij de Centuriën.
De Centuriën sluiten in taalkundig opzicht aan bij Houwens
Posts studies van Frans en
Portugees. Oude aardrijkskundige benamingen als Pannonië,
Illyrië en Norica werden ook gebruikt in de Keltische tijd, waarin hij zich verdiepte. Verhulde
kritiek op nationaal-socialistische commentaren op de Centuriën
Houwens
Post heeft de voorspellingen in de Centuriën niet voorzien van
commentaar. Hij is ook niet ingegaan op de omstandigheden waarin
Nederland cq. Europa in 1940-41 verkeerde.
Houwens Post geeft geen gerichte kritiek op nationaal-socialistische commentaren
op de Centuriën en noemt ze niet met naam en toenaam. Tijdens de
literatuurstudie die aan dit artikel ten grondslag ligt, is niet
duidelijk geworden welke nationaal-socialistische commentaren
Houwens Post heeft gelezen. Hij levert zijn kritiek op deze commentaren
tussen de regels door, bijvoorbeeld als hij de vraag stelt "Is het niet altijd zo geweest dat men zich geen flauwe
voorstelling kan maken van hetgeen de toekomstige samenleving te zien
zal geven?" Zijn antwoord blijkt uit de bespreking
van kwatrijn 01-47, een kwatrijn dat door
sommige commentatoren is gekoppeld aan het falen van de in
1920 opgerichte Volkenbond: Algemeen
wordt tegenwoordig aangenomen, dat Nostradamus hiermede den Volkenbond
op het oog had. Men raadplege de vertaling verderop. Voor ons-menschen van dezen tijd is het inderdaad
niet zoo'n kunststuk om tot die conclusie te komen. Hoe zou echter een
commentaarschrijver uit b.v. 1780 op het idée moeten komen, dat er na
1918 een Volkenbond zou ontstaan, die zijn zetel in Genève zou krijgen
en die in gebreke zou blijven,op de wijze zooals Nostradamus dat
aangeeft, het gestelde doel te bereiken? Hij noemt geen jaartal en ook
het begrip "Volkenbond" komt in het vers niet voor.
Dezelfde moeilijkheid geldt voor ons met betrekking tot de verzen,
die op de toekomst slaan. Het jaar 3797 ligt nog verbazend ver weg; wie
weet, halen de menschen, die dan leven, minachtend hun schouders op voor
de vliegmachine![9] Het
antwoord van Houwens Post komt erop neer dat nakaarten relatief
eenvoudig is, maar dat uitleggen van de kwatrijnen met het oog op de
toekomst tot niets leidt vanwege de uiterst summiere aanwijzingen. Dat
gold niet alleen in 1780 voor 1920, het jaar waarin de Volkenbond werd opgericht,
het geldt ook voor zijn tijd, 1940-41 en dus ook voor het toekomstbeeld
dat in nationaal-socialistische commentaren op de Centuriën is geschetst. De
opmerking van Houwens Post dat mensen die anno 3797 leven, misschien
minachtend hun schouders ophalen voor de vliegmachine, kan verband
houden met de opmerking in Hoe zal deze oorlog eindigen?... dat Nostradamus
de Montgolfière (luchtballon), de duikboot en het zware geschut uit de
Eerste Wereldoorlog in zijn visioenen heeft gezien en in de kwatrijnen heeft
beschreven, evenals het luchtschip (de zeppelin) en het vliegtuig.[10]
In de Inleiding tot de Profetieën bespreekt Houwens Post drie groepen
onderzoekers: één, waartoe Piobb behoort, die zich baseert op wiskunde en
omlooptijden van planeten; één, waartoe De Fontbrune behoort, die zich baseert op taalkunde en
symboliek en één die zich baseert op de hypothese van
een Latijnse grondtekst van de kwatrijnen. Piobb probeert de kwatrijnen
niet alleen langs wiskundige weg te doorgronden, maar ook langs de weg
van de herleiding van een Latijnse grondtekst. Houwens Post meent dat de groep die zich
baseert op
taal en symboliek, het bij het rechte eind heeft. Volgens hem heeft De Fontbrune
de theorieën op het gebied van taal en symboliek het beste uitgewerkt. Toch is er volgens Houwens Post niemand volledig in geslaagd een
volledige schifting tot stand te brengen, op grond waarvan de kwatrijnen
die reeds vervuld zijn, apart kunnen worden gezet. Hij constateert
eveneens dat men altijd naar zich toe wil interpreteren en dat de
commentaarschrijvers vaak dezelfde verzen gebruiken, in de overtuiging
daarin iets van hun tijd te zien. Hij waarschuwt zijn lezers niet in
dezelfde fout te vervallen. Opnieuw levert hij in bedekte termen kritiek
op nationaal-socialistische Nostradamus-commentaren. Kwatrijn
03-58
Kwatrijn
03-58
|
Brontekst
(facsimile-Chomarat-2000)
Aupres du Rin des montaignes Noriques,
Naistra vn grand de gens trop tard venue:
Qui defendra Saurome & Pannoniques,
Qu'on ne sçaura qu'il sera deuenu.
