|
Enkele
feiten uit het vooroorlogse deel van het leven van Frans Eduard Farwerck
Frans (Franz) Eduard
Farwerck werd geboren in Amsterdam op 4 maart 1889. Zijn vader, Franz Otto
Richard Heinrich
Farwerck, geboren op 24 februari 1856 in Schöppingen (Pruisen), van
beroep koopman, was Duitser en kreeg op 28 april 1904 de Nederlandse
nationaliteit; zijn moeder, Elise Dorothea Struve, geboren
op 1 mei 1850, was
Nederlandse. Frans Eduard had één broer, Carl Wilhelm, geboren op
10 september 1892 in Amsterdam. Op 7 december 1920 trad hij in het
huwelijk met Johanna Borrius, geboren te Amsterdam op 3 mei 1901. Uit
dit huwelijk werden drie zonen geboren. Voor zover mij bekend, is Frans
Eduard ongehuwd gebleven.
Frans Eduard Farwerck bezocht de 3-jarige HBS en de Openbare Handelsschool in
Amsterdam en volgde daarna een handelsopleiding in Duitsland,
Engeland en Frankrijk. In 1909 kwam hij in dienst bij het bijkantoor van
de NV Bruinkolen-briketten-handel in Rotterdam, waarvan zijn vader
president-directeur was. Na twee jaar werd hij directeur van dit
bijkantoor. In 1912 richtte hij in Hilversum een tapijtfabriek op, die
in de jaren erna door fusies uitgroeide. In 1933 werd de NV Verenigde
Nederlandsche Tapijtindustrie opgericht, met Farwerck als directeur.
Naast zijn directoraat van de NV Verenigde Nederlandsche Tapijtindustrie
bekleedde Farwerck een aantal nevenfuncties. Zo was hij
president-commissaris van het Hilversumsch Bankierskantoor en de
Glasfabriek Leerdam. Hij was één van de stichters van het Goois Museum
en eerste penningmeester bij de Hilversumse Rotary Club, waarvan hij
één van de oprichters was. Tot aan de jaren '30 deed hij ook veel
maatschappelijk werk.
Over zijn vrijetijdsbesteding in deze periode is bekend dat hij de paardensport
beoefende en oudheidkundige voorwerpen verzamelde.[1]
|

Le Droit Humain
|

Nostrodamus
|
De
Vrijmetselarij
In 1918 sloot
Farwerck zich aan bij de Vrijmetselarij. Van 1923 tot 1933 was hij
Grootmeester van de Nationale Raad van de Nederlandse Federatie van de
in Parijs zetelende Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij
"Le Droit Humain", waarin, in tegenstelling tot andere
vrijmetselaarsordes, niet alleen mannen actief waren, maar ook vrouwen,
en wel op gelijkwaardige basis.[2]
Uit de periode waarin Farwerck lid was van de Vrijmetselarij, stammen
diverse publicaties.[3] In 1920 verscheen bij de Maçonnieke Uitgevers
Maatschappij, gevestigd aan de Keizersgracht 133 in Amsterdam, de brochure Oordeel.
Bij deze uitgeverij verscheen in dat jaar op naam van J.
Farwerck-Borrius, Farwerck's schoonzuster, de brochure De vrouw in de
Vrijmetselarij.
Onder
het pseudoniem B.J. van der Zuylen verscheen in 1927 bij de Maçonnieke
Uitgevers Maatschappij Farwercks boek Mysteriën en inwijdingen in de
oudheid. Met het pseudoniem B.J. van der Zuylen verwees hij naar zijn lidmaatschap
van en werkzaamheden voor de Vrijmetselarij. De
initialen B en J stonden voor Boaz en Jachin, de linker-
en rechter zuil van het portaal van de Tempel van Salomo. De achternaam Zuylen
was eveneens een verwijzing naar de Tempel van Salomo.[4] Eveneens onder
het pseudoniem B.J. van der Zuylen verscheen in 1929 in nummer 2 van het
tijdschrift Bouwsteenen - voor een veelzijdige harmonische
levens- en wereldbeschouwing: driemaandelijksch tijdschrift gewijd aan
wijsheid en schoonheid van alle tijden, een artikel over Nostradamus
en zijn voorspellingen, getiteld Nostrodamus, een a-politiek
artikel waarin Farwerck probeerde met concrete bewijzen aan te tonen dat
het mogelijk was om voorspellingen te doen en dat Nostradamus de gave
van zienerschap bezat, wat bleek uit het feit dat hij de toekomst tot in
detail in zijn voorspellingen beschreven had. Bouwsteenen was een
uitgave van de eerder genoemde Maçonnieke Uitgevers Maatschappij. Deze
uitgeverij, die actief was tot 1932, bracht Nostrodamus later ook
in brochurevorm in omloop.
