|
Oorspronkelijk gepubliceerd (in het Engels) op Encyclopaedia
Hermetica
In
An astrological structure in the Centuries werd in het kort het
millenniummodel besproken.[1]
In dit tijdraam bedraagt de bestaansduur van de wereld 8000 jaar, acht
millennia. In de brief aan César staan de namen van de heersers van
sommige millennia: de Maan (zesde millennium), de Zon (zevende) en
Saturnus (het achtste millennium en een ander millennium). In de brief
aan Henri II staat een verwijzing naar Saturnus als zijnde heerser over
meer dan één millennium. De planeten hebben de functie van
millenniumheerser.
In La revolution anaragonique... besprak dr.
Halbronn, naast andere veronderstellingen in het NAB-project, het
millenniumodel.[2] Hij refereerde aan de
Tritheemse cyclus van perioden van 354 jaar en stelde dat de aangehaalde
passage in de brief aan César niet naar het millenniummodel verwijst,
maar naar de Tritheemse cyclus, ontwikkeld door Jean Trithème (Johannes
von Heidelberg, 1462-1516).
In zijn inleiding riep dr. Halbronn op om zorgvuldigheid te betrachten
alvorens aan te nemen dat "Nostradamus dit of dat heeft
geschreven" of "dit of dat heeft gelezen", alsof
Nostradamus een uniek persoon was die in een twaalftal jaren alles heeft
geschreven wat aan hem wordt toegedicht. In de beschrijving van het
millenniummodel in An astrological structure… staan geen
argumenten vermeld, die aantonen dat de aangehaalde passage in de brief
aan César niet refereert aan de Tritheemse cyclus. Dit aantonen is wel
noodzakelijk, gezien het feit dat de aangehaalde passage letterlijk
overeen schijnt te komen met de ideeën over de Tritheemse cyclus die
golden in de tijd van Nostradamus.
Dit artikel is een rectificatie van deze nalatigheid.
De
Tritheemse cyclus zoals geformuleerd door Richard Roussat
Volgens
Richard Roussat beschreef Abraham Avenara (Abraham Ibn Ezra), een Joods
astroloog, een astrologisch tijdrekenmodel in het laatste hoofdstuk van Liber
Rationum.[3]
Hij legde uit dat de zeven planeten (zeven engelen) stuk voor stuk de
wereld leiden en regeren voor een periode van 354 jaar en 4 maanden. De
volgorde van deze planeten (engelen): Saturnus, Venus, Jupiter,
Mercurius, Mars, de Maan en de Zon. Roussat legt ook uit waarom Saturnus
een nieuwe serie van zeven perioden van 354 jaar en 4 maanden begint:
Saturnus regeerde het eerste uur van de dag waarop de Zon en de Maan
werden geschapen.[4]
Roussat beschrijft het complete verleden van de
wereld. Hij beschrijft de invloeden van de planeten in hun hoedanigheid
van heersers van deze perioden van 354 jaar en 4 maanden en specificeert
het jaar en de maand waarin iedere periode begint.
Volgens Roussat is de wereld geschapen in "5199", oftewel 5200
vChr.[5] In 1549, het jaar waarin
Roussat zijn Livre de l’estat et mutation des temps voltooide,
werd de mensheid geleid door de Maan.[6] Het leiderschap van de Maan
begon in hetzij 1533, hetzij 1535, en eindigde in 1887. Daarna nam de Zon
het leiderschap over. Dit leiderschap duurt tot 2242. In 2242 wordt het
leiderschap overgenomen door Saturnus, iets dat volgens Roussat afhangt
van het feit of de wereld dan nog bestaat.[7] Hij maakt deze opmerking op
basis van het eerste astrologische tijdmodel dat hij beschrijft. In dat
model is de bestaansduur van de wereld onderverdeeld in vier perioden
van 1750 jaar, zodat de totale bestaansduur 7000 jaar is.[8]
Men zou ertoe kunnen neigen te denken dat de
Tritheemse cyclus en andere astrologische tijdmodellen in Livre de
l’estat… subcycli zijn van de viervoudige cyclus van 1750 jaar,
maar Roussat beschrijft een dergelijke hiërarchie niet.
Roussat maakt geen onderscheid tussen het soort jaren vóór de geboorte
van Jezus en het soort jaren ná zijn geboorte. Men mag veronderstellen
dat hij rekent met zonnejaren.
