|
Die Weissagungen
des Nostradamus (1921 [1920])
Carl Loog was in het dagelijks
leven directeur van een telegrafiekantoor in Berlijn. Twee artikelen die
hij over telegrafie heeft geschreven, maken deel uit van de collectie
van de Deutsche Nationalbibliothek: het artikel Pufferbetrieb,
verschenen in Berlijn in 1927 in Telegraphen- und Fernsprech-Technik
en het artikel Die selbsttätige Regelung des Pufferbetriebes mittels
Relais-Stufenschaltung, verschenen in Berlijn in 1931, eveneens in Telegraphen-
und Fernsprech-Technik.
Over Nostradamus heeft Loog
één boek geschreven: Die Weissagugen des
Nostradamus: erstmalige Auffindung des
Chiffreschlüssels und Enthüllung der Prophezeiungen über Europas
Zukunft und Frankreichs Glück und Niedergang, 1555-2200 (Pfullingen in Württemberg, 1921). In dit boek, dat in
de loop van 1920 tot stand kwam, had Loog een aantal kwatrijnen
geordend aan de
hand van een codesleutel, die hij had afgeleid uit Latijnse passages in
de brieven die de Centuriën vergezellen. Op grond van deze
kwatrijnen deed hij uitspraken over verleden, heden en toekomst van
Europa tot aan het jaar 2200.
Die Weissagungen
des Nostradamus werd in 1921 acht maal herdrukt. Vanaf de vierde
druk was er een nawoord in opgenomen, daterend uit oktober 1921, waarin Loog
enkele elementen van zijn codesleutel nader toelichtte en zich verweerde
tegen critici. Dit nawoord werd in meer uitgebreide vorm gepubliceerd
in het januarinummer van de jaargang 1922 van het maandblad
Psychische Studien – Monatliche Zeitschrift vorzüglich der
Untersuchung der wenig gekannten Phänomene des Seelenlebens gewidmet
en droeg als titel: Prophezeiungen - eine Erwiderung. Uit deze
uitgebreide versie bleek dat Loogs weerwoord gericht was tegen kritiek
van met name Carl L.F.O. Graf von Klinckowstroem op zijn sleutel,
gepubliceerd in een voorgaand nummer. Von Klinckowstroems
antwoord op Loogs weerwoord was eveneens
opgenomen in het januarinummer. Dr. Hans-Hermann Kritzinger, in de jaren '20 een vooraanstaand persoon op
paranormaal gebied die in 1922 redacteur was van Psychische Studien,
heeft in Mysterien von Sonne
und Seele (Berlijn, 1922 [1921]) een aantal opmerkingen
gemaakt waaruit blijkt dat hij in die tijd uitvoerig met Loog van
gedachten wisselde over Nostradamus en de opbouw van de Centuriën.[1]
Een
manuscript, voltooid in 1939
In de Tweede
Wereldoorlog raakte Kritzinger betrokken bij het opstellen van
nationaal-socialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën
en Centurie-commentaren. In 1961 vertelde hij aan de Britse
onderzoeker Ellic Howe dat Loog
hem in december 1939 een
manuscript had gegeven; Loog had de Centuriën opnieuw vertaald
en van commentaar voorzien. Kritzinger vertelde dat hij het manuscript
niet had doorgespeeld aan het Propagandaministerie; hij achtte het niet geschikt voor
propagandadoeleinden. Het is niet duidelijk wat hij er verder mee heeft
gedaan.[2]
Een
repliek in 1940
Eind 1940 publiceerde het nationaal-socialistische weekblad Der
Reichswart een brief van Loog over Nostradamus en de Centuriën
onder de titel Prophete rechts - Prophete links - war Nostradamus wirklich
Scharlaten und Betrüger?. Op deze website is de werktitel van dit
artikel: Nostradamus Scharlatan? In zijn brief reageerde Loog op een
sceptisch artikel over Nostradamus en de Centuriën dat een maand
eerder in Der Reichswart was gepubliceerd. Aan de hand van zijn
commentaren in Die Weissagungen des Nostradamus,
waarover Loog schreef dat het al jaren uitverkocht was, wilde hij het
gelijk van Nostradamus aantonen door kwatrijnen te bespreken die volgens
hem in de voorgaande jaren tot aan 1940 toe in vervulling waren gegaan.[3]
Loog verwees niet naar andere publicaties van zijn hand. Dit wijst erop dat er tussen 1921
en 1940 geen ander boek van Loog over Nostradamus is uitgegeven en dat
het manuscript dat hij in 1939 aan Kritzinger gaf, niet in omloop is
gebracht.
De
lotgevallen van Loogs commentaar in 1921 op kwatrijn 03-57
In de studie over de lotgevallen in de Tweede Wereldoorlog van de Centuriën
en Centurie-commentaren neemt het commentaar van Loog op kwatrijn 03-57 een
belangrijke plaats in. In Die Weissagungen des Nostradamus had
Loog het begin van de looptijd van 290 jaar van dit kwatrijn gekoppeld
aan het jaar 1649, waarin de Engelse koning Charles I werd onthoofd.
