|
Op
deze website wordt uitvoerig aandacht besteed aan de bijbelse
chronologieën die deel uitmaken van de Brief aan Henri II en de
scheppingsjaren die voortvloeien uit het Voorwoord aan César,
de Brief aan Henri II en een aantal Almanachs.
In het artikel dat u zojuist hebt geopend, wordt een overzicht
gegeven van de samenstelling van deze chronologieën. Andere
artikelen over de bijbelse chronologieën en de scheppingsjaren:
|
In
dit artikel zijn de twee bijbelse chronologieën die in de Brief aan
Henri II staan, naast elkaar gezet wat betreft hun opbouw en kenmerken.
In het kort is aangegeven in welke opzichten deze chronologieën met
elkaar overeenkomen en van elkaar verschillen.
Bij de bespreking van opbouw, kenmerken en verschillen is de tekst van de chronologieën in de
Brief aan Henri II die in omloop is gekomen, het uitgangspunt.[1] In
sommige gevallen is op grond van een aantal onderzoeksbevindingen
aanvullend commentaar gegeven.
a.
Opbouw van de chronologieën
De eerste bijbelse chronologie bestaat uit vijf perioden. Deze
chronologie begint met de
schepping van Adam en eindigt met de geboorte van Jezus. De tweede
bijbelse chronologie eindigt eveneens met de geboorte van Jezus, maar begint met de schepping
van de wereld en bestaat uit tien perioden. Ten aanzien van het aantal
perioden van de tweede bijbelse chronologie heeft Brind'Amour aangenomen
dat er oorspronkelijk sprake is geweest van elf perioden en dat door
onregelmatigheden in de aanmaak van de tekst van de Brief aan Henri II
die in omloop is gekomen, de perioden Eerste Tempel - Tweede Tempel en
Tweede Tempel - Jezus zijn weergegeven als de periode Eerste Tempel -
Jezus, waarbij de duur is vermeld die hoort bij de periode Tweede Tempel
- Jezus.[2]
In de eerste bijbelse chronologie zijn de overgangen van de perioden
gemarkeerd met namen van bijbelse personen: Adam, Noach, Abraham,
Mozes, David en Jezus.
Brind'Amour heeft aangenomen dat de naam Noach een verwijzing is naar het
uitbreken van de Zondvloed en de naam Mozes een verwijzing naar het
begin van de Exodus.[3]
In de tweede bijbelse chronologie zijn de overgangen van de perioden niet alleen gemarkeerd met de namen van bijbelse personen,
maar ook met verwijzingen naar bijbelse gebeurtenissen: Schepping wereld
- Noach - Zondvloed - Abraham - Isaak - Jakob - verblijf in Egypte -
Exodus - Begin bouw Tempel onder Salomo - geboorte Jezus. b.
Het type jaar
In de tekst van de tweede bijbelse chronologie is vermeld dat bij de
berekeningen gebruik is gemaakt van het zonnejaar. Dit gebruik heeft
berust op grond van de aanname dat in de Bijbel is gerekend met
zonnejaren, waarbij volgens de tekst een afweging is gemaakt tussen
zonnejaren, maanjaren en mengvormen van deze typen jaren.[4]
In de tekst van de eerste bijbelse chronologie is niets vermeld over het
gebruikte type jaar. Aansluitend op de eerste
bijbelse chronologie is opgemerkt dat tussen de geboorte van Jezus en de
"verderfelijke verleiding der Saracenen" (de stichting van de
Islam) een periode van ongeveer 621 jaar heeft gelegen, wat onmiskenbaar
zonnejaren zijn. c.
Bronnen
Volgens de Brief aan Henri II is bij de eerste bijbelse chronologie
gebruik gemaakt van drie bronnen: de Bijbel, astrologie en "het
zwakke verstand". Volgens de tekst is de opgegeven duur van de
periode David - Jezus gebaseerd op berekeningen van "talloze
tijdgeleerden", zodat het totaal aantal bronnen vier is.
Het is niet duidelijk welke bijbelse tijdgegevens ten grondslag hebben
gelegen aan de eerste bijbelse chronologie. Brind'Amour heeft voor twee
perioden corresponderende bijbelse bronnen gevonden, waarbij hij bij de
periode Adam - Noach uitging van een zetfout in de tekst van de eerste bijbelse
chronologie.[5] Het is ook niet duidelijk welke functie de
astrologie en het "zwakke verstand" hebben gehad bij het
samenstellen van de eerste bijbelse chronologie.
Bij de tweede bijbelse chronologie is gebruik gemaakt van de Bijbel en
van berekeningen van bijbelgeleerden. In deze chronologie is geen rol
weggelegd voor de astrologie of het "zwakke verstand".
