|
Op
deze website wordt uitvoerig aandacht besteed aan de bijbelse
chronologieën die deel uitmaken van de Brief aan Henri II en de
scheppingsjaren die voortvloeien uit het Voorwoord aan César, de Brief
aan Henri II en een aantal Almanachs.
In het artikel dat u zojuist hebt geopend, wordt de tweede bijbelse
chronologie besproken. Dit artikel komt in de plaats van het
gelijknamige artikel dat was geschreven op 19 juni 2003 en aangevuld op
22 februari 2004.
Andere artikelen over de bijbelse
chronologieën en de scheppingsjaren:
|
Kenmerken
van de tweede bijbelse chronologie
De tweede
bijbelse chronologie gaat vooraf aan een serie voorspellingen die loopt
van 1606 tot 1792. Daarna volgt een serie voorspellingen die loopt van
1792 tot het (ongedateerde) begin van het zevende millennium. Tenslotte
is er een (ongedateerde) serie voorspellingen, waarvan het begin
misschien teruggrijpt op de vervolging van de Kerk, voorspeld voor 1606,
en waarvan het einde samenvalt met het (ongedateerde) einde van het
bijbelse Duizendjarig Rijk, zonder dat is verwezen naar het zevende
millennium.
In de tweede bijbelse
chronologie is aan de hand van bijbelse personen en bijbelse
gebeurtenissen de periode beschreven die loopt van de schepping van de
wereld tot de geboorte van Jezus.
Volgens de Brief aan Henri II is de tweede bijbelse chronologie
gebaseerd op de Bijbel en (in het geval van de periode Tempel - Jezus)
op berekeningen van bijbelgeleerden. De chronologie begint met de
schepping van de wereld en eindigt met de geboorte van Jezus. Vanwege de
"uiteenlopendheid van sekten" is de periode na de geboorte van
Jezus niet beschreven.
Aan
het begin van de tweede bijbelse chronologie is bediscussieerd of in de
Bijbel is gerekend in zonnejaren, maanjaren of een mengeling van deze
jaren. De discussie is afgesloten met de opmerking dat is aangenomen dat
in de Bijbel is gerekend in zonnejaren. Een zonnejaar telt 365,25 dagen
en een maanjaar 354 dagen. Bij de diverse typen lunisolaire jaren worden
verschillende methoden toegepast om het maanjaar te koppelen aan het zonnejaar.
De tweede
bijbelse chronologie wordt afgesloten met de opmerking dat haar
tijdspanne ongeveer 4173 jaar en 8 maanden bedraagt (afgerond: 4174
jaar). De tijdspanne die voortvloeit uit de tijdgegevens in deze
chronologie is kleiner: 4092 jaar en 2 maanden.
In de tweede bijbelse chronologie is de duur van de perioden zonder
beperking gegeven, uitgezonderd de duur van de totale tijdspanne, die
vergezeld gaat van de opmerking "min of meer". In tabel 1 is
deze beperking aangegeven met het symbool ±.
Tabel
1. Tweede bijbelse chronologie
(Brief aan Henri II)
|
Periode |
Jaren |
|
Schepping
- Noach |
1506 |
|
Noach
- Ark |
600 |
|
Zondvloed
(afgerond) |
1 |
|
Einde
Zondvloed
- Abraham |
295 |
|
Abraham - Isaak |
100 |
|
Isaak
-
Jakob |
60 |
|
Egypte
-
Exodus |
130 |
Egypte
- Exodus |
430 |
|
Exodus
- Tempel |
480 |
|
Tempel
- Jezus |
490 |
|
Totaal
(berekend
en afgerond) |
4092 |
|
Opgegeven
totaal (afgerond) |
±
4174 |
Zetfouten en afwijkingen
In de tweede bijbelse chronologie
staat dat de duur van de perioden is ontleend aan de Bijbel, met uitzondering
van de duur van de periode Tempel - Jezus, die is ontleend aan
berekeningen van bijbelgeleerden. In het onderzoek dat ten grondslag
ligt aan Nostradamus, astrologie
en de Bijbel, is de
duur van deze perioden vergeleken met de ter zake doende gegevens in de rooms-katholieke
Willibrord
vertaling
van de Bijbel (1978). Het rekenen aan de hand van tijdgegevens die zijn
opgetekend in de Bijbel, kan ook worden teruggevonden in de Chronicorum van Eusebius.[1]
a. De
periode Schepping - Noach
…comptans
les ans depuis la creation du monde, jusques à la naissance de Noë,
sont passez mil cinq cens et six ans…
De tijdspanne van 1506
jaar is geverifieerd aan tijdgegevens in
Genesis 5 aangaande de leeftijd van de aartsvaders ten tijde van
het verwekken van hun oudste zoon.
Volgens Genesis
1,31 was Adam geschapen op de zesde dag van het scheppingsproces. Deze
dagen zijn in de tweede bijbelse chronologie niet meegerekend.
Volgens de
tijdgegevens in Genesis 5 heeft de periode Schepping - Noach niet 1506 jaar
geduurd, maar
1056 jaar. In dit deel van de chronologie staan de
telwoorden mil cinq cens et six
gedrukt (1506), niet de telwoorden mil cinquante et six (1056).
De telwoorden cinq cens lijken het gevolg te zijn van een zetfout.[2]
Brind'Amour (Nostradamus astrophile, 1993) en Wöllner (Das
Mysterium des Nostradamus, 1926) hebben dit eveneens opgemerkt.[3]
Tabel 2. Periode Adam
- Noach
(Van Berkel, 2005)
|
Genesis |
Aartsvaders
|
Jaren |
|
Genesis 5,3 |
Adam - Seth |
130 |
|
Genesis 5,6 |
Seth - Enos |
105 |
|
Genesis 5,9 |
Enos - Kenan |
90 |
|
Genesis 5,12 |
Kenan - Mahalalel |
70 |
|
Genesis 5,15 |
Mahalalel - Jered |
65 |
|
Genesis 5,18 |
Jered - Henoch |
162 |
|
Genesis 5,21 |
Henoch - Metusalach |
65 |
|
Genesis 5,25 |
Metusalach - Lamech |
187 |
|
Genesis 5,28 |
Lamech - Noach |
182 |
|
Totaal |
1056 |
b. De periode Noach - Ark en de
Zondvloed
…depuis la naissance de
Noë iusques à la parfaicte fabrication de l’arche, approchent de
l’universelle inondation passerent six cens ans…
…et à la fin d’iceux six cens ans Noë entra dans l’arche pour
estre sauvé du deluge, & fut iceluy deluge universel sus la terre,
& dura un an et deux mois…
In de tweede bijbelse
chronologie staat dat tussen de geboorte van Noach en de voltooiing van
de bouw van de Ark 600 jaar hebben gelegen. In Genesis 7,6 staat een
tijdspanne vermeld van 600 jaar. Uit de voorgaande en navolgende verzen
blijkt dat deze tijdspanne kan worden gerelateerd aan het aantal jaren
tussen de geboorte van Noach en de voltooiing van
de bouw van de Ark.
