|

Hans Bender
|
Algemene
informatie
In dit artikel wordt, voor zover de inhoud ervan betrekking heeft op de
lotgevallen van de Centuriën in en rond de Tweede
Wereldoorlog, Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen
Sterbeerlebnisse - Aufsätze zur Parapsychologie II besproken, deel
246 in de Serie Piper, uitgegeven in 1983 door R. Piper & Co Verlag
in München.
Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse is geschreven door
de Duitse parapsycholoog Hans Bender. Bender, geboren in Freiburg in Breisgau op 5 februari 1907 en overleden
aldaar op 7 mei 1991, is in
Duitsland een toonaangevend persoon geweest op het gebied van
parapsychologie.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij in Freiburg in Breisgau de Forschungsgemeinschaft
für psychologische Grenzgebiete opgericht. Onder zijn leiding is hieruit
in 1950 het Institut
für Grenzgebiete der Psychologie und Psychohygiene (IGPP)
ontstaan,
dat zich richt op interdisciplinair onderzoek van
anomalieën zoals buitenzintuiglijke waarneming, psychokinese en veranderde
bewustzijnstoestanden.[1]
|

Zukunftsvisionen...
|
In Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse heeft
Bender een aantal buitenzintuiglijke
waarnemingen besproken zoals de Centuriën,
de Mariaverschijningen in Fatima en La Salette,
de voorspellingen van Malachias en Mühlhiasel, bijna-dood-ervaringen en
oorlogsvoorspellingen van een profetisch begaafde Fransman,
beschreven in brieven aan zijn familie in
augustus 1914 door Andreas Rill, een Duitse soldaat.
In het eerste hoofdstuk van Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen
Sterbeerlebnisse, getiteld Zukunftsschau aus wissenschaftlicher
Perspektive, heeft Bender het parapsychologisch onderzoek naar
buitenzintuiglijke waarnemingen beschreven. In dit onderzoek worden verhalen
over spontane verschijnselen zoals visioenen, dromen en
verschijningen onderzocht. Verder worden aan de hand van geprotocolleerd onderzoek proefpersonen
getest of personen die een bijzondere parapsychische gave zouden hebben. Tenslotte wordt
onderzoek verricht dat zich op met name mediums toespitst, zoals het
onderzoek van Bender en zijn Nederlandse
collega Wilhelm Heinrich Carl Tenhaeff in de jaren '50 naar de gave van de Nederlander Gerard Croiset, waarvan Bender in Zukunftsschau
aus wissenschaftlicher Perspektive verslag doet.
Bender onderscheidt
drie vormen van buitenzintuiglijke waarnemingen: telepathie
(direct informatief contact tussen twee levende wezens), helderziendheid
(buitenzintuiglijke waarneming van een gebeurtenis waarvan niemand iets
weet) en profetie of voorkennis (het vooruit weten van een toekomstige
gebeurtenis waarvoor geen aanleiding bekend is en waarvan het zich
voltrekken niet het gevolg is van deze voorkennis).
In Zukunftsschau aus wissenschaftlicher Perspektive heeft Bender
ook aandacht besteed aan vragen die waren gerezen naar aanleiding
van het parapsychologisch onderzoek naar buitenzintuiglijke
waarnemingen. Eén van die vragen was of en in welke mate er sprake is van vrije wil wanneer
gebeurtenissen bekend kunnen worden voordat ze zich hebben voltrokken.
Ook heeft hij kritische kanttekeningen besproken die bij
parapsychologische bevindingen aangaande voorkennis waren geplaatst,
zoals de kanttekening dat uitspraken op basis van voorkennis pas
kunnen worden onderzocht nadat de omschreven gebeurtenissen zich hebben
voltrokken en niet voorafgaand aan die gebeurtenissen kunnen worden
geverifieerd.
