|
In dit artikel staat informatie over dr.
Paul Joseph Goebbels, van 1933 tot 1945 minister van Volksvoorlichting
en Propaganda in nazi-Duitsland, in zijn hoedanigheid van organisator in zijn ministerie
van Nostradamuscampagnes.
Zie ook:
Enkele feiten uit het
leven van dr. P.J. Goebbels [1]
|

Radiotoespraak
Goebbels op 19 april 1939
ter gelegenheid van Hitlers verjaardag op 20 april
|
Dr. Paul Joseph Goebbels werd
geboren op 29 oktober 1897 in Rheydt in het Ruhrgebied, dichtbij
Mönchengladbach. Zijn vader
was boekhouder in een textielfabriek. Goebbels was de derde zoon in een gezin van vijf
kinderen en groeide op in een strengkatholiek milieu.
Door een ontsteking op 4-jarige leeftijd van het beenmerg van zijn
rechterbeen werd Goebbels voor de rest van zijn leven kreupel.
In 1917 behaalde Goebbels aan het gymnasium in Rheydt zijn diploma met de hoogste cijfers
aldaar ooit behaald. Hij meldde zich als vrijwilliger aan bij het front
maar werd vanwege zijn handicap niet geschikt bevonden voor de
krijgsdienst.
Vanaf 1917 studeerde Goebbels filosofie, germanistiek en
kunstgeschiedenis in verschillende Duitse steden waaronder Bonn,
Freiburg, Heidelberg en München. Deze studies werden grotendeels
gefinancierd door de katholieke Albertus Magnus vereniging. In 1921 promoveerde
Goebbels in germanistiek aan de universiteit van Bonn bij de joodse
professor Max von Waldberg. In zijn proefschrift besprak hij de
romanticus Wilhem von Schütz.
Mede door de economische omstandigheden lukte het hem in de
jaren nadien niet een vaste baan als dramaturg of journalist te vinden.
Goebbels beschouwde de Weimar-Republiek als
een uitvloeisel van de door Duitsland verloren oorlog en hoopte na het
mislukken in 1919 van de Kapp-Putsch dat een Duits rood leger
orde op zaken zou stellen. Hij zwalkte heen en weer tussen
radicale nationalistische opvattingen over ondergang en nieuwe
maatschappelijke verhoudingen. Factoren die van invloed waren op zijn
uiteindelijke keuze voor het
nationaal-socialisme waren de economische crisis en de daarmee gepaard
gaande armoede, hyperinflatie en werkloosheid, en de bezetting en
afscheiding van Duitsland in januari 1923 van het Rijnland door
Belgische en Franse troepen vanwege het uitblijven van Duitse
herstelbetalingen. Zijn antisemitische en racistische ideeën haalde
Goebbels uit boeken, met name
uit die van Houston Stewart Chamberlain.[2]
Tijdens een partijdag in 1924 in Weimar van de Nationalsozialistischen
Freiheitsbewegung Großdeutschlands kwam Goebbels voor het eerst in
contact met nationaal-socialistische kringen.
In augustus van dat jaar richtte hij in
Mönchengladbach een plaatselijke groep op van deze beweging, die een
mantelorganisatie was van de toen nog verboden NSDAP, en werd hij
redacteur van het nationaal-socialistische weekblad Völkische
Freiheit. Dit markeerde zijn loopbaan als politiek columnist. In de artikelen die hij voor
de Völkische Freiheit schreef,
viel hij vooral Joodse uitgevers aan.
In 1925 ontmoette Goebbels Hitler voor het eerst. Uit
dagboekaantekeningen van Goebbels blijkt zijn grote bewondering voor
hem. Dat jaar werd Goebbels privésecretaris van de
nationaal-socialist Gregor Strasser en in september redacteur van Nationalsozialistischen
Briefe, het orgaan van de door Gregor Strasser en diens broer Otto
opgerichte Arbeitsgemeinschaft Nordwest. Door zich
aan te sluiten bij de gebroeders Strasser belandde Goebbels in de
linkervleugel van de NSDAP. Gedurende enige tijd distantieerde
hij zich van Hitler die
hij het kwalijk nam geld aan te nemen van industriëlen en wiens
centralistische leiding hij bekritiseerde. Goebbels was
voorstander van verplaatsing van het machtscentrum van de NSDAP van München naar Noord-Duitsland.
Hij wilde dat Gregor Strasser Hitlers plaats als partijleider zou innemen
terwijl Hitler erevoorzitter zou worden.
Op 14 februari 1926, na een onderhoud met Hitler, stelde Goebbels zich
onvoorwaardelijk onder Hitlers leiding en wendde hij Strasser de rug toe.
Hitler benoemde Goebbels tot gouwleider van Berlijn-Brandenburg. In
Berlijn reorganiseerde hij de Berlijnse tak van de NSDAP en
bracht haar tot macht. In juli
1927 richtte Goebbels Der Angriff op,
zijn eigen propagandakrant, die vanaf oktober 1930
dagelijks zou verschijnen. Enkele maanden in de winter van 1930/31
was zijn politieke koers onzeker vanwege de SA-opstanden, maar
uiteindelijk volgde hij de koers van Hitler weer en was hij in 1934
betrokken bij de moordacties tegen Ernst Röhm, de leider van de SA,
en diens aanhangers.
In mei 1928 betrad de NSDAP
met twaalf afgevaardigden, waaronder Goebbels, voor het eerst de Reichstag.
In 1930 werd Goebbels benoemd tot Reichspropagandaleiter van de NSDAP en begon hij
massabijeenkomsten te organiseren en de verkiezingen van september 1930
voor te bereiden, waarin het aantal afgevaardigden in de Reichstag
van de NSDAP zou
stijgen naar 107. Zijn doel in die tijd was de NSDAP langs
democratische weg aan de macht te helpen om vervolgens de democratie
terzijde te schuiven. In de propaganda voerde hij de Berlijnse SA-leider
Horst Wessel, overleden in februari 1930 tengevolge van een moordaanslag
de maand ervoor met geld als waarschijnlijk motief, op als slachtoffer
van communistische agitatie en derhalve als iemand die voor de NSDAP
zijn leven had gegeven. Een door Wessel geschreven tekst werd voorzien
van muziek en werd het
strijdlied van de NSDAP.
Op 19 december 1931 trad Goebbels in het huwelijk met Magda
Quandt-Behrendt, geboren in Berlijn op 11 november 1901, die in 1929
gescheiden was van de grootindustrieel Günther Quandt, destijds een van
de rijkste Duitsers. Hitler was één van de getuigen bij dit huwelijk,
waaruit zes
kinderen werden geboren. Vanwege het feit dat Hitler ongehuwd was, werd
Magda Duitslands First Lady, een positie die in 1935 werd
overgenomen door de echtgenote van Hermann Göring, prominent lid van de
NSDAP en opperbevelhebber van de Duitse Luftwaffe. In de
nationaal-socialistsche propaganda werd het gezin Goebbels, ook door
Goebbels zelf, ten
tonele gevoerd als een Duits modelgezin met volbloed-arische kinderen.
Zowel Joseph als Magda Goebbels namen het met de echtelijke trouw
niet zo nauw. Door een buitenechtelijke relatie van Goebbels ontstond in 1938 een ernstige huwelijkscrisis,
die door
Hitler werd bezworen in die zin dat hij weigerde toestemming te geven
voor een echtscheiding.
|

Propagandaministerie
zij-ingang
Berlijn, Mauerstraße
|
Vanaf de oprichting van de NSDAP in 1925 tot aan de vorming in
1933 van een regering onder Hitler had in de NSDAP de propaganda
een centrale plaats ingenomen. In 1933 werd dan ook een nieuw ministerie
gecreëerd: het Reichsministerium für Volksaufklärung und
Propaganda (RMVP, Promi, op deze website kortheidshalve
aangeduid met het "Propagandaministerie"). Het departementsgebouw stond aan de
Wilhelmstraße 8-9 in Berlijn in Hitler's regeringscentrum.
Op 13 maart 1933
werd Goebbels, die in eerste instantie geen ministerspost toebedeeld had
gekregen, benoemd tot minister van Volksvoorlichting en Propaganda, min
of meer als erkenning voor zijn organisatie in februari 1933 van de
parlementsverkiezingen van maart 1933, waarin de NSDAP de
absolute meerderheid behaalde. Hij werd verantwoordelijk voor
"de gehele taak van het geestelijk leiding geven aan het
volk", zoals Hitler het had geformuleerd in een besluit van juni
1933. Andere ministeries moesten werkterreinen afstaan aan het
Propagandaministerie. Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken werd
de supervisie over film, pers, radio, theater naar het
Propagandaministerie overgeheveld; van het ministerie van Buitenlandse
Zaken de organisatie van diverse vormen van propaganda in het
buitenland.
Eén van de aspecten van Goebbels' propaganda in de jaren na 1933 was
het creëren van het beeld van Hitler als welhaast goddelijk Führer.
Daarmee gaf hij gestalte aan zijn eigen beeld van Hitler: een geniaal,
almachtig persoon die het Duitse volk kan redden. In dit opzicht was
Goebbels' propaganda dan ook een ware kruistocht. Politiek en privé
waren Goebbels en Hitler onlosmakelijk met elkaar verbonden. In
belangrijke privé-aangelegenheden zoals zijn huwelijk en in belangrijke
politieke aangelegenheden nam Goebbels zijn besluiten niet zelfstandig;
hij hield eerst ruggespraak met Hitler. Hitler op zijn beurt realiseerde
zich dat hij niet zonder zijn propagandaminister kon. Uiteindelijk
volgde Goebbels Hitler in de dood.
In de hoedanigheid van president van de Reichskulturkammer
had Goebbels controle over boeken, film, kranten, radio,
tijdschriften en het culturele en openbare leven in Duitsland. In 1933 hield hij in Berlijn
een toespraak bij de Berlijnse boekverbrandingen. In 1937 liet hij kunst in beslag nemen die naar zijn mening niet strookte met de
nationaal-socialistische ideologie. Dit kon Joodse kunst zijn of
voor die tijd moderne kunst. Goebbels duidde deze kunst aan
met de verzamelnaam Entartete Kunst.
Tijdens de herdenking in München op
9 november 1938 van Hitlers Bierkellerputsch van 1923 hield
Goebbels een
antisemitische toespraak, waarin hij de Joden verantwoordelijk stelde
voor een moordaanslag op 7 november 1938 op Ernst Eduard vom Rath,
secretaris van de Duitse ambassade in Parijs. Onder verwijzing naar
pogroms die naar aanleiding hiervan hadden plaatsgevonden in Magdeburg-Anhalt en
Kurhessen, zei
hij met het oog op de NSDAP dat antisemitische demonstraties niet mochten worden voorbereid of
gehouden, maar dat tegen spontane ongeregeldheden niets mocht worden ondernomen. Deze toespraak was
voor gouwleiders en SA-leiders het startsein voor het in geheel
Duitsland vernielen en in brand steken van Joodse winkels en vrijwel
alle synagogen en het vernielen van Joodse kerkhoven. In Duitsland
markeerde deze zogenaamde Reichskristallnacht
(een benaming naar aanleiding van de vonken en vuurgloed in de in brand
gestoken gebouwen) het begin van de systematische Jodenvervolging.
