|
Persoonlijke gegevens [1]
Hans-Hermann Kritzinger werd geboren als Hermann Wilhelm Johannes
Viktor Kritzinger op 10 juni 1887 in Boitzenburg, ten
noorden van Berlijn. Op 2 december 1968 is hij aan een kortdurende, ernstige
ziekte overleden in Achern.
Kritzinger was evangelisch christen. Zijn vader, Johannes Kritzinger, geboren in
1855 en overleden in 1937, werd in 1878 benoemd tot dominee en
was van 1891 tot ongeveer 1926 Hof- en
Dompredikant in Berlijn en Geheime Konsistorialrat.
Hij leerde Kritzinger dat het gezag in de wereld van Godswege
gegeven was en derhalve niet kon worden aangevochten, een opvatting die
het Kritzinger bemoeilijkte weerstand te bieden aan onrechtvaardigheden
die hem in de loop van zijn leven in zijn werk overkwamen en waarvan hij
zich in de loop van zijn leven maar moeilijk los kon maken. Tijdens
de Eerste Wereldoorlog stond Kritzingers vader pal achter Duitsland. In
één van zijn preken in die tijd veroordeelde hij ouders die hun
kinderen ervan weerhielden zich als oorlogsvrijwilliger te melden.
Kritzingers grootvader, Friedrich-Wilhelm Kritzinger (1816-1890), theoloog en
pedagoog, directeur van het Königlichen Lehrerinnen Seminar in
Droyßig, is tot op de dag van vandaag bekend vanwege de tekst die hij heeft geschreven van
de Duitse kerstliederen Still, still, still... en Süsser die Glocken nie
klingen.[2]
Kritzinger was gehuwd met Elsbeth-Luise Schnetka, een domineesdochter. Het huwelijk werd gesloten
op 27 december 1920.
In 1911 promoveerde Kritzinger cum laude in astronomie. Na de Eerste Wereldoorlog
werd hij onderscheiden met het Eisernes Kreuz II am
schwarz-weissen Band en het Zivil-Verdienst Kreuz. Op 30
januari 1943 werd hij op voordracht van het opperbevel van de Kriegsmarine
door Hitler tot professor benoemd wegens zijn verdiensten bij het
oplossen van gevechtsvraagstukken. Op 28 maart 1944 werd hij
onderscheiden met het Kriegsverdienstkreuz I. Klasse.
Kritzinger is lid geweest van de NSDAP. Op 1 mei 1933 werd hij
ingeschreven onder nummer
2826493.
Loopbaan
Kritzinger heeft zich beroepsmatig beziggehouden met astronomie, ballistiek,
geestelijke en lichamelijke gezondheid, klimaat, meteorologie, natuurkunde en paranormale
verschijnselen. In zijn werkkringen nam hij vooraanstaande posities in;
hij publiceerde regelmatig in vaktijdschriften, redigeerde en schreef
boeken (die vaak bestemd waren
voor het grote publiek), gaf boeken en tijdschriften uit, richtte verenigingen
op en gaf er leiding aan. Verder werkte hij mee aan of schreef
hij bijdragen voor boeken van
anderen, hield hij lezingen en
schreef hij regelmatig brieven aan kranten en tijdschriften over de
onderwerpen waarmee hij zich bezighield.
I.
De jaren tot aan 1945
|

Sterrenwacht Bothkamp
|
Astronomie
Na het behalen in 1906 van zijn gymnasiumdiploma ging Kritzinger
astronomie studeren aan de faculteit filosofie van de Berlijnse Friedrich Wilhelm universiteit
en in Kiel.
In deze periode observeerde hij onder andere kometen en schreef hij naar
aanleiding van zijn observaties artikelen, die onder andere in Astronomische Nachrichten
werden gepubliceerd. Op 23
november 1911 promoveerde hij cum laude. Zijn proefschrift droeg als
titel Über die Bewegung
des Roten Fleckes auf dem Planeten Jupiter.
Van 1912 tot
aan de sluiting in 1914 gaf Kritzinger in de hoedanigheid van astronoom
leiding aan de sterrenwacht in
Bothkamp bij Kiel, opgericht in 1869/70 door kamerheer Friedrich
Gustav von Bülow, waar hij al enige tijd werkzaam was.
Op 29 maart 1914 ontdekte hij een komeet, aanvankelijk gecatalogiseerd
als komeet 1914a, later als komeet
1914-II Kritzinger, waarvoor hij de Donohoe Comet Medal kreeg, een herdenkingsmedaille die tussen
1889 en 1950 werd uitgereikt aan onder andere degenen die een komeet hadden
ontdekt. In zijn memoires over zijn werkzaamheden als ballisticus
schreef Kritzinger dat deze onderscheiding hem van nut was tijdens
onderhandelingen in 1945/46 met de Amerikaanse autoriteiten. Hij heeft
echter niet vermeld waar die onderhandelingen over gingen.
In de zomer van 1914 werd Kritzinger redacteur van het in 1867 opgerichte astronomische maandblad Sirius
- Zeitschrift für populäre Astronomie - Centralorgan für alle
Freunde und Förderer der Himmelskunde, waarvan de titel in 1915
werd veranderd in Sirius - Rundschau der gesamten Sternforschung für Freunde der Himmelskunde
und Fachastronomen. Kritzinger redigeerde dit maandblad tot in
1926.
Astronomische verhandelingen van Kritzinger zijn in de jaren tot aan
1914 eveneens gepubliceerd door de British Astronomical Association
en de Société Astronomique de France.
In 1917 richtte Kritzinger de DARGESO op, de Deutsche
Arbeitsgemeinschaft für Sonnenbeobachtung, een onderafdeling van GEDELIA
(Gesellschaft der Liebhaberastronomen). Van 1920 tot 1926 was
hij voorzitter van INGEDELIA (Internationale Gesellschaft der
Liebhaberastronomen).
In 1926 verscheen in Berlijn de vierdelige serie Natur und Mensch -
Die Wissenschaften und Ihre Anwendung, waarin onder andere astronomie aan de
orde kwam, menswetenschappen en toegepaste natuurwetenschappen.
Kritzinger had meegewerkt aan de delen 1 en 4. Onder redactie van Woldemar Klein verscheen in Weimar in 1935 Buch
der Natur - Ein allgemeinverständliche Einführung in die wichtigsten
Tatsachen der Naturforschung. Ook dit boek, dat zich uitstrekte tot
natuurkunde, geografie en atlantiek, bevatte een bijdrage van
Kritzinger.
Astronomie, 1908-1935
|
1908-1913 |
Diverse
artikelen in Astronomische Nachrichten. |
|
1911 |
Über die Bewegung
des Roten Fleckes auf dem Planeten Jupiter
-
Sternwarte des Herrn von Bülow auf Bothkamp bei Kirchbarkau (Holstein).
Berlijn. |
|
1912 |
Die Errungenschaften
der Astronomie - nach den Originalarbeiten der führenden Forscher,
dargestellt von dr. H.H. Kritzinger, Astronom der Sternwarte Bothkamp
(bei Kirchbarkau, Holstein). Weimar.
|
|
1914 |
Entdeckung
eines neues Kometen 1914a. In: Astronomische Nachrichten
#197, april, p.381-384.
(redactie) Sirius
- Zeitschrift für populäre Astronomie (vanaf 1915: Sirius - Rundschau der gesamten Sternforschung für Freunde der Himmelskunde
und Fachastronomen). Berlijn. |
|
1916 |
Die veränderlichen Sterne - Anleitung zur
Beobachtung und Berechnung ihres Lichtwechsels. Leipzig, samen met
Paul Guthnick. |
|
1917 |
Bijdrage
in Sternbüchlein für 1917.
