|
In
Uranias Kinder... (Ellic Howe, DE 1995, UK 1984 [1967])
staat een foto van Die
Weissagungen des Nostradamus (Carl Loog, Pfullingen in Württemberg,
1921 [1920]). Volgens het onderschrift bij deze foto heeft Loog door zijn "voorspelling" van de
Duitse inval in Polen in 1939, indirect de impuls
gegeven aan Goebbels om Nostradamus te gebruiken bij de psychologische oorlogvoering.[1]
Howe doelt hiermee op Loogs commentaar in 1921 op kwatrijn 03-57.
In dit artikel wordt aandacht besteed aan onder andere mogelijke
achtergronden van kwatrijn 03-57, problemen die zich voordoen
bij het geven van commentaar op dit kwatrijn, Loogs commentaar op dit
kwatrijn en de bronnen die hij heeft geraadpleegd, en het
commentaar op dit kwatrijn in de nationaalsocialistische
propaganda, gebaseerd op de Centuriën.
In het dagelijks leven was Loog werkzaam in Berlijn als
directeur van een telegraafkantoor. In de jaren '20 had hij
over Nostradamus een intensief contact met dr. Hans-Hermann
Kritzinger, die in die tijd redacteur was van het maandblad Psychische
Studien.
|
Grondslagen
van kwatrijn
03-57 en commentaren
In deze paragraaf wordt
besproken waarop de inhoud van kwatrijn 03-57 kan zijn gefundeerd. Dit
fundament kan bepalend zijn voor het dateren van de periode
van 290 jaar die in de tweede regel van dit kwatrijn staat. Verder
wordt een eerste blik geworpen op de commentaren die
in de loop der jaren op dit kwatrijn zijn geleverd.
Kwatrijn
03-57
|
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
Sept fois changer verrez gent Britannique,
Taintz en sang en deux cens nonante an:
Franche non point par appuy Germanique,
Aries doubte son pole Bastarnan.
Vertaling
(Van Berkel, 2005)
Gij zult het Britse volk zeven keer zien veranderen,
Bevlekt met bloed in tweehonderd negentig jaar:
Frankrijk niet, door Duitse steun,
Ram betwijfelt zijn Bastarnische pool.
|
In de vierde regel
van kwatrijn 03-57 is het teken Ram genoemd, het
teken dat wordt geregeerd door de planeet Mars. Volgens Claudius
Ptolemeus, de schrijver van onder andere de Tetrabiblos, en Cyprianus Leovitius, een Duits astroloog en tijdgenoot van Nostradamus,
vallen Brittannia Minor, Gallië, Germanië en Bastarnië, gebieden waarnaar in dit kwatrijn op één
of andere manier wordt verwezen, onder het teken Ram.[2] Dit
betekent dat aan kwatrijn 03-57 in ieder geval astrologie ten grondslag
ligt.
De periode van 290 jaar die is genoemd in de tweede regel, is misschien
gebaseerd op een astrologische
tijdstructuur.
In de kwatrijnen die deel uitmaken van de Centuriën is meerdere
malen gezinspeeld op een periode van om en nabij 290 jaar. Zo is volgens
Brind'Amour en Lenoble in kwatrijn 01-54 gezinspeeld op een serie van tien
rondgangen van Saturnus door de Dierenriem, waardoor volgens dit
kwatrijn veranderingen zouden optreden in tijd en regering. De
gemiddelde duur van een rondgang van Saturnus is 29,46 jaar; tien
rondgangen bestrijken ongeveer 294,6 jaar.[3]
De eerste twee regels van dit
kwatrijn vertonen veel overeenkomsten met een passage in Le periode
c'est à dire la fin du monde (Pierre Turrel, Dijon, 1531, in 1549 herzien
door Richard Roussat en uitgebracht onder de titel Livre de l'estat et
mutation des temps). Turrel en Roussat hebben in dit verband verwezen naar
Libro de Magnis Coniunctionibus van de Arabische astroloog
Albumasar (Abu Ma'Shar), die leefde in de 9e eeuw en rekende met
tijdstructuren van ongeveer 300 jaar, gebaseerd op tien rondgangen van
Saturnus.[4]
In kwatrijn 10-100 tenslotte is gezinspeeld op
een periode van almacht voor Engeland die meer dan 300 jaar duurt.
Misschien moet de periode van 290 jaar die in kwatrijn 03-57 is genoemd,
in verband worden gebracht met een serie van tien rondgangen van
Saturnus. De vraag is dan in welk jaar deze serie begint en in welk
Dierenriemteken. Uit de boeken van Turrel en Roussat blijkt dat men in
de 16e eeuw voor 1789 een zeer grote conjunctie van Jupiter en Saturnus
verwachtte in de eerste graden van het teken Ram, waarbij Saturnus een
serie van tien omwentelingen zou hebben voltooid.[5]
Als deze opvatting in de
zestiende eeuw algemeen geldend is geweest, zouden vanuit
1789 bij benadering beginjaren kunnen worden berekend van de series van
tien omwentelingen van Saturnus. Volgens het Voorwoord aan César begint
de looptijd van de Centuriën op 1 maart 1555 en eindigt deze in
3797. De eerste regel van kwatrijn 03-57 is geschreven in de toekomende
tijd, zodat dit kwatrijn betrekking moet hebben op een periode van 290
jaar die ná 1555 begint. Het zou dan kunnen gaan om een periode van 290
jaar die begint in 1789,
2079, 2369, 2659, 2949 of 3239. Echter, vanuit de visie van de Fransman
Jacques Halbronn dat de Centuriën een verzameling kwatrijnen
zijn, gepubliceerd onder de naam van Nostradamus na diens overlijden in
1566, is het ook mogelijk dat kwatrijn 03-57 gebaseerd is op een
voorspelling die dateert van vóór 1555.
Een andere vraag is waarop de
zeven veranderingen zijn gebaseerd die in kwatrijn 03-57 zijn genoemd. Gaat het hier misschien om een serie
astrologische aspecten (conjuncties, opposities) waarbij het teken Ram
op één of andere wijze is betrokken? Doen deze veranderingen zich voor
met gelijke tijdintervallen? Doet de eerste verandering zich voor in het
eerste jaar van de periode van 290 jaar en de laatste verandering in het
laatste jaar van deze periode? Bij gebrek aan verdere informatie is in
het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en
de Bijbel de periode van 290 jaar niet gedateerd. Een dergelijke
datering moet naar mijn mening voortvloeien uit de bedoeling van de
schrijver en de bronnen die zijn gebruikt; niet uit pogingen een reeks
van zeven gebeurtenissen samen te stellen die op een of andere wijze
veranderingen behelzen en een tijdspanne van 290 jaar bestrijken.
Dr. Christian Wöllner heeft in Das Mysterium des Nostradamus (Leipzig,
1926) de periode van 290 jaar in kwatrijn 03-57 in verband gebracht met
series van tien rondgangen van Saturnus, ervan uitgaande dat deze series
294 jaar duren en op 0 graden Kreeft beginnen. Hij stelt dat er vanaf
het jaar waarin volgens Epiphanius Adam is geboren (5030 vChr) tot het
jaar 3797 30 series van tien rondgangen van Saturnus zijn. Volgens
Wöllner is in kwatrijn 03-57 de 22e serie rondgangen bedoeld, die loopt
van 1444 tot 1738. Wat betreft Engeland signaleert hij in deze periode
zeven wisselingen in regerende vorstenhuizen: 1461: opkomst Huis York;
1485: opkomst Huis Tudor; 1603: opkomst Huis Stuart; 1649: Republiek;
1660: opkomst Huis Stuart; 1689: opkomst Huis Oranje; 1714: opkomst Huis
Hannover, waarmee wat Wöllner betreft dit kwatrijn is vervuld. In
Frankrijk vonden volgens hem in dit tijdvak twee veranderingen plaats in
regerende vorstenhuizen en in Polen (pole Bastarnan) tien, wat zou zijn
aangegeven in de vierde regel van kwatrijn 03-57.[6]
Wöllner is niet de enige onderzoeker
die uitgaat van een beginjaar dat vóór het jaar 1555 ligt. Van
de onderzoekers wier publicaties in onderstaand overzicht zijn vermeld,
gaat Brind'Amour uit van het jaar 1265, waarin het eerste Engelse
parlement is gesticht. Brind'Amour heeft niets geschreven over waarop de
periode van 290 jaar berust. Lemesurier gaat eveneens uit van het jaar 1265
maar veronderstelt, in navolging van de Fransman Roger Prévost, dat in
kwatrijn 03-57 is verwezen naar de gewelddadige dood in de periode
1265-1555 van zeven Engelse prominenten: Simon de Montfort, Edward II,
Richard II, Henry VI, Edward V, Richard III en Lady Jane Grey.[7] Faber gaat, in navolging van
Le Pelletier, uit van het jaar 1501. In Und
dies geheimnisvolle Buch...! (Görlitz, 1937) rekende Winkler van
1461 tot 1751. Zijn lijst van zeven gebeurtenissen is dezelfde als die
van Wöllner. Drie jaar later, in Englands Aufstieg und Niedergang...
(Leipzig, 1940) heeft hij deze opsomming stilzwijgend vervangen door die
van Nicoullaud (1914) onder toevoeging van Loogs opmerking in 1921 dat
de woorden pole Bastarnan betrekking hebben op Polen.