Tijdens de onlusten, die voortduurden tot 13 november 1939, werden
tienduizenden Joden opgesloten in concentratiekampen. De meesten ervan
werden later weer vrijgelaten. Honderden Joden werden vermoord of
stierven aan de gevolgen van hun arrestatie.[3]
Kort na de Duitse inval op 1 september 1939 in Polen raakte de positie
van het Propagandaministerie wat betreft voeren van propaganda in het
buitenland enkele jaren lang uitgehold ten gunste van het ministerie van
Buitenlandse Zaken. Desondanks nam Goebbels eind november 1939
initiatieven om de Centuriën te gebruiken voor propaganda in het
buitenland.
In 1940 richtte Goebbels het nationaal-socialistische weekblad Das
Reich op, waarvoor hij talloze artikelen schreef over binnen- en
buitenlandse aangelegenheden.
In 1941/42 voerde Goebbels in Berlijn verschillende acties om de stad judenfrei
te maken.
Op 18 februari 1943, na de Duitse nederlaag bij Stalingrad, riep Goebbels in het Sportpalast in Berlijn de Duitse
bevolking op tot totale oorlog. Hitler en diens generaals schonken niet
zoveel aandacht aan wat Goebbels hiermee wilde bewerkstelligen. Toen op
20 juli 1944 graaf Claus Schenk von Stauffenberg een mislukte aanslag op Hitler
pleegde, was het Goebbels die maatregelen nam om opstanden de kop in te
drukken. Hitler benoemde hem tot rijksgevolmachtigde voor de totale
oorlogvoering. Vanaf die tijd nam zijn ministerie de
eerste plaats in op het gebied van de propaganda.
Op 29 april 1945 was Goebbels, samen met Martin Bormann, secretaris van
Hitler, getuige bij het huwelijk van Hitler met Eva Braun. Een dag later
pleegden Hitler en Eva Braun zelfmoord. In zijn testament had Hitler
Goebbels benoemd tot Reichskanzler. Op 1 mei 1945 liet Magda
Goebbels haar zes kinderen doden, waarna Goebbels en zij zelfmoord
pleegden.
Kenmerken
van Goebbels' propaganda
Volgens Willi A. Boelcke, die in
1966 en 1967 de notulen van de van 1939 tot 1943 gevoerde geheime
dagelijkse propagandabesprekingen op het Propagandaministerie in
boekvorm uitbracht en van commentaar heeft voorzien, heeft Goebbels in
de vijftien jaar dat hij zich met propaganda ophield het gewelddadige
aspect ervan ontketend en in werking gebracht op een manier die
gruwelijker en afschrikwekkender was dan ooit tevoren. De propaganda van
Goebbels doordrong Duitsland en reikte tot ver over haar grenzen heen. Door
Goebbels' propaganda werd het de wereld duidelijk welke geweldige macht
en wat voor vernietigende, suggestieve krachten in propaganda
schuilgaan.[4]
Reeds in 1933 betoogde Goebbels dat propaganda creatief moest zijn,
een aangelegenheid was van productieve fantasie en dat een ware
propagandist op een ware kunstenaar leek. De
propaganda moest de regering verzekeren van de steun van het volk.
Goebbels had een afkeer van het volk; voor hem was het volk slechts een
middel om zijn doelen te bereiken.[5]
Volgens Boelcke hadden de propagandamethoden van Goebbels de volgende kenmerken:[6]
Vereenvoudiging
De kunst om in de taal van het volk de meest primitieve argumenten te presenteren;
alleen de taal van het volk heeft de kracht om aan de
massa toestemming te ontlokken.
Voortdurende
herhaling
Onophoudelijk inhameren van stellingen, leuzen en oplossingen tot ook de
domste mensen het begrijpen. Als voor de propaganda leugens worden
gebruikt (deze leugens dienen zo geloofwaardig mogelijk te zijn), worden
ook deze steeds herhaald.
Inspelen
op emoties en mijden van het rationele
Propaganda moet inspelen op het instinctieve en emotionele dat onder een
volk leeft, op haar gevoelens en hartstochten, en in geen geval moet in de
propaganda worden geprobeerd om met rationele argumenten intellectuelen voor standpunten te winnen.
Manipulatie
met feiten
Feiten worden gepresenteerd met een schijn van
objectiviteit. Het zijn echter tendentieuze feiten, gekleurd door de
keuze en de manier van presentatie. Onwelkome feiten daarentegen
worden in de propaganda stelselmatig verzwegen.
Goebbels'
geesteshouding; zijn houding ten opzichte van de Centuriën
|

Mysterien von
Sonne und Seele
|
Talrijk zijn de verhalen
over de wortels van het nationaal-socialisme in occulte denkbeelden en
de invloed van occultisten op nationaal-socialistische kopstukken. Het merendeel is
geromantiseerd waarbij feiten ondergeschikt zijn gemaakt aan
veronderstellingen, zoals blijkt uit het verhaal van Boris
von Borresholm en Karena Niehoff over de manier waarop Goebbels in
aanraking kwam met de Centuriën.[7]
Uit een aantal biografieën over
Goebbels is naar voren gekomen dat hij het geloof de rug toekeerde (van huis uit was Goebbels
rooms-katholiek) en een atheïst en rationalist werd, zij het een rationalist die
wensdromen koesterde zoals de droom van Großdeutschland. Boelcke
merkte in het karakter van Goebbels een aantal tegenstrijdigheden op zoals het
betalen van kerkgeld ondanks zijn streven religie te vernietigen en het
verwerpen van de kapitalistische plutocratie terwijl hij
zich de levensstijl en levensstandaard
van een miljonair wilde aanmeten.[8]
Volgens dr. Hans-Hermann Kritzinger, de schrijver van de nationaal-socialistische brochure Der
Seher von Salon (Berlijn, 1941 [1940]), attendeerde Magda Goebbels haar echtgenoot kort na
de Duitse inval in september 1939 in Polen op overeenkomsten met Kritzingers bespreking van kwatrijn 03-57 in Mysterien von
Sonne und Seele - Psychische Studien zur Klärung der okkulten Probleme (Berlijn, 1922
[1921]), die het commentaar op dit kwatrijn van Carl Loog in Die
Weissagungen des Nostradamus (Pfullingen in Württemberg, 1921
[1920]) citeerde.[9]
Uit
geen enkele biografie over Goebbels of zijn echtgenote is naar voren gekomen dat
een van hen of beiden geïnteresseerd waren in occultisme in het algemeen of de Centuriën in het bijzonder.
Uit enkele aantekeningen in de dagboeken van Goebbels kan worden
afgeleid dat hij bij zijn eerste kennismaking met de Centuriën er
voorspellende waarde aan hechtte, maar daar snel op terugkwam en ze
alleen bezag vanuit het oogpunt van het uitbuiten van dan wel inspelen
op bijgeloof. Naar aanleiding van het lezen op 21 november 1939 van
één of meerdere Centurie-commentaren las waarin voor Engeland
voor 1939 een crisis werd aangekondigd, schreef hij in zijn dagboek dat
de Centuriën in zijn dagen voor Duitsland erg interessant
waren en dat hij hoopte dat de gewaagde commentaren zouden kloppen, wat
zou betekenen dat Engeland niets meer te lachen zou hebben. Op 22
november 1939 vertelde hij Hitler dat de Centuriën in het licht
van die tijd verbluffend waren. Hitler vertelde dat toen hij nog jong
was, een zigeunerin zijn hand wilde lezen en plotseling verschrikt
terugdeinsde. Hij achtte het niet onmogelijk dat men in de toekomst kon
schouwen maar vond het belangrijker dat een mens paraat stond in het
leven en overging tot handelen als hij ertoe werd geroepen. Nadien
schreef Goebbels in zijn dagboeken alleen over het propagandistisch
gebruik van de Centuriën. Op 23 november 1939 voerde hij een gesprek met overste b.d. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld,
buitengewoon hoofd van de afdeling Buitenlandse Pers in het
Propagandaministerie. In dat gesprek droeg hij Herwarth von
Bittenfeld op zich over Nostradamus te buigen. In zijn dagboek tekende
Goebbels naar aanleiding van dit gesprek aan dat de wereld vol bijgeloof zat,
iets dat zou moeten worden uitgebuit om de tegenstander onderuit te
halen.[10] Het
is niet duidelijk of het idee om de Centuriën te gebruiken voor
psychologische oorlogvoering, afkomstig was van Goebbels of van Hitler.
Voor Goebbels school
de waarde van de Centuriën in het feit dat ze, zoals
Martin Henry Sommerfeldt, persvoorlichter van het Oberkommando der
Wehrmacht en in die hoedanigheid deelnemer aan de geheime dagelijkse
propagandabesprekingen in het Propagandaministerie, het onder woorden
had gebracht, voor velerlei uitleg vatbaar waren, op tal van situaties
van toepassing waren en een geruchtenstroom op gang konden brengen.
Volgens Sommerfeldt zou Goebbels in een geheime dagelijkse
propagandabespreking met betrekking tot gebruik van de Centuriën voor
propagandistische doeleinden hebben gezegd dat dit een truc was die
lange tijd gebruikt zou kunnen worden.[11] In de geheime dagelijkse
propagandabespreking van 22 juli 1940 bijvoorbeeld zei hij over de manier waarop
tegen Engeland gerichte Nostradamuspropaganda moest worden gevoerd, dat zijn voorkeur uitging naar het voeren van dit soort propaganda via de radio, waarbij
eerst zou moeten worden uiteengezet wat Nostradamus over vroeger tijden
juist had voorspeld, om vervolgens aan te sturen op die voorspellingen
waarin een vernietiging in 1940 van Londen in het vooruitzicht zou
worden gesteld.[12]
Goebbels wilde de propagandistische waarde die de Centuriën in
zijn ogen hadden, zoveel
mogelijk uitbuiten. In een onderhoud met Kritzinger op 4 december 1939 -
de dag waarop hij de eerste versie van de Nostradamusbrochure van
Herwarth von Bittenfeld overhandigd had gekregen, gaf Goebbels, naar in
de substudie "Tweede Wereldoorlog" wordt verondersteld,
Kritzinger de opdracht op zoek te gaan naar een Nostradamus-expert die
de Centuriën kon bestuderen met het oog op propaganda in het
buitenland. Kritzinger benaderde hiervoor in eerste instantie Carl Loog,
die in Die Weissagungen des Nostradamus (Pfullingen in
Württemberg, 1921 [1920]) het einde van de looptijd van kwatrijn 03-57
aan het jaar 1939 had gekoppeld en had geschreven dat zich dan
gelijktijdig crises zouden voordoen in Engeland en Polen, een commentaar
dat in 1939 werd uitgelegd als de vervulling van de voorspelling van
Nostradamus dat het Duitse leger in september 1939 Polen zou
binnenvallen, wat het begin zou zijn van de val van Engeland. Loog, een
verklaard tegenstander van het gebruik van de Centuriën voor
politieke doeleinden, zei tegen Kritzinger dit niet te willen doen.
