In de Brief aan Henri II, die voorafgaat aan de centuriën 8, 9 en 10,
staat de datum 14 maart 1557.[1]
In dit artikel wordt aandacht besteed
aan de mogelijke functies en achtergronden van deze datum.
Brief
aan Henri II
|
...toutesfois
esperant de laisser par escrit les ans, villes, citez, regions
où la plus part aduiendra, mesmes de l'annee 1585. et de
l'annee 1606. acommençant depuis le temps present, qui est le
14. de Mars, 1557. & passant outre bien loing iusques à
l'aduenement qui sera apres au commencement du septiesme
millenaire profondement supputé...
facsimile-Chomarat-2000,
p.355
...in
ieder geval hopend via geschrift de jaren, steden, plaatsen en
gebieden na te laten waar het merendeel zich zal voltrekken, zelfs
voor het jaar 1585 en het jaar 1606 te beginnen vanaf de huidige tijd,
te weten 14 maart 1557 tot ver daarvandaan tot aan de gebeurtenis die
zal plaatsvinden dichtbij het grondig berekende begin van het zevende
duizendtal...
Van
Berkel, 2009 |
Diverse
opvattingen over de functie van de datum 14 maart 1557
Ter inleiding
worden in het hiernavolgende een aantal opvattingen beschreven over de
functie van de datum 14 maart 1557.
1.
Het begin van de looptijd van een serie voorspellingen
In Nostradamus,
astrologie en de Bijbel is verondersteld dat op 14 maart 1557 de looptijd
begint van de
voorspellingen die samenhangen met de eerste bijbelse chronologie in de
Brief aan Henri II.
Deze voorspellingen lopen door tot het begin van het zevende duizendtal,
een moment dat in Nostradamus, astrologie en de Bijbel is opgevat
als het begin van het zevende millennium in 1827 AD.[2]
De Franse Centurie-onderzoeker Robert Benazra heeft in Une influence de la Kabbale dans l'oeuvre de
Nostradamus? (2002) geschreven dat de datum 14 maart 1557 samenvalt met een maanfase
van Ram in
het jaar 5317 van de Joodse kalender en het begin is van de looptijd van
de Centuriën. Tussen het jaartal 1557 en het jaartal 3797,
genoemd in het Voorwoord aan César, liggen 2240 jaar. Met dit verschil
is volgens Benazra verwezen naar het jaar 2240 AD, dat in de Joodse
kalender het jaar 6000 is, het begin van
het zevende millennium, genoemd in de passage in de Brief aan Henri II,
hierboven weergegeven.[3]
2.
Een verwijzing naar een schrijfdatum
Volgens de Centurie-onderzoekers
Edgar Leoni (1961) en prof. Pierre Rodrigue Brind'Amour (1993) heeft Nostradamus met de datum 14 maart 1557
naar een schrijfdatum verwezen.
Leoni is van mening dat Nostradamus op 14 maart 1557 is begonnen met het
schrijven van de Brief aan Henri II en dat hij deze Brief op 27 juni
1558, de datum die aan het eind ervan staat, heeft voltooid, 15 maanden
later.[4]
Brind'Amour is van mening dat Nostradamus het eerste deel van de
Brief aan Henri II op 14 maart 1557 heeft geschreven en het tweede deel
op 27 juni 1558.[5]
Verwijzingen naar een schrijfdatum komen ook voor in onder andere The
prognostication of maister Michael Nostredamus, Doctour in Phisick. In
Province for the yeare of our Lorde, 1559. With the predictions and
presages of every moneth, een Engelse vertaling/bewerking van een Almanach/Pronostication
van Nostradamus,
uitgegeven in Antwerpen. De voorspelling voor het Laatste Kwartier van 30 januari
1559 bijvoorbeeld is volgens opgave geschreven op 23 mei 1558: And
therefore this daie the 23.of May 1558.making suppotation of this
present Ephemeris.[6] Het
verschil tussen de verwijzingen in The prognostication of maister
Michael Nostredamus... en de datum 14 maart 1557 in de Brief aan
Henri II is dat uit de context van de Brief niet blijkt dat het om een
schrijfdatum gaat.
