H. Houwens Post (W.L.
Vreede) in
"Inleiding tot de Profetieën"
|
...In
1558 verscheen een tweede uitgave, waarin achtereenvolgens
afgedrukt waren: de Brief aan Caesar, de Centuriën I t/m VII,
de Brief aan Koning Hendrik II en de Centuriën VIII t/m X...
...In
dit boek vindt de lezer een volledige, Nederlandsche weergave,
in dezelfde volgorde, van de editie van 1558, hierboven
genoemd... |
De
editie-Lyon-1558
Uit bibliografische gegevens kan worden afgeleid dat de Profetieën
van Nostradamus in
gedeelten zijn gepubliceerd. De uitgifte van de eerste 353 kwatrijnen en
de
brief aan César door de Lyonese uitgever Macé
Bonhomme, onder de titel Les
propheties de m. Michel Nostradamus,
draagt als jaar van uitgifte het jaar 1555. Twee uitgaven van Antoine du Rosne, eveneens woonachtig in Lyon,
dragen het jaar 1557 als jaar van uitgifte en zijn getiteld Les propheties
de m. Michel Nostradamus.
Dont il en y à trois cents qui
n'ont encore iamais esté imprimées. Van deze edities zijn
originele exemplaren bewaard gebleven. In de editie-Bonhomme-1555 staan de brief
aan César en de kwatrijnen 01-01 t/m 04-53. Eén van de uitgaven van de editie-Du
Rosne-1557, gedrukt in september 1557 en bewaard in de bibliotheek van de Universiteit van Utrecht,
Nederland, bevat de brief aan César, de kwatrijnen 01-01 t/m 06-99, een
ongenummerd kwatrijn in de vorm van een Latijnstalige
"waarschuwing tegen onwetende critici" en de kwatrijnen 07-01 t/m 07-42. De andere, gedrukt in november 1557 en bewaard in een bibliotheek in
Budapest, Hongarije, bevat de brief aan César, de kwatrijnen 01-01 t/m
06-99 en de kwatrijnen 07-01 t/m 07-40, drie kwatrijnen minder.
De achtste, negende en tiende centurie worden begeleid door een brief
van Nostradamus aan Henri II. Deze brief is gedateerd op 27 juni
1558. Deze datum doet veronderstellen dat de brief en deze drie centuriën in 1558 in
omloop zijn gekomen. Er is echter nooit een exemplaar van een
dergelijke uitgave gevonden. In de Bibliographie Nostradamus
staat een
editie-Lyon-1558 vermeld, uitgegeven door Jean de Tournes. De titel luidt:
Les Prophéties
de M. Michel Nostradamus.
Centuries VIII, IX et X. Qui n'ont encore iamais esté
imprimées. Het bestaan van deze
editie is echter alleen bekend door verwijzingen ernaar in
andere edities zoals de editie-Amsterdam-1668, waar op de titelpagina
staat: Reveües & corrigées suyvant les premieres Editions
imprimées en Avignon en l'an 1556 & à Lyon en l'an 1558 &
autres.[1]
Volgens sommige Nostradamus-onderzoekers zijn er aanwijzingen dat de achtste, negende en tiende centurie al in
1560 in omloop waren. Brind'Amour bijvoorbeeld noemt een brief van
Michaelo Soriano, ambassadeur van Venetië aan het Franse hof. De brief
is gedateerd op van 20 november 1560. Soriano beschrijft de ziekte van koning
François II, geboren op 18 januari 1544. Hij wijst op een astrologische
voorspelling waarin staat dat de koning de achttienjarige leeftijd niet
zal bereiken. François II overlijdt op 16-jarige leeftijd op 5 december 1560. Soriano lijkt
in zijn brief te verwijzen naar kwatrijn 10-39:
Kwatrijn
10-39 (facsimile-Chomarat-2000)
Premier fils vefue malheur eux mariage,
Sans nuls enfans deux Isles en discord,
Auant dishuict incompetant eage,
De l'autre pres plus bas sera l'accord.
Vertaling
(Van Berkel, 2002)
De eerste zoon van de weduwe, ongelukkig huwelijk,
Zonder kinderen. Twee eilanden in onmin.
Vóór achttien, onbevoegde leeftijd,
Voor de andere zal het akkoord worden gesloten terwijl hij
jonger is.
Dit
kwatrijn sluit volgens sommigen nauw aan bij wat zich rond François
II heeft afgespeeld. De eerste regel. François II was de oudste zoon
uit het huwelijk van Henri II en Catharina de' Medici. Henri II overleed
op 10 juli 1559; ten tijde van de ziekte van François II was Catharina
de' Medici weduwe. De tweede regel. François II sloot op 24 april
1558 een huwelijk met de Schotse koningin Mary Stuart, dat kinderloos
zou blijven. Schotland verkeerde in conflict met Engeland. De derde
regel bevat de leeftijdsaanduiding "vóór achttien". De vierde
regel zou in verband kunnen worden gebracht met een huwelijksarrangement
in 1560 tussen Charles IX (toen 10 jaar oud) en prinses Anna van
Oostenrijk.[2]
De meest vroege volledige uitgave van de Profetieën
die bewaard is gebleven, draagt als jaar van uitgifte het jaar 1568. Hierin staan de brief
aan César, de kwatrijnen 01-01 t/m 06-99, de Latijnse "waarschuwing",
de kwatrijnen 07-01 t/m 07-42, de brief aan Henri II en de kwatrijnen
08-01 t/m 10-100. Dit boek is in 2000 in facsimile uitgegeven door
Michel Chomarat.
Van een editie-Lyon-1558, hetzij in de vorm van de achtste, negende en
tiende centurie, vergezeld van de brief aan Henri II, hetzij in de vorm
van een volledige uitgave (de tien centuriën en de brieven aan César
en Henri II) is geen enkel exemplaar bewaard gebleven. Om deze reden beschouwen experts als Benazra en
Chomarat deze editie als "hypothetisch".
|

|
vertaling-Vreede-1941,
NV Servire, Den Haag
De
vertaling-Vreede-1941
In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie
en de Bijbel is onder
andere een Nederlandse vertaling van de Centuriën gebruikt, uitgegeven in
1941 door NV Servire, Den Haag. Hierin staan de brief aan César, de
kwatrijnen 01-01 t/m 06-100, de Latijnse "waarschuwing", de
kwatrijnen 07-01 t/m 07-44, de brief aan Henri II en de kwatrijnen 08-01
t/m 10-100.
