Home (NL)
Nieuwe artikelen
Bijgewerkte artikelen
Nostradamus
Onderzoeksresultaten
Analyse kwatrijnen
Tweede Wereldoorlog
Discussieplatform
Publicaties
Lezingen
Interviews/recensies
Frans onderzoek
Web links
Contact
Gratis nieuwsbrief
Privacy / cookies
Redactioneel
top

NOSTRADAMUS, ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie "TWEEDE WERELDOORLOG"
Informatie over dr. P.J. Goebbels (1897-1945)
- T.W.M. van Berkel -

English version
 

In dit artikel staat informatie over dr. Paul Joseph Goebbels, van 1933 tot 1945 minister van Volksvoorlichting en Propaganda in nazi-Duitsland, in zijn hoedanigheid van organisator in zijn ministerie van Nostradamuscampagnes.
Zie ook:

 

Enkele feiten uit het leven van dr. P.J. Goebbels [1]

Dr. P.J. Goebbels
Radiotoespraak Goebbels op 19 april 1939
ter gelegenheid van Hitlers verjaardag op 20 april

Dr. Paul Joseph Goebbels werd geboren op 29 oktober 1897 in Rheydt in het Ruhrgebied, dichtbij Mönchengladbach. Zijn vader was boekhouder in een textielfabriek. Goebbels was de derde zoon in een gezin van vijf kinderen en groeide op in een strengkatholiek milieu.
Door een ontsteking op 4-jarige leeftijd van het beenmerg van zijn rechterbeen werd Goebbels voor de rest van zijn leven kreupel. 
In 1917 behaalde Goebbels aan het gymnasium in Rheydt zijn diploma met de hoogste cijfers aldaar ooit behaald. Hij meldde zich als vrijwilliger aan bij het front maar werd vanwege zijn handicap niet geschikt bevonden voor de krijgsdienst.
Vanaf 1917 studeerde Goebbels filosofie, germanistiek en kunstgeschiedenis in verschillende Duitse steden waaronder Bonn, Freiburg, Heidelberg en München. Deze studies werden grotendeels gefinancierd door de katholieke Albertus Magnus vereniging. In 1921 promoveerde Goebbels in germanistiek aan de universiteit van Bonn bij de joodse professor Max von Waldberg. In zijn proefschrift besprak hij de romanticus Wilhem von Schütz. Mede door de economische omstandigheden lukte het hem in de jaren nadien niet een vaste baan als dramaturg of journalist te vinden. 
Goebbels beschouwde de Weimar-Republiek als een uitvloeisel van de door Duitsland verloren oorlog en hoopte na het mislukken in 1919 van de Kapp-Putsch dat een Duits rood leger orde op zaken zou stellen. Hij zwalkte heen en weer tussen radicale nationalistische opvattingen over ondergang en nieuwe maatschappelijke verhoudingen. Factoren die van invloed waren op zijn uiteindelijke keuze voor het nationaalsocialisme waren de economische crisis en de daarmee gepaard gaande armoede, hyperinflatie en werkloosheid, en de bezetting en afscheiding van Duitsland in januari 1923 van het Rijnland door Belgische en Franse troepen vanwege het uitblijven van Duitse herstelbetalingen. Zijn antisemitische en racistische ideeën haalde Goebbels uit boeken, met name uit die van Houston Stewart Chamberlain.[2]
Tijdens een partijdag in 1924 in Weimar van de Nationalsozialistischen Freiheitsbewegung Großdeutschlands kwam Goebbels voor het eerst in contact met  nationaalsocialistische kringen. In augustus van dat jaar richtte hij in Mönchengladbach een plaatselijke groep op van deze beweging, die een mantelorganisatie was van de toen nog verboden NSDAP, en werd hij redacteur van het nationaalsocialistische weekblad Völkische Freiheit. Dit markeerde zijn loopbaan als politiek columnist. In de artikelen die hij voor de Völkische Freiheit schreef, viel hij vooral Joodse uitgevers aan.
In 1925 ontmoette Goebbels Hitler voor het eerst. Uit dagboekaantekeningen van Goebbels blijkt zijn grote bewondering voor hem. Dat jaar werd Goebbels privésecretaris van de nationaalsocialist Gregor Strasser en in september redacteur van Nationalsozialistischen Briefe, het orgaan van de door Gregor Strasser en diens broer Otto opgerichte Arbeitsgemeinschaft Nordwest. Door zich aan te sluiten bij de gebroeders Strasser belandde Goebbels in de linkervleugel van de NSDAP. Gedurende enige tijd distantieerde hij zich van Hitler die hij het kwalijk nam geld aan te nemen van industriëlen en wiens centralistische leiding hij bekritiseerde. Goebbels was voorstander van verplaatsing van het machtscentrum van de NSDAP van München naar Noord-Duitsland. Hij wilde dat Gregor Strasser Hitlers plaats als partijleider zou innemen terwijl Hitler erevoorzitter zou worden. 
Op 14 februari 1926, na een onderhoud met Hitler, stelde Goebbels zich onvoorwaardelijk onder Hitlers leiding en wendde hij Strasser de rug toe. Hitler benoemde Goebbels tot gouwleider van Berlijn-Brandenburg. In Berlijn reorganiseerde hij de Berlijnse tak van de NSDAP en bracht haar tot macht. In juli 1927 richtte Goebbels Der Angriff op, zijn eigen propagandakrant, die vanaf oktober 1930 dagelijks zou verschijnen. Enkele maanden in de winter van 1930/31 was zijn politieke koers onzeker vanwege de SA-opstanden, maar uiteindelijk volgde hij de koers van Hitler weer en was hij in 1934 betrokken bij de moordacties tegen Ernst Röhm, de leider van de SA, en diens aanhangers.
In mei 1928 betrad de NSDAP met twaalf afgevaardigden, waaronder Goebbels, voor het eerst de Reichstag. In 1930 werd Goebbels benoemd tot Reichspropagandaleiter van de NSDAP en begon hij massabijeenkomsten te organiseren en de verkiezingen van september 1930 voor te bereiden, waarin het aantal afgevaardigden in de Reichstag van de NSDAP zou stijgen naar 107. Zijn doel in die tijd was de NSDAP langs democratische weg aan de macht te helpen om vervolgens de democratie terzijde te schuiven. In de propaganda voerde hij de Berlijnse SA-leider Horst Wessel, overleden in februari 1930 tengevolge van een moordaanslag de maand ervoor met geld als waarschijnlijk motief, op als slachtoffer van communistische agitatie en derhalve als iemand die voor de NSDAP zijn leven had gegeven. Een door Wessel geschreven tekst werd voorzien van muziek en werd het strijdlied van de NSDAP.
Op 19 december 1931 trad Goebbels in het huwelijk met Magda Quandt-Behrendt, geboren in Berlijn op 11 november 1901, die in 1929 gescheiden was van de grootindustrieel Günther Quandt, destijds een van de rijkste Duitsers. Hitler was één van de getuigen bij dit huwelijk, waaruit zes kinderen werden geboren. Vanwege het feit dat Hitler ongehuwd was, werd Magda Duitslands First Lady, een positie die in 1935 werd overgenomen door de echtgenote van Hermann Göring, prominent lid van de NSDAP en opperbevelhebber van de Duitse Luftwaffe. In de nationaalsocialistsche propaganda werd het gezin Goebbels, ook door Goebbels zelf, ten tonele gevoerd als een Duits modelgezin met volbloed-arische kinderen. Zowel Joseph als Magda Goebbels namen het met de echtelijke trouw niet zo nauw. Door een buitenechtelijke relatie van Goebbels ontstond in 1938 een ernstige huwelijkscrisis, die door Hitler werd bezworen in die zin dat hij weigerde toestemming te geven voor een echtscheiding.

Ministerie van Propaganda
Propagandaministerie
zij-ingang
Berlijn, Mauerstraße

Vanaf de oprichting van de NSDAP in 1925 tot aan de vorming in 1933 van een regering onder Hitler had in de NSDAP de propaganda een centrale plaats ingenomen. In 1933 werd dan ook een nieuw ministerie gecreëerd: het Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda (RMVP, Promi, op deze website kortheidshalve aangeduid met het "Propagandaministerie"). Het departementsgebouw stond aan de Wilhelmstraße 8-9 in Berlijn in Hitler's regeringscentrum. 
Op 13 maart 1933 werd Goebbels, die in eerste instantie geen ministerspost toebedeeld had gekregen, benoemd tot minister van Volksvoorlichting en Propaganda, min of meer als erkenning voor zijn organisatie in februari 1933 van de parlementsverkiezingen van maart 1933, waarin de NSDAP de absolute meerderheid behaalde. Hij werd verantwoordelijk voor "de gehele taak van het geestelijk leiding geven aan het volk", zoals Hitler het had geformuleerd in een besluit van juni 1933. Andere ministeries moesten werkterreinen afstaan aan het Propagandaministerie. Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken werd de supervisie over film, pers, radio, theater naar het Propagandaministerie overgeheveld; van het ministerie van Buitenlandse Zaken de organisatie van diverse vormen van propaganda in het buitenland. 
Eén van de aspecten van Goebbels' propaganda in de jaren na 1933 was het creëren van het beeld van Hitler als welhaast goddelijk Führer. Daarmee gaf hij gestalte aan zijn eigen beeld van Hitler: een geniaal, almachtig persoon die het Duitse volk kan redden. In dit opzicht was Goebbels' propaganda dan ook een ware kruistocht. Politiek en privé waren Goebbels en Hitler onlosmakelijk met elkaar verbonden. In belangrijke privé-aangelegenheden zoals zijn huwelijk en in belangrijke politieke aangelegenheden nam Goebbels zijn besluiten niet zelfstandig; hij hield eerst ruggespraak met Hitler. Hitler op zijn beurt realiseerde zich dat hij niet zonder zijn propagandaminister kon. Uiteindelijk volgde Goebbels Hitler in de dood.
In de hoedanigheid van president van de Reichskulturkammer had Goebbels controle over boeken, film, kranten, radio, tijdschriften en het culturele en openbare leven in Duitsland. In 1933 hield hij in Berlijn een toespraak bij de Berlijnse boekverbrandingen. In 1937 liet hij kunst in beslag nemen die naar zijn mening niet strookte met de nationaalsocialistische ideologie. Dit kon Joodse kunst zijn of voor die tijd moderne kunst. Goebbels duidde deze kunst aan met de verzamelnaam Entartete Kunst
Tijdens de herdenking in München op 9 november 1938 van Hitlers Bierkellerputsch van 1923 hield Goebbels een antisemitische toespraak, waarin hij de Joden verantwoordelijk stelde voor een moordaanslag op 7 november 1938 op Ernst Eduard vom Rath, secretaris van de Duitse ambassade in Parijs. Onder verwijzing naar pogroms die naar aanleiding hiervan hadden plaatsgevonden in Magdeburg-Anhalt en Kurhessen, zei hij met het oog op de NSDAP dat antisemitische demonstraties niet mochten worden voorbereid of gehouden, maar dat tegen spontane ongeregeldheden niets mocht worden ondernomen. Deze toespraak was voor gouwleiders en SA-leiders het startsein voor het in geheel Duitsland vernielen en in brand steken van Joodse winkels en vrijwel alle synagogen en het vernielen van Joodse kerkhoven. In Duitsland markeerde deze zogenaamde Reichskristallnacht (een benaming naar aanleiding van de vonken en vuurgloed in de in brand gestoken gebouwen) het begin van de systematische Jodenvervolging. Tijdens de onlusten, die voortduurden tot 13 november 1939, werden tienduizenden Joden opgesloten in concentratiekampen. De meesten ervan werden later weer vrijgelaten. Honderden Joden werden vermoord of stierven aan de gevolgen van hun arrestatie.[3]
Kort na de Duitse inval op 1 september 1939 in Polen raakte de positie van het Propagandaministerie wat betreft voeren van propaganda in het buitenland enkele jaren lang uitgehold ten gunste van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Desondanks nam Goebbels eind november 1939 initiatieven om de Centuriën te gebruiken voor propaganda in het buitenland.
In 1940 richtte Goebbels het nationaalsocialistische weekblad Das Reich op, waarvoor hij talloze artikelen schreef over binnen- en buitenlandse aangelegenheden.
In 1941/42 voerde Goebbels in Berlijn verschillende acties om de stad judenfrei te maken.
Op 18 februari 1943, na de Duitse nederlaag bij Stalingrad, riep Goebbels in het Sportpalast in Berlijn de Duitse bevolking op tot totale oorlog. Hitler en diens generaals schonken niet zoveel aandacht aan wat Goebbels hiermee wilde bewerkstelligen. Toen op 20 juli 1944 graaf Claus Schenk von Stauffenberg een mislukte aanslag op Hitler pleegde, was het Goebbels die maatregelen nam om opstanden de kop in te drukken. Hitler benoemde hem tot rijksgevolmachtigde voor de totale oorlogvoering. Vanaf die tijd nam zijn ministerie de eerste plaats in op het gebied van de propaganda.
Op 29 april 1945 was Goebbels, samen met Martin Bormann, secretaris van Hitler, getuige bij het huwelijk van Hitler met Eva Braun. Een dag later pleegden Hitler en Eva Braun zelfmoord. In zijn testament had Hitler Goebbels benoemd tot Reichskanzler. Op 1 mei 1945 liet Magda Goebbels haar zes kinderen doden, waarna Goebbels en zij zelfmoord pleegden.

