|
Enkele
feiten uit het leven en de loopbaan van Carl (Karl) Loog
Over Carl Loog, die zich tot aan 1930 Karl Loog noemde, is slechts weinig bekend. In de uitgave-1916 van de Rangliste
der höheren Reichs-Post- und Telegraphenbeamten is vermeld dat hij
geboren is in 1875 en in Kolberg in 1895 werkzaam raakte bij de
telegrafie. In 1898 legde hij het eerste examen af voor de functie van Postpraktikant,
een functie waarin hij in 1901 werd aangesteld. In 1905 werd hij
bevorderd tot Ober-Postpraktikant; in 1914 tot Inspektor. Uit
het Berliner Adressbuch blijkt dat hij van 1916 tot 1936 met
tussenpozen woonachtig was in Berlijn. Tussen 1916 en 1931 woonde hij in
de Berlinerstraße 10 (Berlijn-Wilmersdorf) en in 1934 en 1935 in
Berlijn-Nikolassee (Von Lüdendorfstraße 32-34). Tot 1920 was hij
werkzaam als Telegraph
Inspektor; in 1921 was hij werkzaam als Telegraph Direktor
(deze functie is ook vermeld op pagina 128 in Mysterien von Sonne und
Seele [dr. H.-H. Kritzinger, Berlijn, 1922, geschreven in 1921]). In
the uitgave van maart 1922 van de Verzeichnis der höheren Beamten
der Reichs-Post und Telegraphenverwaltung was bij zijn naam de
functie Postrat vermeld. Uit het feit dat deze functie ook
is vermeld in het
artikel Prophezeiungen - Eine Erwiderung von Postrat C. Loog, dat
in het januarinummer van de jaargang 1922 van het maandblad Psychische
Studien is gepubliceerd, kan worden geconcludeerd dat Loog eind 1921
tot Postrat werd bevorderd. In 1928 raakte Loog werkzaam bij het Reichspostzentralamt.
Op 1 januari 1937 ging Loog met pensioen. In 1938 was
hij woonachtig in Bad Schwartau; in 1939 ging hij wonen in Lüneburg.
Zijn naam komt nog voor in de uitgave-1942 (15 februari) van de Verzeichnis der
höheren Beamten der Deutschen Reichspost, de laatste uitgave van
dit register tijdens de Tweede Wereldoorlog, waaruit kan worden
geconcludeerd dat hij begin 1942 nog leefde. In de Verzeichnis der höheren
Beamten der Deutschen Bundespost (1956), de eerste naoorlogse
voortzetting van de Verzeichnis der
höheren Beamten der Deutschen Reichspost, komt de naam van Loog
niet meer voor. In Nostradamus - der Prophet der Weltgeschichte
(Berlijn, 1953) heeft dr. phil. Alexander Max Centgraf, het pseudoniem
dr. N. Centurio voerend, op de pagina's 158 en 159 over Loog geschreven
dat deze het grote geheim van Nostradamus al lang in zijn graf had
meegenomen. Helaas heeft Centgraf de overlijdensdatum van Loog niet
vermeld. Uit deze aanwijzingen kan worden afgeleid dat Loog tussen 1942
en 1953 is overleden. De Franse Centurie-onderzoeker dr. Patrice
Guinard houdt het jaar 1945 aan als overlijdensjaar, maar heeft de bron
van deze informatie niet bekend gemaakt.
Twee artikelen die Loog over telegrafie heeft geschreven, maken deel uit van de collectie
van de Deutsche Nationalbibliothek: het artikel Pufferbetrieb,
verschenen in Berlijn in 1927 in Telegraphen- und Fernsprech-Technik
en het artikel Die selbsttätige Regelung des Pufferbetriebes mittels
Relais-Stufenschaltung, verschenen in Berlijn in 1931, eveneens in Telegraphen-
und Fernsprech-Technik. Op naam van Loog is op 2 september 1931 een
patent geregistreerd op het opladen van accu's in het algemeen en in het
bijzonder van telefooncentrales.
