|
In dit artikel worden onder andere de begrippen "Colonne van Nostradamus" en
"Zesde Colonne" onder de loep genomen en wordt aandacht besteed
aan diverse nationaal-socialistische propaganda-aspecten, waaronder propaganda rond de
verovering van Parijs.
|
Die
Kolonne des Nostradamus
In de Völkischer Beobachter, de partijkrant van de NSDAP,
is op 27 mei 1940 het artikel Die Kolonne des Nostradamus
gepubliceerd. Hierin zette dr. Theodor Fr. Böttiger, een
diplomatiek correspondent, zich af tegen Engeland en probeerde hij
de Franse bevolking op te hitsen tegen haar regering door te
stellen dat Fransen, die waarde hechtten aan de voorspelling van
Nostradamus dat Parijs in 1940 zou worden verwoest en Engeland
zou worden vernietigd (Mandel, de Franse minister van
Binnenlandse Zaken, noemde hen de Colonne van Nostradamus of
Zesde Colonne), de werkelijkheid beter aanvoelden dan de Franse
premier Reynaud, die vertrouwde op generaal Weygand, die het
Franse leger moest gaan leiden in de strijd tegen de Duitsers.[1]
In Die Kolonne des Nostradamus hield Böttiger zijn lezers voor dat Engeland sinds het uitbreken van
de oorlog meer en meer in de hoek werd gedreven en van hulp verstoken
bleef. Om de Engelsen
onder controle te houden, vaardigde premier Winston Churchill volgens
Böttiger draconische maatregelen
uit, zoals omvangrijke arrestaties en
standrechtelijke executies.
Volgens Böttiger was Engeland, vanwege
het onheil dat haar overkwam, op zoek naar
een zondebok. Georges Mandel, de Franse
minister van Binnenlandse Zaken, had inmiddels de Colonne van Nostradamus, ook wel Zesde Colonne
genoemd, tot zondebok bestempeld. Uit een artikel dat was verschenen in het Franse blad Oeuvre
bleek volgens Böttiger dat in Frankrijk deze Colonne van
Nostradamus gemaand werd te zwijgen omdat zij het Franse moreel
ondermijnde, en desnoods zwaar moest worden gestraft.[2]
Volgens
Oeuvre was het noodzakelijk om minder standvastige Fransen te beschermen tegen de
stommiteiten van een aantal van hun landgenoten. Böttiger echter kende meer realiteitszin toe aan die Fransen
die waarde hechtten aan de voorspellingen van Nostradamus over de
verwoesting van Parijs en de vernietiging van Engeland, dan aan de Franse premier Paul
Reynaud, die vertrouwde op een wonder in de persoon van
generaal Maxime Weygand.[3]
Ter verklaring van de stemming die in Frankrijk heerste, citeerde Böttiger
uit een artikel, gepubliceerd in een
Deens tijdschrift. Hierin werd de lezers voorgehouden dat in Frankrijk
oorlog nooit populair was geweest en déze oorlog, een oorlog die de
Fransen niet hadden gewild, allerminst. De Fransen vroegen zich volgens
Böttiger af wat ermee kon worden gewonnen. Tegen Duitsland bestond in Frankrijk geen haat, eerder vrees en
respect. Frankrijk beschuldigde Engeland ervan Frankrijk mee te sleuren in haar ondergang.
In het verdere verloop schreef Böttiger dat de
situatie van de geallieerde troepen in Boulogne veel ernstiger was dan
de situatie van het Engelse leger in Boulogne in de strijd tegen Napoleon en dat de geallieerde
troepen in een staat van verwarring verkeerden. De Engelsen richtten in
Frankrijk tijdens hun terugtocht grote vernielingen aan, waardoor het
duizenden Belgische en Franse soldaten niet lukte Calais en Oostende te
bereiken.
Böttiger sloot zijn artikel af met de mededeling dat in het buitenland
berichten circuleerden over een terugtrekking van het merendeel van de
Franse troepen richting de Seine-Marne-linie en vroeg zich af of het
vijandelijk hoofdkwartier de slag om Vlaanderen reeds als verloren
beschouwde.
De Nostradamuspassage
in Die Kolonne des
Nostradamus
|
Uit:
dr. Th. Böttiger: "Die Kolonne des Nostradamus"
Völkischer Beobachter #148, p.2, 27 mei 1940
|
Vertaling
(Van Berkel, 2006) |
|
[...] Die Suche
nach dem Schuldigen, ein gefundenes Fressen für die Londoner
Boulevardpresse, macht nicht einmal vor den Beamten halt. Der
"New Statesman", ein Blatt, das die Freiheit der
Einzelperson bisher am schärfsten vertreten hat, fordert die
Einführung eines "britischen Erlasses des Harakiri für
untüchtige Beamte". [...]
Der
kleine, schmierige Jude Mandel, der jetzt in Frankreich das Volk
bespitzelt, hat inzwischen eine neue "Kolonne"
entdeckt. Es ist die "6. Kolonne", die "Kolonne
des Nostradamus". Gegen sie fährt das "Oeuvre"
schwerstes Geschütz auf. Ein Mitarbeiter des Blattes ist im
Laufe eines einzigen Tages von, wie er schreibt, "drei
Damen der besten Gesellschaft" angesprochen worden, die
sich vollen Ernstes über die Voraussagen des Nostradamus
unterhielten. "Man soll uns doch mit diesen vermaledeiten
Voraussagen des Nostradamus in Ruhe lassen", heisst es
weiter. "Wo jetzt Franzosen im Artois, in der Picardie, in
den Ardennen und in Lothringen ihr Blut vergießen, sei es nicht
angebracht, von der Zerstörung von Paris und andere
Salbadereien des alten Verrückten zu reden. Neben der fünften
Kolonne gebe es leider in Frankreich noch eine sechste Kolonne,
die "Kolonne des Nostradamus". Die soll jetzt ihren
Mund halten, fordert das Blatt, und der Name Nostradamus soll
nicht mehr ausgesprochen werden. Nötigenfalls müßte man mit
schärfsten Strafen gegen die Bewunderer und Anhängerinnen des
Michel von Nostradamus vorgehen. Die Moral gewisser
französischer Mitbürger sei zurzeit ziemlich gebrechlich.
Daher müsse man sie gegen das irrsinnige Geschwätz einer Bande
von Dummköpfen, die sich ihrer Dummheit nicht bewußt sind,
schützen.