In Genesis 7,1-5 is verteld dat God aan Noach
het bevel gaf om met zijn familie en de dieren intrek te nemen in de
Ark, omdat na zeven nachten er een periode van regen zou aanbreken die
veertig dagen en veertig nachten zou duren en die al wat bestaat, van de
aardbodem zou wegvagen. In Genesis 7,6 staat dat Noach
600 jaar was toen de Zondvloed over de
aarde kwam en in Genesis 7,7-10 staat beschreven dat het water over de
aarde kwam, nadat Noach in zeven dagen tijd gehoor had gegeven aan Gods
bevel.
In Genesis 7,11 staat dat de Zondvloed uitbrak op de 17e dag in
de 2e maand in het 600e levensjaar van Noach. In Genesis 8,13-14 staat
dat de Zondvloed eindigde op de 27e dag van de 2e maand van het 601e
levensjaar van Noach. Volgens Genesis was de duur van de Zondvloed 1
jaar en 10 dagen. De tijdspanne in de tweede bijbelse chronologie bedraagt 1 jaar
en 2 maanden, 50 dagen meer. In het onderzoek is geen oorzaak gevonden
voor dit verschil.
De tijdgegevens in de
Bijbel zijn niet altijd geschikt voor het opstellen van een exacte
chronologie van personen en gebeurtenissen. Soms zijn tijdgegevens in
het ene bijbelvers strijdig met tijdgegevens in een ander bijbelvers.
Soms kan een tijdgegeven op meerdere manieren worden uitgelegd.
Een voorbeeld van de verwarring die door strijdige tijdgegevens wordt
veroorzaakt, is de leeftijd van Noach ten tijde van het uitbreken van de
Zondvloed. Volgens Genesis 7,6 was
Noach 600 jaar oud bij het uitbreken van de Zondvloed. Volgens Genesis
7,11 brak de Zondvloed uit in Noachs 600e levensjaar, wat betekent dat hij
bij het uitbreken 599 jaar was. In Genesis 8,13 staat dat er in het 601e
jaar een einde kwam aan de Zondvloed. Dit wijst op een leeftijd van 600
jaar. In Genesis
9,28-29 staat dat Noach na de Zondvloed nog 350 jaar leefde en op
950-jarige leeftijd stierf. De woorden "na de Zondvloed"
hebben de betekenis "na het einde van de Zondvloed". Als deze
woorden worden uitgelegd als "na het uitbreken van de
Zondvloed", is er een rekenkundig verband met Genesis 7,6.
In Genesis 11,10 staat dat Sem, de zoon van Noach, op 100-jarige
leeftijd Arpaksad verwekte, twee jaar na de Zondvloed. In Genesis 5,32
staat echter dat Noach 500 jaar oud was toen hij Sem verwekte, zodat Sem
ten tijde van het uitbreken van de Zondvloed al 100 jaar was.
Ondergetekende houdt op grond van Genesis 5,32 en 7,6 aan dat Noach ten
tijde van het uitbreken van de Zondvloed 600 jaar oud was.
c. De periode Einde
Zondvloed - Abraham
…et
depuis la fin du deluge iusques à la nativité d’Abraham, passa le
nombre des ans de deux cens nonante cinq…
Het totaal in Genesis
11 van deze periode is 292 jaar, drie jaar kleiner dan het totaal van 295 jaar in de
tweede bijbelse chronologie.
De gegevens in Genesis omtrent de verwekking van Arpaksad bevatten een
telfout. In Genesis 11,10 staat dat
Sem 100 jaar was toen hij Arpaksad verwekte, met als toevoeging:
"twee jaar na de vloed". Volgens Genesis 5,32 was Noach 500
jaar toen hij Sem verwekte. De Zondvloed brak 100 jaar later uit, wat
betekent dat Sem al 100 jaar was ten tijde van het uitbreken van de Zondvloed. De woorden "twee jaar na de vloed"
moeten worden gelezen
als "twee jaar na het einde van de Zondvloed", die volgens
Genesis 7,11 en 8,13-14 1 jaar en 10 dagen heeft geduurd.
Tabel 3. Periode
Einde Zondvloed - Abraham
(Van Berkel, 2005)
|
Genesis |
Periode |
Jaren |
|
Genesis 11,10 |
Einde Zondvloed - Arpaksad |
2 |
|
Genesis 11,13 |
Arpaksad - Selach |
35 |
|
Genesis 11,14 |
Selach - Eber |
30 |
|
Genesis 11,16 |
Eber - Peleg |
34 |
|
Genesis 11,18 |
Peleg - Reü |
30 |
|
Genesis 11,20 |
Reü - Serug |
32 |
|
Genesis 11,22 |
Serug - Nachor |
30 |
|
Genesis 11,24 |
Nachor - Terach |
29 |
|
Genesis 11,26 |
Terach - Abraham |
70 |
|
Totaal |
292 |
d. Abraham - Isaak - Jakob
…et depuis la nativité
d’Abraham iusques à la nativité d’Isaac, passerent cent ans. Et
depuis Isaac iusques à Iacob, soixante ans…
Deze gegevens komen
overeen met Genesis 21,5, waarin staat dat Abraham 100
jaar was toen hij Isaak verwekte; en Genesis 25,26, waarin staat dat Isaak 60
jaar was toen hij Jakob verwekte.
e. Jakob - Egypte - Exodus
…des l’heure qu’il
entra dans Egypte, iusques en l’yssue d’iceluy passerent cent trente
ans. Et depuis l’entrée de Iacob en Egypte iusques à l’yssue
d’iceluy passerent quatre cens trente ans…
De
getallen die zijn vermeld in dit deel van de tweede bijbelse
chronologie, corresponderen met de getallen die zijn vermeld in Genesis
47,9 en Exodus 12,40. Echter, in de tweede bijbelse chronologie is Genesis 47,9 verkeerd aangehaald,
terwijl Exodus 12,40 correct is aangehaald. In Genesis 47,9 staat dat
Jakob 130 jaar was toen hij in Egypte arriveerde. In Exodus 12,40 staat dat
de Israëlieten de Exodus begonnen na 430 jaar in Egypte te hebben
geleefd.