Die
Weissagungen des Nostradamus (1921 [1920])
Over Nostradamus heeft Loog
één boek geschreven: Die Weissagugen des
Nostradamus: erstmalige Auffindung des
Chiffreschlüssels und Enthüllung der Prophezeiungen über Europas
Zukunft und Frankreichs Glück und Niedergang, 1555-2200,
onder gebruikmaking van de letter C als initiaal van
zijn eerste naam, wat eveneens het geval was in het artikel in Psychische
Studien. Die Weissagungen des Nostradamus verscheen in 1921
in Pfullingen in Württemberg bij uitgeverij Johannes Baum, een
uitgeverij die gespecialiseerd was in occulte literatuur.
In Die Weissagungen des Nostradamus, dat in
de loop van 1920 tot stand was gekomen, had Loog een aantal kwatrijnen
geordend aan de
hand van een codesleutel, die hij had afgeleid uit Latijnse passages in
de brieven die de Centuriën vergezellen. Op grond van deze
kwatrijnen deed hij uitspraken over verleden, heden en toekomst van
Europa tot aan het jaar 2200. In Magische Kräfte - Geheimnisse
der menschlichen Seele heeft dr. Hans-Hermann Kritzinger, in de jaren '20 een vooraanstaand persoon op
paranormaal gebied die in 1922/23 redacteur was van Psychische Studien,
geschreven dat Loog in de Eerste Wereldoorlog de codesleutel uit de
brieven aan César en Henri II had afgeleid. Karl Drude, die na de
Tweede Wereldoorlog de ideeën van Loog verder uitwerkte, heeft in Das
magische Quadrat des Nostradamus een opmerking van Loog geciteerd,
waaruit blijkt dat dit tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog is
geweest.[1]
Met Die Weissagungen des Nostradamus wilde Loog, zo bleek uit het
nawoord bij de vierde druk, (a) de aandacht vestigen op "het
merkwaardige verschijnsel van helderziendheid", (b) bewijzen te
leveren voor het bestaan ervan en (c) zijn lezers opmerkzaam maken op
wat hem bij zijn amateuronderzoek naar de Provençaalse ziener als
merkwaardig en interessant opgevallen was.
Bij het schrijven van Die Weissagungen des Nostradamus heeft Loog
als brontekst Le Pelletiers Les Oracles de Michel de Nostredame
(Parijs, 1867) gebruikt. Hieruit heeft hij ook een aantal koppelingen
overgenomen, zoals de koppeling van kwatrijn 01-35 aan het overlijden in
1559 van Henri II en de koppeling van kwatrijn 09-20 aan de arrestatie
in 1791 van Louis XVI.
Die Weissagungen
des Nostradamus verschenen in 1921 vijf drukken en in 1922 drie. In
1931 was de prijs van de achtste druk 1.80 Mark. Vanaf de vierde
druk was er een nawoord in opgenomen, daterend uit oktober 1921, waarin Loog
enkele elementen van zijn codesleutel nader toelichtte en zich verweerde
tegen critici. Dit nawoord werd in meer uitgebreide vorm gepubliceerd
in het januarinummer van de jaargang 1922 van het maandblad
Psychische Studien – Monatliche Zeitschrift vorzüglich der
Untersuchung der wenig gekannten Phänomene des Seelenlebens gewidmet
en droeg als titel: Prophezeiungen - eine Erwiderung von Postrat C.
Loog. Uit deze
uitgebreide versie bleek dat Loogs weerwoord gericht was tegen kritiek
van met name Carl Ludwig Friedrich Otto Graf von Klinckowstroem op zijn sleutel,
gepubliceerd op de pagina´s 580/585 van het oktobernummer van de
jaargang 1921 van Psychische Studien, getiteld Prophezeiungen
- Eine kritische Betrachtung. Von
Klinckowstroem had twijfels aangaande Loogs codesleutel, onder andere
omdat Loog volgens hem bij het afleiden van deze sleutel uit de Centuriën
niet
alleen de 942 authentieke Centurie-kwatrijnen had gebruikt, maar
ook de 27 kwatrijnen uit de "nalatenschap", waarvan volgens
Von Klinckowstroem de authenticiteit allerminst vaststond. In zijn
weerwoord benadrukte Loog alleen de 942 authentieke kwatrijnen te hebben
gebruikt. Aansluitend
op Loogs weerwoord was Von Klinckowstroems reactie erop weergegeven;
Loog had hem niet kunnen overtuigen.
