|
In
de dagboeken van dr.
Paul Joseph Goebbels, van 1933 tot 1945 minister van Propaganda in nazi-Duitsland, en de notulen van de geheime dagelijkse
propagandabesprekingen op het Propagandaministerie komen regelmatig de
vermeldingen "Nostradamus-geschrift" en "Nostradamus-brochure"
voor. In dit artikel worden deze vermeldingen opgevat als verwijzingen
naar een brochure waarvan de Duitse grondtekst in november - december 1939 in opdracht van
Goebbels is geschreven. Nadat Goebbels hem in december 1939 had
goedgekeurd, werd deze tekst vertaald in acht talen. Vanaf eind maart
1940 werden deze vertalingen in de vorm van brochures in vier maanden tijd
in een totale oplage van 83.000 exemplaren verspreid in een aantal landen buiten Duitsland, door Goebbels
aangeduid als "neutrale landen". Uit zijn dagboeken en uit de
notulen van de geheime dagelijkse propagandabesprekingen blijkt dat hij in hoge mate betrokken was bij de totstandkoming en verspreiding
van deze brochures en zeer verheugd was over de successen die ermee werden behaald,
mede vanwege de competentiestrijd tussen zijn ministerie en
het ministerie van Buitenlandse Zaken met betrekking tot het voeren van
propaganda.
In dit artikel komt het ontstaan van deze "Nostradamus-brochure"
ter sprake, de vertaling ervan en de verspreiding. Ook wordt
aandacht besteed aan de propagandistische boodschap die erin besloten
lag, de beoogde
en behaalde effecten, het gebruikte bronmateriaal en de verwerking ervan.
|

Hans-Wolfgang
Herwarth von Bittenfeld
1935
|
Het
ontstaan van de
Duitse grondtekst van o.a. Hoe zal deze oorlog eindigen?
Op 23 november
1939, daags nadat hij met Hitler had gesproken over de verbluffende
betekenis van de Centuriën voor de actuele situatie in Europa, voerde Goebbels een gesprek met één van zijn ambtenaren,
een gepensioneerd officier,
in zijn dagboekaantekeningen aangeduid met de naam "Von
Herwarth".
Deze naam komt ook voor in de notulen van de geheime
dagelijkse propagandabesprekingen in het Propagandaministerie.
Kritzinger heeft in 1961 in zijn relaas aan Howe dezelfde naam genoemd.[1]
De naam
"Von Herwarth" is een verwijzing naar Hans-Wolfgang Herwarth
von Bittenfeld Oberst a.D. (1871-1942), een gepensioneerd overste
die sinds september 1939 in het Propagandaministerie werkzaam was als
buitengewoon hoofd van de afdeling Auslandspresse en was belast met
bijzondere opdrachten.[2]
Goebbels heeft over Herwarth von Bittenfeld geschreven dat hij goed op
de hoogte was van zijn tegenstanders en als geen ander Engeland haatte.
Over zijn gesprek met Herwarth von Bittenfeld
geschreven dat hij hem zich over Nostradamus liet buigen. In dit artikel is
aangenomen dat Goebbels aan Herwarth von Bittenfeld anti-Engelse Centurie-commentaren
heeft laten zien met betrekking tot de toestand in Europa in het najaar
van 1939. Goebbels heeft in zijn dagboek eveneens aangetekend dat de wereld vol bijgeloof is, dat
zou moeten worden uitgebuit om de tegenstander onderuit te halen.
Met betrekking tot 4 december 1939 heeft Goebbels in zijn dagboek
aangetekend dat Herwarth von Bittenfeld Nostradamus opnieuw had vertaald
(...hat den Nostradamus neu übersetzt) en dat dit geschrift
buitengewoon geschikt was voor de propaganda
in het buitenland. Hij zou er meteen werk van maken.[3] In dit
artikel wordt
aangenomen dat Goebbels hiermee niet heeft bedoeld dat Herwarth von
Bittenfeld een
nieuwe vertaling had gemaakt van de Centuriën maar een tekst
had geschreven, bedoeld voor een brochure. Waarschijnlijk heeft Goebbels hem
op 23 november 1939 opdracht gegeven dit te doen.
Op 5 december 1939 kwam Herwarth von
Bittenfelds manuscript ter sprake in de geheime dagelijkse propagandabespreking. In
die bespreking kreeg prof. dr. Karl Bömer, hoofd in het Propagandaministerie van
de afdeling Auslandspresse, de opdracht het nog eens met
Herwarth von Bittenfeld door te nemen. In samenwerking met Leopold Gutterer,
hoofd in het Propagandaministerie van de afdeling Propaganda, moest een definitieve versie worden opgesteld, die aan Goebbels
moest worden voorgelegd na diens terugkeer van een dienstreis naar de
Westwall, ook wel Siegfriedlinie genoemd, de Duitse
verdedigingslinie langs de grenzen met België en Frankrijk.
In de notulen was verder vastgelegd dat de brochure niet
wetenschappelijk van aard moest zijn, maar propagandistisch.[4]
De eerstvolgende aantekening met betrekking tot de
Nostradamus-brochure staat in de
notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 13 december 1939.
Daarin staat dat het Nostradamus-manuscript geweldig
goed was geschreven.[5]
Anders gezegd: de uiteindelijke versie die Herwarth von Bittenfeld, Bömer en
Gutterer na de geheime dagelijkse propagandabespreking van 5 december
1939 hadden opgesteld, is uiterlijk daags voorafgaand aan de geheime
dagelijkse propagandabespreking van 13 december 1939 goedgekeurd door
Goebbels. Deze goedkeuring werd kenbaar gemaakt in de propagandabespreking van 13
december 1939.
Acht
vertalingen
De eerstvolgende aantekening na
13 december 1939 over de Nostradamus-brochure staat in het dagboek van Goebbels.
Met betrekking tot 22 februari 1940 schreef hij dat Nostradamus voltooid was en dat het een schitterende
brochure was geworden, bestemd voor de neutralen, geheel en al
schijnheilig en braaf.[6] Misschien
heeft deze
opmerking betrekking op een drukproef. Hij kan ook
betrekking hebben op het voltooid zijn van een aantal vertalingen van de
tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. hadden geschreven, die immers niet bestemd was voor Duitsland, maar voor "de
neutralen". In een rapport
over de werkzaamheden van de afdeling Buitenland van het
Propagandaministerie in de periode 1 januari - 31 augustus 1940,
opgesteld door dr. Ernst Brauweiler, hoofd van deze afdeling, is het
begrip "Nostradamus-geschrift" vermeld in de context van een
aantal vertalingen.[7]
In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat dit
de vertalingen zijn van de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s. in december 1939 hadden voltooid.
Brauweiler, verantwoordelijk voor de verspreiding van deze brochures,
had in zijn rapport acht talen genoemd waarin de Nostradamus-brochures waren verschenen: het Engels, Frans, Italiaans,
Kroatisch, Nederlands, Roemeens, Servisch en het Zweeds. Hieronder volgen enkele gegevens van
zes van deze brochures.
De
Nederlandse brochure ("Pasteur")
De
Nederlandse brochure is getiteld Hoe zal deze oorlog
eindigen? een belangwekkende en actueele beschouwing op grond der
voorspellingen van Michel Nostradamus gegeven in "Les vrayes
Centuries et Prophéties"; samengesteld uit de nagelaten
geschriften van Jean François Pasteur.
Hoe zal deze oorlog eindigen telt 46 pagina's. In het
dagboek van Goebbels staat met betrekking tot 24 april 1940 (ruim twee
weken voor de Duitse inval in o.a. Nederland op 10 mei 1940) dat deze
brochure inmiddels in Nederland is verschenen en in Zwitserland en het
nodige opzien baarde.[8]
De druk en uitgave van Hoe zal deze oorlog eindigen?
werd verzorgd door W.J. Ort, drukker en uitgever in Den Haag. De eerste
honderd exemplaren waren genummerd 1 t/m 100. Het exemplaar dat in mijn
bezit is, is een ongenummerd exemplaar.
Hoe zal deze oorlog eindigen? bevat drie illustraties: een
portret van Nostradamus, geschilderd door zijn zoon César; een
afbeelding van de gravure op de omslag van de editie-Amsterdam-1668 en een uitsnede
van de titel van die editie. Op de
omslag van Hoe zal deze oorlog eindigen? staat bovendien een afbeelding van het wapen van Parijs,
"aangezien het", zo staat op de achterkant van de titelpagina,
"Frankrijks hoofdstad was, waar Maistre Nostradamus zijn grootste
triomfen heeft gevierd".
Hoe zal deze oorlog eindigen? is ingedeeld in een voorwoord,
volgens opgave geschreven door de (anonieme) vertaler, twee hoofdstukken en een
aanhangsel met Franstalige teksten van de kwatrijnen die
zijn besproken en Franstalige teksten van de citaten uit De Fontbrune's
Les Prophéties de Maistre Michel Nostradamus - Expliquées et
commentées (Sarlat, 1939 [1938], vijfde druk).
Volgens noot 1 op pagina 41 zijn de Franstalige kwatrijnteksten afkomstig uit
Texte intégral, reproduction agrandie en phototypie de l'édition
d'Amsterdam, 1668 (Parijs). Dit is de fotokopie die in opdracht
van de Fransman P.V. Piobb is vervaardigd van de editie-Amsterdam-1668
van de Centuriën, getiteld Les vrayes centuries et propheties
de Maistre Michel Nostradamus. Het is de titel van deze editie die
deel uitmaakt van de volledige titel van Hoe zal deze oorlog
eindigen?.
Op de titelpagina staat de opmerking Naar een authentieke uitgave uit
het jaar 1688 door Jean
François Pasteur (+) voorzien van een actueele verklaring mede
op grond van een studie van den Franschen Nostradamus-kenner Dr. de
Fontbrune. Een dergelijke opmerking komt niet voor in de
Engelse, Franse en Zweedse versie. De naam Jean François Pasteur, die ook is genoemd in het
voorwoord van Hoe zal deze oorlog eindigen?, is
een gefingeerde naam. Wij signaleren eveneens een drukfout: 1688 in
plaats van 1668.
De tekst in de twee hoofdstukken van Hoe zal deze oorlog eindigen? is
voorzien van 27 voetnoten, die verwijzen naar Franse teksten in het
aanhangsel, en twee tekstnoten. Dit geeft
aan Hoe zal deze oorlog eindigen? een wetenschappelijk uiterlijk,
dat niet goed in overeenstemming kan worden gebracht met de instructie,
vastgelegd in de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking
van 5 december 1939, dat de brochure niet wetenschappelijk moest zijn,
maar propagandistisch. Misschien had die instructie betrekking op de
manier waarop aan de lezers de treffendheid van de voorspellingen van
Nostradamus kenbaar moest worden gemaakt en dat ingespeeld moest worden
op hun gevoel. Willi A. Boelcke heeft in Wollt Ihr den totalen Krieg? - Die geheimen
Goebbels-Konferenzen 1939-1943 zes kenmerken genoemd van de
propaganda zoals Goebbels die voerde. Eén ervan was dat propaganda
volgens Goebbels de kunst was alleen het instinctieve, het emotionele,
het gevoel en de passie in het volk aan te spreken en niet het proberen intellectuelen te
overtuigen met rationele argumenten; dat zou van
meet af aan tot mislukken zijn gedoemd.[9]
Hiermee komt de opmerking van
Goebbels overeen dat met het nostradamiek materiaal het alom levende bijgeloof moest worden uitgebuit
om op die manier de tegenstander onderuit te halen.
De
Franse brochure ("Rossier"-1940b)
[PA AA R
66658; © Politischen Archiv Auswärtigen Amt, Berlijn]
De Franse brochure is getiteld
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? La
réponse est donnée par: Les vrayes centuries et prophéties de Maître
Michel Nostradamus. In het dagboek van Goebbels staat met betrekking
tot 24 april 1940 dat deze brochure in omloop was gebracht in
Zwitserland, tegelijk met het in omloop brengen in Nederland van de Nederlandse versie,
en het nodige opzien baarde.[10]
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?
bestaat uit drie grote, dubbelzijdig
bedrukte vellen papier en is op naam gesteld van prof. Ant. Rossier, astroloog
en grafoloog, gevestigd in Genève. De brochure maakte deel uit van de serie Edition "ANT".
De koptekst PRÉDICTIONS is een verwijzing naar een maandblad over
toegepaste psychologie en voorspellingen, dat door Rossier vanaf
februari 1940 werd uitgegeven.
In Que passera-t-il entre le printemps
1940 et le printemps 1941? staan advertenties, waarin Zwitserse,
Belgische en Franse lezers de mogelijkheid
wordt geboden een abonnement te nemen op de serie Edition "ANT"
en jaarhoroscopen te bestellen. Dit wijst erop dat deze folder niet
alleen werd verspreid in Zwitserland, maar ook in Wallonië en Frankrijk
en wellicht ook in Luxemburg.
Op deze website wordt ervan uitgegaan dat de Duitsers de Franse
vertaling van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. bij Rossier
hadden ondergebracht. Of Rossier de Duitse tekst heeft vertaald in het
Frans, is niet duidelijk. Wel is duidelijk dat Rossier deze vertaling
heeft laten drukken bij A.
Mayor in Genève, die ook zijn maandblad Prédictions drukte, en
hem heeft uitgegeven in de vorm van een door hemzelf geschreven nieuwe
interpretatie van de Centuriën, onder verwijzing naar zijn
voorspellingen in Prédictions.
In de volledige titel van
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? is,
evenals in die van Hoe zal deze oorlog eindigen?, verwezen naar Les
vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus.
De tekst van
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?
is ingedeeld in elf hoofdstukken. Een deel van de tekst van de paragraaf Un coup d'oeil vers l'avenir, waarin is besproken langs
welke wegen de mensen greep willen krijgen op de toekomst, komt niet
voor in de Nederlandse en Servische versie. De titels van de
eerste zes hoofdstukken komen overeen met de titels van de eerste zes
hoofdstukken van Sta nam donosi 1940?, de Servische versie.
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?
bevat geen afbeeldingen, geen voorwoord en geen aanhangsel. De tekst is
afgesloten met een ongetiteld nawoord waarin Zwitserse, Belgische en
Franse belangstellenden de mogelijkheid werd geboden zich te abonneren op nieuwe uitgaven in de serie Edition "ANT".
Wat opvalt, is dat volgens één van de paragraaftitels Frankrijk
gevrijwaard zou blijven van de oorlog. Dit komt in geen andere
beschikbare vertaling voor en wijst erop dat de inhoud van Que se
passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? op
sommige punten is aangepast met het oog op verspreiding in Frankrijk.
De
Servische brochure ("Belgrado")
[PA AA R
66658; © Politischen Archiv Auswärtigen Amt, Berlijn]
De Servische brochure is getiteld Sta nam
donosi 1940? Odgovara nam
cuveni fransuski astrolog Nostradamus u svome delu "Les vrayes
Centuries et Propheties" en is uitgegeven in Belgrado door Mecunarodna
knjizarnica. Deze brochure bestaat uit 16 pagina's.[11]
De in het cyrillisch schrift gedrukte tekst van Sta nam donosi 1940? is ingedeeld
in zeven hoofdstukken en een ongetiteld nawoord. De titels van de eerste zes hoofdstukken
corresponderen met de titels van de eerste zes paragrafen van Que
se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?, de
Franse versie.