Brind'Amour en Wöllner hebben eveneens opgemerkt dat Genesis 47,9 niet
correct is aangehaald.[4]
f. De
periode Exodus – Tempel
…Et depuis l’yssue
d’Egypte iusques à la edification du temple saicte par Salomon au
quatrieme an de son regne, passerent quatre cens octante ou quatre vingt
ans…
Dit fragment is een
vrijwel letterlijke aanhaling van 1 Koningen 6,1. Hierin staat dat in
het 480e jaar na de Exodus, in het vierde regeringsjaar van Salomo, in
de tweede maand, de bouw van de Tempel begon. In 1 Koningen 6,38 staat
dat de bouw was voltooid in de achtste maand in het elfde regeringsjaar
van Salomo. In de tweede bijbelse chronologie staat hierover niets
vermeld.[5]
g. De
periode Tempel - Jezus
…Et depuis l’edification du temple
iusques à Iesus Christ selon la supputation des hierographes passerent
quatre cens nonante ans…
De periode Tempel - Jezus
is de enige periode in de tweede bijbelse chronologie waarin wordt
verwezen naar
bijbelgeleerden in plaats van de Bijbel. Dit lijkt te worden veroorzaakt door
een gebrek aan tijdgegevens aangaande de periode Voltooiing herbouw Tempel -
geboorte Jezus. In 1 en 2 Koningen staan tijdgegevens aangaande de duur
van de regeringsperioden van de koningen van Juda. In 2 Kronieken staan
tijdgegevens aangaande de duur van de Babylonische ballingschap en in Ezra
staan tijdgegevens aangaande de aanvang en duur van de herbouw van de
Tempel na het einde van de Babylonische ballingschap.
In 1 Koningen 11,42 staat dat het
koningschap van Salomo 40 jaar duurde. De periode Exodus - Tempel was
berekend vanaf de Exodus tot het vierde regeringsjaar van Salomo. Daarom
is in onderstaande tabel de duur van het koningschap van Salomo op 36
jaar gesteld, gerekend vanaf de aanvang van de bouw van de Tempel.
Het koningschap van Achazja duurde 1 jaar. Nadat hij was vermoord, nam
Atalya, zijn echtgenote, het bewind over terwijl Joas, zijn zoon, was
ondergedoken. Het koningschap van Joas duurde 40 jaar. Daarom moet de
periode waarin hij was ondergedoken, ook worden meegenomen in de
berekeningen.
Het koningschap van Joachaz duurde 3 maanden.
In 2 Koningen 24,8 in de Willibrord vertaling (1978) staat dat Jojakin 3
jaar lang koning was van Juda. Dit is een zetfout. Volgens latere edities van
de Willibrord vertaling, die in dit opzicht overeenstemmen
met 2 Koningen 24,8 in de NBG-vertaling
(1951), heeft het koningschap van Jojakin 3 maanden geduurd.
Tussen de aanvang van de bouw van de Tempel in het vierde regeringsjaar
van Salomo en de aanvang van de herbouw ervan, liggen volgens tijdgegevens in het Oude
Testament ongeveer 501 jaar. Tussen de aanvang van
de bouw van de Tempel in het vierde regeringsjaar van Salomo en de voltooiing van de herbouw ervan,
liggen volgens tijdgegevens in het Oude Testament ongeveer 505 jaar. In het Oude Testament ontbreken
tijdgegevens waarmee kan worden berekend hoeveel jaar zijn verstreken
tussen de voltooiing van de herbouw van de Tempel en de geboorte van
Jezus.
Tabel 4. Periode koningschap
Salomo (vanaf aanvang bouw Tempel) - voltooiing herbouw Tempel
(Van Berkel, 2005)
|
Bijbel |
Periode |
Jaren |
|
1 Koningen 11,42 |
Koningschap
Salomo vanaf aanvang bouw Tempel |
36 |
|
1 Koningen 14,21 |
Koningschap
Rechabeam |
17 |
|
1 Koningen 15,2 |
Koningschap
Abia |
3 |
|
1 Koningen 15,10 |
Koningschap
Asa |
41 |
|
1 Koningen 22,42 |
Koningschap
Josafat |
25 |
|
2 Koningen 8,17 |
Koningschap
Jorat |
8 |
|
2 Koningen 8,26 |
Koningschap
Achazja |
1 |
|
2 Koningen 11,3 |
Joas
ondergedoken |
6 |
|
2 Koningen 12,2 |
Koningschap
Joas |
40 |
|
2 Koningen 14,2 |
Koningschap
Amasja |
29 |
|
2 Koningen 15,2 |
Koningschap
Azarja |
52 |
|
2 Koningen 15,32 |
Koningschap
Jotam |
16 |
|
2 Koningen 16,2 |
Koningschap
Achaz |
16 |
|
2 Koningen 18,2 |
Koningschap
Hizkia |
29 |
|
2 Koningen 21,2 |
Koningschap
Manasse |
55 |
|
2 Koningen 21,19 |
Koningschap
Amon |
2 |
|
2 Koningen 22,1 |
Koningschap
Josia |
31 |
|
2 Koningen 23,31 |
Koningschap
Joachaz (afgerond) |
0 |
|
2 Koningen 23,36 |
Koningschap
Jojakim |
11 |
|
2 Koningen 24,8 |
Koningschap
Jojakin (afgerond) |
0 |
|
2 Koningen 24,11 |
Koningschap
Sidkia |
11 |
|
2 Kronieken 36,21 |
Duur
Babylonische ballingschap |
70 |
|
Ezra 3,8
|
Einde
ballingschap - aanvang herbouw Tempel (afgerond)
|
2 |
|
Ezra 6,15
|
Duur herbouw Tempel (afgerond)
|
4 |
|
Totaal
(afgerond) |
505 |
Revisies
van de tweede bijbelse chronologie
In de Brief aan Henri II staat dat de
tweede bijbelse chronologie een totaal heeft van ongeveer 4173 jaar en 8 maanden:
…et ainsi par ceste
supputation que i’ay faicte colligee par les sacrees lettres sont
environ quatre mille cent septante trois ans, & huict moys peu ou
moins…
De tijdspannen van de
perioden van de tweede bijbelse chronologie zoals ze in de Brief aan Henri II staan, vormen een
totale tijdspanne van 4092 jaar en 2 maanden, 81 jaar en 6 maanden
korter dan de tijdspanne die is vermeld aan het eind van de tweede bijbelse chronologie. De
verklaring voor dit verschil moet worden gezocht in de perioden Schepping - Noach en Tempel -
Jezus.