Vertaling-Vreede-1941,
p.73
Dicht bij de Rijn in de Norische bergen
Zal een groote geboren worden uit menschen, die te laat gekomen
zijn.
Hij zal Saargebied en Pannonië verdedigen,
Zoodat men niet zal weten, wat er van hem zal zijn geworden. |
In kwatrijn
03-58 in de vertaling-Vreede-1941 staat een opmerkelijke vertalingsfout. De
brontekst van de derde regel van dit kwatrijn luidt: qui defendra Saurome &
Pannonie (vert.: die Sarmatië en Pannonië zal verdedigen). Volgens
Winkler is Saurome een benaming van het gebied tussen de
Weichsel en de Wolga; volgens Leoni is dit een oude benaming
voor Litouwen.[11]
Pannonië is een vroegere benaming voor Hongarije. In de vertaling-Vreede-1941
is het woord Saurome vertaald in Saargebied.[12]
Het
Saargebied, een gebied ten zuidoosten van Luxemburg, stond na
de Eerste Wereldoorlog tot 1935 onder bestuur van de Volkenbond en werd
na een referendum teruggegeven aan Duitsland.
Houwens Post heeft de vierde regel vertaald in "Zoodat men niet zal weten, wat er van hem zal zijn
geworden". Het lijkt alsof hij in zijn vertaling van de derde en vierde
regel van kwatrijn 03-58 heeft willen zinspelen op de opkomst van Hitler
en diens uiteindelijke ondergang.
De Meern, 16 oktober
2005
T.W.M.
van Berkel
bijgewerkt op 3
februari 2008
Noten
-
De informatie
over uitgeverij Servire en de heer Verhulst, oprichter en directeur,
is afkomstig van de heer F. Erkelens en mevrouw M. Plettenburg,
vroegere medewerkers van uitgeverij Servire, en uit Tony van
Verre ontmoet Carolus Verhulst - een radicale bruggenbouwer (Wassenaar,
1982). [tekst]
-
Zie
ook het artikel: Informatie over prof. dr.
mr. H. Houwens Post alias mr. dr. W.L. Vreede. [tekst]
-
Van Berkel:
Nostradamus - De grootste ziener aller
tijden (J. Vandervoort, NL, 1998).
[tekst]
-
Vreede, p.10.
[tekst]
-
Vreede, p.11 en
14; Van Berkel: De
vertaling-Vreede-1941 en de editie-Lyon-1558. [tekst]
-
Vreede,
p.7. [tekst]
-
Van Dis: Nostradamus,
een profeet voor duistere tijden, in NRC Handelsblad, 19
februari 1982. [tekst]
-
Vreede,
p.10-19. [tekst]
-
Vreede,
p.13-14. [tekst]
-
"Pasteur",
p.30. [tekst]
-
Winkler
(1939), p.38; Leoni,
p.611. [tekst]
-
Vreede, p.73.
[tekst]
|