In de eerste bijbelse chronologie is de duur van de periode David -
Jezus gebaseerd op berekeningen van "tijdgeleerden". In
de tweede bijbelse chronologie is de duur van de periode Begin bouw Tempel
- Jezus gebaseerd op berekeningen van "bijbelgeleerden".
Anders gezegd: in de twee chronologieën is de tijdsduur voor nagenoeg
dezelfde periode ontleend aan berekeningen van geleerden. Deze
overeenkomst vloeit voort uit de tekst van de Brief aan Henri II die
uiteindelijk in omloop is gekomen; Brind'Amour heeft verondersteld dat
in de oorspronkelijke tekst sprake is geweest van een periode Begin bouw
Tempel onder Salomo - Begin bouw tweede Tempel onder Darius, en van een periode
Begin bouw tweede Tempel - Jezus, welke periode volgens bijbelgeleerden
490 jaar zou hebben geduurd. Voor de periode Begin bouw Tempel onder
Salomo - Begin bouw Tempel onder Darius hield hij 531 jaar aan. Van deze
531 jaar kunnen er 501 worden herleid uit het Oude Testament.[6]
In de tekst van de eerste bijbelse chronologie is afstand genomen van de
werken van de Romeinse schrijver Marcus Terentius Varro. Bij het
samenstellen van de eerste bijbelse chronologie zijn diens tijdgegevens
niet gebruikt. Verder is opgemerkt dat de berekeningen strijdig zijn met
die van Eusebius van Caesarea, bijgenaamd: de Vader van de
Kerkgeschiedenis. Deze strijdigheid lijkt te worden bevestigd door de
bevindingen van Brind'Amour.[7]
Uit de tekst van de tweede bijbelse chronologie blijkt dat
gebruik is gemaakt van de Bijbel en berekeningen van
bijbelgeleerden. Het bij benadering opgegeven totaal van 4173 jaar en 8
maanden is niet vergeleken met totalen die uit andere bronnen
voortvloeien en er is geen afstand genomen van het werk van Varro. d.
Tijdspannen
In de tekst van de eerste bijbelse chronologie is de totale tijdspanne
niet opgegeven, in tegenstelling tot de tekst van de tweede bijbelse
chronologie. Het opgegeven totaal van de tweede bijbelse chronologie
(ongeveer 4173 jaar en 8 maanden) komt niet overeen met het totaal dat
voortvloeit uit de afzonderlijke tijdspannen in deze chronologie (4092
jaar en 2 maanden). Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheden in de
perioden Schepping - Noach en Tempel - Jezus in de tekst die
uiteindelijk in omloop is gekomen.[8]
De afzonderlijke tijdspannen in de tweede bijbelse chronologie zijn
opgegeven zonder voorbehoud. Nergens staat de vermelding
"ongeveer" en voor iedere periode is één tijdspanne
opgegeven. Het opgegeven totaal van 4173 jaar en 8 maanden heeft wel het
voorbehoud "ongeveer". In de eerste bijbelse chronologie
daarentegen zijn vrijwel alle afzonderlijke tijdspannen bij benadering
opgegeven ("ongeveer"), uitgezonderd de tijdspanne van de
periode David - Jezus, die op 1350 jaar is gesteld. De duur van deze
periode is ontleend aan berekeningen van "talloze
tijdrekenaars". e.
De tijd na Jezus
In de eerste bijbelse chronologie is bij benadering de duur opgegeven
van de periode tussen de geboorte van Jezus en de stichting van de Islam
(621 jaar). Het jaar waarin de Islam ontstond, fungeert kennelijk als
ijkpunt, gelet op de opmerking dat daarvandaan gemakkelijk kan worden
nagegaan welke perioden er zijn verstreken en of de berekeningen
aangaande de toekomst juist zijn.
In de tweede bijbelse chronologie is van berekeningen rond de
periode Geboorte Jezus - datum Brief afgezien, vanwege "de verscheidenheid
der sekten". In tegenstelling tot de eerste bijbelse chronologie is
er geen ijkpunt waarmee verstreken perioden kunnen worden
gecontroleerd en waarmee berekeningen aangaande de toekomst kunnen
worden geverifieerd. f.
De toekomst
In samenhang met iedere bijbelse chronologie zijn voorspellingen
gedaan. Deze voorspellingen hebben verschillende looptijden en het einde
van hun looptijd is niet gedateerd.
