|

vertaling-Vreede-1941,
NV Servire, Den Haag
|
De
vertaling-Vreede-1941
De
eerste keer dat een volledige, Nederlandse vertaling van de Profetieën
werd uitgegeven, was in 1941. Deze vertaling, gemaakt door prof. dr. mr.
H. Houwens Post onder het pseudoniem "mr. dr. W.L. Vreede",
verscheen bij uitgeverij NV Servire in Den Haag en was bedoeld om
tegenwicht te bieden aan de nationaalsocialistische brochure Hoe zal
deze oorlog eindigen?, die in april 1940 was verschenen bij W.J. Ort
in Den Haag. Na de oorlog werd de vertaling van Houwens Post, op deze Site aangeduid met de vertaling-Vreede-1941, niet
opnieuw uitgegeven. Eind jaren '70 kreeg Nico Schors, de toenmalige directeur van
uitgeverij Schors in Amsterdam toestemming om de vertaling-Vreede-1941
te gebruiken. In die tijd nam
de belangstelling voor esoterische en occulte literatuur sterk toe. Als
gevolg hiervan werd de vertaling-Vreede-1941 gedurende twintig jaar talloze malen herdrukt. Dit
gebeurde voor het laatst in 1994.
In De
vertaling-Vreede-1941 en de editie-Lyon-1558 is uitvoerig besproken
welke bronnen Houwens Post heeft gebruikt bij het maken van zijn
vertaling: de kopie die de Fransman P.V. Piobb in 1938
heeft gemaakt van de
editie-Amsterdam-1668 (onder toevoeging van een uit 1558 daterende
versie van de Brief aan César) en het boek Das Mysterium des
Nostradamus van de Duitser dr. Chr. Wöllner (Leipzig, 1926).
In De
profetieën van Nostradamus (mr. dr. W.L. Vreede, NL, 1941) is besproken op welke manier
Houwens Post zich keerde tegen nationaalsocialistische
Nostradamus-publicaties die in Duitsland waren verschenen.
Een
gemoderniseerde uitgave

Schors-facsimile-1979 |

Schors-facsimile-1992 |
Op de omslag van de facsimile-uitgave-1979 van de vertaling-Vreede-1941
was een horoscoop afgebeeld, berekend voor de Zonsverduistering van 11 augustus 1999,
11:17 GMT, Parijs, met daaronder de naam van de uitgeverij. In
latere drukken was een zilveren kleur aangebracht in de
horoscoopfiguur en was de naam van de uitgeverij vervangen door de vertaling
die Houwens Post had gemaakt van kwatrijn 10-72, dat volgens sommige Centurie-onderzoekers
betrekking heeft op de Zonsverduistering van 11 augustus 1999.
In het boek is niet vermeld uit welke bron deze horoscoopfiguur
afkomstig was of wie hem had berekend. Hij blijkt te zijn
overgenomen uit Nostradamus - Prophetische Weltgeschichte (dr.
N. Alexander Centurio, Bietigheim, 1968, pagina 55). De posities van de cuspen van deze
horoscoop waren berekend met het Placidus-huizensysteem. Met
aspectlijnen was aangegeven dat Zon conjunct Maan op 18 Leeuw
vierkant Mars op 18 Schorpioen stond en vierkant Saturnus op 16
Stier, en dat Mars en Saturnus vierkant stonden op Uranus op 14
Waterman. De aspecten Zon/Maan oppositie Uranus en Mars
oppositie Saturnus waren niet met aspectlijnen aangegeven. De
horoscoopfiguur was niet foutloos. Mercurius (1 Leeuw), Venus (2
Maagd retrograde), de Noordelijke en Zuidelijke Maansknoop
(respectievelijk 13 Leeuw en 13 Waterman) en het Pars Fortunae
(conjunct de Ascendant) waren niet ingetekend; bij Uranus,
Neptunus en Pluto was niet vermeld dat ze retrograde waren en
Neptunus, wiens positie 2 Waterman retrograde was, was
ingetekend in het laatste decanaat van Steenbok.
De naam "dr. N. Alexander Centurio" was het
auteurspseudoniem van de Duitse filoloog/historicus dr. phil. Alexander Max Centgraf (1893-1970), een actief
nationaalsocialist die tussen juni en december 1941 een
antisemitische en anticommunistische Nostradamusbrochure heeft
geschreven, waarvan een jaar later bij de genazificeerde uitgeverij
Hijman, Stenfert Kroese & Van der Zande NV te Arnhem een
Nederlandse vertaling verscheen, getiteld Voorspellingen
die uitgekomen zijn - Michel Nostradamus spreekt in 1558 over
het verloop en den uitslag van dezen oorlog. Na de
Tweede Wereldoorlog heeft Centgraf geen afstand genomen van zijn
nationaalsocialistische activiteiten, integendeel. In zijn
latere publicaties heeft hij materiaal verwerkt, afkomstig uit
de Duitse brontekst van Voorspellingen die uitgekomen zijn...
