|
Brief
aan César
...Terwijl wij nu worden geleid door de invloed van de Maan,
zal door toedoen van de eeuwige God [...] de Zon verschijnen en
daarna Saturnus. Want volgens de hemeltekens zal de heersende
macht van Saturnus terugkeren en volgens alle berekeningen
nadert de wereld tot een zowel de dood brengende als het leven
vernieuwende omwenteling...
...Deze dingen zullen volgens de zichtbare hemeltekens dan
gebeuren wanneer wij ons nog bevinden in het zevende duizendtal,
dat alles voleindigt, en wanneer wij naderen tot het achtste...
Brief
aan Henri II
...Nadat deze tijd lang heeft geduurd, zal men bijna zijn
toegekomen aan een vernieuwing door een andere heerschappij van
Saturnus, die een gouden tijdvak brengt...
Kwatrijn
01-48
Twintig jaar van de regering van de Maan zijn voorbijgegaan
Zevenduizend jaar zal een ander de monarchie behouden
Wanneer de Zon haar vermoeide dagen zal bereiken
Is mijn profetie vervuld en voleindigd.
Kwatrijn
10-74
Bij de omwending van het grote zevende nummer,
In die tijd zal het spel der slachting verschijnen
Niet ver verwijderd van de grote duizendjarige tijd
Wanneer zij die binnengegaan zijn, uit hun graven zullen treden. |
Eén
van de belangrijkste resultaten van het onderzoek is het vaststellen van
het astrologisch tijdrekenmodel dat Nostradamus heeft ontwikkeld om de
bestaansduur van de wereld te beschrijven. Dit model is in het onderzoek
het "millenniummodel" genoemd. In dit artikel worden enkele
achtergronden belicht van dit model.
Uit
de fragmenten uit de brief aan César blijkt dat Nostradamus rekent met
acht millennia, acht tijdvakken van duizend jaar. De Maan regeert het zesde millennium, de Zon
het zevende en Saturnus het achtste. Nostradamus rekent voor de
bestaansduur van de wereld 8000 jaar. Het begin van het bestaan van de
wereld valt samen met de schepping, zoals beschreven in Genesis. Het
eind van het bestaan van de wereld valt samen met het vergaan van de
wereld na het Laatste Oordeel, zoals beschreven in Openbaringen.
Uit de brieven aan César en Henri II blijkt dat Saturnus over twee
millennia regeert. Aan César schrijft Nostradamus dat zijn macht
terugkeert; aan Henri II dat hij een "andere heerschappij"
brengt. In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel,
is verondersteld dat Saturnus ook heerst over het eerste millennium.
Roussat schrijft dat men veronderstelt dat Saturnus de oudste planeet
is. Het eerste uur van de eerste dag, waarop Zon en Maan werden
geschapen, valt namelijk onder Saturnus.[1]
Saturnus heerst over het eerste millennium, het millennium waarin
de zondeval plaatsvindt; en het achtste millennium, dat samenvalt met
het duizendjarige rijk. In het begin van het eerste millennium wint
Satan het van God, in het begin van het achtste millennium wint God het
van Satan. De uitwerking van Saturnus, die verondersteld wordt over deze
millennia te heersen, is in het eerste millennium totaal anders dan in
het achtste. Mogelijk doelt Nostradamus hierop in de brief aan Henri II.
De terugkeer van Gods heerschappij kan worden gezien als een gouden
tijdvak.
Nostradamus
schrijft niet welke planeten heersen over het tweede, derde, vierde en
vijfde millennium. In het onderzoek is verondersteld dat het bij deze
millennia gaat om Mercurius, Venus, Mars en Jupiter. Er zijn twee
mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat de volgorde van de
millenniumheersers dezelfde is als de volgorde van de tijdvakheersers in
het model van Abraham Ibn Ezra, zoals beschreven door Roussat.[2]
In dat model heeft elk van de zeven planeten een sfeer, die zich in de
hoogte uitstrekt. De achtste sfeer is het firmament, dat zich in de
breedte uitstrekt. In dat geval regeert Venus over het tweede
millennium, Jupiter over het derde, Mercurius over het vierde en Mars
over het vijfde. De tweede mogelijkheid is dat de volgorde van de
millenniumheersers is gebaseerd op de volgorde van de Dierenriemtekens,
gerekend vanaf Waterman, waarover Saturnus heerst. Dan heerst Jupiter
over het tweede millennium, Mars over het derde, Venus over het vierde
en Mercurius over het vijfde.
In
kwatrijn 01-48 worden de eerste zeven millennia beschreven. Nostradamus
verwijst in de eerste regel naar twintig jaar van zijn leven, dat in het
zesde millennium valt, waarover de Maan regeert. In de tweede regel
verwijst hij naar Satan, die gedurende 7000 jaar de macht over de wereld
uitoefent, van zondeval tot het begin van het duizendjarige rijk. In de
derde regel schrijft hij over het ten einde lopen van het zevende
millennium, waarover de Zon regeert.
In
kwatrijn 10-74 beschrijft Nostradamus de overgang van het zevende
millennium in het achtste. Hij geeft in dit kwatrijn in eigen
bewoordingen Openbaringen 19 weer. Het "spel der slachting" is
de strijd waarin het beest, de valse profeet en hun aanhangers worden
gedood. Deze oorlog speelt zich af voorafgaand aan het duizendjarige
rijk, dat genoemd staat in de derde regel. Het uit hun graven treden van
hen die binnengegaan zijn, wijst op de "Eerste Opstanding" in
Openbaringen 20, de verrijzenis van de martelaren die zijn gestorven
vanwege hun getuigenis van Jezus.
Analyse
van de millenniumkwatrijnen
Onder "millenniumkwatrijnen" worden die kwatrijnen
verstaan waarin wordt verwezen naar het millenniummodel. De pagina's
waar deze kwatrijnen kort worden geanalyseerd, kunnen vanuit onderstaand
overzicht worden geopend.
In een aantal gevallen zijn ook commentaren opgenomen van andere
onderzoekers zoals Pierre Brind'Amour (Les premières centuries ou
prophéties, 1996), dr. Jacques Halbronn (publicaties op Internet)
en dr. Christian Wöllner (Das Mysterium des Nostradamus, 1926).
T.W.M.
van Berkel
Noten
- Roussat, p.91-92. Adam werd volgens Roussat geschapen op een
vrijdag, in het uur van de Zon (Roussat, p.50). [tekst]
- Roussat, p.91-92.
[tekst]
Verwante
pagina
Het
millenniummodel versus de Tritheemse cyclus
|