Sta nam donosi 1940? is gepubliceerd op anonieme basis en bevat geen
afbeeldingen, voorwoord of aanhangsel. Van een aantal kwatrijnen is
naast de Servische vertaling ook de
Franse kwatrijntekst gegeven. De Franse kwatrijnteksten zijn weergegeven
in Latijns schrift, niet in het cyrillisch schrift.
In de volledige titel van Sta nam donosi is,
evenals in die van Hoe zal deze oorlog eindigen?, verwezen naar Les
vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus.
De
Zweedse brochure ("Norab"-1940a)
De
Zweedse brochure is getiteld Nostradamus spådomar om kriget.
Deze brochure, die 52 pagina's telt, is in 1940
hoogstwaarschijnlijk verschenen bij
Neutrala Institutets Förlag, Stockholm, en gedrukt bij Stockholms bokindustri
AB. Een exemplaar van deze brochure is in het
bezit van ondergetekende.
Op de titelpagina van Nostradamus spådomar om kriget staat de
naam Norab.
Volgens de Svensk Bok-Katalog 1936-1940 is de naam
"Norab", een vrij gangbare Zweedse familienaam, een pseudoniem van de Zweedse baron Lage Fabian Wilhelm
Staël von Holstein (1886-1946).[12]
Staël von Holstein
heeft vanaf 1911 veel gepubliceerd over Zweedse en internationale
maatschappelijke, militaire en politieke aangelegenheden en schreef
nationaalsocialistische propaganda.[13]
In Nostradamus spådomar om kriget
staan drie afbeeldingen: een portret van Nostradamus, geschilderd door
zijn zoon César, een deel van de eerste pagina van de eerste Centurie
en de onderste helft van de gravure van de editie-Amsterdam-1668. Op
de omslag is een brandende wereldbol afgebeeld en sterren aan
het firmament, een verwijzing naar Nostradamus in zijn hoedanigheid van
astroloog.
Op p.50 is aandacht besteed aan de Altmark-affaire, de bevrijding door
de bemanning van de Britse torpedobootjager Cossack in de nacht
van 16 op 17 februari 1940 van Britse krijgsgevangenen uit het
Duitse marineschip Altmark, dat in de haven van Jössingfjord
(Noorwegen) lag.
Goebbels heeft met betrekking tot 11 maart 1940 in zijn dagboek
geschreven dat geprobeerd zou worden "Nostradamus" onder te
brengen in Zweden.[14]
Dit betekent dat de Zweedse vertaling tussen 17 februari 1940 en 11 maart 1940
is voltooid.
Nostradamus spådomar om kriget is ingedeeld in achttien
hoofdstukken. De tekst van de hoofdstukken I, XVII en XVIII komt niet
voor in de Engelse, Nederlandse en Franse versie. In de
hoofdstukken XVII en XVIII komen twee Deense Centurie-commentaren
ter sprake; in hoofdstuk XVII zijn twee kwatrijnen besproken die in de
Engelse, Nederlandse en Franse versie niet
voorkomen.
Nostradamus spådomar om kriget heeft geen aanhangsel waarin de
Franstalige teksten staan van de kwatrijnen die zijn besproken of de
Franstalige tekst van de citaten uit De Fontbrune's Les Prophéties... Van vier kwatrijnen is de tekst weergegeven
in het Frans, van de overige kwatrijnen zijn meestal enkele regels
weergegeven in het Zweeds.
Noch in de titel van
Nostradamus spådomar om kriget, noch in de tekst is verwezen naar Les
vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus.
De
Engelse brochure ("Norab"-1940b)
De Engelse brochure is getiteld What will happen in the near
future?
For an answer, we must turn to "Les vrayes Centuries et Prophéties de
Maistre Michel Nostradamus" - The prophecies of the ancient French
astrologer Michel Nostradamus and the present war - by Norab.
Deze brochure, die 63 pagina's telde, is in 1940 gedrukt bij
Stockholms bokindustri AB. Ondergetekende is in het bezit van de omslag
van deze brochure, de inhoudsopgave, de pagina's 5 t/m 17 en de pagina's
36 t/m 63. What will happen in the near future? staat op naam van
Norab, het pseudoniem van Staël von Holstein. Op de omslag en de
rugzijde staat de titel Nostradamus Prophecies about the War, wat
de Engelse vertaling is van de titel Nostradamus spådomar om kriget.
What will happen in the near future? is ingedeeld in 14
hoofdstukken. Hoofdstuk I is een inleidend hoofdstuk, met daarin de
tekst die Goethe in Faust, akte 1, scene 1, heeft gewijd aan
Nostradamus en de astrologie. Een dergelijke inleiding komt niet voor
in de overige beschikbare brochures, evenmin als de tekst van hoofdstuk
XIII, waarin Italië's deelname aan de oorlog is besproken. Dit
ingevoegde hoofdstuk doet veronderstellen dat de tekst van What will
happen in the near future is voltooid na 10 juni 1940, de datum
waarop Italië de oorlog verklaarde aan Engeland en Frankrijk.
Op p.10 staat een afbeelding van de eerste pagina van de eerste Centurie.
Deze afbeelding komt ook voor op p.10 in Nostradamus spådomar om kriget. Op
p.36 staan vier horoscoopfiguren die bij
commentaren op de kwatrijnen 01-51, 02-05, 03-01 en 04-67 horen. Op
pagina 38 staat een horoscoopfiguur afgebeeld, berekend voor 14 november
1999. Deze figuren komen in geen enkele andere versie van de Duitse
grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. voor, ook niet in Nostradamus
spådomar om kriget, waarin speculaties in What will happen in
the near future? over wat de wereld rond
1995 te wachten staat, kort zijn aangestipt.
Op
een paar plaatsen in What will happen in the near future?
staat nostradamiek materiaal dat niet is opgenomen in de Franse,
Nederlandse en Zweedse brochure.
In What will happen in the near future is een aantal kwatrijnteksten in
het Engels en het Frans weergegeven. In tegenstelling tot de Nederlandse
brochure is er geen aanhangsel met Franse
kwatrijnteksten of de Franse
tekst van citaten uit De Fontbrunes Les Prophéties...
In de volledige titel van What will happen in the near future?
is,
evenals in die van Hoe zal deze oorlog eindigen?, verwezen naar Les
vrayes centuries et propheties de Maistre Michel Nostradamus.
De
Italiaanse brochure ("Genua")
De Italiaanse brochure is getiteld Le profezie del Maestro
Michele Nostradamus anno 1558. Deze brochure, die 24 pagina's telde,
is in 1940 verschenen bij Goffi, Via Gradisca 6, Genua, tel. 56.631.
Le profezie del Maestro Michel Nostradamus is ingedeeld in elf
hoofdstukken. In de meeste gevallen komen de hoofdstuktitels overeen met
de titels in Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le
printemps 1941? en met een deel van de titels in Sta nam donosiOp pagina 3 van Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno
1558 staat een afbeelding van de gravure van de editie-Amsterdam-1668. Op
pagina 4 staat een afbeelding van de eerste pagina van de eerste Centurie
uit die editie.
In het hoofdstuk Dalla guerra mondiala alle S.d.N. all'impresa
etiopica is aandacht besteed aan de Ethiopische kwestie aan de hand
van kwatrijn 02-64. De
bespreking van deze kwestie maakt geen deel uit van de tekst van de
andere vertalingen en kwatrijn 02-64 komt in de andere vertalingen niet
voor. Dit kan betekenen dat de tekst van Le profezie del
Maestro Michele Nostradamus anno 1558 enigszins is aangepast om een zo groot
mogelijke uitwerking te hebben op de Italiaanse lezers. In tegenstelling
tot What will happen in the near future? is in Le profezie
del Maestro Michele Nostradamus anno 1558 niets geschreven over de
deelname van Italië aan de oorlog.
In Le profezie del Maestro Michele Nostradamus anno 1558 staan
Franstalige kwatrijnteksten. De weergave van deze kwatrijnteksten in het
Italiaans is vaak voorafgegaan door de woorden libra traduzione (vrije
vertaling). Er is geen aanhangsel met Franstalige kwatrijnteksten of teksten uit De
Fontbrunes Les Prophéties...
In
de titel van Le profezie del Maestro Michel Nostradamus anno 1558 is de
titel Les vrayes Centuries et Propheties niet opgenomen. Wel is
het jaartal 1558 opgenomen in de titel. Dit jaartal verwijst naar het
jaar dat onder de Brief aan Henri II is vermeld, welke brief deel
uitmaakt van de kopie-Piobb-1938, waaruit bij het samenstellen van de
Duitse tekst materiaal is overgenomen. Op p.17 zijn in een voetnoot de
gegevens vermeld van De Fontbrunes Les Prophéties...
Noch
uit de dagboeken van Goebbels, noch uit de notulen van de geheime
dagelijkse propagandabesprekingen blijkt dat er een vertaling van de
tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. is gemaakt ten behoeve van
verspreiding in Engeland. Uit punt 4 van de notulen van de geheime
dagelijkse propagandabespreking van 22 juli 1940 blijkt dat via de
geheime radiozender een op Engeland gerichte Nostradamus-campagne zou
worden gevoerd. Deze Nostradamus-campagne zou uit twee delen bestaan. In
het eerste deel zou worden uiteengezet wat Nostradamus voor vroeger
tijden juist had voorspeld. In het tweede deel zouden voorspellingen
worden besproken in het kader van een vernietiging van Londen. In de
geheime dagelijkse propagandabespreking van 10 september 1940 werd aan
lord Haw-Haw (bijnaam van William Joyce, commentator van de dienst
Engeland van de Duitse omroep) opgedragen om in het kader van een
aanvalsgolf op Londen te wijzen op de mogelijke vervulling van de
voorspellingen van Nostradamus, als onderdeel van een grotere
propagandacampagne (Boelcke-1966, p.410 en 498). De tekst van Herwarth
von Bittenfeld c.s. kan ook worden ingedeeld in twee delen: in het
eerste deel worden voorspellingen besproken die reeds zijn vervuld, in
het tweede deel worden de actuele situatie en de toekomstperspectieven
uiteengezet.
De
ordening van
de tekst in de diverse vertalingen
In de diverse
vertalingen is de tekst op zeer uiteenlopende manieren ingedeeld in
hoofdstukken. Er zijn veel overeenkomsten tussen de hoofdstuktitels van
de Franse en de Italiaanse versie. De titels van de eerste zes
hoofdstukken van de Servische versie komen in veel gevallen overeen met
de titels van de eerste zes hoofdstukken van de Franse en Italiaanse
versie. Dit wijst erop dat Herwarth von Bittenfeld c.s. hun tekst hadden
ingedeeld in hoofdstukken. In een aantal versies komen afwijkende hoofdstuktitels
en/of tekstindelingen voor. Misschien werd hiermee een
bepaald propagandistisch effect beoogd of wilde men aansluiten bij
de "volksaard".
De hoofdstuktitels van de Nederlandse versie
zijn uiterst neutraal. In
de titel van het eerste hoofdstuk is verwezen naar uitgekomen
voorspellingen van Nostradamus; in de titel van het tweede hoofdstuk is de vraag aan de orde gesteld hoe de oorlog zou eindigen, zonder dat
daarin tot uiting komt dat Duitsland zou overwinnen, iets dat ook niet
tot uiting komt in de titels in de Franse versie. Volgens de titels in
die versie zou Frankrijk er zonder kleerscheuren van af komen en werd de vraag gesteld wat het lot zou zijn van Duitsland. In de Engelse en Zweedse
versie daarentegen,
beide verzorgd door Staël von Holstein, kwam in de hoofdstuktitels wel tot uiting dat Duitsland zou
overwinnen. In de Engelse versie - niet in de Zweedse - kwam ook tot uiting
dat Italië zou gaan meedoen aan de oorlog. Daarentegen kwam in de Zweedse versie - niet in de Engelse - tot uiting dat Duitsland en
Rusland een vriendschapsverdrag hadden gesloten (het Molotov - Von
Ribbentrop pact). Terzijde de opmerking dat Frankrijk in de Engelse
versie werd bestempeld als een doodsvijand van Duitsland en net als
Engeland de oorlog dramatisch zou verliezen.[15]
In de Italiaanse versie werd deelname van Italië aan de oorlog niet
in het vooruitzicht gesteld.
De Servische versie heeft zeven hoofdstukken. De titels van de
eerste zes hoofdstukken in deze versie stemmen overeen met de titels van
de eerste zes hoofdstukken in de Franse versie. Het zevende hoofdstuk in
de Servische versie is getiteld "Het heden en de toekomst".
Het lijkt erop alsof in de titels in de Servische versie de nadruk is
gelegd op het verschijnsel "voorspellingen" en dat op die
manier is geprobeerd de belangstelling te wekken van de doelgroep.
Hoofdstuktitels in diverse vertalingen van de tekst van
Herwarth von Bittenfeld c.s.
| "Belgrado" |
"Genua" |
"Norab"-1940a |
"Norab"-1940b |
"Pasteur" |
"Rossier"-1940b |
| |
|
I.
En
profet genom tiderna |
I. A
Passage from Goethe's Faust
|
Voorwoord bij het verschijnen van een
actueele verklaring der voorspellingen van den grooten Franschen
Ziener Michel Nostradamus |
|
| Voorspelling van de dood van een
koning
Koning van de magie
Zijn voorspellingen en hun
eigenschappen
Onthulling van de toekomst
Van Napoleon tot Umberto
De wereldoorlog 1914-1918
|
Une
terrible evento
Un maestro del regno della
magia
Le profezie di Nostradamus
et le loro caratteristiche
L'Avvenire svelato
De Napoleone Bonaparte a Re
Umberto
Dalla guerra mondiale alle
S.d.N. all'impresa etiopica
|
II.
Nostradamus
debut
III. Fjärrskådaren
utvecklas
IV. Hur
kommo ingivelserna?
V. Fyra
hundra års erfarenheter
VI. Spådomen
om Ludvig XVI
VII. Profetior
om Napoleon
VIII. Kung
Umberto
IX. Nostradamus
om världskriget |
II.
A
Dramatic Accident
III.
Some
dates
IV.
Nostradamus
develops his Gift of Prophecy
V. The
"Voices" from Heaven
VI.
A
prediction made Four Hundred Years before the event
VII.
The
Tragedy of Louis XVI
VIII.
Astonishing
Prophecies about Napoleon
IX. The
Great War |
Verleden,
heden en toekomst op wonderbaarlijke wijze voorspeld door den
Franschman Michel Nostradamus in zijn "Les vrayes Centuries
et Prophéties" |
Une
mort prophétisée
Un
maitre dans le royaume de la magie
Ses
prophéties et leurs particularités
L'avenir
dévoilé
De
Napoléon Bonaparte au roi Humbert
Prophéties
sur la Guerre Mondiale de 1914-18
|
| Het heden en de toekomst
Ongetiteld
nawoord
|
Sguardo
sul presente e sull'avvenire
Le sette metamorfosi
dell'Inghilterra
Attorno alle liquidazione
della grande questione
E la sorte della Germania?