Het
einde van de wereld volgens Roussat
Roussat
geeft niet het jaar waarin de wereld ophoudt te bestaan, ondanks het
feit dat de subtitel van Livre de l’estat… is: aantonend op
gezag van de Heilige Schrift en astrologische argumenten dat het einde
van de wereld nabij is.[9]
Volgens Roussat komt de Antichrist in de vierde
periode van 1750 jaar. Deze periode is analoog aan Steenbok en wordt
geregeerd door de twee malefics: Saturnus (de heerser van Steenbok) en
Mars (Mars staat in Steenbok in verhoging).[10]
Roussat schrijft dat alleen God het precieze moment weet waarop de
wereld ophoudt te bestaan.[11] Het Laatste Oordeel voltrekt
zich tegen het eind van de vierde periode van 1750 jaar. In dit verband
verwijst Roussat naar de laatste regel van de katholieke
geloofsbelijdenis: expecto resurrectionem mortuorum et vitam ventori
saeculi.[12]
Dit is ook een verwijzing naar Openbaringen
20,14-15, welke verzen de "tweede opstanding" beschrijven, het
Laatste Oordeel en het eeuwige leven voor hen die niet worden
veroordeeld. Roussat rekent niet met het bijbelse duizendjarig rijk.
Het
Voorwoord aan César
|
…&
ceci avenir, & en brief, & avant la derniere
conflagration. Car encore que la planette de Mars paracheve son
siecle, & à la fin de son dernier periode, si le reprendra
il […] Et maintenant que sommes conduicts par la Lune,
moyennant la totale puissance de Dieu eternel, qu’avant
qu’elle parachevé son total circuit, le Soleil viendra &
puis Saturne. Car selon les signes celestes, le regne de Saturne
sera de retour, que le tout calculé , le monde s’approche
d’une anaragonique revolution: & que de present que cedy
j’escrits avant cent septante sept ans trois mois onze jours,
par pestilence, longue famine, & guerres…[13] |
Dit fragment wordt meestal uitgelegd als een
verwijzing naar de Tritheemse cyclus. In het fragment komt eerst Mars
ter sprake, daarna de Maan, die de mensheid leidde ten tijde van het
schrijven van de brief (1 maart 1555), daarna de Zon, daarna Saturnus.
De volgorde van deze planeten komt overeen met de volgorde van de
heersers in de Tritheemse cyclus. De argumenten ten gunste van deze
interpretatie worden versterk door het vermeld zijn van een periode van
177 jaar, 3 maanden en 11 dagen, iets meer dan de helft van een periode
van 345 jaar en 4 maanden.
Dit fragment is vergeleken met een fragment uit Livre
de l’estat... :
…&
à sa fin, la Lune, qui de present gouverne, a pris le regne, qu’elle
debvroit mener, pour parfaire son cours ordinaire de troys cens
cinquante quatre ans quatre moys, jusques à l’an sept mil octante six
ans & huict moys, et le Souleil après elle iusques à l’an sept
mil quatre cens quarante & un: &, après le Souleil, debvroit
aussi regner, pour la quatrieme foys, Saturne, si ce pendant le Monde ne
se terminoit ou prenoit la fin…[14]
Tussen deze twee fragmenten bestaan belangrijke
verschillen. In de brief aan César staat dat het heerserschap van
Saturnus terugkeert. Dis is een verwijzing naar één vroeger
heerserschap van Saturnus, niet naar twee vroegere heerserschappen. In Livre
de l’estat… staat dat Saturnus zijn heerserschap voor de vierde
maal gaat bekleden, op voorwaarde dat de wereld tegen die tijd nog
bestaat. Een ander opvallend verschil is dat de in de brief aan César
de terugkeer van het heerserschap van Saturnus een vaststaand feit is.
In Livre de l’estat... is deze terugkeer twijfelachtig,
afhankelijk van het voortbestaan van de wereld na 2241.
Het struikelblok is het jaar 3797, het eindjaar
van de tijdspanne van de Centuriën, gegeven in het Voorwoord. In
het NAB-project is aangenomen dat dit jaar een AD-jaar is. Bij de
analyse van het Voorwoord heeft dit zo zijn consequenties.
Volgens Roussat begint het heerserschap van Saturnus in 2242. Het
eindjaar van de Centuriën is het jaar 3797. Toepassing van de
Tritheemse cyclus op het Voorwoord, onder aanname van de
veronderstelling dat het jaar 3797 een AD-jaar is, wijst uit dat
Saturnus regeert van ± 2242 tot ± 2596, gevolgd door Venus (± 2596-±
2950), Jupiter (± 2950-± 3304), Mercurius (± 3304-± 3658) en tenslotte Mars (±
3658-± 4012). Een dergelijke tijdsindeling vindt
geen weerklank in de Centuriën, de brief aan Henri II of andere delen
van het Voorwoord.