 

Kenmerken van Goebbels' propaganda
Volgens Willi A. Boelcke, die in 1966 en 1967 de notulen van de van 1939 tot 1943 gevoerde geheime dagelijkse propagandabesprekingen op het Propagandaministerie in boekvorm uitbracht en van commentaar heeft voorzien, heeft Goebbels in de vijftien jaar dat hij zich met propaganda ophield het gewelddadige aspect ervan ontketend en in werking gebracht op een manier die gruwelijker en afschrikwekkender was dan ooit tevoren. De propaganda van Goebbels doordrong Duitsland en reikte tot ver over haar grenzen heen. Door Goebbels' propaganda werd het de wereld duidelijk welke geweldige macht en wat voor vernietigende, suggestieve krachten in propaganda schuilgaan.[4] 
Reeds in 1933 betoogde Goebbels dat propaganda creatief moest zijn, een aangelegenheid was van productieve fantasie en dat een ware propagandist op een ware kunstenaar leek. De propaganda moest de regering verzekeren van de steun van het volk. Goebbels had een afkeer van het volk; voor hem was het volk slechts een middel om zijn doelen te bereiken.
[5]
Volgens Boelcke hadden de propagandamethoden van Goebbels de volgende kenmerken:
[6] 

Vereenvoudiging 
De kunst om in de taal van het volk de meest primitieve argumenten te presenteren; alleen de taal van het volk heeft de kracht om aan de massa toestemming te ontlokken.

Voortdurende herhaling
Onophoudelijk inhameren van stellingen, leuzen en oplossingen tot ook de domste mensen het begrijpen. Als voor de propaganda leugens worden gebruikt (deze leugens dienen zo geloofwaardig mogelijk te zijn), worden ook deze steeds herhaald.

Inspelen op emoties en mijden van het rationele
Propaganda moet inspelen op het instinctieve en emotionele dat onder een volk leeft, op haar gevoelens en hartstochten, en in geen geval moet in de propaganda worden geprobeerd om met rationele argumenten intellectuelen voor standpunten te winnen.

Manipulatie met feiten
Feiten worden gepresenteerd met een schijn van objectiviteit. Het zijn echter tendentieuze feiten, gekleurd door de keuze en de manier van presentatie. Onwelkome feiten daarentegen worden in de propaganda stelselmatig verzwegen.

 

Goebbels' geesteshouding; zijn houding ten opzichte van de Centuriën

Mysterien von Sonne und Seele
Mysterien von Sonne und Seele

Talrijk zijn de verhalen over de wortels van het nationaalsocialisme in occulte denkbeelden en de invloed van occultisten op nationaalsocialistische kopstukken. Het merendeel is geromantiseerd waarbij feiten ondergeschikt zijn gemaakt aan veronderstellingen, zoals blijkt uit het verhaal van Boris von Borresholm en Karena Niehoff over de manier waarop Goebbels in aanraking kwam met de Centuriën.[7]
Uit een aantal biografieën over Goebbels is naar voren gekomen dat hij het geloof de rug toekeerde (van huis uit was Goebbels rooms-katholiek) en een atheïst en rationalist werd, zij het een rationalist die wensdromen koesterde zoals de droom van Großdeutschland. Boelcke merkte in het karakter van Goebbels een aantal tegenstrijdigheden op zoals het betalen van kerkgeld ondanks zijn streven religie te vernietigen en het verwerpen van de kapitalistische plutocratie terwijl hij zich de levensstijl en levensstandaard van een miljonair wilde aanmeten.[8]
Volgens dr. Hans-Hermann Kritzinger, de schrijver van de nationaalsocialistische brochure Der Seher von Salon (Berlijn, 1941 [1940]), attendeerde Magda Goebbels haar echtgenoot kort na de Duitse inval in september 1939 in Polen op overeenkomsten met Kritzingers bespreking van kwatrijn 03-57 in Mysterien von Sonne und Seele - Psychische Studien zur Klärung der okkulten Probleme (Berlijn, 1922 [1921]), die het commentaar op dit kwatrijn van Carl Loog in Die Weissagungen des Nostradamus (Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920]) citeerde.[9]
Uit geen enkele biografie over Goebbels of zijn echtgenote is naar voren gekomen dat een van hen of beiden geïnteresseerd waren in occultisme in het algemeen of de Centuriën in het bijzonder.
Uit enkele aantekeningen in de dagboeken van Goebbels kan worden afgeleid dat hij bij zijn eerste kennismaking met de Centuriën er voorspellende waarde aan hechtte, maar daar snel op terugkwam en ze alleen bezag vanuit het oogpunt van het uitbuiten van dan wel inspelen op bijgeloof. Naar aanleiding van het lezen op 21 november 1939 van één of meerdere Centurie-commentaren waarin voor Engeland voor 1939 een crisis werd aangekondigd, schreef hij in zijn dagboek dat de Centuriën in zijn dagen voor Duitsland erg interessant waren en dat hij hoopte dat de gewaagde commentaren zouden kloppen, wat zou betekenen dat Engeland niets meer te lachen zou hebben. Op 22 november 1939 vertelde hij Hitler dat de Centuriën in het licht van die tijd verbluffend waren. Hitler vertelde dat toen hij nog jong was, een zigeunerin zijn hand wilde lezen en plotseling verschrikt terugdeinsde. Hij achtte het niet onmogelijk dat men in de toekomst kon schouwen maar vond het belangrijker dat een mens paraat stond in het leven en overging tot handelen als hij ertoe werd geroepen. Nadien schreef Goebbels in zijn dagboeken alleen over het propagandistisch gebruik van de Centuriën. Op 23 november 1939 voerde hij een gesprek met overste b.d. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, buitengewoon hoofd van de afdeling Auslandspresse in het Propagandaministerie. In dat gesprek droeg hij Herwarth von Bittenfeld op zich over Nostradamus te buigen. In zijn dagboek tekende Goebbels naar aanleiding van dit gesprek aan dat de wereld vol bijgeloof zat, iets dat zou moeten worden uitgebuit om de tegenstander onderuit te halen.[10]
 Het is niet duidelijk of het idee om de Centuriën te gebruiken voor psychologische oorlogvoering, afkomstig was van Goebbels of van Hitler.
Voor Goebbels school de waarde van de Centuriën in het feit dat ze, zoals Martin Henry Sommerfeldt, persvoorlichter van het Oberkommando der Wehrmacht en in die hoedanigheid deelnemer aan de geheime dagelijkse propagandabesprekingen in het Propagandaministerie, het onder woorden had gebracht, voor velerlei uitleg vatbaar waren, op tal van situaties van toepassing waren en een geruchtenstroom op gang konden brengen. Volgens Sommerfeldt zou Goebbels in een geheime dagelijkse propagandabespreking met betrekking tot gebruik van de Centuriën voor propagandistische doeleinden hebben gezegd dat dit een truc was die lange tijd gebruikt zou kunnen worden.[11] In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 22 juli 1940 bijvoorbeeld zei hij over de manier waarop tegen Engeland gerichte Nostradamuspropaganda moest worden gevoerd, dat zijn voorkeur uitging naar het voeren van dit soort propaganda via de radio, waarbij eerst zou moeten worden uiteengezet wat Nostradamus over vroeger tijden juist had voorspeld, om vervolgens aan te sturen op die voorspellingen waarin een vernietiging in 1940 van Londen in het vooruitzicht zou worden gesteld.[12] 
Goebbels wilde de propagandistische waarde die de Centuriën in zijn ogen hadden, zoveel mogelijk uitbuiten. In een onderhoud met Kritzinger op 4 december 1939 - de dag waarop hij de eerste versie van de Nostradamusbrochure van Herwarth von Bittenfeld overhandigd had gekregen, gaf Goebbels, naar in de substudie "Tweede Wereldoorlog" wordt verondersteld, Kritzinger de opdracht op zoek te gaan naar een Nostradamus-expert die de Centuriën kon bestuderen met het oog op propaganda in het buitenland. Kritzinger benaderde hiervoor in eerste instantie Carl Loog, die in Die Weissagungen des Nostradamus (Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920]) het einde van de looptijd van kwatrijn 03-57 aan het jaar 1939 had gekoppeld en had geschreven dat zich dan gelijktijdig crises zouden voordoen in Engeland en Polen, een commentaar dat in 1939 werd uitgelegd als de vervulling van de voorspelling van Nostradamus dat het Duitse leger in september 1939 Polen zou binnenvallen, wat het begin zou zijn van de val van Engeland. Loog, een verklaard tegenstander van het gebruik van de Centuriën voor politieke doeleinden, zei tegen Kritzinger dit niet te willen doen. Uiteindelijk stelde Kritzinger voor de Zwitserse astroloog / statisticus Karl Ernst Krafft te vragen, op dat moment werkzaam bij Amt VII - B1 van het Reichssicherheitshauptamt als schrijver van "berichten", een mengeling van economische en politieke commentaren en speculaties, van tijd tot tijd gebaseerd op planetaire cycli. In januari 1940 startte Krafft met het bestuderen van de Centuriën met het oog op propaganda, hij bleef echter werkzaam bij Amt VII - B1 en werd niet overgeplaatst naar het Propagandaministerie.[13]
Met betrekking tot 8 januari 1940 schreef Goebbels in zijn dagboek een vakgroep in te zetten, die hem wat betreft Nostradamus van het nodige materiaal moest voorzien. De datum 8 januari 1940 valt min of meer samen met de datum waarop Krafft in Amt VII-B1 van het Reichssicherheitshauptamt de Centuriën ging bestuderen met het oog op propaganda.  
Goebbels lijkt geen hoge verwachtingen te hebben gehad van de propagandistische uitwerking van zijn Nostradamuscampagnes. In een aantekening met betrekking tot 15 januari 1940 schreef hij dat zijn campagnemateriaal op basis van Nostradamus in samenwerking met de Geheime Dienst Frankrijk zou worden binnengeloodst en de neutrale landen. Volgens Goebbels zou het de zaak enigszins helpen.[14] 
Blijkens een aantekening in zijn dagboek met betrekking tot 26 mei 1940 was Goebbels uitermate tevreden toen onder invloed van zijn Nostradamuscampagnes mensen in Frankrijk, aldaar aangeduid met het begrip "Zesde Colonne", de Franse regering opriepen de in hun ogen uitzichtloze strijd tegen Duitsland te beëindigen.[15] In juli 1940 constateerde hij met tevredenheid dat zijn Nostradamusbrochure alom groot opzien had gebaard.[16] Deze successen hebben er wellicht toe geleid dat hij ook later in de oorlog, te weten in 1942, overwoog "Nostradamus" opnieuw te gebruiken in propaganda, gebaseerd op occult materiaal, en dat hij in juli 1944 opdracht gaf tot het vervaardigen van een Nostradamusbrochure, bedoeld voor Engeland.[17] In die dagen achtte hij het niet opportuun om het moreel van de Duitse bevolking op te vijzelen met Nostradamuspropaganda, hoewel hij zich realiseerde dat sommige voorspellingen in de Centuriën konden worden toegepast op de situatie in Duitsland.[18]

