|
Commentaar
van Van Berkel
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
Nouuelle loy terre neufue occuper,
Vers la Syrie Iudee,& Palestine:
Le grand empire barbare corruer,
Auant que Phebés son siecle determine.
Vertaling
(Van Berkel, 2002)
De nieuwe wet neemt bezit van het nieuwe land
In de richting van Syrië, Judea en Palestina.
Het grote barbaarse rijk stort ineen
Voordat Phoebus zijn omlooptijd voleindigt.
Van
Berkel rekent dit kwatrijn tot de millenniumkwatrijnen.
De
derde regel. Het "grote barbaarse rijk" is het rijk Babylon,
waarvan de ondergang is beschreven in Openbaringen 16-18. Deze ondergang
gaat vooraf aan de komst van het duizendjarige rijk.
De vierde regel. Phoebus is de verkorte naam van Phoibos Apollo, een
andere naam voor de Zon. Nostradamus schrijft over de Zon in diens
hoedanigheid van heerser over het zevende millennium.
De derde en vierde regel geven aan dat dit kwatrijn kort voor 2827 in
vervulling zal gaan, het jaar waarin het zevende millennium overgaat in
het achtste.
Commentaar
van Brind'Amour
Brontekst:
editie-Bonhomme-1555
Nouvelle loy terre neufve
occuper,
Vers la Syrie, Judée,& Palestine:
Le grand empire barbare corruer,
Auant que Phebe son cycle determine.
Brind'Amour
is van mening dat de vierde regel betrekking heeft op het ten einde
lopen van het heerserschap van de Zon over een tijdperk van 354 jaar en
4 maanden, dat in 1533 AD begon en in 1887 eindigde. Hij veronderstelt
dat 1887 AD het vervullingjaar van dit kwatrijn is.[1]
Dergelijke tijdperken zijn onder andere beschreven door Richard Roussat
in Livre de l'estat et mutation de temps. Volgens Brind'Amour
ligt in dat boek de bron van een aantal kwatrijnen en delen van de brief
aan César.
Commentaar
van Wöllner
Brontekst:
Le Pelletier, 1867
Nouuelle loy terre neuuue
occuper,
Vers la Syrie, Iudée,& Palestine:
Le grand empire barbare corruer,
Auant que Phebés son siecle determine.
Vertaling
(Wöllner, 1926)
Neues Gesetz nimmt neue Erde ein.
Gegen Syrien, Judäa und Palestina
bricht das grosse barbarische Reich zusammen,
bevor Phoebus seine Zeitherschafft festsetzt.
Wöllner
is van mening dat de vierde regel duidt op een 36-jarige cyclus van de
Zon als heerser, en derhalve op het eind van de periode 1576 - 1612 AD.[2]
In één van de cyclusreeksen waarmee Wöllner rekent, is sprake van 36
jaar durende heerserschappen van planeten. Het beginjaar van deze
cyclusreeks is 4220 vChr. De volgorde van de heersers in deze
cyclusreeks is: Zon - Saturnus - Venus - Jupiter - Mercurius - Mars -
Maan.[3]
De
Meern, 15 februari 2004
T.W.M. van Berkel
Noten
-
Brind'Amour
1996, p.460-461. [tekst]
-
Wöllner,
p.41. [tekst]
-
Wöllner,
p.5-6. [tekst]
|