|
Bibliografische
informatie
In
1939 verscheen bij Ludendorffs Verlag GmbH in München, de
uitgeverij van de Bund für deutsche Gotterkenntnis, het boek Weissagungen,
geschreven door Hermann Rehwaldt (1896-1972), één van hun voornaamste
auteurs, met medewerking van een
zekere Hedwig Hentschen.[1]
Weissagungen is voorzien van tabellen en zwart/wit illustraties.
De
eerste druk had een omvang van 153 pagina's. De tweede druk, eveneens verschenen in
1939, had een omvang van 188 pagina's. De totale oplage van beide drukken was 17.000
exemplaren. Ten behoeve van dit artikel is de kritiek van Rehwaldt op Nostradamus
bestudeerd, zoals gepubliceerd op de pagina's 100 t/m 106 in hoofdstuk 8 in
de tweede druk van Weissagungen. Op de voorplaat van deze druk was een wereldbol
afgebeeld met daaromheen de Dierenriemtekens, die elk over een tijdperk
van 2100 jaar heersen.[2]
In Weissagungen trok Rehwaldt van leer tegen voorspellingen
waarin de ondergang van de wereld werd aangekondigd. In boeken als Das schleichende Gift - Der
Okkultismus, seine Lehre, Weltanschauung und Bekämpfung
(München,
1935) en Die kommende Religion - Okkultwahn als Nachfolger des
Christentums (München, 1936) fulmineerde hij tegen
occultisme. Zijn aanvallen op het occultisme en voorspellingen over
de ondergang van de wereld lagen in het verlengde van complottheorieën
van Mathilde
Ludendorff (1877-1966), de leidende kracht achter de Bund für
deutsche Gotterkenntnis, die stelde dat de Communistische
Internationale, de Jezuïeten, de Joden, de Rooms-katholieke
Kerk en de vrijmetselaars op internationaal niveau de handen ineen hadden
geslagen om de wereldheerschappij
te bemachtigen en Duitsland en andere landen in het verderf te storten.
Erich
en Mathilde Ludendorff en de Bund für deutsche Gotterkenntnis
Mathilde Ludendorff was de
echtgenote van Erich Ludendorff (1865-1937), die in de Eerste
Wereldoorlog de hoogste generaal was in het Duitse leger. In
november 1923 probeerden Ludendorff en Hitler de regering van de
Weimar-republiek omver te werpen (de Bierkellerputsch). Deze
poging tot staatsgreep mislukte. Hitler werd veroordeeld tot een
gevangenisstraf. Ludendorff werd tegen zijn zin vrijgesproken vanwege
zijn verdiensten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van 1924 tot 1928 was
hij afgevaardigde in de Reichstag van de Nationalsozialistische
Freiheitspartei.
Bij de presidentsverkiezingen in 1925 vergaarde Ludendorff in de eerste
ronde slechts 1,1 procent van de stemmen. Hij kreeg geen steun van
Hitler. Deze, nog in gevangenschap verkerend, riep zijn aanhangers op in
de tweede ronde op Hindenburg te stemmen. In 1928 brak Ludendorff met de
nazi's, die hij eveneens tot de samenzwerende krachten in de wereld
rekende. Hij was inmiddels beschermheer geworden van de Tannenbergbund,
een extreemrechtse organisatie die onder de leiding van zijn echtgenote
Mathilde in toenemende mate paganistische ideeën ontwikkelde en
allerlei complottheorieën over internationale samenzweringen tegen
Duitsland. Hoewel dit soort theorieën ook in nazi-kringen de ronde
deden, distantieerden de nazi's zich van het echtpaar Ludendorff, omdat
zij hun ideeën te radicaal en te transcendent vonden.
In 1933 verboden de nationaalsocialisten de Tannenbergbund en de
in 1930 door het echtpaar Ludendorff opgerichte
politiek-wereldbeschouwelijke beweging Deutschvolk. Kort voor
zijn dood in 1937 kreeg Ludendorff, die tot dan toe iedere vorm van
rehabilitatie door Hitler had afgewezen, van Hitler toestemming een
nationale religieuze vereniging op te richten: de Bund für deutsche
Gotterkenntnis.