In 1931 verscheen bij de Maçonnieke Uitgevers Maatschappij De Hiram
mythe en het 3e Rituaal.
In 1934 beëindigde Farwerck zijn lidmaatschap van de Vrijmetselarij.
Volgens sommigen werd hij vanwege zijn lidmaatschap van de NSB uit de
Vrijmetselarij gezet.[5]
De NSB
Ten tijde van
zijn activiteiten in de Hilversumse Rotary Club ontmoette Farwerck
dominee Gerrit van Duyl, die later spreker zou worden bij de NSB. Of
deze ontmoeting ten
grondslag heeft gelegen aan Farwercks lidmaatschap van en werk voor de
NSB, is mij niet duidelijk. Op 28 november 1931, nog in de periode dat
hij Grootmeester was bij de Nederlandse tak van de Vrijmetselaarsorde "Le Droit
Humain" zou in Utrecht de oprichting plaatsvinden van het
Nederlands Ario-Germaans Genootschap, een pendant van het in 1925 in
Duitsland opgerichte Edda-genootschap, dat aan de hand van Arische literatuur en archeologie een einde wilde maken aan de onwetendheid in
Nederland over afstamming en geschiedenis. De leden van dit genootschap
zagen de oer-Arische cultuur als de bron van alle latere ook nu nog bekende culturen. Farwerck
was één van de ondertekenaars van de folder waarin de oprichting van
het Nederlandsch Ario-Germaansch Genootschap kenbaar werd gemaakt, maar trok
zich daags voor de oprichtingsbijeenkomst terug.[6]
In 1933, het jaar waarin Hitler in Duitsland aan de macht kwam, werd Farwerck lid van de NSB. Het is niet ondenkbaar, gelet op
zijn betrokkenheid bij het Nederlandsch Ario-Germaansch Genootschap, dat hij
in de voorliggende jaren tot de overtuiging was geraakt dat niet de Vrijmetselarij,
maar de Arische cultuur het fundament was waarop de wereld was gebaseerd
en waaraan hij verder moest bouwen. Zijn lidmaatschap van de NSB leidde
tot zijn royement in de Nederlandse tak van de Vrijmetselaarsorde "Le
Droit Humain".
In de beginjaren van zijn lidmaatschap van de NSB werd Farwerck één van de meest invloedrijke adviseurs
van ir. Anton Adriaan Mussert, de Algemeen Leider van de NSB. De belangrijkste
functie die hij in die jaren bekleedde, was die van
propagandaleider. Hij richtte de propaganda in de eerste
plaats op de arbeiders en de boeren en in de tweede plaats op de
middenstand. Voor zover mij bekend, heeft hij geen propaganda gevoerd op
basis van de Centuriën.
In juli 1937 richtte Farwerck de stichting Der Vaderen Erfdeel op,
gemodelleerd naar de Duitse SS-organisatie Ahnenerbe, die zich
tot doel had gesteld het archeologische, germaanse verleden van
Dietsland (Groot-Nederland) in kaart te brengen. Het
"werkgebied" van deze stichting is overeenkomstig dat van het Nederlandsch Ario-Germaansch Genootschap, waarvan
Farwerck zich vlak voor de oprichting, eind 1931, zich terug had
getrokken. Het uit 1936 daterende
maandblad De wolfsangel - Strijdblad voor Nederlandsch
volksbewustzijn, dat artikelen bevatte over runentekens,
opgravingen en oude gebruiken, werd in 1937 het officiële orgaan van de
stichting Der Vaderen Erfdeel. Op voorstel van Farwerck, die strijd en
oorlogsvoering verheerlijkte, werd de
wolfsangel het embleem van de WA, het "leger" van de NSB. Farwerck voerde in de NSB ook het gebruik
in van volkse namen voor de maanden, zoals louwmaand, sprokkelmaand en
wintermaand.
In 1937, herdrukt in 1943, verscheen bij uitgeverij Nenasu onder het
auteurspseudoniem F. van Schoping de door Farwerck geschreven brochure Het
volksche element in het nationaal-socialisme. Onder de vlag van de
stichting Der Vaderen Erfdeel verschenen in 1938 twee publicaties
van Farwerck onder zijn eigen naam: Het is anders dan men ons leerde
en Levend verleden, waarvoor hij veel reizen maakte waarin hij
onderzoek deed naar plaatselijke folklore, mythen en verhalen en veel voorwerpen
fotografeerde die van belang waren voor zijn onderzoek.[7] In 1940 verscheen de brochure Onze
voorvaderen lieten hun stempel om den goudsberg.