 

De positie van Goebbels in de winter van 1939/40


Magda Goebbels

Lída Baarová

Uit de dagboekaantekeningen van Goebbels en uit notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen blijkt dat Goebbels op 22 november 1939 plannen ging maken om de Centuriën te gebruiken voor propaganda. In de maanden ervoor was zijn positie als minister erg verzwakt geraakt en had hij gevaar gelopen te moeten aftreden. Verder waren de activiteiten van het Propagandaministerie sterk aan banden gelegd.
Goebbels' affaire in 1938 met de Tsjechische filmactrice Lída Baarová was uitgegroeid tot een staatsaangelegenheid. Magda Goebbels richtte zich tot Hitler met het verzoek haar huwelijk met Goebbels te ontbinden. Hitler stond een echtscheiding echter niet toe; Goebbels viel bij hem in ongenade. Reynhard Heydrich, hoofd van het Reichssicherheitshauptamt, en Heinrich Himmler, leider van de SS en één van de leiders van de NSDAP, mensen met wie Goebbels reeds langer op gespannen voet stond, aasden op zijn val. Met Joachim von Ribbentrop, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, raakte Goebbels in conflict over de vraag welk van de twee ministeries propaganda in het buitenland mocht voeren. Von Ribbentrop drong bij Hitler aan op een oplossing. Op 8 september 1939, kort na de Duitse inval in Polen, vaardigde Hitler een besluit uit (Führer-Erlass) dat erop neerkwam dat het aan het ministerie van Buitenlandse Zaken was om in het buitenland propaganda te voeren. De positie van het Ministerie van Propaganda werd ook aangetast door het feit dat het vanwege de staat van oorlog niet meer de eerste instantie was die nieuws vergaarde en verspreidde; het ministerie werd afhankelijk van wat werd vergaard en verspreid in militaire kringen.
Tegenover deze ontwikkelingen stond het feit dat de verhouding tussen Hitler en Goebbels vanaf november 1939 langzaamaan verbeterde en dat Hitler in de winter van 1939/40 Goebbels volmacht gaf de volledige, tegen Frankrijk gerichte strooibiljettencampagne te organiseren.[19] In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 3 november 1939 deelde Goebbels mee dat Hitler het voorstel had gedaan de protocollen van de Wijzen van Zion in de vorm van pamfletten uit te strooien over Frankrijk, een propagandistisch geschrift waarin een geheime Joodse regering ervan werd beschuldigd uit te zijn op de wereldheerschappij.[20] In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 22 november 1939 droeg Goebbels aan Leopold Gutterer, hoofd in het Propagandaministerie van de afdeling Propaganda, op om voorstellen te doen om "Nostradamus" te verwerken in tegen Frankrijk gerichte pamfletten. Twee dagen later, in de bespreking van 25 november 1939, werd Gutterer aangespoord zo snel mogelijk een Nostradamuspamflet te laten vervaardigen.[21] Herwarth von Bittenfeld, die van Goebbels op 23 november 1939 de opdracht kreeg zich met Nostradamus bezig te houden, moest zijn pijlen richten op Engeland. Goebbels had over Herwarth von Bittenfeld in zijn dagboek aangetekend dat deze als geen ander Engeland haatte; de Centurie-commentaren die Goebbels daags voordien had gelezen, kondigden de ondergang van Engeland aan.[22] 
Vanaf de winter van 1939/40 stelde Goebbels zich tot doel het terrein dat hij aan het ministerie van Buitenlandse Zaken was kwijtgeraakt, te heroveren.
[23] Gelet op Hitlers besluit van 8 september 1939 dat propaganda in het buitenland een aangelegenheid was van het ministerie van Buitenlandse Zaken, ging Goebbels zijn boekje te buiten met de opdracht aan Herwarth von Bittenfeld een brochure te schrijven die in de neutrale landen in omloop zou moeten komen, ook omdat hij in het voorjaar van 1940 de vertalingen ervan via zijn eigen kanalen liet verspreiden. Echo's van dit alles klinken door in een aantekening in het dagboek van Goebbels, gemaakt op 12 juli 1940, waarin hij schreef dat zijn Nostradamusbrochure in het ganse buitenland groot opzien had gebaard en dat bijna niemand wist dat deze brochure afkomstig was uit het Propagandaministerie; zelfs het ministerie van Buitenlandse Zaken tastte hierover in het duister.[24]  
Een ander geval deed zich eind mei 1940 voor. Op 6 mei 1940 had dr. Werner Wilmanns, hoofd van afdeling Information IV van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Krafft uitgenodigd voor een gesprek om te bezien of hij een propagandistische Nostradamusbrochure zou kunnen schrijven. Krafft had zich bij Wilmanns erover beklaagd, zo bleek uit een brief van Wilmanns op 27 mei 1940 aan dr. Rahn, plaatsvervangend hoofd van de afdeling Information, dat Kritzinger, die naar zijn zeggen in het Propagandaministerie in opdracht van een zekere dr. Seifert een Nostradamusbrochure zou schrijven, aan hem materiaal had proberen te ontfutselen. In zijn brief aan Rahn stelde Wilmanns voor deze zaak te laten rusten; immers, de bevoegdheid om in het buitenland propaganda te voeren lag bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en de deskundigheid van Krafft op het gebied van Nostradamus stond wat betreft Wilmanns buiten alle twijfel.
[25] Kennelijk dacht Wilmanns dat de poging van het Propagandaministerie een Nostradamusbrochure te vervaardigen en in omloop te brengen tot mislukken gedoemd zou zijn en vond hij het niet de moeite waard dat het Propagandaministerie erop zou worden gewezen dat het dit soort activiteiten niet mocht ontplooien.

 

Het Propagandaministerie versus het ministerie van Buitenlandse Zaken
Boelcke heeft opgemerkt dat het Propagandaministerie in de loop van de oorlog steeds slagvaardiger werd, terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken steeds minder slagvaardig werd.[26] Een vergelijking van gegevens omtrent de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. en de vervaardiging en verspreiding van de bijbehorende vertalingen met die van een soortgelijk project van het ministerie van Buitenlandse Zaken, lijkt deze opmerking in zekere mate te illustreren. Ook de Nostradamusbrochures die deel hebben uitgemaakt van de door Buitenlandse Zaken vervaardigde propagandaserie Informations-Schriften, komen ter sprake.

Het Propagandaministerie: de brochure van Herwarth von Bittenfeld c.s.


Hoe zal deze oorlog eindigen?

Deutsche Kriegspropaganda...