Uiteindelijk stelde Kritzinger voor de Zwitserse astroloog / statisticus
Karl Ernst Krafft te vragen, op dat moment werkzaam bij Amt VII - B1 van
het Reichssicherheitshauptamt als schrijver van "berichten", een mengeling van
economische en politieke commentaren en speculaties, van tijd tot
tijd gebaseerd op planetaire cycli. In januari 1940 startte Krafft met
het bestuderen van de Centuriën met het oog op propaganda, hij
bleef echter werkzaam bij Amt VII - B1 en werd niet overgeplaatst
naar het Propagandaministerie.[13]
Met betrekking tot 8 januari 1940 schreef Goebbels in zijn dagboek
een vakgroep in te zetten, die hem wat betreft Nostradamus van het
nodige materiaal moest voorzien. De datum 8 januari 1940 valt min of
meer samen met de datum waarop Krafft in Amt VII-B1 van
het Reichssicherheitshauptamt de Centuriën ging
bestuderen met het oog op propaganda.
Goebbels lijkt geen hoge verwachtingen te hebben gehad van de propagandistische
uitwerking van zijn Nostradamuscampagnes. In een aantekening met
betrekking tot 15 januari 1940 schreef hij dat zijn campagnemateriaal op
basis van Nostradamus in samenwerking met de Geheime Dienst Frankrijk
zou worden binnengeloodst en de neutrale landen. Volgens Goebbels zou
het de zaak enigszins helpen.[14]
Blijkens een aantekening in zijn dagboek met betrekking tot 26 mei 1940
was Goebbels
uitermate tevreden toen onder invloed van zijn Nostradamuscampagnes
mensen in Frankrijk, aldaar aangeduid met het begrip "Zesde
Colonne", de Franse regering opriepen de in hun ogen uitzichtloze strijd tegen
Duitsland te beëindigen.[15] In juli 1940 constateerde hij met
tevredenheid dat zijn Nostradamusbrochure alom groot opzien had gebaard.[16]
Deze successen hebben er wellicht toe geleid dat hij ook later in de
oorlog, te weten in 1942, overwoog "Nostradamus" opnieuw te
gebruiken in propaganda, gebaseerd op occult materiaal, en dat hij in
juli 1944 opdracht gaf tot het vervaardigen van een Nostradamusbrochure,
bedoeld voor Engeland.[17]
In die dagen achtte hij het niet opportuun om het
moreel van de Duitse bevolking op te vijzelen met Nostradamuspropaganda,
hoewel hij zich realiseerde dat sommige voorspellingen in de Centuriën
konden worden toegepast op de situatie in Duitsland.[18]
De
positie van Goebbels in de winter van 1939/40
|

Magda
Goebbels
|

Lida Baarova
|
Uit de
dagboekaantekeningen van Goebbels en uit notulen van de geheime
dagelijkse propagandabesprekingen blijkt dat Goebbels op 22 november
1939 plannen ging maken om de Centuriën
te gebruiken voor propaganda. In de maanden ervoor was zijn positie als minister erg verzwakt geraakt en had
hij gevaar gelopen te moeten aftreden. Verder waren de activiteiten van het
Propagandaministerie sterk aan banden gelegd.
Goebbels' affaire in
1938 met de Tsjechische filmactrice Lida Baarova was uitgegroeid tot een
staatsaangelegenheid. Magda Goebbels richtte zich tot Hitler met het
verzoek haar huwelijk met Goebbels te ontbinden. Hitler stond een
echtscheiding echter niet toe; Goebbels viel bij hem in ongenade.
Reynhard Heydrich, hoofd van het Reichssicherheitshauptamt, en
Heinrich Himmler, leider van de SS en één van de leiders van de
NSDAP, mensen met wie Goebbels reeds langer op gespannen voet stond,
aasden op zijn val. Met Joachim von Ribbentrop, de Duitse minister van
Buitenlandse Zaken, raakte Goebbels in conflict over de vraag welk van
de twee ministeries propaganda in het buitenland mocht voeren. Von
Ribbentrop drong bij Hitler aan op een oplossing. Op 8 september 1939, kort na de Duitse inval
in Polen, vaardigde Hitler een besluit uit (Führer-Erlass) dat
erop neerkwam dat het aan het ministerie van Buitenlandse Zaken was om in het buitenland
propaganda te voeren. De positie van het Ministerie van Propaganda werd
ook aangetast door het feit dat het vanwege de staat van oorlog niet
meer de eerste instantie was die nieuws vergaarde en verspreidde; het
ministerie werd afhankelijk van wat werd vergaard en verspreid in
militaire kringen.
Tegenover deze ontwikkelingen stond het feit dat de verhouding tussen
Hitler en Goebbels vanaf november 1939 langzaamaan verbeterde en dat
Hitler in de winter van 1939/40 Goebbels volmacht gaf de volledige,
tegen Frankrijk gerichte strooibiljettencampagne te organiseren.[19]
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 3 november 1939 deelde
Goebbels mee dat Hitler het voorstel had gedaan de protocollen van de
Wijzen van Zion in de vorm van pamfletten uit te strooien over
Frankrijk, een propagandistisch geschrift waarin een geheime Joodse
regering ervan werd beschuldigd uit te zijn op de wereldheerschappij.[20] In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 22 november 1939
droeg Goebbels aan Leopold Gutterer, hoofd in het Propagandaministerie
van de afdeling Propaganda, op om voorstellen te doen om
"Nostradamus" te verwerken in tegen Frankrijk gerichte
pamfletten. Twee dagen later, in de bespreking van 25 november 1939,
werd Gutterer aangespoord zo snel mogelijk een Nostradamuspamflet te laten
vervaardigen.[21]
Herwarth von Bittenfeld,
die van Goebbels op 23 november 1939 de opdracht kreeg zich met
Nostradamus bezig te houden, moest zijn pijlen richten op Engeland.
Goebbels had over Herwarth von Bittenfeld in zijn dagboek aangetekend
dat deze als geen ander Engeland haatte; de Centurie-commentaren
die Goebbels daags voordien had gelezen, kondigden de ondergang van
Engeland aan.[22]
Vanaf de winter van 1939/40 stelde Goebbels zich tot doel het
terrein dat hij aan het ministerie van Buitenlandse Zaken was
kwijtgeraakt, te heroveren.[23] Gelet op Hitlers besluit van 8 september 1939 dat propaganda in het
buitenland een aangelegenheid was van het ministerie van Buitenlandse
Zaken, ging Goebbels zijn boekje te buiten met de opdracht aan Herwarth von
Bittenfeld een brochure te schrijven die in de neutrale landen in omloop
zou moeten komen, ook omdat hij in het voorjaar van
1940 de vertalingen ervan via zijn eigen kanalen liet
verspreiden. Echo's van dit alles lijken door te klinken in een
aantekening in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 12 juli 1940,
waarin hij schreef dat zijn Nostradamusbrochure in
het ganse buitenland groot opzien had gebaard en dat bijna niemand wist dat deze brochure afkomstig
was uit het Propagandaministerie; zelfs het ministerie Buitenlandse Zaken tastte hierover in het duister.[24]
Een ander geval deed zich eind mei 1940 voor. Op 6 mei 1940 had dr. Werner Wilmanns, hoofd van afdeling Information IV van het
ministerie van Buitenlandse Zaken, Krafft uitgenodigd voor een gesprek om te
bezien of hij een propagandistische Nostradamusbrochure zou kunnen
schrijven. Krafft had zich bij Wilmanns erover beklaagd, zo bleek uit een brief
van Wilmanns op 27 mei 1940 aan dr. Rahn, plaatsvervangend hoofd van de
afdeling Information, dat Kritzinger, die naar zijn
zeggen in het Propagandaministerie in opdracht van een zekere dr.
Seifert een Nostradamusbrochure zou schrijven, aan hem materiaal had
proberen te ontfutselen. In zijn brief aan Rahn stelde Wilmanns voor
deze zaak te laten rusten; immers, de bevoegdheid om in het buitenland
propaganda te voeren lag bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en de
deskundigheid van Krafft op het gebied van Nostradamus stond wat betreft
Wilmanns buiten alle twijfel.[25] Kennelijk
dacht Wilmanns dat de poging van het Propagandaministerie een
Nostradamusbrochure te vervaardigen en in omloop te brengen tot
mislukken gedoemd zou zijn en vond hij het niet de moeite waard dat het
Propagandaministerie erop zou worden gewezen dat het dit soort
activiteiten niet mocht ontplooien.
Het
Propagandaministerie versus het ministerie van Buitenlandse Zaken
Boelcke heeft
opgemerkt dat het Propagandaministerie in de loop van de oorlog steeds
slagvaardiger werd, terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken steeds
minder slagvaardig werd.[26]
Een vergelijking van gegevens omtrent de Duitse grondtekst van Herwarth
von Bittenfeld c.s. en de vervaardiging en verspreiding van de
bijbehorende vertalingen met die van een soortgelijk project van het
ministerie van Buitenlandse Zaken, lijkt deze opmerking in zekere mate
te illustreren. Ook de Nostradamusbrochures die deel hebben uitgemaakt
van de door Buitenlandse Zaken vervaardigde propagandaserie Informations-Schriften,
komen ter sprake.
Het
Propagandaministerie: de
brochure van Herwarth von Bittenfeld c.s.
|
|
|
|
Hoe
zal deze oorlog eindigen?
H.W. Herwarth von Bittenfeld
1940 (1939) |
Die
deutsche Kriegspropaganda
H.W. Herwarth von Bittenfeld
1941 |
Op 23 november 1939 had Goebbels aan Herwarth von Bittenfeld
opdracht gegeven een tekst te maken voor een Nostradamusbrochure. Het
Duitse leger had de veldtocht in Polen afgesloten; op het Europese
continent waren er geen gevechtshandelingen. In de Eerste
Wereldoorlog had Herwarth von Bittenfeld pionierswerk verricht op het
gebied van propaganda, iets waarvoor hem in 1941 een eredoctoraat
filosofie werd verleend in Münster. Ten tijde van de Duitse inval in
Polen was Herwarth von Bittenfeld bij het Propagandaministerie gaan
werken, dat hij in bepaalde opzichten beschouwde als de belichaming van
wat hij in 1914/18 over propaganda voorstond. In het
Propagandaministerie was hij buitengewoon hoofd van de afdeling
Buitenlandse Pers.