Centgrafs betrokkenheid bij het nationaalsocialisme is in
2003 aan het licht gekomen in het onderzoek van mijn collega
Ulrich Maichle naar nationaalsocialistische propaganda op basis
van de Centuriën (Die Nostradamus-Propaganda der
Nazis, 1939-1942, www.nostradamus-online.de).
Voordien was dit niet bekend. Het blijkt dan ook een ongelukkige
samenloop van omstandigheden te zijn geweest dat voor de
omslagen van de van 1979 tot 1992 herdrukte facsimile-uitgaven
van de vertaling-Vreede-1941, die bedoeld was als verzet tegen
de nationaalsocialistische brochure Hoe zal deze oorlog
eindigen? een afbeelding is gebruikt uit een boek van een Centurie-onderzoeker
die in vroeger jaren een actief nationaalsocialist is geweest en
de Centuriën heeft gebruikt voor psychologische
oorlogvoering.
De achtste druk van de vertaling-Vreede-1941, uitgebracht in 1992, was voorzien van een nieuwe omslag,
ontworpen door Chris Kok. Hierop
was een zuilengalerij afgebeeld met zicht van bovenaf op een wolkendek. Aan de bovenzijde van de cover
stonden de woorden Kijken in de toekomst.
|
|

Vandervoort-1998
|
Het feit dat de vertaling-Vreede-1941 tot in de jaren '90 ongewijzigd
werd herdrukt, betekende dat er een vertaling van de Profetieën in
omloop was, die was geschreven volgens sterk verouderde spellings- en
grammaticaregels. In
1998 verving uitgeverij Schors de herdruk van de vertaling-Vreede-1941 door Nostradamus De
grootste ziener aller tijden, geschreven door Jan Vandervoort. Dit boek bevat een taalkundig gemoderniseerde versie van de
vertaling-Vreede-1941, een biografie over Nostradamus, beschrijvingen
van voorspellingen
die zijn uitgekomen, misbruikt of op soms hilarische wijze
geïnterpreteerd en recepten voor pillen, elixers en
schoonheidsmiddelen.
De omslag van Nostradamus De grootste ziener aller tijden
is ontworpen door Studio Paul C. Pollmann in Amsterdam. De
achtergrond is voorzien van een doorlopende afbeelding van de
oud-Franstalige tekst van de kwatrijnen 01-01 en 01-02. Een
portret, Nostradamus voorstellend, staat op de voorgrond, met
links ervan foto's van achtereenvolgens de conferentie in Jalta
van de Britse premier Churchill, de Amerikaanse president
Roosevelt en de Russische dictator Stalin, Arabische vrouwen met
een machinegeweer, een astronaut op de maan en pantservoertuigen
die bezig zijn aan een opmars. Op de achterzijde staan foto's
van de Britse premier Thatcher en de lancering van een raket.
Volgens het voorwoord onderscheidt Nostradamus De grootste ziener aller
tijden zich van publicaties die
dubieuze interpretaties bevatten, sensationeel zijn met soms schokkende
foto's of tot stand zijn gekomen via gesprekken met de ziener
zelf of een gechannelde dialoog.
De eerste druk van Nostradamus De grootste ziener aller tijden
kwam in omloop op 19 oktober 1998.
De tweede druk, een herdruk met een omslag die in een paar
details is gewijzigd, dateert uit oktober 2001, een maand na de aanslag
op het World Trade Centre in New York. De derde druk, eveneens
ongewijzigd, dateert uit 2008.
Tijdens mijn onderzoek naar nationaalsocialistische en geallieerde Nostradamus-publicaties
signaleerde ik overeenkomsten tussen het
hoofdstuk Wonderbaarlijke interpretaties en 'uitgekomen'
voorspellingen in het boek van Vandervoort en het hoofdstuk VERLEDEN, HEDEN en TOEKOMST Op wonderbaarlijke
wijze voorspeld door den Franschman MICHEL NOSTRADAMUS in zijn
"Les vrayes Centuries et Prophéties" in Hoe zal deze oorlog eindigen?
(Den Haag, 1940), een nationaalsocialistische Nostradamus-publicatie. Deze overeenkomsten
wijzen erop dat Vandervoort teksten heeft overgenomen uit Hoe zal
deze oorlog eindigen?, zonder dat hij de titel ervan heeft vermeld. De
overeenkomsten strekken zich niet alleen uit tot de uitleg over de
voorspellingen die zijn uitgekomen, maar ook tot de Nederlandstalige
teksten van de kwatrijnen in dit hoofdstuk van Hoe zal deze oorlog eindigen?.
In deze recensie wordt de inhoud van het boek van Vandervoort en zijn
werkwijze nauwgezet en kritisch besproken. Het doel van deze bespreking
is een antwoord te geven op de vraag in hoeverre de vervanging van de
vertaling-Vreede-1941 door Nostradamus De grootste ziener aller
tijden recht heeft gedaan aan de vertaling van Houwens Post en het
doel dat hem voor ogen stond.
|
De
aard van de modernisering van de vertaling-Vreede-1941
In het voorwoord
(p.8) is geschreven dat de vertaling van Houwens Post als uitgangspunt diende bij
het tot stand komen van de gemoderniseerde
versie. De modernisering betrof taalkundige aspecten; de inhoud is
vrijwel ongewijzigd gebleven. De modernisering behelsde het herschrijven
volgens de moderne Nederlandse spellings- en grammaticaregels en het
vervangen van ouderwetse bewoordingen door moderne bewoordingen. Waar nodig zijn veranderingen of
correcties aangebracht.
