|
| |
|
NOSTRADAMUS,
ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie
"Tweede
wereldoorlog"
Informatie
over dr. h.c. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld
- T.W.M. van Berkel - |
|
Index
TWEEDE WERELDOORLOG |
English
version |
|
|
|

H.-W. Herwarth von
Bittenfeld, september 1914, België
|
Een pionier op het gebied
van propaganda
Dr. h.c. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, die zich ook Hans-Wolfgang von Herwarth
noemde, werd geboren in Berlijn op 23
mei 1871. Zijn vader was de latere luitenant-generaal Wilhelm Hans
Theodor
Herwarth von Bittenfeld (Herzberg, 14 januari 1835 - Braunschweig, 12
oktober 1894). Zijn moeder was de baronesse Anna von
Wimpffen, geboren in Berlijn op 30 oktober 1850. Op 29 oktober 1868
traden zij in het huwelijk. Hieruit werden drie zonen geboren en drie
dochters. Het oudste kind, Theresia Charlotte, geboren op 30 juli 1869,
stief een maand voor haar eerste verjaardag. Herwarth von Bittenfeld was
het tweede kind.
Herwarth von Bittenfeld stamde uit de Bittenfeldse lijn van een oude
adellijke familie met een lange militaire
traditie. Hij trad in de voetsporen van zijn voorouders. Na zijn opleidingen in Bensberg en Groß-Lichterfelde
kwam hij
in 1890 bij het Tweede Infanterieregiment in
de rang van vaandrig. In datzelfde jaar werd hij bevorderd tot officier.
In 1902, na de militaire academie te hebben doorlopen, werd hij
gedetacheerd bij de Generale Staf. In 1903 werd hij
hoofdkwartiermeester-adjudant en in 1904 kapitein, waarna hij in 1905
werd gedetacheerd bij de Generale Staf van het Achtste Legerkorps. In de
herfst van 1905 keerde hij voor een jaar terug in de Grote Generale
Staf. Van de herfst van 1906 tot de zomer van 1909 was Herwarth von
Bittenfeld compagniecommandant in het Infanterieregiment Hamburg. Enige
tijd later keerde hij weer terug naar de Grote Generale Staf.
Van 1 augustus 1910 tot 1914 was Herwarth von Bittenfeld werkzaam als militair
attaché in de rang van majoor bij de Duitse ambassade in Washington en
het Duitse gezantschap in Mexico-stad. Gaandeweg zijn
werkzaamheden raakte hij ervan overtuigd dat tegenover anti-Duitse
propaganda een doelgerichte Duitse perspolitiek moest worden gesteld. Op
grond van studies over het reilen en zeilen in veertien landen van de pers
schreef hij het achtdelige Charakteristik der Auslandspresse. Zijn belangstelling voor
de pers en de manier waarop in de buitenlandse pers in tendentieuze zin
over Duitsland werd geschreven, stamde uit zijn jongelingsjaren, te
weten de periode waarin hij in Zwitserland en Tirol verbleef en in
Engeland, Frankrijk en Italië. Na
zijn terugkeer uit de Verenigde Staten schreef hij een nota, waarin hij
tot in detail voorstellen deed om de Duitse propaganda te organiseren en
te intensiveren. Naar aanleiding van zijn ideeën werd in 1913 in het
Duitse ministerie van Oorlog een afdeling Pers geopend.
Na zijn terugkeer in 1914 uit Mexico maakte Herwarth von Bittenfeld weer
deel uit van de Grote Generale Staf. Bij het uitbreken in 1914 van de
oorlog kreeg hij als taak de
buitenlandse pers te analyseren, een taak die hij uitvoerde tot het
voorjaar van 1916 en die in augustus/september 1914 werd onderbroken
door een detachering bij de Generale Staf in Brussel, waar hij belast
was met het afwikkelen van aangelegenheden rond paspoorten,
doorgangsbewijzen etc en door het aangesteld zijn tot bataljonscommandant
in het 136e Infanterieregiment. Er zijn aanwijzingen dat hij in de
periode dat hij bataljonscommandant was, een handicap heeft opgelopen.
In The New York Times verscheen op 25 april 1915 namelijk het
bericht dat hij daags ervoor in Berlijn onderscheiden was met het Eisernen
Kreuz en dat hij enige tijd ervoor aan het front gehandicapt was
geraakt.
In het voorjaar van 1915 werd Herwarth von Bittenfeld bevorderd tot
Eerste Luitenant. In de zomer van 1915 werd hij aangesteld als hoofd van
de afdeling Buitenland van het Persbureau van het ministerie van Oorlog.
