|
Op
deze website wordt uitvoerig aandacht besteed aan de bijbelse
chronologieën die deel uitmaken van de Brief aan Henri II en de
scheppingsjaren die voortvloeien uit het Voorwoord aan César,
de Brief aan Henri II en een aantal Almanachs.
In het artikel dat u zojuist hebt geopend, wordt de eerste
bijbelse chronologie besproken.
Andere artikelen over de bijbelse chronologieën en de
scheppingsjaren:
|
Kenmerken
van de eerste bijbelse chronologie
De eerste
bijbelse chronologie gaat vooraf aan een serie voorspellingen waarvan de
looptijd begint
op 14 maart 1557 en eindigt op een moment dat in het Frans luidt: au
commencement du septiesme millenaire.[1]
In de
eerste bijbelse chronologie is aan de hand van bijbelse personen de periode
beschreven die heeft gelopen van de schepping van Adam tot de geboorte van
Jezus. Aansluitend is de duur vermeld van de
periode die heeft gelopen van de geboorte van Jezus tot de stichting van de
Islam.
Aan het begin van de eerste bijbelse chronologie is vermeld dat geen
gebruik is gemaakt van berekeningen van de heidenen, zoals opgetekend door Varro, maar
van sterrenkundige berekeningen, gegevens die stammen uit de
Heilige Schrift en "het zwakke
verstand".[2]
Uit de tekst van de eerste bijbelse chronologie blijkt dat de duur
van de periode David - Jezus is gebaseerd op wat "talloze
tijdrekenaars" hieromtrent hebben berekend.
Aan het einde van de eerste bijbelse
chronologie is vermeld dat de berekeningen zouden kunnen worden
aangevochten omdat zij afwijken van die van Eusebius.[3] Daarna
volgt een verwijzing naar de stichting van de Islam. Vanaf
dat moment zou gemakkelijk kunnen worden nagegaan welke tijden zijn
verstreken en of de berekeningen aangaande de toekomst juist zijn voor
alle genoemde landen. Het jaar waarin de Islam werd gesticht, 621
AD, is niet vermeld.
De overgangen in de eerste bijbelse chronologie zijn gemarkeerd met namen van bijbelse personen. Bij de duur van elke
periode, uitgezonderd die van de periode David - Jezus, staat het woord "ongeveer"
(in tabel 1 is hiervoor het symbool ± gebruikt). De eerste bijbelse
chronologie is niet afgesloten met een totaal; het is aan de lezer om
dat te berekenen.
Tabel 1. Eerste bijbelse chronologie
(Brief aan Henri II)
|
Periode |
Variant
-a-
(jaren) |
Variant
-b-
(jaren) |
|
Adam -
Noach |
± 1242 |
± 1242 |
|
Noach -
Abraham |
± 1080 |
± 1080 |
|
Abraham -
Mozes |
± 515 |
± 516 |
|
Mozes -
David |
± 570 |
± 570 |
|
David -
Jezus |
1350 |
1350 |
De
bevindingen van dr. Christian Wöllner (1926)
De Duitse
astronoom dr. Christian Wöllner heeft in Das Mysterium des
Nostradamus (1926) de eerste bijbelse chronologie in het
kort besproken. Hij heeft geschreven dat er geen problemen zijn geweest bij het in
het Duits vertalen van de tekst van de eerste bijbelse chronologie en heeft de perioden en
tijdgegevens opgesomd zoals vermeld in de Brief aan Henri II.
Wöllner heeft niets geschreven over achtergronden van de eerste
bijbelse chronologie, fouten, bronnen of verbanden met astrologische
structuren. Hij heeft zijn beschrijving afgesloten
met de mededeling dat de totalen van deze chronologie 4757 cq 4758 jaar
zijn.[4]
De
bevindingen van prof. Brind'Amour (1993)
Prof. Pierre
Brind'Amour (1941-1995) heeft onderzocht welke bronnen ten grondslag
zouden kunnen liggen aan de eerste bijbelse chronologie. In het
hoofdstuk Chronologie de
l'Ancien Testament in Nostradamus
astrophile (1993a, p.171-177) heeft hij de resultaten beschreven
van dit onderzoek. Brind'Amour heeft bijbelkundige bronnen
besproken. In Nostradamus
astrophile staat geen enkele toespeling op een onderzoek naar
astrologische bronnen die op één of andere wijzen corresponderen met
tijdgegevens in de eerste bijbelse chronologie.
a. De periode Adam - Noach
Bij het onderzoek naar de periode
Adam - Noach is Brind'Amour ervan uitgegaan dat de aanduiding
"Noach" betrekking heeft op diens leeftijd bij het uitbreken van de Zondvloed. Op grond
van Genesis 7,11 heeft hij aangenomen dat Noach bij het uitbreken van de Zondvloed 600 jaar oud
was.[5]
Brind'Amour heeft de opgegeven duur van de periode Adam - Noach, 1242
jaar, vergeleken met tijdgegevens in de Septuagint in Genesis 5 en Genesis 7
en heeft geconstateerd dat de periode Adam - Begin Zondvloed volgens deze
bijbelboeken 2242 jaar heeft geduurd, een duur die ook is aangehouden
door Eusebius. De Franse tekst van de beschrijving van de periode Adam - Noach luidt: le premier homme Adam fut deuant Noë enuiron
mille deux cens quarante deux ans. (vert.: Adam, de eerste mens,
bestond ongeveer duizend tweehonderd tweeënveertig jaar voor Noach). Op
grond van de tijdgegevens in de Septuagint en de aanname van
Eusebius heeft Brind'Amour gesteld dat in
de tekst van de Brief aan Henri II die in omloop is gekomen, het woord deux is weggevallen en dat de tekst oorspronkelijk kan hebben geluid: le
premier homme Adam fut deuant Noë enuiron deux
mille deux cens quarante deux ans (vert.: Adam, de eerste mens,
bestond ongeveer tweeduizend tweehonderd tweeënveertig jaar voor
Noach).[6]
Het is niet altijd mogelijk om op basis van tijdgegevens en
leeftijdgegevens in de Bijbel te komen tot een exacte chronologie van
personen en gebeurtenissen. In een aantal verzen staan tijdgegevens die
strijdig zijn met tijdgegevens in andere verzen aangaande
corresponderende perioden. In andere gevallen kunnen bewoordingen
aangaande tijdgegevens op verschillende manieren worden uitgelegd. In Nostradamus
astrophile heeft Brind'Amour hierover niets geschreven, wat
overigens niet wil zeggen dat hij tijdens zijn onderzoek dit soort
strijdigheden en uitlegmogelijkheden niet heeft gesignaleerd.