Conclusione
|
X.
Vad
skall hända i morgon?
XI. Englands
fall
XII. Bekräftelser
på britternas nederlag
XIII. An
mer om England
XIV. Tysklands
triumf |
X.
The
Present and the Future
XI. England's
fateful Hour
XII. The
far-reaching Consequences of the current War |
Hoe
zal deze oorlog eindigen? Een antwoord op de vele belangrijke
vraagstukken, die ons bezighouden, gegeven door "Les vrayes
Centuries et Prophéties de maistre Michel Nostradamus" |
Un
coup d'oeuil vers l'avenir
Les
sept changements de l'Angleterre
La
France ne sera pas touchée
Autour
de la grande liquidation
Et
le sort de l'Allemagne?
|
| XV.
Den
tysk-ryska pakten |
XIII.
Italy's
Participation in the War |
| XVI.
Var
tids profet |
XIV.
Germany
victorious in the gigantic Struggle |
|
|
|
XVII.
En
dansk nyckel
XVIII.
Den
gula faran |
|
Aanhangsel
- Verklaringen |
Advertentie
Editions "ANT" |
Legenda
| |
"Belgrado",
"Genua", "Norab"-1940a,
"Norab"-1940b, "Pasteur", "Rossier"-1940b
|
| |
"Belgrado",
"Genua", "Norab"-1940a, "Pasteur",
"Rossier"-1940b
|
| |
"Norab"-1940a
|
| |
"Norab"-1940b
|
| |
"Pasteur"
|
| |
"Rossier"-1940b
|
Het
bronmateriaal
In Hoe zal
deze oorlog eindigen? Le profezie del Maestro Michele
Nostradamus anno 1558, Nostradamus spådomar om kriget, Que se
passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? en Sta
nam donosi 1940? is
in alle openheid geschreven dat gebruik is gemaakt van De Fontbrunes Les Prophéties..., een commentaar dat de Duitser Loog
in 1921 op kwatrijn 03-57 had gegeven en The political prophecy in England (New York,
1911) van dr.
Rupert Taylor, een Engelsman. De Nostradamus-brochures wekken de indruk dat
commentaren op kwatrijnen, waarbij niet is verwezen naar reeds gepubliceerde Centurie-commentaren,
afkomstig zijn van de schrijver van de brochure. De
literatuurstudie die aan dit artikel ten grondslag ligt, heeft
uitgewezen dat vrijwel geen enkel commentaar in de Duitse grondtekst van
de Nostradamus-brochures afkomstig is van Herwarth von Bittenfeld c.s. Zij hebben uit een aantal Centurie-commentaren passages
overgenomen, soms inclusief Duitstalige kwatrijnteksten, meestal letterlijk, soms
paginagroot, en hebben deze passages aan elkaar geschreven met
verbindende teksten.
De boeken die Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben gebruikt, zijn:
-
Dr.
de Fontbrune: Les Prophéties de Maistre Michel
Nostradamus - Expliquées et commentées (Sarlat, 1939 [1938], vijfde
druk).
-
Kritzinger,
dr. H.-H.: Mysterium von Sonne und Seele - psychische
Studien zur Klärung der okkulten Problemen (Berlijn, 1922
[1921]).
-
Loog,
C.: Die Weissagungen des Nostradamus:
erstmalige Auffindung des Chiffreschlüssels und Enthüllung der
Prophezeiungen über Europas Zukunft und Frankreichs Glück und
Niedergang, 1555-2200 (Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920],
in deze studie is gewerkt met de zesde druk).
-
Noah,
B.: Nostradamus - prophetische
Weltgeschichte von 1547 bis gegen 3000 (Berlijn, 1928; in deze
studie is gewerkt met een heruitgave [Keulen, 2005]).
-
Piobb,
P.V.: Texte intégral, reproduction agrandie en phototypie de l'édition
d'Amsterdam, 1668: Lettre à Henri II, centuries, présages et sixains;
précédée de la réimpression de la Lettre à César, son fils,
d'après l'édition de Lyon, 1558, avec une préface de P.V. Piobb
(Parijs, 1938).
Volgens Hoe zal deze oorlog eindigen? heeft deze editie van
de Centuriën gediend als Franse brontekst.
-
Winkler,
dr. B.: Nostradamus und seine Prophezeiungen für das zwanzigste
Jahrhundert (Görlitz, 1939 [1938).
Herwarth
von Bittenfeld c.s. hebben in het commentaar op kwatrijn
03-57 ook verwezen naar de
Fransen Amiaux en Rochetaillée. Van hen zijn de volgende publicaties in boekvorm bekend:
-
Amiaux,
M.: Nostradamus - L'homme qui au XVI siècle avait prévu Napoléon
(Parijs,1939);
-
Rochetaillée,
P.: Prophéties de Nostradamus - clef des Centuries - son
application à l'histoire de la 3e République (Parijs, 1939).
Herwarth
von Bittenfeld c.s. hebben ook de titel vermeld van dr. Rupert Taylors The
political prophecy in England (New York, 1911), maar het is niet
waarschijnlijk dat zij dit boek hebben geraadpleegd. De passage in Hoe
zal deze oorlog eindigen? waarin dit boek ter sprake is gebracht,
hebben zij namelijk overgenomen uit Kritzingers Mysterien von Sonne
und Seele. Kritzinger citeerde uit de pagina's 104-105 van The
political prophecy in England, waarin Taylor de wetten tegen de
verspreiding van profetieën beschreef die onder Henry IV, Henry VIII,
Edward VI en Elisabeth I waren uitgevaardigd. Volgens Kritzinger zou de
aankondiging in de Centuriën dat de ondergang van Engeland op
handen was, leiden tot nieuwe wetten tegen de verspreiding van
profetieën.
The
political prophecy in England
|
Taylor (1911),
p.104-105 |
Kritzinger-1922a,
p.137 |
"Pasteur",
p.34 |
|
(p.104-105) Particular instances of
the direct influence of prophecies are difficult to find. Such
direct influence must have been exerted from time to time, as
can be judged by the laws which the various monarchs of England
passed prohibiting the circulation of prophecies. The first laws
that have come to notice in the course of this study were passed
in the reign of Henry
the Fourth.
(p.105) The use and effectiveness of political prophecies as
political propaganda had become so great in the course of the
fifteenth and the early sixteenth centuries that Henry
the Eighth felt it necessery to prohibit them.
(p.105) This law was repealed at the accession of Edward
the Sixth in a general act repealing all felonies of the
previous reign. It was re-enacted three years later with the
penalty of the first offense, one year's imprisonment and the
forfeiture of ten pounds, and for the second offense, the
forfeiture of all one's goods and imprisonment for life. This
was repealed at Mary's accession in a general act similar to the
one passed at Edward's accession, and was not re-enacted. Elizabeth,
however, had not been on the throne long before she saw the need
of a similar law and passed one. |
[...] Danach wäre der Untergang
Englands vielleicht schon in der zweiten Hälfte dieses
Jahrhunderts zu erwarten.. Spätestens aber 300 Jahre nach dem
Regierungsantritt Georgs I. (1714), also etwa zwischen 2010 und
2040.
Was wird nun England
dagegen tun? Diese Frage darf in einem kleinen Exkurse
beantwortet werden. Die
Geschichte der politischen Prophezeiungen in England, die
Dr.
Rupert Taylor geschrieben hat, zeigt es an Henry IV., Henry VIII.,
Edward VI. und Queen Elisabeth. Es werden Gesetze gegen die
Verbreitung von Prophezeiungen erlassen werden. Als ob dadurch
das Eintreffen verhindert werden könnte.... |
[...]
"Het oude democratische volk zal zich in een gevaarlijke
situatie bevinden, door het opkomen der dictatuur in het
Fransche rijk. Zijn vorst zal te lang overwegen - men zal den
luchtoorlog zien en de zee in de Golf van Genua zal zich rood
kleuren van het bloed".(26).
Wat zal Engeland doen
tegen de onverbiddelijke voorspellingen van Nostradamus? De
geschiedenis der politieke voorspellingen, die
Dr. Rupert Taylor
heeft geschreven wijst op de voorbeelden van Henry IV, Henry
VIII, Edward VI en koningin Elisabeth: Er zullen wetten
worden uitgevaardigd tegen de verspreiding van profetieën.
Alsof daardoor zou kunnen worden verhinderd dat zij in
vervulling gaan! |
In onderstaande tabel De koppelingen en hun bronnen zijn de kwatrijnen opgesomd in de volgorde waarin
ze staan in de beschikbare vertalingen. Op geleide van de indeling van de
tekst in Hoe zal deze oorlog eindigen? zijn deze kwatrijnen
ingedeeld in twee groepen: één groep met kwatrijnen die volgens de
brochures reeds zijn vervuld en een tweede groep met kwatrijnen die met
de actuele situatie en de toekomst hebben te maken. Het merendeel van de kwatrijnen komt in alle versies voor; een klein
aantal slechts in één versie.
In deze tabel zijn de
koppelingen vermeld die zijn gelegd tussen kwatrijnen en de loop van de
geschiedenis, de actuele omstandigheden of toekomstige gebeurtenissen. Deze koppelingen zijn in
alle versies identiek, met uitzondering van het commentaar op kwatrijn
08-37 in de Engelse versie. Wat betreft de kwatrijnen die in alle
versies voorkomen, is er sprake van vier Duitse bronnen en één Franse
bron. Dit wijst op het feit dat aan deze versies een Duitse brontekst
ten grondslag ligt, te weten de tekst die Herwarth von Bittenfeld c.s.
hebben geschreven. Dezen hebben de kwatrijnen niet vertaald vanuit het Frans
in het Duits, maar hebben Duitse kwatrijnteksten overgenomen uit
Loog-1921, Kritzinger-1922a, Noah-1928 en Winkler-1939 en deze teksten
voorzien van Franstalige kwatrijnteksten, overgenomen uit de
kopie-Piobb-1938. Het
citeren van de corresponderende Franse kwatrijnen uit de kopie-Piobb-1938
wekt de onterechte indruk dat deze kopie als bron
heeft gediend van waaruit het commentaar tot stand is gekomen. Van De
Fontbrune-1939 hebben Herwarth von Bittenfeld c.s. Franstalige kwatrijnteksten
overgenomen en zijn commentaren, en deze gepresenteerd in de context van
hun boodschap dat Engeland ten onder zou gaan.
Kwatrijn 08-60, dat is gekoppeld aan het einde van de Eerste
Wereldoorlog, is een goed voorbeeld van de manier waarop Herwarth von
Bittenfeld c.s. te werk zijn gegaan. De
"vrije vertaling" van kwatrijn 08-60 op p.4 van Que se
passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941?
("Rossier"-1940b) komt overeen met de Nederlandse vertaling op
p.22 van Hoe zal deze oorlog eindigen? ("Pasteur") en
de Zweedse vertaling in Nostradamus spådomar om kriget ("Norab"-1940a).
Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben de Duitse grondtekst van deze
"vrije vertaling" overgenomen uit Nostradamus und seine
Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert (dr. B. Winkler, Görlitz,
1939 [1938]) en enigszins bewerkt. Winklers vertaling in de eerste regel
van het woord Romanie in Italien en zijn vertaling in de
vierde regel van het woord NORLARIS
in lothringer Land keren terug in de Franse, Nederlandse en
Zweedse vertaling. Het woord Parijs, door Winkler overgenomen uit de
oorspronkelijke Franse tekst, is in de Franse, Nederlandse en Zweedse
vertaling vertaald in de zin van de Franse bevolking. In Que
se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? is de
oorspronkelijke tekst van kwatrijn 08-60 niet weergegeven. Deze tekst
staat wél in het aanhangsel van Hoe zal deze oorlog eindigen?,
de Nederlandse vertaling.
Kwatrijn
08-60
kopie-Piobb-1938
(in: "Pasteur", p.42) |
Winkler-1939,
p.34 |
"Norab"-1940a,
p.26 |
"Pasteur",
p.22 |
"Rossier"-1940b,
p.4 |
Premier
en Gaule, premier en Romanie,
Par mer et terre aux Anglois & Paris
Merveilleux faits par celle grand mesnie
Violant, Terax perdra de NORLARIS |
Der
erste in Gallien, der erste in Italien,
zu Wasser und zu Lande, gegenüber den Engländern und Paris,
mit wunderbaren Taten durch großartigen Führung verliet der Stürmische
trotzdem das lothringer
Land. |
Fastän
den förste I Gallien och den förste i Italien,
till lands och till sjöss, och obesegrad av engelsmän och fransmän,
tack vare sin underbara krigsledning, förlorar den
framstormande som genom ett under Lothringen. |
Als
eerste in Gallië, als eerste in Italië,
te water en te land tegenover de Engelsen en Franschen
niet overwonnen, met wonderbaarlijke daden, dank zij grootsche
leiding, verliest de onstuimige als door een wonder Lotharingen. |
Le
premier dans les Gaules, le premier en Italie,
sur l'eau et sur terre non vaincu par les Anglais et les Français,
grâce à ses prouesses, l'impétueux perdra la Lorraine
comme par miracle. |
In de meeste gevallen is de bron
gevonden waaruit de koppeling en/of de Duitse kwatrijntekst is overgenomen.
De bron van het commentaar op de kwatrijn 01-36 is niet gevonden; het
commentaar sluit echter aan bij dat van Noah en Winkler. Kwatrijn 02-92
komt alleen voor in de Engelse versie en is gekoppeld aan de
Frans-Pruisische oorlog (1870/71) en Napoleon III. Kwatrijn 02-64
komt alleen voor in de Italiaanse versie en is gekoppeld aan de
kwestie-Ethiopië die in 1936 speelde.
Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben zich niet met het eerste het beste
commentaar tevreden gesteld. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de kwatrijnen
09-18, 09-34 en 05-57. Dit is de volgorde van behandeling die Kritzinger
heeft aangehouden in Mysterien von Sonne und Seele. Echter,
alleen het commentaar op kwatrijn 09-18 is overgenomen uit het boek van
Kritzinger; de commentaren op de kwatrijnen 09-34 en 05-57 zijn
overgenomen uit het boek van Loog. Om die reden staat bij de kwatrijnen
09-34 en 05-57 het boek van Kritzinger tussen haken. Het commentaar op
kwatrijn 05-28 bevat elementen die afkomstig zijn uit de boeken van Loog
en Winkler; de commentaren op de kwatrijnen 01-47 en 06-20 bevatten
elementen die afkomstig zijn uit de boeken van Noah en Winkler.