Op 4 december 1939, elf dagen na de opdracht, had Herwarth von
Bittenfeld de eerste versie van deze brochure voltooid. Goebbels was er
erg enthousiast over. Bij het schrijven van de uiteindelijke versie werd
Herwarth von Bittenfeld geassisteerd door prof. dr. Karl Bömer, hoofd in het
Propagandaministerie van de afdeling Buitenlandse Pers, en Gutterer. In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 13 december
1939, 20 dagen na zijn opdracht aan Herwarth von Bittenfeld, deelde
Goebbels mee dat de definitieve versie van de brochure tot stand was
gekomen. Uit een aantekening in het dagboek van Goebbels met betrekking
tot 23 februari 1940 kan worden afgeleid dat één of meerdere
vertalingen voltooid waren en dat het drukken in het buitenland kon
worden ondergebracht.[27]
Hiervoor was dr. Ernst Brauweiler verantwoordelijk, hoofd in het
Propagandaministerie van de afdeling Buitenland. Met betrekking tot 11
maart 1940 had Goebbels geschreven dat Brauweiler nog niets in gang had
gezet en dat nu een poging zou worden ondernomen tot onderbrengen in Zweden.[28]
Op 27 maart 1940, vier maanden
en vier dagen na Goebbels' opdracht aan Herwarth von Bittenfeld, werd in de
geheime dagelijkse propagandabespreking groen
licht gegeven voor het verspreiden in de "neutrale landen" van
de vertalingen van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. In de
notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24 april 1940
was vermeld dat de brochure reeds in twee landen was verschenen (volgens
aantekeningen in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 24 april
1940 had dit betrekking op Nederland en Zwitserland) en dat voor verdere
verspreiding, onder andere in Denemarken, zou worden gezorgd. Er zijn
echter geen aanwijzingen dat de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
in het Deens is vertaald. De Engelse versie werd naar alle
waarschijnlijkheid in omloop
gebracht nadat Italië zich in juli 1940 in de strijd had gemengd, gelet
op de toespelingen in deze versie op het feit dat Italië was gaan
deelnemen aan de oorlog. Uit een rapport van Brauweiler met betrekking
tot de werkzaamheden van de afdeling Buitenland in de periode januari-
augustus 1940 kan worden afgeleid dat de totale oplage van de
vertalingen van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. eind
augustus 1940 83.000 exemplaren was in acht talen: het Engels, Frans,
Italiaans, Kroatisch, Nederlands, Roemeens, Servisch en het Zweeds.[29]
In zijn rede Die deutsche Kriegspropaganda 1914-18 und heute im
Spiegel eigenen Erlebens, gehouden ter gelegenheid van zijn eredoctoraat filosofie aan de
universiteit van Münster op zijn verjaardag op 23 mei 1941, belichtte Herwarth von
Bittenfeld een ander facet van de propaganda die het
Propagandaministerie voerde. In tegenstelling tot de Eerste
Wereldoorlog, zo zei hij, voltrok de propaganda van het
Propagandaministerie zich niet meer in het kielzog van het leger, maar
ging het voor het leger uit als wegbereider. Het leger zou dan de
genadeslag toedienen.[30] Dit is precies wat is gebeurd met
de
Franse en Nederlandse versie van zijn Nostradamusbrochure. Deze versies
werden kort voor de invasie op 10 mei 1940 in België, Frankrijk, Luxemburg en
Nederland in omloop gebracht. In Frankrijk was een demoraliserend effect
duidelijk merkbaar, zo blijkt uit aantekeningen in het dagboek van
Goebbels, de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van
26 mei 1940 en propagandistische artikelen in 1940 van dr. Theodor Fr.
Böttiger en dr. Elisabeth Noelle.[31]
Naar aanleiding hiervan kan worden gesteld dat deze brochures in omloop
zijn gebracht in de tijd waarvoor ze waren bedoeld en het effect
sorteerden wat ervan werd verwacht.
Over de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. hadden geschreven, kan
worden gezegd dat het een aaneenschakeling was van fragmenten uit drie
niet-nationaal-socialistische Duitse Centurie-commentaren, één Frans Centurie-commentaar
en Kritzingers Mysterien von Sonne und Seele. In de fragmenten
uit het Franse Centurie-commentaar, geschreven door dr. De
Fontbrune, was de ondergang van Engeland
beschreven, zij het in een andere context en in een andere tijd dan
bedoeld door Herwarth von Bittenfeld c.s., die deze fragmenten, evenals
de fragmenten uit de Duitse Centurie-commentaren, presenteerden
in het licht van de volgens hen op handen zijnde titanenstrijd tussen Duitsland en
Engeland, een strijd waarvan de afloop met zoveel woorden door
Nostradamus zou zijn voorspeld. Zij hebben, in tegenstelling tot Krafft, wiens brochure hierna wordt besproken, geen enkel kwatrijn
opnieuw geïnterpreteerd of gemanipuleerd.
Het
ministerie van Buitenlandse Zaken: de brochure van Krafft
|
![Comment Nostradamus a-t-il entrevu... (1941 [1940])](../../images/ww2/krafft/1941-fr.jpg)
Comment
Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe?
K.E. Krafft, 1941 (1940)
|
Het ministerie van Buitenlandse Zaken benaderde begin mei 1940 de
Zwitserse astroloog/statisticus Karl Ernst Krafft, werkzaam als vertaler
bij het Deutsche Nachrichtenbüro in Berlijn, om te zien of hij
de tekst van een Nostradamusbrochure zou kunnen schrijven waarmee de
bevolking in neutrale landen en landen die Duitsland vijandig waren
gezind, zou kunnen worden beïnvloed. In april 1940 had het Reichssicherheitshauptamt
een brochure die Krafft in opdracht van hen aan het schrijven was,
sterk gecensureerd vanwege het al te treffende speculatieve karakter, en
stond het lange tijd publicatie ervan niet toe. Krafft kon in de
brochure die hij voor Buitenlandse Zaken zou schrijven materiaal
verwerken uit de brochure die hij had geschreven in opdracht van het Reichssicherheitshauptamt.
De gesprekken tussen Krafft en het ministerie van Buitenlandse Zaken
waren rond op 27 mei 1940. Aansluitend op de capitulatie van België op 28 mei 1940 begon Krafft
met het schrijven van zijn brochure. De strijd in Frankrijk was nog in
volle gang. Volgens de verwachting van dr. Werner Wilmanns, zijn opdrachtgever,
hoofd van de afdeling Information IV van het ministerie van
Buitenlandse Zaken, zou Krafft
ongeveer een week nodig hebben voor het schrijven. Het werd ongeveer
een maand, kennelijk omdat Krafft en/of Wilmanns het verloop afwachtten van de strijd in Frankrijk.
Krafft vertaalde een aantal kwatrijnen in propagandistische zin en kwam
tot interpretaties waaraan hij op grond van zijn eigen
overtuiging de conclusie verbond dat Nostradamus het verloop van de
Tweede Wereldoorlog had voorspeld. Tussen 22 juni 1940, de datum waarop
Duitsland en Frankrijk in Compiègne de wapenstilstand
tussen beide landen ondertekenden, en eind juni 1940, ongeveer een maand
na de opdracht, kwam de eerste versie gereed van
Kraffts brochure, getiteld Nostradamus sieht die Zukunft Europas.
Ter vergelijking: Herwarth von Bittenfeld had voor de eerste versie van
zijn brochure elf dagen nodig.
De eerste versie van Nostradamus sieht die Zukunft Europas werd
voorgelegd aan professor Friedrich Berber, leider van het Deutschen
Institut für Außenpolitische Forschung. Op 23 juli 1940, bijna
twee maanden na de opdracht aan Krafft, deed Berber enkele aanvullende
suggesties. Krafft nam deze suggesties niet over. Volgens Kraffts
echtgenote waren er voorafgaand aan de definitieve tekst nog heftige
discussies tussen Krafft en Wilmanns over de inhoud. Haar informatie is
echter niet betrouwbaar gebleken, zij heeft bijvoorbeeld de contacten
tussen Krafft en Wilmanns gedateerd in het najaar van 1940, terwijl deze
dateren uit begin mei 1940. Hoe dit ook zij, op 20 augustus 1940 was de
definitieve versie gereed voor vertaling, ongeveer drie maanden nadat
Krafft opdracht had gekregen tot het schrijven van een
Nostradamusbrochure. Ter vergelijking: binnen drie weken nadat Herwarth
von Bittenfeld de opdracht had gekregen de tekst te schrijven voor een
Nostradamusbrochure, was de definitieve versie gereed voor vertaling.
Nostradamus sieht die Zukunft Europas
werd in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken vertaald in
het Deens, Hongaars, Portugees, Roemeens en Spaans; Krafft zelf droeg
zorg voor een vertaling in het Frans, die hij laat in het najaar van
1940 had voltooid, ongeveer vijf maanden na de opdracht. De totale
oplage van deze vertalingen is onbekend. Het Reichskommissariat für
die besetzten niederländische Gebiete vond een Nederlandse
vertaling overbodig omdat in Nederland de brochure Hoe zal deze oorlog
eindigen? reeds in omloop was, reden voor het ministerie van
Buitenlandse Zaken om uit te zoeken wie er achter die brochure schuil
ging. De bezettende autoriteiten in Frankrijk en Roemenië hadden
dergelijke bezwaren niet, ondanks dat er Franse en Roemeense versies van
de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. in omloop waren. Buitenlandse
Zaken overwoog de mogelijkheid van een Vlaamse vertaling van Nostradamus
sieht die Zukunft Europas, maar voorzover bekend is een dergelijke
vertaling nooit in boekvorm verschenen, evenmin als een Duitstalige
versie voor Zwitserland, alhoewel een dergelijke versie wel was
ontworpen.
Alle vertalingen van Nostradamus sieht die Zukunft Europas werden
gepubliceerd in 1941; Kraffts Franse vertaling werd gedrukt in april
1941, bijna één jaar na de opdracht. Ter vergelijking: tussen Goebbels'
opdracht aan Herwarth von Bittenfeld en de publicatie van de vertalingen
van zijn brochure verstreken ongeveer vier maanden.