Der von 1503 bis 1566 lebende Pariser Astrologe Michel de
Notredame (Nostradamus) hatte in einer berühmten Prophezeiung
für das Jahr 1940 die Zerstörung von Paris und die Vernichtung
Englands angekündigt. Dass "Damen der besten Gesellschaft"
seinen Prophezeiungen mehr vertrauen, anstatt wie Herr Reynaud auf das "Wunder" in Gestalt von General Weygand
zu vertrauen,wirft in der Tat ein bedeutliches Licht auf die "Moral
gewisser Leute". Bemerkenswert ist in diesem Zusammenhang
eine Schilderung der Lage in Paris durch die dänische
Zeitschrift "Kritisk Ugernve". Dort heißt es:
Der
Krieg sei in Frankreich niemals populär gewesen, und er sei es
noch weniger jetzt, wo Paris wieder bedroht sei. Überall werde
davon gesprochen, wer die Verantwortung für den Ausbuch des
Krieges habe, den niemand gewüscht habe, und Reynauds
Popularität beginne sich in das Gegenteil zu verwandeln. Die
Revolution gäre trotz aller strengen Verordnungen mit Androhung
der Todesstrafe. Unter den erschreckenden Eindrücken der
Auflösung, der Evakuierung von Paris und der Furcht vor der
Besetzung der Hauptstadt werde wieder und wieder die Frage
gestellt: was wolle Frankreich eigentlich noch in diesem Krieg
gewinnen? Bezeichnenderweise herrsche kein eigentlicher Haß
gegen die Deutschen, sonder eher Furcht und ein Respekt vor der
Wiedererhebung Deutschlands. Die Engländer dagegen werden
beschuldigt, Frankreich mit in das Unglück hineingerissen zu
haben, nur um Englands Ziele zu fördern.
Solche
Erkenntnis kommt aber zu spät. Zu spät kommt auch eine Warnung
der "Times", nicht auf ein "Zweites Wunder an der
Marne" zu hoffen. Man dürfte auch nicht auf allzu große
augenblickliche Ergebnisse einer alliierten Gegenoffensieve
erwarten. [...]
|
[...] De
zoektocht naar de schuldigen, een kolfje naar de hand van de
Londense boulevardpers, strekt zich uit tot de ambtenaren. De
"New Statesman", een blad dat tot dusver de vrijheid
van het individu zo sterk mogelijk vertegenwoordigde, eist de
invoering van een "Brits harakiridecreet voor onbekwame
ambtenaren". [...]
De
kleine, smerige Jood Mandel, die thans in Frankrijk het
volk bespioneert, heeft ondertussen een nieuwe "colonne"
ontdekt. Het is de "zesde colonne", de "colonne
van Nostradamus". Het "Oeuvre" brengt hiertegen
het zwaarst mogelijke geschut in stelling. Een medewerker
van het blad werd op een dag aangesproken door zoals hij
schrijft "drie dames uit gegoede kringen", die met
elkaar in volle ernst over de voorspellingen van Nostradamus
spraken. "Men moet ons met die vervloekte voorspellingen
van Nostradamus niet lastig vallen", klinkt het verderop.
"Waar Fransen in Artois, de Picardie, de Ardennen en
Lotharingen nu hun bloed vergieten, is het niet gepast om te
spreken over de vernietiging van Parijs en ander gewauwel van die
oude gek. Jammer genoeg is er in Frankrijk naast de vijfde
colonne ook een zesde colonne, de "colonne van
Nostradamus". Die moet nu zwijgen, eist het blad, en de
naam van Nostradamus mag niet meer worden genoemd. Zo nodig
moet met de scherpst mogelijke straffen worden optreden tegen de
bewonderaars en aanhangsters van Michel von Nostradamus. Vandaag
de dag is het moreel van een aantal Franse medeburgers bepaald
gebrekkig. Daarom moet men hen beschermen tegen het dwaze
geklets van een bende stommelingen die zich niet bewust zijn van
hun domheid.
De van 1503 tot 1566 levende Parijse astroloog Michel de
Notredame (Nostradamus) had in een beroemde profetie voor het
jaar 1940 de verwoesting van Parijs aangekondigd en de
vernietiging van Engeland. Dat "dames uit gegoede
kringen" meer vertrouwen hebben in zijn profetieën dan,
zoals de heer Reynaud,
in het "wonder" in
de persoon van generaal Weygand, werpt inderdaad een
verhelderend licht op het "moreel van bepaalde
mensen". Opmerkelijk in dit verband is een beschrijving van
de toestand in Parijs door het Deense tijdschrift "Kritisk
Ugernve". Daarin staat: De oorlog is in Frankrijk nooit
populair geweest en is het vandaag de dag nog minder, nu Parijs
weer wordt bedreigd. Overal wordt gediscussieerd over wie
verantwoordelijk is voor het uitbreken van de oorlog, die
niemand heeft gewild, en Reynauds populariteit begint te
veranderen in het tegendeel. De revolutie broeit, ondanks
alle strenge verordeningen die gepaard gaan met de dreiging van
de doodsstraf. Onder de schrikwekkende indrukken van de
ontbinding, de evacuatie van Parijs en de angst dat de hoofdstad
zal worden bezet, wordt steeds opnieuw de vraag gesteld: wat wil
Frankrijk in deze oorlog nog eigenlijk winnen?
Merkwaardig genoeg heerst er geen echte haat tegen de
Duitsers, maar eerder angst en respect voor Duitslands
wederopstanding. De Engelsen daarentegen worden
ervan beschuldigd Frankrijk mee te hebben gesleurd in het
ongeluk, enkel en alleen om de doelen te ondersteunen die
Engeland zich heeft gesteld. Een
dergelijke erkenning komt echter te laat. Ook een waarschuwing
in de "Times" om niet te hopen op een "tweede
wonder aan de Marne" komt te laat. Men zou ook niet al te
grote directe resultaten van een geallieerd tegenoffensief
moeten verwachten. [...] |
De
Colonne van Nostradamus (Zesde Colonne)
In verschillende publicaties staan aspecten beschreven van de Colonne van Nostradamus, ook
wel Zesde Colonne genoemd.
a.
Het dagboek van dr. P.J. Goebbels (26 mei 1940)
Met betrekking tot 26 mei 1940 heeft Goebbels in zijn dagboek
geschreven dat in Frankrijk de Duitse paniekpropaganda erg succesvol was
en dat Nostradamus-aanhangers er de Zesde Colonne werden genoemd. Dit
bracht hem tot de conclusie dat deze vorm van propaganda erg succesvol
was. Het was voor hem reden de propaganda-activiteiten verder op te
voeren.[4]
b.