Bender over Centurio, Krafft en Kritzinger
In Der Nostradamus-Boom, het tweede
hoofdstuk van Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse,
heeft Bender aandacht besteed aan de lotgevallen in 1939 van
de Zwitserse astroloog/statisticus Karl Ernst Krafft, het aandeel van de
Duitse astronoom dr. Hans-Hermann Kritzinger in het vervaardigen van
nationaalsocialistische propaganda op basis van de Centuriën en aan het
commentaar dat de Duitse Centurie-onderzoeker Alexander Centurio
in 1949 op kwatrijn 05-94 had gegeven. In het hiernavolgende wordt
zijn informatie over Centurio, Krafft en Kritzinger vergeleken met
de bronnen die hij heeft geraadpleegd en met wat op deze website over hen is gepubliceerd.
Centurio over kwatrijn 05-94
|

Nostradamus und Berlin - und
andere Weissagungen |
In Nostradamus
- Prophetische Weltgeschichte (Bietigheim, 1971) had Centurio, die
volgens Bender in werkelijkheid Zentgraf heette, geschreven dat
hij in 1949 in een
Berlijnse krant had uitgelegd dat het woord Coloigne in de
vierde regel van kwatrijn 05-94 gelezen moest worden als Cölln,
een oude benaming voor Berlijn. De derde
en vierde regel van kwatrijn 05-94 betekenden volgens hem dat Stalin vergeefs zou pogen de macht over Wenen en Berlijn te
verkrijgen. Centurio schreef dat in 1949 veel inwoners van Berlijn moed
hadden geput uit deze uitleg.[2]
In de tekst van Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen
Sterbeerlebnisse en de bibliografie op pagina 50 van geraadpleegde
publicaties over Nostradamus en de Centuriën, is de titel van het artikel
dat Centurio in 1949 heeft geschreven, niet vermeld. Bender is er te
goeder trouw van uitgegaan dat Centurio in Nostradamus -
Prophetische Weltgeschichte het commentaar op kwatrijn 05-94 dat hij
in een Berlijnse krant in 1949 had gepubliceerd, juist had
weergegeven. Dit is echter niet het geval geweest. In het artikel in
kwestie, Nostradamus
und Berlin - und andere Weissagungen, gepubliceerd in de editie
van 10 juli 1949 in de Berlijnse Kurier, heeft Centurio onder zijn echte naam "dr. A. Centgraf"
niets geschreven over het
mislukken van Stalins pogingen de macht over Wenen en Berlijn te
behouden. Volgens zijn commentaar in
Nostradamus und Berlin - und andere Weissagungen op kwatrijn 05-94
had Nostradamus in dit kwatrijn voorspeld dat het Rode Leger in 1945 zou
oprukken naar Berlijn.[3]
Bender heeft eveneens niet geweten dat Centgraf net als Krafft (en
Kritzinger) een
nationaalsocialistische, propagandistische brochure heeft geschreven,
gebaseerd op de Centuriën. De Staatsbibliothek zu Berlin is in het bezit
van een exemplaar van de Nederlandse vertaling ervan. Deze vertaling,
getiteld Voorspellingen
die uitgekomen zijn... (Arnhem, 1941), staat op naam van A. de Tombre. Op de titelpagina van deze brochure is aangetekend
dat dr. phil. Alexander Max Centgraf, Berlin W30, Hohenstauffenstr
35, de schrijver ervan was. Uit de achterpagina blijkt dat Centgraf zelf
het exemplaar aan de toenmalige Preussische Staatsbibliothek
heeft geschonken. Archiefonderzoek van de Duitse Centurie-onderzoeker
Ulrich Maichle heeft uitgewezen dat Centgraf in de jaren na de Tweede
Wereldoorlog over Nostradamus en de Centuriën
onder
het pseudoniem Dr. N. Alexander Centurio publiceerde. De Duitse grondtekst van Voorspellingen die uitgekomen zijn...
dateert uit de periode tussen de Duitse inval in Rusland
in juni 1941 en de Japanse aanval op Pearl Harbor in december 1941.
