|
HET EINDE VAN DE WERELD (NOSTRADAMUS VERSUS ROUSSAT)
|
Voorwoord aan César
...deze voorspellingen strekken zich uit vanaf heden tot aan
het jaar 3797 - misschien zullen sommigen het voorhoofd fronsen als zij
deze lange tijdsspanne zien...
Brief
aan Henri II
...en zo zijn er volgens de door mij
gemaakte berekening, ontleend aan de Heilige Schrift, ongeveer
vierduizend honderd drieënzeventig jaar en acht maanden
verstreken, dit getal kan iets kleiner of groter zijn... |
In
de eerste decennia van de zestiende eeuw circuleerden er in Frankrijk,
Italië en het Heilige Roomse Rijk tal van voorspellingen aangaande het
einde van de wereld.[1]
Veel astrologen probeerden de datum te
berekenen waarop dit zou plaatsvinden. Er zijn berekeningen bekend van
tijdgenoten van Nostradamus zoals d’Ailly, De Cuse, Turrel, Morin en
Lauret.[2]
In 1550 publiceerde de Franse astroloog en kanunnik Richard Roussat Livre de l'estat et de
mutation des temps. Hij probeerde aan de hand van vier
astrologische modellen aan te tonen dat het eind der tijden nabij was:
Het
eerste model
In dit
model is de bestaansduur van de wereld onderverdeeld in vier
perioden van 1750 jaar.
-
Eerste
periode: Schepping - Zondvloed: Ram. Heersers: Mars en
de Zon.
-
Tweede
periode: Zondvloed - verdrinking leger Farao tijdens de
Exodus: Kreeft. Heersers: Maan en Jupiter.
-
Derde
periode: Exodus - Diaspora: Weegschaal. Heersers: Venus
en Saturnus.
-
Vierde
periode: Diaspora - Einde van de wereld: Steenbok.
Heersers: Saturnus en Mars.
Het
tweede model
In dit model is de bestaansduur van de wereld onderverdeeld in
series van zeven perioden van 354 jaar en 4 maanden, elk
geregeerd door een planeet. De eerste periode van 354 jaar en 4
maanden is geregeerd door Saturnus, de tweede door Venus, de
derde door Jupiter, de vierde door Mercurius, de vijfde door Mars, de zesde door de Maan en de zevende door de Zon. Dan
begint een nieuwe serie perioden, waarvan de eerste wordt
geregeerd door Saturnus, enz. Roussat heeft dit model ontleend aan Liber
Rationum,
geschreven in de 12e eeuw door Abraham Ibn Ezra. De duur van
deze perioden (354 jaar en 4 maanden) is ontleend aan de duur
van een maanjaar (ongeveer 354 dagen).
Het
derde model
In dit model is de bestaansduur van de wereld onderverdeeld in
perioden van ongeveer 240 jaar. De tijdspanne van 240 jaar is
gebaseerd op de verandering van astrologisch element (vuur,
aarde, lucht, water) waarin de opvolgende conjuncties
plaatsvinden van Jupiter en Saturnus. Roussat heeft dit model ontleend aan Libro
de magnis coniunctionibus, geschreven in de 9e eeuw door
de Arabische astroloog Albumasar (Abu Ma'Shar).
Het
vierde model
In dit model is de bestaansduur van de wereld onderverdeeld in
perioden van ongeveer 300 jaar. De tijdspanne van 300 jaar is
gebaseerd op tien omwentelingen van Saturnus. Roussat heeft ook dit model ontleend aan Libro
de magnis coniunctionibus.
Roussat
dateert het ontstaan van de wereld in 5199, dat wil zeggen 5200 vC.
Deze aanname is gebaseerd op berekeningen van Eusebius van Caesarea, een
bisschop uit de vierde eeuw, bijgenaamd de "vader van de
Kerkgeschiedenis".[3]
Roussat presenteert ook een horoscoop aangaande
de schepping van de wereld. Hij geeft echter geen datum, tijd of plaats.[4]
 |
Richard
Roussat
LIVRE DE
L'ESTAT ET MUTATION DES TEMPS.
ISBN 2.7144.1405.2
De
veronderstellingen van Roussat
In
het eerste model is het aantal jaren dat de wereld bestaat, 7.000. Het
bestaan begint met de Schepping, zoals beschreven in Genesis. Volgens
Roussat vindt aan het eind van de 7.000 jaar het Laatste Oordeel plaats,
zoals beschreven in Openbaringen 21. Dit blijkt uit het feit dat hij de
laatste regel citeert van het katholieke Credo: et expecto
resurrectionem mortuorum, et vitam ventori saeculi.[5]
Op een zekere dag in het zevende millennium,
bereiken alle planeten het
punt vanwaaraf ze hun beweging begonnen ten tijde van de Schepping. Dan
stopt de beweging, dat wil zeggen dat de wereld zal vergaan.[6]
Iedere
periode van 1750 jaar is geregeerd door de planeet die het teken regeert
waarmee die periode is verbonden, en door de planeet die in dat teken in verhoging
staat. Saturnus en Mars regeren de vierde periode van 1750
jaar. Omdat deze planeten malefics zijn, verwacht Roussat de komst van
de Antichrist in deze periode.[7]
Roussat geeft niet de precieze datum waarop de wereld zal vergaan.