Of een auteur bij het verwijzen naar een schrijfdatum de waarheid heeft
gesproken of dat hij op zeker moment díé datum heeft gekozen om de
schijn te wekken dan wel te benadrukken dat het stuk dat hij heeft
geschreven, op die datum is geschreven, is iets dat zich aan onze
waarneming onttrekt. Verder zijn er soms andere onduidelijkheden. In The prognostication of maister Michael
Nostredamus... bijvoorbeeld staat aan het einde van de voorspellingen voor
december 1559 het volgende:
From
Salon of Craux in Provence, the 27.of Aprill. 1558.
Faciebat Michael Nostradamus Solonae petreae Provinciae. 27 Aprilis.
1558.
Het
oogt niet logisch dat de voltooiingdatum 27 april 1558 voorafgaat aan
de datum 23 mei 1558, waarop de voorspelling voor het Laatste Kwartier
op 30 januari 1559 zou zijn geschreven.
...parachevant
la miliade...
In de Brief aan Henri II staat met betrekking tot de
samenstelling van de Centuriën het volgende:
...à
qui ie viendrois consacrer ces trois Centuries du restant de mes
Propheties, paracheuant la miliade... [7]
Dit
fragment, dat voorafgaat aan de datum 14 maart 1557, geeft aan dat er
sprake is van drie centuriën waarmee een duizendtal wordt voltooid,
waarmee kennelijk een aantal van duizend kwatrijnen is bedoeld. Het fragment impliceert dat op 14
maart 1557 zevenhonderd kwatrijnen in omloop waren.
Benazra heeft in Répertoire
Chronologique Nostradamique 1545-1989 (1990) verondersteld dat het
duizendtal kwatrijnen waarin in de Brief aan Henri II is verwezen, heeft
bestaan uit de 640 kwatrijnen van de op 3 november 1557 gedateerde
editie-Du Rosne-1557, de 300 kwatrijnen van de centuriën 8, 9 en 10 en
de 12 kwatrijnen uit de Pronostications van 1555, 1556, 1557,
1558 en 1559.[8] In Répertoire
Chronologique Nostradamique heeft Benazra eveneens aandacht besteed
aan de veronderstelling van de Peruaanse Centurie-onderzoeker
Daniel Ruzo over het aantal van 300 nieuwe kwatrijnen, aangeduid in de
subtitel van de op 3 november 1557 gedateerde editie-Du Rosne-1557 van
de Centuriën. Ruzo was van mening dat Nostradamus in de subtitel
de kwatrijnen 04-54 t/m 07-40 had bedoeld, zijnde 287 kwatrijnen, en de
13 kwatrijnen van de Almanach pour 1556.[9]
De op 3 november 1557 gedateerde editie-Du Rosne-1557 van de Centuriën
bevat de kwatrijnen 01-01 t/m 06-99 en de kwatrijnen 07-01 t/m 07-40.
Het totaal aantal kwatrijnen van deze editie bedraagt niet 640, maar
639. Inmiddels is een op 6 september 1557 gedateerd exemplaar van een
editie-Du Rosne-1557 van de Centuriën boven water gekomen met
daarin 642 kwatrijnen, te weten de kwatrijnen 01-01 t/m 06-99, de Legis
Cautio en de kwatrijnen 07-01 t/m 07-42. Noch het aantal van 639
kwatrijnen, noch het aantal van 642 kwatrijnen leent zich voor een miliade-constructie.
Daar komt bij dat het naar mijn mening niet logisch is dat kwatrijnen
uit jaarboekjes (waarvan er één, die van 1559, in 1557 nog niet eens
in voorbereiding was) qua aantal onderdeel uitmaken van wat in de Brief
aan Henri II Propheties is genoemd, een reeks van duizend
kwatrijnen die zich tot in eeuwen uitstrekken.
