|

Einfuhrung...
|
Beschrijving
De brochure Einführung
zu den "Prophéties de Maistre Michel Nostradamus" is geschreven door
Karl Ernst Krafft, een Zwitsers astroloog/statisticus die in de Tweede
Wereldoorlog op basis van de Centuriën nationaalsocialistische propaganda heeft geschreven.[1]
De Einführung..., zoals deze
brochure in dit artikel kortheidshalve wordt aangeduid, is in het late
najaar van 1940 verschenen in de vorm van een bijlage bij Les Prophéties de
maistre Michel Nostradamus - Bildgetreuer, vergrößerter
Abdruck einer Ausgabe der "Prophéties", erschienen bei
Benoist Rigaud Lyon unter dem Datum 1568, een fotokopie van een
editie-B.Rigaud-1568 van de Centuriën,
vervaardigd door Fotokopist GmbH in Frankfurt am Main in een oplage van
299 exemplaren, op deze website de "kopie-Krafft-1940"
genoemd.[2]
De Einführung... is een ongeïllustreerde brochure van 30
pagina's. Voor de paginanummers zijn Romeinse cijfers gebruikt.
In de Einführung... staan verwijzingen naar diverse vroege Centurie-edities,
de vertaling-Roesch-1850 en de kopie-Piobb-1938 en zijn de Centurie-commentaren genoemd van onder andere
Bareste, Loog, Le
Pelletier, Nicoullaud en Wöllner. Een enkele maal heeft Krafft aandacht
besteed aan de visie van één van hen op de betekenis van een
kwatrijn.
De
teksten in de Einführung... zijn niet voorzien van
voetnoten. Er is geen bibliografie van geraadpleegde werken.
|

Einführung...,
p.XXVI
|
Ontstaansgeschiedenis
De
ontstaansgeschiedenis van de Einführung... lijkt in februari
1940 te zijn begonnen. In een door het Reichssicherheitshauptamt
gecensureerde brief, gedateerd op 14 maart 1940, aan Viorel
Virgil Tilea, de Roemeense ambassadeur in Londen met wie hij sinds 1937 correspondeerde,
had Krafft namelijk geschreven dat hij sinds vijf weken, dus sinds begin
februari 1940, bezig was om voor een
genootschap in Berlijn in connectie met een Duitse overheidsinstantie
een nieuwe uitgave van de Centuriën te
vervaardigen, die vergezeld zou gaan van een kritisch-wetenschappelijke inleiding op dit
volgens hem zo omstreden gebied.[3]
Met de nieuwe uitgave van de Centuriën bedoelde
Krafft de kopie-Krafft-1940 en met de
wetenschappelijk-kritische inleiding de Einführung...
Op een briefkaart, gedateerd op 19 februari 1940, had Krafft de
verwachting geuit dat de Einführung...
medio maart 1940 voltooid zou zijn. In de gecensureerde brief aan Tilea
van 14 maart 1940 stond dat het
vervaardigen van de fotokopie van de Centurie-editie en het schrijven van de Einführung...
begin april voltooid zou zijn.
Op 2 april 1940 had het manuscript van de Einführung... een
omvang van 200 schrijfmachinepagina's. Volgens Georg Lucht, die Krafft
in het eerste kwartaal van 1940 secretariële ondersteuning gaf bij zijn
propagandistisch onderzoek naar de Centuriën, had Krafft uit de Centuriën
een serie verbluffende conclusies getrokken, waaronder de conclusie dat
de bezetting door Duitse troepen van België en Nederland op handen was.
