Brief aan Henri II
...Al deze beelden zijn nauwkeurig aangepast aan die van de
Heilige Schrift... |
Uit het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie
en de Bijbel, is
gebleken dat de Bijbel voor Nostradamus vijf functies heeft gehad bij
het samenstellen van de Profetieën.
Informatie over de aard van deze functies staat voor het grootste deel
in de brief aan Henri II, maar er zijn ook een paar passages in de brief
aan César waaruit blijkt hoe Nostradamus de Bijbel heeft gebruikt.
De
functies van de Bijbel
1. Bron van
geschiedkundige berekeningen
De Bijbel heeft voor Nostradamus onder andere gediend als bron voor
het maken van geschiedkundige berekeningen met betrekking tot de
bestaansduur van de wereld. In de brief aan Henri II staan twee
tijdtafels aangaande de duur van het Oude Testament. De tweede tijdtafel
is ontleend aan tijdgegevens zoals opgetekend in Genesis, Exodus, 1
Koningen en Openbaringen.[1]
2.
Onder woorden brengen van voorspellingen
Nostradamus gebruikt een aantal malen bijbelverzen om
voorspellingen onder woorden te brengen. In de brief aan Henri II staat
onder andere: O, door wat voor rampzalige smarten zullen de zwangere
vrouwen dan worden getroffen! Dit is een parafrasering van Matteüs
24,19, waarin staat: Wee de zwangeren en zogenden in die dagen! Nostradamus
schrijft ook: Moge God het gekerm horen van hen die in de boeien zijn
geslagen en hun kinderen bevrijden van de dood! Dit is een
parafrasering van Psalm 102,21: Om de klacht der gevangenen te horen,
te bevrijden de kinderen des doods.
Wat betreft de kwatrijnen is kwatrijn 10-74 het meest duidelijke
voorbeeld van het gebruik van de Bijbel bij het onder woorden brengen
van voorspellingen.
Kwatrijn
10-74
|
Bij de omwending van het grote zevende nummer,
In die tijd zal het spel der slachting verschijnen
Niet ver verwijderd van de grote duizendjarige tijd
Wanneer zij die binnengegaan zijn, uit hun graven zullen treden.
|
In
dit kwatrijn is de overgang beschreven van het zevende millennium in het
achtste. Het "spel der slachting" in de tweede regel is
de strijd waarin het beest, de valse profeet en hun aanhangers worden
gedood. Deze oorlog is beschreven in Openbaringen 19 en speelt
zich af voorafgaand aan het duizendjarige rijk, dat genoemd staat in de
derde regel. Het uit hun graven treden van hen die binnengegaan zijn,
wijst op de "Eerste Opstanding" in Openbaringen 20, de
verrijzenis van de martelaren die zijn gestorven vanwege hun getuigenis
van Jezus.
3.
De gave van profetie
Nostradamus gebruikt de Bijbel om aan te tonen dat God hem de
gave van profetie heeft gegeven. In de brief aan Henri II citeert hij in
dit verband een gedeelte uit één van de meest expliciete bijbelverzen:
Joël 3,1: Ik zal mijn geest uitstorten over alle mensen, uw zonen en
dochters zullen profeteren.[2]
De rest van dit vers luidt: uw grijsaards zullen dromen
zien en uw jonge mannen visioenen.
Nostradamus heeft dit vers waarschijnlijk op zichzelf betrokken. Uit het
onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en de
Bijbel, is gebleken dat hij visioenen kreeg vanaf 16 oktober 1524. Dit
was vlak voor zijn 21e verjaardag.
Kwatrijn 01-48 is een autobiografisch kwatrijn, waarin Nostradamus
twintig jaar van zijn leven tegenover 7000 jaar heerschappij van Satan
stelt:
Kwatrijn
01-48
|
Twintig jaar van de regering van de Maan zijn
voorbijgegaan
Zevenduizend jaar zal een ander de monarchie behouden
Wanneer de Zon haar vermoeide dagen zal bereiken
Is mijn profetie vervuld en voleindigd.
|
In
het onderzoek
dat ten grondslag ligt aan Nostradamus, astrologie en de
Bijbel, is gesteld
dat de twintig jaar die in de eerste regel staan, betrekking hebben op
de eerste twintig jaar van de "voorstellingenperiode", de
periode van 16 oktober 1524 tot 27 februari 1554, waarin Nostradamus de
voorstellingen (visioenen) kreeg waar hij de kwatrijnen op baseerde.
