|
Brief
aan Henri II
...de meeste hiervan [van de kwatrijnen] zijn
samengesteld op grond van sterrenkundige berekeningen die
betrekking hebben op de jaren, maanden en weken in verband met
de landen, landstreken en het merendeel van de steden en dorpen
in geheel Europa, Afrika en een deel van Azië...
Kwatrijn
01-48
Twintig jaar van de regering van de Maan zijn
voorbijgegaan
Zevenduizend jaar zal een ander de monarchie behouden
Wanneer de Zon haar vermoeide dagen zal bereiken
Is mijn profetie vervuld en voleindigd. |
Sommige
onderzoekers zijn van mening dat de astrologische aanwijzingen in de
kwatrijnen betekenen dat Nostradamus planeetposities heeft berekend
zoals die zich voordoen tijdens de looptijd (1555-3797).[1]
Deze opvatting betekent dat men het mogelijk acht dat in de 16e eeuw
voor een periode van 2242 jaar de posities per 24 uur van de planeten en
de Caput Draconis konden worden berekend. Dit komt neer op een totaal
van meer dan 6 miljoen ingewikkelde berekeningen, een onuitvoerbaar
werk.
In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel
is op grond van bovenstaand fragment uit de brief aan Henri II
geconcludeerd dat Nostradamus werkte met een progressiesysteem, een
astrologische voorspellingssleutel waarbij de beweging van een
astrologische factor wordt omgerekend in tijd, om zo vervullingdata te
berekenen.
In het onderzoek is op grond van kwatrijn 01-48 verondersteld dat de
planeetposities zoals die in de kwatrijnen staan, zich hebben voorgedaan
tijdens het leven van Nostradamus (1503-1566). In de eerste regel
verwijst hij naar twintig jaar van zijn leven. Dit kan worden uitgelegd
als een verwijzing naar het krijgen van visioenen gedurende een periode
van (minstens) twintig jaar.
Nostradamus doet voorspellingen in de kwatrijnen en de brieven aan
César en Henri II. Het onderzoek heeft uitgewezen dat hij twee
voorspellingssystemen heeft gebruikt. In het hiernavolgende worden de
fragmenten in de brieven besproken die met deze systemen verband houden.
Noten
-
Onder andere Christian Wöllner in Das
mysterium des Nostradamus
(1926, Leipzig). Een aantal van zijn onderzoeksresultaten staan in
Leoni's NOstradamus And
His Prophecies.Het
boek is vrijwel integraal opgenomen in Amadou's L'astrologie
de Nostradamus -
dossier. [tekst]

Het
CD4-systeem: voorspellingen in de kwatrijnen
|
Brief
aan César
...Dit gebeurt kort voor de laatste verbranding, namelijk
wanneer de planeet Mars zijn rondloop aan het voltooien is en in
het laatste gedeelte ervan staat en weer een nieuwe rondloop
moet beginnen...
|
De
"laatste verbranding" duidt op een samenstand van een planeet
(de Maan uitgezonderd) met de Zon. Deze verbranding doet zich voor in
het teken Vissen, het laatste teken van de Dierenriem. Het betekent dat
de Zon, na de conjunctie met een planeet in Vissen, in dat teken geen
conjuncties meer maakt. Verder geldt dat Mars ook in Vissen staat,
logischerwijs achter de Zon.
Deze situatie heeft zich voorgedaan op 27 februari 1554. Op die datum
stond Mars op 15:38:00 Vissen. De Zon stond conjunct Saturnus op
18:50:37 Vissen. Daarna volgden er geen conjuncties meer van de Zon met
een planeet in Vissen, ook niet met de Maan of de Caput of Cauda Draconis.
De
"laatste verbranding" is eveneens een andere verwoording van
de "tweede dood", die zich voltrekt bij het Laatste Oordeel.
Na het Laatste Oordeel komen er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en
is er geen vuurdood meer.
Nostradamus verwijst in dit fragment naar 25 april 3827, de einddatum
van het achtste millennium, én naar 27 februari 1554, de einddatum van
de periode waarin hij visioenen kreeg. Dit wijst op een
"progressiesysteem".
Volgens kwatrijn 01-48 heeft Nostradamus minstens 20 jaar lang visioenen
gekregen. Inventarisatie van de posities van Saturnus in de diverse
kwatrijnen leverde op dat er een periode van minstens 26 jaar in het
geding moest zijn.
Nostradamus
verwijst niet naar de begindatum van deze periode. In het onderzoek is
de begindatum berekend op basis van extrapolatie van de beweging van de
Caput Draconis. De begindatum is vastgesteld op 16 oktober 1524.