De
koppelingen en hun bronnen
|
Kwatrijnen
die reeds zijn vervuld
|
|
Kwatrijn
|
Koppeling |
Bron
|
|
01-35
|
Overlijden
Henri II, einde Huis Valois |
Winkler-1939,
p.22-23 |
|
01-36
|
Einde Huis Valois |
Noah-2005
(1928), p.50-51 (?); Winkler-1939, p.20 (?) |
|
01-01
|
Werkwijze
Nostradamus |
Winkler-1939,
p.11-12
|
|
01-02
|
Werkwijze
Nostradamus |
Winkler-1939,
p.11-12
|
|
09-18
|
Onthoofding
Montmorency |
Kritzinger-1922a,
p.129
|
|
09-34
|
Aanval op
de Tuilerieën, 10 augustus 1792 |
Kritzinger-1922a,
p.130-131; Loog-1921,
p.33
|
|
05-57
|
Gebr. De
Montgolfier;
Napoleon Bonaparte vs. Pius VI |
(Kritzinger-1922a,
p.131); Loog-1921,
p.35
|
|
03-35
|
Geboorte
Napoleon op Corsica |
Kritzinger-1922a,
p.132
|
|
01-60
|
Geboorte
Napoleon op Corsica |
Kritzinger-1922a,
p.132
|
|
07-13
|
Napoleon:
het "geschoren hoofd"; duur
Napoleontisch keizerrijk |
Kritzinger-1922a,
p.133
|
|
04-82 |
Verwoesting
Moskou door Napoleon |
Winkler-1939,
p.26-27 |
|
10-24 |
Napoleons
terugkeer uit Elba, zijn nederlaag |
Winkler-1939,
p.27 |
|
02-92
|
Frans-Pruisische oorlog; Napoleon
III |
?
|
|
06-22
|
Overlijden
Napoleon III in Londen |
Loog-1921,
p.40
|
|
05-28
|
Fatale
aanslag op koning Umberto I |
Loog-1921,
p.42; Winkler-1939, p.30
|
|
03-13
|
Eerste
Wereldoorlog, duikbotenoorlog |
Winkler-1939,
p.31 |
|
02-68
|
Eerste
Wereldoorlog: Engeland blijft ongedeerd |
Winkler-1939,
p.32 |
|
08-60
|
Eerste
Wereldoorlog: einde |
Winkler-1939,
p.34
|
|
01-47
|
De
Volkenbond |
Noah-2005
(1928), p.154-155; Winkler-1939,
p.40 |
|
06-20
|
Korte
bestaansduur Volkenbond; opkomst Mussolini |
Noah-2005
(1928), p.154; Winkler-1939,
p.37 |
|
02-64
|
De Volkenbond en de kwestie Ethiopië |
? |
|
Kwatrijnen
met het oog op actuele omstandigheden en de toekomst
|
|
Kwatrijn
|
Koppeling |
Bron
|
|
10-100
|
Vanaf 1603
overheerst Engeland voor meer dan 300 jaar |
De Fontbrune-1939,
p.257
|
|
03-57
|
1939: crises
in Engeland en Polen |
Loog-1921,
p.68-69; verwijzingen naar Amiaux, De Fontbrune, Kritzinger,
Piobb, Rochetaillée en Taylor
|
|
02-75
|
Luchtaanvallen
op Engeland |
Winkler-1939,
p.41 |
|
02-100
|
Positie
neutrale landen |
? |
|
02-83
|
Handelsverkeer
Engeland geblokkeerd, bombardementen |
Loog-1921,
p.77 |
| 02-94 |
Engeland
brengt Frankrijk in moeilijkheden |
? |
| 02-99 |
De
Engels-Franse alliantie is een ramp voor Frankrijk |
? |
| 04-46 |
Londen
weerstaat Duitse bombardementen niet |
? |
|
08-37
|
Val van
Londen, nieuwe regering in Frankrijk |
De Fontbrune-1939,
p.259
|
|
02-78
|
Ondergang
Engeland |
De Fontbrune-1939,
p.259
|
|
03-32
|
Zeeslag in
de Golf van Genua |
De Fontbrune-1939,
p.259
|
|
03-71
|
Engeland
zal een nederlaag lijden |
De Fontbrune-1939,
p.260
|
|
08-97
|
Zeeslag in
de Golf van Genua |
De Fontbrune-1939,
p.262
|
|
02-85
|
Engeland
wordt bedreigd door Frankrijk |
De Fontbrune-1939,
p.263
|
| 03-23 |
Oorlog
tussen Frankrijk en Italië, hongersnood in Frankrijk |
?
|
| 02-86 |
Zeeslag
tussen Engeland en Italië in de Adriatische zee, verlies voor
Engeland |
?
|
|
03-58
|
Geboorte
Hitler |
Winkler-1939,
p.37-38
|
|
10-31
|
Het
Heilige Rijk komt naar Duitsland |
Loog-1921,
p.91 |
|
01-99
|
Het pact
tussen Duitsland en Rusland (Molotov - Von Ribbentrop) |
? |
| 05-51 |
Gibraltar
weer in Spaanse handen
|
Salamar |
| "Altmark" |
Moeilijkheden
in Noorwegen voor het Duitse marineschip "Altmark"
|
? |
Uit bovenstaand overzicht
kan wat betreft de koppelingen van kwatrijnen aan de loop van de
geschiedenis worden afgeleid welke bron voor welk doel (verleden of
toekomst) het meest werd
benut en welke bron in zijn totaliteit het meest werd benut, met
uitzondering van die kwatrijnen die alleen voorkomen in de Engelse en
Zweedse versie.
Van de kwatrijnen die volgens alle brochures in het verleden zijn
uitgekomen, is van 20 koppelingen de bron achterhaald. Meestal zijn deze koppelingen overgenomen uit Winklers Nostradamus
und seine Prophezeiungen für das zwanzigste Jahrhundert. Van de kwatrijnen die volgens alle brochures over de actualiteit en
de toekomst gaan, is van 11 koppelingen
de bron achterhaald; meestal De Fontbrunes Les Prophéties... Met een totaal van 12
koppelingen voor beide thema's is Winklers Nostradamus und
seine Prophezeiungen... het boek dat het meest intensief is
gebruikt, gevolgd door Loogs Die Weissagungen des Nostradamus. De
Fontbrunes Les Prophéties... is alléén gebruikt voor de actualiteit
en de toekomst; de
boeken van Kritzinger en Noah zijn alleen gebruikt voor het verleden.
Brongebruik
|
Bron |
Verleden |
Actualiteit/toekomst |
Totaal |
|
De
Fontbrune-1939 |
0 |
6 |
6 |
|
Kritzinger-1922 |
4 |
0 |
4 |
|
Loog-1921 |
4 |
3 |
7 |
|
Noah-1928 |
2 |
0 |
2 |
|
Winkler-1939 |
10 |
2 |
12 |
|
Totaal |
20 |
11 |
31 |
In het hieronder volgende
overzicht Vergelijking van de besproken kwatrijnen in de beschikbare
vertalingen is weergegeven welke kwatrijnen in de beschikbare
vertalingen zijn behandeld en of de commentaren in de beschikbare
vertalingen eensluidend zijn of niet. Op geleide van de indeling van
tekst in Hoe zal deze oorlog eindigen? zijn deze kwatrijnen
ingedeeld in twee groepen. In de eerste groep staan de kwatrijnen die
volgens de brochures reeds zijn vervuld. In de tweede groep staan de
kwatrijnen die volgens de brochures betrekking hebben op de actualiteit
en/of de toekomst.
Van "Norab"-1940b zijn niet alle pagina's beschikbaar,
waardoor in een groot aantal gevallen geen categorisering kon
plaatsvinden.
In de groep kwatrijnen die volgens de brochures reeds zijn vervuld, zijn
de vertalingen vrijwel eensluidend in de besproken kwatrijnen en het
commentaar. Uitzonderingen zijn kwatrijn 01-01, dat in Nostradamus
spådomar om kriget ("Norab"-1940a) niet is weergegeven, kwatrijn 01-36, dat in What will
happen in the near future? ("Norab"-1940b) niet is
besproken, waarschijnlijk omdat Staël von Holstein dit kwatrijn gewoon
achterwege heeft gelaten, en kwatrijn 02-64 in Le profezie del
Maestro Michele Nostradamus anno 1558 ("Genua"), dat aan
deze vertaling is toegevoegd met het oog op de kwestie-Ethiopië die in
1936 speelde.
In de groep kwatrijnen die volgens de brochures betrekking hebben op de
actualiteit en de toekomst, zijn er veel verschillen. Met name What
will happen in the near future? neemt een opvallende plaats in. Het
commentaar op kwatrijn 08-37 verschilt van het commentaar in de andere
vertalingen en ten opzichte van de andere vertalingen zijn er vijf
kwatrijnen toegevoegd en zes weggelaten. Deels heeft dit te maken met de
propagandistische boodschap, onder andere met het
"voorspellen" van de deelname van Italië aan de oorlog. In Nostradamus
spådomar om kriget ("Norab"-1940a) zijn er, vergeleken
met de andere vertalingen, twee kwatrijnen toegevoegd met het oog op het
in omloop komen van deze brochure in Zweden.
Uit dit overzicht kan worden afgeleid dat in de verschillende versies de
oorlogspropaganda op verschillende manieren is uitgewerkt en in een
aantal gevallen is toegespitst op de landen waarin de brochures in
omloop zouden komen. De vraag is hoe deze verschillen zijn ontstaan. Het
antwoord hierop kan vooralsnog niet worden gegeven. De mogelijkheid
bestaat dat Herwarth von Bittenfeld c.s. voor iedere vertaling de inhoud
van de tekst hebben aangegeven. Er is ook een mogelijkheid dat vertalers
in samenvattende zin vertalingen hebben gemaakt en/of materiaal hebben
toegevoegd dan wel weggelaten.
Vergelijking
van de besproken kwatrijnen in de beschikbare vertalingen
|
Kwatrijnen
die reeds zijn vervuld |
|
Kwatrijn |
"Belgrado" |
"Genua" |
"Norab"
1940a |
"Norab"
1940b |
"Pasteur" |
"Rossier"
1940b |
| 01-35 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 01-36 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 01-01 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 01-02 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 09-18 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 09-34 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 05-57 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 03-35 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 01-60 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 07-13 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 04-82 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 10-24 |
o |
o |
o |
% |
o |
o |
| 02-92 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 06-22 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 05-28 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 03-13 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-68 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 08-60 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 01-47 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 06-20 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-64 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
|
Kwatrijnen
met het oog op actuele omstandigheden en de toekomst |
|
Kwatrijn |
"Belgrado" |
"Genua" |
"Norab"
1940a |
"Norab"
1940b |
"Pasteur" |
"Rossier"
1940b |
| 10-100 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 03-57 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-75 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-100 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-83 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-94 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-99 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 04-46 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 08-37 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-78 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 03-32 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 03-71 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 08-97 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-85 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 03-23 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 02-86 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 03-58 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 10-31 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 01-99 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| 05-51 |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
| "Altmark" |
o |
o |
o |
o |
o |
o |
|
Legenda |
| o |
Commentaar in deze
brochure is identiek aan commentaar in andere versies |
| o |
Kwatrijn is niet in
deze brochure opgenomen |
| o |
Commentaar in deze
brochure wijkt af van commentaar in andere versies |
| % |
Pagina ontbreekt
("Norab"-1940b) |
Afbeeldingen
In Que se
passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? en Sta
nam donosi 1940? staan
geen afbeeldingen. In Hoe zal
deze oorlog eindigen? en Nostradamus spådomar om kriget
staan onder meer afbeeldingen van een portret van Nostradamus,
geschilderd door zijn zoon César. In Hoe zal deze oorlog eindigen? staat
ook een afbeelding van de gravure van de omslag van de editie-Amsterdam-1668 en een
uitsnede van het titelgedeelte ervan, terwijl in Nostradamus spådomar om
kriget een uitsnede staat van de onderste helft van de gravure. In Nostradamus spådomar om
kriget en What will happen in the near future? staat een
uitsnede van de eerste pagina van Centurie 01. In Le profezie
de Maestro Michele Nostradamus anno 1558 staan afbeeldingen van de
gravure van de omslag van de editie-Amsterdam-1668 en de volledige
eerste pagina van Centurie 01. Dit wijst erop dat Herwarth von Bittenfeld c.s. over een reeks
afbeeldingen beschikten, die de drukkers naar believen konden bijvoegen. De
afbeeldingen van de gravure van de editie-Amsterdam-1668, het portret
van Nostradamus en de eerste
pagina van Centurie 01 zijn overgenomen uit de kopie-Piobb-1938.
In zijn aantekening van 17 oktober 1940 heeft Krafft aandacht besteed
aan onder andere de afbeelding in Hoe zal deze oorlog eindigen? van
de gravure op de omslag van de editie-Amsterdam-1668. Hij meende dat
hiervoor de afbeelding was gebruikt in Kritzingers Mysterien von Sonne und
Seele. Dit kan op goede gronden worden bestreden. In Mysterien von Sonne und Seele draagt
de reproductie van de gravure op de omslag van de editie-Amsterdam-1668 het nummer Tafel
VII. De afmetingen in deze reproductie van de gravure zijn 87 bij 150 mm. Onderaan
de pagina is vermeld dat de afmetingen van
het origineel 65 bij 115 mm zijn; de reproductie in Mysterien von
Sonne und Seele is dus een uitvergroting. De linkerbovenhoek van
deze reproductie is erg vaag. De reproductie van de gravure op de voorplaat van de editie-Amsterdam-1668 in Hoe
zal deze oorlog eindigen? is eveneens een uitvergroting: 110 bij 194
mm, een groter formaat dan het formaat van de reproductie in Mysterien
von Sonne und Seele. De reproductie in Hoe zal deze oorlog
eindigen? is overal even scherp, ook in de linkerbovenhoek. Het
formaat, 110 bij 194 mm, komt overeen met het formaat in de kopie-Piobb-1938. Hieruit volgt dat voor Hoe
zal deze oorlog eindigen? de reproductie in de kopie-Piobb-1938 is
gebruikt van de voorplaat van de editie-Amsterdam-1668. Piobb heeft deze
reproductie overigens ook opgenomen in zijn boek Le Secret de
Nostradamus et de ses célèbres prophéties du xvie siècle (Parijs,
1927).

Portret van
Nostradamus
("Norab"-1940a, p.3;
"Pasteur", p.7) |

Voorplaat
editie-Amsterdam-1668
("Pasteur", p.3) |

Uitsnede titel
editie-Amsterdam-1668
("Pasteur", p.1) |

Uitsnede
voorplaat
editie-Amsterdam-1668
("Norab"-1940a, p.24) |

Centurie 01
("Norab"-1940a, p.10;
"Norab"-1940b, p.10). |
De
samenstelling van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
Van de acht
vertalingen die van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. zijn
gemaakt, zijn er zes beschikbaar: de Nederlandse, de Franse, de
Servische, de Zweedse, de Engelse en de Italiaanse vertaling. Uit de titels die aan
deze vertalingen zijn gegeven, de behandelde kwatrijnen, de illustraties
en de inhoud van de hoofdstukken kan voor een groot deel worden afgeleid
wat de samenstelling is geweest van de tekst die Herwarth von Bittenfeld
c.s. hebben geschreven.
Vier van de zes beschikbare vertalingen (de Nederlandse, Franse,
Servische en de Engelse vertaling) hebben een titel waarin een vraag
wordt gesteld over de toekomst en waarin wordt verwezen naar Les
vrayes centuries et propheties. Dit kan betekenen dat de tekst van
Herwarth von Bittenfeld c.s. een dergelijke titel had.
Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben een aantal afbeeldingen gekozen,
waaronder een aantal, afkomstig uit de kopie-Piobb-1938, die
waarschijnlijk naar believen konden worden toegevoegd of waarvan het
toevoegen afhankelijk was van de mogelijkheden van de drukker. De Franse
en Servische brochure bevatten geen afbeeldingen.