Centgraf was toen werkzaam als vrijwilliger bij de Antikomintern. In
Voorspellingen die uitgekomen zijn... hield Centgraf zijn lezers
voor dat
Nostradamus de val in 1944 van het communisme had voorspeld, de verdrijving uit Europa van
de Joden en de Duitse eindoverwinning. Begin 1945 werd
hij hiervoor onderscheiden met het Kriegsverdienstkreuz II. Klasse
ohne Schwerter.[4]
In Centgrafs naoorlogse
Centurie-commentaren staan elementen die voorkomen in
Voorspellingen die uitgekomen zijn..., zoals de uitleg dat in het woord Hadrie in onder andere kwatrijn 01-08 de initialen van Adolf Hitler
zijn verwerkt en het woord Adrie,
dat de noord- en zuidpool van de
As-mogendheden Duitsland en Italië zou aanduiden.[5]
Zijn naoorlogse commentaren kenmerken zich door een anticommunistische
gezindheid, waarbij in de eerste helft van de 21e eeuw de wereldvrede
zal worden hersteld door Hendrik de Gelukkige, koning van de Verenigde
Staten van Europa, een scenario dat met een iets andere timing ook is
beschreven door Jean-Charles de Fontbrune in Nostradamus - Historien
et prophète (Monaco, 1980), waaraan Bender in Der Nostradamus-Boom uitvoerig
aandacht besteedt, overigens zonder te signaleren dat zowel Centgraf als
De Fontbrune Hendrik de Gelukkige als de persoon beschouwen die de
nieuwe wereldleider zal worden.
Gerekend vanaf 1941 is Centgrafs commentaar op kwatrijn 05-94 in dertig
jaar tijd als volgt veranderd:
-
1941
(Voorspellingen die uitgekomen zijn..., p.28-29):
Coloigne = Keulen;
de woorden La tresve fainte (de geveinsde wapenstilstand)
hebben betrekking op het Molotov - Von Ribbentrop pact; Nostradamus had
voorspeld dat Stalin dit
pact zou schenden;
-
1949
(Nostradamus und Berlin - und andere Weissagungen):
Coloigne = Berlijn; de woorden La tresve fainte hebben
betrekking op de wapenstilstand
in Compiègne in juni 1940; Nostradamus had voorspeld dat het Rode Leger in
1945 zou oprukken naar Berlijn;
-
1953
(Nostradamus - der Prophet der Weltgeschichte, p.127-129):
Coloigne = Berlijn; de woorden La tresve fainte hebben
betrekking op de conferentie van Potsdam die niet tot een vrede had
geleid; Nostradamus had voorspeld dat Stalins naoorlogse blokkade
van Berlijn en Wenen zou mislukken; geen verwijzing naar het artikel
dat hij reeds in 1949 had geschreven;
-
1959
(Nostradamus und das jüngste Weltgeschehen, p.402):
Coloigne = Berlijn; Centgraf stelde dat hij reeds in 1949 had
geschreven dat Nostradamus had voorspeld dat Stalins naoorlogse
blokkade van Berlijn zou mislukken.
De informatie over Centgraf/Centurio die uit het latere onderzoek
van Maichle bekend is geworden en de studies van zijn commentaren
die op deze website zijn gepubliceerd, bevestigen in zekere zin Benders bevinding
dat er een samenhang is tussen commentaar op kwatrijnen met het oog
op de actualiteit en de toekomst en de
instelling van degene die commentaar levert, maar stellen hem in een
ander daglicht. In de Tweede Wereldoorlog was Centgraf een
nationaalsocialist, propagandist en anticommunist. Zijn
politieke overtuiging heeft doorgeklonken in Voorspellingen die
uitgekomen zijn..., een brochure waarmee hij volken heeft willen
intimideren. Wat betreft Voorspellingen die uitgekomen zijn...
bevindt Centgraf zich in de rijen van Krafft en
Kritzinger. In zijn naoorlogse publicaties heeft Centgraf evenals
Jean-Charles de Fontbrune zijn anticommunistische
gezindheid op de Centuriën geprojecteerd. De veranderingen in
de loop der jaren in zijn commentaar op kwatrijn 05-94 vormen een
geschiedenis op zich, waarvan Bender niets heeft geweten.