De Fontbrune sr. heeft in zijn commentaren op kwatrijn 03-57
verondersteld dat Engeland in een serie van zeven conflicten afwisselend
de kant van Frankrijk en die van Frankrijks tegenstanders zou kiezen. In
het laatste conflict zou Engeland de kant van Frankrijks tegenstanders
kiezen, wat tot gevolg zou hebben dat Engeland vloot en imperium zou
verliezen. In de edities van Les Prophéties de Maistre Michel
Nostradamus - Expliquées et commentées die uit 1939, 1940 en 1946
dateren, had De Fontbrune als looptijd van kwatrijn 03-57 de periode
1557-1947 aangehouden en het jaar 1947 als het jaar waarin de voor
Engeland noodlottige oorlog zou uitbreken. Een dergelijke oorlog deed
zich echter niet voor. In zijn uit 1957 daterende commentaar, dat in
1958 werd gepubliceerd, verlegde De Fontbrune de looptijd van kwatrijn
03-57 en liet hij het begin ervan samenvallen met de in 1667 uitgebroken
Spaanse successieoorlog, zodat de voor Engeland noodlottige oorlog
omstreeks 1957 zou uitbreken, wat evenmin gebeurde. In de gewijzigde
herdruk uit 1975 van de editie-1558 heeft De Fontbrune jr het commentaar
van zijn vader ongewijzigd overgenomen. Zelf was De Fontbrune jr van
mening dat kwatrijn 03-57 een looptijd had van 1628 tot 1918.
Bij de commentaren van de Amerikaanse Centurie-onderzoeker John Hogue
valt op dat hij in 1985 aan kwatrijn 03-57 een looptijd van 336 jaar
heeft toegekend (van 1603 tot 1939) en in 1997 een looptijd van 390 jaar
(van 1555 tot 1945).
Commentaren
op kwatrijn 03-57, gepubliceerd in de periode 1656-2004
1656 - augustus 1939
|
|
Onderzoeker
|
Nationaliteit
|
Publicatiegegevens
|
Datering
290 jaar
|
Motieven
|
"Jaubert"
(G. de Réchac) |
FR |
1656 |
1555-1845 |
1555: Mary
Stuart
1845: - |
Garencières
|
UK |
1672,
p.126-128 |
1558-1848 |
geen
duiding mbt. Engeland |
| Chevalier
de Jant |
FR |
1672,
p.9-12 |
1555-1845 |
1555:
Mary Stuart
1845: - |
Guynaud
|
FR |
1693,
p.204-205 |
1555-1845 |
Conform
"Jaubert" |
| D.D. |
UK
(DE) |
1715 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: laatste revolutie |
Roesch
|
DE |
1850 |
geen
datering |
geen
commentaar
|
| Le
Pelletier |
FR |
1867,
p.135-138 |
1501-1792 |
1509:
troonsbestijging Henry VIII
1714: troonsbestijging George I |
| Ward |
UK |
1891,
p,146-148 |
1558-1848 |
1558:
Elisabeth I
1832: Reform Act |
| Nicoullaud |
FR |
1914,
p.105-107 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: "geheim van de toekomst" |
| Loog |
DE |
1921,
p.68-69 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: crisis Groot Brittannië/Polen |
| Faber |
DE |
1922,
p.111 |
1501-1791 |
1532:
eerste revolutie Engeland
1714: zevende revolutie Engeland |
| Kritzinger |
DE |
1922a,
p.136 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: crisis Groot Brittannië/Polen |
| Kritzinger |
DE |
1922b,
p.150 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: zevende verandering in Groot Brittannië, aard gebeurtenissen in
1939 in Groot-Brittannië en Oost-Europa onduidelijk |
| Wöllner |
DE |
1926,
p.46 |
1444-1738 |
1444:
Huis Lancaster
1738: Huis Hannover |
| Noah |
DE |
1928,
p.100 |
1649-1939 |
1649:
oprichting Republiek
1939: Gods strafgericht over Engeland |
Dennert
|
DE |
1931,
p.31 |
1649-1939 |
Conform
Loog-1921 |
| Winkler |
DE |
1937,
p.65 |
1461-1751 |
1461:
Huis York
1714: Huis Hannover |
| De
Fontbrune sr. |
FR |
1939,
p.258
1940, p.265
|
1657-1947 |
1667:
Spaanse successieoorlog
????: Engeland in oorlog, verliest vloot en imperium |
September 1939 (na inval Duitsland in Polen) - mei 1945 (capitulatie
van Duitsland) |
|
Onderzoeker
|
Nationaliteit
|
Publicatiegegevens
|
Datering
290 jaar
|
Motieven
|
| "Brochure-18" |
DE-nazi |
1940,
p.9-10 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Tweede Wereldoorlog |
| De
Fontbrune sr. |
FR |
1940, p.265
|
1657-1947 |
1667:
Spaanse successieoorlog
????: Engeland in oorlog, verliest vloot en imperium |
| Krafft |
CH-nazi |
1940c,
p.47-49 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Duitse aanval op Polen |
| Loog |
DE |
1940,
p.2 |
1649-1940 |
1649:
onthoofding Charles I
1940: einde Huis Windsor? |
"Pasteur"
(Herwarth von Bittenfeld) |
NL-nazi
(DE-nazi) |
1940
(1939),
p.27-30 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Tweede Wereldoorlog |
| "Salamar" |
SE |
1940,
p.71 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Duitse aanval op Polen |
| Winkler |
DE |
1940,
p.24-25 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Duitsland verslaat Engeland |
| Zimmermann |
CH |
1940,
p.15-16 |
1649-1939 |
1649:
oprichting Republiek
1939: Tweede Wereldoorlog |
| Krafft |
CH-nazi |
1941-fr,
p.105-110 |
1649-1940 |
1649:
aantreden Cromwell
1940: Engeland zet de grondwet opzij |
"Brochure-38"
(Kritzinger) |
DE-nazi |
1941,
p.10-11 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: ondergang Polen |
McCann
|
US |
1941,
p.379 |
? |
1940:
Tweede Wereldoorlog |
De
Tombre
(Centgraf) |
NL-nazi
(DE-nazi) |
1941,
p.53-55 |
1649-1939 |
1649:
aantreden Cromwell
1939: inval Polen |
| Laver |
UK |
1942,
p.118 |
1500-1790 |
1532:
Henry VIII hoofd Anglicaanse Kerk
1714: troonsbestijging George I |
| Meditator
(Bauder) |
CH |
1942,
p.124-125 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Tweede Wereldoorlog |
pseudo-Winkler
(De Wohl) |
UK |
1943,
p.9 |
1500-1790? |
Conform
Laver-1942? |
Froh
und Treu
(Bauder) |
CH |
1944,
II, p.8-10 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Tweede Wereldoorlog |
Na capitulatie van Duitsland, mei 1945 |
|
Onderzoeker
|
Nationaliteit
|
Publicatiegegevens
|
Datering
290 jaar
|
Motieven
|
| De
Fontbrune sr. |
FR |
1946, p.260-261
|
1657-1947 |
1667:
Spaanse successieoorlog
1947: Engeland in oorlog, verliest vloot en imperium |
| Roberts |
US |
1947 |
1555-1845 |
1558:
Elisabeth I
1832: Reform Act |
Centurio
(Centgraf) |
DE |
1953, p.78-79
1977,
p.203-204 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Engeland in oorlog met Duitsland |
| De
Fontbrune sr. |
FR |
1958,
p.265-266
1975, p.265-266 |
1667-1957 |
1667:
Spaanse successieoorlog
1957: Engeland in oorlog, verliest vloot en imperium |
| Leoni |
US |
1961,
p.610-611 |
1555-1845 |
1558:
Elisabeth I
1832: Reform Act |
| Robb |
US |
1961,
p.77-78 |
1558-1848 |
1558:
Elisabeth I
1848: laatste revolutie in Engeland |
| Cheetham |
UK |
1973 |
1603-1939 |
1609:
troonsbestijging James I
1939: Tweede Wereldoorlog |
| Laver |
UK |
1973, p.123 |
1500-1790 |
1532:
Henry VIII hoofd Anglicaanse Kerk
1714: troonsbestijging George I |
| De
Fontbrune jr. |
FR |
1980,
p.268 |
1628-1918 |
1628:
Britse alliantie
1918: Britse alliantie |
| Prieditis |
US |
1982,
p.113-116 |
----
- 1939 |
1649:
onthoofding Charles I conform Herwarth von Bittenfeld
1939: Engeland gaat ten onder conform Herwarth von Bittenfeld
1603: Opvolging Elisabeth I door
James I
----- : einde van het Huis Windsor door revolutie of anderszins
1671: eerste van een serie van
zeven oorlogen
1939: laatste van een serie van zeven oorlogen |
| Hogue |
US |
1985 |
1603-1939 |
1603:
1939: Tweede Wereldoorlog |
| Cannon |
US |
1992,
II, p.186 |
1603-1939? |
Sluit
zich aan bij het commentaar van Cheetham |
| Brind'Amour |
CA |
1993,
p.274
1996,
p.408-409 |
1265-1553 |
1265:
1e Engelse parlement
1553: troonsbestijging Mary Stuart |
| Hogue |
US |
1997,
p.263-264 |
1555-1945 |
1558:
Elisabeth I
1933-1945: Hitler |
| Ovason |
UK |
1998,
p.445-457 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1936: troonsafstand Edward VIII |
| Allgeier |
DE |
2001-NL,
p.164 |
1649-1939 |
1649:
onthoofding Charles I
1939: Tweede Wereldoorlog |
| Welch |
US |
2001,
p.123 |
1603-1901 |
1603:
Huis Stuart
1901: Huis Windsor |
| Van
Berkel |
NL |
2002,
p.83
|
geen
datering
|
geen
datering mogelijk
|
| Lemesurier |
UK |
2003,
p.118 |
1265-1555 |
±
1265: overlijden Simon de Montfort
± 1555: overlijden Lady Jane Grey |
| Paideia
(uitg) |
YU |
2003,
p.77 |
1532-1714 |
1532:
Henry VIII breekt met Rome
1714: George I |
Loogs versie van kwatrijn 03-57
In
1850 werd de eerste Duitse vertaling gepubliceerd van de Centuriën, het
Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II. Deze vertaling, getiteld Die
erstaunlichen Bücher des Grossen Artztes, Sehers und
Schicksals-Propheten Nostradamus in’s Deutsche übertragen und dem
Verständnisse aufgeschlossen, was gemaakt door Eduard Roesch.