De gemoderniseerde versie bevindt zich op p.63-227. De
vertaling-Vreede-1941 heeft door de modernisering duidelijk aan
leesbaarheid gewonnen.
In dit deel van het boek geeft Vandervoort niet aan welke correcties en
woordvervangingen hij heeft doorgevoerd. Dit is jammer, temeer omdat een
volledige, parallelle Franse brontekst ontbreekt. Fouten die Houwens
Post tijdens het vertalen heeft gemaakt, zijn niet gecorrigeerd. Zijn
vertaling van Saurome in kwatrijn 03-58 in Saargebied in plaats
van in Sarmatië, is door Vandervoort overgenomen (vertaling-Vreede-1941,
p.73, Vandervoort, p.108). Bij de bespreking van dit kwatrijn op p.43 is
het woord Saurome wél vertaald in Sarmatië. De reden hiervan
wordt verderop in dit artikel besproken in de paragraaf
"Eigenaardige kwatrijnteksten".
Houwens Post had bij 29 kwatrijnen problemen met het vertalen. Hij
besloot de vertaling van deze kwatrijnen onvolledig te laten, dit met
annotatie aan te geven in de Nederlandse tekst en in een appendix de
Franse tekst van deze kwatrijnen op te nemen. In de gemoderniseerde
versie van Vandervoort is de vertaling van deze kwatrijnen onvolledig
gebleven en is de Franse tekst van deze kwatrijnen opgenomen in Appendix
I.
Algemene
kennis
Het scala
aan onderwerpen dat in Nostradamus De grootste ziener aller tijden
de revue passeert en de opmerkingen in het voorwoord
over het gehalte van dit boek
doet een grondige algemene kennis van het werk van Nostradamus
veronderstellen.
Vandervoort heeft in Appendix III, een lijst van aanbevolen boeken en
publicaties, getiteld "Literatuuroverzicht met wegwijzer", het
maximale aantal kwaliteitssterren toegekend aan onder andere Nostradamus
- ses origines, sa vie, son oeuvre (Salon-de-Provence, 1993 [1972]),
geschreven door dr. E. Leroy. De biografie die Vandervoort heeft geschreven over
Nostradamus, gaat echter niet veel verder dan
de biografie die Houwens Post destijds heeft geschreven. Legendes over
de afkomst van Nostradamus, door Leroy ontzenuwd, zijn door Vandervoort onverkort
beschreven, ondanks zijn hoge dunk van Leroys publicatie.
Op p.13 is Agen, de woonplaats van Jules-César Scaliger en van 1533 tot
ongeveer 1538 ook die van Nostradamus, tweemaal vermeld als Aken. Hierdoor ontstaat de indruk dat
Nostradamus enkele jaren in Duitsland heeft gewoond,
wat niet het geval is geweest.
Vandervoort wijdt een korte bespreking aan een horoscoop van Nostradamus,
berekend met hedendaagse software. De horoscoopfiguur die bij deze
berekening hoort, is afgebeeld op p.26. De geboortegegevens: 14 december 1503,
11:40 WPT Saint-Rémy de Provence. De Ascendant staat op 23:49:40
Vissen, het MC op 26:58:08 Boogschutter. Op p.28 staat een oudere, vierkante
horoscoopfiguur. Vandervoort heeft niet vermeld in welk boek deze figuur
is gepubliceerd. De geboortegegevens: 14 december 1503, 12:14 WPT Saint-Rémy de Provence.
De Ascendant staat op
11 Ram en het MC op 5 Steenbok.
Schrijver dezes geeft als aanvullende informatie dat twee bronnen wijzen
op een geboorte rond het middaguur. Ten eerste: een opmerking in een
brief van Nostradamus aan Laurens Tubbe, gedateerd op 15 oktober 1561 en
gepubliceerd in Amadou's L'astrologie de Nostradamus - dossier,
p.118-119. Daarin staat een configuratie die lijkt te verwijzen naar de
horoscoop van Nostradamus: le Soleil est réprésenté en haut, trois
planètes en bas (vert.: de Zon is hoog ingetekend, drie planeten
laag). Deze opmerking kan in verband staan met de positie van de Zon
op 2 Steenbok en die van Jupiter retrograde op 11 Kreeft, Saturnus
retrograde op 16 Kreeft en Mars retrograde op 19 Kreeft, bij een MC dat
zich in hetzij de laatste booggraden van Boogschutter bevindt hetzij de
eerste booggraden van Steenbok. Ten tweede: in Ianus Gallicus (1594),
in de sectie Brief Discours, staat: Michel de Nostredame [...]