De kwatrijnen 01-35, 01-01, 01-02, 09-18, 09-34, 05-57, 03-35, 01-60,
01-88, 07-13, 04-82, 10-24, 06-22, 05-28, 03-13, 02-68, 08-60, 01-47,
06-20, 10-100, 03-57, 02-75, 02-83, 08-37, 03-58 en 10-31 zijn in alle
vijf vertalingen behandeld. Dit betekent dat deze kwatrijnen deel hebben
uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. De volgorde
waarin ze zijn behandeld, is in alle vertalingen hetzelfde. Ook kwatrijn
01-36 heeft deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.;
dit kwatrijn komt voor in vijf van de zes vertalingen. Dit geldt ook
voor de kwatrijnen 02-100, 02-78, 03-32, 03-71, 08-97 en 01-99. Naar
mijn mening heeft ook kwatrijn 02-85 deel uitgemaakt van de tekst van
Herwarth von Bittenfeld c.s.; dit kwatrijn staat in drie van de zes vertalingen, het ontbreekt in de Zweedse en Engelse vertaling, beiden
verzorgd door Staël von Holstein, en in de Italiaanse vertaling. De kwatrijnen 02-94, 02-99, 04-26,
03-23 en 02-86 staan alleen in de Engelse vertaling; de kwatrijnen 05-51
en het "Altmark"-kwatrijn staan alleen in de Zweedse
vertaling. Naar mijn mening hebben deze zeven kwatrijnen geen deel
uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. Kwatrijn 02-64
staat alleen in de Italiaanse vertaling en heeft naar mijn mening
evenmin deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
Het "aanhangsel" in Hoe zal deze oorlog eindigen? heeft
naar mijn mening eveneens deel uitgemaakt van de tekst van Herwarth von
Bittenfeld c.s. Het
is ondenkbaar dat dit aanhangsel is samengesteld door een vertaler.
Veel passages in Hoe zal deze oorlog eindigen? kunnen zonder
omwegen worden teruggevoerd op Duits bronmateriaal (Kritzinger-1922a,
Loog-1921, Noah-1928 en Winkler-1939). Met andere woorden: Hoe zal
deze oorlog eindigen? is een vrijwel letterlijke vertaling uit het
Duits, met uitzondering van het "voorwoord" van de vertaler. Dit kan betekenen
dat Hoe zal deze oorlog eindigen? het beste de inhoud
weerspiegelt van de tekst van Herwarth von Bittenfeld c.s.
Het
drukken
en in omloop
brengen van de vertalingen
Met betrekking
tot 11 maart 1940 had Goebbels in zijn dagboek geschreven dat Brauweiler
Nostradamus nog niet had ondergebracht bij de neutralen en dat dit nu in
Zweden zou worden geprobeerd.[16]
Met "onderbrengen" is
waarschijnlijk het zoeken bedoeld naar drukkers en uitgevers in de
landen waarin de vertaling in omloop moest komen. In zijn rapport over de werkzaamheden van de
afdeling Buitenland van het Propagandaministerie in de periode 1 januari
- 31 augustus 1940 had Brauweiler geschreven dat er de voorkeur aan was
gegeven om propagandapublicaties, bestemd voor het buitenland, in het
buitenland te laten drukken, uitgeven en verspreiden.[17]
Naar mijn
mening betekent de opmerking van Goebbels dat Brauweiler nog niets had gedaan om de inmiddels
voltooide vertalingen van de Nostradamus-brochure gedrukt te krijgen.
Met betrekking tot 25 maart 1940 heeft Goebbels in zijn dagboek
geschreven dat de Nostradamus-brochure in enkele neutrale landen was ondergebracht en ook in Frankrijk.[18]
Dit
zou kunnen betekenen dat in die landen drukkers en
uitgevers bereid waren gebleken de brochures te drukken en in omloop te
brengen.
In punt 5 van de notulen van de geheime dagelijkse
propagandabespreking van 27 maart 1940 is vastgelegd dat de
Nostradamus-brochure in haar huidige vorm kon verschijnen.
Naar mijn mening betekent deze opmerking dat vanaf nu de opdracht
mocht worden gegeven de vertalingen te drukken en in omloop te brengen.
Met betrekking tot 29 maart 1940 schreef Goebbels in zijn dagboek dat
hij met Hitler over de Nostradamus-brochure had gesproken. Hitler vond
het erg interessant en zei dat hij Engeland op welke manier dan ook zou
verpletteren. Deze opmerking kan aansluiten op het anti-Engelse karakter
van de Nostradamus-brochure.[19]
In de notulen van de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24
april 1940 staat in punt 4 dat de Nostradamus-brochure reeds in twee
landen is verschenen en dat voor verdere verspreiding zal worden
gezorgd, onder andere in Denemarken.[20]
Uit
het dagboek van Goebbels blijkt dat de twee landen die in de
propagandabespreking zijn genoemd, Nederland en Zwitserland zijn.[21]
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24 mei 1940 gaf Goebbels met het oog op de psychologische oorlogvoering in Frankrijk de
opdracht dat vanaf dat moment de Nostradamus-brochure moest worden gebruikt.[22]
Met betrekking tot 11 juli 1940 schreef Goebbels in zijn dagboek dat
de Nostradamus-brochure in het ganse buitenland het grootst mogelijke
effect had gesorteerd.[23]
Deze opmerking kan betekenen dat
de vertalingen in alle landen waar verspreiding was gepland, waren
verschenen. In combinatie met de notulen van de geheime dagelijkse
propagandabespreking van 27 maart 1940 is de veronderstelling in dit
artikel dat de vertalingen in omloop zijn gebracht tussen 27 maart 1940
en 11 juli 1940, anders gezegd, in drie en een halve maand tijd.
De aantekening in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 11 juli
1940 is de laatste aantekening met betrekking tot deze brochures en is
in dit artikel opgevat als een afrondend commentaar.
Oplagecijfers
en onbekende verkoopcijfers
In zijn rapport
over de werkzaamheden van de afdeling Buitenland van het
Propagandaministerie in de periode 1 januari - 31 augustus 1940 heeft
Brauweiler de oplagecijfers vermeld van brochures die in dit artikel worden beschouwd
als vertalingen die zijn gemaakt van de tekst die Herwarth von
Bittenfeld c.s. hebben geschreven. Het totaal aantal vertaalde Nostradamus-brochures dat tot
31 augustus 1940 was gedrukt, was 83.000. Van deze brochures had de
Kroatische de grootste oplage: 25.000 exemplaren. De Franse
brochure had een oplage van 20.000 exemplaren. De Italiaanse en
de Servische brochure hadden elk een oplage van 10.000 exemplaren. De
Roemeense en de Zweedse hadden elk een oplage van 5.000 exemplaren. De Engelse brochure, die bestemd was
voor de Verenigde Staten, had een oplage van 3.000 exemplaren. De
Nederlandse brochure had een oplage van 5.000 exemplaren, die in april
1940 in omloop werd gebracht. Na de capitulatie van Nederland op 15 mei
1940 gaf de afdeling Buitenland van het Propagandaministerie opdracht
nog eens 3.000 exemplaren te vervaardigen en te verspreiden. Brauweiler
heeft in zijn rapport deze tweede oplage niet vermeld.
De dagboeken van Goebbels en de notulen van de geheime dagelijkse
propagandabesprekingen wekken de indruk dat de Nostradamus-campagne het
meest intens was in Frankrijk. Brauweilers oplagecijfers wijzen uit dat
in Zuidoost-Europa (Joegoslavië, Roemenië) het grootste aantal
brochures werd verspreid: 40.000. In Noord-Europa (Zweden) werden 5.000
brochures verspreid. In West- en Midden-Europa (Nederland en
Zwitserland, met mogelijke verspreiding in België, Frankrijk en
Luxemburg) werden in totaal 25.000 brochures verspreid. Voor de
Italiaans-sprekende bevolkingsgroepen werden 10.000 brochures gedrukt en
voor de Verenigde Staten 3.000.
Of er
gegevens zijn over aantallen brochures die na 31 augustus 1940 zijn
gedrukt, is mij niet bekend.
Goebbels heeft in zijn dagboek een aantal malen zijn tevredenheid geuit
over het opzienbarend effect van de Nostradamus-brochures. Met
betrekking tot 11 juli 1940 schreef hij in zijn dagboek dat overal waar de
Nostradamus-brochures in omloop waren gebracht, zij het
grootst mogelijke effect hadden gesorteerd.
Misschien bedoelde hij hiermee dat
ze onrust hadden veroorzaakt, demoraliserend hadden uitgewerkt of geruchtenstromen op gang
hadden gebracht, één van de beoogde effecten van zijn
fluistercampagnes.[24]
In verband hiermee rijst de vraag hoeveel exemplaren van deze vertaalde brochures uiteindelijk
in omloop zijn gekomen, wanneer er een piek was in de verkoop / verspreiding, wie deze exemplaren hebben gekocht en gelezen en wat zij ermee
hebben gedaan. Helaas beschik ik niet over documenten om deze vraag te
kunnen beantwoorden.
De
propagandaboodschap
Propaganda tegen Engeland is een belangrijk onderdeel geweest van de
nationaalsocialistische propaganda-activiteiten.[25]
De propaganda op basis van de Centuriën en/of
Centurie-commentaren in 1939-1942 was eveneens anti-Engels. Het
moest in andere landen duidelijk worden dat Engeland volgens Nostradamus
geen tegenwicht kon bieden aan Duitsland.
De propagandaboodschap van Herwarth von Bittenfeld c.s. was dat aan de
heersende rol van Engeland in de wereld een einde zou komen en dat
Engeland ten onder zou gaan en haar steun in de wereld zou verliezen.
Duitsland zou de nieuwe wereldmacht worden. Gezien de haat die Herwarth
von Bittenfeld tegen Engeland koesterde, was hij de aangewezen persoon
om een dergelijke boodschap onder woorden te brengen.
Herwarth von Bittenfeld c.s. verpakten hun anti-Engelse boodschap in een
serie nostradamieke elementen. Aan de hand van meer dan tien kwatrijnen werden vervulde voorspellingen beschreven over vorsten als
Henri II, Louis XVI, Napoleon Bonaparte, Napoleon III en Umberto I. Ook
over gebeurtenissen en ontwikkelingen in de Eerste Wereldoorlog, het
falen van de Volkenbond, de geboorte en opkomst van Hitler en de opkomst
van Mussolini schreven zij dat Nostradamus dit had voorspeld. De
achterliggende boodschap was dat het door Nostradamus geschetste
toekomstbeeld van de wereld bewaarheid zou worden omdat in het verleden
was gebleken dat zijn voorspellingen op het gebied van het
wereldgebeuren steeds waren uitgekomen.
In het aankondigen van de ondergang van Engeland citeerden Herwarth von
Bittenfeld c.s. uitvoerig uit De Fontbrunes Les Prophéties... In Hoe zal deze oorlog eindigen? was het gebruik van dit
boek vermeld op de titelpagina. In het aanhangsel stond de Franstalige
tekst van de citaten. De opvattingen van De Fontbrune werden versterkt
door het commentaar op kwatrijn 03-57, dat ten tonele werd gevoerd als
een van de knapste prestaties van Nostradamus. Volgens dit kwatrijn
zouden zich in Engeland in 290 jaar tijd zeven grote omwentelingen
voordoen. De eerste had plaatsgevonden in 1649, toen Charles I werd
onthoofd op last van Cromwell. De zevende en laatste omwenteling zou
zich moeten voordoen in 1939. In 1939 brak de
oorlog uit, zo schreven Herwarth von Bittenfeld c.s.; 1939 was het
noodlottige jaar voor Engeland! Herwarth von Bittenfeld c.s. maakten hun
lezers erop attent dat deze uitleg geen actuele vondst was, maar dat in
de loop der decennia zeven
onderzoekers van de Centuriën uit drie verschillende landen
(Duitsland, Frankrijk en Engeland) onafhankelijk van elkaar in de loop
der jaren tot de conclusie waren gekomen dat volgens Nostradamus 1939
een voor Engeland noodlottig jaar zou zijn. Ten overvloede citeerden zij
nog eens uit De Fontbrunes Les Propheties... en citeerden zij
met naam en toenaam Loogs uitspraak in 1921 dat in 1939 volgens
Nostradamus ook in Polen een crisis zou uitbreken.
Aan de hand van andere kwatrijnen beschreven Herwarth von Bittenfeld c.s.
op welke manier Engeland zou verdwijnen van het wereldtoneel en dat
volgens Nostradamus het "Heilige Rijk" naar Duitsland zou
komen; Duitsland zou de nieuwe, allesbeheersende grootmacht
worden.
Een
neutraal product van eigen bodem, "geheel en al schijnheilig en
braaf"
De Nostradamus-brochures waren geschreven in de taal van de landen waarin ze in omloop
zouden komen. Zij werden niet gedrukt in Duitsland of vanuit Duitsland
verspreid, maar werden gedrukt en uitgegeven in die landen waarin ze in omloop
zouden moeten komen. Misschien was het de bedoeling bij de lezers de indruk te wekken dat de
Nostradamus-brochure een brochure was van eigen bodem, geschreven door een van hun
landgenoten, een serieuze Centurie-onderzoeker die boven de
strijdende partijen stond en een boodschap wilde overbrengen die eeuwen
geleden was opgetekend. Nergens in de tekst hebben Herwarth von
Bittenfeld c.s. de nationaalsocialistische doctrine uitgedragen. Zij
hebben het conflict dat in september 1939 was uitgebroken door de Duitse
inval in Polen, aan de lezers in de neutrale landen gepresenteerd als
een eindspel tussen twee strijdende partijen (Duitsland en Engeland),
met de neutrale landen als toeschouwer. Herwarth von Bittenfeld c.s.
hebben niet gezinspeeld op een Duitse inval in landen als België,
Frankrijk en Nederland; zij hebben kwatrijn 05-94, waarin op een
annexatie van Vlaanderen en Noord-Frankrijk door Duitsland is
gezinspeeld, in het geheel niet besproken. De aantekening van Goebbels
met betrekking tot 22 februari 1940 dat de Nostradamus-brochure
"geheel en al schijnheilig en braaf" was, heeft naar mijn
mening op deze dingen betrekking.
Nostradamus spådomar om kriget, de Zweedse Nostradamus-brochure, stond op naam van de in Zweden vrij gangbare naam
Norab en bevatte verwijzingen naar Scandinavische profeten en zieners. Hoe
zal deze oorlog eindigen? was gepubliceerd op anonieme basis. Hierin
was aan de Duitse grondtekst een voorwoord
toegevoegd, geschreven door de (anonieme) vertaler. Uit dit voorwoord
bleek dat aan Hoe zal deze oorlog eindigen? een Centurie-commentaar
ten grondslag lag, afkomstig van ene Jean François Pasteur, een recent
overleden Franse vriend van de vertaler. Deze Franse herkomst paste uitstekend bij het
feit dat in Hoe zal deze oorlog eindigen? materiaal was verwerkt
uit een recent boek van de Fransman De Fontbrune. De vertaler moest dus
wel een Nederlander zijn. Deze camouflage liet echter te wensen over. W.J.