Hij noemt de jaren rond 1789, omdat er in 1789 een grote conjunctie zal
zijn, samen met het voltooid raken van een serie van tien omwentelingen
van Saturnus. De periode rond 1814 is een andere mogelijkheid, omdat
volgens Roussat de vierde periode van 1750 jaar rond dat jaar zal
eindigen. Roussat voegt eraan toe dat alleen God het aantal jaren
bestaan van de wereld kent.[8] Beide jaren sluiten aan bij zijn
stelling dat het eind van de wereld nabij is, dat wil zeggen dichtbij
zijn leven.[9]
Roussat
voltooide zijn boek in 1549. Volgens het tweede model valt dit jaar in
een periode van 354 jaar en 4 maanden die geregeerd wordt door de Maan
en loopt van 1533 tot 1887. De periode erna (1887-2242) wordt geregeerd
door de Zon. Dan volgt een periode die wordt geregeerd door Saturnus,
vooropgesteld, schrijft Roussat, dat de wereld tegen die tijd nog steeds
bestaat.[10]
Opnieuw geeft hij geen datum waarop de wereld vergaat. Het
is mogelijk dat hij veronderstelt dat er drie complete series van zeven
perioden van 354 jaar en 4 maanden zullen zijn en dat Saturnus geen
vierde serie zal openen. Dat zou kunnen betekenen dat de wereld vergaat
in 2242. Roussat bespreekt dit verder nergens.
Een
ander kenmerk van het boek van Roussat is dat geen van de vier door hem
gebruikte systemen een progressiesysteem is. Roussat werkt met twee
transit-cycli en met twee periode-systemen (de viervoudige reeks van
1750 jaar en de reeks perioden van 354 jaar en 4 maanden).
Evaluatie
Roussat
presenteert vier modellen om zijn stelling te bewijzen die hij heeft
geformuleerd in de subtitel van Livre de l'estat...: Prouuant par authoriteZ de l’Escripture
Saincte, &
par raisons astrologales, la fin du Monde estre prochaine. Het lijkt
alsof hij het vergaan van de wereld verwacht in 1789 of 1814. Maar
alleen het jaar 1789 komt overeen met de tijdspanne van 7.000 jaar van
het model van De Macedonne. In termen van "Anno Mundi" is het
jaar 1789 het 6988e bestaansjaar van de wereld. Het jaar 1814 valt af,
omdat dit jaar het 7013e jaar is. Het is ook mogelijk dat Roussat rekent
met drie volledige series van zeven perioden van 354 jaar en 4 maanden,
wat betekent dat de wereld vergaat in 2241, maar dit klopt niet met zijn
stelling dat de wereld zal vergaan dichtbij de tijd waarin hij leeft.
Roussat
kan een voorbehoud hebben gemaakt ten aanzien van het noemen van een
datum waarop de wereld volgens hem vergaat, omdat in het vijfde Concilie
van Lateranen (1512) het aan geestelijken verboden werd data te noemen
met betrekking tot de komst van de Antichrist of het vergaan van de
wereld. Hij kan ook een voorbehoud hebben gemaakt omdat volgens Matteüs
24,26 alleen God dit soort dingen weet. In dat geval echter is de poging
van Roussat om zijn stelling te bewijzen aan de hand van astrologie,
overbodig.
De
vier modellen wijzen niet op hetzelfde jaar. Als de vier perioden van
1750 jaar niet kunnen worden overschreden, zou de wereld moeten vergaan
op waarschijnlijk 9 april 1801, Gregoriaanse kalender.[11]
Op 1 januari
1801 stond Saturnus retrograde op 23 Leeuw, dat wil zeggen niet op 21
Waterman, zijn positie in de horoscoop van de schepping van de wereld
vanwaaraf hij zijn omwentelingen begon. In 1801 was Saturnus halfweg een
omwenteling en hij voltooide in dat jaar geen serie van tien. Op 1
januari 1801 stond Jupiter retrograde op 2 Leeuw. Een conjunctie van
Jupiter en Saturnus vond niet plaats in 1801, maar op 17 juli 1802, op 6
Maagd. Hier vond inderdaad een verandering in element plaats; de
conjuncties van 1742, 1762 en 1782 vonden plaats in vuurtekens. Maar de
conjunctie in Maagd vond plaats ná het eind van het eerste model. Wat
betreft de perioden van 354 jaar en 4 maanden geldt dat het jaar 1801
geregeerd wordt door de Maan, maar het opvolgend heerserschap van de Zon
zou pas veel later aanbreken, in 1887. Er is geen verband tussen het
derde model en het eerste model, dat wil zeggen dat er geen factor is in
het eerste model dat het derde model beëindigt en vice versa. Ook is de
vraag of Ibn Ezra heeft gesteld dat de bestaansduur van de wereld berust
op drie volledige series van zeven perioden van 354 jaar en 4 maanden.
Roussat
heeft een voorbehoud gemaakt ten aanzien van het noemen van een datum
waarop de wereld zal vergaan. De vier modellen die hij bespreekt, wijzen
niet op een gemeenschappelijke datum waarop dit plaatsvindt. De conclusie
is dat Roussat onvoldoende in staat is geweest aannemelijk
te maken dat het eind van de wereld nabij is.
Nostradamus:
het millenniummodel
Het millenniummodel zoals ontwikkeld door Nostradamus, is gebaseerd op
bijbelse data, opgetekend in Genesis, Exodus, 1 Koningen en
Openbaringen. In zijn brieven aan César en Henri II noemt het het
zesde, zevende en achtste millennium. Omdat hij geen negende millennium
noemt, is de voornaamste veronderstelling dat hij voor het bestaan van
de wereld van schepping tot vergaan met acht millennia rekent, 8.000
jaar.
Het
begin van het eerste millennium is afgeleid uit de Brief aan Henri II.
Daarin staat dat het Oude Testament (van Schepping tot de geboorte van
Jezus) een tijdspanne beslaat van 4173 jaar en 8 maanden. Dit betekent
dat de geboorte van Jezus het keerpunt is in de geschiedenis. Zijn
geboorte wordt gevierd op 25 december. In het onderzoek dat ten
grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel, is
zijn geboortedatum rekenkundig gedefinieerd als zijnde 25 december 1 vC.