naquit en la ville de Saint-Remy, en Provence, l'an de grâce 1503, un
jeudi 14 décembre, environ les douze heures de midi. Een exact
tijdstip vloeit uit deze opmerkingen niet voort. Astrologisch-technisch
gezien moet de geboortetijd eerst worden gecorrigeerd, aan de hand van
bijvoorbeeld belangrijke gebeurtenissen die zich in het leven van
Nostradamus hebben voorgedaan, alvorens zijn horoscoop kan worden
besproken. Het maakt nogal verschil of de Ascendant in Vissen staat of
in Ram, zoals het ook verschil uitmaakt of de Zon in Steenbok in 9
conjunct een MC in Steenbok staat of in Steenbok in 10 conjunct een MC in
Boogschutter. Vandervoort besteedt geen aandacht
aan dit probleem. Hij beargumenteert niet waarom hij als
geboortetijd 11:40 WPT Saint-Rémy-de-Provence aanhoudt. Niets in zijn
bespreking wijst erop of hij de geboortetijd heeft gecorrigeerd aan de
hand van belangrijke gebeurtenissen die zich in het leven van
Nostradamus hebben voorgedaan.
|

Wöllner,
1926
|
De
bronteksten van Houwens Post
Regelmatig
schrijft Vandervoort dat een editie-Lyon-1558 aan de basis heeft gelegen
van de vertaling-Vreede-1941, een opmerking die ook voorkomt in het
colofon van het boek, verzorgd door de uitgever. Zij nemen de
gegevens over die Houwens Post in 1941 heeft geschreven over de door hem
gebruikte bronteksten. Houwens Post schrijft op p.10 van zijn boek dat
enkele exemplaren van de uitgaven die uit 1555 en 1558 dateren, zijn
bewaard gebleven in verschillende bibliotheken in Frankrijk. Vandervoort
heeft deze opmerking onverkort overgenomen (Vandervoort, p.53). In de afgelopen eeuwen is
echter geen enkel exemplaar van deze editie
gevonden. Het bestaan van deze editie wordt door sommige kenners ernstig
betwijfeld, om uiteenlopende redenen.
In De
vertaling-Vreede-1941 en de editie-Lyon-1558 is met tal van
argumenten aangetoond dat de
uitspraken van Houwens Post en Vandervoort op een misverstand berusten.
De voornaamste hiervan zijn dat de kwatrijnen 06-100, 07-43 en 07-44 voor het eerst
zijn gepubliceerd in
de editie-Sève-1605; zij komen in geen enkele eerder gedateerde editie
voor. In het boek van Houwens Post staan alléén afbeeldingen uit de
editie-Amsterdam-1668. In het boek van Vandervoort staan naast
afbeeldingen uit de editie-Amsterdam-1668 ook afbeeldingen uit de
editie-Bonhomme-1555 en één van de Du Rosne-varianten (1557). Er staat
géén afbeelding in uit een editie-Lyon-1558. De titel die Vandervoort geeft op p.238 (Les vrayes centuries et propheties de
maister Micheld Nostradamus, Lyon, 1558) is in werkelijkheid de
titel van de editie-Amsterdam-1668. Verder is gebleken dat de afwijkende
tweede bijbelse chronologie in de Brief aan Henri II in de
vertaling-Vreede-1941 niet is vertaald uit een editie-Lyon-1558, maar uit Wöllners Das Mysterium des Nostradamus (Leipzig,
1926). Wöllner, die als brontekst de weergaven van de kwatrijnen en
brieven gebruikte in Le Pelletiers Les Oracles de Michel Nostradamus
(1867), heeft dit gedeelte van de Brief aan Henri II herzien. Houwens
Post heeft deze herziening vrijwel geheel overgenomen.
Uit verder onderzoek dat schrijver dezes heeft uitgevoerd, is gebleken
dat Houwens Post ook bij de vertaling van de Brief aan César af en toe
de vertaling van Wöllner heeft vertaald. De woorden anaragonique
révolution bijvoorbeeld zijn door Wöllner vertaald in dann nähert sich die
Welt einer sowohl todbringenden als lebenzeugenden Umwälzung
(Wöllner, p.83). Houwens Post heeft deze Duitse vertaling vertaald in nadert
de wereld tot een zowel den dood brengende, als het leven vernieuwende
omwenteling (vertaling-Vreede-1941, p.31). Vandervoort heeft deze
vertaling overgenomen (Vandervoort, p.68).
De bronteksten die Houwens Post heeft gebruikt, zijn de kopie-Piobb-1938 (een kopie van de editie-Amsterdam-1668 onder toevoeging
van de Brief aan César) en het commentaar-Wöllner-1926. Het idee dat de editie-Amsterdam-1668 berust op een editie-Lyon-1558,
berust op de verwijzing ernaar in de subtitel van de
editie-Amsterdam-1668: Reueües & corrigées suyuant les
premieres Editions imprimées en Auignon en l'an 1556. & à Lyon en
l'an 1558.& autres. Met uitzondering van de toevoeging &
autres is deze subtitel reeds gebruikt in de editie-Rouen-1649, die
de hoofdtitel Les vrayes centvries de Me Michel Nostradamus had.
Deze subtitel zegt niets over de inhoud.