In het voorjaar van 1916
begaf Herwarth von Bittenfeld zich naar het front, werd echter ziek en werd in augustus 1916
eervol ontslagen.
Van oktober 1916 tot kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog was Herwarth von Bittenfeld hoofd van het bureau legerzaken van het ministerie van
Buitenlandse Zaken, een persafdeling, in het leven geroepen door de
hoogste legerleiding, en werd hij bevorderd tot overste. In 1918 bewerkte hij het Handbuch der Auslandspresse.
Na de Eerste Wereldoorlog gaf Herwarth von Bittenfeld leiding aan de
Eisenschmidt Verlag in Berlijn, een uitgeverij van militaire
publicaties, en aan de Räder Verlag van de Technische Nothilfe,
een in 1919 opgerichte vrijwilligersorganisatie (oorspronkelijk een
militaire organisatie) die in de eerste jaren van de Weimar-republiek de
spoorwegen en openbare nutsbedrijven moest beschermen tegen wilde stakingen en
sabotage-acties van links-radicale groeperingen. Later moest de Technische
Nothilfe de burgerbevolking beschermen tegen luchtaanvallen en
rampen. In 1937 werd de Technische Nothilfe ingelijfd bij de Ordnungspolizei
en kreeg zij als taak alle publieke gevaren en noodsituaties op te
vangen. Zij legde zich toe op de bescherming van de burgerbevolking
tegen gasaanvallen en luchtaanvallen.
In een aantal bekende Duitse
kranten en tijdschriften publiceerde Herwarth von Bittenfeld artikelen over de functie van
de pers en propageerde hij de Duitse mentaliteit en de Duitse
prestaties. Ook in buitenlandse kranten kwam hij op voor Duitsland,
getuige een ingezonden brief die op 1 augustus 1932 werd gepubliceerd in
het Amerikaanse TIME magazine als repliek op een artikel over
Duitsland, waarin zou zijn geïnsinueerd dat Franz von Papen, door
president Von Hindenburg in juni 1932 aangesteld als rijkskanselier, in
de Eerste Wereldoorlog betrokken was bij een samenzwering om het Welland
Canal op te blazen. Herwarth von Bittenfeld stelde dat
Von Papen, die hem in 1914 was opgevolgd als militair attaché in
Washington, een dapper soldaat was en een goed diplomaat en dat
Duitsland tevreden was met deze rijkskanselier. Volgens hem zouden journalisten er beter aan doen goede kwaliteiten van
staatslieden te benadrukken en zouden zij geen oude koeien uit de sloot
moeten halen.
Herwarth von Bittenfeld kreeg
hoge militaire onderscheidingen toegekend, waaronder het Eiserne
Kreuz Kl. I
en II.[1]
|
|

Hoe
zal deze oorlog eindigen?
Den Haag, 1940
|
De
Centuriën
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939
ging Herwarth von Bittenfeld werken bij het Propagandaministerie op de
afdeling Auslandspresse onder leiding van prof. dr. Karl Bömer.
Hij werd belast met bijzondere opdrachten.
Op 23 november 1939 kreeg Herwarth von Bittenfeld van
dr. Paul Joseph Goebbels, de minister van Volksvoorlichting en
Propaganda, opdracht zich in het kader van oorlogspropaganda bezig te
houden met Nostradamus. Goebbels wilde door het gebruiken van de Centuriën
voor propagandadoeleinden het alom levende bijgeloof uitbuiten
om op die manier de tegenstander onderuit te halen. Op 4 december 1939 presenteerde Herwarth von Bittenfeld aan Goebbels een ontwerptekst voor
een brochure, die het resultaat was van een aaneenschakeling van citaten
uit eerder verschenen Centurie-commentaren. In deze tekst schilderde
Herwarth von Bittenfeld de nabije toekomst af als een periode waarin
Duitsland en Engeland een titanenstrijd zouden voeren die in het
voordeel van Duitsland zou worden beslecht, waarbij Engeland zou
verdwijnen van het wereldtoneel en in haar val Frankrijk zou meesleuren. Goebbels,
die erg enthousiast was over wat Herwarth von Bittenfeld had geschreven,
bracht diens ontwerptekst een dag later ter sprake in de
geheime dagelijkse propagandabespreking op zijn Propagandaministerie. In die bespreking werd besloten
dat Herwarth von Bittenfeld samen met Bömer en Leopold Gutterer, hoofd in het
Propagandaministerie van de afdeling Propaganda, de definitieve tekst
moest schrijven. Deze tekst werd op 13 december 1939 goedgekeurd en