Een voorbeeld van strijdige informatie die op meerdere manieren kan
worden uitgelegd, is de leeftijd van Noach ten tijde van het
uitbreken van de Zondvloed en ten tijde van zijn overlijden. In Genesis 7,6 staat dat Noach 600 jaar was toen hij met zijn familie en de dieren
intrek nam in de ark. In Genesis 7,10 staat dat het
intrek nemen zeven dagen heeft geduurd. In Genesis 7,11 staat dat de
wateren over de aarde kwamen op de zeventiende dag in de tweede maand
van Noachs zeshonderdste levensjaar. De vermelding "zeshonderdste levensjaar" impliceert dat
hij bij het
uitbreken van de Zondvloed 599 jaar was. In Genesis 8,13 staat dat de
wateren waren opgedroogd op de eerste dag in de eerste maand in het zeshonderd en eerste
jaar. De
vermelding "zeshonderd en eerste jaar" impliceert dat Noach ten
tijde van het einde van de Zondvloed 600 jaar was. In Genesis
9,28-29 staat dat Noach na de Zondvloed nog 350 jaar leefde en op
950-jarige leeftijd stierf. Dit sluit aan op de leeftijd van Noach,
vermeld in Genesis 8,13. Als de woorden "na de Zondvloed"
worden uitgelegd in de zin van "na het uitbreken van de
Zondvloed", sluit het leeftijdgegeven in Genesis 9,28-29 aan bij
Genesis 7,6.
Ondergetekende
combineert Genesis 7,6, waarin staat dat Noach 600 jaar was toen
de Zondvloed uitbrak, met Genesis 5,32, waarin staat dat Noach 500 jaar
was toen hij Sem verwekte, en houdt
voor de periode Noach - Begin Zondvloed op grond van deze verzen 600 jaar aan.
Tabel 2. Septuagint:
Periode Adam - Begin Zondvloed
(Van Berkel, 2005) [7]
|
Septuagint |
Periode |
Jaren |
|
Genesis
5,3 |
Adam -
Seth |
230 |
|
Genesis
5,6 |
Seth -
Énos |
205 |
|
Genesis
5,9 |
Énos -
Cainan |
190 |
|
Genesis
5,13 |
Cainan -
Malalehel |
170 |
|
Genesis
5,15 |
Malalehel -
Iared |
165 |
|
Genesis
5,18 |
Iared -
Énoch |
162 |
|
Genesis
5,21 |
Énoch -
Mathusalem |
165 |
|
Genesis
5,25 |
Mathusalem
- Lamech |
167 |
|
Genesis
5,28 |
Lamech -
Noach |
188 |
|
Genesis
7,6 |
Noach - Begin Zondvloed |
600 |
|
Totaal |
2242 |
b. De periode Noach -
Abraham
Volgens de eerste bijbelse chronologie heeft de periode Noach - Abraham
ongeveer 1080 jaar geduurd. Brind'Amour heeft hierbij aangetekend dat deze duur
10 jaar verschilt met de
1070-jarige duur van de periode Arphaxad - Abraham in Genesis 11 in de Griekse
versie van de Septuagint en heeft volstaan met het signaleren van dit
verschil.[8]
Bij zijn berekening van de duur van de periode Noach - Abraham op
basis van tijdgegevens in de Septuagint heeft
Brind'Amour de periode Begin Zondvloed - Arphaxad buiten beschouwing
gelaten. Dit is om twee redenen merkwaardig. Ten eerste heeft de periode
Adam - Noach volgens Brind'Amour gelopen van de schepping van Adam tot
het begin van de Zondvloed. Men
zou verwachten dat hij bij het verifiëren van de opgegeven duur van de periode Noach -
Abraham zou beginnen met verificatie vanaf het begin van de
Zondvloed, niet vanaf een geboorte die plaatsvond na de Zondvloed. Ten
tweede heeft Brind'Amour bij
het verifiëren van de in de tweede bijbelse chronologie opgegeven duur
van de periode Einde Zondvloed - Abraham, de door hem aan de hand van de
Vulgaat berekende duur van de periode Arphaxad - Abraham (290 jaar)
aangevuld met de duur van 2 jaar van de periode Einde Zondvloed -
Arphaxad, vermeld in Genesis 11,10, een duur die ook is vermeld in
Genesis 11,10 in de Septuagint.[9]
De ter zake doende tijdgegevens rond de duur van de periode Begin Zondvloed - Arphaxad
zijn strijdig met elkaar. In Genesis 11,10 staat dat
Sem 100 jaar was toen hij Arphaxad verwekte, waarna de opmerking
volgt:
"twee jaar na de vloed". Door deze toevoeging klopt de
opgegeven leeftijd van Sem in Genesis 11,10 niet met tijdgegevens in
Genesis 5,32 en 7,6. Volgens Genesis 5,32 was Noach 500
jaar toen hij Sem verwekte. Volgens Genesis 7,6 brak de Zondvloed uit toen Noach 600 jaar
was, wat
betekent dat Sem al ten tijde van het uitbreken van de Zondvloed 100 jaar
was en ten. Volgens Genesis 7,11 en 8,13-14 heeft de Zondvloed 1 jaar en 10
dagen geduurd. Bij het einde van de Zondvloed was Sem dus 101 jaar. De woorden "twee jaar na de vloed"
betekenen "twee jaar na het einde van
de Zondvloed". Bij de verwekking van Arphaxad, twee jaar na het
einde van Zondvloed, was Sem dus 103 jaar.
