|
| |
|
NOSTRADAMUS,
ASTROLOGIE EN DE BIJBEL
substudie
"Tweede
wereldoorlog"
Informatie
over dr. phil. h.c. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld (1871-1942)
- T.W.M. van Berkel - |
|

|
|

Hans-Wolfgang
Herwarth von Bittenfeld

Familiewapen

Altaarkruis
Ulrichskirche,
Bittenfeld
|
Een pionier op het gebied
van propaganda
Dr. h.c. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, die zich ook Hans-Wolfgang von Herwarth
noemde, werd geboren in Berlijn op 23
mei 1871. Zijn vader was Wilhelm Hans
Theodor
Herwarth von Bittenfeld (Herzberg, 14 januari 1835 - Braunschweig, 12
oktober 1894). Zijn moeder was de baronesse Anna Marie Gabriele von
Wimpffen (Berlijn, 30 oktober 1850 - Grabowhöfe [Mecklenburg], 27 mei
1924). Op 29 oktober 1868
traden zij in het huwelijk. Hieruit werden drie zonen geboren en drie
dochters. Het oudste kind, Theresia Charlotte, geboren op 30 juli 1869,
stief een maand voor haar eerste verjaardag. Herwarth von Bittenfeld was
het tweede kind. Hij droeg de titel van baron maar lijkt deze titel
nauwelijks te hebben gevoerd.
Herwarth von Bittenfeld stamde uit de Bittenfeldse lijn van de familie
Herwarth von Bittenfeld, een 13e eeuwse Augsburgse patriciërsfamilie
waaraan op 18 april 1459 het Reichsritterschaft werd verleend. In
het wapen van
de familie Herwarth von Bittenfeld, dat uit de dertiende eeuw dateert, is een rode, met goud bewapende uil afgebeeld op zilver.
Herwarth von Bittenfeld was lid van de Duitse Evangelische
Kerk, te vergelijken met
de Gereformeerde Kerk in Nederland. In de Ulrichskirche in
Bittenfeld (Baden-Württemberg), waar Herwarth von Bittenfelds
voorouders van 1574 tot in het midden van de zeventiende eeuw veel bezittingen
hadden,
waaronder de burcht Bittenfeld, en waarin zich het graf bevindt van
Matthias III Herwarth von und zu Bittenfeld, staat een altaarkruis met
Christusfiguur. Op de achterkant van het kruis bevindt zich de
inscriptie: Diese Christusfigur
lies, nachdem die alte abgegangen, genau nach dieser neu anfertigen Hans
Wolfgang Herwarth
von Bittenfeld Oberleutnant
a.D. 1902.
De familie Herwarth von Bittenfeld heeft een lange militaire traditie,
die uit het begin van de zeventiende eeuw dateert. Zijn vader bracht het tot luitenant-generaal.
Zijn oudoom en peetoom Karl Eberhard
Herwarth von Bittenfeld (Groß-Werther, 4 september 1796 - Bonn, 2
september 1884) was Generalfeldmarschall in het koninklijk
Pruisisch leger; diens broers Hans Paulus (Halberstadt,
12 januari 1800 - Berlijn, 20 mei 1881) en Friedrich Adrian (Halberstadt, 13 april 1802 -
Merseburg, 13 januari 1884)
brachten het tot generaal. Het 13e (eerste Weltfalische) infanterieregiment
droeg vanaf 1889 de naam Herwarth von Bittenfeld, als
eerbetoon/herinnering aan Karl Eberhard.
Herwarth von Bittenfeld trad in de voetsporen van zijn voorvaderen. Na zijn opleidingen in Bensberg en Groß-Lichterfelde
kwam hij
in 1890 bij het Tweede Infanterieregiment in
de rang van vaandrig. In datzelfde jaar werd hij bevorderd tot officier.
In 1902, na de militaire academie te hebben doorlopen, werd hij
gedetacheerd bij de Generale Staf. In 1903 werd hij
hoofdkwartiermeester-adjudant en in 1904 kapitein, waarna hij in 1905
werd gedetacheerd bij de Generale Staf van het Achtste Legerkorps. In de
herfst van 1905 keerde hij voor een jaar terug in de Grote Generale
Staf. Van de herfst van 1906 tot de zomer van 1909 was Herwarth von
Bittenfeld compagniecommandant in het 76e Infanterieregiment Hamburg. Enige
tijd later keerde hij weer terug naar de Grote Generale Staf.
Van 1 augustus 1910 tot 1914 was Herwarth von Bittenfeld werkzaam als militair
attaché in de rang van majoor bij de Duitse ambassade in Washington en
het Duitse gezantschap in Mexico-stad. Gaandeweg zijn
werkzaamheden raakte hij ervan overtuigd dat tegenover anti-Duitse
propaganda een doelgerichte Duitse perspolitiek moest worden gesteld. Zijn belangstelling voor
de pers en de manier waarop in de buitenlandse pers in tendentieuze zin
over Duitsland werd geschreven, stamde uit 1892, een periode waarin hij in Zwitserland en Tirol verbleef en in
Engeland, Frankrijk en Italië. Op
grond van studies over het reilen en zeilen in veertien landen van de pers
schreef hij het achtdelige Charakteristik der Auslandspresse. Ook
schreef hij een nota, waarin hij
tot in detail voorstellen deed om de Duitse propaganda te organiseren en
te intensiveren. Naar aanleiding van zijn ideeën werd in 1913 in het
Duitse ministerie van Oorlog een afdeling Pers geopend.
Gedurende zijn werkzaamheden in de Verenigde Staten was Herwarth von
Bittenfeld niet alleen actief op het gebied van propaganda. In Deutscher
Imperialismus
1864 - 2006 is beschreven dat Duitsland al langere
tijd voet aan de grond wilde krijgen in Midden- en Zuid-Amerika en
daarbij intriges niet schuwde. Begin maart 1911 ontstonden er naar
aanleiding van de publicatie door de Duitse regering van een door een
Duitse geheim agent in Parijs gestolen ontwerp van een Japans-Mexicaans
economisch verdrag waarin Japan een stuk Mexicaans grondgebied
toegewezen kreeg, spanningen tussen de Verenigde Staten en Mexico. Het
Amerikaanse leger werd gemobiliseerd. Op 9 april 1911 verscheen in The
Evening Sun een artikel over deze affaire, waarin een foto stond van
het verdrag en waarin beschreven werd dat oorlog tussen de Verenigde
Staten en Mexico onvermijdelijk was. De schrijver van het artikel gaf
later toe dat de informatie in zijn artikel afkomstig was van Herwarth
von Bittenfeld, die kennelijk de opdracht had gekregen de spanningen aan
te wakkeren, zodat Duitsland met een verborgen agenda de Verenigde
Staten te hulp kon snellen.