De looptijd van de voorspellingen die samenhangen met de eerste bijbelse
chronologie begint op 14 maart 1557.[9] Deze voorspellingen lopen
door tot een moment waarop het aantal tegenstanders van Jezus Christus
en Zijn kerk sterk toeneemt. In de Brief aan Henri II is dit moment
omschreven als "het begin van het zevende millennium".[10] In
dit tijdsbestek zijn de jaren 1585 en 1606 met name genoemd.
De looptijd van de voorspellingen die samenhangen met de tweede bijbelse
chronologie begint met een ongedateerde opsomming van posities van
planeten, de Maan en de maansknopen; een serie retrogradaties, een serie
aspecten en de afwezigheid van Zons- en Maansverduisteringen. Onderzoek
heeft uitgewezen dat dit alles zich heeft voorgedaan in 1606, zodat dat jaar kan
worden aangemerkt als het jaar waarin de looptijd begint.[11] De
looptijd eindigt met een zinspeling op de terugkeer van Satan na het
einde van het Duizendjarig Rijk. Noch het begin van het
Duizendjarig Rijk is gedateerd noch het einde. In dit tijdsbestek is het jaar 1792
met name genoemd, evenals het (ongedateerde) begin van het zevende
millennium. g.
Overkoepelende tijdstructuren
In het onderzoek dat aan dit artikel ten grondslag ligt, is
verondersteld dat iedere bijbelse chronologie deel uitmaakt van een
overkoepelende tijdstructuur. Over de eerste bijbelse chronologie is
verondersteld dat deze deel uitmaakt van een structuur van 7000 jaar, die
begint met de schepping van Adam en eindigt met de toename van het
aantal tegenstanders van Jezus Christus en Zijn kerk.[12] Over de tweede
bijbelse chronologie is verondersteld dat deze deel uitmaakt van een
structuur van 8000 jaar, die begint met de schepping van de wereld en
eindigt met de terugkeer van Satan na het einde van het Duizendjarig
Rijk.[13] Samenvatting
De bijbelse chronologieën in de Brief aan Henri II hebben
vrijwel geen raakvlakken met elkaar. Ze bestrijken verschillende perioden en zijn
verschillend opgebouwd.
In de eerste bijbelse
chronologie zijn vrijwel alle tijdspannen bij benadering gegeven. In de meeste gevallen is de
bron onduidelijk, ondanks de informatie daarover in de Brief. Het is ook
niet duidelijk in hoeverre de astrologie en "het zwakke
verstand" een rol hebben gespeeld bij de samenstelling. In de
tweede bijbelse chronologie is er duidelijkheid over de aard van de
bronnen die eraan ten grondslag liggen en zijn alle tijdspannen exact
opgegeven, uitgezonderd het opgegeven totaal, dat bij benadering is
gegeven.
Rekenkundige overwegingen (het gebruikte type jaar) zijn alleen gemaakt
bij de tweede bijbelse chronologie, niet bij de eerste. Bij de eerste bijbelse chronologie heeft een doortelling plaatsgevonden
vanaf de geboorte van Jezus tot het jaar 621 AD (een zonnejaar). De
tekst van de Brief aan Henri II geeft aan dat het moment waarop de Islam
werd gesticht, een ijkpunt is wat betreft de verstreken perioden en de
berekeningen aangaande de toekomst. Bij de tweede bijbelse chronologie is vanwege
"de verscheidenheid der sekten" niet doorgeteld vanaf de
geboorte van Jezus, ondanks dat in deze chronologie het zonnejaar is
gebruikt.
In de eerste bijbelse chronologie is afstand genomen van twee
bronnen: de werken van Varro en de berekeningen van Eusebius. Bij de
tweede bijbelse chronologie ligt dit anders. De afzonderlijke
tijdspannen in deze chronologie kunnen worden teruggevoerd op de Bijbel
en op berekeningen van bijbelgeleerden, zij het dat brononderzoek niet
heeft uitgewezen welke berekeningen van bijbelgeleerden ten grondslag
hebben gelegen aan de duur van 1021 jaar en 6 maanden van de periode
Tempel - Jezus.
Elk van de bijbelse chronologieën vergezelt een serie voorspellingen.
Deze voorspellingen verschillen van elkaar in looptijd, aanvangsmoment
en moment van einde. In de Brief aan Henri II staan hieromtrent geen
concrete data genoemd, maar zijn er aanwijzingen waaruit dit alles kan
worden herleid.