Een
recensie uit 1922
In 1922 is in de Theosophisch-Okkulte Bücherschau
een recensie van Die Weissagungen des Nostradamus
gepubliceerd. Uit een citaat van deze recensie blijkt dat de recensent
aan Loogs commentaar op de Centuriën met betrekking tot de
situatie waarin Duitsland na de Eerste Wereldoorlog verkeerde, hoop
ontleende. Volgens die recensent bleek uit Die Weissagungen des
Nostradamus namelijk dat de Fransman Nostradamus had voorspeld dat Volkenbond
ten onder zou gaan, het Verdrag van Versailles zou worden verscheurd en
dat er een Groot-Duits rijk zou ontstaan. Uit het citaat blijkt ook
dat Die Weissagungen des Nostradamus in 1922 zowel binnen als buiten
Duitsland veel opzien baarde.
De oorspronkelijke tekst van dit citaat luidt als volgt: Wie
zu erwarten, hat Loogs neues Nostradamus-Werk in und außer Deutschland
größtes Aufsehen erregt, denn es ist ja der Franzose, der u. a. den
Bruch des Völkerbundes, die Vernichtung des Versailler Vertrages und
den Aufstieg Groß-Deutschlands prophezeit. Een
bespreking uit 1927
Von
Klinckowstroem, die in 1921/'22 in Psychische Studien over Die
Weissagungen des Nostradamus een discussie had gevoerd met Loog,
heeft in het artikel Rund um Nostradamus, gepubliceerd in de
rubriek Originalarbeiten in deel II van het Zeitschrift für
kritischen Okkultismus und Grenzfragen des Seelenlebens (p.97-104)
opnieuw aandacht besteed aan Die Weissagungen des Nostradamus.
Ook nu was Von Klinckowstroem er niet van overtuigd dat Loog de sleutel
had gevonden waarmee de Centuriën konden worden ontraadseld. Von
Klinckowstroem stelde
vast dat Loog weliswaar elementen van zijn sleutel aan de openbaarheid
had prijsgegeven, maar niet de sleutel zelf, waardoor anderen er niet
mee konden werken. Hij onderschreef de kritiek van Johann Illig in Historische
Prophezeiungen (Pfullingen in Württemberg, 1922, p. 68) dat Loog
het duistere karakter van de Centuriën niet had kunnen
verbreken. Ten slotte merkte hij op dat als Nostradamus bij het
schrijven van de Centuriën de sleutel had gebruikt die Loog
eruit had afgeleid, de tekst van alle kwatrijnen, het Voorwoord aan
César en de Brief aan Henri II reeds in 1555 vast hadden moeten staan.
Dat was volgens Von Klinckowstroem niet het geval; de Brief aan Henri II
was volgens hem op 14 maart 1557 geschreven, een datum, genoemd in de
eerste helft van de Brief. Daar kwam bij dat de diverse vroeg verschenen
edities ongelijk van samenstelling waren. De editie-Bareste-1850 van de Centuriën
bevatte vier centuriën met in centurie 04 de kwatrijnen 04-01 t/m
04-53. Een editie-Antwerpen-1590, die een nadruk zou zijn van een
editie-Avignon-1555, bevatte daarentegen zeven centuriën, met in
centurie 07 de kwatrijnen 07-01 t/m 07-35. Van de centuriën 08 t/m 10
bestonden slechts drukken die uit 1568 of later dateerden. In de ogen
van Von Klinckowstroem stond of viel het systeem van Loog met het aantal
kwatrijnen dat hij had gebruikt. Von Klinckowstroem herhaalde dan ook
zijn kritiek in Psychische Studien dat Loogs sleutel, vanwege het
onjuiste aantal kwatrijnen, niet bruikbaar was. Die
Weisssagungen des Nostradamus als bewijs voor de helderziendheid van
Nostradamus (1931)
In 1931 verscheen
in de serie Die okkulte Welt, uitgegeven door de Johannes Baum
Verlag in Pfullingen in Württemberg, deel 187, getiteld Nostradamus
und das zweite Gesicht, geschreven door Prof. d. Dr. E. Dennert
(1861-1942), natuurkundige, filosoof en oprichter en voorzitter van de Keplerbund.