Na zijn terugkeer in Duitsland in 1914 maakte Herwarth von Bittenfeld weer
deel uit van de Grote Generale Staf. Bij het uitbreken in 1914 van de
oorlog raakte hij werkzaam op afdeling IIIb van het ministerie van
Oorlog en kreeg hij als taak de
buitenlandse pers te analyseren, met name de Russische pers, een taak die hij uitvoerde tot het
voorjaar van 1916 en die in augustus/september 1914 werd onderbroken
door een detachering bij de Generale Staf in Brussel, waar hij belast
was met het afwikkelen van aangelegenheden rond paspoorten,
doorgangsbewijzen etc. en door het aangesteld zijn tot bataljonscommandant
in het 136e Infanterieregiment. Er zijn aanwijzingen dat hij in de
periode dat hij bataljonscommandant was, een handicap heeft opgelopen.
In The New York Times verscheen op 25 april 1915 namelijk het
bericht dat hij daags ervoor in Berlijn onderscheiden was met het Eisernen
Kreuz en dat hij enige tijd ervoor aan het front gehandicapt was
geraakt.
In het voorjaar van 1915 werd Herwarth von Bittenfeld bevorderd tot
Eerste Luitenant. In de zomer van 1915 werd hij aangesteld als hoofd van
de afdeling Buitenland van het Persbureau van het ministerie van Oorlog.
In het voorjaar van 1916
begaf Herwarth von Bittenfeld zich naar het front, werd echter ziek en werd in augustus 1916
eervol ontslagen.
Van oktober 1916 tot kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog was Herwarth von Bittenfeld
werkzaam in de Militärstelle des Auswärtigen Amtes, een
persbureau, in het leven geroepen door de Oberste Heeresleitung.
De taak van dit persbureau was de buitenlandse pers te beïnvloeden. In mei
1918 werd Herwarth von Bittenfeld bevorderd tot overste.
Charakteristik
der Auslandspresse
was bedoeld voor dienstgebruik. In 1918 verscheen bij uitgeverij
Mittler und Sohn in Berlijn het Handbuch der Auslandspresse 1918, bearbeitet
von der Auslandsstelle des Kriegspresseamts. Dit handboek,
uitgegeven zonder medeweten van Herwarth von Bittenfeld, bevatte naast
informatie, afkomstig uit Charakteristik der Auslandspresse,
personele informatie.
Na de Eerste Wereldoorlog gaf Herwarth von Bittenfeld leiding aan de
Eisenschmidt Verlag in Berlijn, een uitgeverij van militaire
publicaties, en aan de Räder Verlag van de Technische Nothilfe,
een in 1919 opgerichte vrijwilligersorganisatie (oorspronkelijk een
militaire organisatie) die in de eerste jaren van de Weimar-republiek de
spoorwegen en openbare nutsbedrijven moest beschermen tegen wilde stakingen en
sabotageacties van links-radicale groeperingen. Later moest de Technische
Nothilfe de burgerbevolking beschermen tegen luchtaanvallen en
rampen. In 1937 werd de Technische Nothilfe ingelijfd bij de Ordnungspolizei
en kreeg zij als taak alle publieke gevaren en noodsituaties op te
vangen. Zij legde zich toe op de bescherming van de burgerbevolking
tegen gasaanvallen en luchtaanvallen.
In een aantal bekende Duitse
kranten en tijdschriften publiceerde Herwarth von Bittenfeld artikelen over de functie van
de pers en propageerde hij de Duitse mentaliteit en de Duitse
prestaties. Ook in buitenlandse kranten kwam hij op voor Duitsland,
getuige een ingezonden brief die op 1 augustus 1932 werd gepubliceerd in
het Amerikaanse TIME magazine als repliek op een artikel over
Duitsland, waarin zou zijn geïnsinueerd dat Franz von Papen, door
president Von Hindenburg in juni 1932 aangesteld als rijkskanselier, in
de Eerste Wereldoorlog betrokken was bij een samenzwering om het Welland
Canal op te blazen. Herwarth von Bittenfeld stelde dat
Von Papen, die hem in 1914 was opgevolgd als militair attaché in
Washington, een dapper soldaat en een goed diplomaat was en dat
Duitsland tevreden was met deze rijkskanselier. Volgens hem zouden journalisten er beter aan doen goede kwaliteiten van
staatslieden te benadrukken en zouden zij geen oude koeien uit de sloot
moeten halen.
In 1930 kwam Herwarth von Bittenfeld in aanraking met prof. dr. Karl
Bömer, hoofd van de afdeling Auslandspresse in het
Propagandaministerie. Bömer had bewondering voor de werkzaamheden die
Herwarth von Bittenfeld in de Eerste Wereldoorlog had verricht en die
hadden geleid tot het schrijven van Charakteristik der Auslandspresse.
In Handbuch der Weltpresse (1931) borduurde Bömer voort op het
concept van Handbuch der Auslandspresse. In de jaren erna raakten
Bömer en Herwarth von Bittenfeld met elkaar bevriend. Beiden hebben dr.
Paul Franklin Douglass, een Amerikaans methodist, informatie gegeven
voor zijn boek God among the Germans - A study of religion in the
National-Socialist state (Philadelphia, 1935). Herwarth von
Bittenfeld was een van de auteurs die een bijdrage schreven voor Deutsche
Saat in fremder Erde (Berlijn, 1936), een door Bömer geredigeerd
boek over de Duitse invloed in de wereld. De bijdrage van Herwarth von
Bittenfeld was getiteld Der deutsche Soldat en ging over de
geschiedenis van het Duitse leger van 27 v.Chr tot in zijn eigen dagen.
Op
voordracht van Bömer werd na het uitbreken in september 1939 van de
Tweede Wereldoorlog de inmiddels gepensioneerde Herwarth von Bittenfeld,
die zich vrijwillig aangemeld had, aangesteld op Bömers afdeling Auslandspresse,
alwaar hij werd belast met bijzondere opdrachten. Vanaf het eerste
kwartaal van 1941 tot aan zijn
overlijden in 1942 werkte Herwarth von Bittenfeld op het Hauptreferat
Schnelldienst van de afdeling Deutsche Presse in het
Propagandaministerie.
Herwarth von Bittenfeld kreeg
hoge militaire onderscheidingen, waaronder het Eiserne
Kreuz Kl. I
en II.[1]
|
|

Hoe
zal deze oorlog eindigen?