Krafft en Kritzinger in 1939/40
|

Uranias Kinder... |
Op pagina 47 van Zukunftsvisionen
Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse heeft Bender geschreven dat de
informatie
over wat Krafft in 1939 overkwam nadat hij had voorspeld dat op Hitler
in november van dat jaar een aanslag zou worden gepleegd, afkomstig is uit Uranias
Children - The strange world of the astrologers (Ellic Howe,
Londen, 1967). Bender heeft deze informatie aangevuld met een paar
persoonlijke
herinneringen aan Krafft, met wie hij correspondeerde en die hij in
1937 had geholpen bij het vinden van huisvesting in Duitsland.[6]
In de studie die aan dit artikel ten grondslag ligt, is Benders
beschrijving van wat Krafft in 1939 overkwam, vergeleken met Uranias Kinder - Die seltsame Welt der
Astrologen und das Dritte Reich (Weinheim, 1995), de Duitse
vertaling van de tweede, gewijzigde druk van Uranias Children...
en met wat naar voren is gekomen in het onderzoek dat ten grondslag
ligt aan de artikelen die op deze website zijn
gepubliceerd in de substudie Tweede
Wereldoorlog. Deze vergelijking heeft onder
andere uitgewezen dat Benders beschrijving van de aanloop en de
nasleep van Kraffts voorspelling dat Hitler in november 1939 doelwit
zou zijn van een aanslag, verschilt van de beschrijving in Uranias
Kinder... Volgens Bender had Krafft in de zomer van 1939 een brief
geschreven aan de Reichskanzlei waarin hij waarschuwde dat Hitler begin november doelwit zou zijn van een
aanslag. Het was Bender niet duidelijk of Krafft dit op astrologische of
visionaire basis verwachtte of op een combinatie ervan. Omdat reactie
van de zijde van de Reichskanzlei uitbleef, stuurde Krafft kort
voor de door hem aangehouden kritieke periode een herinneringstelegram.
Volgens Howe, die zich baseerde op onder andere herinneringen
van de astroloog/pedagoog F.W. Goerner en van Georg Lucht, die Krafft in 1940 secretarieel ondersteunde bij het
schrijven van het manuscript van de Einführung..., had Krafft
in oktober 1939 in een "column", geschreven in opdracht van Amt
VII-B1 van het Reichssicherheitshauptamt, de opmerking
gemaakt dat begin november
1939 een aanslag zou worden gepleegd op Hitler, waarbij explosieven
zouden worden gebruikt. Direct na de mislukte aanslag op Hitler
zou Krafft een telegram hebben gestuurd naar Rudolf Heß in de Reichskanzlei
met de waarschuwing dat het gevaar voor
Hitler nog enkele dagen zou aanhouden.[7]
Volgens Bender kwamen na de mislukte aanslag hoge SD-functionarissen
uit Berlijn om Krafft, die zij van medeplichtigheid verdachten, te
verhoren. Toen van medeplichtigheid geen sprake bleek te zijn, bevalen zij Krafft naar Berlijn te gaan. Tegen het advies van Bender nam Krafft de
uitnodiging aan. Achter de schermen maakte Krafft astrologische analyses
van het karakter en de toekomst van hooggeplaatste militairen en
staatslieden in de landen die Duitsland vijandig gezind waren. Dit alles
verschilt van Howe's beschrijving in Uranias Kinder... dat Krafft na
verhoor in Freiburg voor verder verhoor werd overgebracht naar
Berlijn, dat hij aannemelijk kon maken niet medeplichtig te zijn,
werd vrijgelaten en met een verklaring niet medeplichtig te zijn
geweest terugkeerde naar zijn woonplaats. In Uranias Kinder...
heeft Howe, onder verwijzing naar Bender, geschreven dat de
Gestapo Krafft bij zijn terugkomst in Freiburg opnieuw had willen
arresteren.[8]
De beschrijving van Bender dat de SD-functionarissen die Krafft
in Freiburg verhoorden, hem na afloop bevalen naar Berlijn te
komen,vindt geen weerklank in de informatie in Uranias Kinder...