Teneinde het begin van het eerste millennium te berekenen, dat wil
zeggen de datum van de schepping van de wereld, moet men 4173 jaar en 8
maanden in mindering brengen op 25 december 1 vC. Dit resulteert in 25
april 4174 vC. Dit betekent dat ieder millennium eindigt op 25 april.
Het achtste millennium eindigt op 25 april 3827.
De
overgang van het ene millennium in het andere is meestal niet gemarkeerd
door belangrijke gebeurtenissen. Uitzonderingen hierop zijn het begin
van het eerste millennium (de schepping van de wereld), het begin van
het achtste millennium (het begin van het duizendjarige rijk) en het
eind van het achtste millennium (het Laatste Oordeel en het vergaan van
de wereld).
In zijn brieven aan César en Henri II schrijft Nostradamus over het
terugkerende heerserschap van Saturnus. In tegenstelling tot Roussat
maakt Nostradamus geen voorbehoud. Saturnus regeert in het
millenniummodel twee keer: in het eerste en in het achtste millennium.
De andere planeten (Zon, Maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en
Saturnus) regeren elk één millennium. Dit kan een variant zijn op het
model van planetaire heerserschappen, ontwikkeld door Ibn Ezra.
Volgens het millenniummodel vergaat de wereld op 25 april 3827.
Het
onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel
heeft uitgewezen dat hij twee progressiesystemen heeft gebruikt om de
toekomst van de wereld tot aan haar einde te voorspellen. Beide systemen
zijn gebaseerd op de beweging van de Caput Draconis, maar ieder systeem
heeft een eigen tijdvergrotingsfactor.
Nostradamus gebruikt voor de kwatrijnen het CD4-systeem. In dit systeem
is één graad beweging van de Caput Draconis gelijk aan vier
vervullingjaren in de periode 1 maart 1555 - 25 april 3827. Nostradamus
schijnt dit systeem ook te hebben gebruikt bij de voorspellingen die in
het Voorwoord aan César staan en de eerste reeks voorspellingen in de
Brief aan Henri II.
Voor de tweede reeks voorspellingen in de Brief aan Henri II gebruikt
Nostradamus het CD100-systeem. In dit systeem is één graad beweging
van de Caput Draconis gelijk aan honderd vervullingjaren in de periode 1
januari 1606 - 25 april 3827.
Het CD4- en CD100-systeem hebben alleen de Caput Draconis als
gemeenschappelijke factor. Het is opmerkelijk dat Nostradamus de voortschrijdende
tijd voorspelt met een factor, die met constante snelheid achteruit
loopt. Hoewel beide systemen gebaseerd zijn op astrologie, is alléén
het CD100-systeem louter en alleen op astrologie gebaseerd. Dat wil
zeggen dat Nostradamus de aard van zijn voorspellingen, het
vervullingmoment en de vervullingplaats aan de hand van astrologie
bepaalt. In het geval van het CD4-systeem worden alleen het
vervullingmoment en de vervullingplaats bepaald aan de hand van
astrologie. De aard van de voorspellingen wordt bepaald door de
"voorstellingen" (visioenen), waarover Nostradamus schrijft
dat ze afkomstig zijn van God.
Van beide systemen geeft Nostradamus de einddatum van de periode die ten
grondslag ligt aan de voorspellingen. De progressieperiode van het
CD4-ssyteem eindigt op 27 februari 1554. De progressieperiode van het
CD100-systeem eindigt op 24 februari 1607. Deze data corresponderen met
25 april 3827, de dag waarop volgens Nostradamus de wereld haar einde
vindt.
Nostradamus
versus Roussat
Een
vergelijking tussen Livre de
l'estat... en het millenniummodel wijst uit dat er tussen
Roussat en Nostradamus geen overeenkomsten bestaan, maar alleen
verschillen:
Het
aantal jaren bestaan van de wereld
Roussat: ongeveer 7.000 jaar. Geen vermelding van het
duizendjarige rijk.
Nostradamus: exact 8.000 jaar, inclusief het duizendjarige rijk.
Het aantal astrologische modellen
Roussat: vier astrologische modellen.
Nostradamus: één astrologisch model.
De datum van het ontstaan van de wereld
Roussat: 5200
vC, geen datum; een horoscoop zonder datum, tijd of
plaats.
Nostradamus: 25 april 4174 vC. Geen horoscoop.
De datum van het vergaan van de wereld
Roussat: onduidelijk: op een zeker moment in 1789 of 1814, misschien
2241.
Nostradamus: 25 april 3827.
De
toegepaste voorspellingssystemen
Roussat:
twee tijdrekenmodellen (1750 jaar en 354 jaar/4 maanden),
waarbinnen twee transitcycli (Jupiter/Saturnus conjuncties en
tienvoudige omwentelingen van Saturnus).
Nostradamus:
één tijdrekenmodel (het millenniummodel) en twee
progressiesystemen, gebaseerd op de beweging van de Caput
Draconis. De kwatrijnen: het CD4-systeem (één graad beweging
van de Caput Draconis is gelijk aan 4 jaar). De tweede serie
voorspellingen in de Brief aan Henri II: het CD100-systeem
(één graad beweging van de Caput Draconis is gelijk aan 100
jaar). In beide systemen is 25 april 3827 de datum waarop de
wereld haar einde vindt.
De
conclusie is dat het millenniummodel van Nostradamus duidelijk is en
precieze data geeft wat betreft het begin en einde van de wereld. Vanuit
rekenkundig oogpunt is het een solide model.
Uit de Brief aan Henri II blijkt dat Nostradamus zich distantieert van
geschiedkundige werken van Marcus Terentius Varro en Eusebius van
Caesarea. In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel,
is geconcludeerd dat hij zich ook heeft gedistantieerd van zijn
tijdgenoten wat betreft de ideeën over de bestaansduur van de wereld.