In een tijd waarin volgens Dennert de
belangstelling voor het occulte toenam en waarin in diverse landen
parapsychologisch onderzoek van de grond kwam, vroeg hij zich af of kon
worden vastgesteld of Nostradamus, wiens persoon vaak in het
belachelijke werd getrokken, over de gave van helderziendheid had
beschikt. In Nostradamus und das zweite Gesicht stelde Dennert
diverse Centurie-commentaren aan de orde, met name Loogs Die
Weissagungen des Nostradamus. Dit boek was voor Dennert interessant,
omdat Loog met behulp van een sleutel (die Dennert uitvoerig besprak) de
kwatrijnen op volgorde van vervulling meende te kunnen zetten. Over
Loogs commentaren met betrekking tot de toekomst schreef Dennert dat de
kwatrijnen dermate raadselachtig zijn, dat ze niet veel zekerheid
bieden. Over Loogs commentaren met betrekking tot gebeurtenissen in het
verleden schreef Dennert dat hiermee onomstotelijk is vast komen te
staan dat Nostradamus in een groot aantal kwatrijnen gebeurtenissen
heeft beschreven die zich tussen 1555 en 1920 hebben voorgedaan. Dit
bracht Dennert tot de conclusie dat de gave van helderziendheid een
reëel iets is, waaruit wat hem betreft blijkt de mens meer is dan een
verzameling atomen en dat er een het materialisme overstijgende
helderheid is, die de schoonheid van de stoffelijke wereld en de
diepgang van de wetenschappelijke kennis verbleekt. Loogs
aanhoudende interesse in de Centuriën
Uit een aantal boeken en tijdschriften blijkt dat Loog zich tot
in de Tweede Wereldoorlog bezig hield met het bestuderen van de Centuriën
en het bekendheid geven aan zijn bevindingen. 1922
[1921]:
berichten over een nieuw boek van Loog
In Mysterien von Sonne
und Seele (Berlijn, 1922 [1921]) heeft Kritzinger een aantal opmerkingen
gemaakt waaruit blijkt dat hij in die tijd uitvoerig met Loog van
gedachten wisselde over Nostradamus en de opbouw van de Centuriën
en van plan was een nieuw, door Loog geschreven Centurie-commentaar
uit te geven. Voorzover bekend is dit plan niet ten uitvoer gebracht. In
Todesstrahlen und Wünschelrute - Beitrage zur Schicksalskunde
(Leipzig,
1929) schreef Kritzinger over Loogs ideeën dat ze te gewaagd waren en
Nostradamus in diskrediet brachten.[2]
1922:
lezing Die Entschlüsselung der Prophezeiungen des Nostradamus
Op de pagina's
169 en 170 van het maartnummer van de jaargang 1922 van Psychische
Studien is verslag gedaan van een lezing die Loog op 23 januari 1922
heeft gehouden voor het Berlijnse Psychische-Studien-Gesellschaft. Deze lezing, getiteld Die
Entschlüsselung der Prophezeiungen des Nostradamus, werd gehouden
in de Guttmann-zaal, Bülowstraße 104 in Berlijn, de vaste locatie waar
het Psychische-Studien-Gesellschaft haar bijeenkomsten hield. Er
was gelegenheid voor discussie.
Na in het kort de
inhoud van Die Weissagungen des Nostradamus te hebben besproken,
ging Loog in op de polemiek tussen hem en Von Klinckowstroem die in Psychische
Studien was gepubliceerd.