Stuttgart, samen met Robert Henseling.
|
|
1919 |
Aufleuchten
des neuen Sterns im Adler, das astronomische Ereignis von 1918.
In: Das neue Universum, #40. |
|
1920 |
(redactie)
Astronomische
Abende - Allgemein verständliche Unterhaltungen über Ergebnisse der
Himmels-Erforschung. Leipzig, 8e druk, oorspronkelijke auteur:
Hermann Joseph Klein.
|
|
1921 |
Unser
nächtster Stern: die Sonne. In: Das neue Universum,
#42. |
|
1923 |
(redactie)
Die
Wunder der Sternenwelt - Ein Ausflug in den Himmelsraum. Berlijn,
7e, verbeterde druk, oorspronkelijke auteur: Otto Ule. |
|
1924 |
Analyse
der Sonnenfleckenperioden & ihre Bedeutung. In: Vierteljahrsschrift
der Astronomischen Gesellschaft, Leipzig, #59. |
|
1925 |
Wahn
und Wissenschaft von Weltenraum. In: Die Bergstadt, #2.
Leipzig.
Anblick der Glanznacht. In: Die Bergstadt, # 8.
Leipzig.
Das
Rätsel von Ebbe und Flut. In:
Rur-Blumen
- Blätter für Heimatgeschichte, Unterhaltung und Belehrung. Beilage zum
Jülicher Kreisblatt, #38. |
|
1926 |
Bilder
aus dem Weltenraum: Sonne und Planeten; Im Dienste der Hans
Bredow-Schule der deutschen Rundfunkgesellschaften.
Leipzig.
Natur und Mensch -
Die Wissenschaften und Ihre Anwendung. #1: Weltraum
und Erde. Berlijn, samen met Carl Walther Schmidt.
Natur und Mensch - Die Wissenschaften und Ihre Anwendung.
#4: Die angewandten Naturwissenschaften.
Berlijn, samen met o.a. Carl Walther Schmidt. |
|
1927 |
Beobachtung
des Vorüberganges des Merkur vor der Sonnenscheibe 1927 November
10.
Samen met o.a. J. Plasmann (Münster) en J. Möller en W.
Luther (Düsseldorf).
Spaziergänge
durch den Weltraum - eine Astronomie für jedermann. Berlijn. |
|
1929 |
Stellung
der Erde im Weltall. In: In Reiche des Wissens, #1. |
|
1935 |
Buch
der Natur - Ein allgemeinverständliche Einführung in die wichtigsten
Tatsachen der Naturforschung. Weimar, Woldemar Klein, red. |
Ballistiek
Met tussenpozen
is Kritzinger 50 jaar werkzaam geweest als ballisticus. Na de sluiting in
1914 van de sterrenwacht in Bothkamp meldde hij zich als
oorlogsvrijwilliger, maar werd lichamelijk te zwak bevonden voor de
frontlinie. Door tussenkomst van een vroegere leraar kreeg hij in 1914
de functie van wetenschappelijk medewerker bij het Optisch Instituut C.P. Goerz AG in
Berlijn-Friedenau, dat zich in de Eerste Wereldoorlog had
toegelegd op de productie van voor het leger bestemde optische
instrumenten. Bij Goerz AG hield Kritzinger zich bezig met
aangelegenheden rond periscopen en ballistische aangelegenheden met
betrekking tot het afwerpen van bommen.
Van 3 augustus 1915 tot 30 december 1918 was Kritzinger werkzaam als wetenschappelijk
assistent bij de Artillerie-Prüfungs-Kommission in Berlijn en
hield hij zich bezig met het ballistisch testen en afregelen van
artillerie, wat hij in 1922 bestempelde als werkzaamheden in het
grensgebied van astronomie (ballistiek) en meteorologie.[3]
Voorafgaand
aan zijn werkzaamheden als wetenschappelijk assistent moest hij
vertrouwd raken met de discipline in het leger. Hij leed onder de
onhygienische omstandigheden in de kazernes en was fysiek niet in staat
om te exerceren. Niettemin bracht hij het in de loop der jaren tot
kapitein.
In 1917 vond
Kritzinger de "Balta-seconden" uit, een
ballistische atmosferische correctiefactor die voor de gevechten die in
het begin van 1918 werden gevoerd, erg nuttig bleek. In de zomer van 1918 verscheen in Leipzig een boek van Kritzinger, getiteld Schuß und Schall in Wetter und Wind -
Ballistisch-meteorologische Einführung in das Tageseinflußwesen beim
Schießen der Artillerie, waarin hij onder andere de "Balta-seconden" besprak. Zijn superieur vond het een
dermate belangrijke uitvinding dat hij het Ministerie van Onderwijs en
Cultuur voorstelde Kritzinger tot professor te benoemen. Het ministerie
achtte hem echter te jong voor een dergelijke benoeming. Kritzinger zelf
had het idee dat hij niet tot professor werd benoemd omdat degene die
hem voordroeg geen belangrijke politicus was.
Het einde van de Eerste Wereldoorlog en de daaruit voortvloeiende
ontbinding van het Duitse leger betekende voor Kritzinger het einde
van zijn werkzaamheden bij de Artillerie-Prüfungs-Kommission.
Hij bleef contact houden met zijn superieuren, bij wie hij in hoog
aanzien stond.
In de eerste helft van de jaren '20 was Kritzinger in Dresden werkzaam
als meteoroloog op de Landeswetterwarte en verdiepte hij zich bij tijd en wijlen in
ballistische problemen. Van 1926 tot 1929 was hij werkzaam als astronoom en meteoroloog bij het
marine-instituut in Wilhelmshaven. Bij zijn sollicitatie was hem een hoge overheidspositie in het
vooruitzicht gesteld. Naarmate de jaren verstreken, gebeurde er echter
niets. Uiteindelijk werd het Kritzinger duidelijk dat hij dat dit
perspectief een voorwendsel was geweestom
hem te contracteren. Wegens gebrek aan financiële middelen en het feit
dat hij bij zijn sollicitatie persoonlijke gesprekken had gevoerd zonder
aanwezigheid van derden die zijn verhaal konden bevestigen, was het voor
Kritzinger niet mogelijk een procedure
tegen zijn werkgever te beginnen. In 1929 nam hij derhalve
ontslag. In zijn getuigschrift werd hij geprezen om zijn vaardigheden en
zijn talent te onderwijzen in ballistiek. Uit de periode waarin
Kritzinger in Wilhelmshaven werkte, stamt ook het artikel Wetterkunde
für den Seestrategie, waarmee hij de hoofdprijs won in een
competitie, georganiseerd door het Reichswehr-Ministerium.
Van 1929 tot 1933 was Kritzinger werkzaam als ballisticus bij de firma
Rheinmetall in Düsseldorf, een bedrijf dat in die tijd artillerie produceerde.
In het eerste kwartaal van zijn werkzaamheden bij Rheinmetall had hij
last van hartklachten. Tegen het einde van 1931 werd de productie
ingekrompen. Kritzinger wilde niet langer fabriekswerk verrichten. Hij
nam op 31 december 1931 ontslag en ging in Berlijn als ballisticus
werken.
Eind 1933 ging Kritzinger ballistische werkzaamheden verrichten voor het
Luftfahrt-Ministerium. In de herfst van 1934 kwam een
arbeidsovereenkomst tot stand tussen Kritzinger en het Heereswaffenamt.
Op 5 oktober 1934 werd Kritzinger aangesteld als hoofd van de afdeling Baphomet,
een
ballistisch-fotogrammetrische afdeling van het Heereswaffenamt.
