|
Over Nostradamus
doen tal van verhalen de ronde. Een aantal ervan hebben het karakter van legendarische
volksverhalen. Nostradamus is hierin beschreven als helderziende en wonderdoener. In een aantal andere verhalen wordt verteld dat
Nostradamus reeds op zeer jonge leeftijd leerde over astrologie,
dat hij een begaafd leerling was en dat hij door het beroep van arts uit
te oefenen in de voetsporen trad van zijn voorouders.
Uit deze verhalen komt naar voren hoe in de loop der eeuwen tegen
Nostradamus werd aangekeken en welke eigenschappen en status hem - al dan niet terecht
- werden
toegedicht.
Dr. Edgar Leroy, de schrijver van Nostradamus - ses origines, sa vie, son oeuvre,
heeft deze verhalen onderzocht en een onderscheid gemaakt tussen feiten en fictie.
In het artikel Het
leven van Nostradamus - feiten staan, in beknopte tabellarische
opsomming, een reeks feiten uit het leven van Nostradamus die
betrouwbaar zijn.
De voorvaderen van Nostradamus
Jehan de Nostredame, een jongere
broer van Nostradamus, heeft in Chronique de Provence geschreven
dat ene Pierre de Nostredame, Nostradamus' overgrootvader van vaders
zijde, een beroemd arts en astroloog was, geschoold in Grieks en
Hebreeuws. Deze Pierre de Nostredame zou ook arts zijn geweest van
koning René de Goede. César, de zoon van Nostradamus, heeft deze
mededeling enigszins aangepast overgenomen in Histoire et chronique
de Provence. In werkelijkheid gaat het hier om de grootvader van
Nostradamus van vaders zijde, die geen arts of astroloog was, maar handelaar in graan en zilver
(Leroy,
p.7-8).
Kennismaking
van Nostradamus met astrologie
In de Brief Discours staat
dat Nostradamus' overgrootvader van moeders zijde hem al spelenderwijs
een eerste voorsmaak gaf van de "hemelse wetenschappen" (Zie de Brief
Discours in: Le Pelletier,
boek I, p.24). Dit verhaal klopt niet. De overgrootvader van moeders zijde,
Jean de
Saint-Rémy, arts en schatbewaarder van Saint-Rémy de Provence, werd geboren in 1428 en overleed in 1504. Nostradamus
was toen nog geen jaar oud. Hij heeft
van zijn grootvader een astrolabium geërfd, een instrument waarmee posities van
hemellichamen kunnen worden bepaald.
De schooltijd van Nostradamus
Het verhaal doet de ronde dat
Nostradamus op de lagere school dusdanig veel vertelde over sterren en
planeten, dat zijn klasgenoten hem de "kleine astroloog"
noemden (Leoni, p.17).
De
studie van Nostradamus aan de Universiteit van Montpellier
Op 23 oktober 1529 heeft
Nostradamus zich laten inschrijven bij de medische faculteit van de
universiteit van Montpellier, dezelfde universiteit waar François
Rabelais zich in 1530 heeft laten inschrijven en op 22 mei 1537 de
doctorstitel verwierf. Rabelais schreef in 1533 de Pantagruéline
Pronostication, een parodistische almanak.
Over de studietijd van Nostradamus doet het verhaal de ronde dat zijn
naam zou zijn geschrapt uit de studentenregisters, omdat hij zich
laatdunkend had uitgelaten over enkele docenten. Wat hierbij ook een rol
speelde, was dat hij in de voorgaande jaren apotheker was geweest. In
die tijd werden voormalige apothekers en chirurgijnen niet toegelaten
tot de universiteit. Niettemin kon hij zijn
studie voortzetten en in 1533 de doctorsgraad behalen (Hofstede,
p.20). Leroy tekent aan dat er geen
bewijzen zijn gevonden voor het verhaal dat Nostradamus bij acclamatie werd aangesteld
tot hoogleraar aan de Universiteit van Montpellier (Leroy, p.58).
Nostradamus
in Agen
Over het verblijf
van Nostradamus in Agen wordt verteld dat hij rond 1534 een proces kreeg
aangedaan door zijn schoonouders. Het verhaal vertelt niet de reden van
het proces; er wordt gezegd dat Nostradamus werd gevorderd de bruidschat
terug te betalen (Leroy,
p.61).
Helderziendheid
en wonderen
In
1539 zou Nostradamus in Argenton (Lot-en-Garonne) een man tot leven
hebben gewekt. Deze man, Pitard genaamd, heeft als dank een beeld van
Nostradamus laten plaatsen op een kerktoren.