Dr. L. de Jong heeft in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede
Wereldoorlog Farwerck in diens hoedanigheid van lid van de NSB
getypeerd als een ascetische en ongemeen ijverige vrijgezel, een der
meest ontwikkelden in het NSB-milieu, die zich niet op de voorgrond
drong, een duidelijk overwicht had op Mussert, door velen werd bewonderd
en door velen benijd. Tegenover het feit dat Farwerck
één van de meest invloedrijke adviseurs van Mussert was, stond dat hij
in conflict raakte met mr. Meinoud Marinus Rost van Tonningen, die zich
in 1936 bij de NSB aansloot. Rost van Tonningen was
een verklaard tegenstander van Mussert en diens vertrouwelingen, waarvan
Farwerck, van wie hij wist dat hij vroeger lid was geweest van de
Vrijmetselarij, er één was.[8]
De Duitse nationaalsocialisten beschouwden de Vrijmetselarij als een
volksvijandige organisatie, die samen met de Joden op wereldmacht uit
was. Wie, hoe kort ook, lid was geweest van de Vrijmetselaars, was
volgens de Duitse nationaalsocialisten voor de rest van zijn leven
besmet. Ondanks deze opvattingen konden oud-Vrijmetselaars lid worden
van de NSB. Binnen de NSB waren de meningen over dit lidmaatschap echter
sterk verdeeld. Kort na zijn toetreden tot de NSB ging zijn verleden als
Vrijmetselaar Farwerck parten spelen. Uiteindelijk leidde het tot zijn
val. Op 14 november 1935
verscheen in de Nieuwe Tilburgsche Courant het artikel Het Fascisme
der N.S.B. - onder leiding der Vrijmetselarij, waarin werd onthuld
dat in La Franc-Maçonnerie feminine... (N. Smitkow, Parijs,
1933) was vermeld dat de vertegenwoordiger van de Nederlandse Federatie
F. Farwerck was, wat volgens de krant betekende dat de leiding van de
NSB-propaganda aan de Vrijmetselarij was toevertrouwd. De krant vroeg
zich dan ook af of christenen nog wel lid konden zijn van een
fascistische beweging die door Vrijmetselaars werd geleid en of
fascisten nog wel lid konden zijn van de NSB.
In 1937 bereidde Van Duyl in het geheim een campagne tegen de
Vrijmetselarij voor met als kennelijk doel Farwerck ten val te brengen.
Voor zover mij bekend is deze campagne niet ten uitvoer gebracht. Eind
1937 moest Van Duyl zelf het veld ruimen na het mislukken van een
complot om Mussert buiten spel te zetten. In de editie van 21
januari 1939 maakte de Nieuwe Tilburgsche Courant op grond van Rondschrijven
IV, een intern manifest van NSB-ers die de harde lijn voorstonden, gewag van agitatie in de NSB tegen de top van de
Beweging (Mussert, Van Geelkerken en Van Bilderbeek) die in plaats van
kameraadschap en fatsoen, verraad en laster in dienst van het volkse
beginsel zouden stellen. Volgens Rondschrijven IV was de geest van
geheimdoenerij, door Farwerck, voormalig grootmeester der Vrijmetselarij, in de Beweging gebracht, volksvreemd.
In de zomer van 1940 werden plannen gemaakt voor de oprichting van de
Nederlandsche Kultuurraad, een instituut dat wetenschappelijk en
cultureel Nederland gelijk moest schakelen. Farwerck was één van de
kandidaten voor deze Raad. Toen echter aan zijn lidmaatschap van de
Vrijmetselarij ruchtbaarheid werd gegeven, mogelijk door toedoen van Rost van
Tonningen, waarmee de uit 1936 daterende vijandschap tussen Farwerck en
Rost van Tonningen tot uitbarsting zou zijn gekomen, werd zijn
woning doorzocht door de Sicherheitsdienst, die een aan Farwerck
gerichte brief van de Nationale Raad der Vrijmetselarij vond. Mussert
zag zich gedwongen Farwerck te laten vallen. Dit viel hem zwaar. De stichting Der Vaderen
Erfdeel werd overgedragen aan de Volksche Werkgemeenschap, een orgaan,
verbonden aan de Nederlandse SS. Ondanks deze gang van zaken bleef
Farwerck, hoewel verbitterd, lid van de NSB en ageerde af en toe tegen
Rost van Tonningen.[9] Onder zijn auteurspseudoniem F. van Schoping
verscheen in 1941 bij uitgeverij Volk en Bodem de brochure Wien
Neêrlandsch bloed... het rassenvraagstuk en zijn beteekenis voor
Nederland.