In Baphomet werden soortgelijke werkzaamheden verricht als in de
voormalige Artillerie-Prüfungs-Kommission. In Ohne
Einschießen und ohne Beobachtung... heeft Kritzinger geschreven dat
hem in die tijd doelgerichte verbeteringen voor ogen stonden. Op 12 december 1942 gaven zijn superieuren uiting aan hun dank en
waardering voor de progressie van de artillerie waarvoor Kritzinger meer
dan 25 jaar lang had
gezorgd en voor zijn werkzaamheden bij Baphomet, waardoor een
veelheid aan ballistische vraagstukken kon worden opgelost. Het
onderzoek dat bij Baphomet werd gedaan, strekte zich ook uit tot
ballistische aangelegenheden met betrekking tot de V2-raketten. Vanwege
luchtaanvallen moest Baphomet tot tweemaal toe worden verplaatst.
Op 17 juli 1945 werd Baphomet gesloten.
Uit de periode waarin Kritzinger leiding gaf aan Baphomet, dateert het boek Artillerie und Ballistik
in Stichworten, dat Kritzinger samen met de Duitse krijgshistoricus
dr. Friedrich Stuhlmann had geredigeerd. In dit lexicon waren
ballistische begrippen beschreven in het Duits, Engels, Frans, Italiaans
en Spaans. Uit die periode dateert ook het in 1943 in Neurenberg
verschenen boek Primärfunktionen, een boek
over ballistiek dat Kritzinger zelf had geschreven.
Ballistiek, 1918-1943
|
1918 |
Recensie
van C. Cranz' Lehrbuch der Ballistik in Die
Naturwissenschaften, nr. 42.
Schuß und Schall in Wetter und Wind -
Ballistisch-meteorologische Einführung in das Tageseinflußwesen beim
Schießen der Artillerie.
Leipzig. |
|
1928 |
Wetterkunde
für den Seestragegie. In: Marine
Rundschau. |
|
1939 |
(redactie,
samen met dr. Friedrich Stuhlmann) Artillerie und Ballistik
in Stichworten - herausgegeben von Dr. Hans-Hermann Kritzinger, Astronom
und Ballistiker, und Dr. Friedrich Stuhlmann, Oberst a.D; unter
Mitarbeit von Wilhelm Berlin.
Berlijn. |
|
1943 |
Primärfunktionen.
Neurenberg. |
Invloed van kosmische en aardse krachten op
de mens en de mensheid
In de loop van zijn leven
heeft Kritzinger, zo komt uit zijn boeken naar voren, gezocht naar wetenschappelijke antwoorden op de vraag
waardoor het lot van individuen en
volken wordt bepaald of beïnvloed. Op grond van onderzoek en persoonlijke ervaringen was
hij van mening dat atmosferische omstandigheden, paranormale
verschijnselen, planetaire cycli en zonnevlekken een aantoonbare invloed
hebben op het leven van alledag, de geestelijke en lichamelijke
gezondheid en de loop van de wereldgeschiedenis,
die volgens hem onderhevig
is aan wetmatigheden, merkbaar in de vorm van periodiciteit van
gebeurtenissen.
Kritzingers belangstelling voor achtergronden
van het alledaagse leven en de geschiedenis dateert uit zijn vroege
jeugd. In
1895 gaf zijn huisleraar hem als
Kerstgeschenk een boekje, getiteld Mathematische Kurzweil, waarin
wiskundige opgaven stonden. De laatste opgave was het berekenen van een
horoscoop, waarmee uit de sterren het lot kon worden gelezen. De
achtjarige Kritzinger was hiervan zodanig onder de indruk, dat hij zich meer en
meer in de kosmos ging verdiepen en een reeks van uiteenlopende
verschijnselen en fenomenen onderzocht, waaronder aardstralen,
astrologie, atmosferische omstandigheden, helderziendheid, profetie en
zonnevlekken.[4]
In 1911, het jaar waarin hij
in astronomie promoveerde, verscheen in Gütersloh Der Stern der Weisen - astronomisch-kritische
Studie, de eerste publicatie waarin Kritzinger astrologische en esoterische onderwerpen
behandelde. Evenals in zijn proefschrift hield hij zich in Der Stern der Weisen bezig met
Jupiter. In Der Stern der Weisen
ging zijn aandacht niet zozeer uit naar de populaire astrologie, maar naar de
Grote Conjuncties van Jupiter en Saturnus, beschreven in oude astrologische boeken. In navolging van de astronoom Johannes Kepler stelde
Kritzinger dat de ster die de Wijzen uit het Oosten aan het firmament
hadden gezien en die zij beschouwden als teken van een nieuw geboren
koning der Joden, een van de drie Jupiter-Saturnus
conjuncties was die in 7 v.Chr. hadden plaatsgevonden.
In de jaren waarin hij werkzaam was in de sterrenwacht in Bothkamp, bestudeerde
Kritzinger studies van Von Bülow over de
wichelroede, die daar werden bewaard, en grenswetenschappelijke studies van de
Russische staatsraad Alexander Aksákow, de oprichter in 1874 van het maandblad Psychische
Studien - Monatliche Zeitschrift vorzüglich der Untersuchung der wenig
gekannten Phänomene des Seelenlebens gewidmet, waarvan Kritzinger
van januari 1922 tot aan maart 1923 redacteur zou zijn.
|

Advertenties in Mysterien
von Sonne und Seele
|
In 1921 en 1922 stond Kritzinger aan het
hoofd van de Berlijnse vestiging van de Verlag Universitas Buch und Kunst GmbH,
die ook vestigingen had in Görlitz, Leipzig en Utrecht.[5]
In Mysterien von Sonne und Seele - Psychische Studien zur Klärung
der okkulten Probleme (Berlijn, 1922, Verlag Universitas Buch und
Kunst GmbH) stonden op de laatste bladzijden advertenties voor de maandbladen Psychische
Studien en Sirius waarvan Kritzinger redacteur was, voor de INGEDELIA
waarvan Kritzinger voorzitter was en voor het Psychische-Studien-Gesellschaft,
dat onder voorzitterschap stond van Oberst a.D. Konrad Schuppe.
In 1922 was Kritzinger ook hoofd van de afdeling literatuur van de Jahresschau
Deutsche Arbeit in Dresden.
Uit het voorwoord van Mysterien von Sonne und Seele blijkt dat
Kritzinger een aantal jaren lid is geweest van het Deutsche
Okkulstische Gesellschaft en in die periode een groot aantal voordrachten
heeft gehouden over paranormale
verschijnselen.
Een aantal ervan zijn gepubliceerd in Mysterien von Sonne und Seele. Later
in 1922 verscheen in Berlijn Magische Kräfte
- Geheimnisse der menschlichen Seele, waarin Kritzinger op de
titelpagina had vermeld dat hij uitgever was van Psychische
Studien. In Magische Kräfte, opgedragen aan de Duitse
arts/parapsycholoog dr. Albert Freiherr von Schrenck-Notzing, heeft Kritzinger eigen
ervaringen op occult gebied beschreven en de resultaten van het in de
herfst van 1921 in Kopenhagen gehouden congres voor psychisch onderzoek.
