|
Dr.
Hans-Hermann Kritzinger
In de
afgelopen decennia zijn in een aantal publicaties uiteenlopende besprekingen gewijd aan hoe
in de Tweede Wereldoorlog de Centuriën deel gingen uitmaken van
de psychologische oorlogvoering, zoals in Dr. Goebbels nach Aufzeichnungen aus seiner
Umgebung (Von Borresholm/Niehoff, Berlijn, 1948), Het raadsel
Nostradamus (Hofstede, Rijswijk, 1996), The Nostradamus
Encyclopedia (Lemesurier, New York, 1997) en Nostradamus - sein
Leben, sein Werk und die wahre Bedeutung seiner Prophezeiungen (Gruber,
Bern, 2003).
Van de Engelsman Ellic Howe, zetter van beroep, in 1940-'41 sergeant-majoor bij de
Britse Luchtafweer en vanaf november 1941 typograaf en vervalser bij de vervalsingafdeling
van de Political Warfare Executive (PWE) van de Britse Geheime Dienst,
verscheen in 1965 Nostradamus and the Nazis - a footnote to the
history of the Third Reich. In 1967 verscheen zijn boek Urania's
Children - the strange world of the astrologers, waarvan in
1984 een gewijzigde uitgave verscheen, getiteld Astrology and the
Third Reich. Dit
boek werd in 1995 in het Duits vertaald door Franz Isfort en uitgegeven onder de titel Uranias
Kinder: Die
seltsame Welt der Astrologen und das Dritte Reich.
In Uranias
Kinder... is onder andere het leven en werk beschreven van de Zwitserse
astroloog Karl Ernst Krafft (1900-1945) en de manier waarop Krafft betrokken
is geraakt bij de
productie van nationaalsocialistische Nostradamuscommentaren. In
deze beschrijving neemt het gesprek dat
Howe in 1961 in Karlsruhe heeft gevoerd met de
toen 73-jarige Hans-Hermann Kritzinger een belangrijke plaats in. Kritzinger
gaf niet alleen informatie over Krafft, maar ook
over de ontstaansgeschiedenis van nationaalsocialistische
Nostradamuscommentaren.
Oorspronkelijk was Kritzinger astronoom. Van 1912 tot 1914 was hij hoofd van de Sterrenwacht in Bothkamp
in Sleeswijk-Holstein. Van 1915 tot 1965 was hij voornamelijk
werkzaam als ballisticus in de Duitse wapenindustrie, bij het Duitse
leger en voor de Duitse overheid.
Aanvankelijk wist Howe niet dat Kritzinger
geïnteresseerd was in Nostradamus en in oude voorspellingen. Wel was
het hem bekend dat
Kritzinger enige faam had verworven als schrijver van boeken op het gebied van
occultisme en randwetenschappen.[1] Over Kritzinger kan echter
meer worden gezegd. Hij was de eerste Duitse astronoom van wie bekend
werd dat hij onderzoek deed naar astrologie. In 1911 werd een door hem geschreven boek
over de Ster van Bethlehem uitgegeven: Der Stern der Weisen -
Astronomisch-kritische Studie. Het voorwoord was
geschreven door dr. Wilhelm Faber, van wie in 1922 een herziene uitgave
verscheen van de vertaling van de Centuriën die Eduard Roesch in 1850 had gemaakt.
Kritzinger was lid van het Deutsche Okkultistische
Gesellschaft en redacteur van het maandblad Psychische
Studien - Monatliche Zeitschrift vorzüglich der Untersuchung der wenig
gekannten Phänomene des Seelenlebens gewidmet. Hij heeft veel voordrachten gehouden over paranormale verschijnselen en er minstens
vier boeken over geschreven. In drie ervan, waaronder Mysterien
von Sonne und Seele (Berlijn, 1922), heeft hij aandacht besteed aan de Centuriën.
Uit Mysterien
von Sonne und Seele blijkt dat hij met Carl Loog, de schrijver van Die
Weissagungen des Nostradamus (Pfullingen in Württemberg, 1921), uitvoerig van gedachten heeft gewisseld over diens theorieën aangaande
de werkwijze van Nostradamus en is enige tijd van plan geweest een
nieuw, door Loog geschreven Centurie-commentaar uit te geven.