In 1951 werd de Bund für deutsche Gotterkenntnis opnieuw
opgericht. In 1961 werd de bond verboden omdat zij staatsvijandig gezind
zou zijn en een voedingsbodem zou zijn van antisemitisme. Wegens
procedurefouten werd dit verbod in 1977 opgeheven, maar sindsdien wordt
de bond door de Verfassungsschutz nauwlettend in de gaten
gehouden.[3]
Datering
van Weissagungen
Op pagina 105
van Weissagungen heeft Rehwaldt geschreven dat een aantal kwatrijnen
is gekoppeld aan de Wereldoorlog en de jaren erna. Met de
"Wereldoorlog" bedoelde hij de Eerste Wereldoorlog, de enige actuele gebeurtenis die Rehwaldt in
relatie tot
de Centuriën heeft besproken.
Het Duitse leger viel Polen binnen op 1 september 1939. Kort erna werd Loogs
commentaar in Die
Weissagungen des Nostradamus dat Nostradamus in kwatrijn 03-57 voor
1939 gelijktijdig crises had voorzien voor Engeland en Polen, uitgelegd als de
vervulling van kwatrijn 03-57 in de vorm van de Duitse inval in Polen in september 1939.
Rehwaldt heeft Loogs
koppeling van kwatrijn 03-57 aan crises in Engeland en Polen in 1939 en de latere koppeling van dit kwatrijn aan
de Duitse inval in Polen niet bekritiseerd. Hij heeft wel kritiek
gegeven op Loogs koppeling van kwatrijn 07-35 aan het feit dat Henri III
in 1574 het koningschap over Polen neerlegde. Dit kan betekenen dat
het Duitse leger ten tijde van het voltooien van Weissagungen Polen
nog niet was binnengevallen. In dit artikel wordt dan ook aangenomen
dat Rehwaldt Weissagungen vóór 1 september 1939, de datum
waarop het Duitse leger Polen binnenviel, heeft voltooid.
Bronmateriaal
Volgens eigen
opgave heeft Rehwaldt Die
Weissagungen des Nostradamus: erstmalige Auffindung des Chiffreschlüssels
und Enthüllung der Prophezeiungen über Europas Zukunft und
Frankreichs Glück und Niedergang, 1555-2200 (C. Loog,
Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920]) geraadpleegd en Prophezeiungen
- Alter Aberglaube oder neuer Wahrheit? (dr. M. Kemmerich
München,
1911).[4]
Rehwaldt
versus de Centuriën
Rehwaldt heeft Nostradamus, de Centuriën en Centurie-onderzoekers
aangevallen met antisemitische uitspraken, beschimpingen,
complottheorieën en taalkundige argumenten. Hij bestempelde de Centuriën
als een duistere aangelegenheid van een halfjoodse Franse astroloog en kwakzalver
die pretendeerde helderziend te zijn en een goed gevoel voor zaken had.
Rehwaldt voegde hieraan toe dat Nostradamus een bijzondere
vriendschap had met "de strengkatholieke en occulte koningin
Cathérine de' Medici", die hem de horoscopen van haar vier zonen
liet uitleggen. Tijdgenoten van Nostradamus, te weten zijn medeburgers in
Salon-de-Provence, hielden Nostradamus volgens Rehwaldt voor een bedrieger,
evenals Rehwaldt zelf, die hem op één lijn stelde met de Duitser Hanussen en de Italiaan
Cagliostro, die hun tijdgenoten voor de gek hadden gehouden met het
voorwendsel dat zij over occulte gaven beschikten.[5]
Volgens Rehwaldt was Nostradamus een vooraanstaand lid van een
geheim genootschap, die in occulte kringen als een van de grootste
profeten en ingewijden gold. Om
de zienersgave van hun medebroeder Nostradamus aannemelijk te maken, had
het netwerk van helpers van geheime genootschappen het overlijden in 1559
van de Franse koning Henri II willens en wetens gekoppeld aan kwatrijn
01-35, terwijl er volgens Rehwaldt geen enkele aanwijzing was dat het
overlijden van Henri II in dit kwatrijn was voorspeld.
Tegenover zijn aanname dat de Centuriën in de tijd
waren verschenen waarin Nostradamus leefde
en geen voorspellingen bevatten die aansluitend op de erin beschreven
gebeurtenissen waren opgesteld, stelde Rehwaldt dat ze
zo duister zijn dat velen niet weten wat zij eraan
hebben, met uitzondering van commentatoren als Kemmerich en Loog, die volgens hem altijd manieren
vonden om een kwatrijn aan een gebeurtenis te koppelen.