Volgens de tweede bijbelse chronologie is de duur van de periode Schepping -
Noach 1506 jaar, 450 jaar langer dan de duur van 1056 jaar die voortvloeit uit
Genesis. Dit verschil is veroorzaakt door een zetfout (cinq cens in plaats van cinquante). Na correctie van dit verschil
blijkt dat in de tweede bijbelse chronologie het aantal jaren tussen de
schepping van de wereld en de aanvang van de bouw van de Tempel 3152 jaar en 2 maanden is. Het aantal jaren
dat volgens de Brief aan Henri II ligt tussen de schepping van de wereld en de
geboorte van Jezus is ongeveer 4173 jaar en 8 maanden. Hieruit volgt dat de periode
Aanvang bouw Tempel - geboorte Jezus
volgens de tweede bijbelse chronologie ongeveer 1021 jaar en 6 maanden kan hebben geduurd
(4173 jr 8 mnd - 3152 jr 2 mnd).
In de tweede bijbelse chronologie staat dat de periode Tempel - Jezus 490 jaar heeft
geduurd. De vraag is nu in hoeveel perioden in de tweede bijbelse chronologie de
periode van 1021 jaar en 6 maanden ingedeeld zou zijn geweest, wat de duur zou
zijn geweest van die perioden en wat de herkomst is van het getal 490.
a. Wöllner (1926)
Wöllner heeft het woord "Schepping" niet opgevat als een
verwijzing naar de schepping van de wereld, maar als een verwijzing naar de
schepping van Adam. Op grond van tijdgegevens in Genesis 7,11 stelt hij de periode Noach - Begin
Zondvloed op 601 jaar.
Volgens Wöllner is een tijdspanne van 490 jaar van de periode Tempel - Jezus strijdig met de bijbelwetenschap. Hij heeft in
dit verband opgemerkt dat de telwoorden ou quatre vingt ans in de periode Exodus
- Tempel merkwaardig zijn gekozen, niet alleen omdat ze volgen na de
telwoorden quatre cens octante (480) en dus in zekere zin overbodig zijn,
maar ook omdat in de Brieven en de Centuriën steeds de telwoorden septante,
octancte en nonante zijn gebruikt en niet de telwoorden soixante-dix,
quatre-vingts of quatre-vingt-dix.
Wöllner heeft verondersteld dat het telwoord woord vingts (van quatre-vingts)
in de tekst van de periode Exodus - Tempel afkomstig is uit de tekst van de periode
Tempel - Jezus. In die
tekst is volgens hem het woord mil weggevallen; het oorspronkelijke
telwoord zou
mil vingts zijn geweest, 1020. De telwoorden quatre cens nonante ans in de tekst van de periode Tempel -
Jezus zijn volgens hem afkomstig uit de tekst die betrekking heeft op de
periode Exodus - Tempel.
Volgens Wöllner hebben in de tekst die ten grondslag zou liggen aan de tekst van
de tweede bijbelse chronologie die uiteindelijk in omloop is gekomen, onder
andere de volgende gegevens gestaan:
-
Adam -
Noach: mil cinquante et six ans
-
Exodus - Tempel: quatre
cens octante ou nonante ans
-
Tempel - Jezus: mil
vingt ans
In de tekst zoals die in omloop is
gekomen, staat:
-
Schepping - Noach: mil
cinq cens et six ans
-
Exodus - Tempel: quatre
cens octante ou quatre-vingts ans
-
Tempel - Jezus: quatre
cens nonante ans
Wöllner heeft in zijn revisie van de tweede bijbelse chronologie gesteld dat
de periode Tempel - Jezus oorspronkelijk uit één periode heeft bestaan,
waaraan hij een duur heeft toegekend van 1020 jaar. Aan de periode Exodus - Tempel
heeft hij twee tijdspannen toegekend: 480 en 490 jaar.[6]
b. Van Berkel (2005
[1986-88])
Toen in de jaren '80 het onderzoek begon dat in 2002 zou uitmonden in de
publicatie van Nostradamus, astrologie en de Bijbel, beschikte ik over
twee uitgaven van de Profetieën: de vertaling-Vreede-1941 (de
eerste Nederlandse vertaling van de Profetieën, gemaakt door prof. dr. mr. H.
Houwens Post onder het pseudoniem mr. dr. W.L. Vreede) en Leoni's Nostradamus
and his Prophecies (1982 [1961]).
Houwens Post had volgens eigen zeggen zijn vertaling gebaseerd op een editie van de
Profetieën die in 1558 in Lyon was uitgegeven. In de inleidende tekst op de
vertaling-Vreede-1941 stipte de uitgever dit eveneens aan. In de
vertaling-Vreede-1941 staat overigens geen lijst van geraadpleegde literatuur.
In 1982 heb ik de vertaling-Vreede-1941, die geen volledige, parallelle Franse brontekst
bevat, vergeleken met de Franse tekst in
het boek van Leoni. Wat opviel, was dat in de
vertaling-Vreede-1941 de periode Jakob - Egypte - Exodus correct was
geformuleerd, in tegenstelling tot de Franse tekst in het boek van Leoni. Verder viel op dat in de vertaling-Vreede-1941 twee
tijdspannen waren vermeld voor de periode Exodus - Tempel (480 en 490 jaar),
terwijl in de Franse tekst in het boek van Leoni slechts één tijdspanne was vermeld
(480 jaar) in dubbele
bewoordingen, en
dat voor de periode Tempel - Jezus een tijdspanne was vermeld van 1020 jaar
(Leoni: 490 jaar). Daarentegen stemden de vertaling-Vreede-1941 en de Franse
tekst in het boek
van Leoni met elkaar overeen wat betreft de duur van de periode Schepping - Noach
(1506 jaar). Deze observaties brachten
mij tot de veronderstelling dat Houwens Post een editie van de Profetieën had
gebruikt, die afweek van de editie-Bonhomme-1555 zoals herdrukt door Bareste, de editie-Pierre
Rigaud
zoals gedrukt door Le Pelletier, en de editie-1605, de drie edities die Leoni
had gebruikt bij het samenstellen van een Franse paralleltekst. Deze afwijkingen werden kennelijk veroorzaakt door het feit dat
Houwens Post volgens eigen zeggen zijn vertaling had gebaseerd op de
editie-Lyon-1558, een editie waarvan tot nu toe nooit een exemplaar boven
water is gekomen.