In 1914 heeft Kritzinger een anoniem pamflet geschreven dat circuleerde onder
Duitse troepen in Frankrijk. Op het pamflet stond een uitleg van
kwatrijn 10-51.[2]
|

Kritzinger-1922a
|
Kritzinger
en Howe
(1961 en 1962)
In 1961 vertelde Kritzinger aan Howe, die naar gegevens zocht
over de Zwitserse astroloog Karl Ernst Krafft, die betrokken was bij de
productie van nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën, dat hij de arme Krafft erg goed had gekend
en dat hij, Kritzinger, ervoor verantwoordelijk was (in zekere zin bij
toeval) dat Krafft zich begin 1940 in Berlijn vestigde en voor Goebbels aan
Nostradamus ging werken. Kritzinger vertelde dat hij in Mysterien
von Sonne und Seele gewag had gemaakt van het commentaar van zijn
landgenoot Carl Loog op kwatrijn 03-57 in Die Weissagungen des
Nostradamus (1921).[3] Loog was op grond van
dat kwatrijn van mening dat in 1939 in
Engeland de laatste en ernstigste crisis zou uitbreken in een serie
van zeven en tegelijkertijd een crisis in Polen.[4]
Kort na het uitbreken van de oorlog in 1939, aldus Kritzinger, las
Magda Goebbels, de echtgenote van Paul Joseph Goebbels, minister van Propaganda, 's avonds in bed in Mysterien
von Sonne und Seele het commentaar op kwatrijn 03-57. Zij was er zo
van onder de indruk, dat
zij haar man wakker maakte en het hem voorlas.[5]
Kritzinger vertelde dat het bijzondere aan
het geheel was dat vrij kort erna vier personen aan Goebbels lieten zien wat
hij in Mysterien von
Sonne und Seele over 1939 had geschreven. Dit wekte Goebbels'
nieuwsgierigheid.
Kritzinger werd door overste Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, een gepensioneerd officier,
werkzaam op het Propagandaministerie als buitengewoon hoofd van de afdeling
Auslandspresse, opgeroepen voor een gesprek met
Goebbels.[6] Dit gesprek, waar Kritzinger met lood
in zijn schoenen naar toe ging, vond plaats op 4 december 1939, van 12:50
uur tot 13:05 uur. Goebbels vertelde dat hij onder de indruk was van de
manier waarop kwatrijn 03-57 in vervulling was gegaan. Hij zag een reeks
mogelijkheden de Centuriën te gebruiken voor psychologische
oorlogvoering. Op zijn vraag of Kritzinger soortgelijke kwatrijnen kende,
antwoordde deze ontkennend. Op Goebbels' vraag hoe volgens de Centuriën
de
vooruitzichten waren voor Duitsland, antwoordde Kritzinger hierover
niets te kunnen zeggen omdat hij zich niet interesseerde in toekomstvoorspelling.
Nostradamus was zijn stokpaardje omdat hij zich interesseerde voor
profetische literatuur in het algemeen en wilde weten of oude
voorspellingen al dan niet in vervulling waren gegaan.[7]
In de loop van het gesprek kon Kritzinger Goebbels ervan overtuigen niet te beschikken
over profetische gaven.
Goebbels had iemand nodig die Nostradamus zou
gaan bestuderen. Desgevraagd zei Kritzinger daarvoor geen tijd te hebben
wegens zijn
drukke werkzaamheden voor het wetenschappelijk instituut van het
Ministerie van Oorlog. Als beste Nostradamus-expert noemde hij Loog. Het gesprek was hiermee
beëindigd en Kritzinger was blij dat hij er zonder
kleerscheuren van af was gekomen.
Loog werd opgeroepen naar Berlijn te komen en bezocht Kritzinger. Toen
Kritzinger hem vertelde dat Goebbels iemand zocht die de Centuriën
wilde bestuderen met het oog op psychologische oorlogvoering, raakte
Loog tamelijk terneergeslagen. Hij wilde er niets mee te maken hebben. Hij had in de voorbije
jaren de Centuriën opnieuw vertaald en voorzien van commentaar.
Het manuscript van deze vertaling overhandigde hij aan Kritzinger.
Kritzinger speelde het manuscript niet door aan het
Propagandaministerie, maar scheepte hen af met de mededeling dat Loogs materiaal niet geschikt was
voor psychologische oorlogvoering.[8]
Het Propagandaministerie bleef echter
aandringen op een Nostradamus-expert, waarop Kritzinger de naam noemde van
Krafft. Krafft werd opgeroepen naar Berlijn te komen en had een
onderhoud met Heinrich Fesel, voor wiens afdeling hij sinds oktober 1939
astrologisch-politieke columns schreef over
propagandathema's en onderwerpen als de
uitwerking van
de inval in Polen en mogelijkheden voor militaire operaties in het Westen.
Fesel was verbonden aan Amt VII van het Reichssicherheitshauptamt, een afdeling die zich bezighield met onderzoek naar onder
andere occultisme en vrijmetselarij in Duitsland. In de eerste week van januari 1940 verhuisden Krafft en zijn vrouw van Urberg in het Zwarte Woud naar Berlijn.
Kort erna ging Krafft aan het werk om nationaalsocialistische
Nostradamuscommentaren te produceren.