Lezers van Mysterien von Sonne und Seele en Magische Kräfte konden hun vragen richten aan het Psychische-Studien-Gesellschaft.[6]
Toen Kritzinger in januari 1922 aantrad als redacteur van Psychische
Studien, bevond hij zich naar eigen zeggen in dezelfde situatie als toen hij in 1914
aantrad als redacteur van Sirius: hij moest leiding
gaan geven aan een tijdschrift dat reeds 50 jaar bestond. Kritzinger
hoopte dat zijn ervaring als redacteur van Sirius en als
medewerker van de toonaangevende Duitse astronomische pers zouden
bijdragen aan de voortgang van Psychische Studien, dat
hij als neutraal-wetenschappelijk bestempelde. In dat kader beschreef
hij dat ingezonden artikelen een samenvatting
en een bibliografie moesten bevatten.[7]
In maart 1923 legde Kritzinger zijn functie als redacteur van Psychische
Studien neer. In een afscheidsartikel schreef hij dat zijn kritische
houding als redacteur niet tevergeefs was geweest,
maar dat hij niet die opgang van Psychische Studien had
verwezenlijkt die hem voor ogen stond.[8]
De
werkelijke reden van Kritzinger om terug te treden schijnt een conflict
te zijn geweest met Oswalt Mutze Verlag in Leipzig, die het januarinummer
van de jaargang 1923 van Psychische Studien had gedrukt zonder
goedkeuring van Kritzinger, die in die tijd ziek was. In een
redactioneel artikel in het februarinummer schreef Kritzinger dat hij
andere ideeën had over de inhoud van het januarinummer en bood hij zijn
verontschuldigingen aan voor de vele drukfouten.[9]
In 1923 werd Kritzinger privaatdocent in het sanatorium Weiße
Hirsch, nabij Dresden. Uit de periode dat hij in dit sanatorium
onderzoek verrichte, stamt een verhandeling over dementia praecox.
Kritzinger was ervan overtuigd dat kosmische en aardse krachten van
invloed waren op het leven van individuen en volken. In 1924 verscheen in Kempten in Allgäu
Der Pulsschlag der Welt - Schicksalstage des Menschen und
Schicksalsjahre der Menschheit - Allgemeinverständliche
Einführung in die Periodenlehre mit Beispielen aus dem Leben des
Einzelnen und der Weltgeschichte. Op de
omslag was vermeld dat het boek was geschreven door "Dr. H.H.
Kritzinger, Astronom".
Todesstrahlen und Wünschelrute - Beiträge zur Schicksalskunde (Leipzig,
1929) was de neerslag van 25 jaar literaire activiteit van Kritzinger op
het gebied van het vergaren van kennis omtrent lotsbestemming en
factoren die van invloed waren op het lot van individuen en volken. In
dit boek schreef hij onder andere over astrologie. Hij beschreef
uitvoerig zijn twijfels aangaande de traditionele, geocentrische
astrologie en gaf te kennen vanuit wetenschappelijk oogpunt eerder de
heliocentrische astrologie te vertrouwen, waarvan de waarde min of meer
was gebleken in de pogingen van de Zwitserse astroloog/statisticus Karl
Ernst Krafft om astrologie door middel van statistiek wetenschappelijk
te valideren.
In
1933 verscheen in Dresden een boek, waarin Kritzinger naar aanleiding
van eigen onderzoek pogingen beschreef om ziekmakende invloeden van
aardstralen tegen te gaan.
Kosmische en aardse krachten,
1911-1933
|
1911 |
Der Stern der Weisen - astronomisch-kritische
Studie. Gütersloh. |
|
1922 |
Psychische
Studien - Monatliche Zeitschrift vorzüglich der Untersuchung der wenig
gekannten Phänomene des Seelenlebens gewidmet. Berlijn,
redacteur van januari 1922 t/m maart 1923,
samen met Hans Freimark en dr. med. Paul Sünner.
Mysterien von Sonne und Seele - Psychische Studien zur Klärung
der okkulten Probleme. Berlijn.
Magische Kräfte
- Geheimnisse der menschlichen Seele. Berlijn. |
|
1924 |
Der Pulsschlag der Welt - Schicksalstage des Menschen und
Schicksalsjahre der Menschheit. Allgemeinverständliche
Einführung in die Periodenlehre mit Beispielen aus dem Leben des
Einzelnen und der Weltgeschichte. Kempten.
Zwei
neue physiologisch wichtige Perioden bei Dementia praecox. |
|
1929 |
Todesstrahlen und Wünschelrute - Beiträge zur Schicksalskunde. Leipzig. |
|
1933 |
Erdstrahlen, Reizstreifen und Wünschelrute: Neue
Versuche zur Abwendung krankmachender Einflüsse auf Grund eigener
Forschungen volkstümlich dargestellt. Dresden. |
II. De jaren na 1945
Na de capitulatie van Duitsland
op 8 mei 1945 werd Artillerie und Ballistik in Stichworten op een
lijst van verboden literatuur geplaatst.
Van september 1945 tot januari 1946 was Kritzinger
opgenomen in een ziekenhuis, waarbij aanvankelijk aan paratyfus werd
gedacht, maar wat uiteindelijk pancreaslijden bleek te zijn.
Op 24 juli
1947 werd Kritzinger gedenazificeerd. Deze denazificatie was bespoedigd
door tussenkomst van een Amerikaanse kapitein. Kritzinger werd
geclassificeerd als meeloper en moest een boete betalen van RM
100 en de proceskosten (RM 60). Hij verhuisde naar Freudenstadt.
In 1951 hield hij een lezing over bioklimatologie, waardoor het Gesundheidsamt in
Freudenstadt belangstelling voor hem kreeg. In 1953 verhuisde hij naar
Karlsruhe, later naar Achern, waar hij op 2 december 1968 overleed.
In de jaren '50 is Kritzinger herhaalde malen verzocht Artillerie und
Ballistik in Stichworten opnieuw uit te geven; dit boek werd in
legerkringen als onmisbaar beschouwd bij de wederopbouw van de Duitse
strijdkrachten. Tot een heruitgave is het niet gekomen. In 1954
publiceerde de Wehrwissenschaftliche
Rundschau het artikel Rakete
als Träger von Atomköpfe.
In mei 1954 werden pogingen ondernomen Kritzinger weer een functie
aan te bieden bij de artillerie. Vanwege geldgebrek liep dit op niets
uit.
Uit 1959 dateert Panzertheorien und Anwendung. In 1967
publiceerde de Artillerie-Rundschau Ohne Einschießen und
ohne Beobachtung... Fünfzig Jahre Ballistiker, 1915-65,
herinneringen van Kritzinger aan de tijd dat hij als ballisticus
werkzaam was. Kritzinger had Ohne Einschießen und ohne
Beobachtung... op verzoek van de redactie van de Artillerie-Rundschau
geschreven. In de inleiding werd Kritzinger "de uitvinder van
de Balta-seconden" genoemd.
In de naoorlogse jaren bleef Kritzinger onderzoek doen naar kosmische en aardse
factoren die van invloed waren op het lot van individuen en volken en
schreef hij tal van artikelen en brieven. In
1949 verscheen in Astrologische Monatshefte -
Fachzeitschrift für theoretische und angewandte Astrologie een
artikel van Kritzinger, getiteld Ein transplutonischer Planet? Het
Nachrichtenblatt der Astronomische Zentralstelle publiceerde in
1954, 1957 en 1959 bijdragen waarin Kritzinger het bestaan
beargumenteerde van een planeet, buiten de baan van Pluto.
In 1963 werd in Die Sterne en in Hamburger Hefte Kritzingers
artikel Hypothetische transneptunische Planeten gepubliceerd,
waarin hij onder andere schreef over een hypothetische planeet, genaamd
Hades.
In 1951 verscheen in Tübingen het boek Zur Philosophie der
Überwelt - Ursprung und Überwindung der Antinomien. In
1954 heeft Kritzinger voor een in 1951 opgerichte
geopathie-werkgroep,
die zich bezighield met mogelijke verbanden tussen aardstralen en
ziekte, een voordracht gehouden, getiteld Vorschläge und Gedanken zu
zukünftiger produktiver Forschungsarbeit im Rahmen des Arbeitskreises. In
1954 publiceerde de Allgemeine Homeopatische Zeitung zijn
verhandeling Erkrankungen der Atemwege und Aerosol-Therapie mit
Meerwasser.
In nummer 12 van de jaargang 1956 van de Wehrtechnische Monatshefte
is een bijdrage van Kritzinger gepubliceerd, getiteld Ein neues
Verfahren zur Auswertung von Treffbildern.