Die Kolonne des Nostradamus (dr. Th. Fr. Böttiger, 27 mei 1940)
Uit Böttigers beschrijving van de
agitatie van Oeuvre tegen de Colonne van Nostradamus blijkt dat
een aantal Fransen,
terwijl de oorlog in volle gang was,
gevoelens van moedeloosheid aanwakkerden door te wijzen op voorspellingen van
Nostradamus waarin voor 1940 de verwoesting van Parijs was aangekondigd en de vernietiging van Engeland. Oeuvre
achtte dit een onaanvaardbare slag in het gezicht van hen
die op leven en dood het vaderland verdedigden en sloot zich aan bij
Mandel, die dit soort uitspraken de kop
wilde indrukken. Nostradamus en de Centuriën moesten verdwijnen
van het toneel en er moest worden opgetreden tegen degenen die op grond
van deze voorspellingen het Franse moreel aantastten. Oeuvre duidde deze
Fransen aan met de verzamelnamen "Colonne van Nostradamus" en
"Zesde Colonne".
Vanuit
Duitsland gooide Böttiger olie op het vuur door de Franse regering
en de Franse legerleiding in diskrediet te brengen. In zijn commentaar
stelde hij dat zij de werkelijkheid minder goed aanvoelden dan de Colonne van Nostradamus. Tussen de regels door
schilderde Böttiger de Franse regering en legerleiding af als lieden die
hun volk en hun soldaten onnodig lieten lijden.
Verder deed hij een antisemitische aanval op Mandel, misschien in een
poging in Frankrijk antisemitische elementen te mobiliseren.
c.
Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, 16 juni 1940)
De benaming Colonne van Nostradamus
is volgens het artikel Die Prophezeiungen des
Nostradamus (E. Noelle, Deutsche Allgemeine Zeitung, 16 juni
1940) afkomstig van Georges Mandel, de Franse minister van
Binnenlandse Zaken. Volgens Noelle had het duistere karakter van de Centuriën met betrekking tot de
toekomst van Frankrijk tot een zodanig defaitistische houding geleid
onder de Fransen, dat Mandel over
een Colonne van Nostradamus sprak, die tot Frankrijks meest grimmige
vijanden moest worden gerekend.[5]
d.
Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre / dr. A.
Centgraf,
Arnhem, 1941)
In Voorspellingen
die uitgekomen zijn... (A. de Tombre, Arnhem, 1941, een vertaling van
een tekst van de Duitser dr. Alexander Centgraf) is beschreven welke houding de Colonne
van Nostradamus innam ten opzichte van de strijd die Frankrijk
voerde tegen Duitsland. In 1940 hadden een
aantal Fransen op grond van de Centuriën hun waarschuwende stem verheven. Mandel sloeg de waarschuwingen van deze
Colonne van
Nostradamus in de wind en liet hen vervolgen.[6]
e.
Frankrijk, mei 1940: twee bedreigingen van binnenuit
De benaming Zesde Colonne hangt samen met het effect dat in
Frankrijk is toegeschreven aan de
Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog. Toen in september 1939 de
oorlog uitbrak, werden in Frankrijk alle Rijksduitsers (mannen, vrouwen én
kinderen) geïnterneerd, omdat zij werden beschouwd als potentiële Vijfde
Colonnisten. Ook de ruim dertigduizend mannelijke, vaak Joodse
vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk werden geïnterneerd, evenals socialisten en communisten, afkomstig uit landen buiten Frankrijk. In mei 1940 circuleerden in Frankrijk geruchten dat
Duitse Vijfde Colonnisten de
Maasbruggen hadden veroverd, op grote schaal valse bevelen verspreidden,
zich hadden vermomd als priesters en nonnen, de vijand lichtsignalen
gaven en vergiftigde bonbons uitdeelden. De
angst voor de Duitse Vijfde Colonne ging het handelen beheersen van groepen
burgers en soldaten, met als gevolg dat bijvoorbeeld onschuldige
priesters en nonnen, waarvan werd aangenomen dat zij samenspanden met de
Duitsers, werden gemolesteerd, of dat Engelse en Franse piloten die uit hun
vliegtuig waren gesprongen, voor Duitse soldaten werden aangezien die
een Engels of Frans uniform droegen.
In mei en juni 1940 werden in Frankrijk nog tienduizenden mensen extra
geïnterneerd op verdenking van steun aan de vijand.
Mandel, op 18 mei 1940 benoemd tot minister van Binnenlandse
Zaken, deed er alles aan om de geest van verslagenheid die zich over
Frankrijk meester maakte, de kop in te drukken. Onder degenen die in
Frankrijk in mei-juni 1940 werden geïnterneerd, waren ook mensen die zich
in defaitistische zin hadden
uitgelaten.[7]
Aan de Duitse Vijfde Colonne werd
in Frankrijk toegeschreven dat zij door militaire hulp aan de vijand de
staatsveiligheid van binnenuit bedreigde. Mandel constateerde dat er
naast deze Vijfde Colonne een groep Fransen was die door defaitistische uitspraken
die op één of andere manier te maken hadden met de Centuriën, het Franse moreel
in verdere mate aantastten. Deze
Fransen, de Colonne van Nostradamus, vormden de "zesde" groep waartegen moest
worden opgetreden: de Zesde Colonne, de tweede bedreiging van binnenuit.
De
lotgevallen van de Centuriën in Frankrijk in mei-juni 1940
Over
de Colonne van Nostradamus (Zesde Colonne) is niet veel gedocumenteerd.
Hetgeen er is gedocumenteerd, roept een aantal vragen op over wat er
zich in Frankrijk in mei-juni 1940 rond de Centuriën heeft
afgespeeld.
Uit de informatie van Böttiger, De Tombre / Centgraf, Goebbels en
Noelle komt naar voren dat een aantal Fransen op
basis van de Centuriën hun stem hebben verheven
tegen de Franse regering, waarop de Franse regering besloot hen te
vervolgen cq. te interneren. Böttiger schrijft, Oeuvre aanhalend,
over dames uit gegoede kringen die de Centuriën bespraken in het
licht van de gebeurtenissen in mei 1940. Noelle schrijft over heftige
discussies die in Frankrijk in mei 1940 werden gevoerd over de Centuriën
met betrekking tot Frankrijks toekomst. De vraag is op welke
schaal deze discussies werden gevoerd,
welke Fransen hun stem hebben verheven tegen de regering (astrologen,
gewone burgers, kenners van de Centuriën, politici enz.) en op welke manier
(ingezonden stukken, politieke debatten, radio-uitzendingen enz.).