Boeiende
politieke uitspraken met betrekking tot de actuele politieke situatie van
toen deden volgens de anonieme recensent de wens opkomen dat Loog meer
over zijn onderzoek naar de Centuriën zou publiceren. Desgevraagd gaf
Loog aan dat men binnen
enkele jaren meer van hem kon verwachten. Helaas heeft de recensent de
aard en inhoud van Loogs politieke uitspraken niet beschreven. Over het
Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog had Loog in
Die Weissagungen des Nostradamus onder andere geschreven
dat in kwatrijn 10-46 was voorspeld dat Duitsland op een zeker moment
geen republiek meer zou zijn, maar dat er een keurvorst zou komen
en misschien een keizer. Ook zou Duitsland het voor haar zo vernederende
Verdrag van Versailles opzeggen. Loog zag in dit verdrag een herhaling van wat zich afspeelde na het
Verdrag van Westfalen dat in 1648 werd gesloten, waarbij Duitslands
welvaart teloor ging en Duitsland 200 jaar nodig had om zich te
herstellen. Gerekend vanaf 1919,
het jaar waarin het Verdrag van Versailles van kracht werd, zou
Duitsland opnieuw bijna 200 jaar nodig hebben om weer de status van
grootmacht te bereiken. Vanaf 1939 zou Engeland in verval raken,
Frankrijk zou rond die tijd een periode van vrede kennen. De volgende
wereldoorlog zou volgens Loog rond 2100 zou uitbreken, met Duitsland en
Frankrijk als strijdende partijen. 1939:
een nieuw, voltooid manuscript
In de Tweede
Wereldoorlog raakte Kritzinger betrokken bij het opstellen van
nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën
en Centurie-commentaren. In 1961 vertelde hij aan de Britse
onderzoeker Ellic Howe dat Loog
hem in december 1939 een
manuscript had gegeven; Loog had de Centuriën opnieuw vertaald
en van commentaar voorzien. Kritzinger vertelde dat hij het manuscript
niet had doorgespeeld aan het Propagandaministerie; hij achtte het niet geschikt voor
propagandadoeleinden. Het is niet duidelijk wat hij er verder mee heeft
gedaan.[3]
1940:
een repliek in Der Reichswart: Prophete rechts - Prophete links - war
Nostradamus wirklich Scharlatan und Betrüger?
Eind 1940 publiceerde het nationaalsocialistische weekblad Der
Reichswart een brief van Loog over Nostradamus en de Centuriën
onder de titel Prophete rechts - Prophete links - war Nostradamus wirklich
Scharlaten und Betrüger?. Op deze website is de werktitel van dit
artikel: Nostradamus Scharlatan? In zijn brief reageerde Loog op een
sceptisch artikel over Nostradamus en de Centuriën dat een maand
eerder in Der Reichswart was gepubliceerd. Aan de hand van zijn
commentaren in Die Weissagungen des Nostradamus,
waarover Loog schreef dat het al jaren uitverkocht was, wilde hij het
gelijk van Nostradamus aantonen door kwatrijnen te bespreken die volgens
hem in de voorgaande jaren tot aan 1940 toe in vervulling waren gegaan.[4]
Loog verwees niet naar andere publicaties van zijn hand. Dit wijst erop dat er tussen 1921
en 1940 geen ander boek van Loog over Nostradamus is uitgegeven en dat
het manuscript dat hij in 1939 aan Kritzinger gaf, niet in omloop is
gebracht.