Het volgende verhaal is
opgetekend in de 17e eeuw door onder andere Etienne Jaubert en
Pierre-Joseph de Haitze. In Fains, een dorpje in Lotharingen,
Oost-Frankrijk, behandelde Nostradamus de grootmoeder van De Florinville,
de
plaatselijke kasteelheer bij wie hij te gast was. Tijdens een wandeling zag
De Florinville een wit en een
zwart biggetje en hij vroeg Nostradamus naar hun lot. Nostradamus
antwoordde dat een wolf het witte biggetje zou opeten en zij het zwarte.
De Florinville gaf later opdracht het witte biggetje te slachten
en te roosteren voor het diner. In een onbewaakt ogenblik werd het
braadstuk verschalkt door een
welp, die op het kasteel werd gehouden.
De kok slachtte daarop het zwarte biggetje. De Florinville, die van dit voorval niets wist, vertelde 's avonds aan
Nostradamus dat het geserveerde vlees dat van het witte biggetje was en
dat het dier niet door de wolf was aangeraakt. Nostradamus echter hield
vol dat het geserveerde vlees dat van het zwarte biggetje was.
Uiteindelijk werd de kok erbij gehaald, die het ware verhaal
opbiechtte.
Later zou Nostradamus verscheidene personen hebben verteld dat in de
heuvels rond het kasteel een schat verborgen lag, die men tevergeefs zou
zoeken, maar die toevalligerwijs zou worden gevonden bij het op zoek
zijn naar iets anders (Leroy, p.63-64).
Het
volgende verhaal heeft betrekking op een periode toen Nostradamus zich
in Italië bevond. Op een dag kwam hem een Franciscaner monnik tegemoet,
Felice Peretti genaamd, afkomstig uit Ancona. Deze Peretti was vroeger
varkenshoeder geweest. In het voorbijgaan maakte Nostradamus een knieval
voor hem. Toen hem werd gevraagd waarom hij dat deed, antwoordde
Nostradamus: ik moet mij onderwerpen en een knieval maken voor Zijne
Heiligheid.
Felice Peretti werd in 1585 tot Paus gekozen en droeg toen de naam
Sixtus V (Leoni, p.20).
In
de 19e eeuw doken twee series voorspellingen op, genaamd: de
"Profetieën van Philippus Olivarius, gedrukt in 1542" en de
"Profetie van Orval, geschreven door Philippe Olivarius in
1544". Deze voorspellingen zouden betrekking hebben op Napoleon
Bonaparte. In werkelijkheid gaat het om voorspellingen, die zijn
ontstaan in respectievelijk 1820 en 1839. De Nostradamus-onderzoekers
Bareste en Torné-Chavigny hebben ze ten onrechte toegeschreven aan
Nostradamus. Het verhaal zou zijn dat Nostradamus ze zou hebben
opgeschreven tijdens zijn verblijf in het Cisterciënserklooster in
Orval (Leoni, p.21).
Het
volgende verhaal heeft betrekking op Nostradamus' strijd tegen de pest
en is opgetekend door Eugène Bareste. Rond 1547 raakte Nostradamus in
conflict met een collega, die zich niet bekommerde om zijn
voorschriften. Een afvaardiging smeekte hem de stad niet in woede te
verlaten. Nostradamus gaf te kennen dat men moest kiezen tussen hem en
zijn rivaal. De afvaardiging gaf te kennen te kiezen voor "dokter
Nostradamus, de bevrijder van Aix" (Leoni, p.23).
Het
volgende verhaal heeft betrekking op de tijd dat Nostradamus in
Salon-de-Provence woonde. Op een avond kwam er een buurmeisje voorbijlopen,
dat in het bos hout ging sprokkelen. Nostradamus begroette haar met "goedenavond, juffrouw".
Toen zij enige tijd later terugkwam mompelde hij "goedenavond, mevrouw"
(Leoni, p.29).
Volgens Hofstede stamt dit verhaal uit de oudheid en was de Griekse
wijsgeer Democritus de hoofdrolspeler (Hofstede, p.24).
In
een ander verhaal dat betrekking heeft op de tijd dat Nostradamus in
Salon-de-Provence woonde, wordt verteld dat hij, terwijl hij op een
ochtend uit het raam keek, riep dat die dag gunstig zou zijn voor het
zaaien van bonen. Een landbouwer die op dat moment voorbijliep, hoorde
wat Nostradamus riep en haastte zich bonen te zaaien. De oogst was
overvloedig en hij offerde dan ook een deel ervan als blijk van dank (Leroy,
p.77).