Ondergetekende houdt op
grond van tijdgegevens in Genesis 5,32, 7,11, 8,13-14 en de toevoeging "twee jaar
na de vloed" in Genesis 11,10 aan dat de periode
Begin Zondvloed - Arphaxad 3 jaar heeft geduurd.
Volgens de Griekse
tekst van de Septuagint is het totaal van de periode Arphaxad -
Abraham niet 1070 jaar, zoals Brind'Amour heeft geschreven, maar 1170
jaar. Op p.173 in Nostradamus astrophile staat dat de leeftijd van Nachor bij de geboorte van
Tharé 79 jaar was; in de Griekse tekst van de Septuagint staat
179 jaar. De 79-jarige leeftijd van Nachor is vermeld in de
Alexandrijnse tekst van de Septuagint. In die tekst bedraagt
het totaal van de periode Arphaxad - Abraham wél 1070 jaar.
Tabel 3. Periode Begin Zondvloed - Abraham, Alexandrijnse tekst Septuagint
(Van Berkel, 2005)
|
Septuagint
|
Periode |
Jaren |
|
Genesis 11,10
|
Begin
Zondvloed - Arphaxad |
3 |
|
Genesis 11,12
|
Arphaxad -
Caïnan |
135 |
|
Genesis 11,13
|
Caïnan -
Salé |
130 |
|
Genesis 11,15
|
Salé -
Héber |
130 |
|
Genesis 11,16
|
Héber-
Phaleg |
134 |
|
Genesis 11,18
|
Phaleg -
Réu |
130 |
|
Genesis 11,20
|
Réu -
Sarug |
132 |
|
Genesis 11,22
|
Sarug -
Nachor |
130 |
|
Genesis 11,24
|
Nachor -
Tharé |
79 |
|
Genesis 11,26
|
Tharé -
Abraham |
70 |
|
Totaal |
1073 |
c. De periode Abraham - Mozes
Volgens de eerste bijbelse chronologie heeft de periode Abraham - Mozes
515 of 516 jaar geduurd. Op grond van tijdgegevens in Exodus 12,40 heeft
Brind'Amour de aanduiding "Mozes" opgevat als een aanduiding van het begin van de Exodus. Hij heeft een
verschil van 10 cq 11 jaar geconstateerd tussen deze totalen en een
door Eusebius aangehouden duur van 505 jaar.[10]
Eusebius heeft volgens Brind'Amour een tijdverloop van 430 jaar tussen
de Belofte aan Abraham en de Exodus, vermeld in Galaten 3,17, gerelateerd aan tijdgegevens in Genesis 12,4
(Abrahams 75-jarige leeftijd ten tijde van de Belofte) en
Exodus 12,40 (een periode van 430 jaar). Genesis 12,4 en Exodus 12,40
zouden een periode bestrijken van 505 jaar (75 + 430).
Brind'Amour heeft verder gesignaleerd dat in Genesis 15,13 en Handelingen 7,6
wordt gesproken over
een verblijf van 400 jaar.[11]
Brind'Amour gaat niet in op de reden van het verschil van 10 cq. 11
jaar van de totalen in de eerste bijbelse chronologie met het door
Eusebius vastgestelde totaal van 505 jaar.
Ondergetekende heeft tijdens verificatie van de gegevens van Brind'Amour
ontdekt dat Eusebius 215 jaar te weinig heeft gerekend
voor het tijdverloop tussen de Belofte aan Abraham en het begin van de
Exodus. Deze rekenfout doet niets af aan het feit dat Eusebius met
505 jaar heeft gerekend en dat dit totaal in zekere mate correspondeert
met de 515/516 jaar in de eerste bijbelse chronologie, maar de kwestie
is de moeite waard om te bespreken, zeker gezien de grootte van het
verschil, 215 jaar. In Nostradamus astrophile staat hier niets over
geschreven.
In Genesis 12,4 staat dat Abraham op
75-jarige leeftijd uit Charrhan vertrok naar het land Chanaan met Sara, zijn vrouw, en Lot, zijn
neef. In Genesis 12,10 staat dat zij op een zeker moment naar Egypte
trokken en daar enige tijd verbleven, vanwege
hongersnood in Chanaan. Tijdgegevens ontbreken. Het 430 jaar durende verblijf in Egypte waarnaar is verwezen in
Exodus 12,40 is een ander verblijf dan het verblijf waarover is geschreven in Genesis 12,10. Het verblijf in
Egypte waarnaar is verwezen in Exodus 12,40, begon toen Jakob, de kleinzoon
van Abraham, 130 jaar oud
was en met zijn familie naar Egypte reisde vanwege hongersnood, iets dat
is beschreven in Genesis 47,9. De
periode die loopt vanaf de geboorte van Abraham tot aan het eind van het
verblijf in Egypte (het begin van de Exodus) heeft 720 jaar geduurd, 215
jaar langer dan Eusebius heeft verondersteld.