Voor 1939, het jaar waarin de looptijd van kwatrijn 03-57 zou eindigen,
voorzag Loog de laatste en meest ernstige crisis in Engeland in een
serie van zeven, begonnen met de onthoofding van Charles I in 1649, en
gelijktijdig een crisis in Polen. Kritzinger heeft in Mysterien von Sonne und Seele
dit commentaar aangehaald. Na de inval van Duitsland in Polen in
september 1939 werd dit commentaar uit zijn verband gerukt en aan dit
wapenfeit gekoppeld. Deze koppeling was voor dr. Paul Joseph Goebbels,
de Duitse minister van Propaganda, aanleiding zich te verdiepen in de Centuriën. Hij besloot ze te
gebruiken in de psychologische oorlogvoering omdat op die manier het
alom levende bijgeloof kon worden uitgebuit.[4]
Uit Nostradamus Scharlatan? blijkt dat Loog van
mening was dat de gebeurtenissen in Polen in september 1939 aansloten
bij hetgeen hij in Die Weissagungen des Nostradamus op grond van
kwatrijn 03-57 over 1939 had geschreven.
Politieke denkbeelden
Uit Die Weissagungen des Nostradamus blijkt dat Loogs
politieke ideeën nationalistisch waren. Hij heeft zich in dit boek verzet tegen
het gebruik van de Centuriën
voor politieke doeleinden.[5]
Volgens Kritzinger, die Loog in december 1939 vroeg of hij voor
Goebbels de Centuriën wilde bewerken ten behoeve van
psychologische oorlogvoering, wilde Loog niets met dergelijke praktijken
te maken hebben.[6]
Loogs Nostradamus Scharlatan? is naar mijn mening niet propagandistisch van aard, maar
een brief die een uitvloeisel is van Loogs verdere onderzoek van de Centuriën.
Uit Prophete rechts - Prophete links blijkt dat Loog er ook in 1940 van overtuigd
was dat de Centuriën in vervulling
zouden gaan, dat hij een sleutel had afgeleid waarmee ze van commentaar
konden worden voorzien en dat hij het in Die Weissagungen des
Nostradamus vaak bij het rechte eind had gehad.
Of Loog banden had met het nationaal-socialisme, is mij niet bekend.
|

Karl Drude
|
De
lotgevallen van Die Weissagungen des Nostradamus
In 1941 nam
de Gestapo in het kader van de Aktion-Heß, een razzia onder
astrologen en occultisten in Duitsland na de overtocht naar Engeland op
10 mei 1941 van Rudolf Heß, Hitlers plaatsvervanger, alle astrologische
en occulte literatuur in beslag. De uitgevers ervan moesten hun zaken
sluiten. Zodoende werd Die Weissagungen des Nostradamus uit
roulatie genomen en moest uitgeverij Johannes Baum haar activiteiten
staken.
Na
de Tweede Wereldoorlog hervatte uitgeverij Johannes Baum haar
bedrijfsvoering, maar Die Weissagungen des Nostradamus is niet
opnieuw uitgegeven.
De Duitse Centurie- onderzoeker Karl Drude, die tijdens gevechten
in de Tweede Wereldoorlog invalide werd door een schotwond aan zijn
knie, heeft de aanwijzingen
van Loog over de sleutel waarmee de kwatrijnen op volgorde zouden kunnen
worden gezet, verder uitgewerkt. In 1962 verscheen in München Das
magische Quadrat des Nostradamus. Hierin presenteerde Drude een
magisch vierkant, samengesteld uit de tekst van de Latijnse regels in
het Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II, die hij op een
bepaalde manier aan elkaar had verbonden. In 1963 verscheen, eveneens in München, Nostradamus
- ein Leben in der bedeutendsten Zeitwende des Abendlandes und seine
Auferstehung. Hierin ging Drude in op onder andere het leven van
Nostradamus en de lotgevallen van de Centuriën in de loop der
eeuwen. In 1969 verzorgde hij een heruitgave van de editie-J.Ribou-1668
van de Centuriën en schreef hij daarvoor een uitvoerige inleiding.
Artikelen op deze
website over publicaties van Carl Loog
De Meern, 2
oktober 2006
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 8 december 2007
Noten
- Kritzinger-1922,
p.127-128. [tekst]
- Howe, p.223.
[tekst]
- Volgens Willi A. Boelcke was Die Weissagungen
des Nostradamus in 1940 in omloop in de vorm van een herdruk van de
vijfde druk. Boelcke-1966, p.304. [tekst]
- Van Berkel: Kwatrijn
03-57 en Die Weissagungen des Nostradamus (C. Loog, Pfullingen in
Württenberg, 1921 [1920]) [tekst]
- Loog-1921, p.109. [tekst]
- Howe, p.223. [tekst]
|