Achteraf bezien moet de vertraging van bijna een jaar een negatief
effect hebben gehad op de propagandistische slagkracht van Nostradamus
sieht die Zukunft Europas. In de zomer van 1940 beschreef Krafft de oorlog als een oorlog die haar eindfase aan het westelijk front
zou bereiken in termen van een overwinning van Duitsland op Engeland. De
omstandigheden in 1941 waren echter anders. De Duitse gevechten tegen
Engeland stonden op een laag pitje en in juni 1941 ontstond een
tweefronten-oorlog als gevolg van de Duitse inval in Rusland, een inval
waarop Krafft in het geheel niet had gezinspeeld. De inhoud van de
vertalingen van Nostradamus
sieht die Zukunft Europas stemde niet overeen met de fase waarin de
oorlog verkeerde ten tijde van publicatie ervan.[32]
In het geval van deze Nostradamusbrochures lijken de verschillen
tussen het Propagandaministerie en het ministerie van Buitenlandse Zaken
te zijn veroorzaakt door de lengte van de communicatielijnen, discussies
over de inhoud en misschien ook omdat Goebbels duidelijke termijnen
aangaf waarin een en ander afgerond moest zijn, actief toezicht hield op
de uitvoering en waar nodig ingreep. Het uiteindelijke resultaat was dat
de brochure van het Propagandaministerie op het juiste moment verscheen
en derhalve een schot in de roos was, terwijl de brochure van het
ministerie van Buitenlandse Zaken veel te laat verscheen en daardoor, en
waarschijnlijk ook door het aansluitende verloop van de oorlog,
achterhaald was.
Het
ministerie van Buitenlandse Zaken: Nostradamusbrochures
in de serie Informations-Schriften
Op 23 juli 1940 schreef professor Friedrich Berber, leider van het Deutschen
Institut für Außenpolitische Forschung, die de inhoud van de
eerste versie van Nostradamus sieht die Zukunft Europas naliep,
aan dr. Rahn, hoofd van de afdeling Information van het
ministerie van Buitenlandse Zaken, dat de Deutsche Informationsstelle,
een afdeling die ressorteerde onder het ministerie van Buitenlandse
Zaken, een kleine brochure over Nostradamus zou samenstellen die
deel zou gaan uitmaken van de propagandaserie Informations-Schriften
en die voornamelijk in het buitenland in omloop zou worden gebracht
onder met name krijgsgevangenen. In deze brochure, getiteld Die
Prophezeiungen des Nostradamus, werd materiaal gebruikt uit Nostradamus
sieht die Zukunft Europas en Hoe zal deze oorlog eindigen?.
De Duitse en Franse versie van deze brochure zijn verschenen in 1940 en
waren vrij actueel, in aanmerking nemend dat het meest actuele wapenfeit
in deze brochure de capitulatie van Parijs op 14 juni 1940 was. De
Nederlandse versie kwam pas in 1941 in omloop. De brochure Der Seher
von Salon, geschreven door Kritzinger, waarvan de actualiteit
eveneens terug te brengen valt op de zomer van 1940, kwam pas in 1941 in
omloop.[33]
Campagnemiddelen
van het Propagandaministerie
Uit de dagboeken van Goebbels, de
notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen en uit
literatuur waarin beschrijvingen staan van Nostradamuscampagnes waarmee
het Propagandaministerie op één of andere manier te maken had, komen
de middelen naar voren waarmee het Propagandaministerie
Nostradamuscampagnes voerde.
Brochures
Uit de dagboeken van Goebbels en de notulen van de geheime
dagelijkse propagandabesprekingen staan geregeld verwijzingen naar een
"Nostradamusbrochure". In de substudie "Tweede
Wereldoorlog" wordt verondersteld dat deze verwijzingen betrekking
hebben op de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. in november-december
1939 hebben geschreven in opdracht van Goebbels en de vertalingen ervan
die in vanaf eind maart 1940 in omloop werden gebracht.
De brochure Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre,
Arnhem, 1941) is de Nederlandse vertaling van een
nationaal-socialistische tekst, geschreven dan wel voltooid tussen juni
en december 1941 door dr. Alexander Max Centgraf, die na de oorlog Centurie-commentaren
schreef onder het pseudoniem dr. N. Alexander Centurio en daarbij
gebruik maakte van het materiaal dat hij tijdens de oorlog had
geschreven. Waarschijnlijk heeft Centgraf deze tekst geschreven in het
kader van anticommunistische propagandacampagnes van de Antikomintern,
volgend op de inval van het
Duitse leger op 22 juni 1941 in Rusland. De Antikomintern was
opgericht in 1933 door dr. Eberhard Taubert, werkzaam bij het
Propagandaministerie, en werd door het Propagandaministerie in veel
opzichten ondersteund. Door het
Molotov - Von Ribbentrop pact, het Duits-Russische niet-aanvalsverdrag,
ondertekend in augustus 1939, kwam aan de activiteiten van de Antikomintern
een einde tot aan de inval van het Duitse leger in Rusland. Of de tekst van Centgraf ook in
andere talen dan het Nederlands is vertaald, is niet bekend.[34]
Uit aantekeningen van Sommerfeldt met betrekking tot een geheime
dagelijkse propagandabespreking in vermoedelijk medio december 1939,
blijkt dat in het Propagandaministerie een tekst in omloop was met een
selectie van minstens 33 kwatrijnen, aangeduid met het woord Zenturien.[35]
Het is niet bekend of deze tekst ooit is gepubliceerd.
Met betrekking tot 25 juli 1944 heeft Goebbels in zijn dagboek
geschreven dat gewerkt wordt aan een nieuwe Nostradamusbrochure, bestemd
voor Engeland.[36] Mogelijk
is dit de brochure Nostradamus and England geweest, waarnaar
Centgraf had verwezen in de uitgave-1960 van Nostradamus - Der
Prophet der Weltgeschichte.[37]
Kettingbrieven
Volgens de aantekeningen van Sommerfeldt stelde Goebbels voor propaganda, gebaseerd op een bepaald
kwatrijn in omloop
te brengen in de vorm van een handgeschreven of getypte kettingbrief.[38]
Met betrekking tot 13 december 1939 had Goebbels in zijn dagboek
geschreven dat Taubert op geweldige wijze kettingbrieven had gemaakt op
basis van "Nostradamus".[39]
Pamfletten
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 22 november 1939
werd aan Gutterer de opdracht gegeven voorstellen te doen inzake een
Nostradamuspamflet, gericht tegen Frankrijk. Op 25 november 1939 werd
hij in de geheime dagelijkse propagandabespreking tot spoed gemaand.[40]
Hoe dit pamflet eruit heeft gezien en of het ooit in omloop is
gebracht, is niet bekend.
Radio-uitzendingen
Volgens de aantekeningen van Sommerfeldt stelde Goebbels voor om propaganda, gebaseerd op een bepaald
kwatrijn via de radio uit te zenden in Frankrijk.[41]
Uit aantekeningen in het dagboek van Goebbels met betrekking tot
25 mei 1940 en uit de notulen van de geheime dagelijkse
propagandabespreking van 26 mei 1940 blijkt dat in die dagen in
propagandistische radio-uitzendingen Nostradamuscampagnes werden
gevoerd.[42]
Radio-uitzendingen in Engeland waarin Nostradamuscampagnes werden gevoerd die
tegen Engeland waren gericht, zijn ter sprake gekomen in onder andere de
geheime dagelijkse propagandabesprekingen van 22 juli 1940 en 10
september 1940.[43]
Feiten
en fictie over Goebbels,
Krafft en het Propagandaministerie
|

Karl Ernst Krafft
Zürich, ca. 1932
|
Het
laatste onderwerp in dit artikel is de relatie tussen Goebbels, Krafft
en het Propagandaministerie, waarover tal van tegenstrijdige gegevens in
omloop zijn.
Naar mijn mening heeft de Britse onderzoeker Ellic Howe over de meest
betrouwbare gegevens beschikt aangaande de betrokkenheid en
werkzaamheden van Krafft in Nostradamuscampagnes. Howe heeft
gesprekken kunnen voeren met twee mensen die Krafft in die tijd van
nabij hebben gekend: prof. dr. Hans-Hermann Kritzinger, die met het oog
op propaganda aan Goebbels
het voorstel deed Krafft te benaderen, en Georg Lucht, die Krafft
terzijde stond in de periode januari-april 1940, toen Krafft in Amt
VII - B1 van het Reichssicherheitshauptamt begon met het
schrijven van een brochure, die in het najaar van 1940 als bijlage werd
toegevoegd aan een fotokopie van een editie-B.Rigaud-1568 van de Centuriën
die buiten de boekhandel om in een beperkte oplage van 299
exemplaren werd verspreid. Tegenover Howe gaf Lucht te verstaan dat
Krafft Goebbels nooit heeft ontmoet.
Uit de gesprekken met Kritzinger en Lucht, uit verder onderzoek van Howe
naar het leven en werk van Krafft en uit aanvullend onderzoek van Ulrich
Maichle en ondergetekende is de volgende tijdtafel naar voren gekomen:
Mei
1937
Krafft,
woonachtig in Zwitserland, treedt in het huwelijk met Anna Theresia van de Koppel. Enkele
maanden later verhuizen zij vanuit Zwitserland naar Urberg in het
Zwarte Woud in Duitsland.
Oktober
1939
Krafft begint te werken voor Amt VII - B1 van het Reichssicherheitshauptamt
in de vorm van het schrijven van economische en politieke commentaren en speculaties, van tijd tot
tijd gebaseerd op planetaire cycli.
November
1939
Krafft wordt gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij
de aanslag op Hitler op 9 november 1939 in de Bürgerbraukeller
in München; in één van zijn berichten had hij erop gewezen dat
het leven van Hitler in de periode van 7 tot 10 november gevaar liep
en dat er een aanslag zou kunnen worden gepleegd met explosieven.
Krafft wordt vanuit Freiburg overgebracht naar Berlijn voor verhoor
door de Sicherheitsdienst die hem wegens gebrek aan bewijs
vrijlaat.
December
1939
Op voorstel van Kritzinger wordt Krafft opgeroepen naar
Berlijn te komen; men wil bezien of hij op basis van de Centuriën
propagandamateriaal zou kunnen vervaardigen.
Januari
1940
Krafft en zijn echtgenote verhuizen van Urberg in het Zwarte
Woud naar Berlijn; Krafft begint de Centuriën door te werken
voor Amt VII - B1.
Februari
1940
Krafft komt in Amt VII - B1 met zijn superieuren in
conflict over de inhoud van zijn correspondentie met Viorel Virgil
Tilea, de Roemeense ambassadeur in Londen.
Maart
1940
Krafft komt in Amt VII - B1 met zijn superieuren in
conflict over zijn brochure, waarvan zijn superieuren vinden dat de
inhoud in militair en politiek opzicht te ver gaat.
April
1940
Krafft vindt een baan als vertaler bij het Deutsche
Nachrichtenbüro.
Mei
1940
Krafft wordt door Wilmanns benaderd om een Nostradamusbrochure
te schrijven voor Buitenlandse Zaken. Krafft heeft hiervoor ongeveer
een maand nodig. Hij schrijft deze brochure in het Duits en
vervaardigt zelf een Franse vertaling, die hij in oktober-november
1940 voltooit.