Roesch heeft niet alleen vertaald, maar ook becommentarieerd. Kwatrijn
03-57 heeft hij wél vertaald, maar niet becommentarieerd.
Kwatrijn 03-57
(Roesch-1850, p.25-26)
|
Sieben Wechsel seh'n wird's brittsche Volk
Jahr zweihundertneuntz'g mit Blut es tränken
Frank'n an Deutschland keinen Halt, Bedenken
Macht dem Widder sein Bastarner Pol.
|
Roesch
past in dit kwatrijn het rijmschema a-b-b-a toe. In de
oorspronkelijke Franse tekst is het rijmschema a-b-a-b.
Loogs versie van kwatrijn 03-57 in Die Weissagungen des Nostradamus
is geen berijmde versie, maar een weergave in proza, en luidt als volgt:
Kwatrijn
03-57 (Loog-1921, p.68)
|
Man wird
sehen, daß das Britenvolk sich sieben Mal in 290
Jahren ändert, nachdem es mit Blut befleckt ist. Eine
französische keineswegs, durch eine deutsche Stütze. Der
Widder zweifelt an seinem Bastarner Schutzland. |
|

Loog-1921
|
Wat
opvalt, is dat volgens de versie van Loog het Britse volk in 290 jaar
zeven maal verandert, nadat het met bloed is bevlekt. Deze
formulering kan niet worden teruggevoerd op de oorspronkelijke Franse
tekst van de tweede regel van kwatrijn 03-57, waarvan de Nederlandse vertaling
luidt: bevlekt met bloed in 290 jaar. Het gebruik van het woord
nadat hangt samen met Loogs
commentaar op dit kwatrijn.
Volgens Loog heeft Engeland in de loop van de geschiedenis vele malen
bloedschuld op zich geladen, maar slechts éénmaal haar
koning op bloedige wijze uit de weg geruimd. Dit gebeurde in 1649,
toen koning Charles I op last van Oliver Cromwell werd onthoofd. Onder
verwijzing naar kwatrijn 08-37, waarin dit volgens Loog was voorspeld,
heeft Loog het jaar 1649 als beginjaar aangemerkt van de periode van 290
jaar en de onthoofding van Charles I als bloedige gebeurtenis die de
eerste was in de serie van zeven veranderingen. De veranderingen die
Loog verder heeft opgesomd (de kroningen van Charles II
en James II, de afzetting van James II door Willem III, de economische
crisis onder koningin Anne en de kroning van George I) waren niet
bloedig.[8]
De door Loog gegeven Duitse tekst van kwatrijn 03-57
is geen letterlijke vertaling van de Franse tekst, maar een Duitstalige
parafrasering waarin eigen onderzoeksbevindingen staan.
Loog
versus Nicoullaud
Howe
heeft Loogs commentaar op kwatrijn 03-57 besproken vanwege de betekenis
ervan voor de gebeurtenissen in het leven van de Zwitserse astroloog
Karl Ernst Krafft in december
1939. Volgens Howe heeft Loog bij zijn commentaar op kwatrijn 03-57 uit Nicoullauds Nostradamus - ses propheties
(Parijs, 1914) het jaar 1649 overgenomen, het beginjaar van de periode
van 290 jaar die in de tweede regel staat van kwatrijn 03-57. Uit Le Pelletiers Les Oracles de Michel de Nostredame
(Parijs, 1867) zou Loog de uitleg hebben overgenomen van het geografische begrip Bastarnië, te
weten: het
woongebied, oostelijk van de Weichsel, met andere woorden: in Polen, van een rondtrekkende
stam.[9]
Tijdens de literatuurstudie die ten grondslag ligt aan dit artikel
is gebleken dat de zaken anders liggen. Het klopt dat Loog en Nicoullaud het jaar 1649
hebben aangehouden als jaar waarin de periode
van 290 jaar begint. Beiden hebben zes
veranderingen genoemd die zich in Engeland hebben voorgedaan in de periode
1649-1714. De veranderingen die Nicoullaud heeft genoemd, hebben
zich voorgedaan in
1649, 1653, 1660, 1689, 1702 en 1714. Wat Howe niet heeft aangeroerd, is
dat niet alle veranderingen die Loog heeft genoemd, terug zijn te voeren op
het commentaar van Nicoullaud. De veranderingen die Loog heeft
genoemd, hebben zich voorgedaan in 1649, 1660, 1685, 1689, 1711 en 1714.
Alle door Loog genoemde veranderingen in de periode 1649-1714 komen voor in
het commentaar op kwatrijn
03-57 in Merckwürdige
Fata Der Groß-Britanischen Crone Sint der Zeit da die Religion
reformiret worden. (D.D.
[Dietrich von Dobbeler, 1673-1718], Hamburg, 1715). Uit een opmerking op pagina 26 in Die
Weissagungen des Nostradamus blijkt dat Loog dit boek heeft
geraadpleegd; het boek is in 1715 ook
verschenen in het Engels en het Nederlands.[10]
Loogs beschrijvingen van de gebeurtenissen die zich
in de periode 1649-1714 hebben voorgedaan, verschillen soms van die
van D.D. Hij verwijst echter naar dezelfde jaren en personen als D.D.,
die de onthoofding van Charles I als bloedige gebeurtenis ziet die een
serie van zeven gebeurtenissen opent.
Bastarnië
is volgens D.D. een Arabisch woord dat "vleselijk" betekent
of "menselijk" en in astrologische zin naar het teken Tweelingen verwijst. Le Pelletier heeft bij zijn bespreking van kwatrijn 03-57
Bastarnië omschreven als een gebied dat overeenkomt met het Polen
van voor zijn tijd en dat in de astrologie wordt geregeerd het teken Ram.[11]
In Die Weissagungen des Nostradamus staan aanwijzingen dat Loog Les
Oracles de Michel de Nostredame heeft gebruikt als brontekst.
Het is om die reden mogelijk dat Loog zijn duiding van Bastarnië heeft ontleend
aan Le Pelletier.[12] Loog beroept zich echter niet op Le
Pelletier, maar op
astrologie en op het boek Germania van de geschiedschrijver
Tacitus.
Le Pelletier rept in het geheel niet over Tacitus.
De
veronderstelling in dit artikel is dat Loog voor
zijn commentaar op kwatrijn 03-57 D.D.'s Merckwürdige
Fata Der Groß-Britanischen Crone Sint der Zeit da die Religion
reformiret worden
heeft geraadpleegd en daaruit de serie van zes gebeurtenissen
heeft overgenomen wat betreft de periode 1649-1714 en verder astrologische boeken,
Tacitus' Germania
en wellicht Le Pelletiers Les Oracles de Michel de Nostredame. Het
valt te betwijfelen of hij in het geval van kwatrijn 03-57 materiaal
heeft overgenomen uit het boek van Nicoullaud.
Kwatrijn
03-57 (D.D., 1715-NL)
|
Zeven
Revoluties zullen in de Britsche Natie gezien worden Binnen den
omtrek van tweehonderd en negentig Jaaren, van
de tijd af, dat die met bloed besmet wierd.