H. Houwens Post, de vertaler, die het pseudoniem W.L. Vreede gebruikte, schreef dat hij als brontekst een
volledige editie van de Profetieën
had gebruikt, die was uitgegeven in Lyon in 1558. In deze editie zouden de brief aan
César staan, de eerste zeven centuriën, de brief aan Henri II en de achtste,
negende en tiende centurie.[3]
Op de kaft van de vertaling-Vreede-1941 was de titel gedrukt in een
kader, ontleend aan het kader van de titel Les vrayes centuries et
propheties de Maistre Michel Nostradamus op de kaft van de
editie-Amsterdam-1668.
De vertaling-Vreede-1941 is na 1941 niet opnieuw gedrukt tot 1979. In
1979 verscheen een facsimile-uitgave bij uitgeverij Schors, Amsterdam. In
1998 verscheen van de hand van Jan Vandervoort een taalkundig
gemoderniseerde uitgave van de vertaling-Vreede-1941 onder de titel Nostradamus
De grootste ziener aller tijden.
De vertaling-Vreede-1941 bevat geen bibliografie van geraadpleegde
werken. Uitgeverij Schors in Amsterdam nam op de achterkant van het
facsimile de opmerking van Houwens Post over dat zijn vertaling een volledige Nederlandse vertaling was van de in 1558
verschenen (Franstalige) editie.
Als de mededeling van Houwens Post op waarheid berust, betekent dit dat
de lang verloren gewaande
editie-Lyon-1558 voortleeft in een Nederlandse vertaling. In dit artikel
wordt besproken of dit inderdaad zo is.
De
titel van de editie-Lyon-1558
Houwens Post geeft geen
titel van de editie-Lyon-1558 die hij heeft gebruikt. J. Vandervoort, die
in de jaren '90 de vertaling-Vreede-1941 bewerkte, geeft als titel: Les
vrayes centuries et prophéties de maister Micheld Nostradamus à Lyon
1558.[4]
Zowel de titel van het boek als de aanspreektitel van Nostradamus doen vragen
rijzen. Uit de Bibliographie
Nostradamus blijkt dat de
titel Les vrayes centuries et prophéties
voor het eerst werd gebruikt in de editie-Leiden-1650 en voor het laatst
in de edities-Rouen-1710 en -Parijs-1710. Het gaat om edities waarin
niet de brief aan César is opgenomen, maar wel de toegevoegde
centuriën, de Présages
en de Sixains.[5]
De aanspreektitel "maister" (of "mayster") komt in
slechts drie gevallen voor, namelijk in Engelstalige Almanachs
voor 1559 en 1562.[6]
De
letter -d- in het woord "Micheld" kan wijzen op een benaming
"Michel de Nostredame", maar wordt bij de verlatiniseerde vorm
"Nostradamus" nooit gebruikt.
De titel van de
brontekst die Vandervoort noemt en de aanspreektitel van
Nostradamus wijzen er niet op dat Houwens Post als brontekst een editie-Lyon-1558 heeft
gebruikt. Deze titel is afkomstig uit de 17e en 18e
eeuw.
De inhoud van de
vertaling-Vreede-1941
In de vertaling-Vreede-1941 staat meer materiaal dan dat er in 1558 in
omloop was. Het extra materiaal dateert uit de 17e eeuw. Houwens
Post heeft in zijn vertaling de kwatrijnen 06-100, 07-43 en
07-44 opgenomen.
Deze kwatrijnen werden voor het eerst gepubliceerd in
de 17e eeuw, lang na het overlijden van Nostradamus in 1566. De Latijnse
"waarschuwing", die in de editie-Lyon-1568 na kwatrijn 06-99
volgt als een
ongenummerd kwatrijn, is in de vertaling-Vreede-1941 een ongenummerd kwatrijn dat tussen
de zesde en zevende centurie staat.
In de vertaling-Vreede-1941
staat ook een biografie over Nostradamus. Grote delen van deze biografie
zijn door Houwens Post overgenomen uit de biografie die in de editie-Amsterdam-1668
staat, een biografie die op haar beurt voor
een groot is deel ontleend aan de biografie, geschreven door De Chavigny
in La Première
Face du Ianus
François (1594).
|

|
Gravure
Nostradamus, vertaling-Vreede-1941
Anagrammen
en illustraties
Houwens Post geeft twee
voorbeelden van anagrammen die Nostradamus heeft gebruikt.[7]
Eén ervan is het woord EIOVAS (Savoye). Dit anagram
komt slechts één keer voor, namelijk in kwatrijn 12-69, dat voor het
eerst werd gepubliceerd in de 17e eeuw. Houwens Post twijfelt sterk aan
de authenticiteit van de elfde en twaalfde centurie.[8]
Om
die reden is het onbegrijpelijk waarom hij een voorbeeld heeft gekozen
uit de twaalfde centurie, terwijl een anagram als CHYREN (Henryc)
meerdere malen voorkomt in de eerste tien centuriën, bijvoorbeeld in kwatrijn 04-34.
In de vertaling-Vreede-1941 is de voorplaat afgebeeld van de
editie-Amsterdam-1668 en een pagina van de eerste centurie, waarop de
tekst staat van de kwatrijnen 01-54 t/m 01-62. Deze pagina's zijn, in
omgekeerde volgorde, in fotokopie opgenomen in Le
Secret
de Nostradamus et de ses
célèbres prophéties du xvie siècle, geschreven in 1927 door
de Fransman P.V. Piobb. Piobb heeft ook een fotokopie uitgegeven van de
editie-Amsterdam-1668, waarnaar Houwens Post een aantal malen verwijst.
De titel van deze fotokopie luidt: Texte intégral de Nostradamus
réproduction agrandie en phototypie de l'édition d'Amsterdam, 1668,
précédée de la Lettre à César, son fils, d'après l'édition de
Lyon, 1558.[9]
Waarschijnlijk
heeft Houwens Post de gefotokopieerde pagina's uit de
editie-Amsterdam-1668, die in hetzij Le
Secret
de Nostradamus... staan, hetzij in de kopie-Piobb-1927,
in omgekeerde volgorde opgenomen in zijn vertaling. Dit maakt zijn
uitspraak dat de door hem gebruikte brontekst een editie-Lyon-1558 is,
minder geloofwaardig.