Het Reichssicherheitshauptamt was echter niet gesteld op
dergelijke treffende speculaties. Talloze passages werden geschrapt en
op zeker moment in het voorjaar van 1940 verbood het Reichssicherheitshauptamt publicatie.[4]
De hoofdtekst van de Einführung... draagt als voltooiingsdatum
medio augustus 1940.[5] Deze periode
valt min of meer samen met de periode waarin de definitieve tekst van
een andere Nostradamusbrochure van Krafft beschikbaar kwam voor
vertaling, de brochure Nostradamus
sieht die Zukunft Europas.[6] Wat tussen april en medio augustus 1940 met de tekst van de Einführung...
is gebeurd, is niet duidelijk. Op meerdere punten lijkt de tekst
in deze periode te zijn bijgesteld. Op pagina IV heeft Krafft opgemerkt dat het ondanks talrijke
moeilijkheden was gelukt een beeldgetrouwe herdruk te vervaardigen van de oudste toegankelijke verzameluitgave van de Centuriën. Met de aanduiding "beeldgetrouwe herdruk"
bedoelde hij de
kopie-Krafft-1940. In de IGPP-versie van Nostradamus sieht die
Zukunft Europas staat op pagina 64 dat in Frankfurt am Main een
heruitgave van een editie-1568 van de Centuriën in voorbereiding
was. De oorspronkelijke tekst van deze versie dateert uit juni 1940, na
de capitulatie van Frankrijk.[7]
Een tweede aanwijzing dat de tekst van de IGPP-versie van oudere datum is dan de
uiteindelijke versie van de Einführung... schuilt in de
koppeling van de plaatsnaam Boulogne in kwatrijn 05-94 aan Polen.
Deze koppeling komt voor in de uiteindelijke versie van de Einführung...
en in Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe?,
Kraffts eigen vertaling, daterend uit oktober 1940, van Nostradamus
sieht die Zukunft Europas, maar niet in de IGPP-versie en de overige
vertalingen van Nostradamus sieht die Zukunft Europas.[8]
De koppeling op pagina XIV van de Einführung... van kwatrijn
10-67 aan medio mei 1940 en kwatrijn 09-83 aan 10 mei 1940, in samenhang
met kwatrijn 10-67, dateert van na de Duitse invasie op 10 mei 1940 in
België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland. Ten slotte merken wij op dat Krafft in de uiteindelijke versie van
de Einführung... op twee plaatsen heeft ingehaakt op de val van
Parijs op 14 juni 1940. Op pagina XVIII heeft hij Rome incité,
een deel van de derde regel van kwatrijn 05-30 (Donner l'assaut
Paris, Rome incité) vertaald in Nachdem Rom (zur
Beteiligung) veranlasst worden war. Op pagina XIX heeft hij het woord assaut
vertaald in die überraschende Besetzung. Nergens uit de Einführung...
blijkt waarop deze duidingen betrekking zouden hebben. De aap
komt uit de mouw op pagina 42 van Nostradamus
sieht die Zukunft Europas, waarin Krafft de derde regel van kwatrijn
05-30 als volgt heeft vertaald: Nachdem Rom veranlasst wurde (zur
Beteiligung) wird (der Befehl) gegeben, Paris überraschend zu besetzen,
een vertaling waarmee hij inhaakt op de oorlogsverklaring van Italië aan Frankrijk en
Engeland op 10 juni 1940 en de val van Parijs op 14 juni 1940, vier
dagen later.
Op de
achterzijde van de omslagpagina van de Einführung... is vermeld
dat de Einführung... op 12 oktober
1940 is gedrukt bij boekdrukkerij Paul Funck, gevestigd in Berlijn SW 68.
De oplage ervan bedroeg 299 exemplaren. Uit het bovenstaande volgt dat
de inhoud van de uiteindelijke versie van de Einführung...,
gedrukt op 12 oktober 1940, anders was dan de inhoud van de versie die
van het Reichssicherheitshauptamt in het voorjaar van 1940 niet
mocht worden gepubliceerd.
De verkoopprijs van de
kopie-Krafft-1940 en de Einführung... was 30 Reichsmark. Uitgeverij Astra in
Leipzig, die in 1926 Wöllners Das
Mysterium des Nostradamus had uitgegeven, fungeerde als
tussenpersoon.[9]
De kopie-Krafft-1940 en de Einführung... waren echter niet bestemd voor
verkoop in de boekhandel. Via het Deutsche Arbeitsfront werden een aantal exemplaren toegezonden
aan toonaangevende personen in de NSDAP.[10]
De
inhoud van de Einführung...