Dezelve zal op generly wyze door VRANKRYK, maar door een
HOOGDUITS HUIS ondersteund worden
Totdat de Gemini hunne loop van Ariës tot de dubbele
Kruiskringen zullen geëindigd hebben. |
Kwatrijn
03-57: zeven veranderingen in Engeland in 290 jaar
(D.D.-1715, Nicoullaud-1914, Loog-1921)
| # |
D.D. (1715-NL, p.148-152) |
Nicoullaud (1914, p.106-107) |
Loog (1921, p.68-69) |
| 1 |
1649 |
Onthoofding Charles I
|
1649 |
Onthoofding Charles I |
1649 |
Onthoofding Charles I, protectoraat Cromwell |
2
|
1660 |
Kroning Charles II |
1653 |
Cromwell Protector |
1660 |
Kroning Charles II |
| 3 |
1685 |
Kroning James II |
1660 |
Kroning Charles II (herstel
Huis Stuart) |
1685 |
Pogingen James II om het katholicisme in te voeren |
| 4 |
1689 |
Afzetting James II door Willem III
|
1689 |
Afzetting James II door Willem III |
1689 |
Afzetting James II door Willem III |
| 5 |
1711 |
Revolutie en economische crisis onder koningin Anne |
1702 |
Kroning koningin Anne (herstel
Huis Stuart) |
1711 |
Grote economische crisis onder koningin Anne |
| 6 |
1714 |
George I herstelt de orde
|
1714 |
Kroning George I
(Huis Hannover) |
1714 |
Kroning George I |
| 7 |
1939 |
Laatste revolutie,
hierna zet het koningshuis de lijn onafgebroken
voort |
1939 |
Het
geheim van de toekomst |
1939 |
Laatste en grootste crisis voor Engeland, tevens een crisis in
Polen |
Kritzinger
(1922a, 1922b), Noah (1928) en Winkler (1937)
In 1922 heeft dr. Hans-Hermann Kritzinger Loogs commentaren op de
kwatrijnen 03-57 en 10-100 opgenomen in Mysterien von Sonne und Seele
(1922a) en vergeleken met tijdstructuren die hij zelf gebruikte voor de
"periodiciteit van de wereldgeschiedenis". Kritzinger
geeft wel de tekst van kwatrijn 10-100, maar niet die van kwatrijn
03-57. In Magische Kräfte (1922b) heeft hij min of meer
samengevat wat hij in Mysterien von Sonne und Seele over de Centuriën
heeft geschreven en heeft hij eveneens ruim aandacht besteed aan
de opvattingen van Loog. Met betrekking tot kwatrijn 03-57 merkte
Kritzinger op dat het teken Ram betrekking heeft op Klein-Azië en de Oost-Europese
landen tot aan de Kaspische Zee (Loog had geschreven dat onder het
teken Ram "het Oosten" valt) en dat de Bastarniërs in het
huidige Polen wonen. In 1939 zou volgens Kritzinger de zevende en
laatste veranderingen in Engeland plaatsvinden; hij schreef niets over
de aard van deze verandering. Verder hoopte hij dat ooit een
historicus in staat zou zijn de vierde regel van kwatrijn 03-57 goed
uit te leggen.[13]
In 1928 heeft Bruno Noah Loogs commentaar op kwatrijn 03-57 zonder
bronvermelding opgenomen in Nostradamus - Prophetische Weltgeschichte
von 1547 bis gegen 3000. In zijn commentaar schreef Noah dat niet
moest worden verwacht dat God Zijn strafgericht over Engeland vóór
1939 ten uitvoer zou brengen.[14]
Evenals de versie van Loog is Noahs versie van kwatrijn 03-57 geen
letterlijke vertaling uit het Frans:
Kwatrijn 03-57
(Noah, 2005 [1928], p.156)
|
Nach
einem Blutvergießen wird sich das Britenvolk
In 290 Jahren sieben Mal verändern.
Keine Stütze von Frankreich, sondern von Deutschland.
Der Widder irrt sich am polnischen Bastard. |
De
eerste regel heeft betrekking op de onthoofding van Charles I. Noah
houdt dezelfde serie gebeurtenissen tussen 1649 en 1714 aan als
Loog.
Volgens de derde regel krijgt Engeland geen steun van Frankrijk, maar
van Duitsland. Deze regel heeft betrekking op de kroning van George I
uit het Duitse vorstenhuis Hannover tot koning van Engeland in 1714.
Noah schrijft, in tegenstelling tot Loog, niets over een Frans aandeel
in de perikelen rond de troonopvolging in 1714.
De oorspronkelijke woorden pole Bastarnan keren in de vierde
regel niet terug als Bastarner Pol (Roesch), of Bastarner
Schützland (Loog), maar als polnischen Bastard. In Noahs
commentaar op kwatrijn 03-57 komt Polen overigens in het geheel niet
ter sprake.
Op p.65 van Und dies
geheimnisvolle Buch...! Das Leben des Michel Nostradamus. Die Geschichte
eines Mannes zwischen zwei Welten (1937) heeft dr. Bruno Winkler de
eerste twee regels van kwatrijn 03-57 weergegeven als: Ihr werdet das
englische Volk, das sich mit Blut befleckt, in 290 Jahren sich sieben
Mal verändern sehen. De Franse brontekst van deze twee regels staat op p.127.
Uit het commentaar op deze regels, dat in een voetnoot staat, blijkt dat
Winkler het jaar 1461 als uitgangspunt neemt en het jaar 1751 als
eindjaar beschouwt. Hij somt zeven wisselingen op in regerende
Engelse vorstenhuizen in de periode 1461-1714; dezelfde als die Wöllner heeft
opgesomd in Das Mysterium des Nostradamus.
Loogs
commentaar in 1921 op kwatrijn 03-57
Volgens
Loog is in kwatrijn 03-57 zowel de oorzaak aangegeven van de grootheid
van Engeland als het moment van waaraf haar neergang te verwachten is.
Hij beschrijft zes veranderingen die zich tussen 1649 en 1714 in
Engeland hebben voorgedaan. Nostradamus zou deze veranderingen op het
oog hebben gehad, te beginnen met de onthoofding van Charles I.
In Loogs versie van kwatrijn 03-57 luidt de derde regel in het
Nederlands: "In ieder geval geen Fransman, vanwege Duitse
steun". Na het overlijden van koningin Anne probeerde Louis XIV
een Bourbonse prins op de Engelse troon te krijgen. Echter, George I,
keurvorst van Hannover, werd troonopvolger: de "Duitse
ondersteuning" van de Engelse troon.
Tussen 1714 en 1921 (het jaar van publicatie van Die Weissagungen
des Nostradamus) vonden in Engeland volgens Loog geen
noemenswaardige veranderingen plaats.
Loog was van mening dat kwatrijn 03-57 een looptijd had van 1649 tot
1939, zodat de laatste verandering in de serie van zeven zich volgens
hem rond 1939 voor zou moeten doen. Hij sloot zijn commentaar af met
de woorden dat Nostradamus in kwatrijn 03-57 blijkbaar wilde meedelen dat
in 1939 de laatste en ernstigste crisis in Engeland hand in hand zou
gaan met
een crisis voor het wederopgestane Polen.[15]
Over de aard van deze crises ([burger-]oorlog, economische crisis,
revolutie) heeft hij niets geschreven. Dit bracht prof. dr. Eberhard
Dennert in Nostradamus und das zweite Gesicht (Pfullingen in
Württemberg, 1931, p.31) tot de conclusie dat Loogs commentaar op
kwatrijn 03-57 erg vaag was, net als een aantal andere van zijn
commentaren.
Met
het oog op het teloorgaan van de Engelse wereldheerschappij besprak Loog
ook kwatrijn 10-100, waarin is voorspeld dat Engeland de wereld zal
beheersen gedurende meer dan 300 jaar. Loog veronderstelde dat deze periode was
begonnen tijdens de regering van de Engelse koningin Anne (1702-1714).
Volgens Loog was in kwatrijn 03-57 aangegeven dat Engeland vanaf 1939 in
verval zou raken.[16]
Over het Duitsland van na de
Eerste Wereldoorlog schreef Loog: "Arm Duitsland, je hebt veel tijd nodig
om je weer iets omhoog te werken."[17]
Op grond van kwatrijn 10-46 verwachtte hij dat Duitsland op een zeker moment
geen republiek meer zou zijn, maar dat er een keurvorst zou komen
en misschien een keizer.[18] De
volgende wereldoorlog zou uitbreken rond 2100, met Duitsland
en Frankrijk als strijdende partijen. Loog
schreef over deze oorlog dat Duitsland bijna 200 jaar nodig zal hebben
om vanuit de huidige vernedering (het Verdrag van Versailles) weer de
status van grootmacht te bereiken, die haar toekomt. Loog ziet in het
Verdrag van Versailles een herhaling van wat zich afspeelde na het
Verdrag van Westfalen dat in 1648 werd gesloten, waarbij Duitslands
welvaart teloor ging en Duitsland 200 jaar nodig had om zich te
herstellen.[19]
Voor de periode 1930-1940 verwachtte Loog géén politieke
omwentelingen in Duitsland. Hij heeft niet geschreven dat Duitsland
betrokken zou zijn bij de crises die hij voor 1939 verwachtte voor Engeland en Polen.
Uit deze gegevens blijkt dat aan Loog kan niet worden
toegeschreven dat hij op kwatrijn 03-57 als commentaar heeft geleverd
dat Duitsland in september 1939 Polen zou binnenvallen en dat Engeland
als reactie daarop Duitsland de oorlog zou verklaren. Het is dan ook
erg merkwaardig dat de Duitse onderzoeker Kurt Allgeier rond 2000, in
zijn commentaar op kwatrijn 03-57, schreef dat hij dit commentaar had
overgenomen van Loog, die volgens hem had uitgelegd dat in 1649 Charles
I werd onthoofd en dat in 1939 de Tweede Wereldoorlog zou uitbreken.
De
Duitse inval in Polen in september 1939 en de daarop volgende
commentaren op kwatrijn 03-57
Op 1 september
1939 vielen de Duitsers vanuit drie kanten Polen binnen. De Poolse
troepen waren niet opgewassen tegen de Duitsers en na het bombardement
op Warschau was de strijd in het voordeel van Duitsland beslecht.
Engeland en Frankrijk verklaarden Duitsland op 3 september 1939 de
oorlog. Andere landen, waaronder België en Nederland, mobiliseerden hun
strijdkrachten. Op 17 september 1939 vielen de Russen het oostelijk deel
van Polen binnen en namen strategische punten in in Estland, Letland en
Litouwen. Op 28 september 1939 capituleerden de laatste Poolse troepen.
In 1961 vertelde Kritzinger aan Howe dat Magda Goebbels, de echtgenote
van Paul Joseph Goebbels, Duitslands minister van
Propaganda, op een avond, kort na de inval van de Duitsers in Polen, in Mysterien
von Sonne und Seele zijn bespreking las van Loogs commentaar op
kwatrijn 03-57. Zij was hiervan zo onder de indruk, dat zij haar man
wakker maakte en het hem voorlas. Kort erna lieten vier mensen aan
Goebbels dit fragment zien, waarin het jaar 1939 vet was gedrukt.