Nadat Krafft zich in Berlijn had gevestigd, had hij regelmatig
ontmoetingen met Kritzinger,
waarbij zij veel kwatrijnen met elkaar bediscussieerden, overigens
zonder gemeenschappelijk uitgangspunt. Kritzinger vertelde Howe in 1961
dat Goebbels niets anders wilde dan propagandamateriaal, gebaseerd op de
Centuriën.[9] Krafft en Kritzinger
waren het er met elkaar over eens dat verminken van de kwatrijnen tegen
de geest van Nostradamus in zou druisen en dat hij zich in zijn graf zou
omdraaien. Zij deden dan ook hun best slechts dat materiaal te gebruiken
dat zinvol was en treffend. In 1962 schreef Kritzinger aan Howe dat
Krafft in zijn commentaren vaak te ver ging. Als voorbeeld noemde hij
het commentaar op kwatrijn 05-94, dat in de zomer van 1940 tot stand
kwam. Kritzinger was van mening dat de aanduiding "grote vorst van
Armenië die Wenen en Keulen zou aanvallen" moest worden gekoppeld
aan Stalin. In 1940 was het echter ondenkbaar dat zoiets zou gebeuren.
Krafft stelde dat "Armenië" een zinspeling was op Arminius,
de leider van de Cherusken, die in 9 AD een
overwinning behaalde op drie Romeinse legioenen en in die zin de Führer van
Großdeutschland aanduidde, die in 1936 het Rijnland bezette, in 1938
Oostenrijk en in 1940 Brabant en Vlaanderen.[10]
In
aanvulling op het interview met Kritzinger heeft Howe de notulen
besproken van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen in het
Propagandaministerie van 30 oktober, 2, 10 en 22 november en
5, 11 en 13 december 1939, voorzover daarin vermeldingen stonden over
astrologie en de Centuriën. Howe heeft gesignaleerd dat
Goebbels in die periode een groeiende belangstelling kreeg voor het
aanwenden van astrologie en vervalste Centuriën voor
nationaalsocialistische
propaganda. Verder wilde Goebbels voorkomen dat astrologische en
soortgelijke publicaties de Duitse
openbare orde zouden aantasten. Om die reden verbood hij op 22 november
1939 de uitgifte van werken die op een of andere manier te maken hadden
met waarzeggerij.[11]
De weergaven in Uranias Kinder... van wat Kritzinger aan Howe
verteld heeft in 1961 en heeft geschreven in 1962, hebben bij mij de
vraag doen rijzen welk aandeel Kritzinger heeft gehad in
nationaalsocialistische Nostradamuscampagnes. In Uranias Kinder...
is deze vraag niet concreet aan de orde gesteld.
Kritzinger
en Goebbels (4 december 1939)
Het relaas van Kritzinger klinkt vrij plausibel. Iemand, die zich vroeger met het paranormale heeft
beziggehouden en daarover een aantal boeken heeft
geschreven, merkt in het najaar van 1939 dat er plotseling grote
belangstelling is voor een boek dat hij in 1922 heeft geschreven en
waarvan hij dacht dat het in de vergetelheid was geraakt. Goebbels laat hem oproepen voor een gesprek.
Kritzinger, die er met lood in zijn schoenen naar toe gaat, weet zich
met moeite op de vlakte te houden. Hij zegt geen informatie te kunnen
geven over wat in de Centuriën of astrologische prognoses over
de toekomst van Duitsland wordt gezegd, omdat hij zich niet bezighoudt
met het voorspellen van de toekomst. Op de vraag of hij de Centuriën
wil bestuderen vanuit het oogpunt van psychologische oorlogvoering,
antwoordt hij dat hij daar vanwege zijn drukke werkzaamheden op het
Ministerie van Oorlog geen tijd voor heeft. Hij zegt dat Loog in dit
verband de beste Nostradamusexpert is die hij kent. Daarmee is het gesprek afgelopen.
Kritzinger is blij dat hij het er zonder kleerscheuren
van af heeft gebracht.
In de dagboeken van Goebbels en de notulen van de geheime
dagelijkse propagandabesprekingen op het Propagandaministerie komt de
naam Kritzinger niet voor. Wel heeft Goebbels in zijn dagboek aangetekend dat
hij in de avond van 21 november 1939 wegens ziekte bedrust moest houden
en "Nostradamus" heeft gelezen. Hij vond het erg interessant
en hoopte dat de "gewaagde commentaren" zouden kloppen, wat
zou betekenen dat Engeland niets meer in te brengen zou hebben.[12]
Dit was de eerste keer dat Goebbels Nostradamus ter sprake bracht in
zijn dagboeken. De eerste keer dat Nostradamus ter sprake kwam in de
geheime dagelijkse propagandabesprekingen was één dag later, op 22
november 1939.[13] Kritzinger heeft
in Mysterien von Sonne und Seele gezinspeeld op een ondergang van Engeland in hetzij 1939, hetzij
de tweede helft van de 20e eeuw, hetzij in 2040. Het is niet onmogelijk
dat Goebbels' aantekening over de gewaagde commentaren ten aanzien
van Engeland betrekking had op Kritzingers commentaar in Mysterien von Sonne und
Seele.[14] Dit zou betekenen dat het relaas van
Kritzinger tot op zekere hoogte kan worden gestaafd aan de dagboeken van
Goebbels en de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen.