In de vertaling-Vreede-1941 is verder een gravure opgenomen van Nostradamus,
gezeten aan een werktafel, met een vierregelig vers als onderschrift.
Deze gravure, vervaardigd door Jean Sauvé, is niet de gravure die in de editie-Amsterdam-1668 staat. De gravure
in de vertaling-Vreede-1941 vertoont gelijkenis met
een gravure die deel uitmaakte van Balthasar Guynauds La
Concordance des propheties de Nostradamus avec l’histoire depuis Henry
II jusqu’a Louis le Grand – La Vie et l'Apologie de cet
Auteur. Ensemble quelques essais d'explications sur plusieurs de ses
autres Prédictions, tant sur le present que sur l'avenir (Parijs,
1693, 1709 en 1712). Ook deze gravure wijst niet op
het gebruikt hebben van een editie-Lyon-1558.
Bibliografische
onjuistheden
Uit de
vertaling-Vreede-1941 blijkt dat Houwens Post zich heeft verdiept in de onderzoeken van tenminste drie
commentaarschrijvers (waaronder Piobb en De Fontbrune), in de
ontstaansgeschiedenis van de Profetieën
en in de samenstelling van diverse edities. Sommige van zijn
uitspraken zijn voor correctie vatbaar.
Volgens Houwens Post bevatte de eerste uitgave van de Profetieën
(Lyon, 1555) de brief aan César en de centuriën 1 t/m 7. De
uitgaven die verschenen tussen 1555 en 1558, zouden herdrukken zijn van de door
hem beschreven editie-Lyon-1555.[10]
Dit is niet juist. In de editie-Bonhomme-1555, de eerste uitgave van de Profetieën,
staan de brief aan César en de kwatrijnen 01-01 t/m 04-53. In 1557
verscheen in Lyon een vermeerderde druk bij Antoine du Rosne, die - in
twee varianten - de eerste zeven centuriën bevatte en de brief aan
César.
Houwens Post schrijft dat de editie-Amsterdam-1668 alle teksten van
Nostradamus bevat, zowel de authentieke als de niet-authentieke.[11]
Ook dat is niet juist; in deze editie ontbreekt de
brief aan César. In de kopie-Piobb-1927, de door Piobb gemaakte
fotokopie van de editie-Amsterdam-1668, is de brief aan César
toegevoegd en qua druk gedateerd in 1558.
|

|
Voorplaat
editie-Amsterdam-1668
Kwatrijnen
in oud-Frans
Houwens Post geeft geen parallelle Franse
brontekst van de kwatrijnen en brieven. Hij geeft oud-Franse teksten van in totaal 35 kwatrijnen, waarvan er 29 problemen
gaven bij het vertalen.[12]
Opvallend is dat in
deze teksten geen leestekens
staan, behalve een afsluitende punt aan het eind van de vierde regel van
elk kwatrijn en punten die worden gebruikt bij afkortingen.
De oud-Franse teksten van de kwatrijnen 01-03, -47 en -95, 02-63, 03-89 en de
kwatrijnen 04-26 en -44 in de vertaling-Vreede-1941 zijn vergeleken met de
bespreking-Brind'Amour-1996, de facsimile-Chomarat-2000 en de editie-Amsterdam-1668. Het oud-Frans in de vertaling-Vreede-1941
wijkt af van de teksten in de bespreking-Brind'Amour-1996 en de
facsimile-Chomarat-2000. De oud-Franse teksten van deze kwatrijnen stemmen wél
overeen met de teksten in de editie-Amsterdam-1668,
transcriptfouten uitgezonderd.
De oud-Franse teksten van de kwatrijnen 04-63, 05-15, -20, -45 en -56, de
kwatrijnen 08-30 en -88, de kwatrijnen 09-20, -21, -24, -27, -31, -34,
-48, -57, -95 en de kwatrijnen 10-07, -08, -33, -36, -41, -50, -52, -60
en -79 in de vertaling-Vreede-1941zijn vergeleken met de
facsimile-Chomarat-2000 en de editie-Amsterdam-1668. Het oud-Frans in de
vertaling-Vreede-1941 wijkt af van de teksten in de
facsimile-Chomarat-2000. De
oud-Franse teksten van deze kwatrijnen stemmen wél overeen met de
teksten in de editie-Amsterdam-1668, transcriptfouten uitgezonderd.
Uit deze bevindingen komt naar voren dat de brontekst van de kwatrijnen
niet de editie-Lyon-1558 is, maar de editie-Amsterdam-1668. Benazra, aan
wie in de lente van 2003 de tot dan toe gedane bevindingen werden
voorgelegd, concludeerde dat Houwens Post de kopie-Piobb-1927 van de
editie-Amsterdam-1668 heeft gebruikt. Deze conclusie is in het onderzoek overgenomen.
De
brief aan Henri II
De kopie-Piobb-1927 is niet de enige brontekst geweest die Houwens Post heeft gebruikt.
In de brief aan Henri II die hierin is afgedrukt, staat de
datum 14 maart 1547 als ingangsdatum van de eerste serie voorspellingen,
terwijl in de vertaling van Houwens Post de datum 14 maart 1557 staat,
de algemeen aangehouden ingangsdatum. Verder zijn er in de tekst van de
tweede bijbelse chronologie vier belangrijke verschillen tussen de
vertaling-Vreede-1941 en de kopie-Piobb-1927.
Tabel
1. Tweede bijbelse chronologie
Vertaling-Vreede-1941 en kopie-Piobb-1927
Tweede
bijbelse chronologie
Vertaling-Vreede-1941 |
Tweede
bijbelse chronologie
Kopie-Piobb-1927 |
|
Periode
Noach-Ark
En aan het einde van deze 600 jaren betrad Noach de ark...[13] |
Periode
Noach-Ark
Et à la fin d'iceux six ans, Noe entra dans l'arcke... [14] |
Periode
Jakob-Egypte
...vanaf zijn [Jakobs] geboorte-uur tot aan
zijn intrede in Egypte 130 jaren. |
Periode
Jakob-Egypte
Dès l'heure qu'il [Jacob] entra dans Egypte, jusques à l'issuë passerent cent trente ans. |
|
Periode
Exodus-Tempel
...vanaf den uittocht uit Egypte tot aan
den bouw van den Tempel, die door Salomo werd opgericht in het 4e. jaar
van zijn regeering, gingen 480 of 490 jaren voorbij. |
Periode
Exodus-Tempel
Et depuis l'issuë d'Egypte jusques à l'edification du temple faicte par Salomon au quatriesme an de son regne,
passerent quatre cens octante ou quatre vingt ans.
|
|
Periode
Tempel-Jezus
...vanaf den bouw van den Tempel tot aan
Jezus Christus verstreken volgens de berekeningen van de schriftkundigen
1020 jaren.
|
Periode
Tempel-Jezus
Et depuis
l'edification du temple jusques à Iesus Christ seló la supputation des
hierographes passerent quatre cens nonante ans.
|
In de vertaling-Vreede-1941 is de vermelding "aan het eind van de
zeshonderd jaar" correct. In de kopie-Piobb-1927 is wel het woord six
(zes) gedrukt, maar niet het woord cens (honderd).