vanaf 27 maart 1940 in acht talen in omloop gebracht: het Frans, het
Engels, het Italiaans, het Kroatisch, het Nederlands, het Roemeens, het
Servisch en het Zweeds. De titel van de Nederlandse versie luidde Hoe
zal deze oorlog eindigen? een belangwekkende en actueele beschouwing op
grond der voorspellingen van Michel Nostradamus gegeven in "Les
vrayes Centuries et Prophéties"; samengesteld uit de nagelaten
geschriften van Jean François Pasteur. De Engelse versie werd
verspreid in de Verenigde Staten.[2]
|
|

Omslag
voordracht 1941
|
Eredoctoraat
filosofie
Op
23 mei 1941, zijn zeventigste verjaardag, werd aan Herwarth von Bittenfeld het eredoctoraat filosofie
toegekend door de faculteit filosofie en natuurwetenschappen van de Westfaalse Wilhelms-universiteit in
Münster. Op 14 juni 1941 overhandigde prof. dr. Adolf Kratzer, decaan
van de faculteit filosofie en natuurwetenschappen, de oorkonde. Deze
plechtigheid werd onder andere bijgewoond door een afvaardiging van de
staat, de Wehrmacht, de NSDAP en de pers.
De promotie van Herwarth von Bittenfeld was de eerste erepromotie op het gebied van de
journalistieke wetenschappen. Herwarth von Bittenfeld kreeg dit
eredoctoraat vanwege zijn pionierswerkzaamheden op het gebied van
propaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Zijn Charakteristik der Auslandspresse werd door de faculteit
niet alleen geprezen vanwege de betekenis en het nut ervan tijdens de
Eerste Wereldoorlog, maar ook vanwege het fundamentele belang voor de
journalistieke wetenschappen, evenals zijn Handbuch der Auslandspresse.
In zijn voordracht Die deutsche
Kriegspropaganda 1914-18 und heute im Spiegel eigenen Erlebens, die
Herwarth von Bittenfeld ter gelegenheid van zijn eredoctoraat hield,
beschreef hij zijn pionierswerk op het gebied van propaganda tijdens de
Eerste Wereldoorlog, gelardeerd met voorbeelden van vallen en opstaan.
Destijds stond hem een instituut voor ogen als het in 1933 opgerichte
Propagandaministerie. Hij vond het dan ook een eer voor dit ministerie
te mogen werken en schepte veel genoegen in zijn werk.
|
|

Familiewapen Herwarth von
Bittenfeld
(Herwarthisches)
|
Genealogie
en literatuur
Herwarth von Bittenfeld had een grote belangstelling voor
genealogie, evenals zijn vader. Uit 1899 dateert het boek Herwarthisches, Für
die Familienmitglieder zusammengestellt von Hans-Wolfgang Herwarth von
Bittenfeld, Schriftführer des Herwarthischen Familienvereins,
een verzameling familieverhalen, voorafgegaan door een stamboom.
In Herwarthisches is het wapen van de familie Herwarth von Bittenfeld
afgebeeld: een met goud bewapende kelen uil op zilver; op de
helm met keel-zilveren dek staat de uil op een vierkant zilveren kussen
met rode kwasten.
In 1904 werd in Berlijn de Zentralstelle für deutsche Personen- und
Familiengeschichte opgericht. Herwarth von Bittenfeld was een van de
medeoprichters. In 1944 verscheen als deel 6 in de serie Ahnentafeln
berühmter Deutscher postuum Ahnentafel des Generalfeldmarschalls Eberhart Herwarth
von Bittenfeld und seiner Brüder der Generale Hans und Fritz Herwarth
von Bittenfeld, een boek dat Herwarth von Bittenfeld samen met dr. Herbert
Helbig had geschreven.
Herwarth von Bittenfeld heeft ook een literaire publicatie op zijn naam
staan. Uit 1920 dateert Sonette
aus dem Portugiesischen. Nachdichtung von Hans Wolfgang von Herwarth,
uitgegeven in München, een complete, dichterlijke vertaling van Sonnets from the Portuguese,
de meest bekende bundel liefdessonnetten, daterend uit 1845/46, van de
Britse dichteres Elizabeth Barrett Browning (1805-1861).[3]
In het gastenboek van kasteel Neubeuern in Beieren, staan twee gedichten
van Herwarth von Bittenfeld, daterend uit september en oktober 1916,
kort voor zijn huwelijk met Julie von Wendelstadt, de eigenares van dit kasteel.[4]
|

Overlijdensadvertentie
Herwarth von Bittenfeld
|
Privé-omstandigheden
Herwarth von Bittenfeld is meerdere malen gehuwd geweest. Op 15 december
1897 trad hij in het huwelijk met Modesta Friederike Katharina
Wagenführ-Tangerhütte, geboren in Tangerhütte op 4 augustus 1879.