De
lotgevallen van Loogs commentaar in 1921 op kwatrijn 03-57
In de studie over de lotgevallen in de Tweede Wereldoorlog van de Centuriën
en Centurie-commentaren neemt het commentaar van Loog op kwatrijn 03-57 een
belangrijke plaats in. In Die Weissagungen des Nostradamus had
Loog het begin van de looptijd van 290 jaar van dit kwatrijn gekoppeld
aan het jaar 1649, waarin de Engelse koning Charles I werd onthoofd. Hij
had deze koppeling stilzwijgend overgenomen uit Merckwürdige
Fata Der Groß-Britanischen Crone Sint der Zeit da die Religion
reformiret worden (D.D. = Dietrich von Dobbeler, Hamburg, 1715). Voor 1939, het jaar waarin de looptijd van kwatrijn 03-57 zou eindigen,
voorzag Loog de laatste en meest ernstige crisis in Engeland in een
serie van zeven, begonnen met de onthoofding van Charles I in 1649, en
gelijktijdig een crisis in Polen. Kritzinger heeft in Mysterien von Sonne und Seele
dit commentaar aangehaald. Na de inval van Duitsland in Polen in
september 1939 werd dit commentaar uit zijn verband gerukt en aan dit
wapenfeit gekoppeld. Deze koppeling was voor dr. Paul Joseph Goebbels,
de Duitse minister van Propaganda, aanleiding zich te verdiepen in de Centuriën. Hij besloot ze te
gebruiken in de psychologische oorlogvoering omdat op die manier het
alom levende bijgeloof kon worden uitgebuit.[5]
Uit Nostradamus Scharlatan? blijkt dat Loog van
mening was dat de gebeurtenissen in Polen in september 1939 aansloten
bij hetgeen hij in Die Weissagungen des Nostradamus op grond van
kwatrijn 03-57 over 1939 had geschreven.
Politieke denkbeelden
Uit Die Weissagungen des Nostradamus blijkt dat Loogs
politieke ideeën nationalistisch waren. Hij heeft zich in dit boek verzet tegen
het gebruik van de Centuriën
voor politieke doeleinden.[6]
Volgens Kritzinger, die Loog in december 1939 vroeg of hij voor
Goebbels de Centuriën wilde bewerken ten behoeve van
psychologische oorlogvoering, wilde Loog niets met dergelijke praktijken
te maken hebben.[7]
Loogs Nostradamus Scharlatan? is naar mijn mening niet propagandistisch van aard, maar
een brief die een uitvloeisel is van Loogs verdere onderzoek van de Centuriën.
Uit Nostradamus Scharlatan? blijkt dat Loog er ook in 1940 van overtuigd
was dat de Centuriën in vervulling
zouden gaan, dat hij een sleutel had afgeleid waarmee ze van commentaar
konden worden voorzien en dat hij het in Die Weissagungen des
Nostradamus vaak bij het rechte eind had gehad.
Loog is geen lid geweest van de NSDAP. In het NSDAP-ledenbestand
dat wordt bewaard in het Bundesarchiv komt zijn naam niet voor.
|

Karl Drude |
De
lotgevallen van Die Weissagungen des Nostradamus
De achtste druk van Die
Weissagungen des Nostradamus was tevens de laatste vooroorlogse
druk. In 1940 kwamen herdrukken in omloop van de
vijfde en zesde druk, kennelijk zonder medeweten van Loog, gezien zijn
opmerking eind 1940 in Nostradamus Scharlatan dat zijn boek al
jaren uitverkocht was.
In 1941 nam
de Gestapo in het kader van de Aktion-Heß, een razzia onder
astrologen en occultisten in Duitsland na de overtocht naar Engeland op
10 mei 1941 van Rudolf Heß, Hitlers plaatsvervanger, alle astrologische
en occulte literatuur in beslag. De uitgevers ervan moesten hun zaken
sluiten. Zodoende werd Die Weissagungen des Nostradamus uit
roulatie genomen en moest uitgeverij Johannes Baum haar activiteiten
staken.
Na
de Tweede Wereldoorlog hervatte uitgeverij Johannes Baum haar
bedrijfsvoering, maar Die Weissagungen des Nostradamus is niet
opnieuw uitgegeven.
De Duitse Centurie- onderzoeker Karl Drude, die tijdens gevechten
in de Tweede Wereldoorlog invalide werd door een schotwond aan zijn
knie, heeft de aanwijzingen
van Loog over de sleutel waarmee de kwatrijnen op volgorde zouden kunnen
worden gezet, verder uitgewerkt. In 1962 verscheen in München Das
magische Quadrat des Nostradamus. Hierin presenteerde Drude een
magisch vierkant, samengesteld uit de tekst van de Latijnse regels in
het Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II, die hij op een
bepaalde manier aan elkaar had verbonden. In 1963 verscheen, eveneens in München, Nostradamus
- ein Leben in der bedeutendsten Zeitwende des Abendlandes und seine
Auferstehung. Hierin ging Drude in op onder andere het leven van
Nostradamus en de lotgevallen van de Centuriën in de loop der
eeuwen. In 1969 verzorgde hij een heruitgave van de editie-J.Ribou-1668
van de Centuriën en schreef hij daarvoor een uitvoerige inleiding.