Een andere vraag is op welke grond Fransen in mei 1940 hun stem
verhieven tegen de Franse regering. Was dit, zoals Goebbels
veronderstelde, het gevolg van de door hem gevoerde Nostradamus-campagne,
of hebben degenen die tegen de regering in het geweer kwamen,
zich gebaseerd op eigen interpretaties van de Centuriën of op reeds verschenen commentaren?
In 1938-'39 deden een aantal Franse onderzoekers van de Centuriën
concrete uitspraken over hoe de op handen zijnde oorlog zou uitbreken en
verlopen. Volgens De Fontbrune zou Frankrijk door Duitsland vanuit
Zwitserland worden aangevallen, maar zouden de Duitsers via de Jura
worden teruggedreven. Parijs zou worden verwoest, Engeland zou zich aan
de kant van Frankrijks tegenstanders scharen en uiteindelijk leger en
vloot verliezen.[8]
Ook volgens Em. Ruir, die in dit verband in Le grand carnage d'après
les prophéties de "Nostradamus" de 1938 à 1947 niet alleen de Centuriën
en de Présages noemde, maar ook voorspellingen zoals die van
de Herderin van La Salette, zouden de Duitsers Frankrijk aanvallen via
Zwitserland. Engeland zou zich in eerste instantie afzijdig houden en
zich later, onder druk van binnenlandse communisten, met Frankrijk
verenigen en Duitsland verslaan.[9] Het
is niet bekend of de
uitspraken van De Fontbrune en/of Ruir over de Duitse aanval op
Frankrijk en de verwoesting van Parijs bij een aantal Fransen zodanig defaitistische gevoelens
opwekten, dat zij tegen hun regering in het geweer kwamen.
Ten aanzien van de maatregelen van Mandel en/of de regering-Reynaud
rijst de vraag of deze maatregelen beperkt bleven tot internering of dat ook werd overgegaan tot
bijvoorbeeld contrapropaganda, censuur of inbeslagname van
commentaren op de Centuriën die een defaitistisch of
nationaal-socialistisch karakter droegen. Voorzover uit de gepubliceerde
Franse Nostradamusliteratuur
valt af te leiden, heeft de regering-Reynaud in Frankrijk in mei-juni 1940 geen algeheel verbod
uitgevaardigd op de verspreiding van
Nostradamusliteratuur.
Verder rijst de vraag of en zo ja hoe Franse kenners
van de Centuriën zich hebben gekeerd tegen defaitistische
uitlatingen enz. die werden gedaan op basis van de Centuriën
en/of Centurie-commentaren. De Centuriën bevatten namelijk geen voorspellingen waarin
staat dat in 1940 Parijs zal worden verwoest en Engeland zal worden
vernietigd en het jaartal 1940 is nergens in de Centuriën
genoemd. Deze vraag geldt vooral voor dr. De Fontbrune, wiens uitspraken
met betrekking tot de op handen zijnde ondergang van Engeland letterlijk
werden geciteerd in de nationaal-socialistische brochure Que se
passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?, onder
vermelding van zijn naam, de titel van zijn boek Les Prophéties de
Maistre Michel Nostradamus - Expliquées et commentées, de uitgever
ervan (Sarlat), en het feit dat de citaten afkomstig waren uit de vijfde
druk, daterend uit 1939. In april 1940 werd deze brochure, die de Franse
versie was van een Duitse nationaal-socialistische tekst, geschreven in
november-december 1939 door Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld,
Leopold Gutterer en prof. dr. Karl Bömer, leidinggevende
functionarissen in het Propagandaministerie, in Frankrijk, Wallonië en
Zwitserland in omloop gebracht.
Propaganda-aspecten
a.
Anti-engelse propaganda
In de jaren 1940-'41 was het vijandig
bejegenen en isoleren van Engeland één van de vaste thema's van de
nationaal-socialistische propaganda.[10]
Dit thema
komt ook voor in Die Kolonne des Nostradamus. Böttiger wekte de indruk dat Engeland gaandeweg de oorlog steeds verder in het
nauw gedreven werd en deed het voorkomen alsof Churchill wanhoopsmaatregelen
nam om de binnenlandse situatie onder controle te
houden. En passant deelde hij een antisemitische sneer uit aan Mandel, de
Franse minister van Binnenlandse Zaken.
Böttiger probeerde tweespalt te drijven tussen Engeland en Frankrijk
door, wellicht onder het mom van objectiviteit, een niet-Duitse analyse
te citeren, gepubliceerd in het Deense tijdschrift Kritisk Ugervne.
In die analyse stond dat Frankrijk de oorlog met Duitsland niet had gewild en Duitsland niet
haatte, maar respecteerde, en dat er Fransen waren die Engeland ervan
beschuldigden Frankrijk mee te sleuren in haar
ondergang. Dat Denemarken inmiddels door Duitsland was bezet en dat de
Deense pers onder Duitse controle stond, is iets dat hij onbesproken
liet.
Böttiger benadrukte het onvermijdelijke van de ondergang van Engeland
door te verwijzen naar een voorspelling van Nostradamus, waarin voor
1940 de verwoesting van Parijs was aangekondigd en de ondergang van
Engeland. Terwijl hij ten behoeve van zijn politieke commentaren
uitvoerig citeerde uit de bladen Oeuvre en Kritisk Ugervne,
beperkte hij zich in het geval van Nostradamus tot het verwijzen naar een
voorspelling in plaats van dat hij de voorspelling in kwestie citeerte.