Deze twintig jaar zouden ook betrekking kunnen hebben op de
twintigjarige leeftijd van Nostradamus toen hij op 16 oktober 1524 zijn
eerste visioen kreeg. Maar hiervoor ontbreekt elk bewijs.
4.
Wortels in het verleden
Met name in de brief aan César probeert Nostradamus aan de hand
van bijbelverzen aan te tonen dat de inhoud van de openbaringen die hij
heeft gekregen, overeenstemt met de inhoud van de openbaringen die
bijvoorbeeld de oude profeten hebben gekregen. Hij parafraseert
bijvoorbeeld Psalm 89,33: Ik zal met Mijn ijzeren staf de onrechtvaardigen
onder hen bezoeken en door Mijn geselingen zal ik ze treffen. Hij
verwijst ook naar Amos 3,7 en/of Openbaringen 10,7, waarin staat dat God
zijn geheime raadsbesluiten altijd aan zijn dienstknechten openbaart, de
profeten, alvorens ze ten uitvoer te brengen.
5.
Legitimatie van de beoefening van mundane astrologie
Op grond van Deuteronomium 18,10-12 stelt Nostradamus dat God
het beoefenen van mundane astrologie heeft toegestaan. In dit vers wordt
iedere vorm van occultisme verboden; astrologie wordt echter niet met
naam en toenaam genoemd. Nostradamus interpreteert verder Hebreeën
4,13, waarin staat dat alles "naakt en open" is, in de zin van
dat alles wat zich in de wereld afspeelt, kan worden uitgelegd aan de
hand van astrologie.
Een
bijbels manifest
De bijbelse achtergronden en fundamenten van de Profetieën
kunnen als volgt worden weergegeven:
-
Amos
3,7 en/of Openbaringen 10,7: God openbaart zijn besluiten aan de
profeten.
-
Jeremia 13,14: God vernietigt meedogenloos, zonder genade, zonder
erbarmen.
-
Handelingen 1,7: Het komt gewone mensen niet toe dag of uur te
kennen, die God in zijn macht heeft vastgesteld.
-
Joël 3,1: God belooft dat mensen visioenen ontvangen en de gave
van profetie.
-
Matteüs 11,25 en/of Lucas 10,21: God houdt de feiten over de
toekomst van de mensheid verborgen voor wijzen en verstandigen en
openbaart ze aan kleinen.
-
Deuteronomium 18,10-12: God veroordeelt alle vormen van occulte
praktijken, met uitzondering van de mundane astrologie.
-
Hebreeën 4,13: Alles is naakt en open. Nostradamus leest de
oorzaken uit de rondloop van de sterren.
-
Psalm 89,33: Nostradamus voorspelt rampen die God zelf in het
verleden heeft aangekondigd.
-
Matteüs 7,6: De wereld is niet ontvankelijk voor de boodschap
van Nostradamus, zoals de wereld ook niet ontvankelijk is geweest voor
de boodschap van God.
-
Openbaringen 19 en 20: het duizendjarige rijk zal komen, in welke
periode Satan opgesloten zal zijn en God de wereld zal regeren, samen
met de verrezen martelaren. Aan het eind van de duizend jaar zal Satan
voor het laatst oorlog voeren met de hemelse legers. Dan vindt het
Laatste Oordeel plaats, verdwijnen hemel en aarde en komen er een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde.
T.W.M.
van Berkel
Noten
-
Zie
pagina brief
aan Henri II: de tweede bijbelse chronologie [tekst]
-
In
de "Willibrord vertaling", een katholieke
bijbelvertaling, heeft dit vers het nummer
3,1. In de NBG-vertaling, een protestantse bijbelvertaling, heeft dit vers het nummer
2,28. In de "Willibrord vertaling" telt het boek Joël
vier hoofdstukken; in de NBG-vertaling drie. De verzen 3,1 t/m
3,5 in de Willibrord vertaling zijn in de NBG-vertaling
opgenomen als de verzen 2,28 t/m 2,32. De verzen 4,1 ev in de
"Willibrord vertaling" zijn in de NBG-vertaling
opgenomen als de verzen 3,1 ev. [tekst]
|