Volgens Howe, die zich met betrekking tot deze fase in het leven van
Krafft heeft gebaseerd op informatie van Kritzinger, werd Krafft na
zijn terugkeer uit Berlijn opgeroepen zich in Berlijn te melden omdat
Kritzinger tegen medewerkers van het Propagandaministerie had gezegd
dat Krafft de Nostradamusexpert was waarnaar zij op zoek waren in het
kader van vervaardigen van propaganda, op basis van de Centuriën.[9]
Vergeleken met de informatie in Uranias Kinder... lijkt de opmerking van Bender
op pagina 48 in Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen
Sterbeerlebnisse dat Krafft in Berlijn achter de schermen
astrologische analyses maakte en op advies van Kritzinger de opdracht
kreeg van Goebbels enkele
honderden exemplaren te laten vervaardigen van een editie-1568 van de
Centuriën en
propagandistische interpretaties van kwatrijnen, bestemd voor de bezette
Franstalige gebieden een onjuiste samentrekking van feiten te zijn. Nergens
uit Uranias Kinder... blijkt dat Kritzinger Goebbels heeft
geadviseerd over het te vervaardigen propagandamateriaal. Het heeft er
veel van weg dat Bender het aandeel dat Kritzinger eind 1939 had in
het leven van Krafft, in 1940 heeft gesitueerd.
Dat
Goebbels opdracht zou hebben gegeven tot het vervaardigen van propagandistische
interpretaties van kwatrijnen, bestemd voor de bezette Franstalige
gebieden, lijkt eveneens een onjuiste samentrekking van feiten te zijn. Uit de beschikbare
documenten blijkt niet dat Krafft in de periode januari-april 1940,
waarin hij werkzaam was bij Amt VII-B1 van het Reichssicherheitshauptamt, een dergelijke opdracht heeft gekregen. In
die periode heeft hij zich bezig gehouden met het laten vervaardigen van een kopie
van een editie-1568 van de Centuriën en het schrijven van een
inleiding op die kopie. Bevreemdend is Benders aanduiding de bezette
Franstalige gebieden. België, Luxemburg en Frankrijk werden pas in mei 1940
aangevallen en bezet. Krafft was toen al werkzaam bij het Deutsche
Nachrichtenbüro. Naar mijn mening heeft Bender, toen
hij schreef over propagandistische kwatrijninterpretaties, bestemd
voor gebruik in de bezette Franstalige gebieden, Comment
Nostradamus a-t-il entrevu l'avenir de l'Europe? in gedachten
gehad, de Franse vertaling die Krafft in het late najaar van 1940 had
voltooid van zijn manuscript Nostradamus sieht die Zukunft Europas,
dat hij in mei-juni 1940 had geschreven in opdracht van de afdeling Information
IV van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en waarvan het
drukken in april 1941 was voltooid.[10]
Bender
versus Tenhaeff
|

Oorlogsvoorspellingen... |
Bender heeft onderzoek gedaan naar
buitenzintuiglijke waarnemingen, waaronder oorlogsvoorspellingen, waarin
hij naging of en in hoeverre er sprake was van voorkennis. In dat
verband heeft hij aandacht besteed aan
de Centuriën, dat wil zeggen aan de Nostradamus-hausse die zich
in Frankrijk in de zomer van 1981 voordeed naar aanleiding van
interviews in juli en augustus 1981 waarin Jean-Charles de Fontbrune, de
schrijver van Nostradamus - Historien et prophète, tal van
catastrofen in het vooruitzicht stelde die zich voorafgaand aan de
millenniumwisseling zouden voltrekken zoals een moordaanslag in Lyon in
december 1981 op paus Johannes Paulus II, het uitbreken van de Derde
Wereldoorlog en de vernietiging in de loop van 1983 van Parijs.