In de Frankfurter Allgemeine Zeitung zijn een aantal malen
brieven gepubliceerd van Kritzinger over voortekenen en gevoeligheden
voor het weer. In juni 1967 besteedde deze krant aandacht aan de tachtigste verjaardag van "professor Hans
Hermann Kritzinger, de Karlsruher astronoom en bioklimaatwetenschapper
die zich intensief bezighoudt met verbanden tussen weersgesteldheid en
gezondheid".
In het astrologische kwartaaltijdschrift Hamburger Hefte werd in nummer
2 van de jaargang 1969 een necrologie over Kritzinger gepubliceerd,
geschreven door Ludwig Rudolph, de oprichter en uitgever van Hamburger
Hefte. Rudolph schreef over Kritzinger dat hij astronoom was geweest
en heeft in zijn necrologie enkele titels opgesomd
van ingezonden brieven van Kritzinger. In nummer 4 van
de jaargang 1973 zijn Ascendant-tabellen
gepubliceerd die Kritzinger had samengesteld.
Astronomie
|
1949 |
Ein transplutonischer
Planet? In: Astrologische Monatshefte -
Fachzeitschrift für theoretische und angewandte Astrologie.
|
|
1954 |
Transpluto:
hypothetische Elemente. In: Nachrichtenblatt der Astronomische Zentralstelle,
#8.
|
|
1956 |
Ein neues
Verfahren zur Auswertung von Treffbildern.
In: Wehrtechnische Monatshefte, #12. |
|
1957 |
Transpluto:
hypothetische Elemente. In: Nachrichtenblatt Zentralstelle,
#11.
|
|
1959 |
Transpluto:
hypothetische elliptische Elemente. In: Nachrichtenblatt Zentralstelle,
#13.
|
|
1963 |
Hypothetische
transneptunische Planete. In: Die Sterne, #1 en Hamburger
Hefte, #3. |
|
1968 |
Weltharmonik
und Wittes Lehre. In: Hamburger Hefte, #4. |
|
1973 |
Aszendenten-Tabelle.
In: Hamburger Hefte, #3. |
Ballistiek
|
1954 |
Rakete
als Träger von Atomköpfe. In: Wehrwissenschaftliche
Rundschau, januari, p.29. |
|
1959 |
Panzertheorien
und Anwendung. |
|
1967 |
Ohne
Einschießen und ohne Beobachtung... Fünfzig Jahre
Ballistiker 1915-65. In: Artillerie-Rundschau. |
Diversen
|
1951 |
Zur Philosophie der
Überwelt - Ursprung und Überwindung der Antinomien.
Tübingen.
|
|
1954 |
Erkrankungen der Atemwege und Aerosol-Therapie mit
Meerwasser. In: Allgemeine Homeopatische Zeitung.
Vorschläge und Gedanken zu
zukünftiger produktiver Forschungsarbeit im Rahmen des Arbeitskreises.
Voordracht.
|
De Centuriën
In 1961 vertelde Kritzinger aan de
Engelsman Ellic Howe, die onderzoek deed naar de rol van astrologie in
nazi-Duitsland en het leven en werk van Krafft, die in 1940 nationaalsocialistische
propaganda schreef op basis van de Centuriën,
dat hij, Kritzinger, in december 1939 in een gesprek met Goebbels over
de Centuriën te kennen had gegeven geen toekomstvoorspellingen
te doen. Hij hield zich bezig met de vraag of oude voorspellingen in vervulling
waren gegaan of niet. Om die reden was hij geïnteresseerd in
voorspellende literatuur in het algemeen en in Nostradamus in het
bijzonder.[10]
Dat Kritzinger tegenover Goebbels de zaken anders heeft voorgesteld dan
ze in werkelijkheid waren, althans, in de versie die hij 22 jaar later
aan Howe vertelde, blijkt uit het volgende.
Kritzingers
houding ten opzichte van het occultisme
Kritzinger was geen occultist in de traditionele betekenis van dit
woord. Men kan zelfs de vraag stellen of hij wel een occultist was. Uit
zijn publicaties blijkt dat hij sterk beïnvloed was door de opvattingen van de Duitse filosoof Immanuel Kant
(1724-1804), zoals diens opvatting dat alles wat ons omgeeft, schijn is.
In het licht van Kants opvattingen stelde Kritzinger dat een aantal als
occult te boek staande verschijnselen in werkelijkheid niet occult zijn,
maar op soms subtiel bedrog berusten.
Bij zijn aantreden als redacteur van Psychische Studien
schreef hij in een redactioneel artikel in het januarinummer van de
jaargang 1922 dat
hij ten opzichte van occultisme een neutraal-wetenschappelijke houding
innam, gebaseerd op een christelijk georiënteerde vorm van yoga. Bij
yogi's had hij, zo schreef hij, in enkele uren tijd meer opgestoken dan
bij mediums in jaren. Uitdrukkelijk gaf hij aan zich niet te zullen
verdiepen in de tegenstelling animisme-spiritisme en net als de uitgever
niet van plan te zijn in Psychische Studien
reclame te maken voor occultisme.
In zijn voorwoord op Mysterien von Sonne und Seele schreef
Kritzinger dat tal van zienswijzen aan veranderingen onderhevig waren.
Hij verwees in dat verband naar het achterhaald zijn van de leer over de
"mystieke paranoia" en naar het achterhaald zijn van de
opvatting dat in tropische regio's geen gletsjers kunnen voorkomen. Het
tijdvak waarin Kritzinger leefde was in zijn ogen een tijdvak waarin
dogma's het veld zouden gaan ruimen voor concrete feiten en waarin de
waarheid zou worden erkend, waardoor de ondergang van het donkere
occultisme zou zijn bezegeld, voor zover dat occultisme voortvloeide uit
bedrog, onwetendheid of gebrekkige kennis. In zijn voorwoord op Magische Kräfte
schreef Kritzinger dat hij hoopte dat zijn inspanningen op het
zogenaamde occulte gebied tot verhelderende resultaten zou leiden. Op
grond van eigen ervaring was hij ervan overtuigd
dat aardstralen, atmosferische omstandigheden en zonnevlekken van
invloed waren op het lot van individuen en volken.
Kritzingers laatste bijdrage aan Psychische Studien, gepubliceerd
in het maart-nummer van de jaargang 1923, was een artikel over yoga,
getiteld Von der Bedeutung des Yogha für unser praktisches Leben.
In zijn afscheidswoord schreef hij dat hij hiermee zijn overtuiging
onder woorden had willen brengen dat het zich bezighouden met occultisme
geen ander doel had dan het in eigentijdse bewoordingen formuleren van
oeroude wijsheden en ze zo begrijpelijk te
maken voor het vervormde verstand.
Het begin van Kritzingers onderzoek van de Centuriën
In Magische
Kräfte, waarvan het voorwoord is gedateerd op december 1921, heeft
Kritzinger geschreven dat hij zich al meer dan zeven jaar met Nostradamus had
beziggehouden, wat betekent dat zijn belangstelling voor Nostradamus dateert van voor
1914.
In Mysterien von Sonne und Seele, dat eveneens uit 1921 dateert,
heeft Kritzinger in het hoofdstuk Prophetie und Perioden der
Weltgeschichte geschreven dat die voorspellingen van Nostradamus
waarvan onomstotelijk vaststaat dat ze in vervulling zijn gegaan, de
voornaamste drijfveren waren in zijn zevenjarige onderzoek van het
omvangrijke gebied van het occultisme.[11]
De kans bestaat dat zijn belangstelling voor de Centuriën uit
1911 dateert, het jaar waarin hij in astronomie promoveerde en waarin Die Stern der
Weisen verscheen. Het voorwoord van
Die Stern der Weisen was geschreven door dr. Wilhelm Faber, van wie in 1922 een herziene uitgave
verscheen van de vertaling van de Centuriën die Eduard Roesch in 1850 had gemaakt.