Toen ik in 1986-88 verificatieberekeningen uitvoerde aan de hand van
tijdgegevens in het Oude Testament, kwam de zetfout cinquante - cinq
cens aan de oppervlakte en kon op basis van de vertaling-Vreede-1941 de
tweede bijbelse chronologie worden herzien, zonder dat er problemen rezen
aangaande de duur van de periode Tempel - Jezus. Immers, in de vertaling-Vreede-1941 stond dat deze duur 1020 jaar was en ik ging ervan uit dat
dit tijdgegeven afkomstig was uit de editie-Lyon-1558.
Op grond van de gegevens en literatuur die ik in die tijd ter beschikking had,
was mijn veronderstelling dat in de uiteindelijk in omloop gekomen Brief aan Henri II
een gebrekkige poging was ondernomen het totaal van de
tijdgegevens in de tweede bijbelse chronologie in overeenstemming te brengen
met het opgegeven totaal van 4173
jaar en 8 maanden. Omdat het getal 1020 (periode Tempel - Jezus) niet aan het
Oude Testament kon worden geverifieerd, zou dat getal zijn vervangen door het
getal 490 dat oorspronkelijk een tweede mogelijke duur aangaf van de periode
Exodus - Tempel. De zetfout cinquante - cinq cens zou
tijdens die poging onopgemerkt zijn gebleven.
Eind november 2003 kocht ik een exemplaar van Amadou's L'astrologie
de Nostradamus - dossier (1992 [1987]), waarin onder andere Wöllner's Das
Mysterium des Nostradamus is opgenomen. Begin 2004 wees mijn onderzoek van de
vertaling-Vreede-1941, waarbij ik veel hulp kreeg van Robert Benazra, uit dat
niet een editie-Lyon-1558 de brontekst was, maar de kopie-Piobb-1927, die bestond uit een kopie van de
editie-Amsterdam-1668 en
een kopie van een versie van het Voorwoord aan César, waarvan de druk was
gedateerd in 1558. Tot mijn verrassing ontdekte ik verder dat niet de
kopie-Piobb-1927 de brontekst was van een aantal passages in het
Voorwoord aan César en de Brief aan Henri II, maar de door Wöllner in 1926
gemaakte Duitse vertaling. Tot deze passages
bleek ook de tweede bijbelse chronologie te horen, zij het dat wat betreft de periode
Schepping - Noach een duur van 1506 jaar was vermeld. De onvermijdelijke
conclusie was dat de
vertaling-Vreede-1941 niet berust op een editie-Lyon-1558.[7]
Mijn rekenkundige bevindingen aangaande de tweede bijbelse chronologie
werden door deze conclusie niet aangetast. Wel was het zo dat ik mijn ideeën
over de herkomst van het getal 490 moest laten varen.
Het enige dat ik kan zeggen over de duur van de periode
Tempel - Jezus, is dat een duur van (afgerond) 1022 jaar wijst op een berekening,
waarvan de uitkomst van gelijke orde van grootte is met die van andere
berekeningen van de duur van deze periode.
Eusebius bijvoorbeeld heeft wat betreft de duur van de periode Aanvang bouw Tempel -
Begin van Jezus' openbare optreden gerekend met
1060 jaar.[8]
In een chronologie in Nostradamus' Almanach pour l'an M.D.LXVI (1566),
getiteld Les eages du monde selon la computation des Hébrieux staat
dat de periode Tempel - Babylonische ballingschap 474 jaar heeft geduurd en de
periode Babylonische ballingschap - Jezus 613 jaar; deze perioden bij elkaar
optellend ontstaat een duur van 1087 jaar voor de periode Tempel - Jezus. Joseph Juste Scaliger (de zoon van Jules-César
Scaliger, met wie
Nostradamus rond 1533 bevriend was) heeft berekend dat de duur van de periode
Tempel - Jezus 1014 jaar is geweest.[9]
Hedendaagse uitgevers van de
Bijbel in Nederland schatten de duur van de periode Tempel - Jezus op ongeveer
966 jaar.[10]
Ik heb vooralsnog geen aanwijzing dat in de tweede bijbelse chronologie de periode
tussen de aanvang van de bouw van de Tempel in het vierde regeringsjaar van
Salomo en de geboorte van Jezus in meerdere perioden ingedeeld is
geweest. Ik heb ook geen flauw idee over de herkomst van het getal 490
in de uiteindelijk in omloop gekomen tekst.
Volgens de tweede bijbelse chronologie is de tijdspanne tussen de
schepping van de wereld en de geboorte van Jezus ongeveer 4173 jaar en 8
maanden. De geboorte van Jezus wordt gevierd op 25 december (Kerstmis).
Als we 25 december opvatten als geboortedag en hierop 4173 jaar en 8
maanden in mindering brengen, ontstaat de datum 25 april 4174 vChr. Ik ga
ervan uit dat volgens de tweede bijbelse chronologie de wereld op of rond 25
april 4174 vChr is geschapen.
c. Brind'Amour (1993)
Volgens Brind'Amour is het getal 490 afkomstig uit
een weggevallen zin in de tweede bijbelse chronologie, waarin de duur zou zijn
beschreven van de periode tussen wat hij de aanvang van de bouw van de tweede
Tempel in Jeruzalem noemt in het tweede jaar van de regering van Darius
(ondergetekende noemt dit: de aanvang van de herbouw van de Tempel), en de
geboorte van Jezus. Wat betreft tijdgegevens omtrent de aanvang van de bouw van de tweede Tempel verwijst hij naar 1 Esdras 1. Voor de rekenkundige achtergrond van het getal
490 verwijst hij naar de gewoonte van bijbelgeleerden om voor de periode
Tweede Tempel - Jezus 490 jaar te rekenen op grond van een vermenigvuldiging
van het getal 70 (de 70 jaarweken, genoemd in Daniël 9,24) met 7.
Volgens Brind'Amour is in de tweede
bijbelse chronologie de periode Tempel - Jezus oorspronkelijk onderverdeeld
geweest in twee perioden: een periode Eerste Tempel - Tweede Tempel (531 jaar) en een periode
Tweede Tempel - geboorte
Jezus (490 jaar). Uitgaande
van een totaal van 4173 jaar concludeert hij dat de periode tussen de
aanvang van de bouw van de eerste Tempel onder Salomo en de aanvang van de bouw van de tweede Tempel onder
Darius 531 jaar heeft geduurd (1021 - 490). Brind'Amour schrijft niets over
bronnen die aan de duur van 531 jaar ten grondslag zouden kunnen liggen.[11]
Brind'Amours verwijzingen naar 1 Esdras 1 kunnen worden gepreciseerd. In de Septuagint staan de tijdgegevens
over de aanvang van de bouw van de tweede Tempel onder Darius niet in 1 Esdras 1, maar
in 1 Esdras 2,30. Verder staat in 1 Esdras 5,56 dat de bouw van de tweede
Tempel begon in de tweede maand in het tweede jaar na de terugkeer uit de
Babylonische ballingschap. In 1 Esdras 7,4 staat dat de bouw was voltooid in
de maand Adar in het zesde regeringsjaar van Darius.