Hitler
en Die Weissagungen des Nostradamus
Volgens een
artikel van Pieter van Os en Sander Pleij, gepubliceerd in de editie van
7 februari 2004 van het weekblad De Groene Amsterdammer troffen militairen van de Amerikaanse 101st Airborne
Division in het voorjaar van 1945 in een zoutmijn vlakbij Berchtesgaden, waar Hitler zijn
hoofdkwartier had, ruim 3000 boeken aan, afkomstig uit Hitlers
bibliotheek. Welke van deze boeken hij gelezen heeft, is een vraag die
niet met zekerheid kan worden beantwoord. Ze werden overgebracht naar de American Library of
Congress. De ongeveer 1200 boeken waarin het ex-libris van Hitler stond, werden in één collectie ondergebracht, de Third Reich
Collection. De andere boeken kwamen in de schappen van de algemene
collectie van de American Library of Congress terecht of werden, als de bibliotheek ze
reeds in bezit had, verkocht.
Tenminste twee auteurs melden dat Die Weissagungen des Nostradamus zich
in de boekenverzameling van Hitler bevond. Eén van deze auteurs is de Duitse historicus Michael Hesemann. In Hitlers Religion - die fatale
Heilslehre des Nationalsozialismus (München, 2004, Nederlandse
vertaling: Hitlers religie, Soesterberg, 2007), schreef hij over Die Weissagungen des Nostradamus
dat daarin op grond van kwatrijn
03-58 de opkomst van Hitler was voorspeld. Van de hand van de historicus Timothy
W. Ryback, gespecialiseerd in de Holocaust, verscheen in 2008 in New
York Hitler's
private library - the books that shaped his life (Nederlandse vertaling: Hitlers privébibliotheek, Amsterdam,
2008). Ryback had een lijst opgesteld van 16.000 boeken die in het bezit
van Hitler waren geweest en die op verschillende locaties werden
bewaard. Eén van die boeken was Die Weissagungen des Nostradamus.
Het exemplaar waar het om ging, maakt tegenwoordig deel uit van de
collectie van de Brown University, Providence, Rhode Island. Volgens Ryback stond in dit 120
pagina's tellende boek dat in 1939 een Tweede Wereldoorlog zou
plaatsvinden. Uit het feit dat de bladzijden waarop dit stond niet
waren opengesneden, leidde Ryback af dat Hitler die voorspelling niet
had gelezen.
De opmerking van Hesemann over kwatrijn 03-58 klopt niet. In Die Weissagungen des Nostradamus
heeft Loog aan dit kwatrijn totaal geen aandacht geschonken, hij heeft
het zelfs niet eens gedeeltelijk geciteerd. De eerste Centurie-onderzoeker
die kwatrijn 03-58 aan de geboorte en opkomst van Hitler koppelde, was
dr. Bruno Winkler in Nostradamus und seine Prophezeiungen für das
zwanzigste Jahrhundert (Görlitz, 1939 [1938], p.37-38). De vraag is
uit welke publicatie Hesemann de koppeling van kwatrijn 03-58 aan de
opkomst van Hitler heeft overgenomen en aan Loog heeft toegeschreven.
Daarbij komt dat Die Weissagungen des Nostradamus in de American
Library of Congress geen deel uitmaakt van de Third Reich Collection
maar van de algemene collectie, en dus al in het bezit van de
bibliotheek was toen in 1945 in de zoutmijn bij Berchtesgaden de 3000
boeken werden gevonden waarvan 1200 de Third Reich Collection
zouden vormen.
De mededelingen van Ryback kloppen evenmin. De Brown University is in
het bezit van de vierde dan wel vijfde druk van Die Weissagungen des Nostradamus.