Den Haag, 1940
|
De
Centuriën
Op 23 november 1939 kreeg Herwarth von Bittenfeld van
dr. Paul Joseph Goebbels, de minister van Volksvoorlichting en
Propaganda, opdracht zich in het kader van oorlogspropaganda bezig te
houden met Nostradamus. Goebbels wilde door het gebruiken van de Centuriën
voor propagandadoeleinden het alom levende bijgeloof uitbuiten
om op die manier de tegenstander onderuit te halen. Op 4 december 1939 presenteerde Herwarth von Bittenfeld aan Goebbels een ontwerptekst voor
een brochure, die het resultaat was van een aaneenschakeling van citaten
uit eerder verschenen Centurie-commentaren. In deze tekst schilderde
Herwarth von Bittenfeld de nabije toekomst af als een periode waarin
Duitsland en Engeland een titanenstrijd zouden voeren die in het
voordeel van Duitsland zou worden beslecht, waarbij Engeland zou
verdwijnen van het wereldtoneel en in haar val Frankrijk zou meesleuren.
Goebbels,
die erg enthousiast was over wat Herwarth von Bittenfeld had geschreven,
bracht diens ontwerptekst een dag later ter sprake in de
geheime dagelijkse propagandabespreking op zijn Propagandaministerie. In die bespreking werd besloten
dat Herwarth von Bittenfeld samen met Bömer en Leopold Gutterer, hoofd in het
Propagandaministerie van de afdeling Propaganda, de definitieve tekst
moest schrijven. Deze tekst werd op 13 december 1939 goedgekeurd en
vanaf 27 maart 1940 in acht talen in omloop gebracht: het Frans, het
Engels, het Italiaans, het Kroatisch, het Nederlands, het Roemeens, het
Servisch en het Zweeds. De titel van de Nederlandse versie luidde Hoe
zal deze oorlog eindigen? een belangwekkende en actueele beschouwing op
grond der voorspellingen van Michel Nostradamus gegeven in "Les
vrayes Centuries et Prophéties"; samengesteld uit de nagelaten
geschriften van Jean François Pasteur. De Engelse versie werd
verspreid in de Verenigde Staten.[2]
|
|

Omslag
voordracht 1941
|
Eredoctoraat
filosofie
Op
23 mei 1941, zijn zeventigste verjaardag, werd aan Herwarth von Bittenfeld het eredoctoraat filosofie
toegekend door de faculteit filosofie en natuurwetenschappen van de Westfaalse Wilhelms-universiteit in
Münster, op voordracht van prof. dr. Walther Heide, Geheimrat, voorzitter
van het Deutsche Zeitungswissenschaftliche Verband. Op 14 juni 1941 overhandigde prof. dr. Adolf
Kratzer, decaan
van de faculteit filosofie en natuurwetenschappen, de oorkonde. Deze
plechtigheid werd onder andere bijgewoond door een afvaardiging van de
staat, de Wehrmacht, de NSDAP en de pers.
De promotie van Herwarth von Bittenfeld was de eerste erepromotie op het gebied van de
journalistieke wetenschappen. Herwarth von Bittenfeld kreeg dit
eredoctoraat vanwege zijn pionierswerkzaamheden op het gebied van
propaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de oorkonde stond dat het
eredoctoraat een eerbetoon was aan de politiek onderlegde onderzoeker
die, zijn tijd ver vooruit, als eerste de wereldpers onderwerp van
wetenschappelijk onderzoek had gemaakt en door het doorgronden ervan de
fundamenten van de intellectuele houding in van het Duitse Rijk en het
Duitse volk in de verdedigingsoorlog wezenlijk versterkt had. Zijn Charakteristik der Auslandspresse werd door de faculteit
niet alleen geprezen vanwege de betekenis en het nut ervan tijdens de
Eerste Wereldoorlog, maar ook vanwege het fundamentele belang voor de
journalistieke wetenschappen, evenals zijn Handbuch der Auslandspresse. Dit
eredoctoraat had dus geen wetenschappelijke achtergrond, maar een
politieke achtergrond. Herwarth von Bittenfeld heeft nooit
journalistieke wetenschappen gedoceerd aan een universiteit.
In zijn voordracht Die deutsche
Kriegspropaganda 1914-18 und heute im Spiegel eigenen Erlebens, die
Herwarth von Bittenfeld ter gelegenheid van zijn eredoctoraat hield,
beschreef hij zijn pionierswerk op het gebied van propaganda tijdens de
Eerste Wereldoorlog, gelardeerd met voorbeelden van vallen en opstaan.
Destijds stond hem een instituut voor ogen als het in 1933 opgerichte
Propagandaministerie. Hij vond het dan ook een eer voor dit ministerie
te mogen werken en schepte veel genoegen in zijn werk. In zijn
brief van 30 mei 1941 aan baron Börries von Münchhausen, met wie hij
in 1916/18 werkzaam was op de Militärstelle des Auswärtigen Amtes,
schreef Herwarth von Bittenfeld over zijn propagandawerkzaamheden in de
jaren voorafgaand aan en tijdens de Eerste Wereldoorlog dat al zijn
inspanningen in de jaren 1910/13 op het gebied van kranten en
tijdschriften en de ideeën die hij had over het effectief voeren van
propaganda slechts tot de oprichting van het Presse-Referat van
het ministerie van Oorlog hadden geleid. Dat de werkzaamheden die hij en
Von Münchhausen in 1916/18 verrichtten, niet tot resultaat leidden,
weet Herwarth von Bittenfeld niet zozeer aan gebrek aan middelen, als
wel aan op de voorgrond tredende idioten die een sterke geldingsdrang
hadden.
Verder vond hij de samenwerking tussen de Militärstelle
des Auswärtigen Amtes en civiele persbureaus die onder Buitenlandse
Zaken ressorteerden, gebrekkig. Hiertegenover staan bevindingen die
Jürgen W. Schmidt heeft opgetekend in Against Russia: Department
IIIb of the Deputy General Staff in Berlin - Intelligence,
Counter-intelligence and Newspaper Research, 1914-1918 (in: The
Journal of Intelligence History, vol. 5, no. 2, 2005, p.73-90).
Volgens Schmidt werden de meest waardevolle bijdragen van de afdeling
IIIb aan de kennis van de economische, militaire en politieke
omstandigheden in Rusland geleverd door onderzoek van Russische kranten.
Schmidt noemde in dit verband Herwarth von Bittenfeld, die in 1916
leiding gaf aan dit krantenonderzoek. Hij bestempelde Herwarth von
Bittenfeld als een zeer ervaren inlichtingenofficier.