De
Caput Draconis is de factor waarmee vervullingdata worden berekend. De
tijdvergrotingsfactor is 4. Het progressiesysteem is het CD4-systeem
genoemd:
één
booggraad beweging van de Caput Draconis
is gelijk aan vier vervullingjaren in de looptijd van de kwatrijnen
Nostradamus
berekent de voortschrijdende tijd met een factor, die met constante
dagsnelheid achteruit loopt.
Het
jaar 1524 was voor astrologen in die tijd erg belangrijk wegens de vele
conjuncties die zich in dat jaar voordeden. In sommige delen van
Frankrijk verwachtte men het einde van de wereld. Dit was mede gebaseerd
op voorspellingen in de Mirabilis
Liber, gedaan door
Johannes Lichtenberger. Uit het onderzoek is de gedachte naar voren
gekomen dat Nostradamus zich heeft laten inspireren door de Mirabilis
Liber, waarin ook uitleg
staat over openbaringen en visioenen.[1]
Noten
-
Crouzet, p5. [tekst]
Het
CD100-systeem: de tweede serie voorspellingen aan Henri II
|
Brief
aan Henri II
...Een conjunctie van Jupiter en Mercurius wordt gevolgd
door een vierkant van Mars met Mercurius en de Caput Draconis
zal zijn met een conjunctie van de Zon en Jupiter...
|
Dit
fragment is de inleiding op een tweede serie voorspellingen in de brief
aan Henri II. Het wordt voorafgegaan door een opsomming van
retrogradaties van Saturnus, Jupiter, Mars, Venus en Mercurius. Daarna
somt Nostradamus posities in teken op van Saturnus, Jupiter, Mars, Venus,
Mercurius, de Maan en de Caput Draconis en de Cauda Draconis, zonder dat hij het jaar noemt
waarin dit alles zich voordoet. Deze serie voorspellingen is niet
gebaseerd op visioenen, maar louter en alleen op astrologische duiding.
Het
onderzoek heeft uitgewezen dat de posities in teken die Nostradamus noemt, zich
voordoen kort voor middernacht in de nacht van 31 december 1605 op 1
januari 1606, Juliaanse kalender.[1]
Na de conjunctie van Jupiter en Mercurius op 6 januari 1606 volgen er
vier vierkanten van Mars en Mercurius, namelijk op 6 januari, 13 maart,
11 augustus en 1 november 1606. Nostradamus schrijft niet welk van deze
vierkanten hij bedoelt.
Op 19 januari 1606 maakt de Zon een conjunctie met Jupiter in Waterman.
Met een orb van 6 graden staat deze conjunctie driehoek de Caput
Draconis in Weegschaal. Uit het tijdsbestek tussen 31 december 1605 en
19 januari 1606 kan geen progressiesysteem worden afgeleid.
Op
24 februari 1607, bijna vier maanden na het laatste vierkant van Mars
met Mercurius, staat de Zon conjunct Jupiter op 15:25:10 Vissen. Deze
conjunctie staat oppositie de Caput Draconis op 12:40:49 Maagd.
Op 31 december 1605 staat de Caput Draconis op 4:53:36 Weegschaal. De afstand
die de Caput Draconis aflegt van 31 december 1605 tot 24 februari 1607,
is 22:12:47. In decimalen is dit: 22,2131.
De vervullingperiode van de tweede serie voorspellingen in de brief aan
Henri II loopt van 1 januari 1606 tot 25 april 3827. Dit is 2221 jaar en
115 dagen. In decimalen is dit: 2221,31.
De
Caput Draconis is de factor waarmee vervullingdata worden berekend. De
tijdvergrotingsfactor is 100. Het progressiesysteem is het CD100-systeem
genoemd:
één
booggraad beweging van de Caput Draconis
is gelijk aan honderd vervullingjaren
in de looptijd van de tweede serie
voorspellingen aan Henri II
Nostradamus
berekent de voortschrijdende tijd wederom met de Caput Draconis, een factor, die met constante
dagsnelheid achteruit loopt.
Dit
progressiesysteem bevestigt de rekenkundige juistheid van het
millenniummodel. De einddatum van het millenniummodel is ook de
einddatum van de looptijd van de tweede serie voorspellingen aan Henri
II.
T.W.M.
van Berkel
Noten
-
Alle data in dit artikel zijn volgens de Juliaanse kalender, die
tijdens het leven van Nostradamus gold. Hij overleed in 1566. In 1582
werd de Juliaanse kalender vervangen door de Gregoriaanse kalender. Om
Gregoriaanse kalenderdata te krijgen, moeten bij deze Juliaanse
kalenderdata 10 dagen worden opgeteld. [tekst]
|