In de vertaling-Vreede-1941corresponderen de Nederlandse bewoordingen van
de periode Jakob - intrede Egypte met Genesis 47,9. In de
kopie-Piobb-1927 is deze periode verkeerd onder woorden gebracht.
In de kopie-Piobb-1927 correspondeert het aantal jaren van de periode
Exodus - Tempel met 1 Koningen 6,1. Het getal 480 is in deze editie op
twee manieren geschreven: quatre cens octancte, ou quatre vingt ans.
In de vertaling-Vreede-1941 is er geen sprake van twee maal het getal
480, maar van de getallen 480 en 490.
De periode Tempel - Jezus: het getal 1020 in de vertaling-Vreede-1941 komt
niet voor in de kopie-Piobb-1927. In die editie staat het getal 490, dat
in de vertaling-Vreede-1941 in de voorgaande regel staat, als tweede
mogelijke duur van de periode Exodus-Tempel.
In beide edities duurt de periode Schepping - Noach 1506 jaar. Dit
berust op een zetfout. In het Oude Testament is de duur 1056 jaar. De
woorden mil cinquante & six (1056) zijn gedrukt als mil
cinq cens & six (1506). Na correctie van deze fout en bij het
rekenen met 480 jaar voor de periode Exodus - Tempel, is het totaal van
de tweede bijbelse chronologie in de vertaling-Vreede-1941 4172 jaar en 2 maanden. Dit
verschilt 1 jaar en 6 maanden met het totaal van 4173 jaar en 8 maanden,
gegeven door Nostradamus.[15] Correctie van deze zetfout in de
kopie-Piobb-1927 resulteert in een totaal van ongeveer 3684 jaar, dat
525 jaar verschilt met de 4173 jaar en 8 maanden.
Het
onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel
wijst uit dat het totaal van 4173 jaar en 8 maanden kan worden voorzien
van een rekenkundig fundament door middel van de getallen, die in de vertaling-Vreede-1941
staan (hoewel er nog sprake is van een tekort van 1
jaar en 6 maanden). Dit is belangrijk, omdat het totaal van 4173 jaar en
8 maanden leidt tot het millenniummodel, dat Nostradamus heeft gebruikt
om het aantal jaren bestaan van de wereld te berekenen. Nostradamus
rekent met acht millennia. Het eerste millennium begint op 25 april 4174
vC; het laatste millennium eindigt op 25 april 3827.
Vanaf de ontdekking in 1986 van de zet-/transcriptiefout 1056/1506, is
in het onderzoek aangenomen dat de vertaling van de tweede bijbelse
chronologie door Houwens Post berustte op de editie-Lyon-1558. Het verschil in de verwoording van de periode
Jakob - intrede Egypte zou berusten op een stilzwijgende correctie door
Houwens Post. De tekst
van de tweede bijbelse chronologie in de editie-Lyon-1568 zou het resultaat zijn van een
mislukte poging tot correctie van het totaal van 4622/4632 jaar in de
editie-Lyon-1558. Hiertoe zou het getal 1020 voor de periode
Tempel-Jezus zijn vervangen door het getal 490. Het totaal van de
tweede bijbelse chronologie zou dan 4092 jaar zijn, 80 jaar te weinig ten opzichte van het totaal
dat Nostradamus gaf. Bij deze correctie zou de zetfout 1056/1506 over
het hoofd zijn gezien en het feit dat in het Oude Testament de periode
Tempel - Eind Babylonische ballingschap 502 jaar duurt. Als de Bijbel erop was
nageslagen, zou de herziening anders zijn geweest. In Thesaurus
Temporum rekent J.J. Scaliger
voor de periode Tempel - Jezus 1014 jaar.[16] In
de 1566-Almanach-F rekent
Nostradamus met 1087 jaar.
|

|
Voorplaat
"Das Mysterium des Nostradamus"
De
Duitse brontekst van de brief aan Henri II
L'astrologie
de Nostradamus - dossier is
een verzameling essays en boeken en bevat onder andere het boek Das
Mysterium des Nostradamus
(1926), geschreven door dr. Christian Wöllner.
Wöllner heeft eveneens aandacht besteed aan de bijbelse chronologieën in de brief aan Henri II.[17]
Ook hij stelde de zet-/transcriptiefout 1056/1506
vast. Ook hij zag dat de periode Jakob-Egypte-Exodus verkeerd onder
woorden was gebracht. Ook hij zag dat een duur 490 jaar van de periode
Tempel-Jezus tegen alle bijbelkundige gegevens inging.
Wöllner meende dat bij
de vermelding quatre cens octante, ou quatre vingts ans voor
de periode Exodus-Tempel iets was misgegaan, omdat Nostradamus als synoniem
voor het woord octante wel het woord huictante
gebruikt, maar niet de woorden quatre vingts. Voor het getal
70 gebruikt Nostradamus het woord septante en niet de
woorden soixante dix; voor het getal
90 gebruikt hij het woord nonante en niet de
woorden quatre vingt dix.
Volgens Wöllner kan het totaal van 4173 jaar en 8 maanden volledig
worden berekend met de gegevens in de tweede bijbelse chronologie.
Wöllner hanteert hierbij een duur van 601 jaar voor de periode
Noach-Ark (brief Henri II: 600 jaar) en een duur van 480 jaar en 6
maanden voor de periode Exodus-Tempel (brief Henri II: 480 jaar). Wöllner
baseert deze verschillen op interpretaties van Genesis 7,11 en 1 Koningen 6,1 en
6,38, in combinatie met zijn opvatting dat van de oorspronkelijke
vermelding mil vingts (1020) het woord mil is
weggevallen en dat de vermelding quatre cens nonante
oorspronkelijk niet de duur aangaf van de periode Tempel-Jezus, maar een
tweede inschatting was van de duur van de periode Exodus-Tempel.