In het Voorwoord staan verwijzingen naar een zesde millennium
(waarin Nostradamus leeft), een zevende millennium en een achtste:
verwijzingen naar drie millennia. Er staan ook de namen in van drie
planeten in hun hoedanigheid van heersers. De conclusie die in het
NAB-project is getrokken, is dat zij de hoedanigheid van
millenniumheersers hebben; Saturnus meer dan één keer. Misschien regeert
Saturnus twee millennia: het achtste
en het eerste, terwijl de overige planeten ieder één millennium
regeren.
Wat betreft Mars in het fragment in het Voorwoord is de
veronderstelling in het NAB-project dat Mars niet is genoemd in de
hoedanigheid van millenniumheerser, maar als een planeet, die op het
punt staat zijn rondloop in de Dierenriem te voltooien ten tijde van een
"laatste verbranding". Deze "laatste verbranding"
verwijst naar een conjunctie van de Zon met een planeet (de Maan
uitgezonderd) in Vissen, waarbij tussen deze conjunctie en de eerste
graad van Ram geen planeten staan. Dit betekent dat Mars in Vissen
achter de Zon staat. Dit was het geval op 27 februari 1554. Het
impliceert het gebruik van een progressiesysteem.[15]
Een interpretatie ten gunste van de Tritheemse cyclus vereist een uitleg
van de betekenis van het jaar 3797.
De
Brief aan Henri II
Volgens
Roussat is de wereld geschapen in 5200 vChr. Dit is gebaseerd op
berekeningen van Eusebius van Caesarea, een bisschop uit de 4e eeuw,
bijgenaamd de "Vader van de kerkgeschiedenis". Volgens Roussat
viel de schepping van de wereld samen met de schepping van Adam.[16]
De
“epoch” van de Tritheemse cyclus is de schepping van Adam.
In
de brief aan Henri II staan twee tijdtafels aangaande het Oude
Testament.[17]
De “epoch” van de eerste tijdtafel is de
schepping van Adam. De "epoch" van de tweede tijdtafel is de
schepping van de wereld.
De epochen van de Tritheemse cyclus en de tijdtafels in de brief aan
Henri II vallen min of meer samen. Echter, het feit dat 1555, het jaar
waarin de brief aan César is geschreven, geregeerd wordt door de Maan,
is vanuit een Tritheemse interpretatie gebaseerd op het feit dat het
jaar 5200 vChr het epoch-jaar is van de Tritheemse cyclus. De eerste
tijdtafel in de brief aan Henri II bestrijkt een tijdspanne van 4757 of
4758 jaar. Dit bekent dat het jaar 4756 vChr het epoch-jaar is van de
eerste tijdtafel. Volgens de Tritheemse cyclus begint de eerste periode
van 354 jaar en 4 maanden, geregeerd door Saturnus, in 4756 vChr. In het
model dat Roussat beschrijft, valt het jaar 4756 onder het heerserschap
van Venus (4846 vChr - 4492 vChr). Tellend vanaf 4756 vChr, wordt het
jaar 1555 AD niet geregeerd door de Maan, maar door Mercurius (±
1265-1619).
De tweede tijdtafel in de brief aan Henri II is meer gecompliceerd,
omdat daarin een drukfout staat wat betreft de periode Schepping-Noach (mil
cinq cens et six in plaats van mil cinquante et six) en de
periode Tempel-Jezus is onjuist berekend, vergeleken met bijbelse
gegevens. Aangaande deze tijdtafel is in het NAB-project de
veronderstelling gemaakt dat het totaal van 4173 jaar en 8 maanden het
totaal van deze tweede tijdtafel is.[18]
Het epoch-jaar van de tweede tijdtafel is 4174
vChr. In het model dat Roussat beschrijft, valt dit jaar onder Jupiter (4492 BC - 4138
BC). Tellend vanaf 4174 vChr, wordt het jaar 1555 niet geregeerd door de
Maan, maar door Jupiter (± 1494-1848).
De conclusie is dat de epoch-jaren van de eerste en tweede tijdtafel in
de brief aan Henri II de theorie over de verwijzing in de brief aan
César naar de Tritheemse cyclus niet ondersteunen.
Eenheid
of verscheidenheid
Toepassing
van de Tritheemse cyclus op het Voorwoord en de brief aan Henri II leidt in
beide gevallen tot chaos. In het geval van het Voorwoord moet men
een oplossing vinden voor de betekenis van het jaar 3797. In het geval
van de brief aan Henri II tast de toepassing de kwalificatie aan dat het
jaar 1555 wordt geregeerd door de Maan. Er ontstaat ook verwarring door
het verschil in epoch-jaren.