Het feit dat Kritzinger Loog heeft genoemd als een expert, die geschikt zou
zijn voor het bestuderen van de Centuriën met het oog op
psychologische oorlogvoering, kan erop wijzen dat Kritzinger geen
bezwaren had tegen een dergelijk gebruik van de Centuriën.
Kritzinger
en Loog (december 1939)
Kritzinger heeft in beginjaren '20 uitvoerig met Loog van
gedachten gewisseld over diens theorieën aangaande de werkwijze van
Nostradamus. Loog had hem zelfs toegezegd de codesleutel te publiceren, die hij meende
te hebben ontdekt. Hij zou deze sleutel publiceren in samenwerking met filologen en
historici en publicatie ervan zou worden verzorgd door een
uitgeverij die Kritzinger goed kende.[15]
In Die Weissagungen des Nostradamus heeft Loog niet geschreven
dat de Duitsers in september 1939 Polen zouden binnenvallen. Hij heeft
niet beschreven wat voor soort crises in 1939 zouden uitbreken in
Engeland en Polen, of ze met elkaar in verband zouden staan en of de
Duitsers er een aandeel in zouden hebben. Hij verwachtte een
grootschalig Europees conflict pas rond 2100.[16] Uit het relaas
van Kritzinger kan niet worden opgemaakt of hij het eens was
met de opvatting dat Loogs woorden "crisis voor het wederopgestane
Polen" betrokken konden worden op de Duitse inval in Polen en dat
de oorlogsverklaring van Engeland aan Duitsland het begin kon markeren
van een crisis in Engeland, die zou leiden tot haar ondergang.
Wat Loog bij het schrijven van Die
Weissagungen des Nostradamus voor ogen stond, was zijn lezers
te attenderen op het verschijnsel helderziendheid, bewijzen aan te
voeren voor de realiteit van dit verschijnsel en de aandacht te vestigen
op wat hem in het werk van Nostradamus interessant leek en merkwaardig.[17]
In Die Weissagungen des Nostradamus staan een aantal
nationalistisch getinte commentaren. Niettemin ageerde Loog tegen degenen
die de Centuriën wilden gebruiken voor politieke doeleinden.[18]
Tijdens de literatuurstudie waarop dit artikel is gebaseerd, is de
politieke voorkeur die Loog in 1939 had, niet naar voren gekomen. Zijn
houding in 1921 doet niet vermoeden dat hij de Centuriën zou
willen bestuderen vanuit het oogpunt van psychologische oorlogvoering.
Tenzij Loogs politieke voorkeur in 1939 een ommezwaai had gemaakt
richting het nationaalsocialisme en hij zijn standpunt aangaande het
gebruik van de Centuriën voor politieke doeleinden had herzien, is het niet goed
te begrijpen waarom Kritzinger, die in 1921 in nauw contact stond met
Loog, hem naar voren bracht in het gesprek met
Goebbels.
Het contact tussen Kritzinger en Goebbels c.q. het Propagandaministerie
lijkt zich in eerste instantie te hebben beperkt tot het gesprek van 4
december 1939. Kritzinger vertelde echter dat Loog, die als gevolg van
zijn advies naar Berlijn was ontboden, hem had bezocht, van hem had gehoord welke plannen Goebbels had, daar niet aan wilde meewerken en het
manuscript van zijn nieuwe studie van de Centuriën bij hem
achterliet. Kritzinger vertelde dat hij - tot geluk van Loog, zoals hij
zei - het manuscript niet doorspeelde aan het Propagandaministerie, maar
hen afscheepte met de
mededeling dat Loogs materiaal niet geschikt was voor psychologische
oorlogvoering. Vervolgens heeft Kritzinger de naam van Krafft genoemd,
omdat het Propagandaministerie bleef aandringen op een
Nostradamusexpert.
Men zou verwachten dat Loog zich, evenals Kritzinger, zou hebben moeten
vervoegen bij het Propagandaministerie, want men mag aannemen dat het
Propagandaministerie Loog naar Berlijn had ontboden. Uit het relaas van
Kritzinger kan niet worden opgemaakt dat Loog het Propagandaministerie
heeft bezocht of hen te kennen heeft gegeven geen gehoor te geven
aan hun oproep. Het lijkt erop dat Loog zich na zijn bezoek aan
Kritzinger niet bij het Propagandaministerie heeft vervoegd, maar
huiswaarts is gegaan en zijn manuscript heeft achtergelaten bij
Kritzinger.