De Duitsers Hans Bohrmann en Peter Schneider hebben in Zeitschriftenforschung:
ein wissenschaftgeschichtliger Versuch (Berlijn, 1975, p.57) over
Herwarth von Bittenfelds eredoctoraat opgemerkt dat dit een public
relations stunt van de Deutsche Zeitungswissenschaftlichen Verband
was, die in 1941 ook een aantal lieden tot erelid had benoemd.
|
|
Titelpagina Herwarthisches
(1899)
|
Titelpagina Sonette
aus dem
Portugiesischen
(1920)
|

Ahnentafel des
Generalfeldmarschalls
Eberhard
Herwarth von Bittenfeld
(1944)
|
Genealogie,
literatuur, zeilschepen en Egyptische kunst
Herwarth von Bittenfeld had een
grote belangstelling voor genealogie, evenals zijn vader. Beiden zijn
lid geweest van de Historischen Vereins für Schwaben. Uit 1899
dateert het boek Herwarthisches, Für
die Familienmitglieder zusammengestellt von Hans-Wolfgang Herwarth von
Bittenfeld, Schriftführer des Herwarthischen Familienvereins,
een verzameling familieverhalen waaronder enkele, geschreven door zijn
vader, voorafgegaan door een stamboom.
Op 16 februari 1904 werd in Leipzig de Zentralstelle für deutsche Personen- und
Familiengeschichte opgericht, een instituut dat wereldwijde
bekendheid zou krijgen. Herwarth von Bittenfeld was een van de
medeoprichters. Tot aan 1915 is hij er lid van geweest; hij heeft er
geen functie in bekleed.
In 1944 verscheen bij de Zentralstelle für
deutsche Personen- und Familiengeschichte als deel 1 in serie 6 van Ahnentafeln
berühmter Deutscher postuum Ahnentafel des Generalfeldmarschalls Eberhart Herwarth
von Bittenfeld und seiner Brüder der Generale Hans und Fritz Herwarth
von Bittenfeld, geschreven door de historicus en genealoog dr. phil. Herbert Helbig
(geboren in 1910) en Herwarth von Bittenfeld. In op zijn laatst 1937 waren zij begonnen met het schrijven
van dit boek, waarbij zij hulp kregen van onder andere Herwarth von
Bittenfelds echtgenote Frieda, zijn zoon
Heinrich-Wolfgang en van Hans-Heinrich Herwarth von Bittenfeld, die na de
Tweede Wereldoorlog ambassadeur in Londen werd. De serie Ahnentafeln
berühmter Deutscher dateert uit 1929; na Ahnentafel des Generalfeldmarschalls Eberhart Herwarth
von Bittenfeld... verschenen geen nieuwe delen meer.
Herwarth von Bittenfeld heeft ook een literaire publicatie op zijn naam
staan. Uit 1920 dateert Sonette
aus dem Portugiesischen. Nachdichtung von Hans Wolfgang von Herwarth,
uitgegeven in München, een complete, dichterlijke vertaling van Sonnets from the Portuguese,
de meest bekende bundel liefdessonnetten, daterend uit 1845/46, van de
Britse dichteres Elizabeth Barrett Browning (1805-1861).[4]
In het gastenboek van kasteel Neubeuern in Beieren, staan twee gedichten
van Herwarth von Bittenfeld, daterend uit september en oktober 1916,
kort voor zijn huwelijk met Julie von Wendelstadt, de eigenares van dit kasteel.[5]
Dat Herwarth von Bittenfeld een talent voor het schrijven van gedichten had, blijkt
onder andere uit het gedicht dat hij schreef ter gelegenheid van het
50-jarig jubileum van zijn oom Fritz von Loßberg (1868-1942), die
tijdens de Eerste Wereldoorlog in zijn hoedanigheid van generaal de
bijnaam "brandweerman van het Westelijk Front" verwierf, en
uit het gedicht Den Ahnen - Den Enkeln, geschreven op 10 mei 1938
als inleiding op Ahnentafel des Generalfeldmarschalls Eberhart Herwarth
von Bittenfeld... Herwarth von Bittenfeld en zijn echtgenote
Frieda waren bewonderaars van de gedichten van Börries von Münchhausen.
In 1941 wisselden Herwarth von Bittenfeld en Von Münchhausen
vriendschapsgroeten uit in een korte briefwisseling, maar door zijn
ziekte in 1941 heeft Herwarth von Bittenfeld Von Münchhausen niet
kunnen ontmoeten.
In het ledenbestand van 1918 van de Kieler Yacht Club, een exclusieve
vereniging van zeilsporters, opgericht in 1887, komt de naam van
Herwarth von Bittenfeld voor met de vermelding dat hij lid voor het
leven was.
Herwarth
von Bittenfeld verzamelde ook Egyptische kunst. Hij legde een
verzameling aan van Egyptische halskettingen uit de tijd van de farao's
en van Egyptische bronzen godenbeeldjes. In de zestiger jaren werd deze
collectie, in die tijd een onderdeel van de collectie van mw. W.G.
Elias-Vaes, verworven door het Amsterdamse veilinghuis Paul Brandt. In
1970 werd een gedeelte van deze collectie in het Historisch Museum in
Rotterdam tentoongesteld in de expositie Bezeten Bezit. Van juli tot
december 2010 stelde het Egyptisch museum in Barcelona een deel van deze
collectie ten toon in de expositie "Geheimen van het Egyptisch
museum". In de berichtgeving was over deze collectie vermeld dat
deze had toebehoord aan baron Hans Wolfgang Herwarth von Bittenfeld, een
intellectueel uit nazi-Duitsland die hoofd was van de afdeling
Buitenlandse Betrekkingen in Goebbels' Propagandaministerie.