Op 23 november 1939 had Goebbels aan Herwarth von Bittenfeld opdracht gegeven een tekst te maken voor een Nostradamusbrochure. Het Duitse leger had de veldtocht in Polen afgesloten; op het Europese continent waren er geen gevechtshandelingen. In de Eerste Wereldoorlog had Herwarth von Bittenfeld pionierswerk verricht op het gebied van propaganda, iets waarvoor hem in 1941 een eredoctoraat filosofie werd verleend in Münster. Ten tijde van de Duitse inval in Polen was Herwarth von Bittenfeld bij het Propagandaministerie gaan werken, dat hij in bepaalde opzichten beschouwde als de belichaming van wat hij in 1914/18 over propaganda voorstond. In het Propagandaministerie was hij buitengewoon hoofd van de afdeling Auslandspresse.
Op 4 december 1939, elf dagen na de opdracht, had Herwarth von Bittenfeld de eerste versie van deze brochure voltooid. Goebbels was er erg enthousiast over. Bij het schrijven van de uiteindelijke versie werd Herwarth von Bittenfeld geassisteerd door prof. dr. Karl Bömer, hoofd in het Propagandaministerie van de afdeling Auslandspresse, en Gutterer. In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 13 december 1939, 20 dagen na zijn opdracht aan Herwarth von Bittenfeld, deelde Goebbels mee dat de definitieve versie van de brochure tot stand was gekomen. Uit een aantekening in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 23 februari 1940 kan worden afgeleid dat één of meerdere vertalingen voltooid waren en dat het drukken in het buitenland kon worden ondergebracht.
[27] Hiervoor was dr. Ernst Brauweiler verantwoordelijk, hoofd in het Propagandaministerie van de afdeling Buitenland. Met betrekking tot 11 maart 1940 had Goebbels geschreven dat Brauweiler nog niets in gang had gezet en dat nu een poging zou worden ondernomen tot onderbrengen in Zweden.[28] Op 27 maart 1940, vier maanden en vier dagen na Goebbels' opdracht aan Herwarth von Bittenfeld, werd in de geheime dagelijkse propagandabespreking groen licht gegeven voor het verspreiden in de "neutrale landen" van de vertalingen van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. In de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24 april 1940 was vermeld dat de brochure reeds in twee landen was verschenen (volgens aantekeningen in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 24 april 1940 had dit betrekking op Nederland en Zwitserland) en dat voor verdere verspreiding, onder andere in Denemarken, zou worden gezorgd. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. in het Deens is vertaald. De Engelse versie werd naar alle waarschijnlijkheid in omloop gebracht nadat Italië zich in juli 1940 in de strijd had gemengd, gelet op de toespelingen in deze versie op het feit dat Italië was gaan deelnemen aan de oorlog. Uit een rapport van Brauweiler met betrekking tot de werkzaamheden van de afdeling Buitenland in de periode januari- augustus 1940 kan worden afgeleid dat de totale oplage van de vertalingen van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. eind augustus 1940 83.000 exemplaren was in acht talen: het Engels, Frans, Italiaans, Kroatisch, Nederlands, Roemeens, Servisch en het Zweeds.[29] 
In zijn rede Die deutsche Kriegspropaganda 1914-18 und heute im Spiegel eigenen Erlebens, gehouden ter gelegenheid van zijn eredoctoraat filosofie aan de universiteit van Münster op zijn verjaardag op 23 mei 1941, belichtte Herwarth von Bittenfeld een ander facet van de propaganda die het Propagandaministerie voerde. In tegenstelling tot de Eerste Wereldoorlog, zo zei hij, voltrok de propaganda van het Propagandaministerie zich niet meer in het kielzog van het leger, maar ging het voor het leger uit als wegbereider. Het leger zou dan de genadeslag toedienen.
[30] Dit is precies wat is gebeurd met de Franse en Nederlandse versie van zijn Nostradamusbrochure. Deze versies werden kort voor de invasie op 10 mei 1940 in België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland in omloop gebracht. In Frankrijk was een demoraliserend effect duidelijk merkbaar, zo blijkt uit aantekeningen in het dagboek van Goebbels, de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 26 mei 1940 en propagandistische artikelen in 1940 van dr. Theodor Fr. Böttiger en dr. Elisabeth Noelle.[31]
Naar aanleiding hiervan kan worden gesteld dat deze brochures in omloop zijn gebracht in de tijd waarvoor ze waren bedoeld en het effect sorteerden wat ervan werd verwacht.
Over de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. hadden geschreven, kan worden gezegd dat het een aaneenschakeling was van fragmenten uit drie niet-nationaalsocialistische Duitse Centurie-commentaren, één Frans Centurie-commentaar en Kritzingers Mysterien von Sonne und Seele. In de fragmenten uit het Franse Centurie-commentaar, geschreven door dr. De Fontbrune, was de ondergang van Engeland beschreven, zij het in een andere context en in een andere tijd dan bedoeld door Herwarth von Bittenfeld c.s., die deze fragmenten, evenals de fragmenten uit de Duitse Centurie-commentaren, presenteerden in het licht van de volgens hen op handen zijnde titanenstrijd tussen Duitsland en Engeland, een strijd waarvan de afloop met zoveel woorden door Nostradamus zou zijn voorspeld. Zij hebben, in tegenstelling tot Krafft, wiens brochure hierna wordt besproken, geen enkel kwatrijn opnieuw geïnterpreteerd of gemanipuleerd.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken: de brochure van Krafft

Comment Nostradamus a-t-il entrevu... (1941 [1940])
Comment Nostradamus a-t-il 
entrevu l'avenir de l'Europe?
K.E. Krafft, 1941 (1940)

Het ministerie van Buitenlandse Zaken benaderde begin mei 1940 de Zwitserse astroloog/statisticus Karl Ernst Krafft, werkzaam als vertaler bij het Deutsche Nachrichtenbüro in Berlijn, om te zien of hij de tekst van een Nostradamusbrochure zou kunnen schrijven waarmee de bevolking in neutrale landen en landen die Duitsland vijandig waren gezind, zou kunnen worden beïnvloed. In april 1940 had het Reichssicherheitshauptamt een brochure die Krafft in opdracht van hen aan het schrijven was, sterk gecensureerd vanwege het al te treffende speculatieve karakter, en stond het lange tijd publicatie ervan niet toe. Krafft kon in de brochure die hij voor Buitenlandse Zaken zou schrijven materiaal verwerken uit de brochure die hij had geschreven in opdracht van het Reichssicherheitshauptamt.  
De gesprekken tussen Krafft en het ministerie van Buitenlandse Zaken waren rond op 27 mei 1940. Aansluitend op de capitulatie van België op 28 mei 1940 begon Krafft met het schrijven van zijn brochure. De strijd in Frankrijk was nog in volle gang. Volgens de verwachting van dr. Werner Wilmanns, zijn opdrachtgever, hoofd van de afdeling Information IV van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zou Krafft ongeveer een week nodig hebben voor het schrijven. Het werd ongeveer een maand, kennelijk omdat Krafft en/of Wilmanns het verloop afwachtten van de strijd in Frankrijk. Krafft vertaalde een aantal kwatrijnen in propagandistische zin en kwam tot interpretaties waaraan hij op grond van zijn eigen overtuiging de conclusie verbond dat Nostradamus het verloop van de Tweede Wereldoorlog had voorspeld. Tussen 22 juni 1940, de datum waarop Duitsland en Frankrijk in Compiègne de wapenstilstand tussen beide landen ondertekenden, en eind juni 1940, ongeveer een maand na de opdracht, kwam de eerste versie gereed van Kraffts brochure, getiteld Nostradamus sieht die Zukunft Europas. Ter vergelijking: Herwarth von Bittenfeld had voor de eerste versie van zijn brochure elf dagen nodig. 
De eerste versie van Nostradamus sieht die Zukunft Europas werd voorgelegd aan professor Friedrich Berber, die leiding gaf aan de afdeling Information van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. Op 23 juli 1940, bijna twee maanden na de opdracht aan Krafft, deed Berber enkele aanvullende suggesties. Krafft nam deze suggesties niet over. Volgens Kraffts echtgenote waren er voorafgaand aan de definitieve tekst nog heftige discussies tussen Krafft en Wilmanns over de inhoud. Haar informatie is echter niet betrouwbaar gebleken, zij heeft bijvoorbeeld de contacten tussen Krafft en Wilmanns gedateerd in het najaar van 1940, terwijl deze dateren uit begin mei 1940. Hoe dit ook zij, op 20 augustus 1940 was de definitieve versie gereed voor vertaling, ongeveer drie maanden nadat Krafft opdracht had gekregen tot het schrijven van een Nostradamusbrochure. Ter vergelijking: binnen drie weken nadat Herwarth von Bittenfeld de opdracht had gekregen de tekst te schrijven voor een Nostradamusbrochure, was de definitieve versie gereed voor vertaling.
Nostradamus sieht die Zukunft Europas werd in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken vertaald in het Deens, Hongaars, Portugees, Roemeens en Spaans; Krafft zelf droeg zorg voor een vertaling in het Frans, die hij laat in het najaar van 1940 had voltooid, ongeveer vijf maanden na de opdracht. De totale oplage van deze vertalingen is onbekend. Het Reichskommissariat für die besetzten niederländische Gebiete vond een Nederlandse vertaling overbodig omdat in Nederland de brochure Hoe zal deze oorlog eindigen? reeds in omloop was, reden voor het ministerie van Buitenlandse Zaken om uit te zoeken wie er achter die brochure schuil ging. De bezettende autoriteiten in Frankrijk en Roemenië hadden dergelijke bezwaren niet, ondanks dat er Franse en Roemeense versies van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. in omloop waren. Buitenlandse Zaken overwoog de mogelijkheid van een Vlaamse vertaling van Nostradamus sieht die Zukunft Europas, maar voorzover bekend is een dergelijke vertaling nooit in boekvorm verschenen, evenmin als een Duitstalige versie voor Zwitserland, alhoewel een dergelijke versie wel was ontworpen.
Alle vertalingen van Nostradamus sieht die Zukunft Europas werden gepubliceerd in 1941; Kraffts Franse vertaling werd gedrukt in april 1941, bijna één jaar na de opdracht. Ter vergelijking: tussen Goebbels' opdracht aan Herwarth von Bittenfeld en de publicatie van de vertalingen van zijn brochure verstreken ongeveer vier maanden.
Achteraf bezien moet de vertraging van bijna een jaar een negatief effect hebben gehad op de propagandistische slagkracht van Nostradamus sieht die Zukunft Europas. In de zomer van 1940 beschreef Krafft de oorlog als een oorlog die haar eindfase aan het westelijk front zou bereiken in termen van een overwinning van Duitsland op Engeland. De omstandigheden in 1941 waren echter anders. De Duitse gevechten tegen Engeland stonden op een laag pitje en in juni 1941 ontstond een tweefronten-oorlog als gevolg van de Duitse inval in Rusland, een inval waarop Krafft in het geheel niet had gezinspeeld. De inhoud van de vertalingen van Nostradamus sieht die Zukunft Europas stemde niet overeen met de fase waarin de oorlog verkeerde ten tijde van publicatie ervan.[32] 
In het geval van deze Nostradamusbrochures lijken de verschillen tussen het Propagandaministerie en het ministerie van Buitenlandse Zaken te zijn veroorzaakt door de lengte van de communicatielijnen, discussies over de inhoud en misschien ook omdat Goebbels duidelijke termijnen aangaf waarin een en ander afgerond moest zijn, actief toezicht hield op de uitvoering en waar nodig ingreep. Het uiteindelijke resultaat was dat de brochure van het Propagandaministerie op het juiste moment verscheen en derhalve een schot in de roos was, terwijl de brochure van het ministerie van Buitenlandse Zaken veel te laat verscheen en daardoor, en waarschijnlijk ook door het aansluitende verloop van de oorlog, achterhaald was.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken: Nostradamusbrochures in de serie Informations-Schriften
Op 23 juli 1940 schreef professor Friedrich Berber, leider van het Deutschen Institut für Außenpolitische Forschung, die de inhoud van de eerste versie van Nostradamus sieht die Zukunft Europas naliep, aan dr. Rahn, hoofd van de afdeling Information van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat de Deutsche Informationsstelle, een afdeling die ressorteerde onder het ministerie van Buitenlandse Zaken, een kleine brochure over Nostradamus zou samenstellen die deel zou gaan uitmaken van de propagandaserie Informations-Schriften en die voornamelijk in het buitenland in omloop zou worden gebracht onder met name krijgsgevangenen. In deze brochure, getiteld Die Prophezeiungen des Nostradamus, werd materiaal gebruikt uit Nostradamus sieht die Zukunft Europas en Hoe zal deze oorlog eindigen?. De Duitse en Franse versie van deze brochure zijn verschenen in 1940 en waren vrij actueel, in aanmerking nemend dat het meest actuele wapenfeit in deze brochure de capitulatie van Parijs op 14 juni 1940 was. De Nederlandse versie kwam pas in 1941 in omloop. De brochure Der Seher von Salon, geschreven door Kritzinger, waarvan de actualiteit eveneens terug te brengen valt op de zomer van 1940, kwam pas in 1941 in omloop.[33]

 

Campagnemiddelen van het Propagandaministerie
Uit de dagboeken van Goebbels, de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen en uit literatuur waarin beschrijvingen staan van Nostradamuscampagnes waarmee het Propagandaministerie op één of andere manier te maken had, komen de middelen naar voren waarmee het Propagandaministerie Nostradamuscampagnes voerde.