Eind
1940
Krafft laat aan Lucht (Lucht was op eigen verzoek in maart
1940 overgeplaatst en was niet meer betrokken bij
Nostradamuscampagnes) enkele ontwerpen zien van brochures die hij
voor het Propagandaministerie heeft vervaardigd.
Juni
1941
Krafft wordt gearresteerd in het kader van de Aktion-Heß,
een razzia onder astrologen en occultisten in Duitsland als reactie
op de overtocht van Rudolf Heß, Hitlers plaatsvervanger, naar
Engeland op 10 mei 1941. Tot aan zijn dood op 8 januari 1945 in het
concentratiekamp Buchenwald, waarin hij op 27 november 1944
arriveerde, heeft Krafft zijn leven in gevangenschap
doorgebracht in verschillende locaties in Berlijn.
In
het hiernavolgende staan korte samenvattingen van een aantal verhandelingen over Goebbels, Krafft en het
Propagandaministerie en vergelijkingen ervan met de in dit artikel
gepubliceerde tijdtafel. Van sommige verhandelingen kon de bron
worden achterhaald.
|
|

Dr. Goebbels nach
aufzeichnung aus seiner Umgebung
|
Boris
von Borresholm / Karena Niehoff (DE, 1949)
Volgens het scenario van
Boris von Borresholm en Karena Niehoff werd Krafft in november-december
1939 door de Gestapo vrijgelaten en overgebracht naar het kantoor
van Goebbels. Aldaar legde Krafft
Goebbels uit dat de woorden Duc d'Armenie in kwatrijn 05-94
betrekking hebben op Hitler als "leider van het land van Arminius"
= Duitsland. Naar aanleiding van deze uitleg kwam Goebbels op het idee
de Centuriën te gebruiken voor psychologische oorlogvoering.
Krafft kreeg van hem de opdracht kreeg de horoscoop van Hitler voortdurend in de
gaten te houden. Dit scenario is niet houdbaar, evenmin als de verwijzing
van Von Borresholm en Niehoff naar een manuscript van Krafft, getiteld Einführung zu den Propheties de
Maistre Michel Nostradamus dat Krafft Goebbels aansluitend op zijn
vrijlating in 1939 zou hebben laten zien. Pas in januari 1940 begon
Krafft, in dienst van Amt VII - B1 van het Reichssicherheitshauptamt,
een brochure te schrijven die laat in 1940 als bijlage werd opgenomen
bij een fotokopie van een editie-B.Rigaud-1568 van de Centuriën onder
de titel Einführung zu den Propheties de
Maistre Michel Nostradamus.[44]
Von Borresholm en Niehoff hebben slechts één propagandamiddel
opgevoerd: pamfletten, die door de Luftwaffe boven Frankrijk werden
uitgestrooid in de meidagen van 1940. Volgens hen was de tekst van deze
pamfletten samengesteld op basis van de inhoud van kwatrijn 05-94.
Kennelijk hebben zij aan dit kwatrijn een belangrijke rol in de
propaganda toegekend. In de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. is
kwatrijn 05-94 echter niet ter sprake gekomen.
|
|

Nostradamus - Der
Prophet der Weltgeschichte
|

Nostradamus -
prophetische Weltgeschichte
|
Dr.
N. Centurio (dr. Alexander Max Centgraf, DE, 1953, 1962 en 1966)
Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1953)
is het eerste naoorlogse Centurie-commentaar van dr. N. Centurio,
achter welke naam de voormalige nationaal-socialist dr. Alexander Max
Centgraf schuilgaat. Hij besprak hierin alle kwatrijnen, ook die van de
Centuriën 11 en 12 en de Présages.
Op de pagina's 127-129 leverde Centgraf commentaar op kwatrijn 05-94,
dat hij aan de jaren 1940 en 1945 koppelde en besprak hij allerlei
zaken die volgens hem met dit kwatrijn verband hielden. Zo schreef hij dat de
bekende astroloog en Nostradamus-onderzoeker Krafft letterlijk en
figuurlijk op dit kwatrijn was stukgelopen. Krafft had de woorden Duc
d'Armenie in de derde regel opgevat als een zinspeling op Stalin en
deze opvatting voorgelegd aan Goebbels (niet duidelijk is in welk jaar) om via hem de verantwoordelijke politieke leiders in Duitsland te
waarschuwen. Met zijn overredingskracht wist Goebbels Krafft ervan te
overtuigen dat deze woorden betrekking hadden op Hitler. Volgens
Goebbels was het uitgesloten dat Stalin in het geval van een
Duitse nederlaag door zou kunnen stoten naar Keulen, een
opvatting waarin Krafft zich kon vinden. Tragisch genoeg legde Krafft
zijn beroep als statisticus neer en ging hij werken voor het
nationaal-socialistisch propaganda-apparaat. Als geboren Zwitser liet
hij zich niet volledig gelijkschakelen. Het was dan ook niet
verwonderlijk dat hij zijn einde vond in een concentratiekamp.[45]
Op 28 juni 1962 heeft Centgraf aan Howe in het Engels een brief
geschreven, waarin hij onder andere meedeelde Krafft en Goerner, een
medegevangene, te hebben bezocht in de Lützowstraße in Berlijn, waar
zij gevangen werden gehouden, en begin februari 1943 een gesprek te
hebben gevoerd met een zekere heer Hirsch, zijn bewaker. Centgraf wilde
met de Gestapo een onderhoud voeren over Krafft, maar de Gestapo
ging met hem niet in gesprek.[46]
In Nostradamus - prophetische Weltgeschichte, verschenen in het midden
van de jaren '60, gaf
Centgraf onder de naam Dr. N. Alexander Centurio commentaar op een groot
aantal kwatrijnen. In het commentaar op kwatrijn 05-94 schreef hij dat Krafft zich in 1938
uit eigen beweging tot Goebbels had gewend en dat Goebbels met dit
kwatrijn een voor Duitsland gunstige wending aan het geluk wilde geven.
Goebbels haalde Krafft ertoe over de woorden grand duc d'Armenie
te vervangen door de woorden grand duc d'Arminie, die konden worden uitgelegd als een zinspeling op Arminius, een Duitse
leider uit vroeger tijden, en zodoende konden worden gekoppeld aan
Hitler in plaats van aan Stalin. Krafft stemde hiermee in, kreeg een
aanstelling in het Propagandaministerie en werd benoemd
tot astrologisch adviseur van Hitler. Als geboren Zwitser liet hij zich niet gelijkschakelen, maar probeerde hij door verkeerde of bewust
vaag gehouden voorspellingen Hitlers plannen te doorkruisen. Samen met
zijn leerling Görner werd hij in 1944 gearresteerd door de Gestapo
op verdenking van sabotage. Het lukte Centgraf niet om Krafft vrij te
krijgen. Op een gegeven moment werd Krafft uit Berlijn weggevoerd en
geëxecuteerd in een concentratiekamp.[47]
Drie uiteenlopende scenario's, geschreven door iemand die in de
oorlogsjaren nationaal-socialistische propaganda vervaardigde op basis
van de Centuriën en/of Centurie-commentaren, materiaal
dat hij na de oorlog in in latere publicaties verwerkte en waar hij
nooit publiekelijk afstand van heeft genomen.
Uit de brochure Voorspellingen
die uitgekomen zijn... kan worden afgeleid dat Centgraf reeds in de
oorlogsjaren in het bezit was van een exemplaar van de fotokopie van de
editie-B.Rigaud-1568 van de Centuriën, waaraan Kraffts Einführung...
was toegevoegd. Of Centgraf Krafft heeft gekend, is niet duidelijk. Of
hij pogingen heeft
ondernomen Krafft vrij te krijgen, valt niet te staven. In Nostradamus
- Prophetische Weltgeschichte heeft Centgraf verhaald over een in
Berlijn zoekgeraakte editie van de Centuriën, die in 1939 door
de Reichskanzlei was geretourneerd, voorzien van aantekeningen
bij een kwatrijn dat op Hitler van toepassing zou zijn, een exemplaar
dat hij, Centgraf, hoogstpersoonlijk in handen had gehad. Dit exemplaar
bevindt zich echter nog steeds in Berlijn en bij het door Centgraf
genoemde kwatrijn staan géén aantekeningen. Zijn relaas blijkt bij
toetsing niet houdbaar te zijn.[48]
Zijn scenario's over Krafft zijn eveneens niet houdbaar. In 1938 was Krafft
niet werkzaam als statisticus maar als schrijver, heeft hij Goebbels
niet ontmoet, geen aanstelling gekregen in het Propagandaministerie en
is hij ook niet benoemd tot astrologisch adviseur van Hitler. Hij werd
in 1941 gearresteerd in het kader van de Aktion-Hess, niet in
1944 op verdenking van sabotage. Voorzover
bekend is hij in kamp Buchenwald overleden aan uitputting en is hij
aldaar niet
geëxecuteerd.
|
|

Nostradamus - ein
Leben in der bedeutendsten Zeitwende des Abendlandes...
|
Karl Drude (DE, 1963, 1969)
De Duitser Karl Drude heeft in zijn onderzoek naar de Centuriën voortgeborduurd
op de bevindingen van Carl Loog, die in Die Weissagungen des
Nostradamus (Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920]) het einde van
de looptijd van kwatrijn 03-57 aan het jaar 1939 had gekoppeld en verwachtte
dat in dat jaar een crisis in Engeland hand in hand zou gaan met een
crisis in Polen, een verwachting die een jaar later zou opduiken in
Kritzingers Mysterien von Sonne und Seeie.
Het relaas van Drude over de Tweede Wereldoorlog in Nostradamus -
ein Leben in der bedeutendsten Zeitwende des Abendlandes und seine
Auferstehung (München, 1963) keert vrijwel onveranderd terug in de
heruitgave van de editie-J.Ribou-1668 van de Centuriën.
Volgens Drude staat in het register van Nostradamus-uitgaven van de
Münchener Staatsbibliotheek een aantekening dat Hitler, die volgens hem
lid was van het geheime, occulte Thule-genootschap, via een
tussenpersoon een Nostradamus-uitgave had geleend en niet had teruggegeven.
Volgens Drude had Krafft in 1939 in een brief geschreven dat het
leven van Hitler op 8 en 9 november in gevaar was. Deze brief werd door
Goebbels ergens in een bureaula opgeborgen. Op 9 november was Hitler het
doelwit van een bomaanslag. Goebbels zocht de brief van Krafft op en
liet hem bij zich komen. In tegenstelling tot Loog had Krafft volgens
Drude de achtergronden van de Centuriën niet ontraadseld.
Volgens Drude kwam Krafft in februari 1940 tot de conclusie dat een
Duitse inval in België en Nederland op handen was, en een grote
veldtocht van de Führer door heel Europa. Deze opmerking zou
deel uitmaken van Kraffts Einführung..., waarvan publicatie werd
tegengehouden door de Gestapo. Pas in het najaar van 1940 werd de
Einführung... gepubliceerd, en wel als bijlage bij de fotokopie
van een editie-Lyon-1568 van de Centuriën. Het
Propagandaministerie had ondertussen een pamflet, gericht tegen
Frankrijk, niet laten verspreiden omdat het de Duitse plannen niet
voortijdig bekend wilde laten worden.
