|
Reeds lang geleden hebben
wij de aandacht gevestigd op kwatrijn VII-24 en de laatste regel ervan: Grand
de Lorraine par le Marquis du Pont, waarin de aanspraken zijn
beschreven van het Huis Lorraine op de Franse troon in 1593-1594.[1]
De
Raad van de Ligue riep op 26 januari 1593 de Generale Staten bijeen om
zich uit te spreken over de nieuwe koning of koningin van Frankrijk.
Het aantal kandidaten was talrijk: Claire-Isabelle van Spanje
(1566-1633), Charles-Emmanuel I de Savoie, hertog van Savoie, Charles
III de Lorraine, hertog van Lorraine en twee leden van het katholieke
Huis Bourbon. Uiteindelijk lukte het Henri de Navarre, die op 17 mei
1593 zijn bekering tot het katholicisme had aangekondigd, om een einde
te maken aan deze manoeuvre.
Charles III de Lorraine, geboren in 1543, was eveneens markies van Pont
(à Mousson), een gegeven op grond waarvan kwatrijn VII-24 is ontstaan. Hij
pretendeerde aanspraken te hebben op de Franse troon en liet François
de Rosières, aartsdiaken van Toul, Stemmata uitgeven, waaruit een
karolingische afstamming zou blijken. Overigens zou Charles III zich
eigenlijk Charles II hebben moeten noemen als in zijn genealogie de in
991 overleden Charles, hertog van Laag Lotharingen, buiten beschouwing
zou blijven. Wij merken op dat Charles III in 1559 in het huwelijk is
getreden met Claude, een dochter van Henri II.
In 1593 ironiseerde de Satyre
Ménippée de kwestie als volgt: Prouvez-y par voz romans, Que
venez des Carlomans / Les bonnes gens après boire, Quelque chose en
pourront croire. De Carlomans zijn de Karolingers,
afstammelingen van Karel de Grote. Deze destijds zeer bekende satire circuleerde
in de vorm van een handgeschreven stuk voordat het in druk verscheen,
wat volgens ons eveneens de gang van zaken is geweest rond de Centuriën,
die oorspronkelijk een wezenlijk andere vorm hadden dan de vorm die
wij kennen, gelet op de vele bewerkingen en toevoegingen zoals de
aanduiding Chastres, die werd veranderd in Chartres (zie
verderop). Meer
dan twintig jaar geleden heeft Chantal Liaroutzos in haar studie van de Guide
des Voyages (1553) van Charles Estienne, aangetoond dat deze
reisgids veelvuldig werd gebruikt, waardoor het mogelijk werd de
originele staat van een aantal kwatrijnen te herstellen.[2]
Kwatrijn IV-86, een kwatrijn van het aan centurie IV toegevoegde
gedeelte, dat wil zeggen volgend na kwatrijn 53, verdient alle aandacht:
L'an
que Saturne en eau sera conjoinct,
Auecques Sol,le Roy fort & puissant
A Reims & Aix sera receu & oingt,
Apres conquestes meurtrira innocent.
Aix, de "karolingische"
aanspraken van de hertog in aanmerking nemende, is overduidelijk
Aix-la-Chapelle, Aken; Reims is de stad waar de koningen van Frankrijk
zijn gekroond en "gezalfd", vandaar het woord oingt aan
het einde van de derde regel van kwatrijn IV-86. Tot aan 1531 werden alle Duitse
keizers gekroond in Aken; in 1520 was dit Karel V. In dit kwatrijn is de
droom van Franse koningen beschreven om keizer van Duitsland te worden. Vanwege
zijn bemiddelende positie tussen Frankrijk en Duitsland zou Charles III voornemens
kunnen zijn deze mogelijkheid voor te bereiden.