Het is niet duidelijk of Faber reeds in 1911 belangstelling had voor de Centuriën
en of hij Kritzinger daarvan deelachtig maakte.
Publicaties
In drie van zijn
vooroorlogse boeken heeft Kritzinger aandacht aan Nostradamus en de Centuriën
besteed: Mysterien von Sonne und Seele, Magische Kräfte en Todesstrahlen und Wünschelrute.
In Mysterien von Sonne und Seele
volgde Kritzinger de lijnen die
Loog een jaar tevoren had uitgezet in Die Weissagungen des
Nostradamus en vergeleek hij Loogs theorieën en tijdpaden met zijn
eigen tijdpaden aangaande de toekomst van de wereld, met name die van
Engeland, waarvan hij de ondergang in op zijn vroegst de tweede helft
van de twintigste eeuw verwachtte.
In Magische Kräfte vatte hij min of meer samen wat hij in Mysterien
von Sonne und Seele over de Centuriën had geschreven.
Uit Mysterien
von Sonne und Seele blijkt dat Kritzinger met Loog uitvoerig van gedachten heeft gewisseld over diens theorieën aangaande
de werkwijze van Nostradamus en dat hij van plan was een nieuw, door Loog
geschreven Centurie-commentaar uit te geven.[12] Hiervan
is echter niets terecht gekomen. Uit Todesstrahlen
und Wünschelrute blijkt dat Kritzinger zich in de tussenliggende jaren gedistantieerd
had van Loogs opvattingen in Die Weissagungen des
Nostradamus, die hij kenschetste als zijnde gebaseerd op te gewaagde
veronderstellingen, die Nostradamus in diskrediet brachten. In Todesstrahlen und Wünschelrute
pakte Kritzinger de cyclustheorieën
op die dr. Christian Wöllner in 1926 in Das Mysterium des Nostradamus
had beschreven, in het kader van een bespreking van de betekenis van de Grote Conjuncties van Jupiter en
Saturnus, waaraan hij in 1911 in Die Stern der Weisen aandacht
had besteed.[13]
Ondanks dat hij een grote belangstelling had voor Nostradamus en de Centuriën,
heeft Kritzinger nooit een boek geschreven dat enkel en alleen over
Nostradamus en de Centuriën ging.
Propaganda
op basis van de Centuriën
In beide wereldoorlogen heeft Kritzinger de Centuriën gebruikt voor
propagandadoeleinden. In 1914 vervaardigde hij een
pamflet voor in Frankrijk gelegerde Duitse troepen, waarin hij kwatrijn 10-51
besprak om hun moreel op te vijzelen.[14]
In december 1939 is hij betrokken geraakt bij de productie van
nationaalsocialistisch propagandamateriaal, gebaseerd op de Centuriën.
Dr. Paul Joseph Goebbels, minister van Volksvoorlichting en
Propaganda in nazi-Duitsland, was in het late najaar van 1939 door onder andere zijn echtgenote attent gemaakt op een
passage in Mysterien von Sonne und Seele waarin Kritzinger Loog
had geciteerd, die van mening was dat Nostradamus in kwatrijn 03-57 crises
in 1939 voor
Engeland en Polen in het vooruitzicht waren gesteld. In het late najaar
van 1939 werd Kritzingers bespreking van Loogs commentaar op kwatrijn
03-57 (en het commentaar van Loog zelf) gekoppeld aan de Duitse inval in
Polen, enkele maanden ervoor, en de daarop volgende oorlogsverklaring
van Engeland aan Duitsland. Naar op deze website wordt verondersteld,
heeft Goebbels Kritzinger opgedragen een kenner van de Centuriën te zoeken die ze zou kunnen
bewerken voor psychologische oorlogvoering. Kritzinger
benaderde hiervoor Loog, die weigerde, en stelde later voor Krafft te benaderen, een
oude vriend. Het
contact tussen Krafft en Kritzinger dateerde uit op zijn laatst 1925 en
heeft zich voortgezet tot zeker in de zomer van 1940. Na Kraffts
vestiging in Berlijn in januari 1940 ontmoetten Krafft en Kritzinger elkaar regelmatig
ten huize van Schuppe, die inmiddels voorzitter was geworden van de Deutsche
metapsychische Gesellschaft (de voortzetting van het Deutsche
Gesellschaft für wissenschaftlichen Okkultismus), door Krafft genoemd op pagina XXX van
de Einführung zu den "Prophéties de Maistre Michel
Nostradamus" (Frankfurt am Main, 1940) en
bespraken zij vele kwatrijnen vanuit propagandistisch oogpunt. Beiden
waren van mening, zo vertelde Kritzinger in 1961 aan de Britse
onderzoeker Ellic Howe, dat het tegen de geest van Nostradamus in zou
gaan als zij ter wille van de propaganda kwatrijnteksten zouden
verdraaien. Zij besloten dan ook om die kwatrijnen voor
propagandadoeleinden te gebruiken die uit zichzelf een treffende
betekenis hadden. Tussen
Kritzinger en Krafft ontstonden meningsverschillen. Kritzinger vond dat Krafft in zijn
propagandistische commentaren vaak te ver ging, terwijl Krafft
Kritzinger ervan beschuldigde hem materiaal te hebben ontfutseld.[15]
In een brief, gedateerd op 27 mei 1940, gericht aan dr. Rahn,
waarnemend hoofd van de afdeling Information IV van het
ministerie van Buitenlandse Zaken, schreef zijn medewerker dr. Werner
Wilmanns dat in het Propagandaministerie een zekere dr. Seifert zich
volgens Krafft bezighield met een Nostradamusbrochure,
waarvan Kritzinger de tekst zou schrijven.[16]
Mij ontbreekt informatie over
de titel van deze brochure. Het zou kunnen gaan om de brochure Der Seher von Salon, deel 38 in de serie Informations-Schriften,
een serie propagandabrochures, afkomstig van het ministerie van
Buitenlandse Zaken. In Der Seher von Salon, begin 1941 in omloop
gebracht, heeft Kritzinger passages verwerkt uit Mysterien von Sonne und
Seele, waaraan hij elementen heeft toegevoegd die op één of
andere manier pleiten voor "de Duitse zaak" en heeft hij
kwatrijnteksten vertaald en "bewerkt" in die zin dat hij
elementen uit zijn propagandistisch commentaar verwerkte in de vertaling
van een aantal kwatrijnteksten.[17] Volgens
een memo van afdeling Information IVb, gedateerd op 17 januari
1941 en gepubliceerd op www.nostradamus-online.de,
had Kritzinger een aantal door het Propagandaministerie in het
buitenland in omloop gebrachte brochures bewerkt die concurrerend waren
met de brochures van Krafft.
De
Aktion-Heß
In 1941 werd Kritzinger
gearresteerd in het kader van de Aktion-Heß, een zuiveringsactie
onder astrologen en occultisten in Duitsland in juni 1941 die werd
gehouden na de vlucht in mei 1941 van Rudolf Heß, Hitlers
plaatsvervanger.[18] Het is
niet bekend hoe lang Kritzinger werd vastgehouden en onder welke
voorwaarden hij werd vrijgelaten.
Eind
1941 maakte Kritzinger deel uit van een groep occultisten, Arbeitsgruppe-SP
genaamd (SP: Siderisches Pendel) die in
opdracht van de Kriegsmarine
probeerde om posities van vijandelijke onderzeeboten en konvooien te
bepalen door middel van pendeltechnieken. Dit zou de Kriegsmarine in
staat moeten stellen effectieve aanvallen uit te voeren.
De siderische pendel is een pendant van de wichelroede. Kritzinger had
de werking van de wichelroede uitgebreid onderzocht en beschreven.