De vraag is of Böttiger zich in het geval van het gebruik dat hij van
Nostradamus maakte, niet op een leugen wilde laten betrappen. Immers,
nergens in de Centuriën is voorspeld dat in 1940 Parijs zal
worden verwoest en Engeland ten onder zal gaan, en nergens in de Centuriën
staat het jaartal 1940. Het is echter niet ondenkbaar dat Böttiger
eenvoudigweg het gerucht heeft willen verspreiden dat Nostradamus voor
1940 de verwoesting van Parijs heeft voorspeld en de ondergang van
Engeland, op die manier inspelend op de reputatie van profeet die
Nostradamus heeft. In de Nostradamuscampagne moest volgens Goebbels het
alom levende bijgeloof worden uitgebuit om de tegenstander onderuit te
halen.[11]
Volgens Martin H. Sommerfeldt,
persvoorlichter van het Oberkommando der Wehrmacht en als zodanig
deelnemer aan de geheime dagelijkse propagandabesprekingen in Goebbels'
Propagandaministerie, was de Nostradamuscampagne die Goebbels voerde een
voorbeeld van één van diens fluistercampagnes, waarbij wat betreft de
Duitsers werd ingespeeld op het geloof in wonderen.[12]
Uit de notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen
blijkt dat Goebbels de diverse propagandacampagnes doseerde: dan weer
antisemitisch, dan weer anti-communistisch enz. De voorbereidingen voor
de Nostradamuscampagne die in Frankrijk zou worden gevoerd, begon in
november 1939.[13]
Uit de notulen van de
geheime dagelijkse propagandabesprekingen in mei 1940 blijkt dat in de
loop van mei 1940 de tegen Frankrijk gerichte propagandacampagnes,
waaronder de Nostradamuscampagne, stap voor stap werden opgevoerd. Op 24
mei 1940 gaf Goebbels in de geheime dagelijkse propagandabespreking de
opdracht gebruik te maken van "de Nostradamusbrochure".[14]
Op 26 mei 1940 droeg
Goebbels de geheime radiozender op om in Frankrijk de reeds goed werkende
Nostradamus-profetieën nog verder te verspreiden. Welk belang Goebbels
hechtte aan deze campagne, blijkt uit de opdracht die hij in de geheime
dagelijkse propagandabespreking van 27 mei 1940 aan Hans Fritzsche gaf,
het hoofd van de afdeling Duitse pers in het Propagandaministerie.
Fritzsche moest de Duitse pers instrueren niets meer te publiceren over de
profetieën van Nostradamus en aanverwante zaken, teneinde de campagnes
in het buitenland niet te verstoren.[15]
Kennelijk kwam de opdracht te laat om de publicatie in de Völkischer
Beobachter van het artikel van Böttiger tegen te houden.
b.
De capitulatie van Parijs
In het nationaal-socialistische propagandageschrift Hoe zal deze
oorlog eindigen?, de Nederlandse versie van een tekst die in
november - december 1939 is samengesteld in opdracht van
Goebbels, is wat betreft de toekomst van Frankrijk gebruik gemaakt van
een aantal passages uit De Fontbrune's Les prophéties de maistre
Michel Nostradamus expliquées et commentées (5e druk, Sarlat, 1939
[1938]). In Hoe zal deze oorlog eindigen? is niet gespeculeerd over de
capitulatie van Parijs;
het is een anti-Engels geschrift waarin over Frankrijk is geschreven dat
het zich heeft overgeleverd aan een bijna onbegrijpelijke
afhankelijkheid van de Engelse politiek.[16]
In Der Seher von Salon, deel 38 uit de nationaal-socialistische
propagandaserie Informations-Schriften, dat op zijn vroegst
dateert uit de zomer van 1940, komt in de terugblik op de
oorlogsverwikkelingen de capitulatie van Parijs niet ter sprake. Dr.
Hans-Hermann Kritzinger, de schrijver van deze brochure, stelt wel dat
de omstandigheden duidelijk uitwijzen dat Engeland de doodsvijand is van
Frankrijk en niet Frankrijks
vriend. Verder haalt hij een passage aan uit
De Fontbrune's Les prophéties de maistre Michel Nostradamus
expliquées et commentées, waarin De Fontbrune de verwachting
uitspreekt dat Engeland zich zal aansluiten bij Frankrijks
tegenstanders.[17]
In een aantal andere nationaal-socialistische Nostradamusgeschriften is
de capitulatie van Parijs op uiteenlopende manieren
beschreven.
1.
Die Kolonne des Nostradamus (dr. Th. Fr. Böttiger, 27 mei 1940)
Het artikel van Böttiger dateert van 27 mei 1940. De Duitse veldtocht
tegen Frankrijk was in volle gang. Parijs was nog niet veroverd.
Böttiger stelde de verwoesting van Parijs in het vooruitzicht, onder
verwijzing naar een beroemde voorspelling van de Parijse (sic) astroloog
Nostradamus, zonder deze voorspelling te citeren.
2.
Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, 16 juni 1940)
Op 16 juni 1940, twee dagen na de verovering van Parijs, werd in de Deutsche Allgemeine Zeitung het
artikel Die Prophezeiungen des Nostradamus gepubliceerd, waarin
Elisabeth Noelle een fragment citeerde uit een artikel, gepubliceerd in
de Deutsche Allgemeine Zeitung van 12 november 1925. In dit
fragment, ontleend aan een uit de jaren '20 daterend Zweeds onderzoek
van de Centuriën, werd aangekondigd dat in 1940 een oorlog zou
uitbreken tussen Duitsland en Frankrijk en dat de Duitsers dan Parijs
zouden veroveren. Ten tijde van het schrijven van dit artikel (mei-juni 1940) was de
Duitse veldtocht tegen Frankrijk nog in volle gang en was Parijs nog
niet veroverd. Noelle vermeldde niet dat volgens het
artikel uit 1925 de andere Europese landen zich niet met het
conflict tussen Duitsland en Frankrijk zouden bemoeien.[18]
3.
Einführung zu den Prophéties de Maistre Michel Nostradamus
(K.E. Krafft, 1940)
Karl Ernst Kraffts Einführung zu den Prophéties de Maistre
Michel Nostradamus was een bijlage bij een fotokopie die hij had
laten vervaardigen van een editie B.Rigaud-1568 van de Centuriën.
Deze fotokopie, die op deze website de kopie-Krafft-1940 wordt genoemd,
verscheen in een oplage van 299 exemplaren en was niet
bestemd voor vrije verkoop.
De Einführung... is gedrukt op 12 oktober
1940. Krafft had de tekst ervan medio augustus 1940 afgesloten.[19]
Volgens Howe was de Einführung... door de
Duitse censuur sterk uitgedund.[20]
Er staan vrijwel geen politieke
uitspraken in. Kraffts Einführung... en de
kopie-Krafft-1940 zijn geproduceerd onder auspiciën van het Reichssicherheitshauptamt.
