|

dr. P.J. Goebbels
|

H.-W. Herwarth
von BIttenfeld
|
In de late herfst van
1939 werd dr. Paul Joseph Goebbels, minister van Volksvoorlichting en
Propaganda in nazi-Duitsland, door onder andere zijn echtgenote attent
gemaakt op het in 1922 in Berlijn verschenen boek Mysterien von
Sonne und Seele. Hierin had de Duitser Hans-Hermann Kritzinger het
commentaar geciteerd dat zijn landgenoot Carl Loog een jaar tevoren had
gegeven op een voorspelling van de zestiende-eeuwse Franse
arts/astroloog Nostradamus. Volgens Loog had Nostradamus in die
voorspelling erop gewezen dat in 1939 crises zouden uitbreken in
Engeland en Polen. De Duitse inval in Polen in 1939 en de
oorlogsverklaring van Engeland aan Duitsland leken te beantwoorden aan
dit plotseling zo spraakmakende commentaar van Loog.
Na een onderhoud met
Hitler maakte Goebbels eind november 1939 plannen om met de
voorspellingen van Nostradamus de bevolking in de neutrale landen te
demoraliseren door in te spelen op hun bijgeloof. Hij gaf Hans-Wolfgang
Herwarth von Bittenfeld, een gepensioneerd overste die in de Eerste
Wereldoorlog pionierswerkzaamheden op het gebied van Duitse propaganda
had verricht en vervuld was van haat tegen Engeland, opdracht een
Nostradamusbrochure te schrijven. Deze brochure moest de bevolking in de
neutrale landen ervan overtuigen dat de Duitse overwinning en de
ondergang van Engeland onvermijdelijk was, voorspeld als dit was door
Nostradamus.
Met het laten
vervaardigen en verspreiden van deze Nostradamusbrochure ging Goebbels
zijn boekje te buiten. Oorlogspropaganda was voorbehouden aan het
ministerie van Buitenlandse Zaken, waaraan Goebbels ten tijde van de
Duitse inval in Polen veel terrein had moeten prijsgeven. Bovendien was
zijn positie erg wankel door één van zijn buitenechtelijke affaires
die was uitgegroeid tot een nationaal schandaal. Er was hem veel aan
gelegen zich te rehabiliteren en zijn ministerie te versterken. Met
tevredenheid constateerde hij in juli 1940 in zijn dagboek dat zijn
Nostradamusbrochure alom groot opzien had gebaard en dat niemand wist
dat deze brochure afkomstig was uit het Propagandaministerie, ook
Buitenlandse Zaken niet.
|

Hoe zal deze oorlog
eindigen?
|
In april 1940 verschenen
twee van in totaal acht vertaalde versies van de brochure die Herwarth
von Bittenfeld eind 1939 had geschreven: een Franstalige versie,
vervaardigd in en verspreid vanuit Genève, en een Nederlandstalige
versie, getiteld Hoe zal deze oorlog eindigen?, een geïllustreerde,
fraai uitgevoerde brochure van 45 pagina’s, gedrukt en verspreid door
de Vereenigde Grafische Bedrijven in Den Haag van Arie Meijer Schwencke.
Op de omslag prijkte de naam van Willem Johan Ort, een Haagse
boekhandelaar/uitgever. Ort had in 1936 zijn 25-jarig jubileum als
boekverkoper gevierd. In de jaren erna was zijn bedrijf vrijwel stil
komen te liggen. Tegen een vergoeding van f 100,- per brochure liet hij
zijn naam vermelden op tien, door Meijer Schwencke vervaardigde pro-Duitse propagandabrochures. Hij had een klein, maar actief aandeel
in de verspreiding ervan.
De vooroorlogse oplage
van Hoe zal deze oorlog eindigen? was 5.000 exemplaren. Na de
capitulatie van Nederland werden in opdracht van de afdeling Ausland
van Goebbels’ Propagandaministerie nog eens 3.000 exemplaren
vervaardigd. De Raad van Voorlichting der Nederlandsche Pers, waarvan
Meijer Schwencke waarnemend voorzitter was, riep in juli 1940 tot
tweemaal toe de Nederlandse kranten op Hoe zal deze oorlog eindigen?
uitvoerig te bespreken. De redacties konden een exemplaar ervan
bestellen bij Ort. In onder andere Het Vaderland, het Rotterdamsch
Nieuwsblad, de Zierikzeesche Nieuwsbode en de Heldersche
Courant werd in juli en augustus 1940 in de vorm van annonces,
recensies of gefingeerde ingezonden mededelingen de anti-Engelse
boodschap van Hoe zal deze oorlog eindigen? gepubliceerd. De
Gelderlander publiceerde in twee delen de volledige tekst van het
tweede hoofdstuk, waarin de overwinning van Duitsland op Engeland was
aangekondigd.
|

Vertaling-Vreede-1941
|
Door de krantenartikelen,
die samenvielen met de aanval van Duitsland op Engeland, werd het bereik
van Hoe zal deze oorlog eindigen? sterk vergroot. Of men in
Nederland geïntimideerd raakte door deze propaganda, is niet duidelijk.
Als tegenwicht verscheen begin 1941 bij uitgeverij Servire in Den Haag,
eigendom van de pacifist Carolus Verhulst, de eerste volledige
Nederlandse vertaling van de “Profetieën van Nostradamus”, verzorgd
door een leraar Frans, mr. dr. Hendrik Houwens Post, die het pseudoniem
mr. dr. W.L. Vreede voerde. Zijn boek, als reactie enig in zijn soort,
bevatte geen commentaren op de voorspellingen van Nostradamus. Het
contrapropagandistisch element school in het inleidend hoofdstuk. Hierin
waarschuwde Houwens Post tegen misverstanden waartoe de fotokopie van de
editie-Amsterdam-1668 van de Profetieën zou leiden die bij velen in
huis was gekomen. Hiermee bedoelde hij Hoe zal deze oorlog eindigen?,
waarin teksten stonden, afkomstig uit die fotokopie.
Eind
jaren ’70 is de vertaling van Houwens Post in facsimile uitgegeven
door de Amsterdamse uitgeverij Schors onder de titel De Profetieën
van Nostradamus. In 1998 werd deze vertaling vervangen door een
taalkundig gemoderniseerde uitgave, getiteld Nostradamus – De grootste
ziener aller tijden. In het hoofdstuk Wonderbaarlijke interpretaties en
‘uitgekomen’ voorspellingen staan een aantal vertalingen van
voorspellingen van Nostradamus die verschillen van de taalkundig
gemoderniseerde versies elders in het boek. Deze afwijkende vertalingen
kunnen worden teruggevonden in Hoe zal deze oorlog eindigen?.
Noch Goebbels, noch Herwarth von Bittenfeld zullen ooit hebben gedacht
dat delen van de inhoud van hun brochure zestig jaar na dato op
uitgerekend die manier nog zouden opduiken in de wereld van het
bijgeloof.
De Meern, 18 november
2008
T.W.M. van Berkel
|