In de ogen van Bender zijn de Centuriën een uiting van profetie
en derhalve een vorm van buitenzintuiglijke waarneming. Het profetisch
karakter van de Centuriën wordt volgens hem versterkt door
de "orphische duisterheid", zoals hij het raadselachtig taalgebruik in
de Centuriën noemt. Wel stelt Bender dat het slechts achteraf
mogelijk is om overeenkomsten te signaleren tussen gebeurtenissen en
voorspellingen in de Centuriën, de ene keer meer overtuigend dan
de andere keer. Voorkennis, verkregen uit bijvoorbeeld de Centuriën,
is niet geschikt om in de praktijk toe te passen. Verder constateert
Bender een samenhang tussen de uitleg van een kwatrijn met het oog op de
actualiteit of de toekomst en de politieke en sociale situatie en de
instelling van degene die commentaar levert. Ter illustratie heeft hij
de commentaren besproken van Centurio (1949), De Fontbrune (1981),
Hildenbrand (1932) en Krafft (1940) op kwatrijn 05-94. Centurio was van
mening dat in kwatrijn 05-94 was voorspeld dat Berlijn de Koude Oorlog
zou doorstaan; De Fontbrune meende dat West-Duitsland in de loop van de
jaren '80 zou worden aangevallen door het Rode Leger, Hildenbrand meende
dat er op zeker moment sprake zou zijn van een Groot-Duitsland, maar kon
de derde en vierde regel van kwatrijn 05-94 niet duiden en Krafft stelde
dat in dit kwatrijn Hitler was aangeduid, die in 1936 het Rijnland had
geannexeerd, in 1938 Oostenrijk en in 1940 België en Frankrijk. Op grond
van de uiteenlopendheid van deze commentaren was hij van mening dat men
zich door De Fontbrunes Nostradamus - Historien et prophète niet
op de kast moest laten jagen.
Aansluitend op de Tweede Wereldoorlog heeft Benders collega Tenhaeff onderzoek gedaan naar oorlogsvoorspellingen met het
oog op proscopie (het ervaren of waarnemen van toekomstige
gebeurtenissen op buitenzintuiglijke wijze) en
in dat verband aandacht besteed aan de Centuriën en een aantal
Centurie-commentaren. Tenhaeff heeft zijn
bevindingen vastgelegd in
Oorlogsvoorspellingen -
een onderzoek met betrekking tot proscopie in verband met het
wereldgebeuren (Den Haag, 1948, geschreven in 1947).[11] Tenhaeffs mening over de parapsychologische waarde van de Centuriën staat
lijnrecht tegenover die van Bender. Over het raadselachtig taalgebruik in de Centuriën
heeft Tenhaeff geschreven dat dit er volgens hem de oorzaak van is dat één en dezelfde kwatrijntekst
op talloze
manieren kan worden uitgelegd. Hij is van mening dat
het een niet te verantwoorden tijdverlies is als
men zich
in kringen waarin
wetenschappelijk onderzoek wordt nagestreefd van paragnostische vermogens van mensen en
andere paranormale vermogens, met de
geschriften van Nostradamus en zijn commentatoren bezighoudt. In
tegenstelling tot Bender heeft Tenhaeff geen onderscheid gemaakt tussen
commentaren die betrekking hebben op gebeurtenissen in het verleden en
commentaren die betrekking hebben op de actualiteit of de toekomst.
In Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse heeft
Bender zijn bevindingen ten aanzien van de Centuriën niet met die
van Tenhaeff vergeleken.
|

Der Spiegel #53,
28 december 1981 |
De
aard van onderzoek
Voorzover ik kan nagaan,
is Tenhaeffs onderzoek naar de Centuriën uitvoeriger geweest dan
dat van Bender. Uit de tekst van Tenhaeffs "Voorspellingen"
en propaganda en de daarbij horende bibliografie blijkt dat hij
onderzoek heeft gedaan naar Centurie-commentaren en -studies van
De Fontbrune (1937), Kemmerich (1925), Kiesewetter (1887), Kniepf
(1909); Le Pelletier (1867), Pierson, Price, Torné-Chavigny (1860) en
Du Vignois (1910), en ook de Nederlandse vertaling van de Centuriën erop
heeft nageslagen, die in 1941 was verschenen bij uitgeverij Servire in
Den Haag. Bij nadere studie van de inhoud van Benders Der
Nostradamus-Boom is mij gebleken dat het overgrote deel ervan kan
worden teruggevoerd op het artikel Weg mit euch, ihr Astrologen! -
Der Katastrophen-Hellseher Nostradamus und das Geschäft mit der Panik,
gepubliceerd in nummer 53 van de jaargang 1981 van het Duitse weekblad Der
Spiegel op de pagina's 91-97.[12] Op pagina 44
in Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse heeft
Bender Der Spiegel genoemd als bron van de opsomming van
Nostradamus-publicaties in Duitsland in 1981. Benders informatie
over wat in Frankrijk gebeurde in de zomer van 1981 naar aanleiding van
interviews met De Fontbrune over zijn boek Nostradamus - Historien et
prophète en een deel van de algemene informatie over Nostradamus en
de Centuriën, met inbegrip van de door Bender besproken kritiek
van graaf Carl Ludwig Friedrich Otto von Klinckowstroem in het artikel Rund um Nostradamus
(1927) valt echter eveneens terug te voeren op Der Spiegel. Met andere woorden: het
artikel Weg mit euch, ihr Astrologen! lijkt Benders belangrijkste
bron van informatie over Nostradamus en de Centuriën te zijn
geweest.