Nostradamus
schrijft aan César dat de kwatrijnen een lange tijdspanne hebben tot
3797 en dat een aantal mensen hierom het voorhoofd fronsen. De meest
voor de hand liggende reden om tegen deze tijdspanne bezwaren te hebben,
is dat het een tijdspanne is van meer dan 2200 jaar. Tijdgenoten van
Nostradamus hadden nog een andere reden om er bezwaar tegen te hebben.
De voorspellingen van Nostradamus strekken zich uit tot ver ná 1801,
het jaar waarin de wereld werd verondersteld te vergaan.
Noten
-
Crouzet, p.5.
[tekst]
-
Het
commentaar van
J.P. Brach in Roussat’s Livre
de l’estat et de mutation des temps. [tekst]
-
Roussat,
p.68. Volgens Eusebius liggen er 2242 jaar tussen de Schepping en de
Zondvloed, 1017 jaar tussen de Zondvloed en Abraham, 430 jaar tussen
Abraham en de Exodus, 480 jaar tussen de Exodus en de bouw van de
Tempel in Jeruzalem, 442 jaar tussen de bouw van de Tempel in
Jeruzalem en de verwoesting ervan en 589 jaar tussen deze
verwoesting en de geboorte van Jezus. [tekst]
-
Roussat,
p.75. Het MC staat op 1 Ram, de Ascendant op 1 Kreeft. Dit betekent 0
graden geografische breedte. De Zon staat op 19 Ram, wat
betekent dat het tijdstip van de horoscoop ongeveer 1h16min
ligt voor Zon conjunct MC en dat de datum 30 maart is
(kalendercorrecties terzijde gelaten). De cuspen van de
tussenliggende huizen zijn niet volgens Regiomontanus of
Campanus. Men vraagt zich af wie in die tijd over
astrologische middelen beschikte een dergelijke horoscoop te
berekenen. In de horoscoopfiguur zijn geen retrogradaties
aangegeven. Retrogradatie van Mercurius en Venus kunnen niet
uit een horoscoopfiguur worden afgeleid. Mars staat op 28
Schorpioen. Vanwege zijn afstand tot de Zon is hij retrograde
(maar niet als zodanig door Roussat besproken). Jupiter en
Saturnus zijn, vanwege hun afstand tot de Zon, direct.
Saturnus staat op 21 Waterman. [tekst]
-
Roussat,
p.83. Hij bespreekt noch het begin, noch het einde van het duizendjarige
rijk. [tekst]
-
Roussat,
p.139-140. Zie ook Brind’Amour, p.35-36, noot 85. [tekst]
-
Roussat,
p.63. [tekst]
-
Roussat,
p.162 en het commentaar van Brach. De tijdspannen van het derde en
vierde model zijn gemiddelde tijdspannen. Hedendaagse
astrologische software laat zien dat deze berekeningen niet
kloppen. In de horoscoop van de schepping van de wereld stond
Saturnus op 21 Waterman. Rond medio februari 1787 stond hij
opnieuw op 21 Waterman, zijn rondloop voltooiend. In 1789 liep
Saturnus van 7 naar 19 Vissen; Jupiter liep van Kreeft naar
Maagd. Er was geen grote conjunctie in 1789. Jupiter en
Saturnus stonden conjunct in 1782 op 28 Boogschutter. Men kan
zich afvragen welke horoscoop Albumasar in de 9e eeuw had
berekend waaruit hij "voor de precieze datum in 1789 de
grote moeilijkheden voorspelde", zoals Bracht schrijft in
zijn commentaar in Livre de
l’estat…
Wat
betreft het jaar 1814: als de wereld verondersteld wordt te
zijn ontstaan in 5200 vC en de bestaansduur 7.000 jaar is, zal
de wereld ergens in 1801 vergaan, niet in 1814. [tekst]
-
Roussat,
p.139-140. [tekst]
-
Roussat,
p.95. [tekst]
-
Als
de veronderstelling juist is dat volgens Roussat de datum van ontstaan van de
wereld 30 maart 5200 vC is, vergaat de wereld op 30 maart
1801, volgens de Juliaanse kalender. Bij deze datum moeten
tien dagen worden opgeteld om de Gregoriaanse datum 9 april
1801 te verkrijgen. [tekst]
Verwante
pagina:
Het
millenniummodel versus de Tritheemse cyclus
KRITIEK VAN VAKGENOTEN (NOSTRADAMUS VERSUS VIDEL)
|
Wettelijke
waarschuwing tegen domme critici
Zij die deze verzen lezen, moeten ze rijpelijk overwegen.
Het profane en onwetende volk moet niet tot dit werk worden
aangetrokken.
En alle Astrologen, Stommelingen en Barbaren moeten zich verre
ervan houden.
Wie anders doet, moet worden vervloekt volgens de heilige rite. |
Tijdens
zijn leven kreeg Nostradamus veel kritiek en aanvallen te verduren
op zijn praktijk als astroloog. Niet alleen van de kant van het
ministerie van Justitie, maar ook van de kant van vakgenoten. In 1558
publiceerde zijn collega Laurens Videl een boek, getiteld Declaration
des abus, ignorances et seditions de Michel
Nostradamus. Hierin
werd vrijwel zijn gehele astrologische oeuvre uitvoerig
bekritiseerd.
Videl stelt onder andere de volgende punten aan de orde:
-
In
de Pronostications
gebruikt Nostradamus verkeerde posities van de Zon bij het
bespreken van kwartaalhoroscopen.
-
In
de Pronostications noteert
Nostradamus op ongebruikelijke wijze de tijd waarop posities van
planeten zich voordoen.
-
In
de Pronostications en
Almanachs geeft
Nostradamus in het geval van Maanfasen verkeerde posities op van
Zon of Maan.