Brochures
Uit de dagboeken van Goebbels en de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen staan geregeld verwijzingen naar een "Nostradamusbrochure". In de substudie "Tweede Wereldoorlog" wordt verondersteld dat deze verwijzingen betrekking hebben op de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. in november-december 1939 hebben geschreven in opdracht van Goebbels en de vertalingen ervan die in vanaf eind maart 1940 in omloop werden gebracht.
De brochure Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre, Arnhem, 1941) is de Nederlandse vertaling van een nationaalsocialistische tekst, geschreven dan wel voltooid tussen juni en december 1941 door dr. phil. Alexander Max Centgraf, die na de oorlog Centurie-commentaren schreef onder het pseudoniem dr. N. Alexander Centurio en daarbij gebruik maakte van het materiaal dat hij tijdens de oorlog had geschreven. Waarschijnlijk heeft Centgraf deze tekst geschreven in het kader van anticommunistische propagandacampagnes van de Antikomintern, volgend op de inval van het Duitse leger op 22 juni 1941 in Rusland. De Antikomintern was opgericht in 1933 door dr. Eberhard Taubert, werkzaam bij het Propagandaministerie, en werd door het Propagandaministerie in veel opzichten ondersteund. Door het Molotov - Von Ribbentrop pact, het Duits-Russische niet-aanvalsverdrag, ondertekend in augustus 1939, kwam aan de activiteiten van de Antikomintern een einde tot aan de inval van het Duitse leger in Rusland. Of de tekst van Centgraf ook in andere talen dan het Nederlands is vertaald, is niet bekend.[34]
Uit aantekeningen van Sommerfeldt met betrekking tot een geheime dagelijkse propagandabespreking in vermoedelijk medio december 1939, blijkt dat in het Propagandaministerie een tekst in omloop was met een selectie van minstens 33 kwatrijnen, aangeduid met het woord Zenturien.[35] Het is niet bekend of deze tekst ooit is gepubliceerd.
Met betrekking tot 25 juli 1944 heeft Goebbels in zijn dagboek geschreven dat gewerkt wordt aan een nieuwe Nostradamusbrochure, bestemd voor Engeland.[36] Mogelijk is dit de brochure Nostradamus and England geweest, waarnaar Centgraf had verwezen in de uitgave-1960 van Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte.[37]

Kettingbrieven
Volgens de aantekeningen van Sommerfeldt stelde Goebbels voor propaganda, gebaseerd op een bepaald kwatrijn in omloop te brengen in de vorm van een handgeschreven of getypte kettingbrief.[38]
Met betrekking tot 13 december 1939 had Goebbels in zijn dagboek geschreven dat Taubert op geweldige wijze kettingbrieven had gemaakt op basis van "Nostradamus".[39]

Pamfletten
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 22 november 1939 werd aan Gutterer de opdracht gegeven voorstellen te doen inzake een Nostradamuspamflet, gericht tegen Frankrijk. Op 25 november 1939 werd hij in de geheime dagelijkse propagandabespreking tot spoed gemaand.[40] Hoe dit pamflet eruit heeft gezien en of het ooit in omloop is gebracht, is niet bekend.

Radio-uitzendingen
Volgens de aantekeningen van Sommerfeldt stelde Goebbels voor om propaganda, gebaseerd op een bepaald kwatrijn via de radio uit te zenden in Frankrijk.[41] Uit aantekeningen in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 25 mei 1940 en uit de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 26 mei 1940 blijkt dat in die dagen in propagandistische radio-uitzendingen Nostradamuscampagnes werden gevoerd.[42] 
Radio-uitzendingen in Engeland waarin Nostradamuscampagnes werden gevoerd die tegen Engeland waren gericht, zijn ter sprake gekomen in onder andere de geheime dagelijkse propagandabesprekingen van 22 juli 1940 en 10 september 1940.[43] 

 

Feiten en fictie over Goebbels, Krafft en het Propagandaministerie

Karl Ernst Krafft (Zürich, ca. 1932)
Karl Ernst Krafft
Zürich, ca. 1932

Het laatste onderwerp in dit artikel is de relatie tussen Goebbels, Krafft en het Propagandaministerie, waarover tal van tegenstrijdige gegevens in omloop zijn.
Naar mijn mening heeft de Britse onderzoeker Ellic Howe over de meest betrouwbare gegevens beschikt aangaande de betrokkenheid en werkzaamheden van Krafft in Nostradamuscampagnes. Howe heeft gesprekken kunnen voeren met twee mensen die Krafft in die tijd van nabij hebben gekend: prof. dr. Hans-Hermann Kritzinger, die met het oog op propaganda aan Goebbels het voorstel deed Krafft te benaderen, en Georg Lucht, die Krafft terzijde stond in de periode januari-april 1940, toen Krafft in Amt VII - B1 van het Reichssicherheitshauptamt begon met het schrijven van een brochure, die in het najaar van 1940 als bijlage werd toegevoegd aan een fotokopie van een editie-B.Rigaud-1568 van de Centuriën die buiten de boekhandel om in een beperkte oplage van 299 exemplaren werd verspreid. Tegenover Howe gaf Lucht te verstaan dat Krafft Goebbels nooit heeft ontmoet.
Uit de gesprekken met Kritzinger en Lucht, uit verder onderzoek van Howe naar het leven en werk van Krafft en uit aanvullend onderzoek van Ulrich Maichle en ondergetekende is de volgende tijdtafel naar voren gekomen:

Mei 1937
Krafft, woonachtig in Zwitserland, treedt in het huwelijk met Anna Theresia van de Koppel. Enkele maanden later verhuizen zij vanuit Zwitserland naar Urberg in het Zwarte Woud in Duitsland.

Oktober 1939
Krafft begint te werken voor Amt VII - B1 van het Reichssicherheitshauptamt in de vorm van het schrijven van economische en politieke commentaren en speculaties, van tijd tot tijd gebaseerd op planetaire cycli. 

November 1939
Krafft wordt gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de aanslag op Hitler op 9 november 1939 in de Bürgerbraukeller in München; in één van zijn berichten had hij erop gewezen dat het leven van Hitler in de periode van 7 tot 10 november gevaar liep en dat er een aanslag zou kunnen worden gepleegd met explosieven. Krafft wordt vanuit Freiburg overgebracht naar Berlijn voor verhoor door de Sicherheitsdienst die hem wegens gebrek aan bewijs vrijlaat. 

December 1939
Op voorstel van Kritzinger wordt Krafft opgeroepen naar Berlijn te komen; men wil bezien of hij op basis van de Centuriën propagandamateriaal zou kunnen vervaardigen. 

Januari 1940
Krafft en zijn echtgenote verhuizen van Urberg in het Zwarte Woud naar Berlijn; Krafft begint de Centuriën door te werken voor Amt VII - B1. 

Februari 1940
Krafft komt in Amt VII - B1 met zijn superieuren in conflict over de inhoud van zijn correspondentie met Viorel Virgil Tilea, de Roemeense ambassadeur in Londen.

Maart 1940
Krafft komt in Amt VII - B1 met zijn superieuren in conflict over zijn brochure, waarvan zijn superieuren vinden dat de inhoud in militair en politiek opzicht te ver gaat. 

April 1940
Krafft vindt een baan als vertaler bij het Deutsche Nachrichtenbüro.

Mei 1940
Krafft wordt door Wilmanns benaderd om een Nostradamusbrochure te schrijven voor Buitenlandse Zaken. Krafft heeft hiervoor ongeveer een maand nodig. Hij schrijft deze brochure in het Duits en vervaardigt zelf een Franse vertaling, die hij in oktober-november 1940 voltooit.

Eind 1940
Krafft laat aan Lucht (Lucht was op eigen verzoek in maart 1940 overgeplaatst en was niet meer betrokken bij Nostradamuscampagnes) enkele ontwerpen zien van brochures die hij voor het Propagandaministerie heeft vervaardigd.

Juni 1941
Krafft wordt gearresteerd in het kader van de Aktion-Heß, een razzia onder astrologen en occultisten in Duitsland als reactie op de overtocht van Rudolf Heß, Hitlers plaatsvervanger, naar Engeland op 10 mei 1941. Tot aan zijn dood op 8 januari 1945 in het concentratiekamp Buchenwald, waarin hij op 27 november 1944 arriveerde, heeft Krafft zijn leven in gevangenschap doorgebracht in verschillende locaties in Berlijn. 

In het hiernavolgende staan korte samenvattingen van een aantal verhandelingen over Goebbels, Krafft en het Propagandaministerie en vergelijkingen ervan met de in dit artikel gepubliceerde tijdtafel. Van sommige verhandelingen kon de bron worden achterhaald. 

 

Dr Goebbels nach Aufzeichnungen aus seiner Umgebung
Dr. Goebbels nach aufzeichnung 
aus seiner Umgebung

Boris von Borresholm / Karena Niehoff (DE, 1949)
Volgens het scenario van Boris von Borresholm en Karena Niehoff werd Krafft in november-december 1939 door de Gestapo vrijgelaten en overgebracht naar het kantoor van Goebbels. Aldaar legde Krafft Goebbels uit dat de woorden Duc d'Armenie in kwatrijn 05-94 betrekking hebben op Hitler als "leider van het land van Arminius" = Duitsland. Naar aanleiding van deze uitleg kwam Goebbels op het idee de Centuriën te gebruiken voor psychologische oorlogvoering. Krafft kreeg van hem de opdracht de horoscoop van Hitler voortdurend in de gaten te houden. Dit scenario is niet houdbaar, evenmin als de verwijzing van Von Borresholm en Niehoff naar een manuscript van Krafft, getiteld Einführung zu den Propheties de Maistre Michel Nostradamus dat Krafft Goebbels aansluitend op zijn vrijlating in 1939 zou hebben laten zien. Pas in januari 1940 begon Krafft, in dienst van Amt VII - B1 van het Reichssicherheitshauptamt, een brochure te schrijven die laat in 1940 als bijlage werd opgenomen bij een fotokopie van een editie-B.Rigaud-1568 van de Centuriën onder de titel Einführung zu den Propheties de Maistre Michel Nostradamus.[44] 
Von Borresholm en Niehoff hebben slechts één propagandamiddel opgevoerd: pamfletten, die door de Luftwaffe boven Frankrijk werden uitgestrooid in de meidagen van 1940. Volgens hen was de tekst van deze pamfletten samengesteld op basis van de inhoud van kwatrijn 05-94. Kennelijk hebben zij aan dit kwatrijn een belangrijke rol in de propaganda toegekend. In de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. is kwatrijn 05-94 echter niet ter sprake gekomen.