Hierdoor, aldus Kritzinger, werd Goebbels' nieuwsgierigheid gewekt en
hij besloot de Centuriën te gebruiken voor psychologische
oorlogvoering. Goebbels ontbood Kritzinger voor een gesprek, dat
plaatsvond op 4 december 1939. In dat gesprek vertelde hij hem onder de
indruk te zijn van de manier waarop kwatrijn 03-57 in vervulling was
gegaan. Tegenover Howe sprak Kritzinger over "de inmiddels beroemde
duiding van Loog".[20]
In 1940 koppelde de Zweedse Centurie-onderzoeker Salamar op
pagina 71 in Nostradamus Profetior med originaltexter för första
gången på svenska kwatrijn 03-57 aan de Duitse inval in Polen met
de argumenten dat Duitsland en Polen onder invloed stonden van de
planeet Mars, de heerser van de Dierenriemtekens Ram en Schorpioen, en
dat Duitsland, de steunpilaar van Engeland, bang was voor diens Poolse
bondgenoot. Salamar schreef ook dat dit kwatrijn door de loop van de
geschiedenis erg populair was geworden in Duitsland.
In de paragraaf Loogs
commentaar in 1921 op kwatrijn 03-57 is
beargumenteerd dat Loog in 1921 niet heeft verondersteld dat de Duitsers in
september 1939 Polen zouden binnenvallen. Na de inval van de Duitsers in Polen is
zijn commentaar uit zijn
verband gerukt. Zijn woorden "crisis voor het wederopgestane
Polen" zijn uitgelegd als een voorspelling van Nostradamus van de Duitse
inval in Polen en de woorden "grootste en ernstigste crisis voor
Engeland" als een voorspelling van Nostradamus van de ondergang van
Engeland, die het gevolg zou zijn van het feit dat Engeland aan
Duitsland de oorlog had verklaard. Dit alles alléén omdat Loog het
jaartal 1939 had genoemd, een jaartal dat in Mysterien von Sonne und
Seele vet was gedrukt. Dat Loog een nieuwe wereldoorlog niet vóór
2100 verwachtte, bleef buiten beschouwing. In Die Prophezeiungen des
Nostradamus (Elisabeth Noelle, Berlijn, 1940) heeft zich iets
soortgelijks voorgedaan. Noelle citeert in dat artikel een opmerking uit een in 1925
verschenen artikel in de Deutsche Allgemeine Zeitung, waarin
staat dat volgens Nostradamus Duitsland en Frankrijk in 1940 met elkaar
in oorlog zouden zijn en dat de Duitsers Parijs zouden veroveren. Wat Noelle buiten beschouwing laat, is dat in het
artikel waaruit zij heeft geciteerd, uitdrukkelijk staat dat de andere
Europese landen zich niet met deze strijd zouden inmengen. In het
artikel is dus iets anders voorspeld dan dat Noelle haar lezers wilde
doen geloven.[21]
Uit bovenstaande tabel blijkt dat in een tamelijk groot aantal
commentaren, daterend uit de periode tussen de Duitse invasie in Polen
in september 1939 en de capitulatie van Duitsland in mei 1945, kwatrijn
03-57 op een of andere wijze werd gekoppeld aan de Duitse inval in
Polen. De helft van deze commentaren was propagandistisch, de andere
helft niet. Dit laat zien dat in die periode de koppeling van kwatrijn
03-57 aan de Duitse inval in Polen tamelijk populair was.
Loogs
commentaar in 1940 op kwatrijn 03-57
Uit
de ingezonden brief Prophete rechts - Prophete links - War Nostradamus
wirklich Scharlatan und Betrüger?, verschenen in nummer 50 van de
jaargang 1940 van het Duitse weekblad Der Reichswart - Wochenschrift
für nationale Unabhängigkeit und deutschen Sozialismus; Organ der
Deutschen Glaubensbewegung, blijkt dat Loog ervan overtuigd was dat de Centuriën in vervulling
zouden gaan en dat volgens hem tussen 1921 en 1940 een aantal kwatrijnen
in vervulling waren gegaan op een manier die sterke overeenkomsten
vertoonde met wat hij erover had geschreven in 1921 in Die
Weissagungen des Nostradamus. Op deze website heeft deze brief als
werktitel gekregen: Nostradamus
Scharlatan?
In Nostradamus Scharlatan?
heeft Loog ook commentaar geleverd op
kwatrijn 03-57. Hij begon met te verwijzen naar
zijn commentaar in Die Weissagungen des Nostradamus en zijn toenmalige stelling dat
er in 1939 een crisis zou zijn in Engeland en tegelijkertijd een in
Polen. Uit het commentaar dat hij in 1940 gaf, blijkt dat hij van mening was dat de Duitse invasie in september 1939 in
Polen aansloot bij zijn commentaar in Die Weissagungen des
Nostradamus.
De Duitstalige tekst van kwatrijn 03-57 in Nostradamus
Scharlatan? is niet identiek aan die in Die Weissagungen
des Nostradamus. In plaats van het woord Britenvolk
heeft hij de woorden britische Geslecht gebruikt (eigenlijk,
volgens zijn
toelichting: britische
[Herrscher-] Geslecht). Loog heeft beargumenteerd hij door deze verandering een
vertaalfout had gecorrigeerd. Ik ben
daarentegen van mening dat deze
verandering een projectie is van de aard van de zevenvoudige reeks
gebeurtenissen die Loog in Nostradamus
Scharlatan? heeft
aangehouden.
In zijn commentaar heeft Loog namelijk geschreven dat de zeven veranderingen in Engeland
waarover in kwatrijn 03-57 is geschreven, veranderingen zijn met
betrekking tot het ten einde lopen van dynastieën - waarbij het
regentschap van Cromwell gemakshalve ook als een dynastie wordt
beschouwd.
Deze reeks verschilt van de reeks in Die
Weissagungen des Nostradamus, die was gebaseerd op het begin van
dynastieën (met uitzondering van de onthoofding van Charles I). Loog heeft met het aanhouden van het jaar 1837 als jaar
waarin het Huis Hannover ten einde liep, stilzwijgend de opmerking in Die
Weissagungen des Nostradamus teruggenomen dat er tussen
de kroning van George I in 1714 en het verschijnen van Die
Weissagungen des Nostradamus in 1921 geen noemenswaardige
veranderingen hadden plaatsgevonden. Loogs opmerking over het ten einde lopen van het
Huis
Hannover in 1837 is overigens voor discussie vatbaar. In 1837 besteeg koningin
Victoria de troon. Zij was lid van het Huis Hannover. Zij huwde in 1840
met Albert von Saksen-Coburg. Pas toen zij werd opgevolgd door Edward
VII, haar zoon, was er sprake van het aan de macht zijn van het Huis
Saksen-Coburg. George V, koning van 1910 tot 1936, gaf zijn Duitse
titels op en verving de naam Saksen-Coburg door de naam Windsor.
Naar de mening van Loog zou de zevende verandering
zich aansluitend op de ontwikkelingen die in 1939 in gang waren gezet,
moeten voltrekken. Op grond van krantenberichten waarin gewag werd
gemaakt van het voorbereiden van de vlucht van de Engelse koning, vroeg hij
zich af of een dergelijke vlucht niet het einde zou betekenen van het Huis
Windsor, anders gezegd: de zevende keer in een periode van ongeveer 290
jaar, gerekend van 1649 tot 1940, dat een dynastie ten einde zou lopen.
Dit zou overeenstemmen met de door hem aangehouden reeks, gerekend van
1649 tot 1939. De loop
van de geschiedenis heeft Loog niet in het gelijk gesteld: koning George
VI is bij mijn weten in de Tweede Wereldoorlog niet gevlucht en werd in
1952 opgevolgd door Elisabeth II, zijn dochter. Tot op de dag van
vandaag wordt het Verenigd Koninkrijk geregeerd door het Huis Windsor,
waardoor de termijn van 290 jaar, gerekend vanaf 1649, is overschreden
en de serie veranderingen zoals Loog die voor ogen had, niet aan
kwatrijn 03-57 kan worden gekoppeld.
In de derde regel van de versie-1940 van kwatrijn 03-57 heeft Loog het woord deutsche
vervangen door het woord germanische. In Die Weissagungen des
Nostradamus had hij het woord deutsche gekoppeld aan George
I, keurvorst van Hannover die in 1714 de Engelse troon besteeg. In 1940
schreef hij dat verscheidene
Engelse dynastieën van germaanse oorsprong waren, waaronder de
Koburg-dynastie (de Saksen-Coburg dynastie) alias de Windsor-dynastie,
die in 1940 aan de macht was en volgens Loog spoedig ten einde zou
kunnen lopen.
Duitse
tekst kwatrijn 03-57 (Loog, 1921 en 1940)
|
Loog-1921,
p.68
Man wird sehen, daß das Britenvolk sich
sieben Mal in 290
Jahren ändert, nachdem es mit Blut befelckt ist. Eine
französische keineswegs, durch eine deutsche Stütze. Der
Widder zweifelt an seinem Bastarner Schutzland.
Loog-1940,
p.2
Ihr werdet sehen, daß sich das britische Geslecht sieben
Male in 290 Jahren ändert, nachdem es mit Blut befleckt ist.