De inhoud van de Einführung...
valt uiteen in een
hoofdtekst en een nawoord. De hoofdtekst omvat 26 pagina's en is ingedeeld in blokken,
gescheiden door sterren. Het nawoord omvat 4 pagina's en is op
dezelfde manier ingedeeld als de hoofdtekst.
In de hoofdtekst is Krafft onder andere ingegaan op het duistere,
omstreden karakter van Nostradamus en de Centuriën, vroege edities, kopieën en
vervalsingen, gaf hij een oordeel over Centurie-commentaren en
beschreef hij methoden
van Nostradamus om zijn visioenen onder woorden te brengen en
vervullingmomenten te bepalen. Bji dit alles heeft hij teruggegrepen op allerlei onderwerpen
uit eerdere publicaties zoals Traité d'Astrobiologie, waaronder astrologie,
dromen, linguïstiek, de psychologie van het onbewuste, de
"spraakgeest" en woordassociaties.
Op pagina III-IV maakt Krafft zijn lezers duidelijk dat er een
bijzondere, mysterieuze band was tussen de Centuriën en het Reich,
waarmee hij Hitlers Großdeutschland bedoelde. Volgens Krafft had Nostradamus
hierop gezinspeeld in de kwatrijnen 05-74 en 09-90, terwijl de moeilijkheden
van de Dertigjarige Oorlog nog in het verschiet lagen. Het was
volgens Krafft geen toeval dat juist in 1940 in Duitsland het besluit was
genomen de oudste complete editie van de Centuriën opnieuw in
omloop te brengen.
Krafft was van mening dat een goed begrip van de Centuriën
werd
bemoeilijkt door de vele misverstanden in talloze Centurie-commentaren.
Hij constateerde dat geen enkele sleutel die in de loop der eeuwen uit
de Centuriën was afgeleid, werkte. Dit vond volgens hem zijn oorzaak in het
diep verborgen onbewuste, waaruit het profeteren zou voortvloeien, dat geen wetmatigheden toeliet. Tegenover de onnutte
sleutels gaf Krafft als methodische handreikingen dat Nostradamus zich uitsprak over personen wier
horoscoop een duidelijk verband hadden met zijn eigen horoscoop en dat
de klank- en woordbeelden van Nostradamus opdoken in het moderne
taalonderzoek en het onderzoek naar dromen. Ter illustratie legde hij
de betekenis uit van wat hij woordverdichtingen noemde, zoals het woord Lonole
in kwatrijn 10-40, dat een samentrekking zou zijn van Old Nole en
derhalve een zinspeling op de bijnaam van Oliver Cromwell. Hij besprak
ook meervoudige betekenissen, zoals de aanduiding cap in kwatrijn
09-20, welke aanduiding een afkorting was van caput (hoofd) en Capet, de familienaam van de Franse koning Louis XVI. Het
woord Lusitains in kwatrijn 10-100 bracht Krafft in
verband met de bemanning en passagiers van de Lusitania en met Portugese troepen die op 9 april 1918
bij Armentières onder vuur waren genomen door troepen onder bevel van de Britse generaal Crozier.
Volgens Krafft kenmerkten een aantal kwatrijnen zich een levendige,
sterk geëmotioneerde voorstelling van zaken. In andere kwatrijnen waren
dramatische gebeurtenissen onthutsend nuchter beschreven. Diepzinnigheid
en onzinnigheid wisselden elkaar af. In een aantal gevallen zou door
toepassing van Krafft's "spraakgeesttheorie" het veranderen in
een woord van de lettervolgorde tot verrassende onthullingen leiden. Zo
zou het Franse woord esclandre duiden op een Skandal.
Volgens Krafft beperkte Nostradamus zich in de Centuriën niet
tot het voorspellen van politieke gebeurtenissen en natuurrampen. Hij
had ook technische vindingen als de motor voorspeld en het gebruik van steenkool en
waterkracht voor het opwekken van elektriciteit.
Voor Krafft stond het vast dat Nostradamus het bestaan kende van de
planeet Uranus, de baan van deze planeet kende en hem als Heerser
van het teken Ram zag. Het was voor Krafft ook duidelijk dat in de Brief aan de
Franse koning Henri II een passage stond waarin werd verwezen naar de
dictaturen die in de jaren '30 in Duitsland, Italië en Spanje waren
gevestigd.