Op basis van "dynogrammen" kwam Krafft tot verbluffende
prognoses aangaande het verloop van de oorlog. Herhaalde malen zou
Krafft Hitler hebben gewaarschuwd voor een val, een langdurige oorlog en
een keerpunt in de oorlog en hem hebben aangeraden snel vrede te
sluiten. Aan vrienden in Zwitserland schreef hij dat hij niet meer
geloofde in een voor Duitsland gunstige afloop van de oorlog. Dit was de
reden dat hij in een concentratiekamp belandde.[49]
Volgens het scenario van Drude is Krafft na de aanslag in november
1939 op Hitler niet gearresteerd door de Gestapo en in Berlijn
verhoord door de Sicherheitsdienst, maar is hij door Goebbels
opgeroepen zich in Berlijn bij hem te vervoegen. Dit staat haaks op de
gegevens in de tijdtafel. Drude's mededeling dat een brief van Krafft,
waarin hij een Duitse overwinning betwijfelde, aanleiding was hem te
interneren, is uit de lucht gegrepen. Krafft werd geïnterneerd in het
kader van de Aktion-Heß.
|
|

Tierkreis
und Hakenkreuz
|

Zodiac
and Swastika
|
Wilhelm
Wulff (DE, 1968)
In 1968 verscheen bij uitgeverij Bertelsmann Gütersloh in München Tierkreis
und Hakenkreuz - als Astrologe am Himmlers Hof, geschreven door de
op 8 juni 1984 op 91-jarige leeftijd overleden astroloog Wilhelm Theodor Heinrich
Wulff.[50] Wulff werd in juni 1941 gearresteerd in het kader van de Aktion-Heß.
Na enkele
maanden werd hij vrijgelaten op voorwaarde dat hij voor de rest van de oorlog als
astroloog zou werken voor leiders van de SS.
In de inleiding op Tierkreis und Hakenkreuz schreef Wulff dat
het nationaal-socialistische regime astrologen enerzijds vervolgde en
vermoordde en anderzijds voor hen lieten werken. Hij beschouwde Krafft,
die hij na zijn arrestatie in 1941 tevergeefs had geprobeerd
vrij te krijgen, als een tragisch voorbeeld van deze handelwijze.
De gegevens van Wulff
over Krafft over de periode oktober 1937 - januari 1940 komen vrij goed
overeen met de in dit artikel gepubliceerde tijdtafel, maar volgens
Wulff was Krafft in januari 1940 gaan werken bij het
Propagandaministerie, terwijl Krafft volgens de tijdtafel werkzaam bleef
bij Amt VII B1 van het Reichssicherheitshauptamt.
In hoofdstuk 7 schreef Wulff dat de
Nostradamuscampagne van het Propagandaministerie zich afspeelde tussen
eind 1939 en de herfst van 1940 en voornamelijk bestond uit 16 pagina's
tellende brochures met voorspellingen van Nostradamus die Krafft had
geselecteerd en die door ijverige schrijvers in het Propagandaministerie
waren bewerkt in termen van de val van het Britse Rijk en de
onvermijdelijke, totale overwinning die Duitsland zou behalen. Volgens
Wulff werd in toonaangevende Engelse, Spaanse en Zweedse kranten het
tendentieuze karakter van deze brochures beschreven. In dit artikel is
de achtergrond beschreven van de Nostradamusbrochure die het
Propagandaministerie in acht talen in omloop bracht in de periode maart
- juli 1940, een brochure waaraan Krafft geen enkele bijdrage heeft
geleverd en ook niet heeft kunnen leveren, omdat hij in die tijd niet werkzaam
was voor het Propagandaministerie.
De kans bestaat
dat Wulff met zijn opmerking de vertalingen heeft bedoeld van Die
Prophezeiungen des Nostradamus, deel 18 in de serie Informations-Schriften.
Deze brochures hadden een omvang van ongeveer 16 pagina's. De serie Informations-Schriften
is vertaald in onder andere het Engels, Spaans en Zweeds. Bij
het samenstellen van Die Prophezeiungen des Nostradamus is gebruik gemaakt van Kraffts
typescript Nostradamus
sieht die Zukunft Europas, maar dit typescript was geschreven in
opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken en niet in opdracht
van het Propagandaministerie.[51]
Wulff heeft niets geschreven over
kettingbrieven, pamfletten of radio-uitzendingen.
|
|
The
mask of Nostradamus
|
James
Randi (US, 1990)
Krafft
was Zwitsers staatsburger en heeft met enkele korte tussenpozen het grootste deel van zijn leven in
Zwitserland gewoond. Enkele maanden na zijn huwelijk in mei 1937 met
Anna Theresia van de Koppel verhuisde hij met zijn vrouw vanuit
Zwitserland naar Urberg in het Zwarte Woud. Dit gegeven is het eerste
gegeven dat het scenario van James Randi ontkracht dat Krafft in 1935 op
uitnodiging van de nazi's naar Duitsland verhuisde en aldaar door het
Propagandaministerie enthousiast werd onthaald. Ook de rest van het scenario
van Randi (onder andere de suggestie dat Krafft was verbonden aan Amt
VI, de contraspionageafdeling van het Reichssicherheitshauptamt,
felle antisemitische toespraken van Krafft in de jaren na 1935, een
interventie van Rudolf Heß, Hitlers plaatsvervanger, waardoor de Gestapo
Krafft in november-december 1939 vrijliet en Krafft de persoonlijke
astroloog werd van Heß) is niet houdbaar.
Randi's opmerking dat materiaal van Krafft is vertaald in
het Engels, Frans, Italiaans, Nederlands, Roemeens en Zweeds is niet
juist.Nostradamus sieht die Zukunft Europas is
vertaald in het Deens, Frans, Italiaans, Spaans, Portugees en Roemeens.[52] De
kans bestaat dat Randi de vertalingen heeft bedoeld van de tekst
van Herwarth von Bittenfeld c.s., die is vertaald in het Engels,
Frans, Italiaans, Kroatisch, Nederlands, Roemeens, Servisch en
Zweeds. Krafft heeft echter niets van doen gehad met de Duitse
grondtekst van deze vertalingen of met die vertalingen zelf.
Randi heeft niets geschreven over welke middelen het
Propagandaministerie gebruikte bij het voeren van Nostradamuscampagnes.
De Nederlander Marten Hofstede heeft in Het raadsel
Nostradamus - zijn leven, werken en voorspellingen (Rijswijk,
1996) het scenario van Randi overgenomen, inclusief de
vermelding dat Goebbels door een zekere overste Von Herwarth een
nieuwe Duitse vertaling van de Centuriën liet maken.[53]
Die vermelding is een letterlijke vertaling van Goebbels'
aantekening in zijn dagboek met betrekking tot 4 december 1939 hat
den Nostradamus neu übersetzt. Op deze website wordt ervan
uitgegaan dat Goebbels bedoelde dat Herwarth von Bittenfeld, af
en toe aangeduid met de naam Von Herwarth, op 4 december 1939 de
eerste versie van zijn Nostradamusbrochure aan Goebbels had
overhandigd.
|
|
Michel Chomarat (1997)
De Franse bibliograaf en Centurie-onderzoeker Michel
Chomarat heeft in 1997 een expositie gehouden in de
gemeentebibliotheek van Lyon met als thema: interpretaties van
de Profetieën van Nostradamus in de loop der eeuwen ter
gelegenheid van het op handen zijnde jaar 1999 (vgl. kwatrijn
10-72) en de overgang naar het derde millennium in de
christelijke jaartelling. Over deze expositie is een Franstalige
website gemaakt, getiteld Prophéties pour temps de crise.
Met het oog op de lotgevallen van de Centuriën in de Tweede
Wereldoorlog heeft Chomarat op deze website een passage
besproken uit de memoires van Walter Schellenberg, vanaf 1942
hoofd van Amt VI (contraspionage) van het Reichssicherheitshauptamt,
die in de meidagen van 1940 Nostradamuspamfletten had
vervaardigd en had laten uitstrooien over Frankrijk met een voor
hem zeer verrassende uitwerking. Kort daarna, aldus Chomarat,
zou Goebbels hoogstpersoonlijk in de nationale bibliotheek in
München de Lyonese editie van 1557 van de Profetieën hebben
"geleend" opdat Karl Ernst Krafft, een Zwitserse
astroloog in dienst van de nazi's, na interpretatie zou kunnen
aankondigen dat het Derde Rijk duizend jaar lang zou bestaan. In
februari 1941 werd in Brussel Kraffts Comment Nostradamus
a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? uitgegeven, dat nadien
in tal van talen werd vertaald. In het nauw gebracht door de
Duitse nederlagen fabriceerde Krafft snel valse profetieën die
in de bezette gebieden als psychologisch wapen moesten worden
ingezet. Wegens de toenemende verslechtering van de militaire
situatie voor Duitsland zou Goebbels volgens Chomarat bepaald
niet onder de indruk zijn geweest van de uitwerking van deze
propaganda, omdat Krafft tragisch genoeg zijn einde vond op 8
januari 1945 in het concentratiekamp Buchenwald.[54]
Volgens Chomarat heeft Comment Nostradamus a-t-il
entrevu... als grondtekst gefungeerd voor latere
vertalingen. Dit is niet juist: Comment Nostradamus a-t-il
entrevu... is vertaald uit het Duits, evenals de Deense,
Hongaarse, Portugese, Roemeense en Spaanse vertaling. De
vermelding dat deze brochure in februari 1941 in omloop kwam,
staat haaks op de opmerking achterin deze brochure dat de druk
ervan was voltooid op 18 april 1941. Bovendien is deze brochure niet vervaardigd in opdracht van het
Propagandaministerie, maar van het ministerie van Buitenlandse
Zaken.
De suggestie dat Krafft in
opdracht van het Propagandaministie valse kwatrijnen heeft
vervaardigd, is uit de lucht gegrepen. In Nostradamus sieht
die Zukunft Europas en de Einführung... heeft Krafft de
oorspronkelijke kwatrijnteksten ongemoeid gelaten. De
"vervalsing" school in het vervaardigen van
tendentieuze vertalingen op geleide van
(propagandistische) interpretaties.
Het is niet waarschijnlijk dat Goebbels een editie-Lyon-1557 van
de Centuriën uit de nationale bibliotheek van München
heeft gehaald om deze aan Krafft te geven voor studiedoeleinden.