Het
volgende verhaal heeft betrekking op het bezoek dat Nostradamus in 1555
aan het Franse Hof bracht en is opgetekend door De Chavigny in Vie et
testament de Nostradamus. Een page van een familie, genaamd De
Beauveau, was een prachthond kwijtgeraakt die aan zijn zorgen was
toevertrouwd. Op een mooie avond ging hij naar het huis waar Nostradamus
zich bevond, dichtbij Saint-Germain-l'Auxerrois. Vanwege het late uur
riep hij dat hij namens de koning kwam. Voordat hij ook maar iets kon
zeggen over de reden van zijn komst, riep Nostradamus hem toe: Wat is er
aan de hand, page van de koning? Wat een lawaai om een verdwaalde hond!
Ga de weg op naar Orléans, daar zult u hem vinden! (Leroy, p.83).
Het
overlijden van koning Henri II in 1559
Koning Henri II, geboren in 1519,
overleed op 10 juli 1559 als gevolg van een verwonding bij het oog,
opgelopen tijdens een toernooi, gehouden op 30 juni 1559 ter gelegenheid
van het op huwelijk van zijn dochter Elisabeth met de Spaanse koning
Felipe II. Volgens de Fransman H. Torné-Chavigny riep Montmorency, de
hofmaarschalk van Henri II, bij het overlijden uit: Ach, de vervloekte
waarzegger die zo kwaad en zo goed heeft voorspeld! (Leroy, p.86).
Het verhaal gaat dat Henri II door de Italiaanse astroloog Luca Gaurico
was gewaarschuwd iedere vorm van persoonlijk duel te vermijden, zeker
rond het 41e levensjaar, vanwege het gevaar een hoofdverwonding op te
lopen die tot blindheid zou kunnen leiden of de dood. Dit verhaal stak
de kop op ná het overlijden van Henri II (Leroy, p.86).
Of Nostradamus het overlijden van Henri II heeft voorspeld, is nog maar
de vraag. In de 1559-Progno-GB, de Engelse vertaling van de
1559-Almanach-F, is voor Frankrijk en haar koning een glorieuze periode
voorspeld voor de zomer van 1559. Nostradamus zelf zou in de opdracht
van de 1562-Prono-F aan Jean de Vauzelles diens vermoeden hebben
bevestigd dat in kwatrijn 03-55 het overlijden van Henri II zou zijn
voorspeld. De opvatting dat het overlijden van Henri II is voorspeld in
kwatrijn 01-35 stamt niet van Nostradamus of De Chavigny, maar van
César Nostradamus (Brind'Amour 1993a, p.267-268).
De Chavigny, aan wie het manuscript Recueil des Présages Prosaïques
wordt toegeschreven, heeft met tal van - vergezochte - voorbeelden
proberen aan te tonen dat Nostradamus zowel het overlijden van Henri II
(1559) heeft voorspeld als het overlijden van François II (1560); deze
overlijdensgevallen luidden namelijk de Franse godsdienstoorlogen in. De
schrijver van deze website heeft redenen om te veronderstellen dat De Chavigny
op één of andere wijze de hand heeft gehad in het samenstellen van Les
Significations de l'Eclipse qui sera le 16. septembre 1559 met als
doel de lezers voor te houden dat Nostradamus in 1558, in het aangezicht van zijn
critici, het overlijden van Henri II en François II heeft voorspeld (Van
Berkel: Les
Significations de l'Eclipse 1559 en Les
Significations de l'Eclipse 1559 en de 1559-Progno-GB).
De dood van Nostradamus
Nostradamus is overleden op 2
juli 1566. Volgens De Chavigny overleed Nostradamus kort voor
zonsopgang. Volgens De Chavigny, die zich in dit verband beroept op zijn
eigen herinneringen, heeft Nostradamus datum en uur van zijn dood
voorspeld, in de vorm van de aantekening Hic propè mors est (vert.:
Hier is mijn dood nabij) in de Ephémérides van Jean Stadius, op
een avond, eind juni 1566. De Chavigny vertelt ook dat Nostradamus hem
op 1 juli 1566 zei, na het einde van hun werkzaamheden: "bij de
opkomst van de zon zult gij mij niet meer in leven zien". (Bron: Brief
Discours, in: Le Pelletier, boek I, p.26).
|