Eine fränkische keineswegs, eine germanische Stütze. Der
Widder zweifelt an seinem Bastarner Schutzland. |
Kwatrijn
03-57: zeven veranderingen in Engeland in 290 jaar
(Loog, 1921 en 1940)
| # |
Loog
(1921, p. 68-69) |
Loog
(1940, p.2) |
| 1 |
1649 |
Onthoofding Charles I, protectoraat Cromwell |
1649 |
Onthoofding
Charles I Stuart |
2
|
1660 |
Kroning Charles II |
1660 |
Cromwell,
vader en zoon |
| 3 |
1685 |
Pogingen James II om het katholicisme in te voeren |
1689 |
James
II Stuart |
| 4 |
1689 |
Afzetting James II door Willem III
|
1702 |
Willem
III van Oranje |
| 5 |
1711 |
Grote economische crisis onder koningin Anne |
1714 |
Anne
Stuart |
| 6 |
1714 |
Kroning George I
|
1837 |
Einde
Huis Hannover |
| 7 |
1939 |
Laatste en grootste crisis voor Engeland, tevens een crisis in
Polen |
1940 |
Einde
Huis Windsor? |
Kwatrijn
03-57 in Englands Aufstieg und Niedergang... (Winkler, 1940)
Zoals reeds opgemerkt, heeft Winkler in Und dies geheimnisvolle
Buch... (1937) wat betreft kwatrijn 03-57 gerekend met de periode
1461-1751 en een reeks gebeurtenissen vermeld, die gelijk is aan de
reeks die Wöllner heeft vermeld in 1926.
In Nostradamus und seine Prophezeiungen
für das zwanzigste Jahrhundert (1939) staan een aantal
commentaren ten gunste van Hitler en diens binnenlandse politiek.
Opvallend in deze commentaren is dat Winkler kwatrijn 03-58 aan
Hitlers geboorte heeft gekoppeld en dat hij Loog verwijt te
veronderstellen dat Duitsland 200 jaar nodig heeft om zich te
herstellen van het Verdrag van Versailles, terwijl volgens Winkler dit
herstel reeds binnen 20 jaar is bereikt.[22]
In Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste
Jahrhundert is kwatrijn 03-57 niet besproken. Wél in Englands
Aufstieg und Niedergang..., dat een jaar later uitkwam. Hierin
heeft Winkler zijn commentaar op kwatrijn 03-57 herzien zonder te
vermelden hoe zijn commentaar in 1937 heeft geluid. In Englands
Aufstieg und Niedergang... rekent Winkler met de periode 1649-1939.
Hij somt wat betreft de periode 1649-1714 zes gebeurtenissen op onder
verwijzing naar Nicoullaud en voegt daar Loogs aantekeningen
over Polen aan toe. Hij besluit zijn commentaar met de opmerking dat
reeds in 1914 een Franse onderzoeker op grond van kwatrijn 03-57 het
jaar 1939 bestempelde als noodlotsjaar voor Engeland en dat een Duitse
onderzoeker in 1921 het jaar 1939 bestempelde als noodlotsjaar voor
Polen, wat in Winklers ogen een schitterend bewijs was voor de
vaardigheden van zowel Nostradamus als diens commentatoren.[23]
Vergelijking van Winklers 1940-versie van kwatrijn 03-57 met diens
1937-versie wijst uit dat Winkler in 1940, in navolging van het
commentaar van Nicoullaud, de zeven veranderingen in Engeland laat
ingaan met de onthoofding van Charles I.
In Winklers 1940-versie van kwatrijn 03-57 staat in de derde regel het woord frei (NL:
legitiem). Winkler baseert zich hier op Nicoullaud, in wiens brontekst
niet France staat, maar Franche.
Kwatrijn
03-57 (Winkler, 1937 en 1940)
|
1937,
p.65
Ihr werdet
das englische Volk, das sich mit Blut befleckt, in 290 Jahren
sich sieben Mal verändern sehen.
1940, p.23
Siebenmal
werdet ihr das brittanische Volk sich verändern sehen,
nachdem es sich mit Blut befleckt hat.
Keineswegs frei,
sondern durch deutsche Stutze.
Der Widder zweifelt an seinem
bastarnischen Gefild.
|
Kwatrijn
03-57 in nationaalsocialistische Nostradamuscommentaren
a.
Hoe zal deze oorlog eindigen? en Nostradamus spådomar om
kriget (1940 [1939])
Deze publicaties, geproduceerd in opdracht van Goebbels'
Propagandaministerie, zijn vanaf eind maart 1940 uitgegeven in het Engels,
Frans, Italiaans, Kroatisch, Nederlands, Roemeens, Servisch en Zweeds.
In de literatuurstudie waarop dit artikel is gebaseerd, wordt beschikt
over het Nederlandstalige en het Zweedstalige exemplaar.
In deze publicaties is over kwatrijn 03-57 vermeld dat onder meer de Fransen
Rochetaillée,
Piobb, De Fontbrune en Amiaux, de Duitsers Kritzinger en Loog en de Engelsman Taylor
onafhankelijk van elkaar hebben berekend dat 1939 het noodlotsjaar is
voor Engeland. Loogs commentaar met betrekking tot Polen is woordelijk
geciteerd als een voorbeeld van een treffende uitleg van de
gebeurtenissen in 1939.[24]
In de derde regel is het oorspronkelijke Franse woord appuy
vertaald in het Nederlandse woord druk en het Zweedse woord stöd.
Door deze ingreep konden de derde en vierde regel worden gekoppeld aan
de Duitse inval in Polen, temeer daar de woorden pole Bastarnan
gekoppeld werden aan het Polen van na de Eerste Wereldoorlog.
Kwatrijn
03-57 (Propagandaministerie, Berlijn, 1940 [1939])
|
Hoe
zal deze oorlog eindigen? (p.27)
Zeven maal zult ge het Britsche
volk zien veranderen,
gekleurd in bloed in 290 jaren.
Frankrijk geenszins; door den druk der Duitschers
twijfelt de
ram aan zijn Bastarnische pool.
Nostradamus spådomar om kriget (p.33)
sju gånger skolen I få se det brittiska folket växla öden,
färgade i blod under 290 år. Med Frankrike annorlunda.
Genom Germaniens stöd går Arios förbi sin basterniska pol. |
b. Die
Prophezeiungen des Nostradamus (Brochure-18, Europa-Verlag,
1940)
Deze brochure is deel 18 in de serie Informations-Schriften,
een serie die is uitgegeven in het Bulgaars, Deens, Duits, Engels,
Frans, Hongaars, Nederlands, Portugees, Roemeens, Spaans en Zweeds. In
de literatuurstudie die ten grondslag ligt aan dit artikel, wordt
beschikt over het Duitstaligee, Franstalige en Nederlandstalige
exemplaar. De tekst van deze vertalingen is nagenoeg parallel. In geen
van de exemplaren is een auteursnaam vermeld.
In het commentaar op kwatrijn 03-57 is aangegeven dat de onthoofding in
1649 van Charles I de eerste (bloedige) gebeurtenis was in de serie van
zeven. Het getal 290 optellend bij het getal 1649 ontstaat het
noodlotsjaar 1939. Wat betreft Polen is geciteerd uit Loog (1921),
zonder dit als bron te vermelden.
In deze brochure is, evenals in Hoe zal deze oorlog eindigen? en Nostradamus
spådomar om kriget, het oorspronkelijke Franse woord appuy
in het Duits vertaald in (DE: Druck, FR: pression, NL: druk).
In het commentaar op dit kwatrijn
is het teken Ram in de vierde regel gelijk gesteld aan Engeland, dat
niet meer kan rekenen op het bondgenootschap met het ten oosten van
Duitsland liggende Polen. De combinatie van de derde en vierde regel
wordt geacht te verwijzen naar de inval van de Duitsers in Polen. Dit
commentaar komt ook voor in Kraffts Comment Nostradamus a-t-il
entrevu l'avenir de l'Europe? (1941), dat in de volgende paragraaf
wordt besproken.
In de Franstalige versie van Brochure-18 is de tekst van kwatrijn
03-57 niet ontleend aan originele Franse uitgaven van de Centuriën,
maar vertaald uit de Duitse versie van Brochure-18. Het resultaat
wijkt sterk af van de tekst in bijvoorbeeld de facsimile-Choramat-2000,
maar deze verschillen zullen destijds alleen zijn opgemerkt door kenners
van de Centuriën. Het woord pression in de derde regel is
de vertaling van het Duitse woord Druck. Wat verder opvalt, is dat in de Franse tekst in Brochure-18 in de
tweede regel staat dat het Engelse volk bij iedere verandering haar
handen besmeurt met bloed, in tegenstelling tot de Duitse tekst in Brochure-18, waarin het met bloed besmeurd raken is gekoppeld aan de
onthoofding van Charles I.[25]
Kwatrijn
03-57 (Brochure-18, 1940)
|
Brochure-18-DE
(p.9)
Siebenmal wird sich das
englische Volk in zweihundertneunzig Jahren
Verändern, nachdem es sich mit Blut befleckt hat:
Nicht frei durch deutschen Druck,
Zweifelt der Widder an seinem Bastarnischen Partner.
Brochure-18-FR (p.10-11)
Sept fois en l'espace de deux cents quatre-vingt-dix ans,
Le destin du peuple anglais changera, et chaque fois il
souillera ses mains de sang:
Pas libre de la pression allemande,
Le Bélier doute de ses partisans Bastarnienses.