Ontelbare passages in de Centuriën wezen er volgens Krafft op
dat Nostradamus vertrouwd was met het astrologische gedachtengoed op een manier die niet klassiek-astrologisch was, maar
"astromantisch", gestoeld op een vroege vorm van het
beleven van kosmobiologische verbanden. In de Centuriën stonden
volgens Krafft dan ook geen vastomlijnde begrippen maar beelden uit
de oertijd van het leven: hemel en aarde, binnen en buiten, goden en
sterrenbeelden enz.
Krafft deelde de kwatrijnen op grond van onder andere
interpretatiekenmerken in groepen in. Eén groep kwatrijnen bestond uit
kwatrijnen die op meerdere situaties van toepassing waren, zoals
kwatrijn 10-22, dat volgens Krafft op de Britse koningen Charles I en
Edward VIII van toepassing was. Een andere groep kwatrijnen kenmerkte
zich door het verwijzen naar de afkomst van belangrijke historische
personen, waarbij vaak in alle duidelijkheid steden werden genoemd. Als
voorbeeld hiervan gold voor Krafft kwatrijn 08-76. Een derde groep
kwatrijnen kenmerkte zich door het erin genoemd zijn van namen van
belangrijke historische personen, hetzij in alle duidelijkheid, zoals in
kwatrijn 09-34 (Narbonne en Sauce), hetzij min of meer verborgen
(kwatrijn 08-41: Renad = Reynaud; kwatrijn 09-16: castel Franco =
Spaanse Franco). Een vierde groep kwatrijnen was volgens Krafft
moeilijker te begrijpen. In deze groep staan vaak voorspellingen die
symbolisch/apocalyptisch van aard zijn, zoals kwatrijn 06-20: Liépart.
Krafft onderscheidde ook een groep kwatrijnen waarin data werden
aangegeven door hetzij astronomie hetzij astrologie. Hiertoe hoorden wat
hem betreft de kwatrijnen 03-44 (31 januari 1912), kwatrijn 01-51
(1940/41), kwatrijn 04-68 (voorjaar 1940), kwatrijn 10-67 (medio mei
1940) en kwatrijn 09-83 (10 mei, in samenhang met kwatrijn 10-67: 10 mei
1940). Nostradamus zou zich volgens Krafft, die schreef in dit opzicht
de theorieën van Wöllner te volgen, op oeroude cyclustheorieën te
hebben gebaseerd, waarbij hem vooral een 36-jarige cyclus was
opgevallen, die zou wijzen op een Saturnus-Neptunus cyclus.
Krafft was verder van mening dat Nostradamus een aantal kwatrijnen ná
het voltrekken van de erin voorspelde gebeurtenis opnieuw had
geformuleerd. Verder zou de regelvolgorde van een aantal kwatrijnen
moeten worden veranderd om de betekenis ervan te doorgronden,
bijvoorbeeld in het geval van kwatrijn 03-71. Wat Krafft verder was
opgevallen was dat in de derde regel van een aantal kwatrijnen het begin van een vervullingperiode
was aangegeven en in de vierde regel het hoogtepunt van
de voorspelde gebeurtenissen. Verder zou Nostradamus zou in een aantal gevallen de
ablativus absolutus hebben gebruikt, een grammaticabegrip dat
verwijst naar een beknopte bijzin. Als voorbeelden
gaf Krafft La trève feinte in kwatrijn 05-94, dat hij vertaalde in
"Omdat de wapenstilstand geveinsd was" en Rom incité in
kwatrijn 05-20, dat hij vertaalde in "Nadat Rome (tot deelname)
genoodzaakt was".
In een aantal gevallen was het volgens Krafft noodzakelijk om een
woord in een kwatrijn te duiden vanuit het bijbehorende grondwoord. Als voorbeeld
besprak hij de woorden assaut in kwatrijn 05-30 en assaillira
in kwatrijn 05-93. Volgens Krafft kon assaut niet worden vertaald
in "storm". Een vertaling van het grondwoord ad saltus
leverde een betere vertaling op, namelijk: "de sprong
ernaartoe" dan wel "de overrompeling".