Over de verovering van Parijs in 1940 is in de Einführung... niets
concreets geschreven. Wel heeft
Krafft de woorden Rome incité in de derde regel van kwatrijn
05-30 vertaald in nachdem Rom (zur
Beteiligung) veranlaßt worden war. Hij motiveert deze vertaling
door te verwijzen naar de "ablativus absolutus".[21]
Krafft heeft het woord assaut
in deze regel vertaald in die überraschende Besetzung. Als
motief voerde hij aan dat een aantal woorden in de kwatrijnen niet
alleen moeten worden vertaald in het Latijn, maar daarna ook moeten
worden bezien in hun oorspronkelijke betekenis.[22]
In de Brochure-18-DE en in
Kraffts Comment Nostradamus a-t-il
entrevu l'avenir de l'Europe? is dit kwatrijn gekoppeld aan de
verovering van Parijs in 1940 en komt de vertaling ter sprake zoals
Krafft die in eerste instantie in de Einführung... heeft
gegeven.
4.
Die Prophezeiungen des Nostradamus (Brochure-18-DE, 1940)
De brochure Die Prophezeiungen des Nostradamus, op deze
website ook wel aangeduid met Brochure-18-DE, is deel 18 uit
de serie Informations-Schriften, welke serie is geproduceerd
onder auspiciën van het Auswärtige Amt. De Brochure-18-DE
dateert van ná de verovering
van Parijs in 1940 en bevat onder andere een terugblik op de aanval
van Duitsland op het Westen en het verloop ervan. De kwatrijnen die zijn
besproken, hebben geen kwatrijnnummer. In dit literatuuronderzoek zijn
de nummers van deze kwatrijnen nagetrokken aan de hand van edities als
die van Le Pelletier (1867) en de facsimile-Chomarat-2000.
In de Brochure-18-DE zijn twee kwatrijnen beschreven die zijn gekoppeld aan
de verovering van Parijs: de kwatrijnen 04-37 en
05-30. Het commentaar op kwatrijn 05-30 luidde dat
enkele dagen nadat Italië bij de oorlog betrokken raakte, Parijs zonder
slag of stoot werd ingenomen, zoals Nostradamus had voorspeld.
De Duitse teksten van de kwatrijnen 04-37 en 05-30 blijken te zijn aangepast aan het
commentaar om ze er zoveel mogelijk mee te laten overeenstemmen. Ten
opzichte van de originele Franse tekst is aan de
eerste regel van de Duitse tekst van kwatrijn 04-37 het woord Unüberwindliche
toegevoegd en zijn de eerste en tweede regel samengevoegd, waarbij het begrip gallischen Berge is
geïntroduceerd en de woorden de l'Insubrie niet zijn vertaald. De
vierde regel van kwatrijn 04-37 is in de Brochure-18-DE niet
vertaald en niet voorzien van commentaar.
Kwatrijn 05-30 in de Brochure-18-DE is bewerkt in het licht van de
Duitse inval in Frankrijk. De eerste twee regels zouden volgens de
bewerking Duitse troepenbewegingen in Frankrijk aangeven (terwijl de
originele tekst wijst op kampementen in de omgeving van een grote stad).
Volgens de Duitse bewerking zouden de woorden Rome incité in de
derde regel wijzen op het begin van de deelname van Italië aan de
Tweede Wereldoorlog (het woord incitér is vertaald in veranlassen
(opwekken tot) en de woorden l'assaut Paris op een bezetting
als gevolg van een verrassingsaanval. Deze uitleg komt ook voor in
Kraffts Einführung zu den Prophéties de Maistre Michel Nostradamus
en in zijn Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de
l'Europe?. De vierde regel van kwatrijn 05-30 blijft in de Brochure-18-DE
buiten beschouwing en is in de Duitse bewerking van dit kwatrijn niet
opgenomen.
Van de Brochure-18-DE zijn vertalingen gemaakt in het Frans (Les
prophéties de Nostradamus [Brochure-18-FR], 1940) en het
Nederlands (De profetieën van Nostradamus [Brochure-18-NL],
1941). Deze vertalingen sluiten vrijwel volledig aan bij het Duitse
origineel, ook wat betreft de kwatrijnteksten. In de Brochure-18-FR
zijn niet de originele Franse
kwatrijnteksten opgenomen, maar Franse vertalingen van de Duitse
kwatrijnteksten in de Brochure-18-DE. De Duitse kwatrijnteksten
waren bewerkt om ze zoveel mogelijk te laten overeenstemmen met het
commentaar. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt, verschillen de hieruit vertaalde Franse kwatrijnteksten verschillen
dan ook aanmerkelijk van de originele Franse kwatrijnteksten. Dit doet
de vraag rijzen of er een discussie is gevoerd over het al of niet
invoegen van de originele Franse kwatrijnteksten in de Brochure-18-FR,
of dat de Duitse tekst eenvoudigweg in het Frans werd vertaald, zonder
erbij stil te staan dat de Franse vertaling van de Duitse bewerkingen
van de kwatrijnen aanmerkelijk zou verschillen van de originele Franse
kwatrijnteksten.
Verder rijst de vraag of bonafide Franse
kenners van de Centuriën kennis hebben genomen van deze
brochure en hebben gewezen op deze
verschillen, die duidelijk het propagandistisch karakter van deze
brochure laten zien. Deze vraag geldt ook voor de bonafide Nederlandse
en Vlaamse kenners van de Centuriën. Tussen de
(bonafide) vertaling-Vreede-1941 en de kwatrijnteksten in de Brochure-18-NL bestaan
namelijk soortgelijke verschillen als tussen de facsimile-Chomarat-2000 en de Brochure-18-FR.
De
kwatrijnen 04-37 en 05-30: de originele Franse tekst versus de Brochure-18-FR
|
Facsimile-Chomarat-2000 |
Brochure-18-DE |
Brochure-18-FR |
|
Kwatrijn
04-37
Gaulois par saults, monts viendra penetrer:
Occupera le grand lieu de l'Insubre:
Au plus profond son ost sera entrer:
Gennes, Monech pousseront classe rubre. |
Kwatrijn
04-37
Der Unüberwindliche wird in Sprüngen in die gallischen Berge
Eindringen und den großen Ort besetzen:
Ins Allertiefsten des Landes läßt er sein Heer vordringen. |
Kwatrijn
04-37
A grands sauts l'invincible traversera les monts gaulois
Il pénétrera et occupera la grande ville;
Ses armées avanceront dans l'intérieur des terres. |
|
Kwatrijn
05-30
Tout à l'entour de la grande cité,
Seront soldats logez par champs & villes:
Donner l'assaut Paris, Rome incité,
Sur le pont lors fera faicte grand pille. |
Kwatrijn
05-30
Überall im ganzen großen Land werden
In Stadt und Land die Soldaten ihre Quartiere beziehen.
Nachdem Rom zur Beteiligung veranlaßt wurde,
Wird Befehl gegeben, Paris überraschend zu besetzen. |
Kwatrijn
05-30
Partout dans le grand pays,
Les soldats logeront dans les villes et dans les campagnes.