Misschien is dit voor de Kriegsmarine aanleiding geweest hem te
betrekken bij de activiteiten van de Arbeitsgruppe-SP. Wegens
uitblijvend succes werd de Arbeitsgruppe-SP eind 1942 ontbonden.
Of Kritzinger al die tijd lid is geweest van deze groep, is mij niet
bekend.
Benoemd
tot professor
Op 30 januari 1943 kreeg Kritzinger een telegram van Großadmiral Erich
Raeder, die hem gelukwenste met zijn benoeming tot professor. In het
artikel Verdiente Männer der Wissenschaft vom Führer ausgezeichnet in
de editie van 1 februari 1943 van de Völkischer Beobachter en op pagina 3 van de editie van 2 februari 1943 van de Berliner
Morgenpost werd in het artikel Der Führer ehrt verdiente
Wissenschaftler beschreven dat Hitler ter gelegenheid van de tiende
verjaardag van zijn benoeming tot Reichskanzler aan een aantal
wetenschappers de titel van professor had toegekend wegens hun bijdrage
aan het oplossen van oorlogsvraagstukken. In de lijst van wetenschappers,
voor het merendeel leidinggevende medici, stond ook de naam van Dr. Phil. H.-H. Kritzinger, woonachtig in
Berlijn-Steglitz. Naar aanleiding van deze benoeming schreef Reichsleiter
Martin Bormann op 10 juli 1943 aan NSDAP-partijleider Alfred
Rosenberg dat Kritzinger was voorgedragen door het opperbevel van de Kriegsmarine
vanwege zijn activiteiten in de Arbeitsgruppe-SP. In het
artikel in de Berliner Morgenpost echter werd de naam van
Kritzinger voorafgegaan door een reeks van namen van leidinggevende
functionarissen die op een of andere wijze te maken hadden met de
wapenindustrie. Gezien deze context en Kritzinger's informatie over zijn
ontdekking van de "Balta-seconden" en de mislukte poging in
1918 hem tot professor benoemd te krijgen, ligt het meer voor de hand dat
Kritzinger is voorgedragen vanwege zijn capaciteiten als ballisticus.
Wellicht was de waardering voor zijn meer dan 25 jaar durende arbeid op
het gebied van artillerie en ballistiek die zijn superieuren eind 1942
uitspraken, aanleiding hiervoor geweest.
De
jaren na 1945
Na de Tweede
Wereldoorlog bleef Kritzinger de titel van professor voeren. De
boeken die Kritzinger in de jaren tot aan 1945 had geschreven, zijn niet opnieuw uitgegeven. Zijn astronomische
en bioklimatologische publicaties
worden heden ten dage nog
steeds bestudeerd, geciteerd en besproken.
Voorzover mij bekend heeft
Kritzinger na de oorlog niet meer over
Nostradamus gepubliceerd. Wel heeft hij in de jaren '50, getuige de
Nachtrag in de vierde druk van Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn,
1960,) adviezen gegeven aan de schrijver, dr. N. Alexander Centurio (de schuilnaam van dr.
phil. Alexander
Max Centgraf, die in 1940/41 de tekst heeft geschreven van een
nationaalsocialistische brochure die in het Nederlands is uitgebracht
onder de titel Voorspellingen die uitgekomen zijn... (Arnhem, 1941). In het Geleitwort werd Kritzinger als volgt aangeduid: [...]
den Altmeister der Nostradamusforschung, Prof. Dr. H.H. Kritzinger,
Karlsruhe.
Er doen uiteenlopende
versies de ronde van Kritzingers betrokkenheid bij (het ontstaan van) nationaalsocialistische
propaganda, gebaseerd op de Centuriën en
Centurie-commentaren. In 1961/62 heeft Kritzinger aan
Howe verteld welk aandeel hij in deze propaganda had.[19]
Op essentiële punten verschilt
zijn informatie van wat is
gepresenteerd in
deze beknopte biografie.
Wellicht wilde de toen 73-jarige professor dit hoofdstuk in zijn leven
gesloten houden.
Kritzinger
en het nationaalsocialisme
De vraag rijst hoe Kritzinger, die serieus onderzoek heeft gedaan naar
paranormale verschijnselen en grote interesse had in Nostradamus, die
hij bestempelde als de meester van alle magiërs, ertoe is gekomen de Centuriën
en Centurie-commentaren te gebruiken voor
propagandadoeleinden. Naar het antwoord kan slechts worden gegist.
In Ohne Einschießen und ohne Beobachtung... heeft hij met
geen woord gerept over zijn betrokkenheid bij (het ontstaan van)
nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën en
Centurie-commentaren. Ik beschik niet over informatie of deze
activiteiten ter sprake zijn gekomen tijdens zijn denazificatie. Wel
heeft Kritzinger in Ohne Einschießen und ohne Beobachtung...
geschreven dat een gesprek dat hij eind 1928 met een aantal marineofficieren
voerde, tegen zijn gewoonte in uitmondde in het bespreken van occulte
aangelegenheden, waarbij de vraag aan de orde kwam of er zoiets als
echte profetie bestond.
In Magische
Kräfte is een pagina uit de editie-Amsterdam-1668 van de Centuriën
afgebeeld waarop kwatrijn 10-100 staat,
waarin voor Engeland een periode van wereldheerschappij van meer dan 300
jaar in het vooruitzicht is gesteld. Het onderschrift bij deze
afbeelding luidt Die interessanteste Seite aus den Prophezeiungen des
Nostradamus. In zijn commentaar op dit kwatrijn schreef Kritzinger
dat hij verwachtte dat het lot van Engeland kort na 2000 een kritieke
wending zou nemen. Hij verwachtte op basis van de Centuriën (dat
wil zeggen, het commentaar erop van Loog) ook
de wederopstanding van Duitsland, dat het Verdrag van Versailles zou
verscheuren.[20] Deze opmerkingen lijken
te wijzen in de richting van een patriottistische, anti-Britse houding
die Kritzinger er misschien toe heeft gebracht de vijanden van
Duitsland om de oren te slaan met de boodschap dat volgens de Centuriën
de ondergang van Engeland en de Duitse overwinning op handen waren.
In Ohne Einschießen und ohne Beobachtung... heeft Kritzinger
over zijn lidmaatschap van de NSDAP, dat van 1 mei 1933 dateert,
geschreven dat hem dit lidmaatschap was opgelegd; na de
machtsovername in 1933 moesten zij die op de hoogte waren van
geheime aangelegenheden van de Luftwaffe, lid worden van de NSDAP.
Verder schreef
Kritzinger dat na de Reichstag-verkiezingen van november 1933,
waarbij de NSDAP 92% van de zetels verwierf, het arbeidsrecht
opnieuw werd geformuleerd, wat van invloed was op onderhandelingen die
met hem in het voorjaar van 1934 werden gevoerd over nauwe samenwerking
met het Heereswaffenamt.
Kritzinger heeft niets geschreven over of hij
al of niet achter de nationaalsocialistische ideologie stond.
De
Meern, 5 april 2009,
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 8 januari 2012
Dankbetuiging
De auteur betuigt
zijn dank aan de Deutsche Nationalbibliothek en de Staatsbibliothek
zu Berlin voor het zenden van biografische en bibliografische
informatie over prof. dr. Kritzinger en aan Bernhardt Rengert, de auteur
van Pfarrersohn, Astronom und Astrologe Geboren in Boitzenburg:
Hans-Hermann Kritzinger, gepubliceerd in 2006 in de Duitse Nordkurier.