De weergave van Kritzingers relaas met betrekking tot Loog doet vragen
rijzen. De eerste vraag is of een schrijver het zich
anno 1939 in Duitsland kon permitteren geen gehoor te geven aan een oproep van het
Propagandaministerie. Een dergelijke oproep zou, lijkt mij, niet
straffeloos kunnen worden genegeerd. De tweede vraag is waarom het Propagandaministerie
genoegen heeft genomen met Kritzingers mededeling dat Loogs materiaal
niet geschikt was voor psychologische oorlogvoering zonder dit bij Loog
te verifiëren of zijn manuscript te beoordelen. De derde vraag is
waarom Loog zijn manuscript bij Kritzinger achterliet en of dit het
enige exemplaar ervan was.
Het antwoord op deze vragen hangt naar mijn mening samen met de positie
van Kritzinger. Ik veronderstel dat
Goebbels op 4 december 1939 Kritzinger
heeft opgedragen een Nostradamus-expert te
vinden die de Centuriën zou bestuderen vanuit het oogpunt van
psychologische oorlogvoering en het Propagandaministerie op de
hoogte te houden van de voortgang van zijn zoektocht. Als deze
veronderstelling juist is, is Loog niet door het Propagandaministerie
ontboden naar Berlijn, maar door Kritzinger. In dat geval is het logisch
dat Kritzinger Loog informeerde over Goebbels'
plannen met de Centuriën en hem de vraag stelde of hij
daaraan wilde meewerken. Vanuit deze veronderstelling kan ook worden
verklaard waarom Loog, na het weigeren van medewerking, vertrok en zich niet vervoegde bij het
Propagandaministerie. Het blijft onduidelijk waarom hij zijn manuscript
bij Kritzinger achterliet.
Met de mededeling dat Loogs materiaal niet geschikt was voor
psychologische oorlogvoering, heeft Kritzinger Loog niet in gevaar
gebracht. Uit deze mededeling blijkt eveneens dat Kritzinger geen overwegende bezwaren had tegen een
dergelijk gebruik van de Centuriën. Als de veronderstelling juist is dat Kritzinger in opdracht
van Goebbels een Nostradamusexpert zocht, kan worden gesteld dat het
Propagandaministerie Kritzinger dusdanig vertrouwde dat het genoegen nam
met zijn oordeel, maar ook dat Kritzinger nog niet voldaan had aan de
opdracht en dus moest blijven zoeken naar een Nostradamusexpert.
Kritzinger vond deze expert in de persoon van Krafft.
Kritzinger
en Krafft (1940)
Howe heeft
aangetekend dat Krafft met Kritzinger in 1925 correspondeerde over
astro-statistiek.[19]
Krafft hield zich volgens eigen zeggen reeds sinds 1920 bezig met de Centuriën.[20]
Over Nostradamus schreef hij een aantal artikelen die werden
gepubliceerd in de jaargangen 1935 en 1936 van het
Duitse astrologisch tijdschrift Zenit – Zentralblatt für
astrologische Forschung.[21]
Deze artikelen waren min of meer wetenschappelijk van aard en
bevatten geen nationaalsocialistische elementen, maar hadden als
onderwerpen onder andere de grondteksten van de Centuriën, de
verschillende duidingen en duidingsystemen die inmiddels waren
gepubliceerd en besprekingen van kwatrijnen die gekoppeld werden aan
Napoleon en de Eerste Wereldoorlog.[22]
In de tweede helft van de jaren '30 kreeg Krafft een sterke weerzin
tegen zijn vaderland Zwitserland en een sterke voorliefde voor
Duitsland. In Duitsland wist men volgens Krafft persoonlijke
vaardigheden en superioriteit op hun waarde te schatten terwijl in
Zwitserland dit soort eigenschappen werden veracht. Naar Kraffts mening
had Zwitserland hem niet op zijn waarde geschat; hij hoopte in Duitsland
de hem toekomende erkenning te vinden.[23]
Tegenover Howe bestempelde Kritzinger Krafft in 1961 als een zeldzaam
mens, buitengewoon eerzuchtig, die wachtte op een belangrijke opdracht
als de Nostradamus-opdracht en ongelukkigerwijs als een vlieg in het net
van de spin vloog.[24]
Uit de weergave in
Uranias Kinder... van Kritzingers informatie aan Howe blijkt dat
Kritzinger vanaf het moment dat Krafft zich in 1940 vestigde in Berlijn,
hem regelmatig ontmoette tot in minstens de zomer van 1940, en met hem
kwatrijnen bediscussieerde. Kritzinger en Krafft voerden deze discussies
naar aanleiding van Goebbels' opdracht propagandamateriaal te produceren
dat was gebaseerd op de Centuriën. Beiden waren van mening dat
het tegen de geest van Nostradamus zou indruisen als zij ten behoeve van
psychologische oorlogvoering kwatrijnen zouden verminken. Zij besloten
hun best te doen alleen dat materiaal te gebruiken dat zinvol was en
treffend.
