|
Commentaar
van Van Berkel
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
La grande perte las que feront les lettres,
Auant le cicle de Latona parfaict:
Feu grand deluge plus par ignares sceptres,
Que de long siecle ne se verra refaict.
Vertaling
(Van Berkel, 2004)
Helaas, de letteren zullen een groot verlies lijden
Voordat de cyclus van Latona is afgesloten.
Vuur, grote zondvloed, groter door onwetende regenten,
Wat gedurende lange tijd niet wordt hersteld.
Van
Berkel rekent dit kwatrijn tot de millenniumkwatrijnen.
In de
tweede regel staat de naam "Latona". Dit is een andere naam
voor de Maan. De woorden "cyclus van Latona" betekenen: het
zesde millennium, waarover de Maan heerst. Nostradamus schrijft dat dit kwatrijn zal worden vervuld
"voordat de cyclus van Latona is afgesloten". Hij bedoelt
hiermee het eind van het zesde millennium.
Volgens
het millenniummodel eindigt het zesde millennium op 25 april 1827. Dit
betekent dat dit kwatrijn kort voor 1827 in vervulling moet zijn gegaan.
Dit
kwatrijn is verlopen. De inhoud ervan is te vaag om vast te stellen of
dit kwatrijn al of niet is vervuld.
Commentaar
van Brind'Amour
Brontekst:
editie-Bonhomme-1555
La grande perte las que
feront les letres
Auant le cicle de Latonia parfaict:
Feu, grand deluge, plus par ignares sceptres,
Que de longs siecles ne se verra refaict.
Brind'Amour
interpreteert de tweede regel als een verwijzing naar het heerserschap
van de Maan over een periode van 354 jaar en 4 maanden, die eindigt in
1887. Het vervullingjaar ligt dus vóór 1887. Hij brengt dit kwatrijn
in verband met de kwatrijnen 04-18, 06-08 en 08-71 en met een deel van
de brief aan César.[1]
Commentaar
van Wöllner
Brontekst:
Le Pelletier, 1867
La grande peste, las! que
feront les lettres,
Auant le cicle de Latona parfaict:
Feu grand deluge plus par ignares sceptres,
Que de long siecle ne se verra refaict.
Vertaling
(Wöllner, 1926)
Weh über den grossen Verlust, den die Wissenschaften erleiden,
bevor der Zyklus Latonas vollendet ist.
Feuer, grosse Überschwemmungen durch unwissende Lenker.
In langem Zeitlauf wird das nicht wieder geschehen.
Wöllner
interpreteert de tweede regel als een verwijzing naar het eind van de
"Orbis magnus periode" van de Maan, die liep van 1288 tot
1648. Hij legt een verband met de Dertigjarige Oorlog, die woedde van
1618 tot 1648.[2]
De
Meern, 16 februari 2004
T.W.M. van Berkel
Noten
-
Brind'Amour
1996, p.136-138. [tekst]
-
Wöllner,
p.43. [tekst]
|