Deze uitgaven tellen 138
pagina's en niet 120, zoals Ryback schrijft. Verder is het zo dat Loog over 1939 schreef dat in dat jaar in Engeland de
laatste en ernstigste crisis van onbekende aard van een serie van zeven
zich zou voltrekken, en tegelijkertijd een in Polen. De eerstvolgende
wereldoorlog waarbij Duitsland zou zijn betrokken, zou rond 2100 AD
uitbreken. In Die
Weissagungen des Nostradamus heeft Loog niets geschreven over een
wereldoorlog die in 1939 zou uitbreken. Misschien heeft Ryback de door
Loog in het vooruitzicht gestelde crises in Engeland en Polen opgevat
als een voorspelling van de Duitse inval in Polen. In dat geval heeft
hij niet of niet genoeg nagegaan in welke context Loog deze uitspraak
deed. In ieder geval mist de opmerking van Ryback relevantie; hij
versterkt de mythe dat Hitler een hang zou hebben naar het occulte.
Het is niet voor het eerst dat verhalen de ronde doen over Hitlers hang
naar het occulte, die bij nader inzien niet kloppen.
In Nostradamus -
Der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1953, p.79-80) schreef de
Duitse Centurie-onderzoeker en voormalig nationaalsocialistisch
propagandist dr. Alexander Max Centgraf onder het pseudoniem Centurio
dat Hitler kwatrijn 03-58 hoogstwaarschijnlijk had gekend. Toen Centgraf
in 1939 in de Preussische Staatsbibliothek, de latere Staatsbibliothek
zu Berlin, een exemplaar van de bij
Pierre Rigaud in 1568 gedrukte uitgave van de Centuriën in
handen kreeg, vertelde de aanwezige bibliothecaris dat dit boekje zojuist terug was gekomen uit de Reichskanzlei,
dat tussen de pagina's 58 en 59 een bladwijzer lag en dat kwatrijn 03-58
van een merkteken was voorzien. Volgens Nostradamus - Prophetische Weltgeschichte (Centurio
[Centgraf], Bietigheim, 1968, p.197-198), de herziene versie van Nostradamus
- Der Prophet der Weltgeschichte, was kwatrijn 03-58 van een rood
merkteken voorzien. Op pagina 260 van Nostradamus - Der Prophet der
Weltgeschichte en pagina 262 van Nostradamus - Prophetische
Weltgeschichte heeft Centgraf geschreven dat het exemplaar dat hij
in de Preussische Staatsbibliothek had gezien (catalogusnummer Na
7590), in de tussenliggende jaren zoek was geraakt. Tegen de beweringen
van Centgraf kan worden ingebracht dat in het exemplaar waar hij op
doelde en dat heden ten dage onder nummer Na 7590 wordt bewaard in de
Staatsbibliothek zu Berlin, kwatrijn 03-58 niet van een (rood)
merkteken is voorzien.
Artikelen op deze
website over publicaties van Carl Loog
Dankbetuiging
De schrijver
dankt de Deutsche Post AG - Zentrale - Corporate Real Estate (53250
Bonn) voor fotokopieën van relevante pagina's uit de Rangliste der
höheren Reichs-Post und Telegraphenbeamten (1916 en 1919), de Verzeichnis
der höheren Beamten der Reichs-Post und Telegraphenverwaltung (1922)
en de Verzeichnis der höheren Beamten der Deutschen Reichspost (1928,
1938, 1939 en 1942) met betrekking tot de loopbaan van Carl Loog.
De Meern, 2
oktober 2006
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 18 september 2011
Noten
- Kritzinger-1922b, p.147; Drude-1962, p.100. [tekst]
- Kritzinger-1922a,
p.127-128.
[tekst]
- Howe, p.223.
[tekst]
- Volgens Willi A. Boelcke was Die Weissagungen
des Nostradamus in 1940 in omloop in de vorm van een herdruk van de
vijfde druk. Boelcke-1966, p.304. [tekst]
- Van Berkel: Kwatrijn
03-57 en Die Weissagungen des Nostradamus (C. Loog, Pfullingen in
Württenberg, 1921 [1920]). [tekst]
- Loog-1921, p.109. [tekst]
- Howe, p.223. [tekst]
|