|
Commentaar
van Van Berkel
Brontekst:
facsimile-Chomarat-2000
Vingt ans du regne de la Lune passés,
Sept mil ans autre tiendra sa monarchie:
Quand le Soleil prendra ses iours lassés,
Lors accomplit & mine ma prophetie.
Vertaling
(Van Berkel, 2002)
Twintig jaar van de regering van de Maan zijn voorbijgegaan
Zevenduizend jaar zal een ander de monarchie behouden
Wanneer de Zon haar vermoeide dagen zal bereiken
Is mijn profetie vervuld en voleindigd.
Van
Berkel rekent dit kwatrijn tot de millenniumkwatrijnen.
De
eerste regel. De "regering van de Maan" is een andere benaming
voor het heerserschap van de Maan over het zesde millennium, dat loopt
van 827 tot 1827. In het onderzoek is aangenomen dat Nostradamus in deze
regel verwijst naar 20 jaar van zijn eigen leven. Dit kunnen 20 jaar
zijn van de voorstellingenperiode. Het kan ook een verwijzing zijn naar
zijn leeftijd, 20 jaar, toen hij zijn eerste visioen kreeg, op 16
oktober 1524.
Kwatrijn 01-48 is waarschijnlijk geschreven in 1544, maar kan ook zijn
geschreven op 16 oktober 1524.
De
tweede regel. Satan is degene die gedurende 7000 jaar de monarchie zal
behouden, dat wil zeggen, zal heersen over de aarde. Zijn koningschap
vangt aan op 25 april 4174 vC, aan het begin van het eerste millennium,
en eindigt op 25 april 2827.
De
eerste en tweede regel gezamenlijk betekenen dat Nostradamus 20 jaar van
zijn eigen leven tegenover 7000 jaar heerschappij van Satan stelt.
De
derde regel. De woorden "vermoeide dagen van de Zon" hebben
betrekking op het eind van het zevende millennium, waarover de Zon
heerst.
Het
vervullingjaar van dit kwatrijn is 2827, het jaar waarin het zevende
millennium eindigt.
Dit
kwatrijn beschrijft het overgrote deel van het millenniummodel.
Commentaar
van Brind'Amour
Brontekst:
editie-Bonhomme-1555
Vingt ans du regne de la lune passés,
Sept mil ans outre tiendra sa monarchie:
Quand le soleil prendra ses jours lassés
Lors s'accomplir, miner ma prophetie.
Brind'Amour
meent dat de eerste en derde regel verwijzen naar planetaire
heerserschappen in de cyclusreeks van 354 jaar en 4 maanden, beginnend
in 5200 vChr. In de looptijd van de kwatrijnen regeert de Maan van 1533
tot 1887 AD en de Zon vanaf 1887, dwz. het 7086e jaar in het bestaan van
de wereld, tellend vanaf 5200 vChr. Brind'Amour interpreteert de tweede
regel dan ook als een verwijzing naar de duur van het heerserschap van
de Maan tot ruwweg het 7000e jaar in het bestaan van de wereld. Hij
interpreteert de derde regel als een verwijzing naar de resterende tijd
waarin de Zon regeert, tellend vanaf 1887. In het algemeen verbindt hij
dit kwatrijn met delen van Livre de l'estat... [1]
Commentaar
van Wöllner
Brontekst:
Le Pelletier, 1867
Vingt ans du regne de la Lune passez,
Sept mil ans, autre tiendra sa monarchie:
Quand le Soleil prendra ses iours lassez:
Lors accomplir & mine ma prophetie.
Vertaling
(Wöllner, 1926)
Sind
20 Jahre unter der Herrschaft des Mondes vergangen
über 7000 Jahre, so erhält ein anderer sein Reich.
Wann die Sonne ihre schlaffen Tage beginnt,
dann lasst meine Weissagung den Endtermin erfüllen.
Wöllner
verbindt dit kwatrijn aan een serie cycli van 36 jaar. Deze cycli
beginnen in 4220 vChr, het jaar waarin de wereld is ontstaan.Dat jaar
valt onder het heerserschap van de Zon. Volgens Wöllner is Adam geboren
in 4184 vChr, het jaar waarin de Zon werd opgevolgd door Saturnus. Eén
van de perioden van de Maan loopt van 2800 tot 2836 AD, dat wil zeggen
van het 6984e tot het 7020e jaar vanaf de geboorte van Adam. Wöllner
interpreteert de tweede regel als een verwijzing naar de opvolging van
de Maan door de Zon, en houdt 2836 AD aan als vervullingjaar.[2]
De
Meern, 15 februari 2004
T.W.M. van Berkel
Noten
-
Brind'Amour
1996, p.118-119. [tekst]
-
Wöllner,
p.19. [tekst]
|