Houwens Post kan op grond van de subtitel van de editie-Amsterdam-1668
te goeder trouw hebben gedacht dat hij in de vorm van de kopie-Piobb-1938 een herziene versie in handen had van een editie die in
1558 in Lyon was uitgegeven, en die versie hebben opgevoerd als een
editie-Lyon-1558. Hij kan die versie ook hebben opgevoerd in een poging
zijn feitelijke bronteksten te camoufleren. De Gestapo immers had eind
1940 in Frankrijk een boek van De Fontbrune sr. in beslag genomen en de
belangrijkste brontekst van Houwens Post was er één van Franse origine:
de kopie-Piobb-1938. Hoe dit ook zij, het is beter en correct dat schrijvers de
titels vermelden van de boeken die zij feitelijk hebben gebruikt, dan
dat zij op grond van een verwijzing naar een vroegere uitgave suggereren
dat zij die vroegere uitgave in handen hebben gehad en gebruikt. Een
correct handelen in deze voorkomt misverstanden.
|

Hoe
zal deze oorlog eindigen?
|
Eigenaardige
kwatrijnteksten
Vandervoort
heeft de vertaling-Vreede-1941 taalkundig gemoderniseerd en een aantal
malen veranderingen en/of correcties aangebracht, zonder deze te
specificeren. De 29 kwatrijnen
die Houwens Post onvolledig heeft vertaald, zijn in het boek van Vandervoort
even onvolledig vertaald gebleven. De Franse tekst van deze
kwatrijnen staat in Appendix I.
Kwatrijn 09-34 is één van de kwatrijnen die Houwens Post niet volledig
kon vertalen. Op p.32 en p.199 in het boek van Vandervoort staan Nederlandstalige
versies. Deze verschillen van elkaar. In de versie op
p.32 is de eerste regel zonder voorbehoud vertaald; in de versie op
p.199 is er voorbehoud gemaakt, in navolging van Houwens Post. In de Franse tekst op p.225 staat
in de tweede regel het woord thuille, dat in de
tekst op p.32 is vertaald in "Tuilerieën" en in de tekst op
p.199 met "dakpan" (modern-Frans: tuile). In beide Nederlandse
versies staat in de derde regel de aanduiding: vijfhonderd. In de Franse
tekst op p.225 staat niet cinq cent (vijfhonderd), maar cinq (vijf). Ook
op p.203 van de vertaling-Vreede-1941 stond het woord cinq in
plaats van de woorden cinq cens. In de tekst van dit
kwatrijn in de editie-Amsterdam-1668 (p.104) staat wél cinq cens. In de derde en vierde regel
van de versie op p.32 staat dat Saulce de zoon is van een
oliehandelaar. Dat gegeven is een interpretatie van de Franse tekst in
plaats van een vertaling en komt niet voor in de vertaling van
kwatrijn 09-34 op p.199.
Dit is slechts één voorbeeld. De teksten van een groot aantal andere
Nederlandstalige kwatrijnen in dit hoofdstuk wijken eveneens af van de gemoderniseerde
vertaling verderop in het boek.
Kwatrijn
09-34
|
Vandervoort 1998, p.32. |
Vertaling-Vreede-1941,
p.174
Vandervoort 1998, p.199. |
Vertaling-Vreede-1941,
p.203.
Vandervoort 1998, p.225. |
|
De eenzame
echtgenoot zal gekroond worden met de mitra
Bij zijn terugkeer zullen er vijfhonderd de Tuilerieën
bestormen
Hij zal verraden worden door Narbonne en Saulce,
de zoon van een oliehandelaar. |
....*
onder
de echtgenoot zal een mijter dragen.
De terugkeer van het conflict zal de dakpan voorbijgaan.
Door vijfhonderd zal een verraad aangeduid worden.
Narbonne en Saulce hebben door messen olie. |
La part sous
mary sera mitré.
Retour conflict passera sur la thuille
Par cinq un trahyr sera tiltré
Narbon & Saulce par couteaux avons d'huille. |
Door deze verschillen
rijzen vragen over de werkwijze van Vandervoort. Eén van de vragen is
waarom hij een onvolledige vertaling van kwatrijn 09-34 door Houwens
Post onvolledig heeft gelaten, terwijl hij beschikte over een volledige
vertaling die inhoudelijk afwijkend is. En wat te denken van de ruim twintig
andere kwatrijnen in het hoofdstuk Wonderbaarlijke
interpretaties en 'uitgekomen' voorspellingen die verschillen van de
gemoderniseerde vertaling verderop in het boek, kwatrijnen die stuk voor
stuk worden uitgelegd als zijnde uitgekomen.
Schrijver dezes is van mening dat Vandervoort deze kwatrijnen niet zelf heeft
geïnterpreteerd, maar
de interpretaties van deze kwatrijnen en de bijbehorende
kwatrijnteksten vrijwel altijd zonder bronvermelding heeft overgenomen uit andere
publicaties. Slechts bij
één van deze overnames noemt hij een schrijver: De Fontbrune.