 

Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte
Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte

Nostradamus - prophetische Weltgeschichte
Nostradamus - prophetische Weltgeschichte

Dr. N. Centurio (dr. phil. Alexander Max Centgraf, DE, 1953, 1962 en 1968)
Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1953) is het eerste naoorlogse Centurie-commentaar van dr. N. Centurio, achter welke naam de voormalige nationaalsocialist dr. phil. Alexander Max Centgraf schuilgaat. Hij besprak hierin alle kwatrijnen, ook die van de Centuriën 11 en 12 en de Présages
Op de pagina's 127-129 leverde Centgraf commentaar op kwatrijn 05-94, dat hij aan de jaren 1940 en 1945 koppelde en besprak hij allerlei zaken die volgens hem met dit kwatrijn verband hielden. Zo schreef hij dat de bekende astroloog en Nostradamus-onderzoeker Krafft letterlijk en figuurlijk op dit kwatrijn was stukgelopen. Krafft had de woorden Duc d'Armenie in de derde regel opgevat als een zinspeling op Stalin en deze opvatting voorgelegd aan Goebbels (niet duidelijk is in welk jaar) om via hem de verantwoordelijke politieke leiders in Duitsland te waarschuwen. Met zijn overredingskracht wist Goebbels Krafft ervan te overtuigen dat deze woorden betrekking hadden op Hitler. Volgens Goebbels was het uitgesloten dat Stalin in het geval van een Duitse nederlaag door zou kunnen stoten naar Keulen, een opvatting waarin Krafft zich kon vinden. Tragisch genoeg legde Krafft zijn beroep als statisticus neer en ging hij werken voor het nationaalsocialistisch propaganda-apparaat. Als geboren Zwitser liet hij zich niet volledig gelijkschakelen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij zijn einde vond in een concentratiekamp.
[45] 
Op 28 juni 1962 heeft Centgraf aan Howe in het Engels een brief geschreven, waarin hij onder andere meedeelde Krafft en Goerner, een medegevangene, te hebben bezocht in de Lützowstraße in Berlijn, waar zij gevangen werden gehouden, en begin februari 1943 een gesprek te hebben gevoerd met een zekere heer Hirsch, zijn bewaker. Centgraf wilde met de Gestapo een onderhoud voeren over Krafft, maar de Gestapo ging met hem niet in gesprek.
[46]
In Nostradamus - prophetische Weltgeschichte, verschenen in 1968, gaf Centgraf onder de naam Dr. N. Alexander Centurio commentaar op een groot aantal kwatrijnen. In het commentaar op kwatrijn 05-94 schreef hij dat Krafft zich in 1938 uit eigen beweging tot Goebbels had gewend en dat Goebbels met dit kwatrijn een voor Duitsland gunstige wending aan het geluk wilde geven. Goebbels haalde Krafft ertoe over de woorden grand duc d'Armenie te vervangen door de woorden grand duc d'Arminie, die konden worden uitgelegd als een zinspeling op Arminius, een Duitse leider uit vroeger tijden, en zodoende konden worden gekoppeld aan Hitler in plaats van aan Stalin. Krafft stemde hiermee in, kreeg een aanstelling in het Propagandaministerie en werd benoemd tot astrologisch adviseur van Hitler. Als geboren Zwitser liet hij zich niet gelijkschakelen, maar probeerde hij door verkeerde of bewust vaag gehouden voorspellingen Hitlers plannen te doorkruisen. Samen met zijn leerling Görner werd hij in 1944 gearresteerd door de Gestapo op verdenking van sabotage. Het lukte Centgraf niet om Krafft vrij te krijgen. Op een gegeven moment werd Krafft uit Berlijn weggevoerd en geëxecuteerd in een concentratiekamp.
[47] 
Drie uiteenlopende scenario's, geschreven door iemand die in de oorlogsjaren nationaalsocialistische propaganda vervaardigde op basis van de Centuriën en/of Centurie-commentaren, materiaal dat hij na de oorlog in in latere publicaties verwerkte en waar hij nooit publiekelijk afstand van heeft genomen. 
Uit de brochure Voorspellingen die uitgekomen zijn... kan worden afgeleid dat Centgraf reeds in de oorlogsjaren in het bezit was van een exemplaar van de fotokopie van de editie-B.Rigaud-1568 van de Centuriën, waaraan Kraffts Einführung... was toegevoegd. Of Centgraf Krafft heeft gekend, is niet duidelijk. Of hij pogingen heeft ondernomen Krafft vrij te krijgen, valt niet te staven. In Nostradamus - Prophetische Weltgeschichte heeft Centgraf verhaald over een in Berlijn zoekgeraakte editie van de Centuriën, die in 1939 door de Reichskanzlei was geretourneerd, voorzien van aantekeningen bij een kwatrijn dat op Hitler van toepassing zou zijn, een exemplaar dat hij, Centgraf, hoogstpersoonlijk in handen had gehad. Dit exemplaar bevindt zich echter nog steeds in Berlijn en bij het door Centgraf genoemde kwatrijn staan géén aantekeningen. Zijn relaas blijkt bij toetsing niet houdbaar te zijn.
[48] Zijn scenario's over Krafft zijn eveneens niet houdbaar. In 1938 was Krafft niet werkzaam als statisticus maar als schrijver, heeft hij Goebbels niet ontmoet, geen aanstelling gekregen in het Propagandaministerie en is hij ook niet benoemd tot astrologisch adviseur van Hitler. Hij werd in 1941 gearresteerd in het kader van de Aktion-Hess, niet in 1944 op verdenking van sabotage. Voorzover bekend is hij in kamp Buchenwald overleden aan uitputting en is hij aldaar niet geëxecuteerd.

 

Nostradamus - ein Leben...
Nostradamus - ein Leben in der bedeutendsten Zeitwende des Abendlandes...

Karl Drude (DE, 1963, 1969)
De Duitser Karl Drude heeft in zijn onderzoek naar de Centuriën voortgeborduurd op de bevindingen van Carl Loog, die in Die Weissagungen des Nostradamus (Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920]) het einde van de looptijd van kwatrijn 03-57 aan het jaar 1939 had gekoppeld en verwachtte dat in dat jaar een crisis in Engeland hand in hand zou gaan met een crisis in Polen, een verwachting die een jaar later zou opduiken in Kritzingers Mysterien von Sonne und Seeie.
Het relaas van Drude over de Tweede Wereldoorlog in Nostradamus - ein Leben in der bedeutendsten Zeitwende des Abendlandes und seine Auferstehung (München, 1963) keert vrijwel onveranderd terug in de heruitgave van de editie-J.Ribou-1668 van de Centuriën.
Volgens Drude staat in het register van Nostradamus-uitgaven van de Münchener Staatsbibliotheek een aantekening dat Hitler, die volgens hem lid was van het geheime, occulte Thule-genootschap, via een tussenpersoon een Nostradamus-uitgave had geleend en niet had teruggegeven.
Volgens Drude had Krafft in 1939 in een brief geschreven dat het leven van Hitler op 8 en 9 november in gevaar was. Deze brief werd door Goebbels ergens in een bureaula opgeborgen. Op 9 november was Hitler het doelwit van een bomaanslag. Goebbels zocht de brief van Krafft op en liet hem bij zich komen. In tegenstelling tot Loog had Krafft volgens Drude de achtergronden van de Centuriën niet ontraadseld. 
Volgens Drude kwam Krafft in februari 1940 tot de conclusie dat een Duitse inval in België en Nederland op handen was, en een grote veldtocht van de Führer door heel Europa. Deze opmerking zou deel uitmaken van Kraffts Einführung..., waarvan publicatie werd tegengehouden door de Gestapo. Pas in het najaar van 1940 werd de Einführung... gepubliceerd, en wel als bijlage bij de fotokopie van een editie-Lyon-1568 van de Centuriën. Het Propagandaministerie had ondertussen een pamflet, gericht tegen Frankrijk, niet laten verspreiden omdat het de Duitse plannen niet voortijdig bekend wilde laten worden.
Op basis van "dynogrammen" kwam Krafft tot verbluffende prognoses aangaande het verloop van de oorlog. Herhaalde malen zou Krafft Hitler hebben gewaarschuwd voor een val, een langdurige oorlog en een keerpunt in de oorlog en hem hebben aangeraden snel vrede te sluiten. Aan vrienden in Zwitserland schreef hij dat hij niet meer geloofde in een voor Duitsland gunstige afloop van de oorlog. Dit was de reden dat hij in een concentratiekamp belandde.
[49] 
Volgens het scenario van Drude is Krafft na de aanslag in november 1939 op Hitler niet gearresteerd door de Gestapo en in Berlijn verhoord door de Sicherheitsdienst, maar is hij door Goebbels opgeroepen zich in Berlijn bij hem te vervoegen. Dit staat haaks op de gegevens in de tijdtafel. Drude's mededeling dat een brief van Krafft, waarin hij een Duitse overwinning betwijfelde, aanleiding was hem te interneren, is uit de lucht gegrepen. Krafft werd geïnterneerd in het kader van de Aktion-Heß.

 

Wulff 1968 DE
Tierkreis und
Hakenkreuz
Wulff 1973 UK
Zodiac and
Swastika

Wilhelm Wulff (DE, 1968)
In 1968 verscheen bij uitgeverij Bertelsmann Gütersloh in München Tierkreis und Hakenkreuz - als Astrologe am Himmlers Hof, geschreven door de op 8 juni 1984 op 91-jarige leeftijd overleden astroloog Wilhelm Theodor Heinrich Wulff.[50]
 Wulff werd in juni 1941 gearresteerd in het kader van de Aktion-Heß. Na enkele maanden werd hij vrijgelaten op voorwaarde dat hij voor de rest van de oorlog als astroloog zou werken voor leiders van de SS
In de inleiding op Tierkreis und Hakenkreuz schreef Wulff dat het nationaalsocialistische regime astrologen enerzijds vervolgde en vermoordde en anderzijds voor hen lieten werken. Hij beschouwde Krafft, die hij na zijn arrestatie in 1941 tevergeefs had geprobeerd vrij te krijgen, als een tragisch voorbeeld van deze handelwijze. 
De gegevens van Wulff over Krafft over de periode oktober 1937 - januari 1940 komen vrij goed overeen met de in dit artikel gepubliceerde tijdtafel, maar volgens Wulff was Krafft in januari 1940 gaan werken bij het Propagandaministerie, terwijl Krafft volgens de tijdtafel werkzaam bleef bij Amt VII B1 van het Reichssicherheitshauptamt
In hoofdstuk 7 schreef Wulff dat de Nostradamuscampagne van het Propagandaministerie zich afspeelde tussen eind 1939 en de herfst van 1940 en voornamelijk bestond uit 16 pagina's tellende brochures met voorspellingen van Nostradamus die Krafft had geselecteerd en die door ijverige schrijvers in het Propagandaministerie waren bewerkt in termen van de val van het Britse Rijk en de onvermijdelijke, totale overwinning die Duitsland zou behalen. Volgens Wulff werd in toonaangevende Engelse, Spaanse en Zweedse kranten het tendentieuze karakter van deze brochures beschreven. In dit artikel is de achtergrond beschreven van de Nostradamusbrochure die het Propagandaministerie in acht talen in omloop bracht in de periode maart - juli 1940, een brochure waaraan Krafft geen enkele bijdrage heeft geleverd en ook niet heeft kunnen leveren, omdat hij in die tijd niet werkzaam was voor het Propagandaministerie. 
De kans bestaat dat Wulff met zijn opmerking de vertalingen heeft bedoeld van Die Prophezeiungen des Nostradamus, deel 18 in de serie Informations-Schriften. Deze brochures hadden een omvang van ongeveer 16 pagina's. De serie Informations-Schriften is vertaald in onder andere het Engels, Spaans en Zweeds. Bij het samenstellen van Die Prophezeiungen des Nostradamus is gebruik gemaakt van Kraffts typescript Nostradamus sieht die Zukunft Europas, maar dit typescript was geschreven in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken en niet in opdracht van het Propagandaministerie.[51]  
Wulff heeft niets geschreven over kettingbrieven, pamfletten of radio-uitzendingen.