Het gedeelte in Daniël waarvan Daniël 9,24 deel uitmaakt, heeft betrekking op het eerste regeringsjaar van Darius, niet
op het tweede. Anders gezegd: Daniël 9,24 heeft niets te maken met (de
aanvang van) de bouw van de tweede Tempel. Als bijbelgeleerden in de 70
jaarweken aanleiding hebben gezien hieruit de duur te berekenen van de periode
tussen de aanvang van de bouw van de tweede Tempel en de geboorte van Jezus,
is dit in zekere zin een vorm van overheveling van gegevens, iets dat uit de beschrijving van Brind'Amour
niet naar voren is gekomen.
Brind'Amours verklaring voor de aanwezigheid van het getal 490 doet de vraag rijzen of hij heeft volstaan met het afleiden van de duur
van de periode Eerste Tempel - Tweede Tempel uit de rekensom 1021 - 490, zonder
aandacht te geven aan de tijdgegevens
die zijn vermeld in 1 en 2 Koningen, 2 Kronieken en 1 Esdras (of
parallelle verzen in Ezra 3 en Ezra 6). Uit deze tijdgegevens blijkt dat de periode
Eerste Tempel - Tweede Tempel (afgerond) 501 jaar heeft geduurd, 30 jaar korter dan
Brind'Amour heeft verondersteld. Bij het aanhouden van een duur van 531 jaar
is een verschil met gegevens in het Oude Testament van 30 jaar buitensporig groot, gegeven het feit dat op twee
perioden na alle perioden in de tweede bijbelse chronologie bijna exact
overeenstemmen met bijbelse tijdgegevens en dat de twee afwijkende perioden
slechts in geringe mate afwijken: 50 dagen verschil wat betreft de duur van de Zondvloed en 3
jaar verschil wat betreft de duur van de periode Einde Zondvloed -
Abraham.
Brind'Amour bespreekt evenmin het verschil tussen de 474-jarige duur van de
periode Tempel - Babylonische ballingschap, opgegeven in de Almanach pour l'an
M.D..LXVI, en de duur van 494 jaar die
voortvloeit uit de tijdgegevens in 1 en 2 Koningen en 2 Kronieken.[12]
Tabel 5. Revisies tweede bijbelse
chronologie
|
Periode
|
Brief
Henri II
|
Wöllner
(1926) |
Van
Berkel
(2005 [1986-88]) |
Brind'Amour
(1993) |
|
Schepping -
Noach |
1506
|
1056
|
1056
|
1056 |
|
Noach - Ark |
600
|
601
|
600
|
600 |
Zondvloed |
1
|
1
|
1
|
1 |
|
Einde Zondvloed - Abraham |
295
|
295
|
295
|
295 |
|
Abraham -
Isaak |
100
|
100
|
100
|
100 |
|
Isaak - Jakob |
60
|
60
|
60
|
60 |
|
Jakob - Egypte |
130
|
130
|
130
|
130 |
|
Egypte - Exodus |
430
|
430
|
430
|
430 |
|
Exodus - Tempel |
480
|
481
/ 491
|
480
|
480 |
|
Tempel - Jezus |
490
|
1020
|
1022
|
531 +
490 |
De
tweede bijbelse chronologie en de overkoepelende tijdstructuur
In het artikel over de
eerste bijbelse chronologie is verondersteld dat deze chronologie deel
uitmaakt van een tijdstructuur, waarin is aangehouden dat de wereld is
geschapen in 4757/4758 vChr. Deze tijdstructuur strekt zich uit tot 2242 AD,
het jaar waarin het aantal tegenstanders van Jezus Christus en zijn kerk sterk
zal toenemen.[13]
Volgens de tweede bijbelse chronologie is de wereld
geschapen op of rond 25 april 4174 vChr. In de voorspellingen die volgen op de
tweede bijbelse chronologie, is gezinspeeld op het einde van het
Duizendjarig Rijk, maar dit einde is niet gedateerd. Het
zevende millennium is genoemd in een serie voorspellingen die lopen vanaf
1792, maar het begin van het zevende millennium is niet gedateerd.
Uitgaande van de datum 25 april 4174 vChr (de aangenomen datum waarop de
wereld volgens de tweede bijbelse chronologie is geschapen) begint het
zevende millennium op of rond 25 april 1827 AD. Deze begindatum volgt op het jaartal 1792 dat is vermeld in de Brief aan Henri
II.
Aangenomen dat er berekeningen zijn geweest wat betreft de datering van
het begin en het einde van het Duizendjarig Rijk, is de vraag wanneer het Duizendjarig Rijk begint en welke plaats dit Rijk
inneemt in de tijdstructuur
waarvan de tweede bijbelse chronologie deel uitmaakt.
In de Bijbel staan verschillende verwachtingen omtrent de Eindtijd. Paulus
bijvoorbeeld schrijft dat wanneer het bevel wordt gegeven en de stem van
de aartsengel en de bazuin van God klinken, God zelf vanuit de hemel
neerdaalt. Dan zullen eerst alle doden verrijzen die in Christus zijn.
Daarna zullen de gelovigen tegelijk met hen in een oogwenk op de wolken in
de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet, om zo voor altijd met Hem
samen te zijn (1 Tess. 4,13-18). Paulus schrijft ook dat deze Dag des
Heren komt als een dief in de nacht (1 Tess. 5,1-2).
In Openbaringen 19,11 - 21,1 staat een andere toedracht beschreven. Het
beest en de valse profeet worden levend verbrand in een poel van vuur; hun
aanhangers worden gedood door het zwaard (Openb. 19,19-21). Op Gods bevel
wordt de draak (de Duivel) voor duizend jaren geketend en in de afgrond
geworpen, om daarna weer te worden losgelaten voor korte tijd (Openb.
20,1-3). De martelaren die om hun getuigenis van Jezus zijn gestorven,
verrijzen en heersen met hem duizend jaren lang (de "eerste
opstanding"); de overige doden zullen niet verrijzen voor de duizend
jaar voorbij zijn (Openb. 20,4-6).
Na verstrijken van de duizend jaar wordt Satan vrijgelaten. Hij verzamelt
de volken die wonen aan de vier hoeken der aarde (Gog en Magog) om te
strijden met de hemelse legers. Zijn strijders worden verteerd door
hemels vuur. De Duivel wordt in de vuurpoel geworpen waarin ook het beest en
de valse profeet zijn geworpen, en zal daarin voor altijd blijven (Openb.