Ort, de drukker en uitgever van Hoe zal deze oorlog eindigen?,
had louter en alleen publicaties in zijn fonds met daarin de Duitse
visie op de oorlog, zoals De waarheid marcheert (Werner Picht,
1939), Tsjecho-Slowakije - slachtoffer der westersche mogendheden (Emanuel
Moravec, 1940) en Kan Engeland den oorlog winnen? De zee-oorlog en de
neutralen (Lage Fabian Wilhelm Stäel von Holstein, 1940). Na de
bezetting in mei 1940 zou Ort nog meer nationaalsocialistische
propaganda uitbrengen,
waaronder De ondergang van een imperium, geschreven door de
Fransman Robert Briffault.[26]
Herwarth von Bittenfeld c.s. lijken te hebben geprobeerd de Duitse herkomst
van de boodschap dat Engeland ten gunste van Duitsland het veld zou
moeten ruimen, verder te camoufleren met de vele citaten uit het boek van de
Fransman De Fontbrune, waardoor associaties met Duitse propaganda niet
zo gemakkelijk konden worden gelegd, en met de namen van zeven
onderzoekers uit drie landen (Duitsland: Kritzinger en Loog; Engeland:
Taylor, Frankrijk: Amiaux, De Fontbrune, Piobb en Rochetaillée) die
onafhankelijk van elkaar op grond van kwatrijn 03-57 hadden berekend dat
1939 het noodlotsjaar zou zijn voor Engeland. Met andere woorden:
de oorlog zou Engeland rampspoed brengen. Een citaat uit het boek van De
Fontbrune zette dit nog eens kracht bij: Maar de oorlog zal voor
Engeland noodlottig zijn. Het zal zoowel vloot als wereldrijk verliezen.[27]
Ook sommige verhalende passages zijn overgenomen uit Duitse Centurie-commentaren. Het
relaas over het toernooi in Parijs in juni 1559 bijvoorbeeld, waarbij de
Franse koning Henri II oogletsel opliep dat de dood ten gevolge zou
hebben, vertoont overeenkomsten met de beschrijving ervan in Winklers Nostradamus
und seine Prophezeiungen... [28]
De beschrijving van de kamer die Nostradamus in
Salon in zijn huis had ingericht, is er vrijwel letterlijk uit overgenomen.[29]
Het commentaar op kwatrijn 09-18 is zonder scrupules overgenomen uit
Kritzingers Mysterien von Sonne und Seele, zoals uit onderstaande
weergave blijkt. Kritzingers commentaar op kwatrijn 09-18 vertoont
inhoudelijk veel overeenkomsten met het commentaar van Loog in Die
Weissagungen des Nostradamus; zijn tekst luidt echter anders. Ook
uit de tekst van kwatrijn 09-18 blijkt dat Herwarth von Bittenfeld c.s. geen
kwatrijnen uit het Frans in het Duits hebben vertaald, maar reeds
bestaande Duitse vertalingen hebben overgenomen en daaraan het
corresponderende Franstalige kwatrijn van de kopie-Piobb-1938 hebben
gekoppeld. In het geval van
kwatrijn 09-18 hebben zij de zin Die Uebersetzung bringe ich nach dr.
Kemmerich, dessen Buch "Prophezeiungen" bereits bekannt ist,
vervangen door "In vrije vertaling betekent dit:", daarmee de
indruk wekkend dat de vertaling van hen afkomstig was. Op p.130 had
Kritzinger nog een "metrische" vertaling van kwatrijn 09-18
gegeven, die vertaling is in Hoe zal deze oorlog eindigen? niet
opgenomen.
Commentaar
op kwatrijn 09-18
|
"Pasteur",
p.15-16 |
Kritzinger-1922a,
p.129
|
Loog-1921,
p.18-19
|
|
Hiervoor werd gezegd,
dat Nostradamus zelfs eigennamen in zijn voorzeggingen heeft
genoemd. Woordelijk volgens den origineelen tekst luidt het 18e
vers der IXe Centurie (IX,18) als volgt:
Le lys Dauffois portera dans Nansi
Jusques en Flandres Electeur de l'Empire,
Neufve obturée au grand Montmorency,
Hors lieux prouvez delivre à clere peine.
In vrije vertaling betekent
dit:
"De kroonprins zal de lelie naar
Nancy brengen en zal in Vlaanderen een keurvorst van het Rijk
ondersteunen. Een nieuwe gevangenis voor den grooten
Montmorency. Elders dan op de daartoe bestemde plaats zal hij
aan Clerepeyne worden uitgeleverd."
En hoe is dit alles geschied?
De eerste dauphin,
Lodewijk XIII, drong in 1633 Nancy binnen. In 1635 rukte hij
naar Vlaanderen op, om de zaak van den gevangen genomen
keurvorst van Trier te ondersteunen. Omstreeks dezen tijd - 1632
- werd de groote Montmorency in het pas gebouwde stadhuis van
Toulouse gevangen gezet. De familieleden van den rebel wisten
tenminste te bereiken, dat deze niet op het daartoe bestemde
plein in Toulouse zou worden terechtgesteld, maar op de
binnenplaats van de gevangenis. De naam van den soldaat die de
terechtstelling uitvoerde werd door twee aanzienlijke
tijdgenooten opgeteekend. Hij heette Clerepeyne!
Hier hebben wij dus twee eigennamen, die bovendien zeer weinig
voorkomen, en allebei werden zij door Nostradamus precies
voorspeld.
|
Zunächst die Hinrichting des grossen Montmorency am 30. Oktober
1632 (IX.18). Die Uebersetzung bringe ich nach Dr. Kemmerich,
dessen Buch "Prophezeiungen" bereits bekannt ist:
"Die Lilie wird der Dauphin nach Nancy tragen und wird bis
nach Flandern einen Kurfürsten des Reiches unterstützen. Neues
Gefängnis dem grossen Montmorency. Ausserhalb des dazu
bestimmten Ortes wird er ausgeliefert werden à clere peyne."
Die ersten beiden Zeilen dienen der
Zeitbestimmung.
Der erste Dauphin
(sagen wir französcher Kronprinz), der
überhaupt (seit 1566) in Frage kommt, ist Louis XIII. Er
drang
1633 in Nancy ein. 1635 stiess er bis nach Flandern vor, um die
Sache des gefangenen Kurfürsten von Trier zu unterstützen. Um
diese Zeit - 1632 - wird der grosse Montmorency als Rebell
in
dem neu erbauten Stadthaus von Toulouse eingesperrt. Die
Angehörigen des Rebellen konnten wenigstens erreichen, dass
dieser nicht auf dem dazu bestimmten öffentlichen Platz in
Toulouse hingerichtet wurde, sondern im Hof des Gefängnisses.
Der Name des hinrichtenden Soldaten ist von zwei angesehenen
Zeitgenossen bestätigt: er hiess Clerepeyne! Wir haben hier
also zwei Eigennamen, die noch dazu selten sind, richtig
vorhergesagt gefunden.
|
"Derjenige, der Dauphin war, wrid
die Lilie nach Nanzig tragen und bis nach Flandern wegen eines
Kurfürsten des Reiches. Ein heuse Gefängnis für den großen
Montmorency, der außerhalb des dafür bestimmten Ortes einer
berühmten Strafe (clere peyne) überliefert wird."
Die Geschichte erzählt uns, daß
Ludwig XIII. der erste französische König gewesen ist, der
nach 1566 (der Veröffentlichung des Vierzeilers IX, 18) den
titel eines Dauphin von Frankreich hat. Seine Truppen drangen am
24. September 1633 in Nanzig ein, er selbst hielt seinen Einzug
am folgenden Tage. Der Vorwand für den Feldzug gegen die
spanischen Niederlande war, den Kurfürsten von Trier, den die
Spanier abgesetzt hatten, wieder einzusetzen. Ludwig XIII drang
in dem Feldzug 1635 bis nach Löwen in Flandren vor. Kurt vorher
(1632) war der Herzog von Montmorency, dessen Aufstand gegen den
König unglücklich ausgelaufen war, in das Gefángnis des
neuerbauten Rathauses zu Toulouse gesteckt worden. Die Familie
Montmorency hatte Ludwix XIII. vergeblich um Gnade für ihren
Angehörigen gebeten, aber nur zwei äußerlichte
Vergünstigungen erreicht. Die eine bestand darin, daß der
Verurteilte nicht den ehrlosen Händen eines gewerbsmäßigen
Nachrichters ausgeliefert werden sollte. Die andere war, daß
die Hinrichting bei verschlossenen Türen, im Gefängnishof,
stattfinden sollte und nicht auf dem Marktplatz von toulouse,
wie es das Todesurteil vorgesehen hatte. So wurde denn auch der
Herzog Montmorency außerhalb des für die Hinrichting
vorgesehenen Platzes enthauptet, nicht von einem Henker, sondern
von einem Soldaten, der merkwürdigerweise Clerepeyne hieß. Der
Name wird von zwei Zeitgenossen des Ereignis bezeugt.
Nostradamus hatte also den Namen gekannt, wenn er ihn auch nach
seiner Weise zu einem Wortspiel benutzt hatte. |
Onjuiste
weergaven
Uit de
literatuurstudie waarop dit artikel is gebaseerd, is naar voren gekomen
dat Herwarth von Bittenfeld c.s. in schilderachtige bewoordingen de
vaardigheden van Nostradamus als profeet en ziener hebben beschreven,
met de nadruk op het miraculeuze van de voorspellingen in de kwatrijnen.
Aan de commentaren die zij met het oog op "het verleden"
hebben overgenomen uit de boeken van Kritzinger, Loog, Noah en Winkler
hebben zij in essentie niets veranderd. Met betrekking tot de
commentaren die zij het met oog op "de actualiteit" hebben
overgenomen uit de boeken van De Fontbrune en Loog hebben, is gebleken
dat zij een
aantal zaken verkeerd hebben voorgesteld en het commentaar van De
Fontbrune uit de context hebben gelicht. Zij hebben de opmerking dat kwatrijn
03-57 wijst op een noodlottig jaar voor Engeland, kracht willen bijzetten
door te verwijzen naar zeven Centurie-onderzoekers (Amiaux, De
Fontbrune, Piobb, Rochetaillée, Loog, Kritzinger en Taylor) uit drie
landen (Duitsland, Engeland en Frankrijk), die dit onafhankelijk van
elkaar hadden vastgesteld. Deze verwijzing is pertinent onjuist. De
Fontbrune heeft in Les Prophéties...
niets geschreven over het jaar 1939. Hij heeft aan kwatrijn 03-57 een
looptijd toegekend die begon in 1657 en zou eindigen in 1947.[30]
Aan kwatrijn 10-100 had hij een looptijd toegekend van meer dan 300
jaar die in 1603 zou beginnen, zonder dat hij daarbij het jaar 1939
noemde.[31]
Amiaux, Piobb en Rochetaillée hebben er evenmin iets over geschreven. Over Kritzinger kan worden
gezegd dat hij in Mysterien von Sonne und Seele in het geval van
kwatrijn 03-57 Loog heeft geciteerd, iets dat hij aan het eind van zin
commentaren op de kwatrijnen heeft vermeld en in 1961 nog eens aan Ellic
Howe heeft verteld, de schrijver van Uranias Children - the strange
world of the astrologers (Londen, 1967).[32] Aan
de veronderstelling dat Herwarth von Bittenfeld c.s. het boek van Taylor
waarschijnlijk niet
hebben gelezen, kan worden toegevoegd dat Taylor geen Centurie-onderzoeker
is, dat hij in The political prophecy in England wel over
Nostradamus heeft geschreven maar geen kwatrijnen van commentaar heeft
voorzien en dat hij geen voorspellingen heeft besproken waarin is
gezinspeeld op het jaar 1939.
Over de citaten uit het boek van De Fontbrune kan worden gezegd
dat Herwarth von Bittenfeld c.s. letterlijk hebben geciteerd, maar de
citaten uit hun context hebben gehaald. Dit blijkt uit een opmerking van
De Fontbrune, voorafgaand aan zijn opmerking dat de oorlog voor Engeland
noodlottig zou zijn en dat het haar vloot en wereldrijk zou verliezen.
Op grond van kwatrijn 03-57 veronderstelde hij namelijk dat Engeland
zich in het volgende conflict, dat volgens hem zou uitbreken in 1947,
zou scharen in de rijen van Frankrijks tegenstanders. In dat conflict
zou Duitsland Frankrijk binnenvallen via Zwitserland, één jaar na
Italië.[33]
Herwarth von Bittenfeld c.s. hebben de opmerking van De Fontbrune dat
Engeland zich zou scharen in de rijen van Frankrijks tegenstanders, niet
geciteerd en hebben daarmee aan de uitspraken van De Fontbrune een
andere wending gegeven.
Het uit de context halen van een citaat blijkt ook uit de presentatie
door Herwarth von Bittenfeld c.s. van kwatrijn 03-57 als één van de
meest knappe prestaties van Nostradamus. Zij hebben het doen voorkomen
alsof Loog had gesteld dat 1939 het noodlottige jaar voor Engeland zou
zijn en dat gelijktijdig een crisis zou uitbreken in Polen. Inderdaad
verwachtte Loog dat Engeland vanaf 1939 in verval zou raken, maar hij
had geen idee wat voor crisis in Engeland zou uitbreken en had uit de Centuriën
geen grootschalig Europees conflict afgeleid dat in 1939 zou uitbreken
in de vorm van een Duitse invasie in Polen. Frankrijk zou nog jaren in
vrede leven en Duitsland zou veranderen in een koninkrijk of keizerrijk.[34]
Het
beoogde en bereikte effect van de Nostradamus-brochures
De vraag die bij
de verspreiding van de Nostradamus-brochures kan worden gesteld, is
welke effecten Goebbels ervan verwachtte in de psychologische
oorlogvoering. Uit zijn dagboeken blijkt dat hij er geen doorslaand
effect van verwachtte, maar een ondersteunend effect. Met betrekking tot
15 januari 1940 schreef hij namelijk dat het bewerkte
Nostradamus-materiaal in samenwerking met de Geheime Dienst in Frankrijk
en het neutrale buitenland zou gaan. Het zou iets helpen, zo besloot hij
zijn notitie.[35]
In de geheime
dagelijkse propagandabespreking van 27 maart 1940 werd het groene licht
gegeven voor de verspreiding van de Nostradamus-brochures. Op 9 april
1940 bezetten de Duitsers Denemarken en Noorwegen. Op 10 mei 1940 vielen
zij België, Frankrijk, Nederland en Luxemburg binnen. Hoe zal deze
oorlog eindigen? werd omstreeks 12 april 1940 in Nederland in omloop
gebracht, ongeveer vier weken voorafgaand aan de Duitse inval.