Lorsque Rome accourra à l'appel pour coopérer,
On donnera l'ordre d'occuper Paris par surprise. |
De
kwatrijnen 04-37 en 05-30: de vertaling-Vreede-1941 versus de Brochure-18-NL
|
Facsimile-Chomarat-2000 |
Vertaling-Vreede-1941 |
Brochure-18-NL |
|
Kwatrijn
04-37
Gaulois par saults, monts viendra penetrer:
Occupera le grand lieu de l'Insubre:
Au plus profond son ost sera entrer:
Gennes, Monech pousseront classe rubre. |
Kwatrijn
04-37
De Gallier zal met sprongen in de bergen doordringen
En de groote plaats van de Insuber bezetten.
In het diepste zal hij zijn leger doen binnengaan.
Genua en Monaco zullen de rode vloot verjagen. |
Kwatrijn
04-37
De onoverwinnelijke zal bij sprongen de Gallische bergen
Binnendringen en de groote plaats bezetten:
In het allerdiepste van het land laat hij zijn leger
doordringen.
|
|
Kwatrijn
05-30
Tout à l'entour de la grande cité,
Seront soldats logez par champs & villes:
Donner l'assaut Paris, Rome incité,
Sur le pont lors fera faicte grand pille. |
Kwatrijn
05-30
Geheel rondom de groote stad
Zullen soldaten in velden en stad gehuisvest zijn.
Zij zullen Parijs aanvallen, Rome in brand steken.
Op de brug zal dan een groote plundering ontstaan.
|
Kwatrijn
05-30
Overal in het geheele groote land zullen
In stand en land de soldaten hun kwartieren betrekken.
Nadat Rome tot deelnemen genoopt werd,
Wordt het bevel gegeven Parijs bij verrassing te bezetten.
|
5.
Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? (K.E. Krafft, 1941)
In Comment Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir
de l'Europe? (Brussel, april 1941) schreef Krafft vanuit nationaal-socialistisch
propagandistisch perspectief een visie toe aan Nostradamus op het verleden, het heden en de toekomst van Europa. Behalve in het Frans verscheen dit boek ook in
het Deens, Portugees, Roemeens en Spaans. Het
Institut für Grenzgebiete der Psychologie und
Psychohygiene in Freiburg in Breisgau beschikt over de
Duitstalige grondtekst van Krafft, getiteld Nostradamus sieht die
Zukunft Europas. Krafft heeft de tekst geschreven onder auspiciën
van dr. Werner Willmanns, verbonden aan de Informationsstelle IV
van het Auswärtige Amt.
In Comment Nostradamus a-t-il entrevu... zijn in het hoofdstuk La
Guerre éclair en France twee kwatrijnen besproken: de kwatrijnen
04-37 en 05-30. Kraffts commentaar op kwatrijn 04-37 verschilt van het
commentaar in Brochure-18-DE in die zin dat Krafft de woorden de
l'Insubre in de tweede regel niet buiten beschouwing laat, maar
koppelt aan Italië. Het kwatrijn als geheel koppelt hij niet aan de
capitulatie van Parijs, maar aan 10 juni
1940, de datum waarop Italië Frankrijk binnenviel, volgens Krafft in de
richting van Monaco (de vierde regel: Monech).[23]
Krafft koppelde kwatrijn 05-30 aan de capitulatie van Parijs, waarbij hij als
motieven gaf dat hij het woord assaut had vertaald op grond
van de oorspronkelijke Latijnse betekenis, een argument dat hij ook
heeft gebruikt in de Einführung..., en dat hij de woorden Rome
incité had opgevat als "nadat Rome tot agitatie is
aangezet", waarmee hij dit kwatrijn koppelde aan de deelname van
Italië aan de oorlog op 10 juni 1940. Hij koppelde de vierde regel
van dit kwatrijn aan een eindeloze, stagnerende stroom vluchtelingen.[24]
Krafft heeft in Comment Nostradamus a-t-il entrevu... de
originele Franse tekst gegeven van de kwatrijnen uit zijn kopie-Krafft-1940 /
B.Rigaud-1568. Hij heeft de kwatrijnteksten niet aangepast aan het
commentaar, iets dat wel is gebeurd in de Brochure-18-DE en haar
vertalingen.
6.
Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre / dr. A. Centgraf,
1941)
Voorspellingen die uitgekomen zijn... is een vertaling van
een nationaal-socialistisch propagandistisch commentaar op de Centuriën, geschreven door dr. Alexander Centgraf, zo is gebleken uit
onderzoek van de Duitser Ulrich Maichle.[25]
Het is vooralsnog niet duidelijk of Centgraf dit commentaar op eigen initiatief heeft geschreven of in opdracht van één van de
nationaal-socialistische propaganda-instanties.