Deze editie bevat het Voorwoord aan César en de eerste zeven
Centuriën, niet de Brief aan Henri II en niet de achtste,
negende en tiende Centurie. In Nostradamus sieht die Zukunft
Europas formuleerde Krafft op basis van fragmenten uit de
Brief aan Henri II en kwatrijnen uit de Centuriën 09 en 10 dat
Nostradamus de aanloop naar de
oorlog had voorspeld en de Duitse invasie in Frankrijk op 10 mei
1940.[55]
Het materiaal dat mij ter beschikking staat bevestigt niet de
suggestie van Chomarat dat Goebbels er de hand in zou hebben gehad dat
Krafft in een concentratiekamp belandde.
|
|

Nostradamus
De grootste ziener aller tijden
|
Jan
Vandervoort (NL, 1998)
In Nostradamus De grootste ziener aller tijden, een
taalkundig gemoderniseerde versie van de vertaling van de Centuriën
die mr. dr. H. Houwens Post in 1941 had vervaardigd onder
het pseudoniem mr. dr. W.L. Vreede, heeft Jan Vandervoort op de
pagina's 39 t/m 41 aandacht besteed aan het gebruik in de Tweede
Wereldoorlog van de Centuriën voor propagandadoeleinden.
Veel van de feiten en gebeurtenissen die hij ter sprake bracht,
kunnen worden teruggevoerd op The Nostradamus Encyclopedia
(Peter Lemesurier, New York, 1997).
Volgens Vandervoort was de echtgenote van Goebbels vooral
geïnteresseerd in kwatrijn 04-68, vanwege het feit dat in dit
kwatrijn het woord Hister staat. Goebbels zou dit
kwatrijn hebben misbruikt door te stellen dat Hister
eigenlijk Hitler betekende. Deze mededelingen kunnen op
goede gronden worden aangevochten. Ten eerste is de koppeling
van het woord Hister aan de persoon van Hitler geen
Duitse vondst, maar een Engelse, namelijk van James Laver, de
schrijver van Nostradamus or the future foretold (Londen,
1942). In 1943 is deze koppeling toegepast in de
propagandistische Britse brochure Nostradamus prophezeit den
Kriegsverlauf. De Fransman De Fontbrune heeft
de Hister-kwatrijnen (de kwatrijnen 02-24, 04-68 en 05-29)
aan Duitsland, maar dan op grond van het feit dat de Donau
(vroeger aangeduid met de naam Ister) door Duitsland
stroomde.[56] Ten tweede hebben noch Herwarth von Bittenfeld c.s.
noch Centgraf deze kwatrijnen besproken in hun propagandistische
teksten. Herwarth von Bittenfeld c.s. hadden de koppeling door
dr. Bruno Winkler in Nostradamus und seine Prophezeiungen
für das zwanzigste Jahrhundert van kwatrijn 03-58 aan de
geboorte en opkomst van Hitler opgevoerd; Centgraf had het woord
Hadrie in de kwatrijnen 01-08, 02-55 en 10-38 opgevoerd
als anagram voor enerzijds Adolf Hitler en
anderzijds Adria, de As-mogendheden.
Vandervoort verhaalt verder dat admiraal Dönitz, in het begin
van de Tweede Wereldoorlog succesvol in zijn
onderzeebootacties, in "Goebbels' propagandamachine"
werd gekoppeld aan kwatrijn 09-90. Hiertegen kan worden
ingebracht dat Herwarth von Bittenfeld c.s. geen aandacht hebben
besteed aan dit kwatrijn, terwijl Centgraf dit kwatrijn koppelde
aan de Duitse steun aan Italië tijdens de Italiaanse veldtocht
in Abessynië en aan de Anschluß in 1938 van Oostenrijk.
|
De
Meern, 6 december 2007
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 17 maart 2008
Noten
- Voor
biografische gegevens van Joseph en Magda Goebbels zijn de volgende
bronnen geraadpleegd:
- Fröhlich,
dr. E.: Goebbels, Joseph en Goebbels, Magda in:
Biographisches Lexikon zum Dritten Reich (Frankfurt am Main,
1999, p.149-153);
- Fröhlich, dr. E.: Goebbels
glaubte, was er sagte; Die
Ruhr-Besetzung prägte Goebbels en Goebbels
war ein Geisteskrieger; interviews met dr. Elke Fröhlich
ter gelegenheid van 60 Jahre Kriegsende (Westdeutsche
Rundfunk, 8 maart 2005);
- Zeman, Z.A.B.: De propaganda van de nazi's (Hilversum, 1966
[1964]);
- de.wikipedia.org. [tekst]
- In
Die Grundlagen des neunzehnten Jahrhunderts (München, 1899) had
Chamberlain (1855-1927), een Duitse wetenschapper van Britse afkomst,
betoogd dat de westerse beschaving doordrenkt is van de invloed van de
"Teutoonse volken" (Duitsers, Kelten, Slaven), de crème de la crème
van wat hij het "arische ras" noemde. Ariërs vormden in zijn ogen een
elite-ras. De vernietiging van
het Romeinse Rijk door Germaanse stammen had volgens Chamberlain de westerse
samenleving behoed voor Semitische dominantie. [tekst]
- Prof. dr. Meier
Schwarz en Karin Lange: Die
"Kristallnacht"-Lüge.
[tekst]
- Boelcke-1966, p.11.
[tekst]
- Boelcke-1966, p.14-15
en p.24. [tekst]
- Boelcke-1989
(1967), p.15-16. [tekst]
- Van
Berkel: Dr.
Goebbels nach Aufzeichnungen aus seiner Umgebung (B.
von Borresholm, K. Niehoff, Berlijn, 1949).
[tekst]
- Boelcke-1966,
p.24-25.[tekst]
- - Howe,
p.220;
- Van Berkel: De
lotgevallen in 1939 van Mysterien von Sonne und Seele.
[tekst]
- -
Fröhlich,
p.208;
- Van Berkel: De Duitse grondtekst van o.a. Hoe zal
deze oorlog eindigen? (Berlijn, 1940 [1939])
[tekst]
- - Sommerfeldt, p.56-57;
- Van Berkel: Das
Oberkommando der Wehrmacht gibt bekannt (M.H.
Sommerfeldt, Frankfurt am Main, 1952). [tekst]
- Boelcke-1966, p.434. [tekst]
- Howe, p.231-233. [tekst]
- Fröhlich, p.272. [tekst]
- Richter, p.136. [tekst]
- Richter, p.218. [tekst]
- Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
- Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942.
[tekst]
- Boelcke-1966, p.34-35. [tekst]
- Boelcke-1966, p.217. [tekst]
- Boelcke-1966, p.230 en 232. [tekst]
- - Fröhlich,
p.208;
- Van Berkel: De Duitse grondtekst van o.a. Hoe zal
deze oorlog eindigen? (Berlijn, 1940 [1939]).
[tekst]
- Boelcke-1966, p.31. [tekst]
- Richter, p.218. Het
kwam voor het ministerie van Buitenlandse Zaken pas in december 1940
vast te staan dat Hoe zal deze
oorlog eindigen?, de Nederlandse vertaling van de tekst van Herwarth
von Bittenfeld c.s., die in april 1940 in omloop was gebracht door W.J.
Ort in Den Haag, afkomstig was uit het Propagandaministerie. [tekst]
- Wilmanns aan Rahn, 27 mei 1940,
in: Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
- Boelcke-1966, p.35. [tekst]
- Fröhlich, p.320. [tekst]
- Fröhlich, p.344. [tekst]
- Van Berkel: Nostradamus
sieht die Zukunft Europas
(K.E. Krafft, Berlijn, 1940). [tekst]
- Herwarth von
Bittenfeld-1941, p.15-16. [tekst]
- - Richter, p.136;
- Boelcke-1966, p.365;
- Van Berkel: Die
Kolonne des Nostradamus (dr.
Th.Fr. Böttiger, Berlijn; 1940);
- Van Berkel: Die
Prophezeiungen des Nostradamus (dr.
E. Noelle, Berlijn, 1940). [tekst]
- Van Berkel: Nostradamus
sieht die Zukunft Europas
(K.E. Krafft, Berlijn, 1940). [tekst]
- Van Berkel:
- Die
Prophezeiungen des Nostradamus
(Informations-Schriften #18, Berlijn, 1940);
- Der Seher von
Salon (Informations-Schriften
#38, Berlijn, 1941). [tekst]
- - Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942;
- Van Berkel: Voorspellingen
die uitgekomen zijn... (A.
de Tombre, Arnhem, 1941). [tekst]
- - Sommerfeldt, p.56-57;
- Van Berkel: Das
Oberkommando der Wehrmacht gibt bekannt (M.H.
Sommerfeldt, Frankfurt am Main, 1952). [tekst]
- Maichle: Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
- Howe, p.321-322. [tekst]
- Sommerfeldt, p.57. [tekst]
- Fröhlich, p.230. [tekst]
- Boelcke-1966, p.230 en 232.
[tekst]
- Sommerfeldt, p.57. [tekst]
- Richter, p.134; Boelcke-1966, p.365.
[tekst]
- Boelcke-1966, p.434 en 498.
[tekst]
- -
Von
Borresholm / Niehoff, p.146-149;
- Van Berkel: Dr.
Goebbels nach Aufzeichnungen aus seiner Umgebung (Von
Borresholm/Niehoff, Berlijn, 1949).
[tekst]
- Centurio-1953, p.128. [tekst]
- Howe, p.322. [tekst]
- Centurio-1977 (1966), p.216. [tekst]
- Van Berkel: Mysterie
14-18: De Eerste Wereldoorlog onverklaard (R. Heijster, Den
Haag, 2000 [1999]). [tekst]
- Drude-1963,
p.331-335. [tekst]
- In dit artikel is de online-versie
bestudeerd van Zodiac and Swastika
- Astrologer to Himmler's court, de Engelse vertaling van Tierkreis
und Hakenkreuz, oorspronkelijk uitgegeven in Londen in 1973 (http://www.skyscript.co.uk/wulffF.html).
[tekst]
-
Van Berkel:
- Informatie over de Informations-Schriften (Berlijn,
1940-1941);
- Die Prophezeiungen des Nostradamus
(Informations-Schriften
#18, Berlijn, 1940);
- Nostradamus sieht die Zukunft Europas (K.E. Krafft,
Berlijn, 1940). [tekst]
- Zie het artikel van
James Randi over Krafft op www.randi.org.
In 1990 had hij dit al gepubliceerd in The mask of Nostradamus
(New York)..
[tekst]
- Hofstede, p.172. [tekst]
- Zie http://www.bm-lyon.fr/expo/virtuelles/nostradamus/g+.htm
[tekst]
- Van Berkel: Comment
Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? (K.E.
Krafft, Brussel, 1941 [1940]). [tekst]
- Van Berkel:
- Nostradamus or the future foretold
(J. Laver, Londen, 1942);
- Nostradamus prophezeit den
Kriegsverlauf (L. de Wohl e.a., Londen, 1943). [tekst]
|