Tegelijkertijd werd de Franse versie (Que se passera-t-il entre le
printemps 1940 et le printemps 1941?), die mede bestemd was voor
Frankrijk en België, in omloop gebracht in Zwitserland. Misschien
werd hiermee beoogd om voorafgaand aan de Westfeldzug onrust te
zaaien en bevolking en leger te demoraliseren. In zijn dagboek had
Goebbels over deze twee brochures
geschreven dat zij veel opzien baarden. Wat precies het effect is
geweest, is mij niet bekend. Volgens de dagboekaantekening met
betrekking tot 24 april 1940 zou ook worden gezorgd voor de verspreiding
van de Nostradamus-brochure in Denemarken. Brauweiler heeft in zijn
rapport geen Deense vertaling van de Nostradamus-brochure genoemd.
In de geheime dagelijkse propagandabespreking van 24 mei 1940, toen de
gevechten in Frankrijk in volle gang waren, gaf Goebbels opdracht de
Nostradamus-brochure te gebruiken in de propaganda-oorlog. In Frankrijk
was duidelijk een demoraliserend effect merkbaar van de
nationaalsocialistische propaganda, gebaseerd op de Centuriën
en/of Centurie-commentaren; Paul Reynaud, de Franse
minister-president, ging over tot vervolging van hen die vanwege
"de voorspellingen van Nostradamus" zijn politiek ten aanzien
van de oorlog bekritiseerden.[36]
Het lijkt erop dat met deze Nostradamus-brochures werd beoogd om
voorafgaand aan invasies opschudding te wekken en demoralisatie op gang
te brengen. De vraag is dan welk effect deze brochures moesten sorteren bij de
Italiaanssprekende bevolkingsgroepen en de Kroaten, Roemenen en
Serviërs. De Westfeldzug immers was gericht tegen België,
Frankrijk, Luxemburg en Nederland, niet tegen Italië, Joegoslavië en
Roemenië. Misschien moet de verspreiding van de Nostradamus-brochures
onder Italiaanssprekenden, Kroaten, Roemenen en Serviërs in verband
worden gebracht met de spanningen die heersten rond de Duitsers die in
Italië, Zuid-Slavië en Roemenië woonden en die het na de Eerste
Wereldoorlog zwaar te verduren hadden. Een andere vraag is of de
nationaalsocialisten na hun invasies
nog gebruik maakten van deze brochures en of ze na 31 augustus 1940 (de
datum van Brauweilers rapport) nog werden gedrukt en verspreid.
In zijn dagboek
had Goebbels met betrekking tot 11 juli 1940 geschreven dat overal waar
de Nostradamus-brochures waren verschenen, zij het grootst mogelijke
effect hadden gesorteerd. Daarop volgde de opmerking dat bijna niemand
wist dat zijn Propagandaministerie achter deze brochures zat,
ook het ministerie van Buitenlandse Zaken niet. Deze opmerking houdt
misschien verband met een langdurige competentiestrijd tussen het
Propagandaministerie en het ministerie van Buitenlandse Zaken over het
voeren van propaganda. Op 8 september 1939 had Hitler een bevel
uitgevaardigd om de propaganda in goede banen te leiden. In de praktijk
betekende dit dat het Propagandaministerie niet meer het initiatief had
bij het voeren van propaganda in het buitenland. Haar positie werd
ondergeschikt aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Verder moest
het Propagandaministerie zich voegen naar de afdeling Wehrmachtspropaganda
van het Oberkommando der Wehrmacht.[37]
De aantekening in het dagboek van Goebbels met betrekking tot 11
juli 1940 lijkt te wijzen op een revanche zijnerzijds in de
competentiestrijd met het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar men in
het ongewisse verkeerde over de herkomst van de Nostradamus-brochures.
Dat in 1940 de herkomst van de Nostradamus-brochures onbekend was,
blijkt uit opmerkingen van dr. Werner Wilmanns, hoofd van afdeling Inf
IV van het ministerie van Buitenlandse Zaken, in een notitie die hij
vermoedelijk eind juni 1940 heeft geschreven. Over de
Nostradamus-brochures die kort ervoor in Zwitserland en Joegoslavië in
omloop waren gebracht, schreef Wilmanns dat er reden was aan te nemen
dat ze in opdracht van het Propagandaministerie waren vervaardigd, dat
daarmee de grenzen overschreed van haar bevoegdheden aangaande
propaganda in het buitenland. In zijn aantekening van 17 oktober
1940 over Hoe zal deze oorlog eindigen? en de Franse en Servische
vertaling veronderstelde Krafft dat deze brochures hoogstwaarschijnlijk
afkomstig waren uit het Propagandaministerie. Hij baseerde dit niet
alleen op de volgens hem bestaande overeenkomsten tussen de afbeelding
in Hoe zal deze oorlog eindigen? van de gravure op de omslag van de
editie-Amsterdam-1668 en de afbeelding ervan in Kritzingers Mysterien
von Sonne und Seele, maar ook op teksten, overgenomen uit Mysterien von Sonne und
Seele. Het literatuuronderzoek dat aan dit artikel ten grondslag ligt,
bevestigt Kraffts constatering dat in deze brochures teksten staan uit Mysterien
von Sonne und Seele. Uit de tabel De
koppelingen en hun bronnen
blijkt dat teksten zijn overgenomen uit de pagina's 129 t/m 133 van Mysterien
von Sonne und Seele. Uit p.137 is de tekst overgenomen van
Kritzingers beschrijving van Engelse vorsten die publicatie van de Centuriën
hadden verboden. Krafft heeft niets geschreven over de teksten in deze
brochures die waren overgenomen uit publicaties van de Duitse Centurie-onderzoekers
Loog, Noah en Winkler.
In Nederland werd in juli en augustus 1940, in samenhang met de tweede
oplage van Hoe zal deze oorlog eindigen? een perscampagne
georganiseerd, waarin in tal van kranten in de vorm van boekbesprekingen
en gefingeerde ingezonden brieven de propagandistische, anti-Engelse
boodschap van Hoe zal deze oorlog eindigen? werd uitgedragen. Hoe zal deze oorlog eindigen?
lokte een reactie uit
van mr. dr. H. Houwens Post, die in december 1940, na het voltooien van
zijn studie rechten, werkzaam was als leraar Frans op het Gemeentelijk
Gymnasium in Breda. Houwens Post vervaardigde onder het pseudoniem mr.
dr. W.L. Vreede het boek De Profetieën van
Nostradamus, een a-politieke vertaling van de Centuriën met
in de inleiding verkapte kritiek op de inhoud van Hoe zal deze oorlog
eindigen?. De opmerking op pagina 11 dat bij menigeen de
fotokopie van de editie-Amsterdam-1668 in huis was gekomen en vanwege
het bevatten van zowel de authentieke teksten van de Centuriën als
de niet-authentieke, tot verkeerde gevolgtrekkingen kon leiden, is, naar
op deze website wordt verondersteld, een indirecte verwijzing naar Hoe
zal deze oorlog eindigen?, waarin is vermeld dat de Franstalige Centurie-teksten
zijn ontleend aan de fotokopie van de editie-Amsterdam-1668, vervaardigd
in 1938 door de Fransman P.V. Piobb.
Het
ontstaan van nationaalsocialistische propaganda op basis van de Centuriën
en/of Centurie-commentaren
Bij het
samenstellen van de Nostradamus-brochure hebben Herwarth von Bittenfeld
c.s. gebruik gemaakt van publicaties van De Fontbrune, Kritzinger, Loog,
Noah, Piobb en Winkler en hebben zij de namen genoemd van Amiaux,
Rochetaillée en Taylor. In deze rij ontbreekt de naam van Karl Ernst Krafft;
in Hoe zal deze oorlog eindigen? staan geen koppelingen,
vertalingen van kwatrijnen of passages die op zijn publicaties kunnen
worden teruggevoerd.
Volgens Kritzinger werd Krafft in de loop van december 1939 benaderd
voor het produceren van nationaalsocialistische propaganda op basis van
de Centuriën; na
aankomst in Berlijn in de eerste week van januari 1940 maakte Krafft
hiermee een begin.[38]
De literatuurstudie waarop dit artikel is gebaseerd, heeft tot de
veronderstelling geleid dat de Nostradamus-brochure van Herwarth von
Bittenfeld c.s. is geschreven in de periode van 23 november tot 13
december 1939. Deze periode sluit iedere betrokkenheid van Krafft uit.
Na de oorlog hebben Von Borresholm en Niehoff beschreven hoe Krafft,
na een door Goebbels in de herfst van 1939 bewerkstelligde vrijlating,
hem kwatrijn 05-94 uitlegde in de vorm van een koppeling aan Hitler. Dit
zou voor Goebbels aanleiding zijn geweest pamfletten te produceren met
kwatrijnteksten.[39]
Haaks hierop staat het relaas van de Duitse Centurie-onderzoeker
dr. N. Centurio (het pseudoniem van dr. phil. Alexander Max Centgraf). Volgens
Centurio had Krafft op grond van kwatrijn 05-94 Goebbels gewaarschuwd
voor een aanval van Stalin; Goebbels meende echter dat in dit kwatrijn
Hitler werd aangeduid, een opvatting die Krafft zou hebben overgenomen.[40]
In het relaas dat Kritzinger in 1961 aan Howe heeft verteld over hoe
Krafft betrokken raakte bij de productie van propaganda, gebaseerd op de
Centuriën, neemt kwatrijn 03-57 een centrale plaats in: het was
Loogs uitleg van dit kwatrijn waardoor Goebbels op het idee zou zijn
gekomen materiaal dat verband hield met Nostradamus te gebruiken voor
psychologische oorlogvoering.[41]
In de Nostradamus-brochure neemt kwatrijn 03-57 eveneens een
centrale plaats in. Kwatrijn 05-94 komt er in het geheel niet in ter
sprake. Dit kan erop wijzen dat het relaas dat Kritzinger aan Howe heeft
verteld, waar is in die zin dat Loogs uitleg van kwatrijn 03-57 voor
Goebbels aanleiding was de Centuriën en/of Centurie-commentaren
te gebruiken voor psychologische oorlogvoering. De verhalen volgens
welke kwatrijn 05-94 voor Goebbels de aanleiding zou hebben gevormd Centuriën en/of Centurie-commentaren
te gebruiken voor psychologische oorlogvoering, kunnen niet worden
teruggevoerd op het relaas van Kritzinger en zijn naar mijn mening niet
op feiten gebaseerd.
Als de veronderstelling
in dit artikel klopt dat Herwarth von Bittenfeld een van de schrijvers
was van de Duitse grondtekst van de Nostradamus-brochure, is het in
zekere zin logisch dat hij degene was die in november 1939 van Goebbels de
opdracht kreeg contact op te nemen met Kritzinger en hem mee te delen
dat Goebbels hem wilde spreken. Dan wordt het ook begrijpelijk dat Goebbels
op zoek was naar een "Nostradamus-expert" die zich over de Centuriën
zou buigen in het kader van de psychologische oorlogvoering. Herwarth
von Bittenfeld, Bömer en Gutterer waren immers ambtenaren, werkzaam op het
Propagandaministerie; zij waren geen experts op het gebied van de Centuriën.
De brochure die zij hadden samengesteld, was het resultaat van knip- en
plakwerk. Voor propaganda op langere termijn was deze methode niet
geschikt.
De
lotgevallen van de vertalingen van de tekst van Herwarth von Bittenfeld
c.s.
Die
Prophezeiungen des Nostradamus (Informations-Schriften #18,
Berlijn, 1940)
In Die
Prophezeiungen des Nostradamus, deel 18 in de serie Informations-Schriften,
en de vertalingen van dit deel, staat de opmerking dat ongeveer een
dozijn kwatrijnen betrekking hebben op Napoleon Bonaparte. Deze
opmerking komt alleen voor in de vertalingen van de tekst die Herwarth
von Bittenfeld c.s. hebben geschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd
dat de samenstellers van Die Prophezeiungen des Nostradamus één
van de vertalingen van deze tekst hebben geraadpleegd.[42]
Nostradamus,
Seer and Prophet: Quatrains That Apply to Today (Indianapolis, 1941)
In 1941 verscheen bij uitgeverij Fellowship Press in Indianapolis de
brochure Nostradamus, Seer and Prophet: Quatrains that Apply to Today.
In deze 48 pagina's tellende brochure, volgens Edgar Leoni gebaseerd op What will happen in the near future?,
werden de Joden en Britten in gelijke mate grof beledigd. In deze
brochure stond ook nog de titel Nostradamus, his life and prophecies.
Voorspellingen
die uitgekomen zijn... (Arnhem, 1941)
In Voorspellingen die uitgekomen zijn... (De Tombre, Arnhem, 1941), de Nederlandse vertaling van een
nationaalsocialistische tekst
van de Duitser dr. phil. Alexander Max Centgraf, staat in de inleiding op pagina 8 de
opmerking dat reeds in 1940 de overleden Nostradamus-onderzoeker Jean
François Pasteur in een kleine brochure, getiteld Hoe zal de
oorlog eindigen? zich met de voorspellingen van Nostradamus over
de huidige situatie heeft beziggehouden. Bij afwezigheid van de door
Centgraf geschreven grondtekst kan niet worden nagegaan of deze
opmerking ook voorkwam in die grondtekst, of dat hij aan de Nederlandse
versie is toegevoegd door de vertaler.
The
fate of the nations (New York, 1982)
In dit boek, de tweede druk, geschreven door Arthur Prieditis (de
eerste Amerikaanse druk dateert uit 1975; de eerste Engelse druk uit
1974), staat op de pagina's 112 t/m 114 een inleiding op kwatrijn 10-100
en een commentaar op dit kwatrijn, dat kan worden teruggevoerd op de
Franse, Italiaanse of Nederlandse vertaling/bewerking van de Duitse
grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. Ook een deel van het commentaar
in dit boek op kwatrijn 03-57 kan hierop worden teruggevoerd.[43]
Nostradamus
and the final age (http://www.newprophecy.net/thirdkey.htm,
1998)
In Nostradamus and the final age is vermeld dat de
Nazi-astroloog Norab kwatrijn 01-51 (Chef d'Aries, Juppiter et
Saturne...) heeft gekoppeld aan het jaar 1994. Norab is het
pseudoniem dat Staël von Holstein heeft gebruikt bij het vertalen van
de Duitse grondtekst van Herwarth von Bittenfeld c.s. in het Engels en
het Zweeds. Noch in de Engelse, noch in de Zweedse versie is kwatrijn
01-51 besproken. In Den gula faran, hoofdstuk XVIII van Nostradamus
spådomar om kriget, de Zweedse versie, is het jaartal 1995 vermeld.
Dit hoofdstuk is een bewerking door Staël von Holstein van een gedeelte
van de paragraaf Vad bär framtiden i sitt sköte? in Nostradamus
Profetior (Stockholm, 1940, pagina 56-61), waarin in het bewerkte
fragment het jaartal 1999 was vermeld.
Op de website Nostradamus and the final age staat geen bibliografie.
De opmerking over Norabs koppeling van kwatrijn 01-51 aan 1994 kan zijn
ontleend aan Nostradamus and his prophecies (Edgar Leoni, New
York, 1961, p.579), waarin staat dat de nazi Norab in 1941 van mening
was dat de astrologische configuratie waarnaar in kwatrijn 01-51 was
verwezen, zich voor zou doen op 12 september 1994.