Tabel 4. Periode Abraham - Begin Exodus
(Van Berkel, 2005)
|
Septuagint |
Periode |
Jaren |
|
Genesis 21,5 |
Abraham -
Isaak |
100 |
|
Genesis
25,26 |
Isaak - Jakob |
60 |
|
Genesis
47,9 |
Jakob -
Egypte |
130 |
|
Exodus
12,40 |
Egypte - Begin Exodus |
430 |
|
Totaal |
720 |
d. De perioden Mozes -
David en David - Jezus
Brind'Amour heeft geen bijbelse basis kunnen ontdekken voor de in de
eerste bijbelse chronologie gestelde duur van de perioden Mozes-David en
David-Jezus.
e. Het totaal van de
eerste bijbelse chronologie
Brind'Amour is tot de conclusie gekomen dat het totaal van de eerste
bijbelse chronologie 5757 jaar moet zijn, waarbij hij is uitgegaan van
een duur van 2242 jaar van de periode Adam - Noach. Hij heeft ook
geschreven dat, als men ervan uitgaat dat deze periode 1242 jaar heeft
geduurd, het totaal van de eerste bijbelse chronologie 4757 jaar is.
Bij andere auteurs heeft Brind'Amour niets kunnen vinden dat
correspondeert met het totaal van 5757 jaar van de eerste bijbelse
chronologie.[12]
f. De stichting van de
Islam en verder reikende tijdstructuren
Brind'Amour heeft de periode van 621 jaar die aansluitend op de
eerste bijbelse chronologie is genoemd, niet besproken. Hij heeft ook
geen berekeningen gemaakt wat betreft de tijd tot 1555, de huidige tijd en de toekomst.
g. Verschillen met de
berekeningen van Eusebius
Aansluitend op de vermelding van de duur van de periode David -
Jezus staat in de eerste bijbelse chronologie de opmerking dat de
berekeningen die zijn gepresenteerd, zouden kunnen worden aangevochten,
omdat zij afwijken ten opzichte van die van Eusebius. Brind'Amour heeft
deze opmerking niet apart behandeld. Wel
heeft hij, met het oog op het totaal aantal jaren van de eerste bijbelse
chronologie (5757), aangegeven dat Eusebius het jaar 5199 vChr heeft
aangehouden als scheppingsjaar.[13]
Tabel 5. Eerste
bijbelse chronologie versus Eusebius
Naar: Brind'Amour 1993a, p.171-177
|
Periode |
Eerste
bijbelse chronologie |
Eusebius |
|
Adam -
Noach |
1242 |
2242 |
|
Noach -
Abraham |
1080 |
- |
|
Abraham -
Mozes |
515 / 516 |
505 |
|
Mozes -
David |
570 |
- |
|
David -
Jezus |
1350 |
- |
|
Totaal |
(Brind'Amour)
5757 |
n.v.t. |
|
Scheppingsjaar |
niet
vermeld |
5199 vChr |
h.
Samenvatting
Brind'Amour heeft bij andere auteurs niets kunnen vinden
dat correspondeert met het door hem aangehouden totaal van 5757 jaar van de eerste bijbelse
chronologie, ook niet bij Eusebius, die ervan uitgaat dat de wereld is
geschapen in 5199 vChr.
Bij één periode, de periode Adam - Noach, heeft Brind'Amour
corresponderende bronnen gevonden: tijdgegevens in de Septuagint
en berekeningen van Eusebius, waarbij hij ervan uitgaat dat in de
oorspronkelijke tekst die deze periode beschrijft, deux mille deux
cens quarante deux ans heeft gestaan in plaats van, zoals in de
uiteindelijk in omloop gekomen tekst, mille deux cens quarante
deux ans. Brind'Amour is in dit geval overgegaan tot correctie. Bij
twee andere perioden, Noach - Abraham en Abraham - Mozes, heeft hij
corresponderende bronnen gevonden die ongeveer tien jaar afwijken. In
die gevallen heeft hij volstaan met het noemen van deze verschillen en
is hij niet overgegaan tot correctie. Brind'Amour heeft geen
bijbelkundige bronnen gevonden die corresponderen met de tijdgegevens
van de perioden Mozes - David en David - Jezus.
Brind'Amour heeft de aanduiding "Noach" in de periode Adam -
Noach opgevat als een verwijzing naar diens leeftijd bij het uitbreken
van de Zondvloed.
Bij de periode Noach - Abraham zijn de tijdgegevens van de periode
Arphaxad - Abraham berekend met gegevens die niet afkomstig zijn uit
de Griekse tekst van de Septuagint, zoals Brind'Amour schrijft,
maar uit de Alexandrijnse tekst. De verificatieberekeningen van
Brind'Amour begonnen met de periode Arphaxad - Caïnan (Genesis 11,12).
De duur van de voorliggende periode Begin Zondvloed
- Arphaxad heeft hij niet berekend.
Bij de periode Abraham - Mozes heeft Brind'Amour aan de aanduiding
"Mozes" opgevat als een verwijzing naar het moment
waarop de Exodus begon. Hij verwijst naar een berekening die Eusebius
heeft uitgevoerd op grond van tijdgegevens in Galaten 3,17. In dit vers
staat een misrekening, waarvan de vraag is of Brind'Amour deze heeft
gesignaleerd.
In de Brief aan Henri II staat dat de eerste bijbelse chronologie is
gebaseerd op de Heilige Schrift, sterrenkundige berekeningen en het
"zwakke verstand". Brind'Amour heeft alleen bijbelkundige
bronnen besproken. Hij heeft de eerste bijbelse chronologie niet
becommentarieerd vanuit astrologisch oogpunt en heeft niet geschreven
óf hij deze chronologie heeft onderzocht op astrologische bronnen.
Naar aanleiding van de opmerking in de Brief aan Henri II over de
controlemogelijkheid die het stichtingsjaar van de Islam biedt, kan
worden gezegd dat Brind'Amour de eerste bijbelse
chronologie niet heeft beschreven of bezien vanuit het perspectief van
een tijdrekenmodel dat de wereldgeschiedenis omvat van schepping tot
ondergang.