Katharina
Wagenführ

Julie von
Wendelstadt

Virginia
Rebecca
Duisenberg

Frieda
Schneider
|
Privé-omstandigheden
Herwarth von Bittenfeld is vier maal getrouwd geweest. Van 15 december
1897 tot 13 mei 1914 was hij getrouwd met Modesta Friederike Katharina
Wagenführ (Tangerhütte bei Stendal, 4 augustus 1879 - Seerhausen, 30
september 1944, dochter van Franz Wagenführ, eigenaar van ijzergieterij
Tangerhütte, en Marie Kleinschmidt). Uit dit huwelijk, dat in een scheiding eindigde, werden
drie kinderen geboren: Hubertus Franz Curt Hans-Eberhard (Berlijn, 3 november 1898 - Stockbridge,
Mass., USA, 23
augustus 1956), Heinrich (Heinz) Wolfgang (Berlijn, 7 augustus 1901 -
Heemstede, 5 juli 1968) en Anna Maria Katharina Modesta Renata (Hamburg
- 30 juni 1908 - Bern, 4 augustus 1982).[6]
Van 9 december 1916 tot aan hun scheiding op 29 november 1922 was Herwarth von Bittenfeld getrouwd
met gravin Julie von Degenfeld - Schonburg (kasteel Eybach, Geislingen
a.d. Steine, 1 maart 1871 - kasteel Neubeuern am Inn, 12 november
1942), weduwe van baron Jan von Wendelstadt (Darmstadt, 11 februari 1856
- kasteel Neubeuern am Inn, 27 juli 1909). In
september 1916, tijdens een opname in kasteel Neubeuern om de gevolgen
van een val tijdens klimmen te boven te komen, ontmoette Herwarth von
Bittenfeld Julie, die haar
kasteel had laten inrichten als militair hospitaal en er gewonden
verzorgde. In 1917, tegen het einde van haar zwangerschap, kreeg
Julie een nierontsteking. Omdat haar toestand gaandeweg kritiek werd, moest zij
voortijdig bevallen. Het kind, een meisje genaamd Rosmarie, stierf bij
geboorte. Op haar
gedenksteen in het familiemausoleum in Altenbeuern staat de datum 17
augustus 1917.[7]
Op 22 december 1923 trouwde
Herwarth von Bittenfeld met Virginia Rebecca Duisenberg (Oakland, Calif., USA,
28 augustus 1877 - San Francisco, 29 mei 1959). Haar vader, Karl August Christian
Duisenberg, was de Duitse consul in San Francisco. Virginia was de
weduwe van de Duitse consul
Heinrich Alexander Isenberg (San Francisco, 17 januari 1872 - New York,
6 november 1905). Zij hadden een zoon, Alexander (1901-1970). Het huwelijk van
Herwarth von Bittenfeld en Virginia Duisenberg bleef kinderloos en eindigde op 25 april 1924 in een
scheiding.
Op 16 juni 1924 trouwde Herwarth von Bittenfeld met dr. med. Frieda Johanna
Schneider (Kummersdorf, 15 december 1889 - Berlijn, 23 oktober 1955).
Zij kenden elkaar vanaf ongeveer 1912; in de Eerste Wereldoorlog was
Herwarth von Bittenfeld een van haar patienten.[8] Tot aan zijn dood is Herwarth von Bittenfeld met haar
gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. Frieda Schneider promoveerde op 11 augustus 1917 in Berlijn aan de
Friedrich-Wilhelm universiteit in de
medicijnen. De titel van haar proefschrift, verschenen bij Blanke in
Berlijn, luidde Die Beziehung von
Herzvolumen zu Rumpfvolumen - Ein Beitrag zur beurteilung der Herzgrösse. Op 20 november
1931 nam Frieda von Herwarth deel aan de oprichtingsvergadering van de Deutsche
Vereinigung berufstätiger Frauen. Deze vereniging was een tak van de International
Federation of Business and Professional Women, opgericht in
Zwitserland in 1930, die als doel had vrouwen uit diverse landen en
beroepsgroepen met elkaar in contact te brengen onder voorbijgaan aan
nationale en politieke tegenstellingen. In 1933 werd de Deutsche
Vereinigung berufstätiger Frauen ontbonden wegens weigering toe te
treden tot nationaalsocialistische vrouwenorganisaties of met het
nationaalsocialisme samen te werken. Frieda von Herwarth was toen al lid
van de NSDAP. Een lezing van haar over de rol van vrouwen in het
Derde Rijk, getiteld The German women of today, is gedateerd op
16 oktober 1935. In de zomer van 1938, in haar hoedanigheid van medewerkster bij de Reichsfrauenführung
gaf zij als onderdeel van de Ferienkurse in Deutschland 1938/'39,
een programma waarin buitenlanders kennis konden maken met het nieuwe
Duitsland, de lezing Die deutsche Frau einst und jetzt, ihre
Mitarbeit beim Aufbau des nationalsozialistischen Staates. In 1939 was zij als arts werkzaam bij het Duitse Rode
Kruis. Ook was zij Schulungsleisterin bij de plaatselijke NSDAP-afdeling
Elsterplatz en Gaurednerin bij het Rassepolitische Amt. Na
de oorlog was zij behalve huisarts ook vertrouwensarts en werkzaam als
medisch adviseur bij de Allianz Versicherung.
|

New York Times
1 januari 1943
|
Op 25 december 1942 is Herwarth von Bittenfeld na een langdurige ziekte,
te weten een endemische lever- en galinfectie, thuis overleden.[9]
Zijn stoffelijk overschot werd op 31 december 1942
gecremeerd. Tal van nationaalsocialistische prominenten woonden de crematieplechtigheid
bij, waaronder een afvaardiging van de Deutsche
Zeitungswissenschaftliche Verband, geleid door Geheimrat
dr. Walther Heide, en dr. Ernst Brauweiler, hoofd van de afdeling Ausland
van het Propagandaministerie. Gutterer, inmiddels staatssecretaris van
het Propagandaministerie, legde namens Goebbels een krans en hield
namens hem een toespraak, waarin werd stilgestaan bij het werk van
Herwarth von Bittenfeld tijdens de Eerste Wereldoorlog, zijn
systematisch onderzoek van de buitenlandse pers, zijn plichtsgevoel,
innemendheid en zijn dienstbaarheid aan Hitler en het nationaalsocialisme.
Ook werden kransen gelegd door de Reichspressechef en namens de
afdeling Auslandpresse van het Propagandaministerie, de
Westfaalse Wilhelms-universiteit in Münster en het Deutsche
Zeiutungswissenschaftliche Verband, met op het lint, dat voorzien
was van een hakenkruis, de tekst Dem ersten Ehrendoktor der
Zeitungswissenschaft.
In de editie van 1 januari 1943 van de New York Times, voor
wie Herwarth von Bittenfeld geen onbekende was (in deze krant
verschenen in de periode dat hij in de Verenigde Staten als militair
attaché werkzaam was, regelmatig berichten over hem) is een bericht
over zijn overlijden gepubliceerd, waarin was vermeld dat hij sinds 1939
werkzaam was bij de afdeling Auslandspresse van het
Propagandaministerie.
|
|

Herwarth von
Bittenfeld (ca. 1940)
|
Typeringen
Uit diverse beschrijvingen komt
Herwarth von Bittenfeld naar voren als een intelligente en innemende
persoonlijkheid en een harde werker. De Amerikaanse diplomaat Hugh
Simons Gibson (1883-1954), van 1914 tot 1916 werkzaam als secretaris bij
het Amerikaanse gezantschap in Brussel, beschreef hem in A
journal from our Legation in Belgium, zijn dagboek, als een rasechte
blanke, met wie het prettig zaken doen was. Hij kende Herwarth von
Bittenfeld nog uit de tijd dat deze werkzaam was als militair attaché
in Washington; samen hadden ze enkele reizen gemaakt.