Hieruit - en uit de door Kritzinger beschreven discussie tussen hem en
Krafft over het commentaar op kwatrijn 05-94 - blijkt opnieuw dat
Kritzinger geen bezwaren had tegen het gebruik van de Centuriën
vanuit het oogpunt van psychologische oorlogvoering.
Dit gedeelte van het relaas van Kritzinger staat haaks op zijn
mededeling aan Goebbels in december 1939 dat hij vanwege zijn drukke
werkzaamheden bij het wetenschappelijk instituut van het Ministerie van
Oorlog geen tijd had de Centuriën te bestuderen vanuit het
oogpunt van psychologische oorlogvoering. Goebbels, die in eerste
instantie aan Kritzinger had gedacht, ging volgens Kritzinger op zoek
naar iemand anders. Toch raakte Kritzinger betrokken bij het produceren
van materiaal voor psychologische oorlogvoering dat was gebaseerd op de Centuriën.
Deze betrokkenheid ging verder dan het af en toe behulpzaam zijn. De
activiteiten van Kritzinger begonnen kort na aankomst van Krafft in
Berlijn in de eerste week van januari 1940 en duurden tot in minstens de
zomer van 1940. Krafft en Kritzinger besloten de kwatrijnen niet te
verminken, maar alleen materiaal uit de Centuriën te gebruiken
dat zinvol leek en treffend. Dit wijst eerder op een verregaande
samenwerking dan op het bij tijd en wijlen bediscussiëren van
kwatrijnen.
Over 8 januari 1940 heeft Goebbels in zijn dagboek aangetekend dat ten
aanzien van Nostradamus een groep vakmensen wordt ingezet.[25]
Deze aantekening valt samen met de periode waarin Krafft zich in
Berlijn vestigde en aan zijn studie van de Centuriën begon.
Goebbels heeft de samenstelling van deze vakgroep niet beschreven. De
mededeling van Kritzinger dat zijn ontmoetingen en discussies met Krafft
kort na diens aankomst in Berlijn zijn begonnen, doet vermoeden dat
Krafft en Kritzinger deel hebben uitgemaakt van de groep vakmensen waarover Goebbels
schreef in zijn dagboek.
Samenvatting
In 1961 en 1962
heeft Kritzinger aan Howe mededelingen gedaan over de manier waarop
Krafft in 1939 betrokken is geraakt bij de productie van
nationaalsocialistische Nostradamuscommentaren. Hij heeft zich
over Krafft in meelijwekkende bewoordingen geuit als "de arme
Krafft" en iemand die "ongelukkigerwijs als een vlieg in het
web van de spin vloog". Kritzinger bestempelde zijn aandeel in het
betrokken raken van Krafft bij de productie van nationaalsocialistische Nostradamuscommentaren als "in zekere zin toevallig".
Kritzingers mededelingen lijken echter aanwijzingen te bevatten dat hij in verregaande
mate betrokken is geweest bij enerzijds het zoeken naar een
Nostradamusexpert die de Centuriën zou bestuderen vanuit het oogpunt
van psychologische oorlogvoering en anderzijds de productie van nationaalsocialistische
Nostradamuscommentaren. Deze aanwijzingen hebben
mij geleid tot de volgende veronderstellingen:
-
Kritzinger
heeft geen overwegende bezwaren gehad tegen het gebruik van de
Centuriën voor psychologische oorlogvoering;
-
De
mogelijkheid bestaat dat Goebbels Kritzinger op 4 december 1939
heeft opgedragen te zoeken naar een Nostradamusexpert die de
Centuriën zou bestuderen vanuit het oogpunt van psychologische
oorlogvoering;
-
Als
Kritzinger deze opdracht van Goebbels heeft gekregen, is hij degene
geweest die Loog heeft ontboden en hem heeft gepolst over zijn
bereidheid mee te werken aan de plannen van Goebbels;
-
De
mogelijkheid bestaat dat Krafft en Kritzinger deel hebben uitgemaakt van de
groep vakmensen die zich met Nostradamus ging bezighouden, waarover Goebbels
in zijn dagboek schreef met betrekking tot 8 januari 1940.
