|
Met
betrekking tot de ontstaansgeschiedenis van de Centuriën, het
Voorwoord, gericht aan César en de Brief aan Henri II was de belangrijkste
veronderstelling in mijn boek Nostradamus, astrologie en de Bijbel,
uitgegeven in 2002, dat wat betreft de kwatrijnen alle vermelde
astrologische gegevens konden worden teruggevoerd op de periode oktober
1524 - december 1553 en dat vervullingdata konden worden berekend door
middel van een progressiesysteem, gebaseerd op de retrograde beweging
van de Caput Draconis. Dit zou betekenen dat de visioenen omtrent
gebeurtenissen plaatsvonden in die periode.
Aangaande de overkoepelende structuur was de veronderstelling dat er
sprake is van een millenniummodel, dat loopt van 4174 vChr tot 3827 AD.
In
juni 2005 publiceerde ik een artikel over de scheppingsjaren,
voortvloeiend uit een aantal Almanachs.[1]
Aan het slot van dit artikel was een onderscheid gemaakt tussen
enerzijds het scheppingsjaar 3967 vChr, dat kan worden afgeleid uit een
groot aantal Almanachs, en de scheppingsjaren die kunnen worden afgeleid
uit het Voorwoord en de Brief.
De vraag is of er een homogene structuur is, waarin de kwatrijnen die
deel uitmaken van de Centuriën zijn ingebed.
De manier waarop de kwatrijnen zijn ingebed, is nogal merkwaardig. In
het Voorwoord staan verwijzingen naar de cyclus van Grote Jaren van 354
jaar en 4 maanden. Alleen in een aantal kwatrijnen in de eerste t/m de
vierde centurie staan verwijzingen naar deze cyclus.
In zowel het Voorwoord als de Brief staan verwijzingen naar millennia,
maar er is sprake van verschillende soorten millennia, dat wil zeggen
van millennia met verschillende achtergronden.
Sommigen stellen dat het jaar 3797, genoemd in het Voorwoord, het
resultaat is van de optelling van 2242 jaar bij 1 maart 1555, waarmee
zij willen aangeven dat het jaar 2242 het feitelijke jaar is waarin de
wereld ten einde loopt, zoals gesuggereerd door Roussat door middel van
de cyclus van Grote jaren. Het eigenaardige is dat de eerste bijbelse
chronologie in de Brief aan Henri II een deel lijkt te zijn van een
structuur van 7000 jaar, lopend van 4757 vChr tot 2242 AD.[2]
De cyclus van Grote Jaren echter, zoals geformuleerd door Roussat en
Turrel, begon echter in 5199 vChr. De tweede bijbelse chronologie lijkt
een deel te zijn van een structuur van 8000 jaar, die loopt van 4174
vChr tot 3827 AD.
In mijn ogen is het erg opmerkelijk dat geen enkel element van de cyclus
van Grote Jaren aanwezig is in de kwatrijnen die deel uitmaken van de 8e
t/m de 10e centurie, en het ook opmerkelijk is dat alleen de tiende
centurie welgeteld één kwatrijn bevat (kwatrijn 10-74), waarin
elementen staan die gekoppeld kunnen worden aan het bijbels scenario van
het begin van het bijbelse Duizendjarig Rijk.[3]
Met betrekking tot de afgeleide scheppingsjaren in alle Nostradamieke
documenten, benadruk ik dat in geen van deze documenten concrete
scheppingsjaartallen zijn gegeven. Al deze jaartallen zijn afgeleid door
de lezers, ze zijn niet verstrekt door de schrijver.
In mijn ogen hebben we te maken met een structuur, aanwezig in een serie
Almanachs die in een tijdsbestek van meer dan tien jaar is ontstaan en
die elf delen telt, een structuur die wijst op het jaartal 3967 vChr.
De scheppingsjaartallen die voortvloeien uit het Voorwoord en de Brief
komen niet overeen met het jaartal 3967 vChr. Voor mij is de
belangrijkste vraag: waarom niet?
De bronnen, gebruikt/geciteerd etc. in
het Voorwoord, komen niet voor in de Brief en de bronnen,
gebruikt/geciteerd etc. in de Brief, komen niet voor in het Voorwoord.
Voor mij betekent dit dat we serieus de mogelijkheid moeten overwegen
van een heterogeen karakter van de Centuriën, het Voorwoord en
de Brief zoals we die vandaag de dag kennen en het zal voor mij geen
verrassing zijn als er in feite een aantal schrijvers in het spel is.
De
Meern, 29 januari 2006
T.W.M.
van Berkel
Noten
-
Van Berkel: De
scheppingsjaren die voortvloeien uit de Almanachs voor 1557,
1559, 1562, 1563, 1565, 1566 en 1567. [tekst]
-
Van
Berkel: De Brief aan Henri
II: de samenstelling van de bijbelse chronologieën. [tekst]
-
Van
Berkel: Kwatrijn 10-74: de overgang
naar het achtste millennium. [tekst]
|