20,7-10).
Hierna volgt het Laatste Oordeel. De doden verrijzen en worden geoordeeld
naar hun daden. Dood en onderwereld en ieder wiens naam niet is genoemd in
het boek des levens, wordt geworpen in de vuurpoel (Openb. 20,11-15).
Na het visioen over het Laatste Oordeel ziet de schrijver van Openbaringen
een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, de eerste hemel en aarde zijn
verdwenen en de zee bestaat niet meer en de schrijver ziet ook het nieuwe
Jeruzalem (Openb. 21,1-2).
Echo's van Openbaringen 20,1-7 zijn te bespeuren in de Brief aan Henri II,
waarin is beschreven:
-
dat God het
bevel geeft Satan te ketenen en in de afgrond te werpen (Openb. 20,1-3);
-
dat tussen
God en de mensen een algemene vrede begint die ongeveer duizend jaar zal
duren (parafrasering van Openb. 20,4-6);
-
dat de Kerk
tot haar grootste macht zal terugkeren (parafrasering van Openb. 20,6);
-
dat daarna
Satan terugkeert (Openb. 20,3 en 20,7).[14]
Echo's van Openbaringen 19,21 -
20,1-6 zijn te bespeuren in kwatrijn 10-74.
Kwatrijn
10-74
|
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
An reuolu du grand nombre septiesme,
Apparoistra au temps Ieux d'Hacatombe,
Non esloigné du grand eage milliesme.
Que les entres sortiront de leur tombe.
Vertaling
(Van Berkel, 2005)
Bij de omwending van
het grote zevende nummer,
In die tijd zal het spel der slachting verschijnen
Niet ver verwijderd van de grote duizendjarige tijd
Wanneer zij die binnengegaan zijn, uit hun graven zullen treden. |
-
De eerste
regel: het einde van het zevende millennium.
-
De tweede regel: de dood van de aanhangers van het beest en de valse profeet
(Openb.19,21). Het woord
"Hecatombe" verwijst naar het oud-Griekse offer
van honderd runderen en in algemene zin naar een groot dierenoffer.[15]
Anders gezegd: een grote slachting, in dit geval van de aanhangers van het
beest en de valse profeet.
-
De derde regel: het Duizendjarig Rijk
(Openb. 20,2-6).
-
De vierde regel: de "eerste opstanding"
(Openb.20,4-6).
De meningen
over de betekenis van dit kwatrijn lopen nogal uiteen, zoals blijkt uit de
hiernavolgende beschrijvingen, geordend op jaar van publicatie.
Wöllner (1926) was van mening dat de vervulling van dit kwatrijn gesitueerd moet
worden rond het voltooid raken van het grote getal zeven. Hij verwijst naar de
Era van het Honderdvoudige Offer, die niet ver verwijderd zal zijn van de
grote duizendjarige tijd, waar de begravenen zullen opstaan uit hun graven. Op
grond van zijn tijdstructuren stelt hij dat de woorden grand eage milliesme
het jaar 3797 aanduiden.[16]
Hij legt geen verbanden met Openbaringen.
Leoni (1961) heeft dit kwatrijn geplaatst aan het einde van de looptijd van de
kwatrijnen. Volgens hem strekt de helderziendheid die aan Nostradamus wordt
toegeschreven, zich uit tot de verrijzenis die plaatsvindt bij het Laatste
Oordeel. Hij legt geen concrete verbanden met Openbaringen.[17]
Brind'Amour (1993) heeft geschreven dat de verrijzenis van de doden zal plaatsvinden aan het
einde van het zevende millennium, bij het aanbreken van het achtste. Bij de
woorden Ieux Hacatombe in de tweede regel heeft hij verwezen naar het
plaatsvinden van de Olympische Spelen in de maand Hecatombaion en kwam hij tot
de conclusie dat de beschreven gebeurtenissen midden in de zomer zullen
plaatsvinden. Hij heeft geen verband gelegd met Openbaringen. Het is niet
duidelijk of hij met de "verrijzenis van de doden" de Eerste Opstanding
heeft bedoeld of het Laatste Oordeel.[18]
Ondergetekende is van mening dat dit kwatrijn niet anders kan worden
uitgelegd dan in bijbelse zin: een parafrasering van de dood van de aanhangers
van het beest en de valse profeet met aansluitend de Eerste Opstanding en het Duizendjarig Rijk.
In de Brief aan
Henri II zijn het zevende millennium en het Duizendjarig Rijk de enige
millennia die ten
tonele worden gevoerd. Nergens wordt gesproken over het achtste millennium. Wel
zijn er, in het verlengde van de tweede bijbelse chronologie (niet in het
verlengde van de eerste bijbelse chronologie), zinspelingen op het
Duizendjarig Rijk. Hetzelfde verschijnsel treffen we aan in kwatrijn 10-74. In
dit kwatrijn staat niets geschreven over een achtste millennium, wel over het
zevende millennium en het Duizendjarig Rijk.
De veronderstellingen die ondergetekende hieraan verbindt, zijn dat de tweede
bijbelse chronologie en het Duizendjarig Rijk deel uitmaken van één en
dezelfde tijdstructuur, die 8000 jaar omvat. Het Duizendjarig Rijk volgt
aansluitend op het zevende millennium (vgl. kwatrijn 10-74). In deze
tijdstructuur is 25 april 4174 vChr de datum die is aangehouden als
scheppingsdatum. Deze tijdstructuur is wezenlijk anders dan de tijdstructuur
waarvan de eerste bijbelse chronologie deel uitmaakt en waarvan ik
veronderstel dat die loopt van 4757/4758 vChr tot 2242 AD, een tijdsbestek van
7000 jaar. Die structuur begint met de schepping van Adam en eindigt met de
voorspelling dat in 2242 het aantal tegenstanders van Jezus
Christus en zijn kerk sterk zal toenemen.
De vraag is wanneer volgens de tijdstructuur waarvan de tweede bijbelse
chronologie deel uitmaakt, de wereld zal vergaan. Uit
Openbaringen 21,1-2 blijkt dat hemel en aarde vergaan na het voltrekken van
het Laatste Oordeel, niet bij het begin van het Duizendjarig Rijk. Dit gegeven
projecterend op het geheel van veronderstellingen die in het voorgaande zijn
beschreven, houd ik aan dat volgens déze structuur de wereld geacht wordt te
vergaan op een zeker moment na 25 april 3827 AD, de datum waarop volgens deze
structuur het Duizendjarig Rijk ten einde loopt. In Openbaringen is niet
vermeld hoe lang de tijd duurt tussen de vrijlating van Satan en het Laatste
Oordeel. Nergens in de Brief aan Henri II is gezinspeeld op het Laatste
Oordeel en de oorlog die daaraan voorafgaat; in de Brief is alleen gezinspeeld op de terugkeer van
Satan.