Zijn echtgenote voerde de titel barones. Op 3 november 1898 kregen zij een zoon: Hans-Eberhard.[5] Volgens het Genealogisches
Handbuch des Adels (C.A. Starke, 1954) eindigde dit huwelijk op 13
mei 1914 in een scheiding.
In
1916, tijdens een opname in kasteel Neubeuern in Beieren om de gevolgen
van een val tijdens klimmen te boven te komen, ontmoette hij de
eigenares, barones Julie von Wendelstadt (1 maart 1871 – 12 november
1942), weduwe van baron Jan von Wendelstadt, die haar
kasteel had laten inrichten als militair hospitaal en er gewonden
verzorgde. Op 9 december 1916 trouwden Herwarth von Bittenfeld en Julie
von Wendelstadt. In 1917, tijdens haar zwangerschap, kreeg zij
een nierontsteking. Omdat haar toestand gaandeweg kritiek werd moest zij
voortijdig bevallen. Het kind, een meisje genaamd Rosemarie, stierf bij
geboorte.[6] In 1922 eindigde
het huwelijk van Herwarth von Bittenfeld met Julie von Wendelstadt in een scheiding. Daarna is Herwarth von Bittenfeld tot aan zijn dood gehuwd geweest met Frieda Johanna Schneider (arts,
geboren op 15 december 1889 in Kümmersdorf).
Op 25 december 1942 is Herwarth von Bittenfeld na een langdurige ziekte
thuis overleden. Zijn stoffelijk overschot werd op 31 december 1942
gecremeerd.
|
|
Typeringen
Uit diverse beschrijvingen komt
Herwarth von Bittenfeld naar voren als een intelligente en innemende
persoonlijkheid en een harde werker. De Amerikaanse diplomaat Hugh
Simons Gibson (1883-1954), van 1914 tot 1916 werkzaam als secretaris bij het
Amerikaanse gezantschap in Brussel, beschreef hem in A
journal from our Legation in Belgium, zijn dagboek, als een rasechte
blanke, met wie het prettig zaken doen was. Hij kende Herwarth von
Bittenfeld nog uit de tijd dat deze werkzaam was als militair attaché in Washington;
samen hadden ze enkele reizen gemaakt.
Voor het nationaal-socialisme zette Herwarth von Bittenfeld zich met hart en ziel
in en legde hij dezelfde ijver aan de dag als in de voorliggende periode.
In het dagboek dat hij bijhield
in de periode 1932-1935 beschreef James Grover
McDonald (1886-1964), van oktober 1933 tot december 1935 Hoge
Commissaris voor de Vluchtelingen bij de Volkenbond, een conversatie die
hij op 1 april 1933 met Herwarth von Bittenfeld had gevoerd, in die tijd
werkzaam als pers-ambtenaar voor het nazi-regime. McDonald
schreef over Herwarth von Bittenfeld dat hij een markant
nationaal-socialist was, die bijna lyrisch werd in zijn lofredes op
raszuiverheid en de suprematie van het Nordische ras, de terugkeer naar
de primitieve Duitse cultuur, het idealisme van de
nationaal-socialistische leiders, de almacht van de Führer en
het ongeëvenaarde karakter van de omwentelingen in Duitsland. Volgens
Herwarth von Bittenfeld had Duitsland zich vrijgemaakt van buitenlandse
dictaten. De Joden waren in zijn ogen geen Duitsers maar vreemdelingen
of erger, die verdreven moesten worden uit ongeacht welke functie bij de
overheid zij bekleedden en aan wie het aantal toegekende banen in
overeenstemming moest zijn met het percentage dat zij uitmaakten van de
totale bevolking in Duitsland. McDonald kon niet begrijpen dat een
onderlegd, hoffelijk man als Herwarth von Bittenfeld, een voormalig
militair attaché in Washington die de wereld
kende, dergelijke ideeën erop nahield en er urenlang over kon vertellen.
