|
Commentaar
van Van Berkel
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
Beaucoup auant telles menées,
Ceux d'Orient par la vertu lunaire:
L'an mil sept cens feront grands emmenées,
Subiugant presque le coing Aquilonaire.
Vertaling
(Van Berkel, 2004)
Lang voor aan zulke kuiperijen
Zullen de lieden uit het Oosten door de kracht van de maan
In het jaar zeventienhonderd velen gevangen nemen
En bijna de gehele Noordhoek onderwerpen.
Van
Berkel rekent dit kwatrijn tot de jaartalkwatrijnen.
Het
laagste jaartal in de kwatrijnen is het jaartal 580 in kwatrijn 06-02. Het hoogste jaartal is het jaartal 1999 in
kwatrijn
10-72. Deze
jaartallen zijn getalsmatig kleiner dan 2242, het aantal jaren looptijd
van de kwatrijnen. Dit heeft geleid tot het
"volgnummersysteem".
Het idee achter het "volgnummersysteem" is dat de jaartallen
die Nostradamus in de kwatrijnen vermeldt, geen jaartallen zijn, maar
volgnummers in de reeks van jaren tussen 1555 en 3797 die wordt
bestreken door de kwatrijnen.
Het
vervullingjaar van dit kwatrijn is (1555 + 1700) 3255.
De
woorden "kracht van de maan" hebben geen betrekking op de Maan
in de zin van millenniumheerser, maar op de maan als symbool van de
Islam.
Commentaar
van Brind'Amour
Brontekst:
editie-Bonhomme-1555
Beaucoup beaucoup avant telles menées
Ceux d'Orient par la vertu lunaire
L'an mil sept cens feront grands emmenées,
Subjugant presques le coing Aquilonaire.
Brind'Amour
interpreteert de tweede regel als een verwijzing van het heerserschap
van de Maan over een periode van 354 jaar en 4 maanden, die loopt van
1533 tot 1887. Om die reden interpreteert hij de vierde regel als een
verwijzing naar 1700 AD, welk jaar in die periode valt.[1]
Commentaar
van Wöllner
Brontekst:
Le Pelletier, 1867
Baucoup auant telles menées,
Ceux d'Orient par la vertu lunaire:
L'an mil sept cens feront grands emmenees,
Subiungant presques le coing Aquilonaire.
Vertaling
(Wöllner, 1926)
Lange vor solchen Umtrieben
machen die des Ostens durch die Kraft des Mondes
um das Jahr 1700 grosse Raubzüge
und unterjochen beinahe den nördlichen Winkel.
Wöllner
interpreteert de vierde regel als een verwijzing naar 1700 AD op grond
van de gedachte dat aan dit kwatrijn, evenals aan kwatrijn
01-16, de
Zonsverduistering van 13 september 1699 (Juliaanse kalender) op 0
Weegschaal ten grondslag ligt.[2]
Volgens
softwaregegevens vond deze Zonsverduistering plaats op 23 september 1699
(Gregoriaanse kalender) op 1 Weegschaal.
De
Meern, 17 februari 2004
T.W.M. van Berkel
Noten
-
Brind'Amour
1996, p.119-120. [tekst]
-
Wöllner,
p.48-49. [tekst]
|