In mijn onderzoek naar
nationaalsocialistische en geallieerde
Nostradamus-publicaties stuitte ik op een vrije Duitse vertaling van de kwatrijnen 01-01 en 01-02
in een brochure, getiteld Die Prophezeiungen des Nostradamus,
deel 18 uit de serie Informations-Schriften (1940, kortheidshalve
aangeduid met Brochure-18-D). Deze vrije vertaling blijkt te zijn
gemaakt door dr. Bruno Winkler (Und dies geheimnisvolle Buch...! Das
Leben des Michel Nostradamus, Görlitz, 1937, p.80). Winkler
heeft deze vrije vertaling ook gepubliceerd in Nostradamus
und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (Görlitz,
1939, p.12).
De Nederlandse vertaling van deze vrije Duitse vertaling staat in
de Brochure-18-NL en - in iets andere bewoordingen - op p.13 van Hoe
zal deze oorlog eindigen?, een nationaalsocialistisch
propagandaboekje, uitgegeven door W.J. Ort, Den Haag, 1940. Volgens
de inleiding zou dit boekje in 1940 door een Nederlander zijn vertaald
uit nagelaten werken van een Fransman. Uit de notulen van vergaderingen
op Goebbels' Propagandaministerie (Boelcke: Kriegspropaganda 1939-1941)
kan worden afgeleid dat Goebbels
in november 1939 opdracht heeft gegeven aan Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, een gepensioneerd officier, werkzaam bij het
Propagandaministerie als buitengewoon hoofd van de afdeling Auslandspresse, tot het
schrijven van dit boekje. Anderen
die er bemoeienis mee hebben gehad, waren prof. dr. Karl Bömer, hoofd
van de afdeling Auslandspresse in het Propagandaministerie en Leopold Gutterer, destijds hoofd
van de afdeling Propaganda in het Propagandaministerie. De samenstellers hebben grote delen tekst overgenomen uit
boeken van de Duitsers Loog (1921), Kritzinger (1922), Noah (1928) en Winkler (1939),
en uit een boek van de Fransman De Fontbrune [sr.] (1939 [1938]). Vanaf april 1940 is dit boekje in diverse talen
uitgegeven, waaronder het Engels en het Zweeds. De Zweedse uitgave
verscheen bij Stockholms bokindustrie ab en staat op naam van Norab; een
gangbare Scandinavische familienaam. Bij die uitgeverij verscheen ook de
Engelstalige uitgave, eveneens op naam van Norab. Norab is het
pseudoniem van de Zweedse baron Lage
Fabian Wilhelm Staël von Holstein (1886-1946), die een reeks
nationaalsocialistische propagandaboekjes
heeft geschreven, waarvan er één in het Nederlands is vertaald onder de
titel Kan Engeland den oorlog winnen? De Zee oorlog en de neutralen
(Den Haag, 1940).
In het boek van Vandervoort staat de gemoderniseerde vertaling van de
kwatrijnen 01-01 en 01-02 op p.73. In het hoofdstuk Inleiding bij de
Profetieën staat op p.56 een afwijkende Nederlandstalige versie van
deze kwatrijnen. Deze versie stemt woordelijk overeen met de versie
in Hoe zal deze oorlog eindigen?, die een vertaling is van de
Duitse vrije vertaling van deze kwatrijnen in Winklers Nostradamus
und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (Görlitz,
1939). Men moet hierbij in het
oog houden dat een letterlijke Nederlandse vertaling van de kwatrijnen
01-01 en 01-02 alleen de vertaling op kan leveren, gemaakt door Houwens
Post en weergegeven door Vandervoort op p.73. Het is onmogelijk dat de
Nederlandse tekst van deze kwatrijnen die op p.56 van het boek van Vandervoort
is afgedrukt, het resultaat is van een letterlijke vertaling.
Kwatrijnen 01-01 en 01-02
|
Editie-Amsterdam-1668,
p.1. |
Vertaling-Vreede-1941, p.34.
Vandervoort 1998, p.73. |
"Pasteur", 1940, p.13;
Vandervoort 1998, p.56. |
Winkler 1937, p.80;
Winkler 1939, p.12. |
|
Estant
assis, de nuict secret estude,
Seul, reposé sur la selle d'airain?
Flambe exigue, sortant de solitude
Fait proserer qui n'est à croire en vain. |
's
Nachts, gezeten voor de studie van verborgen dingen,
Alleen, rustend op de bronzen zetel:
Een klein licht, dat uit de eenzaamheid ontspruit,
Doet ontluiken, wat niet als ijdel te verwerpen valt. |
Zit
ik 's nachts, ontvankelijk voor geheime dingen,
In diepe eenzaamheid, op een harde zienerstroon,
Dan laat mij een verloren vonkje weldra hopen,
Dat mijn geloof op juiste wijze zal worden beloond. |
Sitz
ich des Nachts, geheimen Dingen offen,
In stiller Einsamkeit auf ehrnem Seherthron,
Lässt bald mich das verlorne Flämmchen hoffen,
Dass meinem Glauben wird der rechte Lohn. |
|
La
verge en main mise au milieu des branches,
De l'onde il moulle & le limbe & le pied,
Un peur & voix fremissent par les manches,
Splendeur divine, le devin pres s'assied. |
Met
de staf in de handen, midden in de takken geplaatst,
Maakt hij met het water zowel de zoom als voeten nat.