Voor het nationaalsocialisme zette Herwarth von Bittenfeld zich met hart
en ziel in en legde hij dezelfde ijver aan de dag als in de voorliggende
periode. In het dagboek dat hij bijhield in de periode 1932-1935
beschreef James Grover McDonald (1886-1964), van oktober 1933 tot
december 1935 Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen bij de Volkenbond,
een conversatie die hij op 1 april 1933 met Herwarth von Bittenfeld had
gevoerd, in die tijd werkzaam als persambtenaar voor het naziregime.
McDonald schreef over Herwarth von Bittenfeld dat hij een markant
nationaalsocialist was, die bijna lyrisch werd in zijn lofredes op
raszuiverheid en de suprematie van het Nordische ras, de terugkeer naar
de primitieve Duitse cultuur, het idealisme van de
nationaalsocialistische leiders, de almacht van de Führer en het
ongeëvenaarde karakter van de omwentelingen in Duitsland. Volgens
Herwarth von Bittenfeld was Duitsland gereed om zich los te maken van
buitenlandse dictaten. De Joden waren in zijn ogen geen Duitsers maar
vreemdelingen of erger, die verdreven moesten worden uit ongeacht welke
functie bij de overheid zij bekleedden en aan wie het aantal toegekende
banen in overeenstemming moest zijn met het percentage dat zij
uitmaakten van de totale bevolking in Duitsland. McDonald kon niet
begrijpen dat een onderlegd, hoffelijk man als Herwarth von Bittenfeld,
een voormalig militair attaché in Washington die de wereld kende,
dergelijke ideeën erop nahield en er urenlang over kon vertellen.
In november 1939 heeft Goebbels in zijn dagboek over Herwarth von
Bittenfeld geschreven dat hij op het gebied van propaganda over veel
vaardigheden en ervaring beschikte, goed op de hoogte was van de
leidende figuren van de tegenpartij en als geen ander Engeland haatte.
In de overlijdensadvertentie in 1942 is Herwarth von Bittenfeld
beschreven als iemand die het volste vertrouwen had in de Duitse
overwinning, onvermoeibaar werkte en in hoge mate intelligent was.
In een Nachruf, gepubliceerd in deel 55/56 (1942/'43) van het Zeitschrift des
Historischen Vereins für Schwaben und Neuburg, beschreef dr.
Heinz Friedrich Deininger de diepe indruk die Herwarth von Bittenfeld
maakte toen hij in september 1937 in het stadsarchief in Augsburg
werkzaam was door zijn rijzige gestalte en zijn uiterst
nauwkeurige manier van werken.
In zijn necrologie, daterend uit 1943, heeft dr. Herbert Helbig, met wie
Herwarth von Bittenfeld de Ahnentafel des Generalfeldmarschalls Eberhart Herwarth
von Bittenfeld had geschreven, hem beschreven als iemand die was
opgegroeid in de militaire traditie en opviel door zijn innemendheid,
veelzijdigheid, veelsoortige interesses en welbespraaktheid.
In haar antwoord van 24 april 1943 op een condoleancebetuiging van baron
Börries von Münchhausen karakteriseerde Frieda Herwarth von Bittenfeld
haar overleden echtgenoot als een vertrouwde levensgezel en
hartverwarmende kameraad, een karakterisering die ook in zijn
overlijdensadvertentie stond.[10]
In
schril contrast met deze beschrijvingen staan de aantekeningen over
Herwarth von Bittenfeld in de memoires van Marie-Therese
Miller-Degenfeld, de dochter van Ottonie von Degenfeld-Schonburg, de
schoonzuster van Herwarth von Bittenfelds echtgenote Julie.
Marie-Therese, voor wie Julie een tweede moeder was, had een sterke
afkeer van Herwarth von Bittenfeld, die volgens er volgens haar op uit
was eigenaar te worden van kasteel Neubeuern. Volgens haar was in
kringen van Julie’s familie en vrienden het huwelijk van Herwarth von
Bittenfeld erg omstreden. Het huwelijk raakte ontwricht door het verwijt
van Herwarth von Bittenfeld aan zijn echtgenote dat zij gekozen had voor
een misgeboorte om het erfgoed veilig te stellen. De godsdienstige
overtuiging van Julie, die na de mislukte zwangerschap aan depressies
leed, weerhield haar in eerste instantie van een echtscheiding. Een
poging tot zelfmoord kon ternauwernood worden voorkomen. Volgens
Marie-Therese is Herwarth von Bittenfeld later, onder leegplunderen van
de bankrekening die hij samen met Julie had, uitgeweken richting
Zwitserland en heeft hij zich nooit meer op kasteel Neubeuern laten
zien.[11]
|

Overlijdensadvertentie
Herwarth von Bittenfeld
|
Herwarth
von Bittenfeld en het nationaalsocialisme
Op 1 april 1933 werd Herwarth von
Bittenfeld onder de naam Hans-Wolfgang von Herwarth en de titel Oberst
a.D. ingeschreven als lid van de NSDAP. Zijn
lidmaatschapsnummer: 1.667.522. Zijn echtgenote Frieda werd op dezelfde
dag ingeschreven onder nummer 1.667.523. Tot aan zijn overlijden in 1942
is Herwarth von Bittenfeld lid geweest van de NSDAP. In de Parteistatische
Erhebung 1939, een NSDAP-vragenlijst voor leden om de stand van
zaken per 1 juli 1939 te peilen, had Herwarth von Bittenfeld aangekruist
dat hij lid was van de Reichsluftschutzbund (een paramilitaire
organisatie die zich onder andere bezighield met het trainen van
grondpersoneel en het uitvoeren van reddingsacties), de NS-Reichskriegerbund
(een veteranenbond) en de Aero-Klub von Deutschland.
Uit de aantekeningen die McDonald op 1 april 1933 heeft gemaakt van zijn
gesprek met Herwarth von Bittenfeld, blijkt dat hij goed op de hoogte
was van waar het nationaalsocialisme en de NSDAP voor
stonden.