In
onderstaand overzicht staat de tekst van de tweede bijbelse
chronologie, zoals vertaald en herzien door Wöllner in 1926 en vertaald door Houwens
Post rond 1941.
Tabel
2. Tweede bijbelse chronologie
Vertaling/revisie-Wöllner-1926 en vertaling-Vreede-1941
Tweede
bijbelse chronologie
Wöllner, p. 13-14, in: Amadou, p.316-317 |
Tweede bijbelse
chronologie
Vertaling-Vreede-1941, p.147 |
|
Immerhin
sind von der Schöpfung des Menschen bis Noah 1056 Jahre und von
Noahs Geburt bis zur Vollendung der Arche vor den Sintflut 600
Jahre (ob die Jahre Sonnen- oder
Mondjahre waren oder Mischungen von besagten, so halte ich dafür,
dass die Heilige Schrift Sonnenjahre meint). Und am Ende dieser
600 Jahre ging Noah in die Arche, um aus der Flut gerettet zu
werden; es dauerte diese über die ganze Erde verbreitete Flut 1
Jahr und 2 Monate. Und von da ab bis zur Geburt Abrahams
vergingen 295 Jahre. Von da bis Isaac
100; von Isaac bis Jacob
60 Jahre; von da bis zu seinem Einzug in Ägypten vergingen
130
Jarhre. Und seit dem Eingang in Ägypten bis zum Ausgang 430
Jahre. Und vom Ausgang aus Ägypten bis zum Tempelbau Salomos in
4. Jahr seiner Regiering 480 oder 490 Jahre.
Und von Tempelbau bis Jesus Christus vergingen nach Rechnung der
Hierographen 1020 Jahre. Und so sind nach dieser der Heiligen
Schrift entnommenen Rechnung ungefähr 4173 Jahre und 8 Monate
paullo plus vel minus vergangen. |
Wanneer
ik evenwel de jaren tel vanaf de schepping der wereld tot aan de
geboorte van Noach, dan zijn er in dien tijd 1506 jaren
verstreken; en vanaf de geboorte van Noach tot aan den
volledigen afbouw van de ark (toen de algemene zondvloed
naderde) gingen 600 jaren voorbij (de vraag rijst, of het zonne-
of maanjaren waren, of een mengeling van beide, doch ik neem
aan, dat de Heilige Schrift zonnejaren aangeeft). En aan het
einde van deze 600 jaren betrad Noach de ark om van den
zondvloed gered te worden. En deze algemeene zondvloed kwam over
de aarde en duurde 1 jaar en 2 maanden. En vanaf het einde van
den zondvloed tot aan de geboorte van Abraham verstreken 295
jaren; en vanaf de geboorte van Abraham tot aan de geboorte van
Isaac gingen 100 jaren voorbij; en vanaf die van Isaac tot aan
die van Jacob 60 jaren; en vanaf zijn geboorte-uur tot aan zijn
intrede in Egypte 130 jaren; en vanaf Jacobs intrede in Egypte
tot aan zijn uittocht verstreken 430 jaren; en vanaf den
uittocht uit Egypte tot aan de bouw van den Tempel, die door
Salomo werd opgericht in het 4e. jaar van zijn regeering, gingen
480 of 490 jaren voorbij; en vanaf den bouw van den Tempel tot
aan Jezus Christus verstreken volgens de berekeningen van de
schriftkundigen 1020 jaren.
En aldus zijn er volgens de door mij gemaakte berekening,
ontleend aan de Heilige Schrift, ongeveer 4173 jaar en 8 maanden
verstreken, welk getal iets kleiner of iets groter kan zijn.
|
Wöllner heeft voor de
vertaling van de brieven aan César en Henri II gebruik gemaakt van een
niet nader gedateerde editie-Benoist Rigaud. In de brief aan Henri II
duurt in de Franse brontekst de periode Noach-Ark zes jaar, wat
zeshonderd moet zijn. In de editie-Lyon-1568 staat de duur van deze
periode wel correct vermeld. Wöllner bespreekt deze foutieve vermelding
niet, maar heeft hem stilzwijgend gecorrigeerd.
In de vertaling-Vreede-1941 duurt de periode
Schepping-Noach 1506 jaar in plaats van 1056. Houwens Post heeft echter,
overeenkomstig de herziening door Wöllner, de periode Noach-Ark en de periode Jakob-Egypte correct geformuleerd, aan de periode Exodus-Tempel een tweede
tijdspanne
toegekend (490 jaar) en de periode Tempel-Jezus gesteld op 1020
jaar.
Uit deze gegevens kan worden geconcludeerd dat Houwens Post voor het vertalen
van de brief aan Henri II de in 1926
gepubliceerde vertaling van Wöllner heeft gebruikt. Deze conclusie wordt ondersteund
door het feit dat de opstelling van de haken in de zin
(de vraag rijst, of het zonne-
of maanjaren waren, of een mengeling van beide, doch ik neem
aan, dat de Heilige Schrift zonnejaren aangeeft). (zie
tabel 2).
identiek
is aan de opstelling van de haken in de vertaling van Wöllner
(ob die Jahre
Sonnen- oder
Mondjahre waren oder Mischungen von besagten, so halte ich
dafür,
dass die Heilige Schrift Sonnenjahre meint).
(zie tabel 2).
De
opstelling die Wöllner heeft gebruikt, wijkt af van de door hem
gebruikte Franse brontekst
(Si
les ans estoyêt Solaires ou Lunaires, ou des dix mixtions)
ie tiens ce que les sacrees escriptures tiennent qu'ils estoyent
Solaires.
en is specifiek gebonden aan de vertaling van
Wöllner (zie tabellen 2 en 3
en de paragraaf
Verwijzingen naar de editie-Lyon-1558)
Een andere aanwijzing dat Houwens Post bij de vertaling van de brief
aan Henri II gebruik heeft gemaakt van de gegevens van Wöllner
en niet van de kopie-Piobb-1927, is het feit dat zijn vertaling niet de datum 14 maart 1547
bevat, maar de datum 14 maart 1557.[18]
Nog een andere bijkomstigheid
die wijst op het stilzwijgend verwerken van gegevens van Wöllner, is de
opsomming die Houwens Post presenteert over de edities van de Profetieën.