 

The mask of Nostradamus
The mask of Nostradamus

James Randi (US, 1990)
Krafft was Zwitsers staatsburger en heeft met enkele korte tussenpozen het grootste deel van zijn leven in Zwitserland gewoond. Enkele maanden na zijn huwelijk in mei 1937 met Anna Theresia van de Koppel verhuisde hij met zijn vrouw vanuit Zwitserland naar Urberg in het Zwarte Woud. Dit gegeven is het eerste gegeven dat het scenario van James Randi ontkracht dat Krafft in 1935 op uitnodiging van de nazi's naar Duitsland verhuisde en aldaar door het Propagandaministerie enthousiast werd onthaald. Ook de rest van het scenario van Randi (onder andere de suggestie dat Krafft was verbonden aan Amt VI, de contraspionageafdeling van het Reichssicherheitshauptamt, felle antisemitische toespraken van Krafft in de jaren na 1935, een interventie van Rudolf Heß, Hitlers plaatsvervanger, waardoor de Gestapo Krafft in november-december 1939 vrijliet en Krafft de persoonlijke astroloog werd van Heß) is niet houdbaar. 
Randi's opmerking dat materiaal van Krafft is vertaald in het Engels, Frans, Italiaans, Nederlands, Roemeens en Zweeds is niet juist.Nostradamus sieht die Zukunft Europas is vertaald in het Deens, Frans, Italiaans, Spaans, Portugees en Roemeens.[52] De kans bestaat dat Randi de vertalingen heeft bedoeld van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s., die is vertaald in het Engels, Frans, Italiaans, Kroatisch, Nederlands, Roemeens, Servisch en Zweeds. Krafft heeft echter niets van doen gehad met de Duitse grondtekst van deze vertalingen of met die vertalingen zelf.
Randi heeft niets geschreven over welke middelen het Propagandaministerie gebruikte bij het voeren van Nostradamuscampagnes.
De Nederlander Marten Hofstede heeft in Het raadsel Nostradamus - zijn leven, werken en voorspellingen (Rijswijk, 1996) het scenario van Randi overgenomen, inclusief de vermelding dat Goebbels door een zekere overste Von Herwarth een nieuwe Duitse vertaling van de Centuriën liet maken.[53] Die vermelding is een letterlijke vertaling van Goebbels' aantekening in zijn dagboek met betrekking tot 4 december 1939 hat den Nostradamus neu übersetzt. Op deze website wordt ervan uitgegaan dat Goebbels bedoelde dat Herwarth von Bittenfeld, af en toe aangeduid met de naam Von Herwarth, op 4 december 1939 de eerste versie van zijn Nostradamusbrochure aan Goebbels had overhandigd.

 

Michel Chomarat (1997)
De Franse bibliograaf en Centurie-onderzoeker Michel Chomarat heeft in 1997 een expositie gehouden in de gemeentebibliotheek van Lyon met als thema: interpretaties van de Profetieën van Nostradamus in de loop der eeuwen ter gelegenheid van het op handen zijnde jaar 1999 (vgl. kwatrijn 10-72) en de overgang naar het derde millennium in de christelijke jaartelling. Over deze expositie is een Franstalige website gemaakt, getiteld Prophéties pour temps de crise. Met het oog op de lotgevallen van de Centuriën in de Tweede Wereldoorlog heeft Chomarat op deze website een passage besproken uit de memoires van Walter Schellenberg, vanaf 1942 hoofd van Amt VI (contraspionage) van het Reichssicherheitshauptamt, die in de meidagen van 1940 Nostradamuspamfletten had vervaardigd en had laten uitstrooien over Frankrijk met een voor hem zeer verrassende uitwerking. Kort daarna, aldus Chomarat, zou Goebbels hoogstpersoonlijk in de nationale bibliotheek in München de Lyonese editie van 1557 van de Profetieën hebben "geleend" opdat Karl Ernst Krafft, een Zwitserse astroloog in dienst van de nazi's, na interpretatie zou kunnen aankondigen dat het Derde Rijk duizend jaar lang zou bestaan. In februari 1941 werd in Brussel Kraffts Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? uitgegeven, dat nadien in tal van talen werd vertaald. In het nauw gebracht door de Duitse nederlagen fabriceerde Krafft snel valse profetieën die in de bezette gebieden als psychologisch wapen moesten worden ingezet. Wegens de toenemende verslechtering van de militaire situatie voor Duitsland zou Goebbels volgens Chomarat bepaald niet onder de indruk zijn geweest van de uitwerking van deze propaganda, omdat Krafft tragisch genoeg zijn einde vond op 8 januari 1945 in het concentratiekamp Buchenwald.
[54]
Volgens Chomarat heeft Comment Nostradamus a-t-il entrevu... als grondtekst gefungeerd voor latere vertalingen. Dit is niet juist: Comment Nostradamus a-t-il entrevu... is vertaald uit het Duits, evenals de Deense, Hongaarse, Portugese, Roemeense en Spaanse vertaling. De vermelding dat deze brochure in februari 1941 in omloop kwam, staat haaks op de opmerking achterin deze brochure dat de druk ervan was voltooid op 18 april 1941. Bovendien is deze brochure niet vervaardigd in opdracht van het Propagandaministerie, maar van het ministerie van Buitenlandse Zaken. 
De suggestie dat Krafft in opdracht van het Propagandaministie valse kwatrijnen heeft vervaardigd, is uit de lucht gegrepen. In Nostradamus sieht die Zukunft Europas en de Einführung... heeft Krafft de oorspronkelijke kwatrijnteksten ongemoeid gelaten. De "vervalsing" school in het vervaardigen van tendentieuze vertalingen op geleide van (propagandistische) interpretaties.
Het is niet waarschijnlijk dat Goebbels een editie-Lyon-1557 van de Centuriën uit de nationale bibliotheek van München heeft gehaald om deze aan Krafft te geven voor studiedoeleinden. Deze editie bevat het Voorwoord, gericht aan César, en de eerste zeven Centuriën, niet de Brief aan Henri II en niet de achtste, negende en tiende Centurie. In Nostradamus sieht die Zukunft Europas formuleerde Krafft op basis van fragmenten uit de Brief aan Henri II en kwatrijnen uit de Centuriën 09 en 10 dat Nostradamus
de aanloop naar de oorlog had voorspeld en de Duitse invasie in Frankrijk op 10 mei 1940.[55]  
Het materiaal dat mij ter beschikking staat bevestigt niet de suggestie van Chomarat dat Goebbels er de hand in zou hebben gehad dat Krafft in een concentratiekamp belandde.

 

Nostradamus De grootste ziener aller tijden
Nostradamus 
De grootste ziener aller tijden

Jan Vandervoort (NL, 1998)
In Nostradamus De grootste ziener aller tijden, een taalkundig gemoderniseerde versie van de vertaling van de Centuriën die mr. dr. H. Houwens Post in 1941 had vervaardigd onder het pseudoniem mr. dr. W.L. Vreede, heeft Jan Vandervoort op de pagina's 39 t/m 41 aandacht besteed aan het gebruik in de Tweede Wereldoorlog van de Centuriën voor propagandadoeleinden. Veel van de feiten en gebeurtenissen die hij ter sprake bracht, kunnen worden teruggevoerd op The Nostradamus Encyclopedia (Peter Lemesurier, New York, 1997).
Volgens Vandervoort was de echtgenote van Goebbels vooral geïnteresseerd in kwatrijn 04-68, vanwege het feit dat in dit kwatrijn het woord Hister staat. Goebbels zou dit kwatrijn hebben misbruikt door te stellen dat Hister eigenlijk Hitler betekende. Deze mededelingen kunnen op goede gronden worden aangevochten. Ten eerste is de koppeling van het woord Hister aan de persoon van Hitler geen Duitse vondst, maar een Engelse, namelijk van James Laver, de schrijver van Nostradamus or the future foretold (Londen, 1942). In 1943 is deze koppeling toegepast in de propagandistische Britse brochure Nostradamus prophezeit den Kriegsverlauf. De Fransman De Fontbrune heeft de Hister-kwatrijnen (de kwatrijnen 02-24, 04-68 en 05-29) aan Duitsland, maar dan op grond van het feit dat de Donau (vroeger aangeduid met de naam Ister) door Duitsland stroomde.[56] Ten tweede hebben noch Herwarth von Bittenfeld c.s. noch Centgraf deze kwatrijnen besproken in hun propagandistische teksten. Herwarth von Bittenfeld c.s. hadden de koppeling door dr. Bruno Winkler in Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert van kwatrijn 03-58 aan de geboorte en opkomst van Hitler opgevoerd; Centgraf had het woord Hadrie in de kwatrijnen 01-08, 02-55 en 10-38 opgevoerd als anagram voor enerzijds Adolf Hitler en anderzijds Adria, de As-mogendheden. 
Vandervoort verhaalt verder dat admiraal Dönitz, in het begin van de Tweede Wereldoorlog succesvol in zijn onderzeebootacties, in "Goebbels' propagandamachine" werd gekoppeld aan kwatrijn 09-90. Hiertegen kan worden ingebracht dat Herwarth von Bittenfeld c.s. geen aandacht hebben besteed aan dit kwatrijn, terwijl Centgraf dit kwatrijn koppelde aan de Duitse steun aan Italië tijdens de Italiaanse veldtocht in Abessynië en aan de Anschluß in 1938 van Oostenrijk.