In zijn beschrijving van wat
in Frankrijk in de zomer van 1981 gebeurde, heeft Bender soortgelijke
fouten gemaakt als in zijn beschrijving van wat Krafft in 1939 overkwam.
Volgens Bender steeg het aantal verkochte exemplaren van Nostradamus
- Historien et prophète in de zomer van 1981 van 6.000 naar bijna
600.000. Het aantal van 6.000 exemplaren is volgens Weg mit euch, ihr
Astrologen! het aantal exemplaren dat werd verkocht tussen Kerstmis
1980 en 10 mei 1981, de datum waarop in Frankrijk presidentsverkiezingen
werden gehouden; het aantal van 600.000 exemplaren is volgens Weg mit
euch, ihr Astrologen! het totaal aantal exemplaren dat werd verkocht vanaf het
verschijnen in oktober 1980 van de eerste druk van Nostradamus -
Historien et prophète tot aan het schrijven van Weg mit euch,
ihr Astrologen! in naar ik vermoed december 1981. Over het boek van De Fontbrunes
vader, waarvan noch in Der Nostradamus-Boom, noch in Weg mit
euch, ihr Astrologen! de titel Les Prophéties de Maistre Michel
Nostradamus - Expliquées et commentées is vermeld, heeft Bender,
in navolging van Weg mit euch, ihr Astrologen! geschreven dat het
uit 1938 stamde en in 1940 door de politie in Vichy in beslag is genomen
en verbrand wegens anti-Duitse commentaren. Bender suggereert hiermee dat de
heruitgave ervan uit de zomer van 1981 dateert, met andere woorden: dat
het boek van De Fontbrunes vader in 1940 uit roulatie werd genomen om in
1981 als gevolg van de Nostradamus-hausse opnieuw te worden uitgegeven,
en dat aan deze heruitgave de tekst is toegevoegd van een brief over
Nostradamus van de Amerikaanse schrijver Henry Miller. In Weg mit
euch, ihr Astrologen! is over dit boek geschreven dat het uit 1976
dateert. Wat in Weg mit euch, ihr
Astrologen! niet is vermeld, is dat de uitgave uit 1976 een
heruitgave was van de twaalfde, gewijzigde druk van Les Prophéties
de Maistre Michel Nostradamus - Expliquées et commentées (Aix-en-Provence, 1975), op naam
van De Fontbrunes vader maar stilzwijgend geredigeerd door zijn zoon,
die er verder een biografie over zijn vader aan had toegevoegd, die in 1959 was overleden,
een jaar na het verschijnen van de elfde druk. De brief van Miller
maakte geen deel uit van de twaalfde druk. Propagandistische
Centurie-commentaren
Zowel Bender als Tenhaeff hebben bij hun onderzoek naar de parapsychologische waarde van de Centuriën
propagandistische Centurie-commentaren besproken.
Bender heeft aandacht besteed aan Kraffts propagandistisch commentaar op
kwatrijn 05-94; Tenhaeff heeft aandacht besteed aan de propagandistische
commentaren in de brochures Hoe zal deze oorlog eindigen? en Voorspellingen
die uitgekomen zijn....