Een gevoel van vrees en een stem trekken omhoog door de armen
heen.
Goddelijke verhevenheid. Het goddelijke komt nader. |
Als
ik de roede in de handen vat,
Besproeit weldra de golf mij zoom en voeten,
Ik hoor een stem dan en verbleek,
O hemels licht, hier is het goddelijke! |
Wenn
ich die Rute mit den Händen fasse,
Netzt bald die Welle Saum und Füsse mir.
Ich höre eine Stimme und erblasse.
Himmlisches Licht! Das Göttliche ist hier! |
Vergelijking
van Hoe zal deze oorlog eindigen? met het boek van Vandervoort heeft uitgewezen dat
Vandervoort uit Hoe zal deze oorlog eindigen? zowel de uitleg van
een aantal kwatrijnen als de Nederlandse vertaling
ervan heeft overgenomen. In het geding zijn de
kwatrijnen 01-01, -02, -35, -36, -47 en -60, de kwatrijn 02-68, -75 en
-100, de kwatrijnen
03-13, -35 en -58, de kwatrijnen 05-28 en -57, kwatrijn 06-20, de kwatrijnen 07-13
en 08-60 en de kwatrijnen 09-18 en -34. Een aantal malen heeft hij
teksten letterlijk overgenomen, een aantal malen komen teksten in
hoofdlijnen overeen. De volgorde waarin Vandervoort deze kwatrijnen
heeft besproken, is identiek aan die in Hoe zal deze oorlog
eindigen?. Een aantal malen heeft Vandervoort de tekst woordelijk
overgenomen, een aantal malen heeft hij de belangrijkste elementen ervan
samengevat. Een andere aanwijzing dat Vandervoort materiaal heeft
overgenomen uit Hoe zal deze oorlog eindigen? is de aanduiding op
pagina 39 van Nostradamus De grootste ziener aller tijden van
kwatrijn 06-20 als het twintigste kwatrijn van de vijfde Centurie, een
aanduiding die ook voorkomt op pagina 23 van Hoe zal deze oorlog
eindigen?.
De volgende voorbeelden illustreren de veronderstelde werkwijze van Vandervoort. Hij schrijft op p.36: Nostradamus
heeft minstens een dozijn kwatrijnen gewijd aan Napoleon Bonaparte.
Op p.18 van Hoe
zal deze oorlog eindigen? staat:
Daar
wij ons nu toch bij Napoleon Bonaparte bevinden, verdient het wel de
aandacht dat Nostradamus aan hem ongeveer een dozijn van zijn
vierregelige verzen heeft gewijd.
Naar aanleiding
van kwatrijn 07-13 schrijft Vandervoort op p.37:
Frappant
detail is, dat Nostradamus als hij doelde op Napoleon, schrijft over het
'geschoren hoofd'. Bekend is dat Napoleon zijn haar ook daadwerkelijk
kort droeg.
Op p.19 van Hoe
zal deze oorlog eindigen? is dit als volgt beschreven:
Hij
spreekt, wanneer hij Napoleon bedoelt, van het "Geschoren
hoofd"! Napoleon droeg, in tegenstelling tot de mode van zijn tijd,
zooals bekend mag worden verondersteld, kortgeschoren haar.
Als derde voorbeeld:
Vandervoorts vertaling en bespreking van kwatrijn 08-60 op
p38-39. Hij schrijft dat in dit
kwatrijn het einde van de oorlog is voorspeld. Vandervoort bedoelt hiermee de
Eerste Wereldoorlog en vertaalt de eerste regel (Premier en Gaule,
premier en Romanie) in Als eerste in Gallië, als eerste in
Italië. In de gemoderniseerde vertaling-Vreede-1941 staat: De
eerste in Gallië, de eerste in Romanië (p.189).
In Hoe zal deze
oorlog eindigen? staat op p.22:
Het
einde van den wereldoorlog tenslotte wordt opgetekend in VIII, 60. Het
vers luidt vertaald als volgt: Als eerste in Gallië, als eerste in
Italië [...] Als
laatste voorbeeld de tekst van kwatrijn 09-34 op p.32 in het boek van Vandervoort.
Deze tekst komt overeen met de tekst op p.17 in Hoe zal deze oorlog
eindigen?
Kwatrijn
09-34
|
Hoe zal deze oorlog eindigen?, 1940, p.17.
|
Vandervoort 1998, p.32. |
|
De
eenzame bedroefde echtgenoot zal gekroond worden met de mitra.
Bij zijn terugkeer zullen er vijfhonderd een stormloop op de
Tuilerieën ondernemen.
Hij zal verraden worden door den veelbetitelden Narbonne.