-
In
de Pronostications
maakt Nostradamus fouten bij het determineren van bijzondere
omstandigheden zoals "combust".
-
Nostradamus
maakt fouten bij het bepalen van aspecten.
-
In
de Profetieën
schrijft Nostradamus over het vergaan van de wereld, waarover hij
onmogelijk iets kan weten.
-
In
de Profetieën
claimt Nostradamus ten onrechte dat hij over profetische gaven
beschikt.
-
In
de Profetieën
gebruikt Nostradamus op een verkeerde manier het heerserschap
van Mars over de periode 1179-1533 volgens het astrologisch
tijdrekenmodel van Ibn Ezra.
De
kritiek van Videl zal puntsgewijs worden besproken.
 |
Laurent
Videl
DECLARATION
DES ABUS, IGNORANCES ET SEDITIONS DE MICHEL NOSTRADAMUS
Kwartaalhoroscopen
Kwartaalhoroscopen (ingresshoroscopen) zijn horoscopen, berekend
voor de intrede (ingress) van de Zon in één van de hoofdtekens (Ram,
Kreeft, Weegschaal of Steenbok). Normaal gesproken, ook in de tijd van
Nostradamus, werden deze horoscopen berekend voor het precieze moment
waarop de Zon op 0:00:00 staat van één van deze tekens. Volgens de
berekeningen van Nostradamus staat de Zon in deze kwartaalhoroscopen ver
in de eerste graad. Videl denkt dat Nostradamus de zodiacale lengte van
de Zon zonder meer heeft overgenomen uit efemeriden die zijn berekend
voor 12:00:00 ware plaatselijke tijd voor Venetië.[1]
De ware plaatselijke tijd voor
Salon-de-Provence kan niet uit efemeriden worden overgenomen. Dit soort
momenten moet door de astroloog altijd zelf worden berekend. Videl betwijfelt of Nostradamus dit wel kan.
In onze tijd zijn de meeste efemeriden berekend voor middernacht G.M.T.
(Greenwich Mean Time). Dit betekent dat de plaatselijke tijd van de
horoscoop moet worden omgerekend naar G.M.T. om daarna de Middelbare
Sterrentijd te berekenen en de zodiacale lengte van de planeten en de
Caput Draconis.
In de tijd van Nostradamus werden efemeriden berekend voor 12:00:00 ware
plaatselijke tijd voor bijvoorbeeld Parijs of Venetië. Salon-de-Provence ligt op 5:06:00 Oosterlengte. Parijs
ligt op 2:20:00 Oosterlengte. Als het in Parijs 12:00:00 is, is het in
Salon-de-Provence 12:08:45. Venetië ligt op 12:21:00 Oosterlengte. Dit
betekent dat het verschil in ware plaatselijke tijd tussen
Salon-de-Provence en Venetië 0:29:00 is. Als het in Venetië 12:00:00
is, is het in Salon-de-Provence 11:31:00.
Het is dit fenomeen dat Videl aankaart. Als men een horoscoop berekent
voor Salon-de-Provence met een efemeride, gebaseerd op ware plaatselijke
tijd in Venetië, zonder de ware plaatselijke tijd van Salon-de-Provence
om te zetten in ware plaatselijke van Venetië, is het resultaat een
foutieve horoscoop. De zodiacale lengte van de cuspen zal gemiddeld
7:30:00 negatief afwijken en de zodiacale lengte van de Maan gemiddeld
0:14:00.
In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel,
zijn de kwartaalhoroscopen opnieuw berekend. Dit wees uit dat ze
oorspronkelijk zijn berekend voor 12:00:00 ware plaatselijke tijd voor
Salon-de-Provence. Uit de herberekening bleek niet welke efemeride
Nostradamus heeft gebruikt, omdat hij de zodiacale lengte van de cuspen
niet vermeldt. Zouden deze lengten bekend zijn, dan zou gemakkelijk
kunnen worden afgeleid welke stad in het geding is.
Er
is een vergelijking gemaakt tussen de zodiacale lengte van Zon en Maan
zoals berekend door Nostradamus voor Salon-de-Provence, en de zodiacale
lengte, zoals berekend met tegenwoordige softwareprogramma's voor
12:00:00 ware plaatselijke tijd in Venetië.[2]
In het geval van 12 juni en 14 september zijn de zodiacale lengten van
de Zon zoals berekend door Nostradamus, kleiner dan de zodiacale lengten
die zouden hebben gegolden voor Venetië. Wat betreft de Maan zijn
er kleinere zodiacale lengten voor 12 juni en 12 december, met in het
laatste geval een verschil van 0:15:02. De verschillen tussen de
zodiacale lengten zoals berekend door Nostradamus en die zoals berekend
met tegenwoordige software, onthullen echter niet welke efemeride Nostradamus
heeft gebruikt.
Videl heeft waarschijnlijk de zodiacale lengten die Nostradamus heeft
opgegeven, vergeleken met de lengten zoals die staan in een aantal
efemeriden. Zijn conclusie is helder en zijn kritiek is gerechtvaardigd.
|
1557
|
Zon
(Nostradamus) |
Zon
(software) |
Maan
(Nostradamus) |
Maan
(software) |
|
11-03-1557 |
00:53:00
Ar |
00:31:03
Ar |
niet
gegeven |
16:03:40
Le |
|
12-06-1557 |
00:25:09
Cn |
00:26:18
Cn |
05:18:00
Ca |
05:23:00
Ca |
|
14-09-1557 |
00:55:00
Li |
00:57:47
Li |
15:17:00
Ge |
15:03:21
Ge |
|
12-12-1557 |
00:44:00
Ca |
00:27:27
Ca |
25:43:00
Vi |
25:58:02
Vi |
Opgave
van uren en minuten
In de tijd van Nostradamus was het gebruikelijk om tijdmomenten te
specificeren in A.M. en P.M. (voor en na 12:00:00). De efemeriden werden
in die tijd berekend voor 12:00:00 ware plaatselijke tijd. Dit betekent
dat in de efemeride een dag loopt van 12:00:00 tot 12:00:00.