In
zijn onderzoek naar het gebruik van de Centuriën door de
nationaalsocialisten in de Tweede Wereldoorlog heeft Maichle
vastgesteld dat Kritzinger de schrijver is geweest van de brochure Der
Seher von Salon, deel 38 van de nationaalsocialistische
propagandaserie Informations-Schriften (Berlijn, 1940).[26]
Mysterien
von Sonne und Seele in nationaalsocialistische
propagandageschriften
Regelmatig zijn
fragmenten uit Mysterien von Sonne und Seele opgenomen in
nationaalsocialistische propagandageschriften, waaronder Hoe zal
deze oorlog eindigen? en haar varianten (Den Haag, 1940) en Der Seher von
Salon.
Na de oorlog is Mysterien von Sonne und Seele niet opnieuw
uitgegeven. De
Meern, 17 september 2005
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 13 januari 2009
Noten
-
Howe,
p.168. [tekst]
-
Kritzinger
aan Howe, december 1962, in: Howe, p.168-169. In Uranias Kinder...
is de titel van Mysterien von Sonne und Seele foutief
weergegeven als Mysterien von Sonne und Mond (Howe, p.220). [tekst]
-
Howe,
p.220-223, Kritzinger-1922a, p.136. In Mysterien von Sonne und Seele
zijn de pagina's 120-140 gewijd aan Nostradamus. In navolging van
Loog heeft Kritzinger kwatrijn 10-100 besproken in samenhang met
kwatrijn 03-57. In Magische Kräfte - Geheimnisse der
menschlichen Seele, dat eveneens in 1922 verscheen en in 1930 in
Dresden werd herdrukt, heeft Kritzinger min of meer samengevat wat
hij over de Centuriën had geschreven in Mysterien von
Sonne und Seele. In die samenvatting kwamen ook de kwatrijnen
03-57 en 10-100 ter sprake en het commentaar erop van Loog en
hemzelf. [tekst]
-
Loog-1921, p.68-69. [tekst]
-
In
de uitgave van Mysterien von Sonne und Seele die in deze
studie is gebruikt, staat op p.136 het jaartal 1939 vet gedrukt (1939), wat
destijds de aandacht kan hebben getrokken van Goebbels' echtgenote.
De vet gedrukte cijfers van dit jaartal hebben dezelfde hoogte als
de niet vet gedrukte letters en cijfers, wat erop wijst dat dit
jaartal al in de eerste uitgave vet gedrukt was (W. Melchior,
boekhandelaar/antiquair, aan Van Berkel, 18 juni 2007). [tekst]
-
Howe
noemt deze persoon: Von Herwarth. [tekst]
-
Uit
Magische Kräfte - Geheimnisse der menschlichen Seele
(Berlijn, 1922) kan worden afgeleid dat
Kritzinger zich vanaf 1914 of eerder bezighield met het bestuderen van de Centuriën
(Kritzinger-1922b, p.147). In 1914 heeft hij ook het
anonieme pamflet geschreven om het moreel van de Duitse troepen op
te krikken die in Frankrijk waren gelegerd. [tekst]
-
Uit
Uranias Kinder blijkt niet of Loog zijn manuscript van een
titel had voorzien. Tijdens het samenstellen van het overzicht
van titels van Duitse Nostradamusliteratuur 1554-1953 is van
Loog alleen Die Weissagungen des Nostradamus boven water gekomen en een ingezonden
artikel in Psychische Studien in januari 1922. [tekst]
-
In
de geheime propagandabespreking van 5 december 1939 gaf Goebbels aan
dat de "Nostradamus-brochure", waarvan de uiteindelijke
versie zou moeten worden samengesteld
door prof. dr. Karl Bömer, hoofd van de afdeling Buitenlandpers in
het Propagandaministerie, Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld en Leopold Gutterer,
hoofd van de afdeling Propaganda in het Propagandaministerie (en waarvan de
Nederlandse versie vanaf 24 april 1940 werd uitgegeven onder de
titel Hoe zal deze oorlog eindigen? [TvB]), niet
wetenschappelijk van aard moest worden, maar propagandistisch
(Boelcke [1966], p.236-237). [tekst]
-
Goebbels
heeft in een propagandabespreking in november 1939 in het door hem
voorgeschreven commentaar op de "33e Centurie" de woorden
"grote Vorst van Armenië" betrokken op Stalin (Sommerfeldt,
p.56). Deze "33e Centurie" is een samentrekking van de
kwatrijnen 05-94 en 10-42, zoals vertaald door Bruno Noah (Noah,
2005 [1928], p. 179 en 207).
In Hoe zal deze oorlog eindigen? (Den Haag, 1940) en Nostradamus
spådomar om kriget (Stockholm, 1940) is op kwatrijn 05-94 geen
enkele toespeling gemaakt.
In Die Prophezeiungen des Nostradamus (Brochure-18,
Berlijn, 1940, p.13) is kwatrijn 05-94 wel besproken, maar is met
geen woord gerept over Arminius.