Recentelijk hebben wij dit kwatrijn met een ander kwatrijn in verband
gebracht:
Du
bourg lareyne parviendront droit à Chartres
Et seront pres du pont Anthoni pause
Sept pour la paix cauteleux comme Martres
Feront entree d'armée à Paris clause
Dit kwatrijn, kwatrijn IX-86, verwijst naar de kroning, begin 1594, van Henri de Navarre, die
niet in Reims plaatsvond maar in Chartres, wat in kwatrijn IX-86
resulteerde in een verandering van de aanduiding Chastres in Chartres.
Wat betreft het woord Martres werpt Jean Guernon ons tegen dat dat die
aanduiding niet kan corresponderen met de plaatsnaam Montmartre, waar
Henri IV werd geïnstalleerd tijdens het beleg in 1590 van Parijs omdat Nostradamus
(sic) de aanduiding Montmartre niet in tweeën zou hebben kunnen delen.[3] Het probleem is echter dat dit kwatrijn niet door Nostradamus is
geschreven en dat een plaatsnaam verdraaid kan zijn.
Merkwaardig genoeg gaat het in dit geval om het 86e kwatrijn van de
negende centurie! Een opmerkelijke symmetrie doet zich voor met deze twee kwatrijnen
"86", waarvan één deel uitmaakt van het eerste deel van de Centuriën
en het andere van het tweede deel. Wij herinneren eraan dat in de eerste
centuriën volgens ons de belangen van de Ligue worden verdedigd en in
de laatste centuriën de belangen van de gereformeerde Bourbons.
In twee kwatrijnen wordt melding gemaakt van een kroning. Men zou kunnen
denken dat kwatrijn IV-86 ooit vooraf is gegaan aan kwatrijn IX-86, zoals
de waarschuwing aan het adres van Rome in kwatrijn X-65 (O vaste
Rome, ta ruyne s'approche) in overeenstemming is met de waarschuwing
in kwatrijn IV-46 aan het adres van Tours (Garde toy, Tours, de ta
proche ruyne). Wij herinneren er ook aan dat de kwatrijnen aan het
einde van centurie IV per definitie van latere datum zijn dan de
kwatrijnen aan het begin van deze centurie.
Men werpt ons tegen dat kwatrijn IV-46 voorafgaat aan kwatrijn IV-53,
maar wij hebben elders reeds uitgelegd dat in 1588 in Rouen een editie
is verschenen die uit vier centuriën bestond, maar waarin dit kwatrijn
niet voorkwam.[4] De formatie
van centurie IV heeft zich in drie fasen voltrokken:
- eerste fase: zonder kwatrijn 46 (totaal 49 kwatrijnen, zonder de
kwatrijnen 44 t/m 47)
- tweede fase: met kwatrijn 46 (totaal 53 kwatrijnen)
- derde fase: met kwatrijn 86 (totaal 100 kwatrijnen)
Let wel, de edities-DuRosne-1557 bevatten kwatrijn IV-86 in dezelfde
vorm waarin de
edities-1568 (en mogelijkerwijs de vervalste editie-1558, verloren) kwatrijn IX-86
bevatten. Vanaf 1588 maakt kwatrijn IV-86 deel uit van de edities van
Parijs. Aan het eind van de jaren 1580 stelde de hertog van Lorraine
zich in dienst van de Ligue. Het lijkt erop dat men in de centuriën hetzij
kwatrijnen ten gunste van de hertog heeft opgenomen die eerst
afzonderlijk zijn verschenen, hetzij kwatrijnen heeft samengesteld met
de bedoeling ze deel te laten uitmaken van de Centuriën.
In ieder geval zijn er sterke aanwijzingen om de
"eindredactie" van de centuriën VIII t/m X in de jaren 1588-1593 te situeren, waardoor ze tijdgenoten worden van de Ianus
Gallicus, commentaar waarin het commentaar op kwatrijnen van kort
ervoor verschenen edities is geïntegreerd met de Présages. Over
het eerste deel met een omvang van zeven centuriën is ons slechts de
editie-Antwerpen-1590 bekend, waarvoor de titel is gebruikt van de
edities-Rouen, maar waarin centurie VII slechts 35 kwatrijnen telt. De
eerste, heden ten dage bekende edities die de centuriën VIII t/m X
bevatten - de vervalste edities-Rigaud-1568 buiten beschouwing latend -
verschenen niet vóór het laatste tiental jaren van de zestiende eeuw.