De
Paaskalender (style de Pâques)
In de beschreven opvattingen
over de betekenis van de datum 14 maart 1557 is deze datum stilzwijgend
beschouwd als een datum volgens de Juliaanse kalender, waarin het jaar
van 1 januari tot en met 31 december loopt. Tot in de tweede helft van
de zestiende eeuw werden her en der in Europa diverse kalenders
gebruikt, vaak naast elkaar. In Frankrijk werd vanaf de twaalfde eeuw
tot aan ongeveer 1564 niet alleen de Juliaanse kalender gebruikt, maar
ook de Paaskalender, in het Frans style de Pâques of style
pascal genaamd. Hierin loopt het jaar van Pasen tot Pasen, waarbij
voor ieder jaar de datum van Pasen wordt berekend volgens een richtlijn
van het Concilie van Nicea (325 AD): de eerste zondag die samenvalt met
of volgt op de eerste Volle Maan na het begin van de lente op 21 maart.
Een nieuw Paasjaar begint en eindigt dan ook drie tot vier maanden later
dan een nieuw jaar volgens de Juliaanse kalender, waardoor in de eerste
drie tot vier maanden van de Juliaanse kalender het jaartal van de Juliaanse kalender 1 jaar
verder ligt ten opzichte van het jaartal van de Paaskalender.[10]
De datum 27 juni 1558 waarop de Brief aan Henri II is gedateerd, is een
datum waarbij de Juliaanse kalender en de Paaskalender gelijk op lopen.
Dat bij deze datum niet is aangegeven of het een datum volgens de
Juliaanse kalender of de Paaskalender is, is voor de datum op zich niet van belang. In
het fragment in de Brief aan Henri II waarin de datum 14 maart 1557
staat, is eveneens niet aangeduid of het om een datum volgens de
Juliaanse kalender of de Paaskalender gaat. Het ontbreken van een
dergelijke aanduiding leidt tot problemen. In de Paaskalender
loopt het jaar 1557 namelijk van 18 april 1557 tot en met 9 april 1558.[11]
Als de datum 14 maart 1557 een datum is volgens de Paaskalender, is dit
in de Juliaanse kalender 14 maart 1558, een datum waarop zich volgens
het programma Astroscoop Plus sprake was van een vierkant
tussen Jupiter op 5.27.59 Waterman en Saturnus op 6.58.52 Stier, beiden
direct lopend.
In het verleden heeft de Franse Centurie-onderzoeker dr. Jacques
Halbronn de veronderstelling geopperd dat de datum 1 maart 1555, waarmee
het Voorwoord aan César eindigt, geen datum is volgens de Juliaanse
kalender, maar volgens de Paaskalender. Benazra heeft dit
tegengesproken, omdat aan het einde van de editie-Bonhomme-1555 is
vermeld dat het drukken ervan was voltooid op 4 mei 1555, een datum die
zonder twijfel een datum was volgens de Juliaanse kalender.[12]
De Brief aan Henri II bevat geen aanwijzingen waaruit blijkt of de datum
14 maart 1557 een datum volgens de Juliaanse kalender is of volgens de
Paaskalender. Tot op heden zijn er geen edities van de Centuriën uit
1555 of 1556 boven water gekomen die uit zeven centuriën bestaan.
Als
de datum 14 maart 1557 een datum volgens de Juliaanse kalender zou zijn en
er tot dan alleen Centurie-edities in omloop waren met
daarin de kwatrijnen 01-01 tot en met 04-53, is er met die datum een
indirecte verwijzing gemaakt naar een driehonderdtal kwatrijnen (de
resterende kwatrijnen van centurie 4 en de kwatrijnen van de centuriën
5, 6 en 7) die nog
niet eens bij de drukker lagen. Zo bezien lijkt het erg onwaarschijnlijk
dat de datum 14 maart 1557 een datum volgens de Juliaanse kalender is.[13]
Als de datum 14 maart 1557 een datum volgens de Paaskalender zou zijn en correspondeert met de datum 14 maart 1558 in de Juliaanse
kalender, kan worden
verondersteld dat de Brief aan Henri II tussen 14 maart en 27 juni 1558
is geschreven, in een tijdsbestek van ongeveer drie en een halve maand.