Vooralsnog is het niet duidelijk op grond van welke motieven Herwarth
von Bittenfeld aanhanger werd van het nationaalsocialisme. De Duitse
Rijkskanselier Joseph Wirth, die zich baseerde op een vertrouwelijk
rapport van de Duitse Rijkscommissaris voor Openbare Veiligheid,
beschuldigde in september 1921 de Beierse autoriteiten in München ervan
bescherming te bieden aan Max Hermann Bauer, Hermann Erhardt en Waldemar
Pabst, leiders van de in 1920 mislukte rechts-extremistische Kapp-Putsch,
en hun aanhangers. Volgens sommige kranten in München was het
hoofdkwartier van de putschisten gevestigd in Salzburg en hadden zij een
tak in Rosenheim in Beieren, om precies te zijn: in kasteel Neubeuern,
waar Herwarth von Bittenfeld en zijn echtgenote gastvrijheid zouden
verlenen aan extremistische monarchisten, met name aan hen die het
herstel van het Beierse Huis Wittelsbach nastreefden en een
onafhankelijk Zuid-Duits katholiek koninkrijk, dat zou bestaan uit
Beieren, Oostenrijk en Hongarije. Verder zou de Hongaarse president
Horthy regelmatig te gast zijn geweest op kasteel Neubeuern, vergezeld
door Bauer. Erhardt en Pabst zouden kasteel Neubeuern eveneens
regelmatig hebben bezocht. Als deze beweringen op waarheid berusten,
kunnen zij een aanknopingspunt vormen bij het beantwoorden van de vraag
wanneer en waarom Herwarth von Bittenfeld zich tot het
nationaalsocialisme wendde en lid is geworden van de NSDAP.[12]
In Mund- und Briefpropaganda, een nota, geschreven rond mei
1933, heeft Herwarth von Bittenfeld zijn onvrede geuit over het einde
van de Eerste Wereldoorlog en de Weimar-Republiek door de kwalificaties Diktat
von Versailles en 14jährige deutsche Mangel an politischer
Führung te gebruiken.[13] In
Der deutsche Soldat, geschreven als bijdrage aan Deutsche Saat
in fremder Erde (Berlijn, 1936), heeft Herwarth von Bittenfeld
geschreven dat het nationaalsocialistische Duitsland in de geschiedenis
van Duitsland wederom de taak op zich had genomen het bedreigde
Avondland te beschermen en in afwachting van de strijd de wapens
smeedde, om zich teweer te stellen tegen het barbaarse, Aziatische
bolsjewisme dat al het hoogstaande en edele in Duitsland, het hart van
Europa, wilde vernietigen. Dankzij Hitlers politiek, dat wil zeggen de
herbewapening van Duitsland, zou Duitsland niet zozeer een volksleger
hebben (Volksheer), maar zou het Duitse volk het leger zijn (Heer-Volk).[14]
Aan Börries von Münchhausen schreef Herwarth von Bittenfeld op 27
mei 1941 met het oog op de tegenslagen en lichtpunten in het leven die
beiden hadden ervan, dat hij het als een lichtpunt beschouwde dat hij op
zijn leeftijd de oorlog, de overwinning en de opbouw van het nieuwe
Europa kon dienen in een ministerie en goede hoop had ook na de oorlog
zijn vaderland dienstbaar te kunnen zijn.[15].
Echo's hiervan weerklonken in de overlijdensadvertentie die in deze
paragraaf is afgebeeld.
Publicaties
van Herwarth von Bittenfeld, besproken op deze website
De
Meern, 7 juni 2007
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 30 augustus 2010
Noten
-
Het
biografisch materiaal is voor het belangrijkste deel afkomstig uit
de volgende bronnen:
- dr. Herbert Helbig over Herwarth von Bittenfeld in de rubriek Kurze
Nachrichten in Familiengeschichtliche Blätter Jg 41, 1943 (Deutsche
Nationalbibliothek, Leipzig, ZC 249);
- Genealogisches Handbuch des Adels, bd. 71, Limburg an der
Lahn, 1979, p.230-231;
- Zeitungswissenschaft; Monatsschrift für internationale
Zeitungsforschung, 1941, Heft 7, p.399 -
403 en 1943, Heft 1, p.1-3;
- Herwarthisches, Für
die Familienmitglieder zusammengestellt von Hans-Wolfgang Herwarth von
Bittenfeld, Schriftführer des Herwarthischen Familienvereins
(met dank aan dr. J. Anker, antiquair in Kiefersfelden);
- Advocate for the Doomed - the Diaries and Papers of
James G. McDonald, 1932-1935 (Indiana University Press / United
States Holocaust Memorial, 2007, p.34);
- A journal from our Legation in Belgium (Hugh
Gibson, New York, 1917);
- overlijdensadvertentie Herwarth von Bittenfeld (http://db.genealogy.net/familienanzeigen);
- dr. Heinz Friedrich Deininger: Nachruf, in: Zeitschrift des
Historischen Vereins für Schwaben und Neuburg, Bd. 55.56 (1942/43),
p.559-566;
- Gerhard: Kirchenführer Ev. Ulrichskirchengemeinde Bittenfeld (2006);
- Staatsarchiv Leipzig: Sächsisches Staatsarchiv;
- Freie Universität Berlin: Dokumentation: Ärtztinnen im
Kaiserreich (http://userpage.fu-berlin.de/~elehmus/index.html);
- briefwisseling tussen Herwarth von Bittenfeld en zijn echtgenote
Frieda en baron Börries von Münchhausen (Goethe-Schilller Archiv,
Weimar, GSA 69/1443, -1444, -1445, -4702 en -4703).
De informatie over de Technische Nothilfe is afkomstig uit de
Wikipedia.
De pasfoto van Herwarth von Bittenfeld, gemaakt op 10 december 1935,
maakt deel uit van het NSDAP-archief, dat tegenwoordig wordt
bewaard door het Bundesarchiv in Berlijn.
De afbeelding van het wapen van de familie Herwarth von Bittenfeld
is afkomstig uit Herwarthisches.
De afbeelding van de replica van het altaarkruis in de Ulrichskirche
in Bittenfeld die Herwarth von Bittenfeld in 1902 heeft laten
vervaardigen, is afkomstig uit de Kirchenführer
2006 van de Evangelische Ulrichskirchengemeinde
Bittenfeld. Met dank aan dominee J. Maurer, Bittenfeld.
De familienaam "Herwarth von Bittenfeld" dateert uit 1574,
toen Matthias II Herwarth, woonachtig in Esslingen, de burcht
Bittenfeld kocht, de naam "Herwarth von und zu Bittenfeld"
ging voeren en opgenomen werd in het Zwabische Rijksridderschap.
Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld was een afstammeling van
Matthias II Herwarth.
Op een aantal websites en in een aantal publicaties wordt
Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld verward met Hans-Heinrich
Herwarth von Bittenfeld (Berlijn, 14 juli 1904 - Küps, 21 augustus
1999), een verre verwant, ook bekend onder de namen Hans von Herwarth en Johnny von
Herwarth. Hans-Heinrich Herwarth von Bittenfeld was van 1927 tot 1939 werkzaam bij het
Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, in welke periode hij van
1931 tot 1939 werkzaam was op de Duitse ambassade in Moskou. Van
1939 tot 1945 was hij werkzaam bij de afdeling Abwehr van het Oberkommando
der Wehrmacht en na 1945 voor de Bundesregierung, in
welke periode hij in 1955 werd aangesteld als ambassadeur in Londen.