Afrondend schreef Krafft dat Nostradamus in zich de eigenschappen
van een magiër en een mysticus verenigde. Hij gaf ook voorbeelden van
kwatrijnen die in zijn eigen tijd in vervulling waren gegaan, waaronder
kwatrijn 03-57 (Nicoullaud: beslissende omwentelingen voor Engeland in
1939; Loog: crises voor Engeland en Polen) en de kwatrijnen 05-94 en
03-53, waarover hij zelf had geschreven dat ze betrekking hadden op
Hitlers Großdeutschland en op militaire ontwikkelingen die zich
in 1940 hadden voorgedaan op een manier die hij, Krafft, reeds eerder
had beschreven.
In het nawoord karakteriseerde Krafft zichzelf als een romanticus op het
gebied van het Centurie-onderzoek, omdat hij in zijn duidingen
gebruik maakte van beelden, afkomstig uit de dromenleer en spraakleer.
Hij stelde zich hiermee tegenover de meer klassieke benadering van de Centuriën
op, een benadering die uitging van vastomlijnde begrippen. Krafft
beschreef ook dat er nieuwe publicaties in voorbereiding waren, zoals
een register van namen van plaatsen en rivieren (reeds aangelegd tot en
met de letter M) en een bibliografie over de oudere en oudste uitgaven
van de Centuriën. Verder beschreef hij de wenselijkheid van het
aanleggen van registers van woorden en hun duidingsmogelijkheden, en de
wenselijkheid van het kritisch bestuderen van de "nagelaten
kwatrijnen" en de Sixains.
In de slotalinea's schreef Krafft dat het Deutsche metapsychische
Gesellschaft E.V., gevestigd in Berlijn aan de Pragerstraße 17-IV,
bereid was vrienden en onderzoekers van Nostradamus de gelegenheid te
bieden elkaar te ontmoeten en met elkaar van gedachten te wisselen over
de Centuriën. Dit genootschap had inmiddels een adressenlijst
gemaakt ten behoeve van het geven van informatie over nieuwe
publicaties. Het was zijn wens dat al deze inspanningen ertoe zouden
leiden dat door het kritisch bezien van bestaande duidingen en het
verwerven van nieuwe, solide inzichten, het belangrijke gebied van de
profetie een wetenschappelijke toets zou kunnen doorstaan.
De
functie van de Einführung...
De kopie-Krafft-1940 en de Einführung...
waren vervaardigd voor een genootschap in Berlijn en derhalve bestemd voor binnenlands gebruik. Howe heeft
naar aanleiding van de ontstaansgeschiedenis van de Einführung...
opgemerkt dat de uiteindelijke versie van de Einführung... een
sterk uitgedunde versie was, waarin men tevergeefs zou zoeken naar
interessante speculaties over de toekomst van Duitsland. Het was Krafft
slechts toegestaan een onschuldige verhandeling te publiceren over de
problemen die zich voordeden bij het uitleggen van de Centuriën.
De tekst van de uiteindelijke versie van de Einführung... wekt
inderdaad de indruk onvolledig te zijn. Er staan staan tal van
opmerkingen in over de betekenis van woorden en kwatrijnregels in de Centuriën,
maar geen enkel kwatrijn is in zijn geheel gepresenteerd en uitgelegd.
Dit lijkt het gevolg te zijn van de censuur in het voorjaar van 1940
waarover Howe had geschreven in Uranias Kinder...
Naar mijn mening is de inhoud van de uiteindelijke versie van de Einführung...
minder onschuldig dan Howe heeft gesteld en heeft Krafft niet zozeer problemen
besproken die zich voordoen bij de uitleg
van de Centuriën, maar heeft hij instructies gegeven om ze in
propagandistische zin uit te leggen. In de Einführung... heeft Krafft de Centuriën
in een nationaalsocialistisch kader geplaatst door zijn lezers voor te
houden dat er een mysterieuze band bestaat tussen de Centuriën
en Hitlers Großdeutschland en dat het in omloop brengen van de
kopie-Krafft-1940 in dat licht moet worden gezien. Verder heeft hij een
niet onbelangrijk aantal kwatrijnen op één of andere wijze in verband
gebracht met de opkomst van Hitler en het nationaalsocialisme en met
gebeurtenissen in Europa eind jaren '30 en 1940. Vrijwel al deze
kwatrijnen zijn besproken in Nostradamus sieht die Zukunft Europas.