 

De Centuriën als middel om de publieke opinie te beïnvloeden
De naam van Goebbels is onlosmakelijk verbonden aan het gebruik van de Centuriën voor propagandadoeleinden. Goebbels is echter niet de eerste geweest die hiertoe opdracht heeft gegeven. Zo lang als de Centuriën bestaan is op uiteenlopende manieren geprobeerd om via de Centuriën de publieke opinie te beïnvloeden.
Eén van de eerste keren, misschien wel de eerste keer dat werd geprobeerd de publieke opinie te beïnvloeden door middel van de Centuriën, is beschreven door de Franse Centurie-onderzoeker dr. Jacques Halbronn. Zijn beschrijving raakt aan de ontstaansgeschiedenis van de Centuriën. Tijdens en na de Franse godsdienstoorlogen in de laatste decennia van de zestiende eeuw, waarin de Centuriën langzamerhand vorm kregen om in de loop van de zeventiende eeuw uit te groeien tot de vorm die wij vandaag de dag kennen, hebben volgens Halbronn aanhangers van het katholieke Franse vorstenhuis Lorraine en die van het protestante vorstenhuis Vendôme de Centuriën ten eigen bate gebruikt. In edities van de Centuriën die in die tijd in het door de katholieke Ligue geregeerde Parijs werden uitgegeven, ontbraken de centuriën 08, 09 en 10. Volgens Halbronn wilde de Ligue niet dat ruchtbaarheid zou worden gegeven aan voorspellingen in deze centuriën van de overwinning van het huis Vendôme (anagram: Mendosus) op het huis Lorraine (anagram: Norlaris). Het ontbreken van de centuriën 08, 09 en 10 kan worden gezien als een vorm van censuur. Halbronn heeft verder geconstateerd dat in het eerste deel van de Centuriën, de centuriën 01 t/m 07, kwatrijnen werden opgenomen ten gunste van de Ligue i.c. het huis Lorraine en dat in het tweede deel, de centuriën 08 t/m 10 én de Brief aan Henri II, de belangen werden gediend van het huis Vendôme.[57]
Het uit 1672 daterende Explication des prédictions tirées des Centuries de Nostradamus sur la présente guerre de France avec la Hollande et les evenemens qui pourront suivre cette Guerre. Dédiée au Roy. Avec le Memente de la Comtesse d'Hollande, is een Centurie-commentaar met een politieke boodschap. In dit commentaar betoogde de Franse historicus Jacques (Chevalier) de Jant,  beheerder van het rariteitenkabinet van een broer van de Franse koning Louis XIV, aan de hand van een aantal kwatrijnen en Sixains dat Frankrijk de overwinning zou behalen in de oorlog met de Republiek der Vereenigde Nederlanden die in die tijd gaande was.[58] 
Het Frans-Nederlandstalig pamflet Quadrains de Nostradamus Imprimez à Aix-en-Provence 1525 - is een voorbeeld van het fabriceren van kwatrijnen op naam van Nostradamus, lang na diens overlijden in 1566, met het oog op omstandigheden in het tijdvak waarin het pamflet is verspreid. De inhoud van dit  - ongedateerde - pamflet, verschenen bij I. Veli in Den Haag, dateert niet uit 1525 zoals de titels aangeven, maar uit 1688-'89, toen stadhouder Willem III in Engeland landde en tot koning werd gekroond. In het vierde kwatrijn in dit pamflet, waarin de Franse kwatrijnversies waren opgesteld volgens het rijm- en klemtoonschema van de Centurie-kwatrijnen, werd Louis XIV gemaand een einde te maken aan de bezetting van het prinsdom Orange; hij zou het anders duur moeten bekopen.[59] 

 

De Meern, 6 december 2007
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 17 mei 2012

 

Noten
De titels, de plaats en het jaar van uitgifte van de publicaties van de in deze noten genoemde auteurs staan in de bibliografie.

  1. Voor biografische gegevens van Joseph en Magda Goebbels zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 
    - Fröhlich, dr. E.: Goebbels, Joseph en Goebbels, Magda in: Biographisches Lexikon zum Dritten Reich (Frankfurt am Main, 1999, p.149-153);
    - Fröhlich, dr. E.: Goebbels glaubte, was er sagte; Die Ruhr-Besetzung prägte Goebbels en Goebbels war ein Geisteskrieger; interviews met dr. Elke Fröhlich ter gelegenheid van 60 Jahre Kriegsende (Westdeutsche Rundfunk, 8 maart 2005);
    - Zeman, Z.A.B.: De propaganda van de nazi's (Hilversum, 1966 [1964]);
    - de.wikipedia.org. [tekst]
  2. In Die Grundlagen des neunzehnten Jahrhunderts (München, 1899) had Chamberlain (1855-1927), een Duitse wetenschapper van Britse afkomst, betoogd dat de westerse beschaving doordrenkt is van de invloed van de "Teutoonse volken" (Duitsers, Kelten, Slaven), de crème de la crème van wat hij het "arische ras" noemde. Ariërs vormden in zijn ogen een elite-ras. De vernietiging van het Romeinse Rijk door Germaanse stammen had volgens Chamberlain de westerse samenleving behoed voor Semitische dominantie. [tekst]
  3. Prof. dr. Meier Schwarz en Karin Lange: Die "Kristallnacht"-Lüge. [tekst]
  4. Boelcke-1966, p.11. [tekst]
  5. Boelcke-1966, p.14-15 en p.24. [tekst]
  6. Boelcke-1989 (1967), p.15-16. [tekst]
  7. Van Berkel: Dr. Goebbels nach Aufzeichnungen aus seiner Umgebung (B. von Borresholm, K. Niehoff, Berlijn, 1949). [tekst]
  8. Boelcke-1966, p.24-25.[tekst]
  9. - Howe, p.220; 
    - Van Berkel: De lotgevallen in 1939 van Mysterien von Sonne und Seele.
    Nog geen maand na de Duitse inval in Polen werd het Propagandaministerie getipt over hoe treffend kwatrijn 03-57 deze inval leek te illustreren. In een aanvulling op zijn bericht van 19 september 1939 over de activiteiten van het Deutsche Gesellschaft für wissenschaftlichen Okkultismus schreef haar voorzitter Konrad Schuppe, Oberleutnant a.D. op 25 september 1939 aan de commissaris van politie in Berlijn dat hij die dag het uit 1922 daterende commentaar van Loog en Kritzinger (hiermee is Mysterien von Sonne und Seele bedoeld) met betrekking tot de ondergang van Engeland voorgelegd had aan een (niet nader genoemde) medewerker van het Propagandaministerie. De ter zake toende passage op pagina 136 citerend, benadrukte Schuppe dat het jaartal 1939 vet gedrukt was. De medewerker van het Propagandaministerie had er bij Schuppe op aangedrongen een voordracht hierover te houden voor medewerkers van de afdeling Auslandpresse en stelde in het vooruitzicht dat mededelingen hierover in Engeland via de radio zouden worden uitgezonden, vanwege het bijgeloof dat onder een aanzienlijk deel van de Engelse bevolking leefde (Landesarchiv Berlin, A Pr.Br. Rep. 030-04 Nr. 327). In dit dossier is niet aangetekend of Schuppe de voordracht waarom hij werd verzocht, gehouden heeft of niet. [tekst]
  10. - Fröhlich, p.208; 
    - Van Berkel: Was bringt das Jahr 1940? (Berlijn, 1940 [1939])
    [tekst]
  11. - Sommerfeldt, p.56-57; 
    - Van Berkel: Das Oberkommando der Wehrmacht gibt bekannt (M.H. Sommerfeldt, Frankfurt am Main, 1952). [tekst]
  12. Boelcke-1966, p.434. [tekst]
  13. Howe, p.231-233. [tekst]
  14. Fröhlich, p.272. [tekst]
  15. Richter, p.136. [tekst]
  16. Richter, p.218. [tekst]
  17. Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
  18. Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
  19. Boelcke-1966, p.34-35. [tekst]
  20. Boelcke-1966, p.217. [tekst]
  21. Boelcke-1966, p.230 en 232. [tekst]
  22. - Fröhlich, p.208; 
    - Van Berkel: Was bringt das Jahr 1940? (Berlijn, 1940 [1939]).
    [tekst]
  23. Boelcke-1966, p.31. [tekst]
  24. Richter, p.218. Het kwam voor het ministerie van Buitenlandse Zaken pas in december 1940 vast te staan dat Hoe zal deze oorlog eindigen?, de Nederlandse vertaling van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s., die in april 1940 in omloop was gebracht door W.J. Ort in Den Haag, afkomstig was uit het Propagandaministerie. [tekst]
  25. Wilmanns aan Rahn, 27 mei 1940, in: Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
  26. Boelcke-1966, p.35. [tekst]
  27. Fröhlich, p.320. [tekst]
  28. Fröhlich, p.344. [tekst]
  29. Van Berkel: Nostradamus sieht die Zukunft Europas (K.E. Krafft, Berlijn, 1940). [tekst]
  30. Herwarth von Bittenfeld-1941, p.15-16. [tekst]
  31. - Richter, p.136;
    - Boelcke-1966, p.365;
    - Van Berkel: Die Kolonne des Nostradamus (dr. Th.Fr. Böttiger, Berlijn; 1940);
    - Van Berkel: Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, Berlijn, 1940). [tekst]
  32. Van Berkel: Nostradamus sieht die Zukunft Europas (K.E. Krafft, Berlijn, 1940). [tekst]
  33. Van Berkel:
    - Die Prophezeiungen des Nostradamus (Informations-Schriften #18, Berlijn, 1940);
    - Der Seher von Salon (Informations-Schriften #38, Berlijn, 1941). [tekst]
  34. - Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942
    - Van Berkel: Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre, Arnhem, 1941). [tekst]
  35. - Sommerfeldt, p.56-57; 
    - Van Berkel: Das Oberkommando der Wehrmacht gibt bekannt (M.H. Sommerfeldt, Frankfurt am Main, 1952). [tekst]
  36. Maichle: Die Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
  37. Howe, p.321-322. [tekst]
  38. Sommerfeldt, p.57. [tekst]
  39. Fröhlich, p.230. [tekst]
  40. Boelcke-1966, p.230 en 232. [tekst]
  41. Sommerfeldt, p.57. [tekst]
  42. Richter, p.134; Boelcke-1966, p.365. [tekst]
  43. Boelcke-1966, p.434 en 498. [tekst]
  44. - Von Borresholm / Niehoff, p.146-149; 
    - Van Berkel: Dr. Goebbels nach Aufzeichnungen aus seiner Umgebung (Von Borresholm/Niehoff, Berlijn, 1949).
    [tekst]
  45. Centurio-1953, p.128. [tekst]
  46. Howe, p.322. [tekst]
  47. Centurio-1968 (1966), p.216. [tekst]
  48. Van Berkel: Mysterie 14-18: De Eerste Wereldoorlog onverklaard (R. Heijster, Den Haag, 2000 [1999]). [tekst]
  49. Drude-1963, p.331-335. [tekst]
  50. In dit artikel is de online-versie bestudeerd van Zodiac and Swastika - Astrologer to Himmler's court, de Engelse vertaling van Tierkreis und Hakenkreuz, oorspronkelijk uitgegeven in Londen in 1973 (http://www.skyscript.co.uk/wulffF.html). [tekst]
  51. Van Berkel:
    - Informatie over de Informations-Schriften (Berlijn, 1940-1941);
    - Die Prophezeiungen des Nostradamus (Informations-Schriften #18, Berlijn, 1940);
    - Nostradamus sieht die Zukunft Europas (K.E. Krafft, Berlijn, 1940). [tekst]
  52. Zie het artikel van James Randi over Krafft op www.randi.org. In 1990 had hij dit al gepubliceerd in The mask of Nostradamus (New York).. [tekst]
  53. Hofstede, p.172. [tekst]
  54. Zie http://www.bm-lyon.fr/expo/virtuelles/nostradamus/g+.htm [tekst]
  55. Van Berkel: Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? (K.E. Krafft, Brussel, 1941 [1940]). [tekst]
  56. Van Berkel:
    - Nostradamus or the future foretold (J. Laver, Londen, 1942)
    - Nostradamus prophezeit den Kriegsverlauf (L. de Wohl e.a., Londen, 1943). [tekst]
  57. Halbronn: Brief over Nostradamus, 17 juli 2003 en Les deux quatrains "86" du couronnement. [tekst]
  58. De informatie over Jacques (Chevalier) de Jant is afkomstig uit: Benazra, p.247/248. [tekst]
  59. Van Berkel: Quadrains de Nostradamus... Eenige Profetien van Michiel Nostradamus.... [tekst]
 

 
top

© T.W.M. van Berkel, De Meern, NL
alle rechten voorbehouden / all rights reserved

top