Videl bekritiseert het feit dat Nostradamus bijvoorbeeld 1 maart 1557,
03:47:00, specificeert als 28 februari 1557, 15:47:00.[3]
Een dergelijke specificatie is op het eerste
gezicht vreemd, tenzij men bedenkt dat dit een hulpmiddel kan zijn bij
correct interpoleren. De zodiacale lengten zijn in de efemeride vermeld
per 24 uur. De manier waarop Nostradamus uren en minuten specificeert,
betekent dat hij ze relateert aan het middaguur, 12:00:00. In het geval
van dit voorbeeld zijn er 15 uur en 47 verstreken ten opzichte van
12:00:00 uur op 28 februari 1557.
Onjuiste
zodiacale lengten
Videl twijfelt sterk aan de wiskundige vaardigheden van Nostradamus.
Zodiacale lengten zijn niet altijd correct. Dit is ook gezien in de
herberekeningen. Het is een ernstig punt van kritiek. Als astrologische
uitleg is gebaseerd op onjuiste berekeningen of fouten in de
horoscoopfiguur, dan is die uitleg onherroepelijk verkeerd.
De kans op begane drukfouten moet altijd in het achterhoofd worden
gehouden. Eén van de meest merkwaardige drukfouten staat in
de inleiding op de voorspellingen voor de lente van 1558. In de eerste
regel staat dat de Maan op 16:40 Leeuw staat. Tegenwoordige software wijst uit dat de Maan op 24:56 Boogschutter
stond. De opgegeven positie in Leeuw was de positie in de
kwartaalhoroscoop van 11 maart 1557, de horoscoop voor de lente van 1557
(herberekening wees uit dat deze lengte 16:20:01 Leeuw was voor 12:00:00
plaatselijke tijd in Salon-de-Provence). Een opmerkelijke, maar zeldzame
drukfout. De verklaring hiervoor kan zijn dat uitgever Brotot in oktober
1557 het voornemen had om van twee toegezonden Pronostications
één volledig te drukken en er materiaal uit de andere aan toe te
voegen. In de brief die hij hieromtrent schreef aan Nostradamus, staat
niet om welke Pronostications het gaat. Het zou kunnen gaan om
die van 1557 en 1558.[4]
De
betekenis van "combust"
Videl heeft kritiek op de opmerking van Nostradamus dat in de zomer van
1557 Saturnus "combust" is terwijl de Zon in Kreeft staat.[5]
In
feite is het zo dat Nostradamus tweemaal deze opmerking maakt, namelijk
in de kwartaalhoroscoop voor de zomer van 1557 en die voor de winter van
1557.[6]
Het begrip "combust" betekent dat de afstand van een planeet
tot de Zon 3 tot 8 booggraden is, de Maan uitgezonderd. Als de afstand
kleiner is dan 3 booggraden, spreekt men van een "cazimi"
conjunctie. Videl heeft zo te zien een terecht punt van kritiek.
Herberekeningen wijzen echter uit dat volgens Nostradamus het begrip
"combust" betekent dat een planeet en de Caput Draconis
(noordelijke maansknoop) in hetzelfde teken staan. In de herberekende
kwartaalhoroscopen voor de zomer en de winter van 1557 staan zowel
Saturnus als de Caput Draconis in Stier.
Het
begrip "combust" staat ook in kwatrijn 04-67:
|
Kwatrijn
04-67
In het jaar waarin Saturnus en Mars gelijkelijk
"combust"zijn
en de lucht zeer droog is, is er een lange overtocht.
Door geheime vuren wordt een grote plaats door brandende hitte
weggevaagd,
Weinig regen, hete wind, oorlogen, intochten.
|
Het
gebruik van het begrip "combust"betekent dat Saturnus, Mars en
de Caput Draconis in hetzelfde teken staan. In de periode waarin
Nostradamus visioenen heeft gehad, deed dit zich slechts één keer
voor: rond 8 februari 1546. Op die datum stonden Mars, Saturnus en de
Caput Draconis conjunct op de 24e graad Boogschutter. Toepassing van het
CD4-systeem wijst uit dat de vervullingdatum van dit kwatrijn 12
februari 3204 is.[7]
Het
vaststellen van aspecten
Videl noemt een oppositie tussen Stier en Weegschaal als voorbeeld van
het verkeerd vaststellen van aspecten.[8]
Herberekening
wees niet uit om welke oppositie het ging. Theoretisch kan er sprake
zijn geweest van een "overslag-oppositie" tussen de laatste
graden van Weegschaal en de eerste graden van Stier.
Nostradamus
als profeet
Videl bekritiseert de Profetieën
scherp, voorzover ze in zijn tijd waren gepubliceerd.[9]
Hij bekritiseert de vermelding van het jaar 3797,
omdat zelfs de engelen niets weten over het eind der tijden.[10]
Videl gebruikt een aantal bijbelverzen om aan te
tonen dat Nostradamus geen profeet is in bijbelse zin, maar een
oplichter:
-
1
Samuel 9,9: degene die nu profeet wordt genoemd, heette
vroeger ziener.
-
1
Koningen 22,14: de profeet Michajehu, die alleen dat zegt,
wat God wil dat hij zegt. Videl schrijft dat Nostradamus één
van de 400 profeten is die God niet gehoorzamen.
-
2
Koningen 5,8: Elisa wordt "de man Gods" genoemd.
-
Matteüs
7,15: Videl schrijft dat Jezus waarschuwt tegen valse
profeten zoals Nostradamus.
