|
Commentaar
van Van Berkel
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
Le monde proche du dernier periode,
Saturne encor tard sera de retour:
Translat empire deuers nation Brodde,
L'oeil arraché à Narbon par Autour.
Vertaling
(Van Berkel, 2002)
Als de wereld dichtbij haar laatste periode is
Zal Saturnus nog laat terugkeren.
Het rijk is overgeleverd aan de duistere natie.
Het oog wordt te Narbonne uitgerukt door de havik.
Van
Berkel rekent dit kwatrijn tot de millenniumkwatrijnen.
De
eerste regel. De "laatste periode van de wereld" is het
achtste millennium. De eerste regel geeft aan dat het vervullingjaar
kort voor 2827 ligt, het overgangsjaar van het zevende millennium in het
achtste.
De derde regel. De "duistere natie" is een zinspeling op het
rijk Babylon in het boek Openbaringen.
Commentaar
van Brind'Amour
Brontekst:
editie-Bonhomme-1555
Le monde proche du dernier
periode,
Saturne encor tard sera de retour:
Translat empire devers nation Brodde,
L'oeil arraché à Narbon par Autour.
Brind'Amour
interpreteert de eerste twee regels als een verwijzing naar de
overgang van het zevende millennium, geregeerd door de Maan, in het
achtste. Deze overgang wordt gemarkeerd door de terugkeer van Saturnus
en het gouden tijdperk. Zich kennelijk baserend op het jaar 5200 vChr
als jaar van ontstaan van de wereld, legt hij een verband met 1800 AD
(het 7000e jaar van bestaan van de wereld).[1]
Commentaar
van Wöllner
Brontekst:
Le Pelletier, 1867
Le monde proche du dernier
periode,
Saturne encor tard sera de retour:
Translat, empire deuers nation Brodde,
L'oeil arraché à Narbon par Autour.
Vertaling
(Wöllner, 1926)
Wenn die Welt nahe der letzten Periode ist,
kommt spät die goldene Zeit noch einmal wieder.
Dann wird das Reich gegen das Volk der Brodontier hinübergetragen.
das Auge durch einen Habicht ausgerissen zu Narbonne.
Wöllner
interpreteert de eerste regel als een verwijzing naar het laatste
millennium, dat volgens zijn berekeningen loopt van 2795 tot 3797.[2]
De
Meern, 3 maart 2004
T.W.M. van Berkel
Noten
-
Brind'Amour
1996, p.454-455. [tekst]
-
Wöllner,
p.66-67. [tekst]
|