Rehwaldt beschuldigde hen ervan de kwatrijnen niet op een voor de hand
liggende manier te hebben vertaald, maar aan Nostradamus neologismen te
hebben toegedicht en het gebruik van anagrammen om op die manier een
koppeling van een kwatrijn aan een bepaalde gebeurtenis te forceren. Hij
bekritiseerde de koppeling door Kemmerich en Loog van kwatrijn 01-35 aan
enerzijds het overlijden van Henri II en anderzijds
het ten einde lopen van het Huis Valois. Verder bekritiseerde hij Loogs
koppeling van kwatrijn 07-35 aan de manier waarop in Polen in de
zestiende eeuw de troonopvolging was geregeld en diens koppeling van
kwatrijn 09-20 aan de vlucht in 1791 van de Franse koning Louis XVI en
zijn arrestatie in Varennes. Uit Weissagungen komt naar voren dat
Rehwaldt juist deze drie commentaren had gekozen omdat het om naar
zijn mening beroemde kwatrijnen ging waarin Nostradamus tot in het
kleinste detail voorspellingen zou hebben gedaan. Kwatrijn 01-35 had
Nostradamus bij leven in één klap beroemd gemaakt. Rehwaldts kritiek
moest aan deze roem voorgoed een einde maken.
Kwatrijn
01-35
Rehwaldt stelde de koppeling van kwatrijn 01-35 aan
het overlijden van Henri II en het ten einde lopen van het Huis Valois
ter discussie. Volgens hem hadden Kemmerich
en Loog de vierde regel van kwatrijn 01-35 gekoppeld aan het ten einde
lopen van het Huis Valois op grond van de vertaling van
het woord chasses in deze regel in breuk. In de ogen van Rehwaldt hadden
zij voor deze onwaarschijnlijke vertaling gekozen omdat een vertaling in het meer voor de hand liggende jachtpartijen
niet tot een koppeling aan een gebeurtenis zou leiden.
Kwatrijn
07-35
Loog koppelde dit kwatrijn aan de kroning in 1573 van de
Hertog van Anjou tot koning van Polen en de gebeurtenissen erna op grond
van een duiding van de woorden La grande pesche in de eerste
regel. Volgens Loog had Nostradamus het woord Pesche
uit het Griekse woord pessikos (dobbelsteen)
gevormd. Nostradamus zou hiermee hebben willen zinspelen op de manier
waarop in Polen het koningschap was geregeld (verkiezingen,
omkoperijen).[6]
Rehwaldt
stelde dat geen enkel woord in kwatrijn 07-35 op Polen duidt of een
koningschap. Een letterlijke vertaling van de tekst van dit
kwatrijn was volgens hem niet mogelijk omdat in modern Frans niet het woord Pesche
voorkomt maar het woord pêche (vistuig, visserij); de
accent-circonflex boven de -e- is een samentrekking van de letters -e-
en -s- in pesche. Een vertaling in vistuig of visserij
zou echter niet leiden tot de koppeling van kwatrijn 07-35 aan een
gebeurtenis, wat volgens hem voor de occultisten, in dit geval Loog, reden
was om het
fenomeen "woordcreatie" er met de haren bij te slepen om zo een koppeling
tot stand te brengen tussen kwatrijn 07-35 en de gebeurtenissen in Polen
in 1574.
Kwatrijn
09-20
Loog had kwatrijn 09-20 gekoppeld aan de vlucht in 1791 van de
Franse koning Louis XVI naar Varennes. Volgens hem was het Franse woord Forest
in de eerste regel van kwatrijn 09-20 een afgeleide van het Latijnse
woord fores (deur); het woord pars in de
tweede regel een verkorte weergave van partes matrimonii (echtgenoten);
betekende het woord vaultorte in dezelfde regel dwaalweg en
was het woord Herne ontstaan uit het woord reine (koningin);
was het woord moyne in de derde regel een afgeleide van het
Griekse woord monos (alleen, verlaten); het woord noir
in dezelfde regel een omkering van roi (koning) en het
woord Cap. in de vierde regel een afkorting van het Huis Capet.[7]
Volgens Rehwaldt
had Loog door allerlei vondsten (anagrammen, neologismen enz.) zijn vertaling toegesneden op de gebeurtenis
in 1791 die hem voor ogen
stond, zodat hij kon aantonen dat de oude ziener Nostradamus
ook in het geval van dit kwatrijn alles precies en tot in détail had voorspeld,
zoals de grijze mantel die Louis XVI ten tijde van zijn vlucht
droeg.Een beangstigend gegeven, zo schertste Rehwaldt; de gelovige occultisten
moesten toch de koude rillingen over hun rug voelen lopen.