Noten
-
Informatie
over de afkomst en burgerlijke staat van Kritzinger en over
jaartallen waarin zich bepaalde gebeurtenissen hebben voorgedaan, is
afkomstig uit onder andere:
- Berliner Adressbücher 1799-1943 (http://adressbuch.zlb.de);
- Degener, H.A.L. (red.): Wer ist's? Unsere Zeitgenossen. 10. Ausgabe, 1935;
- Kritzinger, prof. dr. H.-H.: Ohne Einschießen und ohne
Beobachtung... Fünfzig Jahre Ballistiker 1915-65. Achern,
1967 (Bundesarchiv, N
625/197);
- Kürschners
deutscher Gelehrten-Kalender. Jg. 4, 1931 en Jg. 7, 1950;
- Poggendorff, J.C.: Biographisch-literarisches Handwörterbuch, Bd V,
Teil 1 (1925) en Bd VI, Teil 2 (1937);
- Rengert, B.: Pfarrersohn, Astronom und Astrologe geboren in Boitzenburg:
Hans-Hermann Kritzinger. In: Nordkurier, Neubrandenburg,
26 juni 2006;
- Rudolph, L.: Prof. Dr. Hans-Hermann Kritzinger. In: Hamburger Hefte 1969, #2.
Kritzinger heeft veel boeken en artikelen geschreven. Een compleet
overzicht van zijn publicaties valt buiten de strekking van deze
biografie. De overzichten in deze biografie zijn bedoeld als
doorsnee van de onderwerpen waarover hij publiceerde. Voor een
vollediger overzicht raadplege men books.google.com. [tekst]
-
In
de online-catalogus van de Staatsbibliothek zu Berlin zijn
een aantal titels vermeld van preken die Johannes Kritzinger heeft gehouden.
Een aantal ervan zijn gepubliceerd in het Berlijnse Sonntagsblatt;
een aantal andere zijn uitgegeven door de Evangelische Trostbund
in Berlijn. In het Berliner Adressbuch
stond Johannes Kritzinger tot aan 1926 vermeld als Hof- cq.
Dompredikant en van 1927 tot 1932 als Hof- cq. Dompredikant in
ruste. Vanaf 1933 komt zijn naam niet meer voor in het Berliner
Adressbuch. Volgens Sozialreform als Bürger- und
Christenpflicht (R. Bosse et.al., Kohlkammer Verlag, 2005) is
Johannes Kritzinger in 1937 overleden. [tekst]
-
Psychische Studien, jaargang 49 (1922), januari, p.1.
[tekst]
-
Kritzinger-1929,
p.V-VII. [tekst]
-
Bron:
Berliner Adressbuch, 1921 en 1922. In de tiende uitgave (1935)
van Degeners Wer ist's? is over Kritzinger vermeld dat hij
in 1919 directeur was van een (niet nader genoemde) uitgeverij.
Hierover is in de delen 1918, 1919 en 1920 van het Berliner Adressbuch
niets vermeld.
De Verlag Universitas Buch und Kunst
GmbH werd opgericht op 1 december 1920 en had oorspronkelijk
vestigingen in Berlijn en Utrecht. Volgens Kritzingers
voorwoord bij Mysterien von Sonne und Seele stond de
vestiging in Utrecht onder leiding van M. van der Staal; de vestiging in
Görlitz (de Görlitzer Nachrichten und Anzeiger), stond onder leiding van Emil Glauber.
In de catalogi van de Deutsche Nationalbibliothek en de Staatsbibliothek zu Berlin zijn titels vermeld van publicaties, uitgegeven in 1921/22 door de
Verlag Universitas
Buch und Kunst GmbH, waaronder Unser
verewigter Kaiserin Auguste Viktoria - Ein Gedenkblatt
aus Tagen der Trauer (1921), geschreven door Kritzingers vader.
In de loop van 1922 verscheen bij de Abteilung
"Anker" van de Verlag Universitas Buch und Kunst
GmbH een achtdelige serie brochures met als serietitel Flugschriften
des "Anker". Deze serie brochures had een
extreem-nationalistisch karakter, een enkel deel ervan was
antisemitisch. De serie was onderdeel van het nieuwsblad Der
Anker - für deutsches Recht und deutsches Wesen, de opvolger
van Ankers militärpolitische Wochenschau. Redacteur was
majoor Kurt Anker, in de Eerste Wereldoorlog persofficier van het
opperbevel van het Duitse leger. De Abteilung "Anker" van
de Verlag Universitas Buch und Kunst GmbH was gevestigd in
Berlijn aan de Nikolsburger Platz 4 Gth. In dit pand was van
februari tot juni 1922 het Psychische Studien Gesellschaft gevestigd.
In de loop van 1922 is
Kritzinger verhuisd naar Dresden. Het is niet duidelijk wanneer hij
zijn functie van directeur van de Verlag Universitas Buch und
Kunst GmbH heeft neergelegd en of hij bemoeienis heeft gehad met
de serie Flugschriften des "Anker". In de uitgave-1923 van
het Adressbuch des deutschen Buchhandels is bij de vestiging
in Berlijn de naam vermeld van Wilhelm Weicher, schrijver en
uitgever in Leipzig van kunstboeken. [tekst]
-
Kritzinger-1922a,
Vorwort en Kritzinger-1922b,
Vorwort.
Het Deutsche okkultistische Gesellschaft was in 1919
opgericht onder voorzitterschap van dr. Werner Haken, natuurkundige
en vrijmetselaar. In 1923 werd de naam van dit genootschap veranderd
in Deutsche Gesellschaft für wissenschaftlichen Okkultismus.
Schuppe was van 1923 tot 1939 vice-voorzitter van dit genootschap;
in april 1939 werd hij voorzitter. Eind september 1939 werd de naam
van dit genootschap veranderd in Deutsche metapsychische
Gesellschaft, met Schuppe als voorzitter (Schellinger et. al.,
2010, p.304-305). [tekst]
-
Psychische
Studien,
jaargang 49 (1922), januari, p.1-3. [tekst]
-
Psychische Studien, jaargang 50 (1923), maart, p.120.
[tekst]
-
Psychische Studien, jaargang 50 (1923), februari, p.72.
[tekst]
-
Howe,
p.220-221. [tekst]
-
Kritzinger-1922b,
p.147; Kritzinger-1922a, p.120. [tekst]
-
Kritzinger-1922a,
p.128. [tekst]
-
Kritzinger-1929,
p.273. [tekst]
-
Howe,
p.168-169. [tekst]
-
Van
Berkel: De lotgevallen in 1939 van Mysterien
von Sonne und Seele. Benders mededeling in Zukunftsvisionen
Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse dat Kritzinger Goebbels had
geadviseerd Krafft op te dragen enkele honderden kopieën te laten
vervaardigen van een editie-1568 van de Centuriën en
propagandistische kwatrijnanalyses te schrijven, bestemd voor de
bezette Franstalige gebieden, berust waarschijnlijk op een situering
in 1940 van het relaas van Kritzinger met betrekking tot de
gebeurtenissen die eind 1939 plaatsvonden en op het in de jaren '80
onbekend zijn van de
ontstaansgeschiedenis van Kraffts Comment Nostradamus a-t-il entrevu
l'avenir de l'Europe?, waaraan Bender hoogstwaarschijnlijk
refereert (Bender, p.47-48; Van Berkel: Zukunftsvisionen
Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse
(Hans Bender, München, 1983). [tekst]
-
Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942.
[tekst]
-
Van
Berkel: Der
Seher von Salon (Informations-Schriften
#38, dr. H.H.- Kritzinger, DE, 1941). [tekst]
-
Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
-
Howe,
p.220-246; Van Berkel: De lotgevallen in 1939 van Mysterien
von Sonne und Seele. [tekst]
-
Kritzinger-1922b,
p.151-152. Kritzinger was in het bezit van een exemplaar van de
editie-Amsterdam-1668; reproducties van pagina's uit deze editie
komen ook voor in Mysterien von Sonne und Seele en Todesstrahlen
und Wünschelrute. [tekst]
|