Tabel 6. De
bevindingen van Brind'Amour
Naar: Brind'Amour 1993a, p.171-177
|
Eerste
bijbelse chronologie |
Brind'Amour
(1993a) |
Opmerkingen
(Van Berkel, 2005) |
|
Adam -
Noach |
In de tekst
van de Brief aan Henri II die in omloop is gekomen, is mogelijk sprake van een
zetfout (mille in plaats van deux mille).
De veronderstelde oorspronkelijke tekst correspondeert met tijdgegevens
in de Septuagint, die ook zijn aangehouden door Eusebius. |
Brind'Amour
heeft de aanduiding "Noach" opgevat als een
verwijzing naar diens leeftijd bij het uitbreken van de Zondvloed.
Hij heeft niets geschreven over mogelijk strijdige gegevens
aangaande Noachs leeftijd in
Genesis 7,6 (600 jaar) en Genesis 7,11 (599 jaar). |
|
Noach -
Abraham |
De opgegeven
duur van deze periode (1080 jaar) verschilt 10 jaar met
tijdgegevens omtrent de periode Arphaxad - Abraham in de Griekse
uitgave van de Septuagint
(1070 jaar).
|
Brind'Amour
heeft in zijn berekeningen de periode Begin Zondvloed -
Arphaxad (3 jaar) niet meegenomen.
De duur van
1070 jaar vloeit niet voort uit de Griekse tekst van de Septuagint,
zoals Brind'Amour schrijft, maar uit de Alexandrijnse.
De opgegeven duur van de periode Noach - Abraham (1080 jaar)
verschilt 7 jaar met de corresponderende periode in de
Alexandrijnse tekst van de Septuagint. |
|
Abraham -
Mozes |
De opgegeven
duur van deze periode (515 of 516 jaar) verschilt 10 of 11 jaar
met een door Eusebius berekend totaal van 505 jaar. Eusebius
heeft op grond van Galaten 3,17 tijdgegevens in Genesis 12,14
(75 jaar) en Exodus 12,40 (430 jaar) bij elkaar opgeteld.
|
Brind'Amour
heeft de aanduiding "Mozes" opgevat als een
verwijzing naar het begin van de Exodus (Exodus 12,40). Hij heeft
niets geschreven over een rekenfout ter grootte van 215 jaar in
Galaten 3,17, die door Eusebius over het hoofd is gezien. |
|
Mozes -
David; David - Jezus |
Geen bijbelse
bronnen gevonden. |
|
|
Jezus -
stichting Islam; perioden na stichting Islam |
|
Brind'Amour
heeft deze perioden niet beschreven.
|
De
eerste bijbelse chronologie en de overkoepelende tijdstructuur
Brind'Amour heeft
geen mogelijke verbanden besproken tussen de eerste bijbelse chronologie
en de bestaansduur van de wereld.
De totalen van de eerste bijbelse
chronologie, zoals die voortvloeien uit de Brief aan Henri II (4757 en 4758
jaar), kunnen worden gerelateerd aan elementen van astrologische tijdstructuren
die zijn beschreven door bijvoorbeeld de Franse kanunnik Richard Roussat
in Livre de l'estat et mutation de
temps (1549).
In Livre de l'estat..., dat een bewerking is van Pierre Turrels Le
période c'est a dire la fin du monde (1531), voert Roussat vier tijdstructuren op waarmee hij wil aantonen
dat het einde van de wereld nabij is. In de eerste structuur is de
bestaansduur van de wereld gesteld op 7000 jaar en onderverdeeld
in vier perioden van 1750 jaar. Roussat gaat ervan uit dat het jaar 5200 vChr
het jaar is waarin Adam is geschapen. In de tweede structuur rekent
hij met
series van zeven "Grote Jaren", uitgaande van 5200 vChr. Een Groot Jaar is een periode
van 354 jaar en 4 maanden en wordt geregeerd door een planeet.
Volgens Roussat loopt van
juni 1533 tot oktober 1587 een Groot Jaar, het voorlaatste jaar van de derde serie van zeven Grote
Jaren, dat wordt geregeerd door de Maan. Van
oktober 1587 tot februari 2242 loopt het laatste Grote Jaar van de derde serie van
zeven, dat wordt geregeerd
door de Zon. In de tijdstructuur van Grote Jaren is februari 2242 een
belangrijk overgangsmoment. Dan namelijk moet, tenzij de wereld
ondertussen is vergaan, een vierde serie van zeven Grote Jaren
aanbreken, waarvan het eerste Grote Jaar wordt geregeerd door Saturnus.
De eerste bijbelse chronologie heeft twee
totalen: 4757 en 4758 jaar. Deze totalen zijn ruwweg 2242 jaar kleiner
dan de 7000 jaar duur van de wereldgeschiedenis, vermeld in de
eerste astrologische tijdstructuur in Livre
de l'estat... Dit leidt tot de veronderstelling dat
de eerste bijbelse chronologie deel uitmaakt van een tijdstructuur
waarin het bestaan van de wereld is gesteld op 7000 jaar. In deze
tijdstructuur is 4757/4758 vChr het jaar waarin Adam is geschapen. Aan
deze tijdstructuur kan echter niet de conclusie worden verbonden dat de
wereld zal vergaan in 2242 AD. In de voorspellingen die volgen op de
eerste bijbelse chronologie, wordt niet gezinspeeld op het vergaan van
de wereld, maar op een toename van het aantal tegenstanders van Jezus
Christus en zijn kerk.[14]
Volgens de Brief aan Henri II berusten de berekeningen rond de eerste bijbelse chronologie op de
Heilige Schrift, sterrenkunde en "het zwakke verstand". De
sterrenkunde, de astrologie, lijkt zichtbaar te worden in het jaartal 2242
AD, dat kan zijn ontleend aan de astrologische tijdstructuur van de
Grote Jaren, zoals geformuleerd door bijvoorbeeld Roussat. Hiermee is
niet gezegd dat Livre de l'estat... ten grondslag ligt aan deze
passage in de Brief aan Henri II. Deze tijdgegevens kunnen even goed
zijn ontleend aan publicaties van andere auteurs.