Kwatrijn
03-01
Rehwaldt heeft Loogs vertaling van en commentaar op kwatrijn 03-01
geciteerd. Volgens Loog heeft dit kwatrijn onmiskenbaar betrekking op
Engeland, gezien de aanduiding "Neptunus" in de eerste regel.
Volgens Loog zou Engeland aan het einde van de Eerste Wereldoorlog op
het hoogtepunt van haar macht verkeren. Hij betwijfelde echter of de
woorden Der rote Gegner wird vor Furcht bleich werden wenn er das
Weltmeer in Schrecken versetzt zouden verwijzen naar de angst van de Duitse sociaal-democratie vanwege
de gevolgen van de duikbootoorlog en de Engelse blokkade. Rehwaldt
bestempelde dit commentaar van Loog als verbluffend eenvoudig.
Enkele
kanttekeningen bij de kritiek van Rehwaldt
Rehwaldt is niet de enige die Nostradamus een bedrieger en oplichter
heeft genoemd en die kritiek heeft op de koppelingen die zijn gelegd
tussen sommige kwatrijnen en bepaalde gebeurtenissen. Tijdgenoten van Nostradamus
als Laurens
Videl, de schrijver van Déclaration des abus ignorances et seditions
de Michel Nostradamus (Lyon, 1558 [1557]) hebben hem behalve van oplichterij
ook van een gebrek aan astrologisch vakmanschap beschuldigd. In 1863
schreef de Franse Centurie-onderzoeker
Buget dat voorzover hij kon beoordelen geen
enkel woord in kwatrijn 01-35 van toepassing was op het overlijden van
Henri II. In tegenstelling tot de inhoud van het kwatrijn voerden noch Henri II, noch de graaf van Montgomery, zijn opponent, een leeuw als embleem en de helm die Henri II droeg was niet van
goud of verguld.[8] De
kritiek van mensen als Buget en Videl is inhoudelijk van aard. Rehwaldts kritiek
daarentegen is gefundeerd op de antisemitische
gedachte dat Nostradamus een halfjood was, wat betekende dat hij een oplichter
was en een bedrieger. Onder het voorwendsel
helderziend te zijn had deze slimme Jood de raadselachtige Centuriën in omloop
gebracht, een handige manier om geld te verdienen.
Rehwaldts antisemitische kritiek is niet steekhoudend.
Iemands gave, integerheid of talent kan niet worden beoordeeld op grond van
ras of geloof. Met dergelijke kritiek kan evenmin worden vastgesteld of
de voorspellingen in de Centuriën in vervulling kunnen gaan of
niet.
Volgens Rehwaldt was Nostradamus een vooraanstaand lid van een
geheim genootschap en hebben zijn medebroeders er alles aan gedaan om
hem beroemd te maken. Rehwaldt heeft niet vermeld van welk geheim
genootschap Nostradamus lid was; hij heeft hieromtrent in Weissagungen
een complottheorie gelanceerd zonder concrete bewijzen aan te dragen.
Rehwaldt heeft de Centuriën niet alleen willen ontkrachten door
ze te categoriseren als het product van een oplichter, maar ook door te
beschrijven welke volgens hem belachelijke huzarenstukjes Kemmerich en
Loog hadden uitgehaald om kwatrijnen aan gebeurtenissen te koppelen en
aannemelijk te maken dat Nostradamus tot in het kleinste detail
voorspellingen had gedaan. Naar zijn mening was de koppeling door
Kemmerich en Loog van de vierde regel van kwatrijn 01-35 aan het einde
van het Huis Valois geforceerd: het woord chasses in deze regel
was vertaald in breuk in plaats van in jachtpartij. Dit
argument is niet steekhoudend: in de vierde regel van kwatrijn 01-35
staat niet het woord chasses, maar het woord classes. Kemmerich
heeft de vertaling van het woord classes in breuk ontleend
aan de Franse Centurie-onderzoeker Anatole le Pelletier, die heeft
verwezen naar het Griekse woord klasis (fractuur, vertakking); Loog
schrijft eveneens over een breuk.[9]
Rehwaldt heeft ook Kemmerichs commentaar aangevallen op de
voorspelling van Nostradamus aan Cathérine de' Medici dat drie van haar
zonen koning zouden worden. Hij meende dat Kemmerich - die
hij voortdurend professor noemde terwijl Kemmerich een doctorsgraad
voerde - zich had vergaloppeerd door te schrijven dat
Nostradamus wijselijk had verzwegen dat de troonsbestijging door de éne
broer het gevolg zou zijn van de dood van de andere broer; voor Rehwaldt
stond het allerminst vast dat de kennis van Nostradamus zo ver reikte.