De woorden le restant de mes Propheties kunnen dan worden
uitgelegd als een verwijzing naar een editie-Du Rosne-1557 van de Centuriën. De
vraag is dan waarom op de Brief aan Henri II de Paaskalender van
toepassing is, terwijl het Voorwoord aan César volgens de Juliaanse
kalender is gedateerd.
Uiteraard kan er een zetfout in het spel zijn geweest en had in de Brief
niet 14 maart 1557 moeten staan, maar 14 maart 1558 (Juliaanse
kalender).
Er is nog een andere mogelijkheid, voorgestaan door Halbronn, namelijk
de mogelijkheid dat de Brief aan
Henri II een geantedateerd geschrift is. Naar mijn mening heeft men in
dat geval de plaatsing ervan
in de periode waarin Henri II over Frankrijk regeerde, van een extra
detail willen voorzien door een datum uit de Paaskalender
te gebruiken, een in de tijd van Henri II gangbare kalender. Mijns inziens
verdient onderzoek van deze mogelijkheid alle aandacht, temeer omdat in
de Brief aan Henri II twee tegenstrijdige tijdstructuren schuilen, één
van 7.000 jaar, waarbij de wereldgeschiedenis ten einde loopt in 2242 AD
in een astrologische context, en één van 8.000 jaar, waarbij de
wereldgeschiedenis ten einde loopt in 3827 AD in een bijbelse context,
tijdstructuren die elkaar uitsluiten. Niet zelden wijzen dit soort
tegenstrijdigheden op meerdere auteurs, die hun werk niet op elkaar
hebben afgestemd.[14] Het
zal niet voor het eerst zijn dat bij het vervaardigen van een vervalsing
teveel perfectie aan de dag wordt gelegd.
14
maart 1557 en het keizerschap van Ferdinand I
In het voorgaande
is stilgestaan bij de mogelijkheid dat de datum 14 maart 1557 een datum
is volgens de Paaskalender, die volgens de Juliaanse kalender 14 maart
1558 is. Volgens Astroscoop Plus stond Jupiter op die datum op
5.27.59 Waterman vierkant Saturnus op 6.58.52 Stier. Of deze
configuratie de reden heeft gevormd om deze datum met naam en toenaam te
noemen in de Brief aan Henri II, is iets waarnaar slechts kan worden
gegist.
Een andere mogelijke achtergrond, waarnaar eveneens slechts kan worden
gegist, is gelegen in de erkenning door de Duitse keurvorsten op 14
maart 1558 (Juliaanse kalender) van het keizerschap van Ferdinand I, die in september 1556 de
keizerlijke rechten van het Heilige Roomse Rijk overgedragen had
gekregen van zijn oudere broer Karel V, die in 1555 was afgetreden.[15]
Misschien bevat kwatrijn 10-31, het enige kwatrijn waarin over "het
heilige rijk" is geschreven, dat naar Duitsland komt, een
zinspeling op deze gebeurtenis.
Le
saint empire viendra en Germanie,
Ismaeites trouueront lieux ouuerts.
Anes vouldront aussi la Carmanie,
Les soustenens de terre tous couuerts.
Als de erkenning van het keizerschap van Ferdinand I de achtergrond is
van de (Paaskalender-)datum 14 maart 1557 in de Brief aan Henri II,
betekent dit dat de tekst van de Brief aan Henri II van ná 14 maart
1558, Juliaanse kalender, dateert.
Uitnodiging
Het doel van de artikelen in de rubriek Discussieplatform is om
het voor onderzoekers van het leven en werk van Nostradamus mogelijk te
maken om op deze site te reageren op bevindingen en veronderstellingen,
gepresenteerd in de artikelen die in deze rubriek zijn opgenomen. Op
deze manier kan zich een openbare discussie ontwikkelen, die door de
lezers van deze site kan worden gevolgd.