Deze lijst komt nagenoeg overeen met de opsomming die Wöllner
presenteert. Wöllner noemt de volgende edities: Lyon-1555,
Avignon-1556, Lyon-1556, Leiden-1558, -1566 en -1568, Amsterdam-1668,
Parijs-1669, Keulen-1689 en Lyon-1698. Houwens Post noemt als edities:
Lyon-1555, Avignon-1556, Lyon-1558, Leiden-1558, -1566, -1568 en 1611,
Amsterdam-1668, Parijs-1669, Keulen-1689 en Lyon-1698.[19]
Verwijzingen
naar de editie-Lyon-1558
Het in dit artikel beschreven onderzoek heeft uitgewezen dat Houwens Post
geen gebruik heeft gemaakt van een editie-Lyon-1558, maar van de kopie-Piobb-1927, met stilzwijgende aanvullingen
uit Das Mysterium des Nostradamus van
Wöllner. Zijn verwijzingen naar een editie-Lyon-1558 zijn onjuist.
In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan Nostradamus,
astrologie en de Bijbel
werd tot voor kort aangenomen dat de verschillen in de tweede bijbelse
chronologie tussen de vertaling-Vreede-1941 en de kopie-Piobb-1927 zouden wijzen op het bestaan van een editie-Lyon-1558.
Het recente onderzoek heeft echter
uitgewezen dat Houwens Post Wöllner's Duitse vertaling van de brief aan
Henri II, waarin een herziene tweede bijbelse chronologie staat, heeft
vertaald in het Nederlands.
De tweede bijbelse chronologie, zoals herzien door Wöllner,
wijst niet op het bestaan van een
editie-Lyon-1558. De herziene tweede bijbelse chronologie is het
resultaat van Wöllner's eigen onderzoek van de van de brief aan Henri
II. Zijn brontekst was een - niet nader gedateerde - "editie-Benoist
Rigaud".
Benoist Rigaud was de uitgever van de editie-Lyon-1568. De brontekst van
de tweede bijbelse chronologie die Wöllner heeft gebruikt, wijkt op een
aantal punten af van de tekst van deze editie, weergegeven in de facsimile-Chomarat-2000, zoals blijkt uit
tabel 3.
Tabel
3. Tweede bijbelse chronologie
Wöllner, editie "Benoist Rigaud" en
facsimile-Chomarat-2000
|
Tweede
bijbelse chronologie
editie "Benoist Rigaud"
Wöllner, p.11-12, in: Amadou, p.315-316 |
Tweede
bijbelse chronologie
facsimile-Chomarat-2000
in: Chomarat, p.166-167 |
|
(74)
Toutefois comptans, les ans depuis la creation du monde, iusques
à la naissance de Noë, sont
(75) passez mil cinq cens & six ans, - & depuis
la naissance de Noë iusques à la parfaicte fabriacation de
l'arche, approchant de l'vniuerselle inondation, passerent six
ans. (Si
les ans estoyêt Solaires ou Lunaires, ou des dix mixtions)
ie tiens ce que les sacrees escriptures tiennent qu'ils estoyent
Solaires. Et à la fin d'iceux six cens ans Noë entra dans
l'arche pour estre sauué du deluge:
(76) - & fut iceluy deluge vniuersel sur la terre,
(77) & dura vn an & deux mois. - Et depuis la fin
du deluge iusques à la natiuité d'Abraham passa le nombre des
ans de deux cens nonâte cinq.
(78) - Et depuis la natiuité d'Abraham iusques à
la
(79) natiuité d'Isaac passerent cens ans. - Et depuis
(80) Isaac iusques à Jacob, soixante ans. - dès l'heure
qu'il entra en Egypte iusques à l'yssue d'iceluy
(81) passerent cent trête ans. - Et depuis l'entrée de
Jacob, en Egypte iusques à l'yssue d'iceluy passe-
(82) rent quatre cens trente ans. - Et depuis l'yssue
d'Egypte iusques à l'edification du Temple faicte par Salomon
au quatriesme an de son regne, passerent quatre cens octâte ou
quatre vingts ans.
(83) - Et depuis l'edification de temple iusques à par
ceste supputation que i'ay faicte, colligee par Jesus
Christ selon la suppuation des hierographes,
(84) passerent quatre cens nonante ans. - Et ainsi par
ceste supputation que i'ay faicte, colligee par les sacrées
lettres, sont enuiron quatre mille cent septante trois ans &
huict mois, peu ou moins. |
Toutesfois
comptans les ans depuis la creation du monde, iusques à la
naissance de Noë, sont passez mille cinq cens & six ans,
& depuis la naissance de Noë iusques à la parfaicte
fabrication de l'arche, approchêt de l'vniuerselle inondation
passerent six cens ans si les dons estoyent solaires ou lunaires,
ou de dix mixtions. Ie tiens ce que les sacrees escriptures
tiennent qu'estoyent Solaires. Et à la fin d'iceux six cens ans
Noë entra dans l'arche pour estre sauué du deluge, & fut
iceluy deluge vniuersel sus la terre, & dura vn an &
deux mois. Et depuis la fin du deluge iusques à la natiuité
d'Abraham, passa le nombre des ans de deux cens nonante cinq. Et
depuis la natiuité d'Abraham iusques à la natiuité d'Isaac,
passerent cens ans. Et depuis Isaac iusques à Iacob, soixante
ans, dés l'heure qu'il entra dans Egypte, iusques en l'yssue
d'iceluy passerent cent trente ans. Et depuis l'entree de Iacob
en Egypte iusques à l'yssue d'iceluy passerent quatre cens
trente ans. Et depuis l'yssue d'Egypte iusques à la edification
de temple faicte par Salomon au quatriesme an de son regne,
passerent quatre cens octante ou quatre vingts ans. Et depuis
l'edification du temple iusques à Jesus Christ selô la
supputation des hierographes, passerent quatre cens nonante ans.
Et ainsi par cette supputation que i'ay faicte collige par les
sacrees lettres sont enuiron quatre mille cent septante trois
ans , & huict moys peu ou moins. |
Een aantal woorden
verschillen, zoals in regel 74 het woord Toutefois versus Toutesfois in
de editie-Lyon-1568. De blauw weergegeven tekst in Wöllner's brontekst
in regel 83 is het resultaat van een drukfout
in de Duitse uitgave.
Deze tekst duikt opnieuw op in regel 84, waar hij hoort.