Samen met S. Frederick Starr heeft hij het boek Against two evils
- Memoirs of a Diplomat Soldier during the Third Reich geschreven (Londen en New York, 1981). De Duitse vertaling ervan,
getiteld Zwischen Hitler
und Stalin - Erlebte Zeitgeschichte 1931-1945, verscheen een
jaar later in Berlijn en Wenen. Van 1971 tot 1977 was hij voorzitter
van het Goethe-Institut, een internationale culturele
non-profit organisatie die de studie van de Duitse taal bevordert en
het uitwisselen van cultuur en die informatie biedt over Duitse
cultuur, de Duitse samenleving en de Duitse politiek. [tekst]
Van
Berkel: De Duitse
grondtekst van oa. Hoe zal deze oorlog eindigen?. [tekst]
Herwarth
von Bittenfeld aan Börries von Münchhausen, 30 mei 1941 (Goethe-Schiller
Archiv, GSA 69/1444). [tekst]
Herwarth
von Bittenfeld heeft deze vertaling in 1919 voltooid. De titel Sonnets
from the Portuguese suggereert dat het om een Engelse vertaling
door Barrett Browning gaat van Portugese sonnetten. Deze suggestie
keert terug in de titel van de vertaling door Herwarth von
Bittenfeld. In werkelijkheid zijn het Engelse sonnetten, geschreven
door Barrett Browning, die in navolging van de 16e-eeuwse Portugese
dichter Luis de Camões gebruik maakte van voor Portugese sonnetten
karakteristieke rijmschema's. De suggestie van een vertaling uit het
Portugees moest verhullen dat Barrett Browning haar eigen
liefdesleven had verwoord. Het woord Portuguese is ook een
zinspeling op het feit dat Barrett Brownings echtgenoot haar
liefkozend my little Portuguese noemde, vanwege haar lange,
donkere haar (bron: Wikipedia).
[tekst]
Zie het gastenboek
van Schloss Neubeuern, deel VI. [tekst]
De auteur dankt antiquariaat K.
Harlinghausen, Osnabrück, voor de toezending van een foto van
Katharina Wagenführ. De foto dateert uit 1900. De pasfoto van
Frieda Schneider, gemaakt op 10 december 1935, maakt deel uit van
het NSDAP-archief, dat tegenwoordig wordt bewaard door het Bundesarchiv
in Berlijn.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Hans-Eberhard,
die in de Verenigde Staten verbleef, terug naar Duitsland. Hij nam
dienst in het leger in de rang van kapitein. In september 1918 werd
hij door de Amerikanen krijgsgevangen genomen. Zijn vrijlating werd
bewerkstelligd door de Amerikaanse defensieminister Baker, die hem
herkende tijdens inspectie van het kamp waarin Hans-Eberhard was
geïnterneerd. Naar aanleiding hiervan besloot Hans-Eberhard zich in
de Verenigde Staten te vestigen om in Californië een boerenbedrijf
te beginnen, en afstand te doen van zijn titel als baron (The New York
Times, 11 november 1922).
Katharina Wagenführ trad in 1918 in het huwelijk met baron Karl
Alexander Hugo von Fritsch (1869-1945), kamerheer en Oberhofmarschall,
de laatste slotheer van kasteel Seerhausen.
Heinrich-Wolfgang emigreerde naar Nederland ten tijde van Hitlers Bierkellerputsch
in 1923 en heeft de banden met zijn vader verbroken.
Volgens een vragenlijst van de NSDAP, daterend uit 1939, had
Herwarth von Bittenfeld drie kinderen, allen ouder dan 18 jaar.
Hiermee zijn Hans-Eberhard, Heinrich-Wolfgang en Anna Maria
Katharina Modesta Renate bedoeld.[tekst]
Bronnen: Julie
Freifrau von Wendelstadt geb. Gräfin Degenfeld-Schonburg, gen. Sisi
(hiervan is ook de foto van Julie von Wendelstadt afkomstig) en
Reinhard Käsinger (Schloss Neubeuern) aan Van Berkel, 19 april
2008. [tekst]
Frieda Herwarth von Bittenfeld
aan Börries von Münchhausen, 24 april 1943 (GSA 69/1443). [tekst]
In de archieven van de NSDAP
is tweemaal foutief opgetekend dat Herwarth von Bittenfeld op 25
november 1942 is overleden. [tekst]
Frieda Herwarth von Bittenfeld
aan Börries von Münchhausen, 24 april 1943 (Goethe-Schiller Archiv,
GSA 69/1443). [tekst]
Bron: Julie
Freifrau von Wendelstadt geb. Gräfin Degenfeld-Schonburg, gen. Sisi.
Op pagina 11 in Ahnentafel des Generalfeldmarschalls Eberhard
Herwarth von Bittenfeld... heeft Helbig overigens geschreven: In
schöner Erinnerung bleibt die Gastfreundschaft von H.W. von
Herwarth in Heemstede und + Freifrau von Wendelstadt auf Schloß
Neubeuern a. Inn.
De foto van Herwarth von Bittenfeld, gezeten aan een bureau, vergezelde
oorspronkelijk de Nachruf
in het Zeitschrift des
Historischen Vereins für Schwaben und Neuburg, Bd. 55.56 (1942/'43).
Met dank aan de Bayerischen Staatsbibliothek, München.
[tekst]
The New York Times, 16
september 1921. In de online-versie van het gastenboek
van Schloss Neubeuern, deel VI staan geen bijdragen, afkomstig
van Bauer, Erhardt, Horthy of Pabst. Item 176 echter, gedateerd op 4
januari 1923, dwz. na de scheiding tussen Herwarth von Bittenfeld en
Julie von Wendelstadt, bestaat uit keerversregels, afkomstig uit het
rond 1919 gecomponeerde strijdlied van de Brigade Erhardt: Hakenkreuz am Stahlhelm / Schwarz-weiss-rotes Band / Die
Brigade Erhardt / So sind wir genannt! Bij deze regels waren de
vlag van dit vrijkorps afgebeeld, een zwart-wit-rode band en
een soldatenhelm met hakenkruis. De Brigade
Erhardt, die onder bevel stond van Hermann Erhardt, luidde in de
nacht van 12 op 13 maart 1920 de Kapp-putsch in met de bezetting van
regeringsgebouwen in Berlijn als protest tegen het besluit dat de
vrijkorpsen moesten worden ontbonden. Het hakenkruis dat deze
brigade voerde, werd later door de nazi's overgenomen. [tekst]
Herwarth von Bittenfeld, mei
1933, pagina 3 in zowel de ontwerptekst als de definitieve tekst (Bundesarchiv,
N 2113/119). [tekst]
Bömer, p.82-83. [tekst]
Herwarth von Bittenfeld aan
Börries von Münchhausen, 27 mei 1941 (Goethe-Schiller Archiv, GSA
69/1444). [tekst]
|
|