In de ogen van Rehwaldt verschilde deze voorspelling van die in de Centuriën
omdat Nostradamus zijn voorspelling aan Cathérine de' Medici
gebaseerd had op horoscopen, terwijl hij de Centuriën had
geschreven onder voorwending van helderziendheid.
Contrasten
In dit artikel wordt ervan
uitgegaan dat toen Weissagungen in 1939 werd uitgegeven, het
Duitse leger Polen nog niet was binnengevallen. Anders gezegd: ten tijde
van de uitgave van Weissagungen werden er nog geen
propagandistische Nostradamus-campagnes gevoerd. Tussen deze
Nostradamus-campagnes en de inhoud van Weissagungen met
betrekking tot Nostradamus en de Centuriën bestaan een aantal
verschillen.
Rehwaldts aanval
op Nostradamus en de Centuriën
maakte geen deel uit van een kruistocht tegen bijgeloof, maar van
een kruistocht tegen de door de Bund für deutsche Gotterkenntnis veronderstelde
internationale netwerken van Joden, Rooms-katholieken en vrijmetselaars die uit
zouden zijn op de wereldheerschappij. In november 1939, ná de
Duitse veldtocht in Polen en de koppeling ervan aan kwatrijn 03-57, vatte dr. Paul Joseph Goebbels, minister van
Volksvoorlichting en Propaganda in nazi-Duitsland, het plan op de Centuriën
te gebruiken voor psychologische oorlogvoering. Hiermee wilde hij het bijgeloof uitbuiten
dat onder zijn tegenstanders leefde, om hen zo te
demoraliseren. De raadselachtige bewoordingen van de Centuriën zouden
de campagnevoerders in staat stellen ze naar believen uit te leggen.
Voor de nationaalsocialistische Nostradamus-campagnevoerders was de joodse
afkomst van Nostradamus geen beletsel om
de Centuriën te gebruiken voor psychologische oorlogvoering. In een notitie die
vermoedelijk uit eind juni 1940 dateert, schreef dr. Werner Wilmanns,
die de Zwitserse astroloog/statisticus Karl Ernst Krafft in mei 1940 had
gevraagd een Nostradamusbrochure te schrijven, dat dr. Heinrich Fesel,
hoofd van Amt VII van het Reichssicherheitshauptamt, van mening
was dat het doelmatig was om de Centuriën te gebruiken voor
psychologische oorlogvoering en dat Nostradamus hooguit een
halfjood was.[10]
Aan een voor Zwitserland bestemde versie van Kraffts brochure Nostradamus
sieht die Zukunft Europas zouden een aantal alinea's
toe moeten worden gevoegd waaruit zou blijken dat Nostradamus een halfjood was. Deze
versie is voorzover bekend niet in omloop gekomen. In de vertalingen van
Nostradamus sieht die Zukunft Europas die in 1941 in omloop zijn
gekomen, is over de joodse afkomst van Nostradamus niets vermeld. In de
vertalingen van de Duitse grondtekst van een Nostradamusbrochure,
geschreven in november-december 1939 door Hans-Wolfgang Herwarth von
Bittenfeld, Leopold Gutterer en prof. dr. Karl Bömer, is Nostradamus
beschreven als een Fransman, evenals in de door dr. phil. Alexander Max
Centgraf geschreven Duitse grondtekst van Voorspellingen die
uitgekomen zijn... en de Nostradamus-brochures in de serie Informations-Schriften.