Nostradamus
De grootste ziener aller tijden (Amsterdam, 1998)
In het hoofdstuk Wonderbaarlijke
interpretaties en 'uitgekomen' voorspellingen in Nostradamus De
grootste ziener aller tijden (Jan Vandervoort, Amsterdam, 1998, de
taalkundig herziene uitgave van de vertaling-Vreede-1941 van de Centuriën)
is veel materiaal verwerkt uit het hoofdstuk VERLEDEN, HEDEN en
TOEKOMST Op wonderbaarlijke wijze voorspeld door den Franschman MICHEL
NOSTRADAMUS in zijn "Les vrayes Centuries et Prophéties"
in Hoe zal deze oorlog eindigen?.[44]
Herwarth
von Bittenfeld over oorlogspropaganda
In 1941 verscheen
bij drukkerij/uitgeverij Hans Triltsch in Berlijn een boekje van Herwarth von
Bittenfeld, getiteld Die
deutsche Kriegspropaganda 1914-18 und heute im Spiegel eigenen
Erlebens. In dit ongeïllustreerde boekje van 48 pagina's staat de tekst (21 pagina's)
van de gelijknamige voordracht van
Herwarth von Bittenfeld op 23 mei 1941 aan de Westfaalse Wilhelm
Universiteit in Münster ter gelegenheid van zijn eredoctoraat filosofie
en de tekst van twee nota's uit
de tijd dat hij werkzaam was als militair attaché
in Washington (totaal: 27 pagina's). Destijds was dit boekje bestemd
voor intern gebruik.
In Die deutsche Kriegspropaganda 1914-18 und heute... maakte Herwarth von Bittenfeld geen toespelingen op
de Nostradamusbrochure waarvan op deze website wordt verondersteld dat
hij die heeft geschreven. Niettemin is dit boekje interessant, omdat het
inzicht biedt in de rol die Herwarth von Bittenfeld in de Eerste en
Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld in de propaganda en zijn ideeën
hieromtrent en in zijn houding ten opzichte van Engeland.
In zijn voordracht over de Duitse oorlogspropaganda heeft Herwarth von
Bittenfeld zichzelf geschetst als een legerofficier die tijdens de
Eerste Wereldoorlog pionierswerk verzette op het gebied van pers en
propaganda, een gebied dat het leger wezensvreemd was. Hij constateerde
dat men tijdens de Eerste Wereldoorlog niets wist van de buitenlandse
pers, wat hij als een belangrijk gemis ervoer. In die tijd had de Duitse
oorlogspropaganda neutrale landen - in het bijzonder de Verenigde Staten
- moeten weerhouden van het meedoen aan de oorlog. Herwarth von
Bittenfeld beschouwde het als een kardinale fout dat hierop niet alle
krachten werden gericht. Naar zijn mening was Duitsland in die tijd het
doelwit van effectieve offensieve propaganda, waarin de Duitsers als
bloeddorstige krijgers werden afgeschilderd.
Op pagina 17 heeft Herwarth von Bittenfeld verteld over een brochure die
hij in het voorjaar van 1915 had geschreven in opdracht van Graaf
Schulenburg, chef-staf van de Heeresgruppe Kronprinz. Op basis
van het gedicht Jeanne d'Arc 1915 van Rudolph Herzog moest een
geïllustreerde brochure worden vervaardigd, die in kerken moest worden
verspreid. Herwarth von Bittenfeld droeg zorg voor de vertaling in
het Frans, de illustraties werden vervaardigd door een kunstenaar uit
München. Herwarth von Bittenfeld twijfelde aan de propagandistische
slagkracht van deze brochure omdat aan het papier en de opmaak kon
worden gezien dat deze brochure uit Duitsland afkomstig was. Hij had
soortgelijke bezwaren tegen de door Duitsers geredigeerde kranten Gazette
des Ardennes en Gazette de Lorraine. Anno 1941 werden
dit soort kranten in het buitenland geproduceerd.
Aan het eind van zijn voordracht ging Herwarth von Bittenfeld in op de
zijns inziens sinds honderd jaar bestaande samenhang tussen het
jodendom, vrijmetselarij, de Britse Geheime Dienst, de wereldpers en
propaganda. Volgens Herwarth von Bittenfeld was het Britse Imperium
ontstaan dankzij de Britse Geheime Dienst, waarvan de agenten door
intrige, moord, omkoping en spionage oorlogen ontketenden en ze gunstig
voor Engeland lieten verlopen. Elk van deze oorlogen was een uiting van
het vermeende Engelse recht op het handhaven van haar eigenbelang, tot
schade van niet-Engelse volken. Deze oorlogen konden alleen worden
gevoerd dankzij de onbetwiste Engelse heerschappij op zee en dankzij het
uitblijven van bedreigingen vanuit het vasteland van Europa. In dit
opzicht is Duitsland de enige macht in de wereld waarvoor Engeland
beducht is; sinds 1648 is de relatie tussen beide landen meer en meer
problematisch geworden. Om Duitsland van zich af te houden, verzekerde
Engeland zich door haar Joden, vrijmetselaars en geheime agenten van de
wereldpers als middel tot een wereldwijde samenzwering tegen Duitsland.
Het Propagandaministerie dat in Duitsland in 1933 werd opgericht, was
een instantie die Herwarth von Bittenfeld in 1913 reeds voor ogen had.
Het deed hem veel genoegen erbij te horen. Hij benadrukte dat het Ministerie van Propaganda
niet zozeer een gebouw was dat was gemaakt van steen, hout en staal, maar
van uiterst geniale gedachten en dat niet van de ene op de andere dag tot stand
was gekomen. Anno 1940-41 zijn pers en
radio de propagandamiddelen. De radio verbindt het volk met het front.
Ieder vijandelijk volk wordt dagelijks in haar eigen taal toegesproken.
Ook al wordt niet iedereen bereikt, het aantal mensen dat wordt bereikt
is genoeg om leugens van de vijand de kop in te drukken of op zijn minst
aan te vechten. Als voorbeeld noemde Herwarth von Bittenfeld de
propaganda rond de Athenia, een Brits passagiersschip met 400
opvarenden dat in september 1939 tot zinken werd gebracht door een
Duitse onderzeeër. In de Duitse contra-propaganda werd Churchill ervan
beschuldigd zelf opdracht te hebben gegeven de Athenia tot zinken
te brengen. Middels buitenlandse correspondenten worden leugens aan de
kaak gesteld zoals de leugen dat de Duitsers in Chestochova de
"Zwarte Madonna" zouden hebben vernield.
Tegenover de Britse bluf, huichelarijen, leugens, onbeschaamdheden en
verheimelijkingen als kenmerken van haar mentaliteit, politiek en
propaganda, stelt Duitsland eigenschappen als juistheid,
rechtvaardigheid, ridderlijkheid en waarheid.
In tegenstelling tot de Eerste Wereldoorlog, zo memoreerde Herwarth von
Bittenfeld, voltrok de Duitse
oorlogspropaganda zich anno 1940-41 niet in het kielzog van de slag
leverende Duitse troepen, maar ging het voor de troepen uit als
wegbereider; het leger zou dan de genadeslag toedienen.[45]
Uit de documenten die deel uitmaken van de nalatenschap van Herwarth von
Bittenfeld die bewaard wordt bij het Bundesarchiv in Berlijn
blijkt niet of hij affiniteit had met de Centuriën. Interessant
in relatie tot de Duitse grondtekst van Hoe zal deze oorlog eindigen?
is zijn opmerking in Gedanken über Propaganda (Berlijn,
1929, aangevuld in 1932) dat onder andere Delfische orakelspreuken - de
voorspellingen in de Centuriën ogen als orakelspreuken - een
oervorm zijn van geruchtenstromen. Misschien was hij vanwege zijn
ideeën de mening toegedaan dat de Centuriën geschikt waren om
geruchtenstromen over een Duitse overwinning en een Britse nederlaag op
gang te brengen.
Dankbetuiging
Mijn dank gaat
uit naar Robert Benazra voor zijn informatie over de inhoud van Amiaux' Nostradamus - L'homme qui au XVI siècle avait prévu Napoléon
en Rochetaillées Prophéties de Nostradamus - clef des Centuries - son
application à l'histoire de la 3e République en het formaat
van de gravure van de omslag van de editie-Amsterdam-1668 in de
kopie-Piobb-1938.
De
Meern, 12 november 2006
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 6 oktober 2009
Noten
-
Fröhlich,
p.208-209 (24 november 1939
mbt. 23 november 1939; Goebbels werkte zijn
dagboeken altijd een dag later bij); Howe,
p.220.
Uit het dagboek van Goebbels blijkt dat hij op 21 november 1939 een
of meerdere Centurie-commentaren had gelezen, waarin voor
Engeland slechte tijden in het vooruitzicht werden gesteld. Op 22
november 1939 vertelde hij Hitler hoe actueel de voorspellingen van
Nostradamus waren. Volgens Goebbels vond Hitler het interessant,
maar wilde hij er niets over lezen (Fröhlich, p.206-207). Op grond
van deze dagboekgegevens wordt er op deze website van uitgegaan dat Goebbels
in november 1939 het plan had opgevat de Centuriën
en/of Centurie-commentaren te gebruiken voor psychologische
oorlogvoering en dit op 22 november 1939 voorlegde aan Hitler, die
toestemming gaf zonder er verder over te willen lezen. [tekst]
-
Boelcke-1966, p.773; Van Berkel: Informatie
over dr. h.c. Hans-Wolfgang Herwarth von Bittenfeld. De
foto van Herwarth von Bittenfeld is afkomstig uit het archief van de
NSDAP, dat momenteel wordt bewaard in het Bundesarchiv.
[tekst]
-
Fröhlich, p.220. [tekst]
-
Boelcke-1966, p.236-237. [tekst]
-
Boelcke-1966, p.242. [tekst]
-
Fröhlich, p.320. [tekst]
-
Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942; Boelcke-1966, p.304; Boelcke-1989
(1967), p.28. [tekst]
-
Fröhlich / Richter, p.72.
Op 29 april 1940 ontving Krafft uit Nederland vier exemplaren van Hoe
zal deze oorlog eindigen? die hij op 12 april 1940 had besteld (Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942). [tekst]
-
Boelcke-1989
(1967), p.15-16.
[tekst]
-
Fröhlich / Richter,
p.72. [tekst]
-
De
Zwitserse astroloog Karl Ernst Krafft, die vanaf januari 1940
betrokken was bij de productie van nationaalsocialistische
propaganda, gebaseerd op de Centuriën en/of Centurie-commentaren,
heeft in een notitie, gedateerd op 17 oktober 1940, aandacht besteed
aan de Franse en Servische versie (Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942). [tekst]
-
Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942. [tekst]
-
Van Berkel: Informatie
over baron L.F.W. Staël von Holstein alias Norab.
De informatie dat Staël von Holstein de eigenaar was van Neutrala
Institutets Förlag, is afkomstig van P. Björn (www.trismegistus.se).
[tekst]
-
Fröhlich,
p.344. [tekst]
-
Norab-1940b, p.56-57. [tekst]
-
Fröhlich, p.344. [tekst]
-
Voor het rapport van Brauweiler: Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazis, 1939-1942. Vgl. enkele opmerkingen over de productie en verspreiding in Nederland van propaganda van de Wehrmacht
in: Groeneveld, p.79. [tekst]
-
Fröhlich, p.368. [tekst]
-
Boelcke-1966, p.304; Fröhlich,
p.371. [tekst]
-
Boelcke-1966, p.329. [tekst]
-
Fröhlich / Richter, p.72. [tekst]
-
Boelcke-1966,
p.363. [tekst]
-
Fröhlich
/ Richter, p.72 en 218. [tekst]
-
Vgl. Sommerfeldt, p.56-57.
[tekst]
-
Zeman, p.165. [tekst]
-
Groeneveld, p.79. [tekst]
-
"Pasteur", p.29; "Norab"-1940a, p.35 (hierin ontbreken de namen van Amiaux en De
Fontbrune); "Rossier"-1940b, p.5. [tekst]
-
"Pasteur", p.9-10;
"Rossier"-1940b, p.1; Winkler-1939, p.22-23. [tekst]
-
"Pasteur",
p.13; "Rossier"-1940b, p.2; Winkler-1939, p.11-12. Zie ook: Van Berkel: Nostradamus
spådomar om kriget (baron L.F.W. Staël von Holstein alias
Norab, Stockholm, 1940). [tekst]
-
De Fontbrune, p.258. [tekst]
-
De Fontbrune, p.257. [tekst]
-
Kritzinger-1922a, p.136-137 (de
afsluitende alinea op p.137 begint met de woorden: C. Loog, dem
wir hier im Wesentlichen gefolgt sind...); Howe, p.220. [tekst]
-
De Fontbrune, p.258 en 287. [tekst]
-
Van Berkel:
- Kwatrijn 03-57 en Die Weissagungen des
Nostradamus (C. Loog, Pfullingen in Württemberg, 1921 [1920]);
- Prophete rechts - Prophete links -
War Nostradamus wirklich Scharlatan und Betrüger? (Nostradamus
Scharlatan?) (C. Loog, Der Reichswart, Berlijn, #50,
1940). [tekst]
-
Fröhlich, p.272. [tekst]
-
Van Berkel: Die
Kolonne des Nostradamus (dr. Th.Fr. Böttiger, Völkischer
Beobachter, Berlijn, 27 mei 1940). [tekst]
-
Zeman, p.160-161. [tekst]
-
Howe, p.231-233. [tekst]
-
Van Berkel: Dr.
Goebbels nach Aufzeichnung aus seiner Umgebung (B. von
Borresholm; K. Niehoff, Berlijn, 1949). [tekst]
-
Centurio-1955,
p.128. [tekst]
-
Howe, p.220-223. [tekst]
-
Van Berkel: Die
Prophezeiungen des Nostradamus (Informations-Schriften
#18, Berlijn, 1940). [tekst]
-
Van Berkel: The fate of the
nations (A. Prieditis, New York,
1982). [tekst]
-
Van Berkel: Nostradamus
De grootste ziener aller tijden (J. Vandervoort, Amsterdam,
1998). [tekst]
-
In Duitsland ontstond het idee
om de Centuriën te gebruiken voor de oorlogspropaganda ná
de inval in Polen (Van Berkel: De
lotgevallen in 1939 van Mysterien von Sonne und Seele).
Met betrekking tot de vertalingen van de grondtekst van Herwarth von
Bittenfeld kan worden gezegd dat de verspreiding in Europa voorafgaand aan de Duitse
invasies in België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland plaatsvond.
©
Politischen Archiv Auswärtigen Amt,
Berlijn
Ten behoeve van dit artikel zijn fotokopieën bestudeerd van de
brochures
Que se passera-t-il entre le printemps 1940 et le printemps 1941? (Genève,
1940, aangeduid met "Rossier"-1940b) en haar Servische pendant (Sta
nam donosi 1940?, Belgrado,
1940, aangeduid met "Belgrado").
De originele documenten bevinden zich in het Politischen Archiv Auswärtigen Amt (ref: PA AA
R 66658).
Voor iedere kopie, druk, vermenigvuldiging of
anderssoortige verwerking van delen van de inhoud van deze brochures
die zijn gepubliceerd op www.nostradamusresearch.org, is schriftelijke
toestemming vereist van het Politischen Archiv Auswärtigen Amt,
D-11013 Berlijn.
|