-
Romeinen
12,6: er worden gaven gegeven; als u de gave van profetie
hebt ontvangen, gebruik het dan naargelang uw geloof.
-
Ephesiërs
4,11-12: God gaf gaven [waaronder de gave van profetie]
zodat de heiligen werden toegerust voor hun bediening en zodat
het "lichaam van Christus" kan worden gebouwd.
Videl
keert zich om diverse redenen tegen de Profetieën.
Eén van zijn argumenten is dat er geen ster of planeet is die wil dat de
mensheid een nieuwe vorm van astrologie ontwikkelt, die gebaseerd is op
dronken razernij.[11]
Een andere reden is dat Nostradamus, vanwege de aard van
zijn Profetieën, de
grenzen van de astrologie overschrijdt.[12]
Het is begrijpelijk waarom Videl tegen de profetische dimensies van
Nostradamus fulmineert. In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel,
is duidelijk geworden dat de vele citaten in het Voorwoord aan César uit een
sectie in de Mirabilis Liber
waarin het Compendium Revelationum
staat van Savonarola, een theorie vormen over hoe openbaringen tot stand
komen.
Nostradamus
en het astrologische tijdmodel van Ibn Ezra
Videl heeft geen kritiek op astrologische verwijzingen in de kwatrijnen.
Hij bekritiseert een fragment in het Voorwoord aan César, waarin Nostradamus
over Mars schrijft. Videl geeft deze kritiek in verband met andere
fragmenten, waarin heerserschappen staan beschreven van de Maan, de Zon
en Saturnus:
|
Voorwoord
aan César
...Dit gebeurt kort voor de laatste verbranding, namelijk
wanneer de planeet Mars zijn rondloop aan het voltooien is en in
het laatste gedeelte ervan staat en weer een nieuwe moet
beginnen...
...Terwijl wij
nu worden geleid door de invloed van de Maan [...] zal de Zon
verschijnen en daarna Saturnus. Want volgens de hemeltekenen zal
de heerschappijn van Saturnus terugkeren... |
Volgens
een astrologisch tijdmodel van Abraham Ibn Ezra, regeerde Mars van 1179
tot 1533 en de Maan van 1533 tot 1887. Daarna volgt een heerserschap van
de Zon tot 2241, waarna een heerserschap van Saturnus zou kunnen volgen.
De Franse tekst in het Voorwoord aan César luidt: ...Mars
parachève son siècle, et à la fin de son dernier période, si le
reprendra il... Videl interpreteert dit als een verwijzing naar het
heerserschap van Mars over de periode 1179-1533. Op grond van deze
interpretatie verwerpt hij de suggestie dat Mars onmiddellijk zijn
heerserschap zou vernieuwen, zeker omdat Nostradamus schrijft dat de
mensheid nu (1 maart 1555, de datum van zijn Voorwoord aan César) geregeerd
wordt door de Maan en omdat hij schrijft over de Zon en Saturnus als
opvolgende heersers. Videl concludeert dat Nostradamus niets begrijpt van
het astrologische tijdmodel van Ibn Ezra.
In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie and the Bijbel is
het eerste citaat, waarin Nostradamus Mars bespreekt, anders
geïnterpreteerd. De woorden "laatste verbranding" werden
geïnterpreteerd als een "laatste conjunctie van een planeet met de
Zon", welke conjunctie meestal "combust" wordt genoemd.
Door deze interpretatie is de "cyclus" van Mars geen
heerserschap over een tijdvak, maar een rondgang in de Dierenriem.
Nostradamus beschrijft een situatie waarin Mars in Vissen staat, het
laatste teken van de Dierenriem, onderweg naar Ram, dat wil zeggen niet
retrograde. Er is een verbranding, dat wil zeggen een conjunctie van een
planeet met de Zon. Deze verbranding is de laatste verbranding, wat wil
zeggen dat er geen planeten staan tussen de Zon en de laatste graad van
Vissen. Dit voltrok zich op 27 februari 1554. Op die dag stond de Caput
Draconis op 18 Kreeft, Jupiter retrograde op 2 Weegschaal, de Maan op 26
Steenbok, Mercurius op 23 Waterman, Venus op 29 Waterman, Mars op 16
Vissen en de Zon en Saturnus exact conjunct op 19 Vissen. De woorden
"laatste verbranding" wijzen op een Zon/Saturnus conjunctie in
Vissen, het laatste teken van de Dierenriem, waarna er geen verbranding
in Vissen meer zal zijn.
De woorden "laatste verbranding" werden ook in verband
gebracht met het Laatste Oordeel en de vuurdood, zoals beschreven in
Openbaringen 20,15. Deze vuurdood is de laatste in zijn soort in de
Bijbel. Daarna, in Openbaringen 21,1, worden de nieuwe hemel en de
nieuwe aarde beschreven.
Nostradamus beschrijft met de woorden "laatste verbranding"
een verbranding in astrologische en bijbelse zin. In astrologische zin
is er een einddatum van een astrologisch model dat hij gebruikt, die
correspondeert met de datum waarop de wereld vergaat. Dit betekent dat
hij gebruik maakt van een progressiesysteem.
