|

Prof. dr. dr. h.c.
E. Noelle-Neumann
|
Enkele
feiten over prof. dr. dr. h.c. E. Noelle-Neumann
Prof. dr. dr. h.c. Elisabeth Noelle-Neumann (Berlijn, 19 december 1916 -
Allensbach, 25 maart 2010) heeft
geschiedenis gestudeerd, journalistieke wetenschappen en filosofie. In 1940 werd zij in Berlijn doctor in de filosofie. De titel van haar
proefschrift luidde Meinungs- und Massenforschung in USA - Umfragen
über Politik und Presse (ook bekend onder de titel Amerikanische
Massenbefragungen über Politik und Presse). Na het mondeling examen over haar proefschrift op 14
maart 1940, werkte zij
enkele jaren als journalist bij onder andere de
Deutsche Allgemeine Zeitung, das
Reich en de Frankfurter Zeitung. De feitelijke promotie
vond plaats op 17 september 1940.
In 1946 trad Noelle in
in het huwelijk met de journalist Erich Peter Neumann (1912-1973). In 1947
richtten zij het eerste Duitse
opinieonderzoeksinstituut op: het Institut für Demoskopie Allensbach
- Gesellschaft
zum Studium der öffentlichen Meinung mbH.
Dit instituut, gevestigd in Allensbach, bestaat vandaag de dag
nog steeds.
In de jaren '60 werd Noelle-Neumann benoemd tot hoogleraar aan de Gutenberg-universiteit in Mainz en
vervulde zij van 1978 tot 1991 een gastprofessoraat aan de universiteit van
Chicago. Eind jaren '60 legde zij zich toe op het ontwikkelen van
theorieën over de publieke opinie. Dit
culmineerde in de Schweigespirale, een theorie waarin wordt
gesteld dat naarmate de opinie van de meerderheid, verspreid door de
massamedia en met name de TV, dominanter is, de daaraan tegengestelde opinies
meer en meer verstommen.
In 1976 werd Noelle-Neumann onderscheiden met het Bundesverdienstkreuz.
Noelle-Neumann is een politiek
omstreden persoon. In het artikel The Pollster and the Nazis,
gepubliceerd in het augustus-nummer van Commentary, een
tijdschrift over Joodse cultuur en Joods erfgoed, beschuldigde de
Amerikaanse socioloog en media- en marketingexpert Leo Bogart haar ervan
antisemitische passages te hebben geschreven in haar proefschrift en in
artikelen voor nationaalsocialistische kranten. Bogart suggereerde
eveneens dat er verbanden waren tussen Goebbels' ideeën over propaganda
en Noelle-Noemanns theorie over de Schweigespirale. In een brief
waarin zij aan Commentary haar verontschuldigingen aanbood,
schreef Noelle-Neumann dat de betrokken tekstfragmenten fungeerden als
alibi ten tijde van de Nazi-dictatuur en dat zij er niet mee had beoogd
schade teweeg te brengen. In een artikel in de editie van 16 december
1991 van de New York Times schreef John J. Mearsheimer,
hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Chicago, dat
Noelle-Neumann had toegegeven dat zij de Nazi's vóór 1940 niet
vijandig gezind was. Na 1940 was zij anti-Nazi geworden. Mearsheimer
merkte naar aanleiding hiervan op dat zij niet heeft kunnen aantonen dat
zij de Nazi's in die tijd bekritiseerde. Hij merkte eveneens op dat zij
in 1938-'41 niet gedwongen was antisemitische artikelen te schrijven.
Ondervraagd over haar antisemitische artikelen stelde Noelle-Neumann dat
zij nog nooit in haar leven iets had geschreven waarvan ze niet geloofde
dat het waar was.[1] Tot
op de dag van vandaag is Noelle-Neumanns politieke houding in de Tweede Wereldoorlog
regelmatig onderwerp van discussie .
Noelle-Neumann
over Nostradamus
In de periode waarin Noelle-Neumann werkzaam
was als freelance-journaliste voor de Deutsche Allgemeine Zeitung heeft
zij een artikel geschreven, waarin zij de lezers voorhield dat
Nostradamus in 1940 de Duitse inval in Frankrijk had voorspeld en de val
van Parijs. In 1998 heeft zij dit artikel aangehaald in een interview
met de Duitse mediawetenschapper Wolfgang Hagen en gaf zij aan reeds in
1940 op basis van de Centuriën te hebben geweten dat Duitsland
de oorlog zou verliezen. In 2003 heeft zij dit artikel besproken in een
bijdrage in het Duitse dagblad Die Welt en gaf zij aan reeds in
1940 op basis van de Centuriën te hebben geweten dat er na de
Tweede Wereldoorlog een conflict zou ontstaan met "de
Arabieren". Al deze artikelen zijn op deze website besproken, niet
in de laatste plaats omdat het relaas dat Noelle-Neumann in 1998 heeft
verteld, in een aantal opzichten verschilt van het artikel dat zij in
2003 heeft geschreven.
|