De belangrijkste verschillen staan in regel 75 in de brontekst van
Wöllner. In deze regel is de duur van de periode Noach-Ark 6 jaar. In
de facsimile-Chomarat-2000 is deze duur 600 jaar. De erna volgende bespreking
van het dilemma aangaande het gebruik van zonnejaren of maanjaren staat
in de brontekst van Wöllner deels tussen haken en de woorden Solaires
en Lunaires beginnen met een hoofdletter. In de
facsimile-Chomarat-2000 staat de bespreking van dit dilemma niet tussen haken en beginnen de
woorden solaires en lunaires met een kleine letter. In de
vertaling-Vreede-1941 staat het dilemma zonnejaren versus maanjaren
eveneens tussen haken.
De opstelling van de haken in de vertaling van Wöllner wijkt af van de
opstelling in de door hem gebruikte brontekst. Zou hij de brontekst
hebben gevolgd, dan zou het zinsdeel so halte Ich dafür, dass die
Heilige Schrift Sonnenjahren meint
(de vertaling van
ie tiens ce que les sacrees escriptures tiennent qu'ils estoyent
Solaires),
niet tussen haken hebben gestaan (zie
tabellen 2 en 3). Dit zinsdeel
staat echter wél tussen haken. Het geval wil dat de opstelling van de
haken in de vertaling-Vreede-1941 identiek is aan die in de vertaling
van Wöllner (zie tabel 2).
In
dezelfde regel staat in de brontekst van Wöllner het woord ans,
terwijl in de editie-Lyon-1568 het woord dons staat.
De tekst van de brief aan Henri II in de
facsimile-Chomarat-2000 is niet de brontekst die Wöllner heeft gebruikt.
Benazra, die over deze kwestie is geraadpleegd, wijst erop dat op p.119 van een editie-Pierre
Rigaud-1566 en in een aantal ongedateerde edities, uitgegeven door deze
Pierre Rigaud, het dilemma aangaande het gebruik van zonnejaren of
maanjaren op dezelfde manier tussen haken staat als in de brontekst van
Wöllner. De woorden Solaires en Lunaires
beginnen eveneens met een hoofdletter. Echter, in de regel Et à la fin
d'iceux six cens ans Noë entra... staat in de editie-Pierre
Rigaud-1566 niet het woord cens.[20]
Bij het bespreken van kwatrijn 10-74 verwees
Wöllner ook naar Pierre Rigaud.[21]Hij noemde verder Anatole Le
Pelletier, van wiens Les
Oracles de Michel de Nostredame
(1867) hij de
nummering overnam van de zinnen in de brieven aan César en Henri II.[22]Les
Oracles de Michel de Nostredame
bevat een apocriefe editie, toegeschreven wat betreft uitgave aan Pierre Rigaud
en foutief gedateerd in 1558-1566, aangevuld met varianten uit een
eveneens apocriefe editie, toegeschreven wat betreft uitgave aan Benoist Rigaud en foutief gedateerd
in 1568. In werkelijkheid zijn deze edities gedrukt door
François-Joseph Demergue in Avignon in het begin van de 18e eeuw.[23]
Op grond van de
beschikbare teksten is de conclusie dat Wöllner de bronteksten van de brieven aan César en
Henri II heeft vertaald uit Le Pelletier's Les
Oracles de Michel de Nostredame
[24]
Conclusies
De bevindingen in het onderzoek van de vertaling-Vreede-1941 wijzen uit dat
Houwens Post niet in het bezit is geweest van een editie-Lyon-1558 waarin de brief aan
César staat, de
kwatrijnen 01-01 t/m 06-100, de Latijnse "waarschuwing", de kwatrijnen
07-01 t/m 07-44, de brief aan Henri II en de kwatrijnen 08-01 t/m
10-100. Een editie-Lyon-1558 zoals beschreven door Houwens Post zou meer
materiaal bevatten dan er in 1558 in omloop was.
Het aantal elementen in de vertaling-Vreede-1941 dat afkomstig is uit de
editie-Amsterdam-1668 is dermate groot, dat in redelijkheid kan worden
verondersteld dat deze editie, in de vorm van de kopie-Piobb-1927, één van de bronteksten is geweest die Houwens
Post heeft gebruikt. Houwens Post heeft
deze fotokopie gebruikt als brontekst voor het vertalen van de
kwatrijnen. Hij heeft er ook fragmenten uit de Nostradamus-biografie aan
ontleend en waarschijnlijk ook illustratiemateriaal.
Wat betreft de vertaling van de brief aan Henri II
is de veronderstelling dat Houwens Post stilzwijgend gebruik heeft
gemaakt van de vertaling van deze brief Wöllner's Das Mysterium des
Nostradamus, en dus
de herziene
tweede bijbelse chronologie
van Wöllner in zijn vertaling heeft opgenomen. Over Houwens Posts
brontekst van de brief aan César kan, wegens het ontbreken in L'astrologie
de Nostradamus - dossier van de tekst die oorspronkelijk in Das Mysterium des Nostradamus
stond, nog niets worden gezegd.
Wöllner heeft evenmin gebruik gemaakt van een editie-Lyon-1558. Wat
betreft de brontekst van de brieven aan César en Henri II verwijst hij
naar een "editie-Benoist Rigaud" zonder verdere datering. Het
onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om de editie Pierre
Rigaud 1566 (met aanvullingen uit de editie Benoist Rigaud 1568), zoals opgenomen in Le Pelletier's
Les
Oracles de Michel de Nostredame
(1867), welke edities in werkelijkheid zijn gedrukt in het begin van de
18e eeuw.
Houwens Post en
Wöllner lijken op dezelfde manier te verwijzen naar hun bronteksten. De
verwijzing van Houwens Post naar het gebruikt zijn van een
editie-Lyon-1558 lijkt te zijn gebaseerd op de verwijzing naar die
editie in de titel van de kopie-Piobb-1927. Wöllner's verwijzing naar het
gebruikt zijn van een editie-Benoist Rigaud is gebaseerd op de
verwijzing naar die editie door Le Pelletier. Dat deze manier van
verwijzen tot verwarring kan leiden en soms ook niet volledig is, blijkt
wel uit deze twee vertalingen. In de vertaling-Vreede-1941 zijn de
brieven aan César en Henri II niet vertaald uit een brontekst die dateert uit 1558,
maar uit een Duitse vertaling van een brontekst die dateert uit de 18e
eeuw, waar de Duitse schrijver die dateert in 1566/1568.