De eerste tijdtafel in de brief aan Henri II
bevat twee opmerkingen wat betreft geschiedkundige achergrond. De
berekeningen van Marcus Terentius Varro en Eusebius van Caesarea zijn er
niet in verwerkt.[19]
Dit is een belangrijke opmerking, omdat het
epoch-jaar, zoals gebruikt door Roussat, gebaseerd is op berekeningen
van Eusebius. Verder is het zo dat de eerste tijdtafel is gebaseerd op
de Bijbel, astrologie en de ideeën van Nostradamus. De tweede tijdtafel
is louter en alleen gebaseerd op de Bijbel.[20]
Ook
dit is een belangrijke opmerking, omdat de berekeningen van Eusebius
opnieuw niet verwerkt zijn. In het NAB-project is aangetoond dat deze
opmerking over de tweede tijdtafel correct is.[21]
De hoekstenen van het millenniummodel zijn de veronderstellingen dat dit
model uit acht millennia bestaat, zoals aangegeven in het Voorwoord, en dat het jaar 3797 een AD-jaar is.
Het Voorwoord en de brief aan Henri II worden geacht te zijn geschreven door één en dezelfde
persoon. Dit leidt tot tellen vanaf 25 april 4174 vChr als zijnde het
epoch-jaar van het millenniummodel. In di model wordt het jaar 1555
geregeerd door de Maan, die de periode 827-1827 regeert. Daarna volgt de
Zon (1827-2827), daarna Saturnus (2828-3827).
Dit
alles vindt zijn weerklank in kwatrijn 10-74:
|
Kwatrijn
10-74
Bij de
omwending van het grote zevende nummer,
In die tijd zal het spel der slachting verschijnen
Niet ver verwijderd van de grote duizendjarige tijd
Wanneer zij die binnengegaan zijn, uit hun graven zullen treden. |
De eerste regel verwijst naar de overgang van het
zevende millennium in het achtste. Deze uitleg hangt samen met de derde
regel, waarin de "grote duizendjarige tijd" staat vermeld. Een
dergelijk tijdperk is betekenisloos als zich dat voordoet na 2241, op
basis van het model dat is beschreven door Roussat.
Tenslotte, maar dit is een thema dat in dit
verband buiten de orde valt, moet men zich realiseren dat het bijbelse
duizendjarige rijk geen rol speelt in de modellen die Roussat
beschrijft. In het millenniummodel valt dit tijdperk samen met het
achtste millennium.
De Meern, 6
juni 2003
T.W.M.
van Berkel
Noten
-
Van Berkel: An
astrological structure in the Centuries.
[tekst]
-
Halbronn: Les
Centuries comme commentaire des textes en prose. [tekst]
-
Roussat, p.88. Liber Rationum dateert uit
de 12e eeuw. Volgens Brind’Amour heeft Ibn Ezra als eerste dit
raamwerk beschreven (Brind’Amour 1996, p. 34). [tekst]
-
Roussat, p.91-92. Brind’Amour schrijft dat Ibn
Ezra deze volgorde baseerde op de omgekeerde volgorde van de dagen
van de week, terugtellend vanaf zaterdag (Brind’Amour 1996, p.34).
[tekst]
-
Roussat, p.68. [tekst]
-
Roussat, p.95. [t ekst]
-
“... après
le Soleil, devroit aussi regner, pour la quatrième fois, Saturne,
si cependant le Monde ne se terminoit ou prenoit la fin...”
(Roussat, p.95). [t ekst]
-
Roussat, p.44-87. [t ekst]
-
“Prouvant
par authoritez de l’Escripture Saincte, & par raisons
astrologales, la fin du Monde estre prochaine“. [t ekst]
-
Roussat, p.63. [t ekst]
-
Roussat, p.162. [t ekst]
-
Ik verwacht de
opstanding van de doden en het eeuwige leven (Roussat, p. 83).
[t ekst]
-
Nostradamus 1568, p.34. [t ekst]
-
Roussat, p.95. [t ekst]
-
Van Berkel: A
time schedule in the Prophecies; An
astrological structure in the Centuries. [t ekst]
-
“... Adam,
Prothoplauste & homme premier, fut crée du costé de Mydi avec
toute la machine du Monde...” (Roussat, p.47). [t ekst]
-
Nostradamus 1568, pp.157 en
166-167. [t ekst]
-
Van Berkel: A
time schedule in the Prophecies. [t ekst]
-
Nostradamus 1568, p.157.
[t ekst]
-
Nostradamus 1568, p.167.
[t ekst]
-
Van Berkel, lezing, p.3-5.
[t ekst]
|