|

Herdruk van
Mysteriën
en inwijding
in de oudheid
|
De
jaren na 1945
Na de
Tweede Wereldoorlog heeft Farwerck een aantal publicaties over
Noord-Europese mystiek geschreven. Onder het pseudoniem B.J. van der
Zuylen verschenen in 1953 bij uitgeverij Thule in Hilversum Noord-Europese
Mysteriën en Inwijdingen in de Oudheid en Noord-Europa, een der
bronnen van de Maçonnieke Symboliek. Bij Thule verscheen in 1953
eveneens het boekje Het teken van dood en herleving en het raadsel
van het Angelsaksische runenkistje, op naam van Farwerck zelf, die
in het voorwoord had geschreven dat dit boekje een uitwerking was van
Van der Zuylens Noord-Europese Mysteriën en Inwijdingen in de
Oudheid, alsof hij een boek van een andere auteur verder had
uitgewerkt. Eveneens onder zijn eigen naam verscheen in 1960 bij Thule
het boek De Mysteriën der Oudheid en hun inwijdingsriten.
In de periode 1955-1960 verschenen in het driemaandelijks
tijdschrift Nehalennia regelmatig artikelen van Farwerck over
onderwerpen als weerwolven en het "wilde heir".
In 1970, herdrukt in 1978, verscheen bij uitgeverij Ankh-Hermes in
Deventer het boek Noordeuropese mysteriën en hun sporen tot heden,
dat gezien kan worden als Farwercks voltooiing van het materiaal dat hij
hierover na de oorlog had gepubliceerd. In Noordeuropese mysteriën
en hun sporen tot heden reconstrueert hij op grond van literatuur,
archeologie en volkskunde Germaanse geheime leringen en erediensten
zoals inwijdingsriten en begrafenisdiensten.
In 1976 verscheen bij uitgeverij Schors in Amsterdam een herdruk van het
uit 1927 daterende boek Mysteriën en inwijdingen in de oudheid,
dat hij destijds onder het pseudoniem B.J. van der Zuylen had
geschreven.
Voorzover ik kan nagaan, heeft Farwerck na de oorlog geen publicaties
gewijd aan Nostradamus en/of de Centuriën.
In 1978
is Farwerck overleden.
Publicaties
van Farwerck over Nostradamus, besproken op deze website
Nostrodamus
(brochureversie van een artikel, oorspronkelijk verschenen in nummer
2 van de jaargang 1929 van Bouwsteenen - voor een veelzijdige harmonische
levens- en wereldbeschouwing: driemaandelijksch tijdschrift gewijd aan
wijsheid en schoonheid van alle tijden (Amsterdam).
De Meern, 3
juli 2011
T.W.M. van Berkel
Dankwoord
De schrijver dankt de heer R. Dijkstra, bibliothecaris van de
Theosofische Vereniging Nederland, voor het toezenden van een fotokopie
van de brochure Nostrodamus en voor het geven van informatie over
het tijdschrift Bouwsteenen.
Noten
-
Bronnen:
Frans Eduard Farwerck (http://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Eduard_Farwerck)
en een beknopt biografisch artikel over Farwerck in zijn
hoedanigheid van directeur van de NV Verenigde
Nederlandsche Tapijtindustrie (http://www.iisg.nl/ondernemers/pdf/pers-0466-01.pdf).
Biografische gegevens van Farwercks familie zijn overgenomen van http://www.humanitarisme.nl/personen/index.php?m=family&id=I16790.
[tekst]
-
Deze
vrijmetselaarsloge bestaat vandaag de dag nog steeds (http://www.droit-humain.org/paysbas).
[tekst]
-
Bronnen
voor de publicaties van Farwerck: http://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Eduard_Farwerck
en www.kb.nl. [tekst]
-
Zie:
http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2011/01/20/frans-eduard-farwerck.html.
[tekst]
-
Zie:
http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2011/01/20/frans-eduard-farwerck.html.
[tekst]
-
Dagblad
Het Vaderland, 18 en 27 november 1931. Online op http://kranten.kb.nl,
evenals de Nieuwe Tilburgsche Courant. [tekst]
-
Zie:
http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2011/01/20/frans-eduard-farwerck.html.
[tekst]
-
De
Jong-1972, 4-II, pp.582. [tekst]
-
De
Jong-1972, 4-II, pp.581-582. [tekst]
|