In november 1939 heeft Goebbels in zijn dagboek over Herwarth von
Bittenfeld geschreven dat hij op het gebied van propaganda over veel
vaardigheden en ervaring beschikte, goed op
de hoogte was van de
leidende figuren van de tegenpartij en als geen ander
Engeland haatte.
In de overlijdensadvertentie in 1942 is
Herwarth von Bittenfeld beschreven als
iemand die het volste vertrouwen had in de Duitse overwinning,
onvermoeibaar werkte en in hoge mate intelligent was.
In zijn necrologie, daterend uit 1943, heeft dr. Herbert Helbig, met wie Herwarth von Bittenfeld de Ahnentafel des Generalfeldmarschalls Eberhart Herwarth
von Bittenfeld had geschreven, hem beschreven
als iemand die was opgegroeid in de militaire traditie en opviel door
zijn innemendheid, veelzijdigheid, veelsoortige interessen en
welbespraaktheid.
In
schril contrast met deze beschrijvingen staan de aantekeningen over
Herwarth von Bittenfeld in de mémoires van Marie-Therese
Miller-Degenfeld, de dochter van Ottonie von Degenfeld-Schonburg, de
schoonzuster van Herwarth von Bittenfelds echtgenote Julie.
Marie-Therese, voor wie Julie een tweede moeder was, had een sterke
afkeer van Herwarth von Bittenfeld, die volgens er volgens haar op uit
was eigenaar te worden van kasteel
Neubeuern. Volgens haar was in kringen van Julie’s familie en
vrienden het huwelijk van Herwarth von Bittenfeld erg omstreden. Het
huwelijk raakte ontwricht door het verwijt van Herwarth von Bittenfeld
aan zijn echtgenote dat zij gekozen had voor een misgeboorte om het
erfgoed veilig te stellen. De godsdienstige overtuiging van Julie, die
na de mislukte zwangerschap aan depressies leed, weerhield haar in
eerste instantie van een echtscheiding. Een poging tot zelfmoord kon
ternauwernood worden voorkomen. Onder leegplunderen van hun gezamenlijke
rekening week Herwarth von Bittenfeld nadien uit richting Zwitserland en
liet zich nooit meer op kasteel Neubeuern zien.[7]
Herwarth
von Bittenfeld en het nationaal-socialisme
In de overlijdensadvertentie van Herwarth von Bittenfeld is vermeld dat
hij lid was van de NSDAP. Vooralsnog is het niet duidelijk
wanneer hij lid is geworden van de NSDAP en op grond van welke
motieven. De Duitse Rijkskanselier Joseph Wirth, die zich baseerde op
een vertrouwelijk rapport van de Duitse Rijkscommissaris voor Openbare
Veiligheid, beschuldigde in september 1921 de Beierse autoriteiten in München ervan bescherming
te bieden aan Max Hermann Bauer,
Hermann Erhardt en Waldemar Pabst, leiders van de in 1920 mislukte
rechts-extremistische Kapp-Putsch, en hun aanhangers. Volgens sommige
kranten in München was het hoofdkwartier van de putschisten gevestigd
in Salzburg en hadden zij een tak in Rosenheim in Beieren, om precies te
zijn: in kasteel Neubeuern, waar Herwarth von Bittenfeld en zijn echtgenote
gastvrijheid zouden verlenen aan extremistische
monarchisten, met name aan hen die het herstel van het Beierse Huis
Wittelsbach nastreefden en een onafhankelijk Zuid-Duits katholiek
koninkrijk, dat zou bestaan uit Beieren, Oostenrijk en Hongarije. Verder
zou de Hongaarse
president Horthy regelmatig te gast zijn geweest op kasteel Neubeuern,
vergezeld door Bauer. Erhardt en Pabst zouden kasteel Neubeuern
eveneens regelmatig hebben bezocht. Als deze beweringen
op waarheid berusten, kunnen zij een aanknopingspunt vormen bij het
beantwoorden van de vraag wanneer en waarom Herwarth von Bittenfeld zich
tot het nationaal-socialisme wendde en lid
is geworden van de NSDAP.[8]
Publicaties
van Herwarth von Bittenfeld, besproken op deze website
De
Meern, 7 juni 2007
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 19 april 2008
Noten
-
Het
biografisch materiaal is voor het belangrijkste deel afkomstig uit de volgende bronnen:
- dr. Herbert Helbig over Herwarth von Bittenfeld in de rubriek Kurze
Nachrichten in Familiengeschichtliche Blätter Jg 41, 1943 (Deutsche
Nationalbibliothek, Leipzig, ZC 249);
- Zeitungswissenschaft; Monatsschrift für internationale
Zeitungsforschung 1941, p.399 - 403;
- Herwarthisches, Für
die Familienmitglieder zusammengestellt von Hans-Wolfgang Herwarth von
Bittenfeld, Schriftführer des Herwarthischen Familienvereins
(met dank aan dr. J. Anker, antiquair in Kiefersfelden);
- Advocate for the Doomed - the Diaries and Papers of
James G. McDonald, 1932-1935 (Indiana University Press / United
States Holocaust Memorial, 2007, p.34);
- A journal from our Legation in Belgium (Hugh
Gibson, New York, 1917; de foto van Herwarth von Bittenfeld is een
uitsnede van een foto, oorspronkelijk in dit boek gepubliceerd);
- overlijdensadvertentie Herwarth von Bittenfeld (http://db.genealogy.net/familienanzeigen).