In Der Seher von Salon (Brochure-38, Berlijn, 1941, p.15)
luidt de Duitse tekst van kwatrijn 05-94 als volgt: Hinübernehmen
nach Großdeutschland wird / Brabant
und Flandern, Gent und Brügge, Polen
/ Vertrag war Schwindel! - Der
Arminien führt / Wird
sich im Sprunge Wien und Cöllen holen.
Het oorspronkelijke Boulogne is vertaald in
Polen.
Krafft heeft in Einführung zu den Prophéties de Maistre Michel
Nostradamus kwatrijn 05-94 wel aangestipt, maar vrijwel niet
becommentarieerd en niets geschreven over Arminius (Krafft, 1940b,
p.XXV). In Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de
l'Europe? (Brussel, 1941) heeft Krafft kwatrijn 05-94 in
oorspronkelijk-Frans weergegeven en becommentarieerd in de zin van
dat de wapenstilstand geveinsd is en dat de grote Führer uit
het land van Arminius bij verrassing Wenen en Keulen inneemt, en
daarna Brabant, Vlaanderen, Gent, Brugge en Boulogne = Polen (Krafft
[1941], p.145-147).
In Voorspellingen die uitgekomen zijn... zijn
de woorden "grote Vorst van Armenië" gekoppeld aan Stalin
en is aan Stalin toegeschreven dat hij zich niet wilde houden aan
het Duits-Sovjetrussische niet-aanvalsverdrag uit 1939 (De Tombre, p.27-29).
In 1953 schreef dr. phil. Alexander Max Centgraf (alias dr. N. Centurio) dat
Krafft de koppeling van kwatrijn 05-94 aan Stalin op last van
Goebbels had vervangen door een koppeling van dit kwatrijn aan
Hitler (Centurio, p.128). [tekst]
-
Howe,
p.223-224, die deze gegevens heeft ontleend aan Boelcke (1966), p.214-242.
[tekst]
-
Fröhlich,
p.206. Goebbels werkte zijn dagboeken altijd een dag later bij. Hij
heeft op 22 november 1939 aantekeningen gemaakt met betrekking tot
21 november 1939. [tekst]
-
Boelcke
(1966), p.230. [tekst]
-
Een soortgelijk commentaar staat ook in Nostradamus
- Prophetische Weltgeschichte von 1547 bis gegen 3000 (Berlijn,
1928), waarin Bruno Noah over kwatrijn 03-57 schreef dat niet moest
worden verwacht dat Gods strafgericht over Engeland zich vóór 1939 zou
voltrekken (Noah, 2005 [1928],
p.156-157). [tekst]
-
Kritzinger-1922a,
p.128. Kritzinger stond aan het hoofd van de Verlag Universitas
Buch und Kunst, de uitgeverij waarbij Mysterien von Sonne und
Seele in 1922 verscheen. Het is dan ook niet ondenkbaar dat
Kritzinger ertoe geneigd was een Centurie-commentaar van Loog
uit te geven.[tekst]
-
Loog-1921, p.86. Zie ook: Van Berkel: Kwatrijn
03-57 en Die Weissagungen des Nostradamus (C. Loog,
Pfullingen in Württenberg, 1921 [1920]).
[tekst]
-
Loog-1921, p.130; (1922), p.45. [tekst]
-
Loog-1921, p.109-110. In het Duitse weekblad Der Reichswart is
in nummer 50 van de jaargang 1940 een artikel van Loog gepubliceerd,
waarin hij de woorden "kapitein van het grote Germanie"
(DE: Kapitän von Großdeutschland), afkomstig uit kwatrijn
09-90, aan Hitler koppelde (Lagebericht aus den Gebiet des
astrologischen Schrifftums in: Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942). In Die
Weissagungen des Nostradamus (Loog-1921, p.67) had hij deze
woorden gekoppeld aan "een Duitse president" en had hij
aan kwatrijn 09-90 geen vervullingdatum toegekend. [tekst]
-
Howe,
p.187. [tekst]
-
Krafft
aan Tilea, 14 maart 1940, in: Howe, p.241.
-
Van Berkel: Nostradamusliteratuur, Duitsland,
1554-1939: overzicht titels. [tekst]
-
Von
Schierstedt aan Van Berkel, 13 oktober 2004. [tekst]
-
Krafft
aan Panchaud, 18 oktober 1939, in: Howe, p.225-226. [tekst]
-
Kritzinger
in gesprek met Howe, in: Howe, p.223. [tekst]
-
Fröhlich,
p.263. [tekst]
-
Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942.
Zie ook: Van
Berkel: Der Seher von Salon
(Informations-Schriften #38, dr. H-H. Kritzinger, Berlijn, 1941).
[tekst]
|