De eerste editie met deze groep is wellicht uitgegeven in door Jacques
Rousseau in Cahors, een stad in Zuid-West Frankrijk die niet bekend
staat om uitgeversactiviteiten. Daarna schijnt de Lyonese familie Rigaud
het monopolie te hebben verworven op de edities met tien centuriën, Lon,
waar in 1594 ook de Ianus Gallicus was gepubliceerd, waarin
commentaren stonden op kwatrijnen, afkosmtig uit de tien centuriën. In
symbolische zin illustreerde de uitgifte van de tien centuriën een
intentie van nationale verzoening onder Henri IV, die in 1598 leidde tot
het Edict van Nantes.
Parijs, 14 september
2008
dr. Jacques Halbronn
Aanhangsel
Zoals Theo van
Berkel ons heeft doen opmerken, kan het begin van kwatrijn IV-86 zeer
wel betrekking hebben op het jaar 1593 dat, in de ogen van de
Ligue-genoten, het jaar zou zijn van de kroning van een nieuwe koning,
waarin ze gelijk zouden hebben gehad, ware het niet dat Henri de Navarre
de andere troonpretendenten de pas afsneed door zijn bekering.
Kwatrijn IV-86 begint als volgt:
L'an
que Saturne en eau sera conjoinct
Avecques Sol, le Roi fort & puissant
In 1592
ging Saturnus door het teken Kreeft lopen, één van de watertekens.
Jaarlijks staat de Zon conjunct Saturnus, op zichzelf genomen is deze
conjunctie dus niet zo betekenisvol in dit verband. De tweede regel
wijst dan ook op een zekere gebrekkige kennis van de astronomische
werkelijkheid. Niettemin is het zo dat Saturnus steeds ongeveer ééns
per tien jaar door een waterteken loopt, vanwege het feit dat de
watertekens (Kreeft, Schorpioen en Vissen) een driehoek vormen, die
overigens de basis is van de grote Jupiter-Saturnus conjuncties.
De opmerking van Theo van Berkel, die een aanvulling is op onze studie
van de twee kwatrijnen "86", kan een fatale en wellicht
definitieve slag uitdelen aan de veronderstelling over de ouderdom van
kwatrijn IV-86 en bevestigt dat de edities-Antoine du Rosne-1557 of
-Benoist Rigaud-1568 die respectievelijk kwatrijn IV-86 en de kwatrijnen
IV-86 en IX-86 bevatten, niet voor de
jaren die direct voorafgaan aan 1593 gedateerd kunnen worden, als men ervan uitgaat dat kwatrijn
IV-86 (en eventueel kwatrijn IX-86) kort vooraf zijn gegaan aan de
werkelijke kroning in Chartres, wat ons hoogst waarschijnlijk lijkt.