Een zoon en nakomeling van oliehandelaren, Saulce genaamd, zal
hem overleveren aan de bewakers. |
De eenzame
echtgenoot zal gekroond worden met de mitra
Bij zijn terugkeer zullen er vijfhonderd de Tuilerieën
bestormen
Hij zal verraden worden door Narbonne en Saulce,
de zoon van een oliehandelaar. |
Op de pagina's 42 en 43 schrijft Vandervoort dat de Fransman Dr. de Fontbrune
de kwatrijnen 02-75, 02-100 en 03-58 heeft gekoppeld aan de Tweede
Wereldoorlog. Verder schrijft hij dat de Duitsers kwatrijn 03-58
regelmatig hebben gebruikt voor propaganda. Met deze opmerkingen
verwijst Vandervoort in bedekte termen naar Hoe
zal deze oorlog eindigen?, waarin de naam van De Fontbrune een
aantal malen is genoemd. De Nederlandstalige versies in het hoofdstuk Wonderbaarlijke
interpretaties en 'uitgekomen' voorspellingen van de kwatrijnen
02-75, 02-100 en 03-58 zijn taalkundig gemoderniseerde versies van de
versies in Hoe zal deze oorlog eindigen?.
In Appendix III (Literatuuroverzicht met 'wegwijzer'), een
literatuurlijst waarin Vandervoort literatuur aanbeveelt, komt de titel Hoe
zal deze oorlog eindigen? niet voor.
Samenvatting
en conclusie
Vandervoort heeft een
leesbare taalkundige herziening gemaakt van de vertaling-Vreede-1941,
waardoor deze vertaling gemakkelijker toegankelijk is. Echter, om
verschillende redenen is de kwaliteit van zijn boek in negatieve zin
aangetast. De kennis die Vandervoort heeft over het leven en werk van
Nostradamus is onvoldoende. De biografie die hij heeft geschreven is in
sommige opzichten achterhaald. Hij laat astrologische verschillen tussen
twee horoscopen van Nostradamus onbesproken. Er is geen bewijs voor zijn
veronderstelling dat Houwens Post een editie-Lyon-1558 heeft gebruikt.
Verder heeft hij vertaalfouten van Houwens Post niet gecorrigeerd,
terwijl deze fouten gemakkelijk gevonden kunnen worden als de
Nederlandse tekst wordt vergeleken met het Franse origineel (hetzij de
editie-Amsterdam-1668, hetzij de kopie-Piobb-1938). Ten slotte is gebleken dat Vandervoort verschillende bronnen naast
elkaar heeft gebruikt zonder verdere aanduiding, waarvan er één politiek gezien
beladen is, te weten nationaalsocialistisch. Het
wrange is dat materiaal, afkomstig uit Hoe zal deze oorlog eindigen?,
een nationaalsocialistische Nostradamusbrochure, is opgenomen in een boek dat een
herziening bevat van een vertaling, die destijds was gemaakt om aan Hoe
zal deze oorlog eindigen? tegenwicht te bieden.[1]
Vandervoorts verwijzingen ernaar in bedekte termen doen vermoeden dat het
twijfelachtige karakter van deze brochure hem niet is ontgaan. Het
is een goede zaak dat uitgeverij Schors heeft besloten de
vertaling-Vreede-1941 te laten vervangen door een taalkundig moderne
versie. Vandervoort heeft er een leesbare tekst van gemaakt.
Wat betreft de informatie over Nostradamus en zijn werk, de uitleg van
de kwatrijnen, de tegenstrijdige vertaalversies en de ongenoemde
bronnen, waarvan er één in politiek opzicht uiterst beladen is, te
weten de brochure Hoe zal deze oorlog eindigen?, moet
worden gezegd dat Vandervoort zich niet goed heeft gekweten van zijn
taak. Gelet op het doel dat Houwens Post in 1941 voor ogen had, het
tegenwicht bieden aan Hoe zal deze oorlog eindigen?,
is dat erg betreurenswaardig. Addendum:
Jan Vandervoort
De
vraag is hoe het mogelijk is dat iemand, die een verouderde vertaling
van de Centuriën, bestaande uit 944 kwatrijnen en twee lange
brieven (het Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II), taalkundig
moderniseert, er in begeleidende hoofdstukken voor kiest zijn
gemoderniseerde versies, die hem toch veel werk hebben gegeven, te laten
voor wat ze zijn en andere versies te gebruiken.
Over Vandervoort is mij in mijn onderzoek niets bekend geworden. Op Internet en in catalogi van nationale bibliotheken zijn
geen andere publicaties van hem vermeld. Ik hou dan ook rekening
met de mogelijkheid dat achter de naam Jan Vandervoort meerdere personen
schuilgaan en dat degene die de Centuriën taalkundig heeft
gereviseerd niet degene is geweest die de hoofdstukken Wonderbaarlijke
interpretaties en 'uitgekomen' voorspellingen en Inleiding bij de
Profetieën heeft geschreven. De Meern, 1 november 2004
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 25 mei 2009
|
Nostradamus
De grootste ziener aller tijden
Auteur: J. Vandervoort
Uitgever: Schors, Amsterdam
ISBN 90 6378 401 5 Verkrijgbaar
in de boekhandel |
Noten
- Van Berkel: De
profetieën van Nostradamus (mr. dr. H. Houwens Post alias mr. dr. W.L.
Vreede, Den Haag, 1941). [tekst]
|