|
Commentaar
van Van Berkel
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
Auant long temps le tout sera rangé,
Nous esperons vn siecle bien senestre:
L'estat des masques & des seulz bien changé,
Peu trouueront qu'à son rang vueille estre.
Vertaling
(Van Berkel, 2002)
Voordat alles zal zijn geordend
Verwachten wij een heel rampzalige eeuw.
Van de maskers en van de enkelingen wordt de toestand zeer
veranderd.
Weinigen zal men er vinden die zijn plaats zullen willen
innemen.
Van
Berkel rekent dit kwatrijn tot de millenniumkwatrijnen.
De
eerste regel. In de visie van Nostradamus is alles geordend als het
achtste millennium is aangebroken, het duizendjarige rijk, het
"gouden tijdvak van Saturnus". Dit gebeurt in 2827.
De eeuw die aan het duizendjarige rijk voorafgaat, zal rampzalig
verlopen.
Dit
kwatrijn heeft een looptijd van 2727 tot 2827.
In
de brief aan Henri II wordt gezinspeeld op een rampzalige periode
van 25 jaar die voorafgaat aan het achtste millennium. Die periode vormt
het sluitstuk van wat in dit kwatrijn staat beschreven.
Commentaar
van Brind'Amour
Brontekst:
editie-Bonhomme-1555
Avant long temps le tout
sera rangé,
Nous esperons un siecle bien senestre:
L'estat des marques & des scelz bien changé,
Peu troveront qu'à son rang veuille estre.
Brind'Amour
interpreteert de tweede regel als een verwijzing naar de 17e eeuw.[1]
De
Meern, 16 februari 2004
T.W.M. van Berkel
Noten
-
Brind'Amour
1996, p.207-208. [tekst]
|