In tegenstelling tot bonafide Centurie-onderzoekers
werken propagandisten op basis van een militair/politieke opdracht en
streven zij een militair/politiek doel na: het intimideren van de
vijand. Om te voldoen aan hun opdracht, verdraaien zij doelbewust Centurie-teksten of verweven
zij propagandistische elementen in wat zij laten doorgaan voor een
vertaling van Centurie-teksten in modern-Frans, hun eigen
moedertaal of de taal die wordt gesproken in de landen en regio's waarin
hun brochures worden verspreid. Wat mij
betreft is de aard van propagandistische Centurie-commentaren, vergeleken met die van bonafide Centurie-onderzoekers,
geperverteerd en zijn deze commentaren niet geschikt voor het doen van
onderzoek naar de parapsychologische waarde van de Centuriën. Vervullingdata
Noch Bender, noch Tenhaeff hebben aandacht besteed aan het ontbreken van
vervullingdata in het overgrote deel van de voorspellingen in de Centuriën.
Naar mijn mening is het raadselachtig taalgebruik in de Centuriën er
samen met het ontbreken van vervullingdata de oorzaak van dat deze voorspellingen op
tal van uiteenlopende situaties kunnen worden toegepast, zoals blijkt
uit de elders op deze website gepubliceerde inventarisatie van de
commentaren die in de loop der eeuwen op kwatrijn 03-57 zijn gegeven.[13]
De Meern, 3
april 2009
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 21 mei 2010
Noten
-
Verdere
informatie over Bender en de doelstelling en werkzaamheden van
het IGPP staat op www.igpp.de.
[tekst]
-
Bender, p.49. In de
uitgave-1968 van Nostradamus - Prophetische
Weltgeschichte staat de door Bender besproken passage op pagina
216. [tekst]
-
Centgraf,
1949. Zie ook: Van Berkel:
Nostradamus und
Berlin - und andere Weissagungen (dr. A.M. Centgraf, Berlijn,
1949).
[tekst]
-
Maichle:
Die
Nostradamus-Propaganda der Nazi's, 1939-1942, Van
Berkel:
Voorspellingen die uitgekomen zijn... (A. de Tombre, Arnhem, 1941). [tekst]
-
Van Berkel:
Nostradamus und
Berlin - und andere Weissagungen (dr. A.M. Centgraf, Berlijn,
1949; Mysterie
14-18 - De Eerste Wereldoorlog onverklaard
(R. Heijster, Tielt,
2000 [1999]).
[tekst]
-
Bender, p.48-49. [tekst]
-
Howe,
p.228. [tekst]
-
Howe,
p.229. [tekst]
-
Howe,
p.220-223. [tekst]
-
Van Berkel: Nostradamus
sieht die Zukunft Europas
(Karl Ernst Krafft, Berlijn, 1940). [tekst]
-
Tenhaeff, p.202-216 (hdst. XI: "Voorspellingen"
en propaganda). Zie ook:
Van Berkel:
Oorlogsvoorspellingen. Dr. W.H.C. Tenhaeff, Den Haag, 1948
(1947). [tekst]
-
In de bibliografie bij Der Nostradamus-Boom op
pagina 50 van Zukunftsvisionen Kriegsprophezeiungen Sterbeerlebnisse
is dit artikel aangeduid met de titel Die Lust am Weltuntergang,
een titel, ontleend aan de voorpagina van nummer 53 van Der Spiegel.
Het is niet meer te achterhalen wie het artikel Weg mit euch, Ihr
Astrologen! en het voorafgaande artikel Im Jahre 1999 kommt
der König des Terrors heeft geschreven. Tot aan de herfst van
1998 was het in Der Spiegel een uitzondering als de naam van
de auteur(s) werd(en) vermeld (J. Rehder, Der Spiegel, aan
Van Berkel, 18 maart 2009). [tekst]
-
Van Berkel: Kwatrijn
03-57 en Die Weissagungen des Nostradamus. [tekst]
Met
dank aan het Duitse weekblad Der Spiegel voor de afbeelding van
de voorpagina van de editie van 28 december 1981 ((#53).
|