In het onderzoek dat aan dit artikel ten grondslag ligt is aangenomen
dat iedere bijbelse chronologie deel uitmaakt van een tijdstructuur. De
eerste bijbelse chronologie lijkt deel uit te maken van een
tijdstructuur die 7000 jaar omvat, de tweede lijkt deel uit te maken van
een tijdstructuur die 8000 jaar omvat.
|
Item |
Eerste
bijbelse chronologie |
Tweede
bijbelse chronologie |
|
Aantal
perioden |
Vijf. |
Tien. |
|
Begin
eerste periode |
Schepping
van Adam. |
Schepping
van de wereld. |
|
Markering
perioden |
Namen van
bijbelse personen. |
Namen van
bijbelse personen.
Verwijzingen naar bijbelse gebeurtenissen. |
|
Gebruikt
jaartype |
Niet
vermeld; niet bediscussieerd. |
Zonnejaar
(afweging
tussen zonnejaar, maanjaar en lunisolaire jaren). |
|
Gebruikte
bronnen |
Bijbel.
Astrologie.
Het zwakke verstand.
Tijdrekenaars (periode David - Jezus). |
Bijbel.
Bijbelgeleerden (periode Tempel - Jezus). |
|
Uitgesloten
bronnen |
Varro. |
Geen. |
|
Strijdige
bronnen |
Eusebius. |
Geen. |
|
Totale
tijdspanne |
Niet
opgegeven. |
Ongeveer
4173 jaar en 8 maanden. |
|
Totaal
afzonderlijke tijdspannen |
4757 en
4758 jaar. |
4092 jaar
en 2 maanden. |
|
Exactheid
afzonderlijke tijdspannen |
De
tijdspanne van de periode David - Jezus is met een exact totaal
opgegeven.
De overige tijdspannen zijn bij benadering opgegeven (ongeveer).
Voor de periode Abraham - Mozes zijn bij benadering twee tijdspannen
opgegeven: ongeveer 515 of 516 jaar. |
Alle
afzonderlijke tijdspannen zijn met exacte totalen opgegeven.
Er is geen periode waarvoor méér dan één tijdspanne is
opgegeven. |
|
Tijd na
geboorte Jezus |
Periode
geboorte Jezus - stichting Islam: ongeveer 621 jaar.
|
Geen
perioden berekend wegens "de verscheidenheid
van sekten". |
|
Toekomstige
momenten |
1585.
1606.
14 maart 1557.
Begin zevende millennium. |
Dierenriemtekens,
retrogradaties en aspecten.
1792.
Het zevende millennium.
Begin Duizendjarig Rijk.
Terugkeer van Satan na het einde van het Duizendjarig Rijk. |
|
IJkmoment |
621 AD. |
Geen. |
|
Vermoedelijk
overkoepelende tijdstructuur |
7000 jaar,
van 4757/4758 vChr tot 2242 AD. In dat jaar neemt het aantal
tegenstanders van Jezus Christus en Zijn kerk sterk toe. |
8000 jaar,
van 25-04-4174 vChr tot 25-04-3827 AD. Op die datum loopt het
Duizendjarig Rijk ten einde en keert Satan terug. |
De Meern, 8 mei 2005
T.W.M.
van Berkel
Noten
- De Franse brontekst van de Brief aan Henri II:
facsimile-Chomarat-2000, p.153-173. [tekst]
- Brind'Amour 1993a, p.176-177. [tekst]
- Brind'Amour 1993a, p.172-174. [tekst]
- Het zonnejaar duurt 365,25 dagen; het maanjaar 354 dagen.
Bij de
verschillende typen lunisolaire jaren (gebonden maanjaren) worden
verschillende methoden toegepast om het maanjaar te koppelen aan het
zonnejaar. [tekst]
- Brind'Amour 1993a, p.173. [tekst]
- Van Berkel: De eerste bijbelse
chronologie;
Brind'Amour 1993a, p.175-176. [tekst]
- Brind'Amour 1993a, p.173-174. [tekst]
- Van Berkel: De
tweede bijbelse chronologie. [tekst]
- In onder andere de editie-Amsterdam-1668 is niet
de datum 14 maart 1557 vermeld, maar de datum 14 maart 1547. [tekst]
- Hiermee kan het jaar 7000 AM zijn bedoeld (Van Berkel: De
eerste bijbelse chronologie). [tekst]
- De vermelde posities
van de planeten, de Maan en de maansknopen kunnen zich hebben voorgedaan
op 1 januari 1606, Juliaanse kalender (Wöllner, p.28-29; Van Berkel: Voorspellingssystemen).
Brind'Amour heeft deze posities gedateerd op 28 januari 1606,
Juliaanse kalender, omdat het op die datum voor het eerst in 1606
Nieuwe Maan was (Brind'Amour 1993a, p.256-257). [tekst]
- Van Berkel: De
eerste bijbelse chronologie. [tekst]
- Van Berkel: De
tweede bijbelse chronologie. [tekst]
|