Uit de gecensureerde
brief van Krafft aan Tilea van 14 maart 1940 blijkt dat de
kopie-Krafft-1940 en de Einführung... werden vervaardigd voor
een genootschap in Berlijn. Volgens Howe was dit het Deutsche metapsychische Gesellschaft, vermeld op pagina XXX van de Einführung...,
waarvan de leden bijeen kwamen ten huize van Konrad Schuppe, haar
voorzitter, een gepensioneerd officier, woonachtig in de Pragerstraße
17-IV in Berlijn. Krafft en dr. Hans-Hermann Kritzinger, de schrijver
van Mysterien von Sonne und Seele en net als Krafft betrokken bij
het vervaardigen van nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op
de Centuriën, hebben ten huize van Schuppe meerdere malen met
elkaar van gedachten gewisseld over de Centuriën.
Volgens de Duitse astroloog Wilhelm Wulff was het Deutsche metapsychische Gesellschaft opgericht op aanwijzing van Goebbels.
Volgens pagina XXX van de Einführung... wilde dit genootschap
aan vrienden en onderzoekers van Nostradamus de mogelijkheid bieden
elkaar te ontmoeten en met elkaar van gedachten te wisselen over
Nostradamus. Het genootschap had een adressenbestand aangelegd van Centurie-onderzoekers
om hen op de hoogte te houden van nieuwe publicaties.[11]
Uit het relaas van Howe blijkt niet wanneer het Deutsche metapsychische Gesellschaft is opgericht, hoe lang het heeft
bestaan, wat haar doelstelling was en met welke "metapsychische
zaken" zij zich bezighield, wie Konrad Schuppe was, haar
voorzitter, en wie er lid van waren. In 1922 en 1923 was Schuppe, die de rang
van Oberstleutnant a.D. had, voorzitter van het Psychische-Studien-Gesellschaft, gevestigd in Berlijn.[12]
Met betrekking tot 8 januari 1940
heeft Goebbels in zijn dagboek aangetekend voor Nostradamus en
astrologie een groep vakmensen in te zetten, die hem het materiaal
moesten leveren dat hij nodig had voor zijn propaganda.[13]
De vraag is of Goebbels met "de groep vakmensen" het Deutsche
metapsychische Gesellschaft heeft bedoeld. Een tweede vraag is of en
zo ja welke functie de kopie-Krafft-1940 en Kraffts inleiding hadden bij
het onderzoek van de leden van dit genootschap naar Nostradamus en de Centuriën.
Ondergetekende houdt rekening met de mogelijkheid dat de
kopie-Krafft-1940 en de Einführung... moesten fungeren als
handboek voor het vervaardigen van propagandamateriaal op basis van de Centuriën,
bestemd voor het buitenland.
Nationaalsocialistische
kritiek
Het feit dat via het Deutsche Arbeitsfront exemplaren van de
kopie-Krafft-1940 en de daarbij horende Einführung... aan
toonaangevende personen in de NSDAP werden toegezonden, viel in
sommige geledingen van de NSDAP totaal verkeerd, zo blijkt uit
een ongedateerde mededeling over oorlogsvoorspellingen op basis van
Nostradamus. In de kritiek op de kopie-Krafft-1940 beriep men zich in
deze mededeling op een verbod in januari 1940 van partijleider dr.
Alfred Rosenberg om in kringen van de NSDAP voorspellingen van
Nostradamus te citeren. Bovendien had het kwaad bloed gezet dat de
kopie-Krafft-1940 en de daarbij behorende Einführung... waren
vervaardigd door een beroepsastroloog die de astrologie meende te kunnen
verwetenschappelijken, waardoor de Centuriën in astrologisch
vaarwater waren beland.
De critici waren van mening dat het gehoor geven aan de Centuriën
betekende dat men zich overgaf aan fatalisme, waardoor de
strijdvaardigheid werd ondermijnd. Dit zou een ongewenste ontwikkeling
zijn.