Kortom, deze twee kwatrijnen die met elkaar overeenstemmen en die afkomstig
zijn uit zich tegenover elkaar bevindende kampen, zijn een opmerkelijke
illustratie van hoe de belangrijkste partijen de Centuriën
gebruikten. Hun uitgevers gaven aan het bewerken van de kwatrijnen de voorkeur boven het
becommentariëren van bestaande kwatrijnen zoals in de Ianus Gallicus. Wij zien dan ook twee exegetische richtingen
in de jaren 1588-1594: een richting, die geen "extern"
commentaar geeft maar een centurieke tekst verandert of er iets aan
toevoegt, en een tweede richting die, wat de dominante tendens zou
worden, de tekst bevriest en voorstelt hem op een eigen manier te lezen,
waardoor een einde komt aan het aanbrengen van veranderingen in de
tekst. Belangrijk is het om te constateren dat de geantedateerde edities
van de Centuriën, waaronder de editie-Macé Bonhomme-1555 met
daarin in het bijzonder kwatrijn IV-46 dat betrekking heeft op het
bewind van Henri de Navarre in Tours, niet kan worden gedateerd voor de
periode 1588-1593. Dit betekent niet dat er geen vermoedelijk
handgeschreven edities waren - dat is een andere discussie - maar het
waren niet de edities waarover wij het nu hebben. Zeker, de kwatrijnen
kunnen zijn samengesteld uit oude historische bronnen, kronieken of
reisgidsen, maar het is van belang om te begrijpen dat vanuit een "archeologisch" gezichtspunt, de eerste laag bedekte is met een nieuwe
laag, wat er in het bijzonder toe leidde dat Chastres, vermeld in
de Guide des Voyages van Estienne, werd veranderd in Chartres,
de stad van de verwachte en uiteindelijk plaatsgevonden hebbende kroning
van Henri IV terwijl de kroning in Reims en Aken, aangekondigd in kwatrijn
IV-86, niet plaats had maar hoog en breed was voorzien door de
voorstanders van de Lotharingers, tegen wie meerdere kwatrijnen in de
centuriën VIII t/m X waren gericht door hetzij het anagram Norlaris (VIII-60,
IX-50) hetzij in alle duidelijkheid door de naam Lotharingen (X-18). In de gebieden, gecontroleerd door de
Ligue, waren deze centuriën verboden. Dit
toont duidelijk aan dat het Huis Bourbon-Vendôme (Mendosus) de
aanspraken van de Lotharingers zeer serieus nam en dat het absoluut
noodzakelijk was dat duidelijk moest worden gemaakt dat Nostradamus zijn
afkeuring had uitgesproken over dit kamp.
Weliswaar, zoals Adrien Delcour opmerkte in het korte artikel Le ranc
lorrain fera place à Vendosme... quinze ans avant la Ligue, is de
rivaliteit tussen de Guises en de Vendômes van oudere datum,[5]
zij kwam tot uiting na het overlijden van Henri II, en een bepaalde
non-nostradamieke publicatie bracht dit reeds onder woorden, maar het
was pas onder de Ligue dat dit door de Vendômes onder
de banier van de Centuriën werd geplaatst, de uitgevers van de
strijdende partijen hebben grootscheeps geput uit een reeds bestaand
geheel, waardoor het niet voldoende is de kwatrijnen op basis van dit
geheel te dateren, hetgeen letterlijk betekent, in een aantal gevallen, dat
nogal wat kwatrijnen zouden moeten worden gedateerd in een periode voorafgaand aan
de jaren 1550, te weten... in de zestiende eeuw.
20
oktober 2008
dr. Jacques Halbronn
Noten
-
Noot
van de vertaler: Halbronn verwijst naar zijn voordracht Les
Prophéties et la Ligue, gehouden in 1996 aan de Sorbonne in
Parijs. Zie: Halbronn: Les Centuries et le débat sur la loi
salique, sous Henri III.
[tekst]
-
Noot
van de vertaler: Halbronn doelt op pagina 93 van de editie-1553 van
de Guide des Chemins de France (pagina 92 van de
editie-1552), waarin in de paragraaf
Etampes de aanduiding Chastres
soubz Montlehery staat. Op deze pagina staan ook de aanduidingen
Le bourg la Royne (kwatrijn 09-86: bourg lareyne) en Le
pont Antony (kwatrijn 09-86: pont Anthoni). Volgens Halbronn is Chastres
soubz Montlehery de oude naam van Arpajon in het departement
Essonne en is in een editie van de Centuriën, geantedateerd
op 1568, de aanduiding Chastres veranderd in Chartres.
[tekst]
-
Zie http://fr.groups.yahoo.com/group/nostradamus. Noot van de vertaler: Jean
Guernon: Frans Centurie-onderzoeker,
webmaster van http://michelnostradamus.org.
[tekst]
-
Benazra,
p.122-123. [tekst]
-
Zie http://ramkat.free.fr/ndel4.html.
[tekst]
|