Aangaande de tweede bijbelse chronologie is mijn veronderstelling dat deze
chronologie deel uitmaakt van een andere tijdstructuur, een
tijdstructuur waarin het bestaan van de wereld is gesteld op 8000 jaar.
In die structuur is de datum 25 april 4174 vChr aangehouden als datum
waarop de wereld is geschapen. De achtste en laatste periode van duizend
jaar valt samen met het Duizendjarige Rijk. Het Laatste Oordeel, waarna
hemel en aarde vergaan en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen,
maakt van deze structuur geen deel uit; nergens in de Brief aan Henri II
is gezinspeeld op deze gebeurtenissen.[15]
De
Brief aan Henri II versus het Voorwoord aan César
De veronderstelling dat de eerste bijbelse chronologie deel uitmaakt van
een tijdstructuur, waarin de bestaansduur van de wereld is gesteld op
7000 jaar en waarin het jaar 2242 AD het jaar is waarin de wereld
vergaat, doet een vraag rijzen. Het jaar 2242 AD kan zijn ontleend aan de
tijdstructuur van Grote Jaren, zoals geformuleerd door bijvoorbeeld
Roussat. In die structuur is 2242 AD het jaar waarin de derde serie van
zeven Grote Jaren overgaat in de vierde serie. Roussat gaat ervan uit
dat 5200 vChr het beginjaar is van het eerste Grote Jaar van de eerste
serie van zeven. Hij gaat niet uit van 4757/4758 vChr, waarin de eerste
bijbelse chronologie begint.
In het Voorwoord aan César is gezinspeeld op het heerserschap van de Maan over
het voorlaatste Grote Jaar in de derde serie van zeven Grote Jaren en op
het heerserschap van de Zon over het laatste Grote Jaar in deze serie.
In de Brief aan Henri II is daarop niet gezinspeeld. Aan het einde van de Brief is gezinspeeld op "een
ander heerserschap van Saturnus, die een gouden tijdvak brengt".
Die passage lijkt geen rekenkundige verbanden te hebben met de eerste
bijbelse chronologie, maar met de tweede. De mogelijkheid bestaat dat
het jaar 2242 AD als
jaartal ten tonele is gevoerd, zonder dat de structuur van Grote Jaren
erbij is betrokken.
Slechts in een klein aantal kwatrijnen is verwezen naar de Maan en de
Zon in hun hoedanigheid van Heersers over Grote Jaren. Brind'Amour heeft
dit soort verwijzingen alleen gevonden in kwatrijnen in de Centuriën 01
en 03, niet in de andere Centuriën.[16] De
mogelijkheid bestaat dat de structuur van Grote Jaren, waarvan echo's
lijken te staan in het Voorwoord aan César en een aantal kwatrijnen in
de Centuriën 01 en 03, geen rol speelt in de Brief aan Henri II en de
Centuriën 08, 09 en 10.
De
looptijd van de eerste serie voorspellingen in de Brief aan Henri II
In de Brief aan Henri II staan drie series voorspellingen. De voorspellingen waaraan de eerste bijbelse chronologie voorafgaat,
lopen van 14 maart 1557 (1547) tot "het begin van het zevende
duizendtal" (Frans: au commencement du septiesme millenaire).
Brind'Amour heeft deze woorden geïnterpreteerd als "het begin van
het zevende millennium" en constateert een tegenspraak met een
opmerking in het Voorwoord aan César dat men ten tijde van het
Voorwoord reeds in het zevende millennium leeft.[17]
In 1999 heeft
de Fransman Yves Lenoble de woorden au commencement du septiesme
millenaire uitgelegd als "het begin van het jaar 7000
AM" (AM: Anno Mundi, gerekend vanaf de schepping van de wereld),
overigens zonder daarbij een verband te leggen met de eerste bijbelse
chronologie en haar context.[18]
Uitgaande van 4757/4758 vChr als jaar waarin Adam is geschapen, is het jaar 7000 AM het jaar 2242 AD, het jaar waarin volgens de cyclus van Grote Jaren,
zoals geformuleerd door Roussat, de derde serie van zeven Grote Jaren
moet overgaan in de vierde serie en waarin volgens de Brief aan Henri II
het aantal tegenstanders van Jezus Christus en zijn kerk sterk toeneemt.
Volgens deze veronderstellingen begint de looptijd van de eerste serie
voorspellingen in de Brief aan Henri II op 14 maart 1557 (1547) en
eindigt deze looptijd in (februari) 2242. De looptijd is dan bijna 685
(695) jaar.
De
kwestie mille versus deux
mille
Brind'Amour heeft gesteld
dat in het geval van de duur van de periode Adam - Noach in de eerste
bijbelse chronologie sprake kan zijn van een zetfout (mille
in plaats van deux mille), vergeleken met tijdgegevens in de Septuagint.
Als we uitgaan van een tijdstructuur waarin de wereld 7000 jaar bestaat
en geacht wordt te vergaan in 2242 AD, blijken de tijdgegevens van de
eerste bijbelse chronologie rekenkundig gezien te kloppen.
Eén van de verschillen tussen de eerste bijbelse chronologie en de
tweede is dat de tweede bijbelse chronologie wordt afgesloten met een
totaal: ongeveer 4173 jaar en 8 maanden. Op grond van dit totaal kunnen
foutieve tijdgegevens in de perioden die deel uitmaken van de tweede bijbelse chronologie,
tot op zekere hoogte worden gecorrigeerd.