Uit het Voorwoord aan César blijkt dat Nostradamus met acht millennia rekent
en dat de kwatrijnen een looptijd hebben tot 3797. De datum waarop de
wereld is geschapen of zal vergaan, kan niet uit het Voorwoord aan César
worden afgeleid. De datum waarop volgens Nostradamus de wereld is
geschapen, kan worden afgeleid uit de Brief aan Henri II: 25 april 4174
vC, 4173 jaar en 8 maanden vóór de geboorte van Jezus Christus. Het
bij die datum optellen van 8000 jaar resulteert in 25 april 3827, de
datum waarop volgens Nostradamus de wereld zal vergaan. Echter, toen
Videl zijn Déclaration d'abus...
uitgaf, was de Brief aan Henri II nog niet geschreven.[13]
Conclusie
Videl schrijft, al of niet sarcastisch bedoeld, over de "nieuwe
astrologie" die Nostradamus zou voorstaan. Zijn technische kritiek
is meestal gerechtvaardigd. Vanuit godsdienstig oogpunt zijn zijn
bedenkingen tegen en twijfels aan de profetische dimensie van de Profetieën
begrijpelijk. Echter, het is ook duidelijk dat Nostradamus inderdaad een
eigen vorm van astrologie ontwikkelt, soms haaks op de ideeën van zijn
tijd, en soms, zoals in het geval van Videl, over het hoofd gezien of
verkeerd begrepen.
T.W.M.
van Berkel
Noten
-
Videl, sectie B1.
[tekst]
-
Chevignard,
p.401-411. De tegenwoordige software: AstroScoop Plus. [tekst]
-
Videl,
sectie B3.
[tekst]
-
Chevignard,
p.426, Dupèbe, p.31. [tekst]
-
Videl,
sectie B4. [tekst]
-
Chevignard,
p.404 en 411. [tekst]
-
In
mijn boek Nostradamus,
astrologie en de Bijbel
is de eerste regel van dit kwatrijn uitgelegd als een verwijzing
naar een vrijwel exacte Mars/Saturnus conjunctie op de 27e graad
Waterman en de Zon op de 16e graad Vissen op 25 februari 1552
(Van Berkel, p.19). Ten tijde van het drukken wist ik niet welke
betekenis Nostradamus gaf aan het begrip "combust".
Deze Mars/Saturnus conjunctie is vrijwel exact oppositie de
Caput Draconis, maar er is geen aanwijzing dat Nostradamus in
zo'n geval zou spreken van "combust". [tekst]
-
Videl,
sectie B4. [tekst]
-
Videl,
sectie D4. Videl voltooide zijn boek op 21 november, 1557. Hij
kan de editie-Du Rosne-1557 hebben gelezen, die gedrukt was op 3
november 1557 (Chomarat/Laroche, p.23). Hij kan ook de
editie-Bonhomme-1555 hebben gelezen, die was gedrukt in 1555. [tekst]
-
Videl,
sectie E1. Hij refereert aan Matteüs 24,35-36 en/of Marcus 13,32. [tekst]
-
Videl,
sectie D4. [tekst]
-
Videl,
sectie F. [tekst]
-
Het
model van Ibn Ezra is beschreven op deze website, in het
gedeelte dat gaat over een boek van Roussat.
Op deze website staan op de pagina voorspellingssystemen
de progressiesystemen beschreven die Nostradamus heeft gebruikt.
[tekst]
NOSTRADAMUS EN HET HUMANISME
|
Kwatrijn
01-48
Twintig jaar van de regering van de Maan zijn voorbijgegaan
Zevenduizend jaar zal een ander de monarchie behouden
Wanneer de Zon haar vermoeide dagen zal bereiken
Is mijn profetie vervuld en voleindigd.
Voorwoord
aan César
...de allesbeheersende beweging, die onze aarde stabiel
en vast doet zijn... |
De
renaissance is een cultuurstroming, die in de 14e eeuw in Italië is
ontstaan. In de tijd van Nostradamus was de
renaissance ook in Frankrijk in bloei gekomen.
Nostradamus wordt door een aantal onderzoekers bestempeld als een
humanist. Uit het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel,
is de boodschap naar voren gekomen die hij aan de mensheid wil meedelen.
De aard van deze boodschap maakt het mogelijk om de ideeën van
Nostradamus te onderzoeken aangaande de mensheid, God, hemel en aarde.
In het onderzoek is het humanisme omschreven als een stroming, waarbinnen de mens de
maatstaf is van alle dingen. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat
humanisten atheïsten zijn. Het betekent dat de mens, de mensheid, de
belangrijkste interesse vormt van het humanisme, en niet iets of iemand
dat zich daarbuiten bevindt. Het memento mori (gedenk te
sterven) van de Middeleeuwen is vervangen door een onderzoek van de
waarden van de mensheid, met wortels in de Griekse en Romeinse oudheid.
De boodschap van Nostradamus aan de
mensheid is dat God tussen 1555 en 3797 zijn oordeel voltrekt aan de
wereld in de vorm van duizend onherroepelijke, rampzalige
gebeurtenissen. Dit staat haaks op het gedachtengoed van het humanisme. Zijn
ideeën zijn dualistisch en theocratisch. Dit
blijkt uit zijn brieven en uit kwatrijn 01-48. In de tweede regel noemt Nostradamus
het koningschap van Satan. Gedurende de wereldgeschiedenis is er volgens
Nostradamus een strijd gaande tussen God en Satan. Een strijd die in
aanvang, in het begin van het eerste millennium, in het voordeel wordt
beslecht van Satan (de zondeval). Bij het begin van het achtste
millennium neemt God het roer ter hand in de vorm van het duizendjarige
rijk. In de laatste 30 jaar van het achtste millennium voltrekt zich de
laatste strijd tussen Satan en de hemelse legers. In die strijd delft
Satan voorgoed het onderspit. Hemel en aarde vergaan; er komen een
nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Het
citaat uit het Voorwoord aan César is een verwijzing naar Psalm 104,5:
"Gij grondvestte de aarde op haar zuilen, onwrikbaar, eeuwig van
duur." Dit betekent dat Nostradamus het geocentrische wereldbeeld
aanhangt, waarin de aarde het centrum is van het universum, waaromheen
alle planeten hun omwentelingen maken. In de brieven en kwatrijnen is er
geen aanwijzing dat hij sympathie had voor het heliocentrische
wereldbeeld, zoals ontwikkeld door Copernicus.
|