De
mogelijkheid van verborgen structuren
In 1927 merkte P.V. Piobb
op dat in de eerste bijbelse chronologie het getal 621 meerdere malen
voorkomt, namelijk in de periode Adam - Noach (1242 = 2 x 621) en de
periode Jezus - stichting Islam (621). Uitgaande van de veronderstelling
dat de eerste bijbelse chronologie deel uitmaakt van een tijdstructuur
van 7000 jaar die in 4757/4758 vChr begint, lijkt het alsof het getal
621 nogmaals wordt benadrukt, omdat tussen het jaar waarin de
Islam is gesticht (621 AD) en het begin van het zevende millennium (1242
AD) 621 jaar liggen.[19]
In de door mij herziene versie van tweede bijbelse chronologie duurt de
periode Schepping - Noach 1056 jaar. De periode Noach - Jakob
bedraagt eveneens 1056 jaar (600 + 1 + 295 + 100 + 60). Dit wordt
veroorzaakt door het feit dat de periode Einde Zondvloed - Abraham op 295 jaar is gesteld in plaats van
op 292, zoals voortvloeit uit Genesis 11,10-26. De periode Jakob - Tempel bedraagt
1040 jaar (130 + 430 + 480). De periode Tempel - Jezus bedraagt ongeveer 1022 jaar.
Schuilt er in de tweede bijbelse chronologie een verborgen structuur van
ongeveer 1050 jaar? Ik kan deze vraag vooralsnog niet beantwoorden.
De Meern, 19 april 2005
T.W.M. van Berkel
Noten
-
Scaliger,
sectie Chronicorum canonum omnimodiae historiae libri duo. Deze
sectie is een reconstructie van overblijfselen van het werk van
Eusebius. Eusebius presenteert verschillende berekeningen wat
betreft het verleden, zoals de Griekse, de Romeinse, de Egyptische
en de Hebreeuwse. De Griekse berekening heeft te maken met de
Septuagint. De Hebreeuwse berekening is gebaseerd op de Bijbel,
evenals de tweede bijbelse chronologie in de Brief aan Henri II. [tekst]
-
In
alle edities is de duur van de perioden gedrukt in letters. Bij
toeval laat deze drukfout zich ook zien in de getallen 1056 en 1506:
de cijfers 0 en 5 zijn van plaats verwisseld. [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.174; Wöllner, p.13, in: Amadou, p.316. Brind'Amour
bespreekt de zetfout getalsmatig (1506 - 1056), Wöllner bespreekt
ook de woorden cinq cens en cinquante. [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.175; Wöllner, p.13, in: Amadou, p.316. [tekst]
-
Wöllner
heeft
twee totalen toegekend aan de periode Exodus - Tempel: een totaal van 480 jaar en 6
maanden en een totaal van 490 jaar en 6 maanden. Hij heeft niet
beargumenteerd waarom hij aan deze totalen 6 maanden heeft toegevoegd.
Het totaal van 490
jaar en 6 maanden hangt samen met zijn revisie van de periode Tempel
- Jezus en zijn opvattingen over
het moment waarop de Tempel werd ingewijd (Wöllner, p.13-14, in: Amadou,
p.316-317). [tekst]
-
Wöllner,
p.11-16, in: Amadou, p.315-318. Hij constateert dat
Nostradamus niet degene is geweest die het woord quatre-vingts
heeft gebruikt. Hij staat helaas niet stil bij de vraag wie dan
verantwoordelijk is geweest voor het invoegen van dat woord.
Volledigheidshalve de toevoeging dat Wöllner, op grond van een
astrologische tijdstructuur van 36-jarige perioden, ervan uitgaat dat de
wereld is geschapen in 4220 vChr. Hij heeft echo's van deze
perioden bespeurd in
een passage in het Voorwoord aan César over Mars, de Maan,
de Zon en Saturnus (Wöllner, p.2-3, in: Amadou, p.311). [tekst]
-
Van
Berkel:
De vertaling-Vreede-1941 en
de editie-Lyon-1558. [tekst]
-
Brind'Amour
heeft dit gegeven ter sprake gebracht met
het oog op zijn onderzoek naar mogelijke bronnen van de tijdspanne
in de eerste bijbelse chronologie van de periode David - Jezus.
In dat verband past hij op de tijdspanne van 1060 jaar een
aantal verrekeningen toe, onder andere het in mindering brengen van
de leeftijd die Jezus had bij het begin van Diens openbare optreden.
Jezus zou toen 28 jaar zijn geweest (Brind'Amour 1993a, p.174).
In Lukas 3,23 staat dat
Jezus rond die tijd ongeveer 30 jaar oud was. Dit gegeven in
aanmerking nemend, zou
de tijdspanne van de periode Aanvang bouw Tempel - geboorte Jezus
1030 jaar zijn. [tekst]
-
Scaliger,
sectie Isagogicorum chronologiae canonum libri tres, tweede boek,
sectie epochae temporis historici, p.124-127. Volgens Scaliger begon
de bouw van de Tempel in het jaar 3696 en vond de geboorte van Jezus
plaats in het jaar 4710. Dit wijst op een periode van 1014 jaar. [tekst]
-
Willibrord
vertaling, p.1761 en verder. [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.175-176. [tekst]
-
Het is niet duidelijk of
in de chronologie in de Almanach pour l'an M.D.LXVI is
gerekend met het moment waarop de Babylonische ballingschap begon of
het moment waarop deze ten einde liep. [tekst]
-
Van Berkel: De
eerste bijbelse chronologie. [tekst]
-
Facsimile-Chomarat-2000, p.172: Dieu le createur dira entendant
l'affliction de son peuple, Satan sera mis & lyé dans l'abisme
du barathre dans la profonde sosse,&adoncques commencera entre
Dieu & les homme vne paix vniuerselle & demeurera lyé
enuiron l'espace de mille ans,&tournera en sa plus grande force,
la puissance ecclesiastique, & puis torne deslié. [tekst]
-
Microsoft Encarta® basisencyclopedie
Winkler Prins 2002. [tekst]
-
Wöllner, p.68, in:
Amadou, p.344. [tekst]
-
Leoni, p.751. [tekst]
-
Brind'Amour 1993a, p.195.
[tekst]
-
Piobb, p.15 en De eerste
bijbelse chronologie. [tekst]
|