Ik ben benieuwd naar de resultaten van uw onderzoek naar de functie en achtergrond van de datum 14 maart 1557 in de Brief
aan Henri II. Omdat deze site ook een Engelstalig gedeelte heeft, zal uw
bijdrage niet alleen in het Nederlands worden gepubliceerd, maar ook
worden vertaald in het Engels en op de Engelstalige tak van deze website
worden gepubliceerd.
Uw bijdrage kunt u sturen via de pagina Vragen/opmerkingen.
De
Meern, 23 augustus 2009,
T.W.M. van Berkel
bijgewerkt op 30 augustus 2009
Noten
-
In
de versie van de Brief aan Henri II in de edities-Amsterdam-1668 en
Ribou-1668 van de Centuriën staat niet 14 maart
1557, maar 14 maart 1547. In deze edities gaat de Brief aan Henri
II vooraf aan centurie 1. In dit artikel wordt uitgegaan van de
datum 14 maart 1557. [tekst]
-
Van
Berkel-2002, p.98. Zie ook: Van Berkel: De Brief aan Henri II: de
samenstelling van de bijbelse chronologieën. [tekst]
-
Benazra:
Une influence de
la Kabbale dans l'oeuvre de Nostradamus?. Benazra heeft de
Maanfase in kwestie niet nader aangeduid. Volgens het programma Astroscoop
Plus was er op 15 maart 1557 om 02:53 GMT sprake van een Volle
Maan (Maan op 4.07.33 Weegschaal; Zon op 4.07.33 Ram). [tekst]
-
Leoni,
p.679-680. [tekst]
-
Brind'Amour
1993a, p.171. [tekst]
-
Van
Berkel: De Prognostication
for the yeare of our Lorde 1559 en het Recueil des présages
prosaïques. [tekst]
-
Facsimile-Chomarat-2000,
p.154. [tekst]
-
Benazra-1990,
p.9. [tekst]
-
Benazra-1990,
p.23. [tekst]
-
Zie: http://compagnonsdevalerien.over-blog.com/article-5092623.html.
In hetzij 1563 hetzij 1565 verordende de Franse koning Charles IX
dat in het vervolg de Juliaanse kalender moest worden gebruikt, in
het Frans aangeduid met style de Circoncision (de katholieke
Kerk viert op 1 januari het feest van de besnijdenis van
Jezus).
Op pagina 180 van de in 1981 verschenen heruitgave van Roussats Livre
de l'estat et mutation des temps (Lyon,1550) staat dat de tekst
is voltooid op 15 februari 1548. Dit is een datum volgens de
Paaskalender. In termen van de Juliaanse kalender gaat het om 15
februari 1549. [tekst]
-
Zie: http://boysset.ifrance.com/boysset/calendar.htm.
[tekst]
-
Benazra:
Une réflexion sur la Lettre à César. De datum 4 mei 1555 staat in zowel het
exemplaar-Albi als het exemplaar-Wenen van de editie-Bonhomme-1555.
30 april 1555, de datum van het aan Bonhomme toegekende privilege
(alleenrecht) om gedurende een periode van twee jaar Les
Propheties de Michel Nostradamus te drukken en uit te geven, is
eveneens een datum waarbij de Juliaanse kalender en de Paaskalender
gelijk op lopen. [tekst]
-
Het
Voorwoord aan César is gedateerd op 1 maart 1555; de druk van de
editie-Bonhomme-1555 is ongeveer twee maanden later voltooid, op 4
mei 1555. Het aanhouden van een dergelijk tijdpad voor de druk van
het op 6 september 1557 gedateerde exemplaar van de editie-Du
Rosne-1557 impliceert dat de tekst van deze editie in juli 1557 ter
druk aangeboden kan zijn. [tekst]
-
Van Berkel:
De Brief aan Henri II: de
samenstelling van de bijbelse chronologieën. [tekst]
-
Zie: Wapedia:
Wiki: Karel V van het Heilige Roomse Rijk (4/4). [tekst]
|