Brochure-18-NL
(p.10)
Zevenmaal zal het Engelsche volk in tweehonderd negentig jaren
Veranderen, nadat het zich met bloed bevlekt heeft:
Niet vrij door Duitschen druk,
Twijfelt de Ram aan zijn Bastarnischen medestander. |
c. Comment
Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? (Krafft, 1941)
Kraffts Comment Nostradamus a-t-il entrevu... is
oorspronkelijk geschreven in het Duits, en uitgebracht in het Deens,
Frans, Hongaars, Portugees, Roemeens en Spaans. In de literatuurstudie die ten
grondslag ligt aan dit artikel, wordt beschikt over het Franstalige
exemplaar, waarin voor de kwatrijnen de teksten zijn gebruikt uit
Kraffts Les Propheties de Maistre
Michel Nostradamus, Bildgetreuer, vergrösserter Abdruck einer Ausgabe
der "Prophéties", erschienen bei Benoist RIGAUD Lyon unter
dem Datum 1568 (kopie-Krafft-1940) (Frankfurt am Main).
In zijn commentaar volgt Krafft Nicoullaud en verwijst hij zijdelings
naar een Duitse commentator, die in 1921 heeft geschreven dat de crisis
die in 1939 in Engeland zal plaatsvinden, verband heeft met de crisis in
Polen. Krafft doelt op Loog. Hij kwalificeert de inhoud van de boeken
van Loog en Wöllner als "één of twee min of meer geslaagde
commentaren temidden van een absurde these." Krafft is overigens
van mening dat het afschaffen van de grondwet in Engeland in 1940 de
zevende verandering is die Nostradamus op het oog had.
Volgens Krafft wijst de derde regel van kwatrijn 03-57 erop dat de
Fransen in 1939 de Polen niet te hulp konden schieten. De vierde regel
wijst volgens hem op het Engelse plan om Polen Engelands partner te
laten zijn aan de oostgrens van het Reich. Dit commentaar komt
ook voor in de in paragraaf -c- besproken Brochure-18.[26]
d.
Der Seher von Salon (Brochure-38, Europa-Verlag, 1941)
Deze brochure is deel 38 in de serie Informations-Schriften. In
de literatuurstudie die ten grondslag ligt aan dit artikel, wordt
beschikt over het Duitse exemplaar. In deze brochure is geen auteursnaam
vermeld. Onderzoek van Ulrich Maichle heeft uitgewezen dat deze brochure
is geschreven door dr. H.-H. Kritzinger.
In deze brochure is kwatrijn 03-57 gekoppeld aan de inval van de
Duitsers in Polen in 1939, onder de vermelding dat Nostradamus het jaar
van de Poolse catastrofe exact heeft aangegeven. Als verklaring van de
periode van 290 jaar wordt verwezen naar de onthoofding van Charles I in
1649, de gebeurtenis die het begin markeert van de periode van 290 jaar.
Wat betreft de betekenis van de woorden pole Bastarnan wordt
verwezen naar de astrologische indeling van landen die destijds door
Ptolemeus is gemaakt.
Ook in dit kwatrijn is het oorspronkelijke Franse woord appuy
vervangen door het Duitse woord Druck, waardoor, in combinatie
met pole Bastarnan = Polen de koppeling ontstaat met de Duitse
inval in september 1939.
Het commentaar sluit af met de opmerking dat
Nostradamus in de vierde regel van kwatrijn 03-57 erop wijst dat de Ram
aan het voortbestaan twijfelt van zijn regeringsdistrict Polen.[27]
Kwatrijn
03-57 (Brochure-38, 1940, p.10)
|
Ihr
werdet sehen sich sieben Mal ändern das britische Geslecht,
nachdem es mit Blut befleckt ist in 290 Jahren: Frei durchaus
nicht durch deutschen Druck, Widder zweifelt an seinem
Bastarner Pol. |
e. Voorspellingen
die uitgekomen zijn... (De Tombre, 1941)
Dit boekje is in 1941 in Nederland uitgegeven door Hijman, Stenfert
Kroese & Van de Zande NV in Arnhem, een uitgeverij die van 1941 tot
1945 een filiaal was van de Volksche Uitgeverij Westland en onder
leiding stond van de nationaalsocialist J.G. van Ditmarsch. Het is tot
stand gekomen in de zomer van 1941, in ieder geval vóór de Japanse
aanval op Pearl Harbor. In de Berliner Staatsbibliothek bevindt
zich een exemplaar, waarin op de titelpagina het stempel staat van de
toenmalige Preußische Staatsbibliothek Berlin en de aantekening:
1941 - verfasst von dr. Alexander Centgraf, Berlin W.30,
Hohenstauffenstr. 35; en op de (onbedrukte) achterzjide van deze
pagina de aantekening: Der Preußischen Staatsbibliothek als Geschenk
überreicht vom Verfasser Dr. Centgraf. Dit zou betekenen dat dit
boek oorspronkelijk geschreven is door dr. phil. Alexander Max Centgraf alias dr. N.
Alexander Centurio.[28]
Volgens een lezer van het Nederlandse dagblad Het Vrije Volk
was De Tombre een fascistisch astroloog.[29]
In Voorspellingen die uitgekomen zijn... zijn vrijwel
alle kwatrijnen weergegeven in het Frans en het Nederlands. De Franse
brontekst is die van de kopie-Krafft-1940.[30]
De Nederlandse vertaling kan er niet geheel op worden teruggevoerd. De woorden "Poolse bastaard" in de
vierde regel van kwatrijn 03-57 (terminologie die ook voorkomt in de versie van Noah in
1928) verwijzen volgens De Tombre niet zozeer naar de Bastarners, die
woonachtig waren in de Weichselregio, maar naar het feit Nostradamus
over bastaardvolken spreekt als een volk niet uit één volksgeheel
bestaat, maar uit afzonderlijke nationaliteiten. In Polen, waar volgens
De Tombre de
vermenging tussen Slavische bestanddelen van het volk en de Joden zeer
sterk was, was dit heel erg het geval. De Tombre voert ook nog het
begrip Ariër ter sprake. Wij zien in deze bespreking van
kwatrijn 03-57 een verwijzing naar de
rassenwetten. Het gebezigde commentaar is zeer kwaadaardig.[31]
In de derde regel is het
oorspronkelijke Franse woord appuy niet vertaald in druk,
maar in steunpunt. Het teken Ram in de vierde regel is gelijk
gesteld aan Duitsland. De derde en vierde regel verwijzen naar de Duitse
inval in Polen.
Kwatrijn
03-57 (De Tombre, 1941, p.53)
|
Zevenmaal
zal het Britsche volk veranderd worden,
Met bloed gekleurd in 290 jaar.
Frankrijk gij hebt geen steunpunt aan Duitschland.
Want de Ram neemt aanstoot aan zijn Poolschen bastaard. |
Kwatrijn
03-57 in Nostradamus prophezeit den Kriegsverlauf (De Wohl e.a. [pseudo-Winkler],
Londen ["Görlitz"], 1943)
Nostradamus
prophezeit den Kriegsverlauf dateert uit 1943. Het merendeel van de tekst van deze brochure is
geschreven door Louis de Wohl (Louis von Wohl, 1903-1961), die in die
tijd in dienst was van de afdeling Special Operations Executive van de
Britse Geheime Dienst. De verklaringen in deze Duitstalige brochure van
50 vervalste kwatrijnteksten hadden als doel het moreel van Duitse
soldaten te ondermijnen door via "voorspellingen" de
uiteindelijke nederlaag van Hitler in het vooruitzicht te stellen.
De vijf hoofdstukken met vervalste kwatrijnteksten werden voorafgegaan
door een ongetitelde inleiding, waarin aan de hand van niet-vervalste
kwatrijnteksten en traditionele commentaren - waarbij onder andere
gebruik werd gemaakt van de studie van de Centuriën van de Brit
De Garencières - uiteen werd gezet dat een aantal kwatrijnen reeds in
vervulling waren gegaan.
Op pagina 9 in de inleiding staat dat zich inmiddels in Engeland zeven
veranderingen hebben voltrokken, een opmerking die in verband kan worden
gebracht met kwatrijn 03-57, hoewel de tekst van dat kwatrijn niet is
weergegeven. De jaartallen waarin de looptijd van 290 jaar zou zijn
begonnen of tot een einde zou zijn gekomen zijn niet gegeven. De
opmerking over de zeven veranderingen komt na de opmerking dat
Nostradamus de Franse Burgeroorlog had voorspeld, de Bartholomeusnacht
en het regentschap van Cathérine de' Medici. Na de opmerking over de
veranderingen volgt de mededeling dat daarna plotseling een nieuw
personage opduikt, te weten Napoleon Bonaparte. Dit lijkt aan te duiden
dat volgens De Wohl c.s. de laatste van de zeven veranderingen in
Engeland zich voorafgaand aan de geboorte van Napoleon Bonaparte
voltrok, dat wil zeggen vóór 1769, wat zou betekenen dat de looptijd
van kwatrijn 03-57 volgens hen zou zijn begonnen in 1479. Ook bestaat de
mogelijkheid dat De Wohl c.s. hun commentaar hebben overgenomen van
Laver, die de kroning van George I als laatste van de zeven
veranderingen aanmerkte. In het commentaar van De Wohl c.s. is dus geen verband gelegd met de Duitse inval in Polen in
september 1939 of aan de Tweede Wereldoorlog als zodanig.
Samenvatting
In dit artikel is
ingegaan op mogelijke achtergronden van kwatrijn 03-57 en de
commentaren die er in de loop der jaren op zijn gegeven, in het
bijzonder die commentaren waarin het jaartal 1939 op één of andere
wijze een rol speelt. De Duitstalige weergaven van dit kwatrijn in de
publicaties die zijn verschenen tussen 1921 en 1937, zijn geen
letterlijke vertalingen uit het Frans, maar parafraseringen waarin
elementen zijn verwerkt die uit het commentaar stammen dat op dit
kwatrijn is geleverd.