De mededeling werd afgesloten met de klemmende
oproep oorlogsvoorspellingen en zeker die van Nostradamus de kop in te
drukken.[14]
Dankwoord
Mijn dank gaat
uit naar Wilhelm Zannoth voor het toezenden van kopieën van de Einführung...,
van delen van de kopie-Krafft-1940 en voor zijn aanvullende informatie.
Ter gelegenheid van de 500e geboortedag van Nostradamus heeft Zannoth
onder het auteurspseudoniem Guillaume Thonnaz de trilogie Michel de
Nostredame (1503-1566) genannt Nostradamus - der neue Weg zu den
Prophezeiungen des Meisters geschreven. Deze trilogie is in 2003
verschenen bij Rhombos-Verlag in Berlijn (ISBN's: 3-930894-97-1,
3-930894-98-X en 3-930894-99-8). Deel 1 (Die Grundlagen), bevat
een facsimileweergave van de kopie-Krafft-1940.
De Meern, 9 oktober 2008
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 15 februari 2009
Noten
- Van
Berkel: Informatie over Karl Ernst Krafft. [tekst]
- Van Berkel:
Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus (kopie-Krafft-1940).
[tekst]
- Howe,
p.241. [tekst]
- Howe, p.242 en 247. [tekst]
- Krafft-1940b, p.XXVI.
Volgens pagina 26 was Krafft medio augustus woonachtig in
Berlijn-Nikolassee. In januari 1940 waren Krafft en zijn echtgenote
inwonend bij de schrijver Carl Maria Holzapfel,
Joachim-Friedrich-Straße 54, Berlijn-Halensee. Dit adres was ook
vermeld op de brief aan Tilea van 14 maart 1940 (Howe, p.233 en
241). [tekst]
- Van
Berkel: Nostradamus sieht die Zukunft Europas. [tekst]
- De Deense, Franse,
Hongaarse, Roemeense, Spaanse en Zweedse vertalingen van Nostradamus
sieht die Zukunft Europas zijn na 19 augustus 1940 tot stand
gekomen en in de loop van het tweede kwartaal van 1941 in omloop
gebracht. Alléén in de Franse vertaling, door Krafft zelf
vervaardigd en daterend uit oktober 1940, is de opmerking over het
in voorbereiding zijn van de kopie-Krafft-1940 vervangen door de
opmerking dat deze kopie in omloop was, en is deze kopie opgenomen in de literatuurlijst
(Krafft-1941-FR, p.151 en 199). In
de overige vertalingen staat nog de opmerking dat het vervaardigen
ervan in voorbereiding was. [tekst]
- Krafft-1940b,
p.VII en Krafft-1941-FR (1940c), p.145-146; vgl. met Krafft-1940c,
p.62, Krafft-1941-DK (1940c), p.71 en Krafft-1941-ES (1940c), p.110.
[tekst]
- Opsomming in het
januarinummer van de jaargang 1941 van Sterne und Mensch van
artikelen van Krafft, gepubliceerd in dit tijdschrift (Staatsbibliothek
zu Berlin, nr.
4“ Ok 1354/6). [tekst]
- Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942,
dokument 22. [tekst]
- Howe, p.245-248. [tekst]
- Psychische Studien, 49e jaargang (1922),
februari, p.120. In 1930
verleende Schuppe medewerking aan Dennis H. Bradley's Die
Sitzungen mit Valiantine [George Valiantine, een Amerikaans
medium] in Berlin - Kritischer Kommentar zu dem
Aufsatz "Valiantines Entlarvung" von W. Kröner, unter
mitarbeitung von Florizel von Reuter, Johannes Kasnarich, Gustav
Zeller, Konrad Schuppe und Paul Sünner. In Wilhelm
Hartmann 1893-1965), Astrologe und Berufsastronom is over
Schuppe vermeld dat hij in de Tweede Wereldoorlog ook lid was van het Deutsche
Gesellschaft für wissenschaftlichen Okkultismus. [tekst]
- Fröhlich, p.263. [tekst]
- Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942,
dokument 22. [tekst]
|