In de Brief aan Henri II is het totaal van de eerste bijbelse
chronologie niet gegeven. Bij het verifiëren van de tijdgegevens van deze chronologie
aan bijvoorbeeld de Septuagint springt de
discrepantie mille / deux mille in het oog. De conclusie dat
het woord deux is weggevallen, ligt voor de hand. De correctie
van 1242 in 2242 kan worden doorgevoerd omdat het totaal van de eerste
bijbelse chronologie niet in de Brief staat.
Als echter de woorden au commencement du septiesme millenaire worden
gelezen als "bij het begin van het jaar 7000 AM", blijkt de
eerste bijbelse chronologie te worden voorafgegaan door een totaal, dat
lijkt te verwijzen naar de bestaansduur van de wereld en zijn de
totalen in de eerste bijbelse chronologie getalsmatig gezien correct. Zou de periode Adam - Noach 2242 jaar hebben
geduurd, zoals Brind'Amour heeft verondersteld op grond van de Septuagint en
Eusebius, dan was de wereld volgens de eerste bijbelse chronologie geschapen in 5757 vChr
en zou de aanduiding au commencement du septiesme millenaire
geen enkele betekenis hebben. Gerekend vanaf 5757 vChr zou het zevende
millennium zijn begonnen in 242 AD en het jaar 7000 AM het jaar 1242 AD
zijn. Het lijkt er echter op dat in dit deel van de Brief aan
Henri II de wereld wordt geacht te vergaan in 2242 AD bij een
bestaansduur van 7000 jaar. Terugtellend van 2242 AD, wordt 4757/4758 vChr het scheppingsjaar van
Adam. Zo bezien is de vermelding mille deux cent quarante deux ans qua
rekensom correct en is er geen sprake van wegvallen van het woord deux.
Integendeel, als bij het samenstellen van de eerste bijbelse chronologie
is uitgegaan van 2242 AD, is er sprake van een doelbewuste aanpassing
van gegevens die stammen uit de Septuagint of uit berekeningen
van Eusebius en wordt een opmerking van dr. Halbronn bewaarheid dat in
sommige gevallen een ogenschijnlijke zetfout een feitelijke weergave
is van de bedoelingen van de schrijver.
Het
stichtingsjaar van de Islam als ijkpunt
Vanaf het jaar waarin de Islam is
gesticht (621 AD), zou gemakkelijk kunnen worden nagegaan welke tijden er zijn verstreken en
of de voorspellingen juist zijn. Kennelijk fungeert het jaar 621 als
ijkpunt.
P.V. Piobb heeft in 1927
gesignaleerd dat het getal 621 een belangrijke rol speelt in de eerste
bijbelse chronologie: de periode Adam - Noach (1242 jaar, dat wil zeggen
2 x 621 jaar) en de periode Jezus - stichting Islam (621 jaar).[19]
Uitgaande van een bestaansduur van de wereld van 7000 jaar, de schepping
van de wereld in 4757/4758 vChr en het vergaan van de wereld in 2242 AD,
komt het getal 621 nogmaals in beeld. In deze structuur namelijk begint
het zevende millennium in 1242 AD, 621 jaar na de stichting van de Islam
in 621 AD.
De Meern, 10 en 19 april
2005
T.W.M.
van Berkel
Noten
-
Facsimile-Chomarat-2000, p.155. In
de editie-Amsterdam-1668 staat niet 14 maart 1557, maar 14 maart 1547. [tekst]
-
Varro:
Marcus Terentius Varro (116 vChr - 27 vChr), vooraanstaand Latijns
geleerde, schrijver en dichter. In zijn belangrijkste werk, het 41
delen tellende Antiquitates rerum humanarum et divinarum,
heeft hij de cultuur- en godsdienstgeschiedenis behandeld. [tekst]
-
Eusebius:
Eusebius van Caesarea (± 265 - 339), bijgenaamd: Vader van de
Kerkgeschiedenis. Eusebius is de schrijver van de Chronicorum,
een geschiedkundig werk, waarvan boek 2 is vertaald door Hiëronymus
(Sophronius Eusebius Hiëronymus, 331 [347] - 419 [420]). In 1483
verscheen deze vertaling in Venetië onder de titel De
temporibus (Gruys, Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, aan Van
Berkel, 29 augustus 2002). In Livre de l'estat... is op p.95
verwezen naar De temporibus. [tekst]
-
Wöllner,
p.10. [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.173 en 175. In de Brief aan Henri II is de periode Noach -
Abraham als volgt beschreven (facsimile-Chomarat-2000, p.157): Apres
Noë, de luy & de l'vniuersel deluge, vint Abraham enuiron mille
huictante ans [...] (vert.: Ongeveer duizendtachtig jaar na
Noach en de algemene zondvloed kwam Abraham [...]) [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.173.
[tekst]
-
In
dit artikel zijn twee online-uitgaven van de Septuagint
gebruikt, waarin de door Sir Lancelot C.L. Brenton in 1851 gemaakte
vertaling staat van de Griekse uitgave van de Septuagint: The
Septuagint LXX: Greek and English en The
Septuagint Bible Online. In de tabellen 2 en 3 staan
de namen van de aartsvaders die Brind'Amour heeft gebruikt. [tekst]
-
Brind'Amour 1993a, p.173.
[tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.175. [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.173-174. [tekst]
-
Brind'Amour 1993a,
p.173-174. Brind'Amour heeft geschreven dat sommigen ervan uitgaan
dat Abraham ten tijde van de Belofte 76 jaar was. Dit zou de
verklaring kunnen zijn voor het feit dat voor de periode Abraham -
Mozes twee duren zijn opgegeven: 515 en 516 jaar. [tekst]
-
Brind'Amour 1993a, p.174. [tekst]
-
In
Le période c'est a dire la fin du monde heeft Turrel zich wat betreft het scheppingsjaar (5200 vChr)
gebaseerd op berekeningen van zijn landgenoot Bede en op die van
Eusebius (Brind'Amour 1993a, p.193). In Livre de l'estat... staat op p.68 de zin: ainsi que dit
Bede en ses vers vulgaires: lesquelz ay bien voulu icy reciter &
son tels: Vnum tolle, datis ad milia quinque ducentis, Nascenti
Domino totdat Beda a prothoplausto. Ce sont, du commencement du
Monde, 5199. Er is op deze pagina geen verwijzing naar Eusebius. [tekst]
-
...qui sera apres au commencement du septiesme millenaire
profondement supputé, tát que mon calcul astronomique & autre
scauoir s'a peu estédre,oú les aduersaires de Iesus Christ & de
son eglise, commenceront plus fort de pulluler...
(facsimile-Chomarat-2000, p.155). [tekst]
-
Van
Berkel:
De tweede bijbelse chronologie. [tekst]
-
Brind'Amour
heeft in de kwatrijnen 01-25, 01-48, 01-56, 01-62 en 03-97 verwijzingen
gevonden naar de Maan en de Zon in hun hoedanigheid van Heersers van
Grote Jaren (Brind'Amour 1993a, p.193-195). In zijn uitleg van
kwatrijn 03-92 schrijft hij over "het zevende millennium,
geregeerd door de Maan" en het achtste millennium (waarvan hij
zich afvraagt of dat begint in 1800 AD), dat volgens hem wordt
gemarkeerd door de terugkeer van Saturnus en een gouden tijdvak
(Brind'Amour 1993a, p.194, en 1996 [1994], p.454-455), iets dat hij
alleen kan hebben ontleend aan de Brief aan Henri II. Brind'Amour
beschrijft een zevenvoudige millenniumstructuur die Turrel heeft
gebruikt naast de vier perioden van 1750 jaar (Brind'Amour 1993a,
p.183-184). Noch in Nostradamus astrophile, noch in Les
premieres Centuries ou prophéties, gaat hij in op de opbouw van
deze structuur. Misschien verwijst hij naar een millenniumstructuur,
waarbij de Maan het zevende millennium regeert en Saturnus het
achtste? Als hij het einde heeft bedoeld van het heerserschap van de
Maan over het voorlaatste Grote Jaar, moet bij deze uitleg worden
aangetekend dat in de structuur van Grote Jaren, zoals beschreven
door Roussat, dit heerserschap wordt opgevolgd door dat van de Zon,
niet door dat van Saturnus en dat Brind'Amour op deze manier zijn
uitleg van kwatrijn 01-48, waarin volgens hem is gezinspeeld op de
opvolgende heerserschappen van de Maan en de Zon, tegen lijkt te
spreken. [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.196-197. Wat betreft het Voorwoord:
facsimile-Chomarat-2000, p.35: qu'encores que nous soyon au
septiesme nombre de mille qui paracheue le tout [...] (vert.:
terwijl wij nu in het zevende duizendtal zijn, dat alles voleindigt
[...]). [tekst]
-
Lenoble: Nostradamus et
l'éclipse du 11 Août 1999.
In de Brief aan Henri II staat twee keer de
aanduiding septiesme millenaire: voorafgaand aan de
eerste bijbelse chronologie en in de tweede serie voorspellingen die volgt ná de tweede bijbelse chronologie. Volgens
die chronologie liggen tussen de schepping van de wereld en de
geboorte van Jezus ongeveer 4173 jaar en 8 maanden. De
looptijd van deze serie voorspellingen begint op 1 januari 1606. De tekst: &
cela sera proche du septiesme millenaire que plus le sanctuaire de
Iesus Christ , ne sera conculqué par les infideles qui viendront de
l Aquilon , le monde aprochant de quelque grande conflagration,combien
que par mes supputations en mes propheties le cours du temps aille
beaucoup plus loing. (vert.: en dit zal dichtbij het zevende
duizendtal zijn dat het heiligdom van Jezus Christus niet meer wordt
belaagd door de ongelovigen die uit het Noorden komen, wanneer de
wereld nadert tot een grote brand, hoewel volgens mijn berekeningen
in mijn profetieën de loop der tijden veel verder zal gaan). Dit
zou een verwijzing kunnen zijn naar het zevende millennium, dat
loopt van 1827 tot 2827 AD, of naar het jaar 7000 AM, het jaar 2827
AD. De
mededeling dat volgens de berekeningen in de profetieën de loop der
tijden veel verder zal gaan, zou dan verband kunnen houden met het
in het Voorwoord aan César vermelde jaar 3797.
Brind'Amour heeft het woord millénaire consequent gebruikt in de betekenis van millennium
(Brind'Amour 1993a, bijvoorbeeld in het hoofdstuk Millénaires et
grandes années, p.187-197).
Modern-Franse woordenboeken wijzen uit dat het Franse woord millénaire
een duizendjarig bestaan of tijdperk betekent, een millennium. Het Franse
woord voor duizendtal is millier; in de Brief aan Henri II is
hiervoor het woord miliade gebruikt (facsimile-Chomarat-2000,
p.154).
In kwatrijn 10-74 staan in de derde regel de woorden grand
eage milliesme. In modern-Frans betekent het woord millième:
duizendste deel (0,001). In kwatrijn 10-74 is het woord milliesme
zo te zien gebruikt vanwege het rijmen ervan op het woord septiesme
in de eerste regel en is de betekenis: millennium. Het kan mogelijk
zijn dat ook het woord millénaire in meerdere betekenissen is
gebruikt dan alleen in de betekenis van millennium, wat de
interpretatie van Lenoble in taalkundig opzicht zou kunnen
rechtvaardigen.
Roussat tenslotte heeft een keer het
woord miliaire gebruikt om een millennium aan te duiden (Roussat, p.139).
[tekst]
-
Piobb,
p.15. [tekst]
|