De informatie over de Technische Nothilfe is afkomstig uit de
Wikipedia.
[tekst]
-
Van
Berkel: De Duitse
grondtekst van oa. Hoe zal deze oorlog eindigen?. [tekst]
-
Herwarth
von Bittenfeld heeft deze vertaling in 1919 voltooid. De titel Sonnets
from the Portuguese suggereert dat het om een Engelse vertaling
door Barrett Browning gaat van Portugese sonnetten. Deze suggestie
keert terug in de titel van de vertaling door Herwarth von
Bittenfeld. In werkelijkheid zijn het Engelse sonnetten, geschreven
door Barrett Browning, die in navolging van de 16e-eeuwse Portugese
dichter Luis de Camões gebruik maakte van voor Portugese sonnetten
karakteristieke rijmschema's. De suggestie van een vertaling uit het
Portugees moest verhullen dat Barrett Browning haar eigen
liefdesleven had verwoord. Het woord Portuguese is ook een
zinspeling op het feit dat Barrett Brownings echtgenoot haar
liefkozend my little Portuguese noemde, vanwege haar lange,
donkere haar (bron: Wikipedia). [tekst]
-
Zie het gastenboek
van Schloss Neubeuern, deel VI. [tekst]
-
Bij het uitbreken van de Eerste
Wereldoorlog keerde Hans-Eberhard, die in de Verenigde Staten
verbleef, terug naar Duitsland. Hij nam dienst in het leger in de
rang van kapitein. In september 1918 werd hij door de Amerikanen
krijgsgevangen gemaakt. Zijn vrijlating werd bewerkstelligd door de
Amerikaanse defensieminister Baker, die hem herkende tijdens
inspectie van het kamp waarin Hans-Eberhard was geïnterneerd. Naar
aanleiding hiervan besloot Hans-Eberhard zich in de Verenigde Staten
te vestigen om in Californië een boerenbedrijf te beginnen, en
afstand te doen van zijn titel als baron (The New York
Times, 11 november 1922). [tekst]
-
Bronnen: Julie
Freifrau von Wendelstadt geb. Gräfin Degenfeld-Schonburg, gen. Sisi
en Reinhard Käsinger (Schloss
Neubeuern) aan Van Berkel, 19 april 2008. [tekst]
-
Bron: Julie
Freifrau von Wendelstadt geb. Gräfin Degenfeld-Schonburg, gen. Sisi. [tekst]
-
The New York Times, 16
september 1921. In de online-versie van het gastenboek
van Schloss Neubeuern, deel VI staan geen bijdragen, afkomstig
van Bauer, Erhardt, Horthy of Pabst. Item 176 echter, gedateerd op 4
januari 1923, dwz. na de scheiding tussen Herwarth von Bittenfeld en
Julie von Wendelstadt, bestaat uit keerversregels, afkomstig uit
het rond 1919 gecomponeerde strijdlied van de Brigade Erhardt: Hakenkreuz am Stahlhelm / Schwarz-weiss-rotes Band / Die
Brigade Erhardt / So sind wir genannt! Bij deze regels waren de vlag van dit
vrijkorps afgebeeld, een zwart-wit-rode band en een
soldatenhelm met hakenkruis. De Brigade
Erhardt, die onder bevel stond van Hermann Erhardt, luidde in de
nacht van 12 op 13 maart 1920 de Kapp-putsch in met de bezetting van
regeringsgebouwen in Berlijn als protest tegen het besluit dat de
vrijkorpsen moesten worden ontbonden. Het hakenkruis dat deze
brigade voerde, werd
later door de nazi's overgenomen. [tekst]
|
|