In hoofdstuk III van Voorspellingen die uitgekomen zijn...,
getiteld Nostradamus heeft het woord: Uitgekomen voorspellingen als
borg voor de toekomst, wordt in de paragrafen 2B en 2C aandacht
besteed aan de Duitse inval in Frankrijk en de capitulatie van Parijs. De kern
van de koppelingen van de kwatrijnen die in deze paragrafen zijn
besproken aan gevechtshandelingen en ontwikkelingen luidt als volgt:
|
Pag. |
Kwatrijn |
Commentaar |
|
57-58 |
05-94 |
Duitse
invasie in West-Europa |
|
58 |
05-45 |
Duitse doorbraak van de Maginot-linie |
|
59 |
10-51 |
Duitse
bezetting van Franse gebieden aan de Beneden-Rijn en de
provincies Picardië, Normandië en Maine |
|
60 |
03-06 |
Vluchtelingenstromen
in de richting van Parijs |
|
60-61 |
03-07 |
Duitse
bombardementen op Franse legereenheden en luchtgevechten |
|
61 |
06-43 |
Evacuatie
van Parijs; Engeland dringt erop aan dat Frankrijk haar laatste
reserve-eenheden in de strijd werpt
|
|
61 |
10-98 |
Geen
verlichting in Parijs, verwarring door de nadering van
Duitse troepen
|
|
62 |
03-50 |
Capitulatie
van Parijs
|
|
63 |
01-08 |
Parijs
veroverd door Hitler, die is aangeduid met het woord Hadrie
in de vierde regel (Hadrie = H.A. (omgekeerde initialen
Adolf Hitler) en Adrie = zinspeling op de As-mogendheden
Duitsland en Italië en de Adriatische Zee). |
De Franstalige kwatrijnteksten in Voorspellingen
die uitgekomen zijn..., zijn niet vervalst. In een aantal
gevallen bevat de vertaling pertinente onjuistheden, bijvoorbeeld in het geval van kwatrijn 08-13,
waarvan de woorden La teste raze in de
tweede regel zijn vertaald in het leidende ras in plaats van in het
geschoren hoofd.[26]
Een enkele
keer zijn aan de Nederlandse kwatrijnvertalingen tussen haken synoniemen
toegevoegd, met als doel het
commentaar meer aannemelijk te maken, bijvoorbeeld in het geval van kwatrijn 10-98, dat
is gekoppeld aan de verwarring die in Parijs ontstond toen Duitse
troepen de stad naderden:
De
Tombre, p.61-62
|
Wanneer
ook deze tegenaanval niet baat en de bewoners van Parijs, de
tijding vernemen, dat de duitsche troepen de fransche hoofdstad
naderen, worden in Parijs alle lichten gedoofd. De stad wordt
verduisterd. De vroolijke jonkvrouw Parijs gaat in den rouw. Een
groote verwarring ontstaat. Deze voor de lichtstad zoo
smartelijke situatie vinden we in strofe X, XCVIII:
"La
splendeur, claire à pucelle joyeuse,
Ne luira plus, long temps sera sans sel;
Avec marchans, ruffens, loups odieuse,
Tous pesle mesle monstre universel"
"De
heldere glans van een vroolijke jonkvrouw
Zal niet meer schitteren en ze zal langen tijd zonder zout (geestigheid)
zijn,
Handelaar, koppelaar, walgelijke wolven,
Alles door elkaar - een gedrocht der wereld.[27]
|
De
Meern, 30 mei 2006
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 2 oktober 2006
Noten
-
Zie
ook de artikelen Informatie over dr.
Th.Fr, Böttiger en Informatie over
de Völkischer Beobachter (de partijkrant van de NSDAP,
1920-1945).
[tekst]
-
Oorspronkelijk
was Oeuvre, opgericht in 1902, een weekblad. In 1915 werd het
een dagblad met een duidelijk socialistisch karakter. In 1939 was de
oplage 115.000 exemplaren. Na de Franse nederlaag in juni 1940 week
de redactie uit naar Clermont-Ferrand. In juli 1940 werd de naam
Oeuvre opnieuw gebruikt, maar dan voor een krant die
heulde met de Duitsers (bron: www.1939-45.org). [tekst]
-
Maxime
Weygand (Brussel, 1867 - Parijs, 1965) volgde op 19 mei 1940 Maurice
Gustav Gamelin op als opperbevelhebber van het Franse leger (Encarta® Encyclopedie
basiseditie Winkler Prins 2002). [tekst]
-
Richter,
p.136. [tekst]
-
Van Berkel:
Die
Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, Deutsche
Allgemeine Zeitung, Berlijn, 16 juni 1940 [1998 en
2003]). [tekst]
- De Tombre, p.56.
[tekst]
- De Jong, p.126-129 en
p.324-325.
[tekst]
-
De Fontbrune,
p.177-189. Dr. de Fontbrune is het pseudoniem van dr. Max Pigeard de
Gurbert (Halbronn: Panorama
de la recherche nostradamologique au XXè siècle en France).
Zijn boek Les prophéties de maistre Michel Nostradamus
expliquées et commentées (5e druk, Sarlat, 1939 [1938]) werd op
13 november 1940 door het Vichy-bewind verboden; alle in omloop
zijnde exemplaren werden in beslag genomen (Benazra, p.486 en 504). [tekst]
- Ruir-1938, p.80-93.
Em. Ruir is het pseudoniem van Rémi Rouvier (Halbronn-1995, p.99).
In 1940 verbood de Duitse bezetter Le grand Carnage...; het
zetsel werd vernietigd (Benazra, p.482). [tekst]
- Zeman, p.165. [tekst]
- Fröhlich, p.208-209.
[tekst]
-
Sommerfeldt, p.56-57. Zie ook: Van Berkel: Das
Oberkommando der Wehrmach gibt bekannt
(M.H. Sommerfeldt, Frankfurt am Main, 1952). [tekst]
- Boelcke-1966, p.230.
[tekst]
- Boelcke-1966, p.363. Waarschijnlijk wordt hiermee gedoeld op de
Franse versie van de brochure die in het Nederlands is verschenen onder
de titel Hoe zal deze oorlog eindigen? [tekst]
- Boelcke-1966, p.365.
[tekst]
-
"Pasteur",
p.36; "Norab"-1940a, p.44. [tekst]
- Kritzinger-1941, p.11. Zie ook: Van Berkel: Der
Seher von Salon (Informations-Schriften
#38, dr. H.-H. Kritzinger, Berlijn, 1941). [tekst]
- Noelle, DAZ, 16 juni 1940. Zie ook: Van
Berkel: Die Prophezeiungen des Nostradamus (dr. E. Noelle, Deutsche
Allgemeine Zeitung, Berlijn, 16 juni 1940 [1998 en 2003]). [tekst]
- Krafft-1940b, p.XXVI. [tekst]
- Howe, p.247. [tekst]
- Krafft-1940b, p.XVIII. [tekst]
-
Krafft-1940b, p.XIX. [tekst]
-
Krafft-1941, p.97-98.
[tekst]
-
Krafft-1941, p.99-100.
[tekst]
-
Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis 1939-1942. [tekst]
-
De
Tombre, p.75. In Voorspellingen die uitgekomen zijn... is dit kwatrijn
voorzien van een foutief kwatrijnnummer: VII, XIII. [tekst]
-
In
Nostradamus - Der Prophet der Weltgeschichte (Berlijn, 1955),
geschreven door Centgraf onder het pseudoniem Dr. N. Centurio, staat in de Duitse
vertaling van de tweede regel van kwatrijn 10-98 een soortgelijke
toevoeging (der Esprit) als in de Nederlandse
vertaling van dit kwatrijn in Voorspellingen die uitgekomen zijn...
In Nostradamus - der Prophet der Weltgeschichte is kwatrijn 10-98
niet gekoppeld aan 1940, waarin Duitse troepen Parijs naderden, maar aan
1789, het jaar van de Franse revolutie (Centurio-1955, p.232). [tekst]
Met
dank aan A. Fiebig (Staatsbibliothek zu Berlin) voor de afbeelding
van de koptekst van de Völkischer Beobachter".
|