Kwatrijn 03-57 is door de nationaalsocialisten na de inval van de Duitsers in Polen (september 1939)
aan dit wapenfeit gekoppeld, waarbij het oorspronkelijke commentaar van
Loog in Die Weissagungen des Nostradamus uit zijn verband werd
gehaald. In dit artikel is beargumenteerd dat aan Loog niet kan worden
toegeschreven dat hij kwatrijn 03-57 heeft becommentarieerd als zou
hierin zijn voorspeld dat Duitsland in september 1939 Polen zou
binnenvallen, wat zou worden gevolgd door een oorlogsverklaring van
Engeland, die voor dat land een crisis zou betekenen.
Kwatrijn 03-57 komt voor in diverse nationaalsocialistische
Nostradamuscommentaren. In alle nationaalsocialistische versies van
kwatrijn 03-57 is de tekst van de derde en vierde regel koppelbaar
gemaakt aan de Duitse inval in Polen in september 1939. In de meeste
gevallen is dit gebeurd door het oorspronkelijke Franse woord appuy
te vertalen in druk.
De nationaalsocialistische commentaren op kwatrijn 03-57 zijn niet
altijd van gelijke strekking. Men moet
zich hierbij bedenken dat deze commentaren niet wetenschappelijk waren
bedoeld, maar propagandistisch.[32]
De lotgevallen van Die
Weissagungen des Nostradamus
Blijkens een opmerking op pagina 61 van Die
Weissagungen des Nostradamus zijn delen ervan geschreven in
maart 1920. Die Weissagungen des Nostradamus werd
uitgebracht in 1921 en werd binnen een
jaar acht keer herdrukt.[33]
Op de laatste pagina van de eerste druk had de uitgever kenbaar gemaakt
dat Loog hem op 22 december 1920 op voorwaarde van strikte geheimhouding
het codewoord had meegedeeld waarmee alle kwatrijnen konden worden
ontraadseld.[34]
In het nawoord bij de vierde druk, daterend uit oktober 1921, besprak
Loog een aantal facetten van zijn codesleutel en gaf hij critici
repliek. Dit nawoord verscheen in meer uitgebreide vorm in het
januarinumer van de jaargang 1922 van het maandblad Psychische
Studien, dat onder redactie stond van dr. H.-H. Kritzinger, onder de
titel Prophezeiungen - eine Erwiderung.[35]
Volgens een opmerking van Loog in Prophete rechts - Prophete links,
welk artikel was gepubliceerd tegen het eind van 1940, was ten tijde van
het schrijven van dat artikel het boek Die Weissagungen des
Nostradamus al lange tijd uitverkocht. In
1940 echter heeft uitgeverij Johannes Baum de vijfde
en zesde druk van Die Weissagungen des Nostradamus opnieuw in
omloop gebracht.[36]
In juni 1941, als gevolg van de Aktion Heß nam de Gestapo alle
in omloop zijde exemplaren in beslag en werd de uitgeverij gesloten.[37]
Na de oorlog is Die Weissagungen des Nostradamus niet opnieuw
uitgegeven. Slechts een handvol Centurie-onderzoekers heeft in
hun commentaar op kwatrijn 03-57 de looptijd aangehouden die Loog in
1921 eraan had toegekend en een verband beschreven met de Duitse inval
in Polen in september 1939.
Dankwoord
De schrijver
dankt de Berlijnse Staatsbibliotheek voor het toezenden van een kopie
van het artikel Prophete rechts - Prophete links van C. Loog.
De Meern, 27
september 2005
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 29 december 2008
Noten
-
Howe,
p.222. In het onderschrift staat het woord Vorhersage
(voorspelling) tussen aanhalingstekens. [tekst]
-
Ptolemeus,
p.84; Leovitius: Eclipsium omnium... [tekst]
-
Brind'Amour-1993, p.218-220;
-1996, p.124-127; Lenoble: Nostradamus
et l'eclipse du 11 Août 1999. [tekst]
-
Turrel,
fo XXIII; Roussat, p.155. [tekst]
-
Turrel,
fo XXV; Roussat, p.162. [tekst]
-
Wöllner,
p.35-36 en 46-47. De berekeningen in Das Mysterium des Nostradamus
hebben soms verschillende bronnen. Op grond van zijn
herberekening van de tweede bijbelse chronologie in de Brief aan Henri
II heeft Wöllner aangenomen dat Adam is geschapen in 4184 vChr en de wereld in 4220
vChr (Wöllner, p.15). [tekst]
-
Lemesurier
aan Van Berkel, 22 april 2004. [tekst]
-
Loog-1921, p.68-69; de bespreking
van kwatrijn 08-37 staat op p.20-21. In Englands Aufstieg und
Niedergang... heeft Winkler Loogs weergave van kwatrijn 03-57
vrijwel ongewijzigd overgenomen, inclusief de zinsnede waarvan de
Nederlandse vertaling luidt "nadat
het met bloed is bevlekt" (Winkler [1940], p.23). [tekst]
-
Howe,
p.218-219; Le Pelletier, boek I, p.135-138; Loog (1921), p.68-69;
Nicoullaud, p.105-107. [tekst]
-
D.D.
(1715-NL), p.148-152. De Nederlander Johan Moonen heeft in 2000 in hoofdstuk 6 van zijn
website Nostradamus,
voorspellingen en profetieën voor verleden, heden en toekomst beschreven
dat sommige elementen van Loogs commentaar op kwatrijn 03-57
teruggevoerd kunnen worden op D.D.'s The Prophecies of
Nostradamus... Moonen echter heeft de door D.D. aangehouden
tekst van dit kwatrijn niet correct weergegeven. Zijn opmerking dat
Frankrijk volgens Loog bang is voor zijn onwillige bondgenoot Polen raakt kant noch wal; in Die Weissagungen des
Nostradamus heeft Loog niets van dien aard geschreven. Ook zijn opmerking dat Loog voor 1939 een oorlog zou hebben voorspeld waarbij
Polen, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië betrokken zouden
raken, mist alle grond; Frankrijk en Duitsland komen in Loogs
aantekeningen met betrekking tot 1939 niet ter sprake (en ook niet
in die van Kritzinger). Zie de paragraaf Loogs
commentaar in 1921 op kwatrijn 03-57 in dit artikel. [tekst]
-
Le
Pelletier, boek I, p.135. [tekst]
-
Loog-1921, p.8: Schlägt
man seine Textausgabe, die Wiedergabe des Originals, auf [...] Het woord seine verwijst naar de boeken van Le
Pelletier, die hij heeft genoemd in de voorgaande alinea. [tekst]
-
Kritzinger-1922a,
p.136 (op deze pagina is het jaartal 1939 vet gedrukt [1939];
Kritzinger-1922b, p.150.
[tekst]
-
Noah,
2005 (1928), p.156-157. [tekst]
-
Loog-1921,
p.68-69. [tekst]
-
Loog-1921,
p.70 en p.74-57. [tekst]
-
Loog-1921,
p.66. [tekst]
-
Loog-1921,
p.71. [tekst]
-
Loog-1921,
p.86. [tekst]
-
Howe, p.221.
Zie ook: Van Berkel: De
lotgevallen in 1939 van Mysterien von Sonne und Seele (dr.
H.-H. Kritzinger, DE, 1961). [tekst]
-
Van
Berkel: Die
Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, Deutsche
Allgemeine Zeitung, Berlijn, 16 juni 1940 [1998 en 2003]).
[tekst]
-
Winkler-1939, p.37-45. [tekst]
-
Winkler-1940, p.23-25. [tekst]
-
"Pasteur",
p.27-30; "Norab"-1940a, p.33-36. De tekst van deze vertalingen
loopt niet geheel parallel, in het commentaar in "Norab"-1940a
ontbreken in de opsomming van commentatoren de namen van Amiaux en
De Fontbrune. [tekst]
-
Brochure-18-DE,
p.9-10; Brochure-18-FR, p.10-11; Brochure-18-NL,
p.10-11. [tekst]
-
Krafft-1941,
p.105-110. De bespreking van de boeken van Loog en Wöllner staat op
p.200, waarbij Loogs boek foutief is betiteld als Das
Schicksalsbuch der Weltgeschichte; wat de titel is van een
publicatie van dr. Wilhelm Faber (Pfullingen in Württemberg, 1922).
[tekst]
-
Brochure-38,
p.10-11. Zie ook van Berkel: Der
Seher von Salon (Informations-Schriften #38, dr. H.H.
Kritzinger, Berlijn, 1941) [tekst]
-
Maichle aan
Van Berkel, 9 juli 2005. De Berliner Staatsbibliothek
beschikt niet over het Duitse origineel van Voorspellingen die
uitgekomen zijn... of andere vertalingen ervan. [tekst]
-
Piet Heil in Het
Vrije Volk, 24 december 1966. [tekst]
-
Zannoth aan
Van Berkel, 24 augustus 2004. [tekst]
-
De Tombre,
p.53-55. [tekst]
-
Notulen
van de geheime dagelijkse propagandabespreking op Goebbels'
Propagandaministerie op 5 december 1939, in: Boelcke (1966), p.237.
[tekst]
-
Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
-
Howe,
p.218-219. [tekst]
-
Psychische
Studien, 19e jaargang, nr. 1,
p.44-49. [tekst]
-
Zowel de Deutsche
Nationalbibliothek als de Staatsbibliothek zu Berlin zijn
in het bezit van heruitgaven van Die Weissagungen des Nostradamus,
die in 1940 zijn verschenen. [tekst]
-
Drude-1963,
p.340, Howe, p.268. [tekst]
|