De Meern, 22 juli
2007
T.W.M. van Berkel
Noten
-
In
de Tweede Wereldoorlog heeft Rehwaldt niet alleen onder zijn eigen
naam gepubliceerd, maar ook onder het
pseudoniem H. Janow. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij
gepubliceerd onder het pseudoniem German Pinning. Onder die naam
zijn in 1999-2000 ook een aantal van zijn publicaties uit de jaren
1938-1941 herdrukt. [tekst]
-
De
precessietijdperken, beter bekend als astrologische
tijdperken, hebben een duur van ongeveer 2150 jaar. De constructie van
deze tijdperken berust op
de "precessie van de Equinox", de achterwaartse beweging van het Lentepunt
door de siderische Dierenriem. In deze constructie komt na het Vissentijdperk,dat
tot ongeveer 2100 AD duurt, het Watermantijdperk. De tijdperken op de voorplaat van Weissagungen
zijn geordend
in voorwaartse richting; na een Vissen-tijdperk (1950 vChr - 150 AD)
volgt een Ramtijdperk (150 AD - 2250 AD). [tekst]
-
Zie:
Wikipedia.
[tekst]
-
In de studies op deze website is gebruik gemaakt
van de zesde druk van Die Weissagungen des Nostradamus.
Van
Prophezeiungen - Alter Aberglaube oder neue Wahrheit? zijn
vier drukken verschenen: de eerste in 1911, de tweede in 1916, de
derde in 1924 en de vierde in 1925. Rehwaldt heeft niet vermeld
welke druk hij heeft gebruikt, wel dat Kemmerich de Eerste
Wereldoorlog voorzichtigheidshalve buiten beschouwing had gelaten.
Dit betekent dat Rehwaldt de eerste druk van Prophezeiungen -
Alter Aberglaube oder neue Wahrheit heeft geraadpleegd;
Kemmerich had aan de tweede druk het hoofdstuk Der Weltkrieg in
der Prophetie toegevoegd, dat ook deel zou uitmaken van de derde
en vierde druk.
[tekst]
-
Hanussen:
Erik Jan Hanussen, pseudoniem van Hermann Chajm Steinschneider,
geboren in Wenen op 2 juni 1889, een oplichter die in
de latere jaren van zijn leven voorwendde occulte gaven te bezitten. Ondanks dat zijn voorspellingen niet uitkwamen, verwierf
hij een grote faam. Hij gaf een eigen weekblad uit, de Hanussen
bonte Wochenschau, maskeerde zijn joodse afkomst,
ondersteunde het nationaalsocialisme en kreeg in
nationaalsocialistische kringen vooraanstaande vrienden door onder
andere hun speelschulden te financieren. Op 8 april 1933 werd zijn stoffelijk overschot gevonden in
een bos in het zuiden van Berlijn. Recent onderzoek heeft uitgewezen
dat hij in de nacht van 24 op 25 maart 1933 door drie leden van de
SA was vermoord in een politiebureau in Berlijn (bron: Wikipedia).
Cagliostro: Alessandro Graf von Cagliostro, pseudoniem van Giuseppe
Balsamo (1743-1795), een Italiaans avonturier die zich bezighield
met het occulte, voorgaf alchemist te zijn en de kost verdiende
met de verkoop in Europa van schoonheidsmiddelen en
wonderdrankjes en het uitoefenen van de geneeskunst. In 1776 werd
hij ingewijd in een vrijmetselaarsloge in Londen. Later richtte hij
Egyptische vrijmetselaarsloges op in Engeland, Duitsland, Rusland en Frankrijk.
Toen hij in
1791 een loge in Rome wilde oprichten, werd hij gearresteerd door de Italiaanse Inquisitie.
Tegenover de
Inquisitie deed hij het voorkomen alsof vrijmetselaars een
internationale groep samenzweerders vormden die de heersende macht
omver wilden werpen. In latere jaren werd deze complottheorie verweven in antisemitische propaganda (bron: Wikipedia). [tekst]
-
Loog-1921
(1920), p.14-15. [tekst]
-
Loog-1921
(1920), p.31-32. [tekst]
-
Buget, 1863, p.455, in Leoni,
p.576. [tekst]
-
Kemmerich-1926,
p.355-356; Le Pelletier, boek I, p.72; Loog-1921 (1920), p.13.
Brind'Amour heeft gesignaleerd dat in een klein aantal publicaties
in plaats van het woord classes het woord playes
staat, hij heeft niets geschreven over het woord chasses (Brind'Amour
1996 [1994], p.99). [tekst]
-
Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942. [tekst]
|