Over
de heruitgave van de vertaling-Vreede-1941, uitgegeven door Schors,
Amsterdam, in de jaren '80-'90, kan worden gezegd dat de opmerking op de
achterpagina waarin wordt vermeld dat deze heruitgave een volledige
Nederlandse vertaling is van de editie, uitgegeven in 1558, niet juist
is.
Over
de bewerking door van de vertaling-Vreede-1941 door J. Vandervoort,
eveneens uitgegeven door Schors, Amsterdam, kan worden gezegd dat de
opmerking van Vandervoort dat hij met eigen ogen de door Houwens Post
gebruikte Franse brontekst heeft gezien, getiteld Les
vrayes centuries et prophéties de maister Micheld Nostradamus à Lyon
1558, eveneens niet juist is. De titel die hij geeft, wijst op de titel van de
kopie-Piobb-1927.
Tabel
4. Bronteksten vertaling-Vreede-1941
|
Kwatrijnen
|
Kopie-Piobb-1927
(= kopie van Amsterdam-1668).
|
|
Brief
aan César |
Kopie-Piobb-1927
(te weten: aanvulling, gedateerd in 1558), of vertaling-Wöllner-1926
(Duitse vertaling / herziening van de brief aan César).
Franse brontekst in: Le Pelletier,
1867.
Brontekst Le Pelletier-1867: Avignon, begin 18e eeuw ("Pierre Rigaud-1566" / "Benoist Rigaud-1568"). |
|
Brief
aan Henri II
|
Vertaling-Wöllner-1926
(Duitse vertaling / herziening van de brief aan Henri II).
Franse brontekst in: Le Pelletier,
1867.
Brontekst Le Pelletier-1867: Avignon, begin 18e eeuw ("Pierre Rigaud-1566" / "Benoist Rigaud-1568").
|
Andere
artikelen op deze website over de vertaling-Vreede-1941
-
De
vertaling-Vreede-1941 en de Tweede Wereldoorlog
In dit
artikel wordt ingegaan op de motieven van Houwens Post om in de
oorlogsjaren de Centuriën te vertalen in het Nederlands en
worden aanwijzingen besproken die erop duiden dat de
vertaling-Vreede-1941 een reactie was op de nationaal-socialistische
brochure Hoe zal deze oorlog eindigen? die in april 1940 in
Nederland in omloop werd gebracht.
-
Nostradamus
de grootste ziener aller tijden (J. Vandervoort, Amsterdam,
1998)
In dit
artikel wordt de bewerking van de vertaling-Vreede-1941 door J.
Vandervoort besproken. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de
werkwijze die Vandervoort heeft gevolgd, niet in de laatste plaats
omdat hij in Nostradamus de grootste ziener aller tijden
stilzwijgend materiaal heeft verwerkt, afkomstig uit de
nationaal-socialistische brochure Hoe zal deze oorlog eindigen?.
Dankbetuiging
De auteur dankt Robert Benazra voor zijn voortdurende hulp en doorslaggevende
adviezen.
De
Meern, 14 maart 2004
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 10 augustus 2007
Noten
-
Chomarat/Laroche,
p.26. [tekst]
-
Brind'Amour in: Chevignard, p.37. Overigens staat in kwatrijn
10-39 geen enkele aanwijzing dat Nostradamus als vervullingdatum
5 december 1560 heeft berekend en staat nergens het overlijden
van iemand beschreven. Schotland en Engeland zijn geografisch
gezien niet twee afzonderlijke eilanden. [tekst]
-
Prof. dr. mr. H. Houwens
Post, hoogleraar Portugees, werd geboren in 1904 in Surakarta,
Indonesië, en overleed in 1986 in Utrecht, Nederland. [tekst]
-
Vandervoort,
p.238. [tekst]
-
De
Présages
zijn politieke maandvoorspellingen van Nostradamus voor de
periode 1550-1567. De Sixains
zijn zesregelige verzen die ten onrechte zijn toegeschreven aan
Nostradamus. [tekst]
-
Chomarat/Laroche,
p. 26, 30 en 38. [tekst]
-
Vreede,
p.19. [tekst]
-
Vreede,
p.12. [tekst]
-
Vreede,
p.11 en 14. Beide boeken van Piobb verschenen in 1927 bij
uitgeverij Adyar in Parijs. [tekst]
-
Vreede,
p.10. [tekst]
-
Vreede,
p.11. [tekst]
-
In
de inleiding die Houwens Post heeft geschreven staat de Franse tekst
van 6 kwatrijnen (die zich overigens zonder problemen lieten
vertalen). In een bijlage staat de Franse tekst van de 29
kwatrijnen, die bij het vertalen problemen gaven. [tekst]
-
Deze
en de volgende citaten: Vreede, p.147. [tekst]
-
Deze
en de volgende citaten: Nostradamus,
1668. [tekst]
-
Zie
Brief
aan Henri II: de tweede bijbelse chronologie. [tekst]
-
Scaliger,
sectie Isagogicorum
chronologiae canonum libri tres, tweede boek, sectie epochae
temporis historici. [tekst]
-
Wöllner,
p.10-16, in: Amadou, p.315-318. Wöllner, van beroep astronoom, bestudeerde de
Profetieën
in de periode 1913-1925. Zijn vertaling van de brieven aan
César en Henri II was de eerste Duitse vertaling van deze
brieven (Wöllner, voorwoord, in: Amadou, p.309). [tekst]
-
Wöllner,
p.26, in: Amadou, p.323. [tekst]
-
Vreede, p.7, Wöllner, p.1,
in: Amadou, p.310. Mogelijk heeft Houwens Post de door Wöllner
vermelde "editie-Lyon-1556" vervangen door de
vermelding "editie-Lyon-1558". [tekst]
-
Benazra,
privé-correspondentie. In de tekst van de brief aan Henri II in
de editie-Amsterdam-1668 worden ook haken gebruikt, op dezelfde
plaats als in de Franse brontekst die Wöllner heeft gebruikt.
[tekst]
-
Wöllner, p.68, in: Amadou,
p.344. [tekst]
-
Wöllner, p.2, in: Amadou,
p.311. [tekst]
-
Benazra, p.295-300 en p.416. [tekst]
-
Wöllner had veel respect voor
de manier waarop Le Pelletier de Centuriën had gepubliceerd, maar
vond diens interpretaties onhoudbaar (Wöllner, p.133, in: Amadou, p.351). [tekst]
|